CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Overzicht van de wijzigingen in Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 na partiële herziening 2021.docx

Commissie Mens en Samenleving (2008-2021) 29 april 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Wijziging Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 20212.344 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage: Overzicht van de wijzigingen in de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 na partiële herziening 2021

Onderstaand de teksten van de artikelen die inhoudelijk wijzigen. De wijzigingen zijn cursief aangegeven in de bestaande tekst en onderstreept in de nieuwe tekst. Bij nieuwe artikelen is alleen de kolom ‘Nieuwe tekst’ ingevuld. Bij artikelen die vervallen is alleen de kolom ‘Bestaande tekst’ ingevuld. Daar waar de wijzigingen artikelleden betreft, zijn alleen de betreffende artikelleden opgenomen (de stippeltjes geven aan dat er meer artikelleden zijn die niet gewijzigd worden).

Bestaande tekst Artikel 1:1 Begripsbepalingen ……. g. voertuigen: alle rij- en voertuigen, met uitzondering van:  treinen en (snel)trams;  kruiwagens, kinderwagens, en dergelijke kleine voertuigen; …………………..

Nieuwe tekst Artikel 1:1 Begripsbepalingen ……………. g. voertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kinderwagens en kruiwagens, en rolstoelen; ………………………………. ………………………………. p. bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; q. motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; r. parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

Bestaande tekst Artikel 2:6 Kennisgeving openbare manifestaties op openbare plaatsen 1.Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging, vergadering of samenkomst tot belijden van godsdienst of levensovertuiging te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 24 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. 2.De kennisgeving bevat:

Nieuwe tekst Artikel 2:6 Kennisgeving openbare manifestaties op openbare plaatsen 1.Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging, vergadering of samenkomst tot belijden van godsdienst of levensovertuiging te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. 2.De kennisgeving bevat:

a.naam en adres van degene die de betoging, vergadering of samenkomst tot belijden van godsdienst of levensovertuiging houdt; b.het doel van de betoging, vergadering of samenkomst tot belijden van godsdienst of levensovertuiging; c.de datum waarop de betoging, vergadering of samenkomst tot belijden van godsdienst of levensovertuiging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d.de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging; e.voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; f.maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3.Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving, alsmede de eventueel door de burgemeester gestelde voorschriften zijn vermeld. 4.Indien het tijdstip van de openbare manifestatie valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag die aan de dag van dat tijdstip vooraf gaat werkdag. 5.De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge kennisgeving in behandeling nemen.

6.Van op vooraf bepaalde tijdstippen regelmatig terugkerende betogingen, vergaderingen of samenkomsten tot belijden van godsdienst of levensbeschouwing, kan, voordat deze voor de eerste keer worden gehouden, eenmalig schriftelijk kennis worden gegeven. De voorafgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing.

a.naam en adres van degene die de betoging, vergadering of samenkomst tot belijden van godsdienst of levensovertuiging houdt; b.het doel van de betoging, vergadering of samenkomst tot belijden van godsdienst of levensovertuiging; c.de datum waarop de betoging, vergadering of samenkomst tot belijden van godsdienst of levensovertuiging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d.de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging; e.voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; f.maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3.Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving, alsmede de eventueel door de burgemeester gestelde voorschriften zijn vermeld. 4.Indien het tijdstip van de openbare manifestatie valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag, een maandag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk om 12.00 uur van de één na laatste werkdag die aan de dag van dat tijdstip vooraf gaat. 5.De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge kennisgeving in behandeling nemen.

6.Van op vooraf bepaalde tijdstippen regelmatig terugkerende betogingen, vergaderingen of samenkomsten tot belijden van godsdienst of levensbeschouwing, kan, voordat deze voor de eerste keer worden gehouden, eenmalig schriftelijk kennis worden gegeven. De voorafgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing.

Bestaande tekst Artikel 2:28 Hinderlijk drankgebruik

Nieuwe tekst Artikel 2:28 Hinderlijk drankgebruik

1.Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op de openbare plaats of het openbaar water, dat deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 2.Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor: a.een terras, als bedoeld in de Horecaverordening gemeente Utrecht 2018; b.de plaats, niet zijnde een inrichting, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank en Horecawet.

1.Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op de openbare plaats of het openbaar water, dat deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 2.Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor: a.een terras, als bedoeld in de Horecaverordening gemeente Utrecht 2018; b.de plaats, niet zijnde een inrichting, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank en Horecawet. 3.Het college kan het verbod in een aangewezen gebied beperken tot bepaalde tijdstippen.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 2:30a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties 1.Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 2.Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van strafrecht.

Bestaande tekst Artikel 2:38a Woonoverlast 1.Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige

Nieuwe tekst Artikel 2:38a Woonoverlast 1.Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. ……………..

en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. ……………..

Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 2:38b Verbod voeren van dieren 1.Het is verboden op een openbare plaats of openbaar water dieren te voeren. 2.Het verbod geldt niet voor: a.personen die dieren voeren of bijvoeren in opdracht van de beheerder van de openbare plaats of het openbaar water; b.personen die de sportvisserij beoefenen en in het bezit zijn van een daartoe bestemde en geldige VISpas.

Bestaande tekst Artikel 2:47 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat ……. 15. In afwijking van het derde lid geldt dit verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit reeds onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of met ingang van de inwerkingtreding van het besluit tot weigering of intrekking van een door hem aangevraagde vergunning, voor zover dat eerder is.

Nieuwe tekst Artikel 2:47 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat …….. 15. In afwijking van het derde lid geldt dit verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit reeds onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit indien hij binnen die periode geen ontvankelijke aanvraag om vergunning heeft ingediend, of met ingang van de inwerkingtreding van het besluit tot weigering of intrekking van een door hem aangevraagde vergunning, voor zover dat eerder is.

Bestaande tekst Artikel 3:17 Straatprostitutie 1.Het is verboden door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te lokken gebruik te maken van de diensten van een prostituee.

Nieuwe tekst Artikel 3:17 Straatprostitutie 1.Het is verboden door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten te bewegen, uit te nodigen, dan wel aan te lokken gebruik te maken van de diensten van een sekswerker.

2.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet op door het college aangewezen openbare plaatsen gedurende door het college vastgestelde tijden, mits degene die tot prostitutie beweegt, uitnodigt of daartoe aanlokt, beschikt over een vergunning van het daartoe bevoegd bestuursorgaan. 3.De aanvraag om vergunning als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, dient: a.te geschieden door middel van een door het bevoegd bestuursorgaan vastgesteld formulier en dient in ieder geval de gegevens van de aanvrager te bevatten en b.dient door de aanvrager in persoon te worden gedaan ten overstaan van een daartoe door het bevoegd bestuursorgaan gemandateerd ambtenaar. 4.Vergunningen hebben een door het bevoegd bestuursorgaan vast te stellen beperkte geldigheidsduur. 5.De vergunning vervalt indien de vergunninghouder daar gedurende een door het bevoegd bestuursorgaan te bepalen periode geen gebruik van heeft gemaakt. 6a De vergunning wordt geweigerd indien: a.er aanwijzingen zijn dat de aanvrager werkzaam zal zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; b.de aanvrager de leeftijd van 21 jaar nog niet bereikt heeft of c.het bevoegd bestuursorgaan een maximumaantal te verlenen vergunningen heeft vastgesteld en dit maximum is bereikt.

6b Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd: a.in het belang van het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat of b.in het belang van de arbeidsomstandigheden van de prostituee. 7.Met het oog op de in de leden 6a en 6b genoemde belangen, kan het bevoegd bestuursorgaan over de uitoefening van de bevoegdheden in dit artikel nadere regels vaststellen. 8.Het bevoegd bestuursorgaan kan de vergunning als bedoeld in het tweede lid voor

2.Door toezichthouders belast met de naleving van het bepaalde bij of krachtens dit artikel en politieambtenaren kan het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde verbod.

bepaalde of onbepaalde tijd intrekken, indien de vergunninghouder: a.het bepaalde bij of krachtens dit artikel overtreedt; b.het bepaalde bij of krachtens artikel 1:6, onder a, b, c of e overtreedt, of c.in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 9.Door toezichthouders belast met de naleving van het bepaalde bij of krachtens dit artikel en politieambtenaren kan het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen: a.met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde verbod, of b.aan personen die zich bevinden op de wegen, plaatsen en tijden bedoeld in het tweede lid, met het oog op de in lid 6b genoemde belangen. 10.Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. 11.Artikel 3:12 is van overeenkomstige toepassing.

Bestaande tekst Artikel 5:1 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a.parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; b.voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 met uitzondering van kleine wagens zoals, kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen.

Nieuwe tekst

Bestaande tekst Artikel 5:15 Crossterreinen 1.Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, en een bromfiets als bedoeld in artikel 1 eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan

Nieuwe tekst Artikel 5:15 Crossterreinen 1.Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig en een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. ……………………………..

wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. ………………………….

Bestaande tekst Artikel 5:16 Beperking verkeer in natuurgebieden 1.Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, een bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 199 of met een fiets of een paard. …………………………..

Nieuwe tekst Artikel 5:16 Beperking verkeer in natuurgebieden 1.Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets of met een fiets of een paard. …………………….

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=1fe4382e-0ad6-479d-98fe-3e072f89b0db