CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Oplegger RSU2040 (februari 2023).pdf

Gemeenteraad 9 maart 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Aanvullende afspraken RSU2040 (oplegger RSU2040)8.460 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Oplegger RSU2040

Richtinggevende afspraken en nieuwe inzichten in uitwerking Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040

omgevingsvisie.utrecht.nl

Inhoud 3

Samenvatting

4

Inleiding

4 4

1.1 1.2

6 6 6

1

Aanleiding voor de oplegger Status van de oplegger RSU2040​

2

Context realisatie RSU 2.1 2.2

Samen werken we aan de ruimtelijke opgaven De wereld verandert, en dat heeft invloed op de ontwikkeling van onze stad​

3

7

Het coalitieakkoord 2022-2026 geeft richting

7 7 9 10

3.1 3.2 3.3 3.4

12 12 14 15

17 18

De raad bevestigt de koers van de RSU 2040 Keuze in de ontwikkeling van Rijnenburg Groei is geen doel op zich: we groeien in balans We zetten in op kwaliteit en leefbaarheid, voor de bestaande en groeiende stad

4

Fasering en investeringsstrategie 4.1 4.2 4.3

5

Eerste fasen RSU2040 op hoofdlijn ongewijzigd Investeringsopgave eerste fasen Volgorde fase 4 en verder nog te bepalen

Stedelijke sturing Bijlagen

Leeswijzer De inleiding beschrijft het doel waarvoor deze oplegger is opgesteld. Ook beschrijft dit hoofdstuk de status van dit product.​ Hoofdstuk 2 gaat in op de ontwikkelingen sinds vaststelling van de RSU2040, de maatschappelijke context en stappen die we hebben gezet met onze partners bij het Rijk, de provincie en de regio.​ Hoofdstuk 3 zet de richtinggevende afspraken voor de RSU2040 uiteen uit het coalitieakkoord Investeren in Utrecht: kiezen voor gelijke kansen, betaalbaar wonen en klimaat 2022-2026. ​ Hoofdstuk 4 gaat nader in op de nieuwe inzichten in de fasering en investeringsopgave voor de grootschalige ingrepen, met name voor fase 1 t/m 3 van de RSU2040. Ook beschrijft hoofdstuk 4 op hoofdlijnen welke keuzes we voor de periode daarna te maken hebben en hoe we dit willen doen, samen met onze partners.​ Hoofdstuk 5 beschrijft hoe de sturing op de realisatie van de RSU ambities en met name de groei in balans de komende periode vorm krijgt.​

Samenvatting In Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU 2040) staan de ambities die de gemeente Utrecht heeft op de grote ruimtelijke vraagstukken voor de stad, nu en in de toekomst. De RSU is een visiedocument en dus geen dichtgetimmerd plan. Het geeft een beeld hoe we de stad in de toekomst voor ons zien met aandacht en ruimte voor groen, wonen, werken, mobiliteit en (sociaalmaatschappelijke) voorzieningen. Deze visie is in juli 2021 vastgesteld. Een samenvatting van de hele RSU is te lezen op Samenvatting RSU2040, ‘Utrecht dichtbij: de tien-minutenstad’.

De wereld verandert, en dat heeft invloed op de ontwikkeling van onze stad De ontwikkeling van de stad wordt niet alleen bepaald door de richting die we uitzetten en hoe we hier samen vorm aan geven. We kunnen met hetzelfde geld steeds minder doen doordat alles duurder wordt. Door de stijgende bouwkosten, rente en inflatie, de energiecrisis en de overbelasting van het elektriciteitsnet hebben we zorgen over het opstarten en van nieuwe ontwikkelingen in de stad. Dit alles heeft directe invloed op de manier waarop en het tempo waarmee de stad zich ontwikkelt. Nieuwe afspraken als toevoeging aan de RSU2040 Na de verkiezingen in maart 2022 is het nieuwe coalitieakkoord; Investeren in Utrecht: kiezen voor gelijke kansen, betaalbaar wonen en klimaat 20222026 gepresenteerd. Dit coalitieakkoord houdt vast aan de RSU2040 als ruimtelijke koers voor de ontwikkeling van onze stad. Naar aanleiding van dit coalitieakkoord voegt de raad 3 extra afspraken toe aan de RSU2040. Dit zijn: 1 Bouwen in Rijnenburg Naast een definitieve plek voor energie is gekozen voor een compacte gemengde stedelijke wijk (tussen de 22.000 en 25.000 woningen met bijbehorende (groen)voorzieningen en ruimte voor werkgelegenheid), die circulair, klimaatneutraal, en natuurinclusief is. Deze wijk komt er na 2035. Voor 2035 is hier ruimte voor tijdelijke woningbouw en start de ontwikkeling van het energielandschap i.c.m.

groen, sport en recreatie.

3

2

Groei is geen doel op zich, we groeien in balans De toename van woningen gaat samen met de groei van goed en toegankelijk groen, werkgelegenheid, voorzieningen, infrastructuur voor duurzaam verkeer en vervoer en energie. Hier sturen en controleren en verantwoorden we ons jaarlijks op richting de gemeenteraad. En sturen we bij wanneer dit nodig is.

3

We zetten in op kwaliteit en leefbaarheid voor de bestaande en groeiende stad. Naast groei in balans voegen we nog een principe aan toe: kwaliteit en leefbaarheid zijn leidend in de ontwikkeling van de stad. We ondernemen verschillende acties om kwaliteit en leefbaarheid van de stad verder uit te werken en hier beter op te kunnen sturen. ​ Dit doen we o.a. door:​ • Toekomstgesprekken met de stad​ • Sturen op kwaliteit in stedenbouw​ • Regie op de openbare ruimte, boven- en ondergronds​ • Ongelijk investeren voor gelijke kansen

Stap voor stap We werken nu de plannen tot 2035 (fase 1 t/m3 in de RSU) verder uit. Daarvoor hebben we het geld voor een deel al beschikbaar. Waar we dat nog niet hebben, hebben we verschillende strategieën omdat voor elkaar te krijgen. De periode na 2035 vraagt nog veel onderzoek. Onderzoek dat we samen met andere overheden gaan doen. Op basis van die onderzoeken maken we verdere afspraken en delen de resultaten met de raad. ​ ​De hierboven beschreven aanvullingen zijn vastgesteld door de raad en toegevoegd aan de RSU2040. Daarmee zijn deze afspraken onderdeel van het beleid waar we op toetsen om de stad verder te ontwikkelen.

1 Inleiding

4

1.1 Aanleiding voor de oplegger

1.2

In juni 2022 presenteerde de nieuwe coalitie van gemeente Utrecht het coalitieakkoord Investeren in Utrecht: kiezen voor gelijke kansen, betaalbaar wonen en klimaat 2022-2026. In dit akkoord wordt de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (hierna: RSU2040) herbevestigd als de leidraad voor de ruimtelijke ontwikkeling van onze stad. Het coalitieakkoord doet ook enkele richtinggevende uitspraken voor de uitwerking van de RSU2040. De raad heeft naar aanleiding hiervan een keuze gemaakt in de uitwerking van Rijnenburg. Ook brengt de raad focus aan in de uitwerking van de RSU2040 door de groei van de stad met kwaliteit en in balans nog steviger te benoemen als randvoorwaarde. Het verankeren van deze richtinggevende afspraken voor de uitwerking van de RSU2040 is de directe aanleiding voor deze oplegger RSU. ​

Met deze oplegger stelt de raad drie aanvullende richtinggevende afspraken op de RSU2040 vast, die worden toegevoegd aan de koers van de Omgevingsvisie Utrecht1:​ a De kwaliteit en leefbaarheid van de stad als principe voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad; ​ b Groei in balans als principe voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad. Groei is geen doel op zich; ​ c Rijnenburg toe te voegen aan de vier verstedelijkingsknooppunten, waarbij Rijnenburg verder uitgewerkt wordt conform scenario ‘Klein Rijnenburg’ tot een compacte gemengde stedelijke wijk in combinatie met permanente energieopwekking. De woningbouw in Rijnenburg start niet voor 2035 en de ontwikkeling mag de projecten Merwedekanaalzone, Papendorp, A12zone en Lunetten-Koningsweg niet schaden.

​Naast de gemeenteraadsverkiezingen is er sinds vaststelling van de RSU2040 meer veranderd in de context waarin we onze ambities voor de stad kunnen realiseren. We blikken daarom kort terug en gaan in op maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op de ontwikkeling van onze stad, en inzichten die we hebben opgedaan in samenwerking met onze partners bij het Rijk, de provincie en regio. Het doel van deze oplegger is daarmee tweeledig: ​ 1 De aanvullende afspraken op de RSU2040 vaststellen door de raad en daarmee de ruimtelijke koers van de Omgevingsvisie Utrecht;​ 2 Inzicht bieden in waar we nu staan met de uitwerking van de RSU2040, en welke stappen we zetten om onze ambities verder te realiseren.​

Status van de oplegger RSU2040​

O PL E G G E R R SU20 4 0

5

INLEIDING

RSU2040: ruimtelijk koersdocument van de Omgevingsvisie Utrecht​

​In juli 2021 is de RSU2040 vastgesteld door de gemeenteraad Utrecht. De RSU2040 is een integrale visie voor de toekomst, het beschrijft de condities voor kwalitatief goede stedelijke ontwikkeling, met als stip op de horizon een perspectief voor Utrecht richting 2040. De RSU2040 vormt samen met twee andere koersdocumenten: ‘Leefbare stad en maatschappelijke voorzieningen’ en ‘Gezondheid voor iedereen, volksgezondheidsbeleid 2019-2023’ de Koers van de Omgevingsvisie Utrecht. Het college houdt vast aan deze koers voor de ontwikkeling van Utrecht. ​

natuur

sport

speelruimte

mobiliteit

leven vo elijk or d e

werk (drink-) water veiligheid

n eree ied

​Op basis van deze principes stelt de RSU haar strategie op rondom binnenstedelijk verdichten, en pas daarna verstedelijking op locaties rondom de stad. Binnenstedelijk verdichten is weliswaar complexer dan bouwen op een uitleglocatie, maar het heeft ook veel maatschappelijke voordelen. Investeringen in de groei van de stad kunnen namelijk worden ingezet voor het vergroten van de kwaliteit van de bestaande stad. We grijpen de groei van de stad dus aan als kans om de sociale en fysieke kwaliteit van de stad verder te verbeteren en kwaliteit toe te voegen.​

groen

gezon ds t

De hoofdambitie van Utrecht is ‘gezond stedelijk leven voor iedereen’. Utrecht heeft een enorme aantrekkingskracht en een jonge bevolking, wat zich uit in een grote vraag naar woningen. Daarnaast hebben we de stad klaar ook op ander onderdelen klaar te maken voor de toekomst zoals klimaatverandering. Om de ambitie van gezond stedelijk leven voor iedereen waar te maken, zijn naast goede en betaalbare woningen ook andere functies nodig. Denk hierbij bijvoorbeeld aan voldoende passende werkgelegenheid, toename van groen en klimaatadaptatie, maatschappelijke voorzieningen en goede bereikbaarheid met duurzame vervoersmiddelen. Dit is vertaald naar de twee hoofdprincipes van de RSU2040: groeien in balans en de 10-minutenstad. ​

open water

energie culturele voorzieningen warmte zorg/ medische voorzieningen ontmoetings- woningen plekken

Gezond Stedelijk Leven voor Iedereen

onderwijs

2 Context realisatie RSU

6

Samen realiseren we onze ambities, juist in een wereld die verandert

Sinds vaststelling van de RSU2040 hebben we stappen gezet om de ambities te realiseren. Niet in de minste plaats door het coalitieakkoord 2022-2026, waar we in hoofdstuk 3 en 4 uitgebreid op in gaan. Een belangrijke boodschap vooraf is dat we onze ambities voor de stad niet alleen kunnen realiseren. We hebben onze partners bij het Rijk, de provincie en de regio nodig én de toekomstige afwegingen zijn onderhevig aan ontwikkelingen in de maatschappij waar wij niet altijd invloed op hebben. Deze context waarin we opereren beschrijven we hier op hoofdlijnen: de kansen die het oplevert, en de uitdagingen die het met zich meebrengt.

2.1

Samen werken we aan de ruimtelijke opgaven

De ontwikkeling van de stad doen we voor de inwoners, ondernemers en bezoekers van Utrecht, nu en in de toekomst. We geven de ontwikkeling van de stad daarom samen met de inwoners, ondernemers en betrokken marktpartijen vorm. Onze partners bij het Rijk, provincie en regio hebben we hard nodig om de ontwikkeling van de stad te kunnen realiseren. Daarom hebben we binnen de samenwerking van U Ned diverse onderzoeken uitgevoerd, in uitwerking van het gezamenlijk ontwikkelperspectief Utrecht Nabij.1 Dit gezamenlijk onderzoek legt de basis voor gezamenlijke investeringsbesluiten, zoals de onlangs gemaakte afspraken in het bestuurlijk overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO MIRT) Noord West van 11 november jl.2 ​In het BO MIRT hebben we afspraken gemaakt over de ontsluiting van nieuwe (grootschalige) woningbouwlocaties. Met deze afspraken zetten we een grote stap om de ontsluiting voor de bouw van 25.500 woningen mogelijk in de periode tot en met 2030 en bieden we perspectief op de bouw van in totaal 60-70.000 woningen op de lange termijn. Om dat mogelijk te maken is het randvoorwaardelijk om de bereikbaarheid te verbeteren. Met name de afspraak over aanvullende dekking voor de (deels) ondergrondse Merwedelijn, vormt een belangrijke mijlpaal in de realisatie van de RSU-ambities.

Deze is, zo constateren Rijk en regio, noodzakelijk voor een toekomst vaste ontsluiting van Groot Merwede en draagt het meest bij aan de woningbouwopgave in dit gebied. We zetten deze samenwerking voort, en zetten in hoofdstuk 4 de vervolgstappen uiteen die we de komende periode zetten om de verstedelijkingsopgave verder te brengen. ​

2.2

De wereld verandert, en dat heeft invloed op de ontwikkeling van onze stad

De ontwikkeling van de stad wordt niet alleen bepaald door de koers die we uitzetten en de mate waarin we partners hieraan kunnen verbinden en bijdragen, maar juist ook door de omstandigheden in de maatschappij waar we niet altijd direct invloed op kunnen uitoefenen. We zien op dit moment een aantal cruciale ontwikkelingen op ons af komen. Zo zien we de bouw van woningen stagneren door de stijging van bouwkosten en veranderingen in de kapitaalmarkt (inflatie en rente).3 We zijn versneld terecht gekomen in een energiecrisis, en door de overbelasting van het elektriciteitsnet hebben we zorgen over het opstarten van nieuwe ontwikkelingen in de stad. Deze ontwikkelingen spelen in het hier en nu, en hebben directe invloed op de wijze waarop en het tempo waarmee de stad zich ontwikkelt. ​ ​De RSU2040 is en blijft onze koers, maar het tempo en onze investeringsmogelijkheden worden mede bepaald door deze context waarin we ons bevinden. In hoofdstuk 4 beschrijven we voor welk deel van onze ruimtelijke opgaven we al dekking hebben geregeld, en welke strategieën we inzetten om voor de resterende opgaven dekking te regelen.

1 Via deze link is de opbrengst van de U Ned gebiedsonderzoeken te vinden. 2 In de raadsbrief van 14 november 2022 bent u uitgebreid geïnformeerd over de opbrengst van het BO MIRT 3 In de raadsbrief Woningbouwambities in relatie tot het coalitieakkoord van 14 oktober 2022 is dit nader toegelicht.

3 Het coalitieakkoord 2022-2026 geeft richting

7

Bevestiging van de ruimtelijke koers en focus in uitwerking

3.1

De raad bevestigt de koers van de RSU2040

De RSU2040 stippelt een strategie uit, als stad in balans groeien om leefbaar, duurzaam en gezond te zijn en blijven voor iedereen die in Utrecht wil wonen, werken, studeren en recreëren. In het coalitieakkoord Investeren in Utrecht: kiezen voor gelijke kansen, betaalbaar wonen en klimaat 2022-2026 zijn drie belangrijke maatschappelijke thema’s uitgelicht, waar we de komende vier jaar extra aandacht aan besteden: de groeiende kansenongelijkheid, woningnood en klimaatcrisis. Deze thema’s brengen extra focus aan in de uitwerking van ons ruimtelijk beleid en ruimtelijke plannen, en passen binnen de vastgestelde koers van de RSU2040. ​ Ook qua volgordelijkheid van verstedelijking houden we vast aan de RSU2040, namelijk: starten met verdichten op binnenstedelijke locaties nabij multimodale mobiliteitsknooppunten, waar de voorzieningen al (grotendeels) aanwezig zijn conform het principe van de 10-minutenstad. Daarna inzetten op nieuwe verstedelijkingsknooppunten waar ov en verstedelijking samenkomen, en pas tot slot buiten de stad. ​ ​Daarnaast voegt de raad drie richtinggevende afspraken toe aan de RSU2040:​ 1 Een keuze in de ontwikkeling van Rijnenburg​.

En de toevoeging van twee leidende principes voor ruimtelijke ontwikkeling, aan de twaalf principes uit de RSU:​ 2 Groei is geen doel op zich: we groeien in balans.​ 3 We zetten in op kwaliteit en leefbaarheid, voor de bestaande en groeiende stad​.

3.2

Keuze in de ontwikkeling van Rijnenburg

Rijnenburg in de RSU2040 In de RSU2040 is vastgesteld om Rijnenburg te ontwikkelen tot energielandschap met ruimte voor sport, groen en recreatie. In de RSU2040 is nog geen besluit genomen om Rijnenburg wel of niet als woningbouwlocatie te ontwikkelen. Wel is een ontwerpstudie uitgevoerd, waarin de kansen voor woningbouw in Rijnenburg zijn onderzocht. De RSU stelt daarbij dat bouw niet voor 2035 start, maar onderzoek, eventueel tijdelijke ontwikkelingen, en een besluit tot bouw kunnen al eerder plaatsvinden. Ontwerpstudie Rijnenburg Op 23-2-2022 is de ontwerpstudie Rijnenburg naar de gemeenteraad verstuurd.4 Het uitgangspunt voor woningbouw in Rijnenburg is dat het een duurzame wijk wordt met een compleet aanbod voorzieningen zoals die ook rondom de andere knooppunten komen, conform de barcode uit de RSU2040. In de ontwerpstudie zijn drie scenario’s opgenomen voor Rijnenburg: Groen Rijnenburg (geen verstedelijking), Klein Rijnenburg (compacte verstedelijking) en Groot Rijnenburg (maximale verstedelijking). De scenario’s geven mogelijkheden en randvoorwaarden voor een duurzame, aantrekkelijke stad waarin gezond en groen stedelijk leven, duurzame mobiliteit, cultuurhistorie en een klimaatbewust ontwerp worden gecombineerd. Keuze in de ontwikkeling van Rijnenburg De raad kiest voor de ontwikkeling van Rijnenburg als verstedelijkingslocatie, conform het scenario ‘Klein Rijnenburg:​

“We kiezen in Rijnenburg voor het ontwikkelen van een combinatie van permanente energieopwekking en woningbouw conform scenario Klein Rijnenburg. (...) We voegen de ontwikkeling van Rijnenburg toe aan de RSU2040, waarbij het uitgangspunt is dat het de projecten Merwedekanaalzone, Papendorp, A12-zone en Lunetten-Koningsweg niet mag schaden.”

4 Via deze link is de ontwerpstudie Rijnenburg te vinden.

O PL E G G E R R SU20 4 0

8

3 H E T COA L I T I E A K KO O R D 2022-2026 G E E F T R I CH T I N G

Belangrijkste ruimtelijke ingrepen: 1

2

3

4

5

Rijnenburg

Zoekgebied grootschalige opwekking zonne-energie in combinatie met natuur, sport, recreatie en waterberging. 3

Zoekgebied grootschalige opwekking windenergie.

3

Nieuwe doorgaande wandel- en fietsverbindingen naar Nieuwegein, Leidsche Rijn onder/over de A2/A12 en IJsselstein.

1 8

4

Nieuw groen-blauw netwerk aanleggen. Dit verbindt het gebied met de Hollandse IJssel en de Oude Hollandse Waterlinie.

2

7

8

5

Uitbreiding IJsselbos als groene kraag om de polder.

10 6

7

8

Rijnenburg wordt een stedelijke wijk met een eigen centrum. Laagstgelegen delen van de polder zijn geschikt voor waterberging met een recreatieve functie. Zoekgebied voor nieuwe roeibaan met zwemwater.

9

Drijvende zonnepanelen op Nedereindse Plas.

10

HOV lightrail met aansluiting op het ’wiel met spaken’.

11

4 6

Park voor sport en recreatie met regionale functies.

3

4 5 3 8

11

5 9

Indicatieve uitwerking gebiedskaart Rijnenburg conform compacte verstedelijking (scenario Klein Rijnenburg)​

3

O PL E G G E R R SU20 4 0

9

3 H E T COA L I T I E A K KO O R D 2022-2026 G E E F T R I CH T I N G

​Daarmee zetten we in op de ontwikkeling van Rijnenburg tot een compacte gemengde stedelijke wijk, met onder meer tussen de 22.000 en 25.000 woningen, bijbehorende (groen)voorzieningen en ruimte voor werkgelegenheid, waarbij de mogelijkheid om een bedrijventerrein toe te voegen wordt onderzocht. De wijk wordt bovendien circulair, klimaatneutraal, en natuurinclusief. Naast de keuze voor compacte verstedelijking in Rijnenburg, maakt de raad ook de keuze om het energielandschap in het noorden van Rijnenburg permanent te maken. De gemeenteraad houdt met deze afspraak vast aan de fasering zoals opgenomen in de RSU. ​ De keuze om Rijnenburg te ontwikkelen tot een compacte stedelijke wijk is een nadere uitwerking van hoofdstuk 6.6 van de RSU2040, en past binnen de opzet zoals vastgesteld door de raad in juli ’21. We starten vooruitlopend op de woningbouwontwikkeling en bedrijvigheid, en de ontwikkeling van het energielandschap i.c.m. het zoekgebied voor natuur, sport, recreatie en waterberging. De kaart op de vorige pagina toont het scenario ‘Klein Rijnenburg’ zoals gepresenteerd in de ontwerpstudie. Deze kaart bevat nadrukkelijk geen nieuwe keuzes in de invulling van het gebied. De precieze invulling van het gebied en de bereikbaarheid wordt momenteel uitgewerkt, volgens het proces waarover u op 21 oktober jl.

bent geïnformeerd.5 ​De nadere beschrijving van maatregelen conform het gekozen scenario is opgenomen in bijlage 2.

5 Via deze link is de Raadsbrief ínvulling coalitieakkoord gebiedsontwikkeling Rijnenburg en mobiliteitsonderzoek ontsluiting Rijnenburg’ te vinden.​

Barcode

Intelligent barcode

Illustratie meervoudig ruimtegebruik als strategie om te groeien in balans in een verdichtende stad​

3.3

Groei is geen doel op zich: we groeien in balans

Met de RSU2040 zetten we ons als gemeente in voor groei in balans. Hiermee bedoelen we dat de toename van woningen gepaard gaat met de toename van goed en toegankelijk groen, banen, creatieve broedplaatsen en voorzieningen, duurzame mobiliteit (schaalsprong fiets, lopen, ov, auto, hubs, parkeerbeleid, deelmobiliteit en duurzaam goederenvervoer), energie en erfgoed. Met deze oplegger maken we dit principe voor ontwikkeling van de stad nog steviger. Groei in balans wordt een randvoorwaarde, en groei is geen doel op zich. Dit creëert ruimte om groei nadrukkelijker afhankelijk te maken van de mate waarin de randvoorwaarden kwantitatief en kwalitatief op orde zijn. Hoe we hierop sturen, zetten we hieronder uiteen.​ Doorontwikkeling van de barcode De barcode in de RSU2040 is geïntroduceerd als een stedelijk hulpmiddel om te sturen op gebalanceerde groei van de stad, waarbij alle functies zich in gelijke tred ontwikkelen. En hoe dit ingepast kan worden met de beperkte ruimte, bijvoorbeeld door slimme combinaties in ruimtegebruik, de “intelligente barcode”.​ Momenteel werken we aan de doorontwikkeling van de barcode als ambtelijk hulpmiddel om te analyseren of we groeien in balans. De doorontwikkeling zorgt ervoor dat de barcode niet alleen als kwantitatief hulpmiddel fungeert, maar juist ook helpt bij sturing op de kwaliteit van de stad.

Met kwantitatief bedoelen we het aantal vierkante meters of het aantal voorzieningen dat in een gebied aanwezig is. Met kwalitatief kijken we bijvoorbeeld naar hoe een voorziening of een park wordt gebruikt, hoe de plek wordt ervaren door

O PL E G G E R R SU20 4 0

10

3 H E T COA L I T I E A K KO O R D 2022-2026 G E E F T R I CH T I N G

bewoners, en of de voorzieningen voldoende dichtbij zijn – in lijn met de 10-minutenstad. ​

3.4

Het is niet de bedoeling om de barcode als blauwdruk toe te passen, zeker niet op wijk- en buurtniveau. Juist het palet aan verschillende gebieden met verschillende functies, identiteiten en dichtheden maakt de stad interessant en sterk.​ Maar de barcode helpt wel om gebieden en buurten meer in balans te ontwikkelen, door inzichtelijk te maken hoe de gebieden er nu voorstaan, en waar een gebied extra behoefte aan heeft. Bijvoorbeeld door in beeld te brengen waar meer speelplekken nodig zijn in een bepaalde wijk, dat de recreatiewaarde van het groen beter kan, dat een gebied klimaatadaptiever ingericht moet worden of dat werklocaties en voorzieningen beter bereikbaar moeten worden. Deze analyse is input voor het Meerjaren Perspectief Ruimte (hierna MPR).

We willen de komende periode de condities blijven creëren om gezond te kunnen groeien. Naast groei in balans voegen we daar nog een principe aan toe: kwaliteit en leefbaarheid zijn leidend in de ontwikkeling van de stad. Dit betekent dat we zowel in de bestaande stad als voor nieuwe delen van de stad investeren om een kwaliteitsimpuls te geven. We ondernemen verschillende acties om deze kwaliteitsimpuls te realiseren. Deze zetten we hieronder uiteen.

Monitor in het Meerjaren Perspectief Ruimte Via het MPR en de Voorjaarsnota worden jaarlijks de afweging gemaakt waar we onze financiële middelen op inzetten. In het MPR monitoren we jaarlijks of we op koers liggen om de ambities uit de RSU2040 te realiseren, en of we als stad op koers liggen om te groeien in balans. ​ In het MPR 2022 is geconstateerd dat extra inspanningen nodig zijn om de ambities uit de RSU2040 te realiseren en om groen, werklocaties, maatschappelijke voorzieningen en energievoorzieningen voldoende te laten meegroeien, zowel kwantitatief als kwalitatief. We ontwikkelen het MPR door zodat deze nog meer dan nu een instrument wordt waarmee de raad haar controlerende rol kan invullen. Deze doorontwikkeling bestaat onder andere uit de doorontwikkeling van de barcode: met behulp van de barcode beschrijft het MPR jaarlijks hoe de stad er als geheel ervoor staat, of we groeien in balans, en waar de grote opgaven liggen om als stad te groeien met kwaliteit (bijv. het vergroten van nabijheid) en in balans. De doorontwikkeling van het MPR zit ook in het verbeteren van de leesbaarheid en toegankelijkheid van het product, zodat het beter gebruikt kan worden als bijsturingsinstrument om groei in balans te borgen.​

We zetten in op kwaliteit en leefbaarheid, voor de bestaande en groeiende stad

Toekomstgesprekken met de stad Onze stad is volop in beweging, en dat zorgt soms ook voor botsende belangen. De stad ontwikkelt niet alleen voor de toekomstige Utrechter, maar juist over de huidige Utrechtse inwoners en ondernemers. Er is behoefte aan een gesprek met de stad over de kwaliteit van de stad. Wat heeft Utrecht nodig om prettig in te kunnen leven? Hoe zorgen we ervoor dat de groei niet ten koste gaat van kwaliteit maar juist daaraan bijdraagt? Hoe zien we de toekomst van Utrecht voor ons? Hoe leven we samen in de stad over 20 of 30 jaar, en wat vraagt dat van de inrichting van de stad? Dit soort vragen staan centraal in de toekomstgesprekken met de stad. De toekomstgesprekken gaan over de stad als geheel, en zijn een aanvulling op de participatie die op gebieds- en projectniveau wordt georganiseerd.6 Sturen op kwaliteit in stedenbouw Gezien het belang van de kwaliteit van de leefomgeving, efficiënt ruimtegebruik en architectuur, ontwikkelen we een stedenbouwvisie. De concept hoogbouwvisie wordt onderdeel van de stedenbouwvisie. Dit product gaat over de kwaliteit van de stedelijke omgeving, zowel in de bestaande stad als in de groeiende stad.

De uitkomsten van de toekomstgesprekken met de stad zijn ook input voor dit product.6 ​ Regie op de openbare ruimte, boven- en ondergronds Naast de gebouwde omgeving werken we ook aan een kwaliteitsslag in de openbare ruimte, zowel in de boven- als de ondergrond. Want zowel bovengronds als ondergronds is ruimte schaars. Dit vraagt om het maken van afwegingen en keuzes en het bij elkaar brengen van partijen en planningen. In de openbare ruimte komen bijvoorbeeld de opgaven voor mobiliteit (fiets, voetganger, ov, auto en hubs), ontmoeten, sport en spel in de wijk, 6 In de raadsbrief ‘Stedelijke sturing op groei in balans’ bent u geïnformeerd over het proces waarmee we deze onderdelen nader uitwerken.

11

3 H E T COA L I T I E A K KO O R D 2022-2026 G E E F T R I CH T I N G

groen en klimaatadaptatie samen. In de ondergrond concurreren o.a. elektriciteitsleidingen, gasinfrastructuur, glasvezel en rioolpijpen nu al met elkaar, en kan dit een rem vormen op ambities voor groen, klimaatadaptatie, energie en de brede mobiliteitsopgave. Om deze opgaven in samenhang en met kwaliteit te realiseren maken we vaart met een visie op de ondergrond, i.s.m. met de openbare ruimte. Ongelijk investeren voor gelijke kansen Sociale en ruimtelijke vraagstukken gaan hand in hand: een prettige en veilige leefomgeving met voldoende voorzieningen, goed onderwijs, een stage of baan, en (mentale) gezondheid zijn hier allemaal van belang. Dit geldt voor iedere Utrechter, maar het gaat niet voor elke Utrechter en overal in de stad vanzelf goed. Daarom passen we ‘ongelijk investeren voor gelijke kansen’ toe. Dat houdt in dat de middelen die we beschikbaar hebben als gemeente gaan naar de mensen die deze het hardst nodig hebben. We sturen tegen als we zien dat het niet vanzelf goed komt. Voor de realisatie van de RSU2040 betekent dit dat we extra aandacht schenken aan kansengelijkheid bij de uitwerking van de ruimtelijke koers tot thematisch beleid en gebiedsbeleid, en in de uitwerking van concrete plannen. Voor wonen vertaalt zich dit bijvoorbeeld in onze stevige inzet op meer betaalbare woningbouw en extra inspanning op passende woonruimte voor kwetsbare groepen.

Maatschappelijke voorzieningen moeten inclusief zijn en we stimuleren juist in kwetsbare wijken combinaties die kansengelijkheid versterken.​ Gelijke kansen bieden gaat ook over werk, mobiliteit, energie en een groene, gezonde leefomgeving. Zo bestrijden we ongelijke toegang tot mobiliteit voor mensen met een smalle portemonnee of een beperking. We stellen daarvoor in het voorjaar een actieprogramma vast. We willen het wijk ontsluitend ov op peil houden en zetten in op het bestrijden van energiearmoede. Dit doen we, zodat Utrecht een aangename en inclusieve plek is en blijft, voor iedereen die in Utrecht wil werken, wonen, studeren en op bezoek wil komen.

mobiliteitstransitie

- stimuleren fietsgebruik - 30 km/h zones - OV als volwaardig alternatief - parkeren en P+R - deelmobiliteit

groenprogramma - extra gebruiksgroen - groene routes - biodiversiteit - groene straten

klimaatadaptatie - hittestress - wateroverlast - watertekort

inclusiviteit

energietransitie

- toegankelijkheid - ontmoeting - bereikbaarheid - veiligheid

weinig ruimte voor fiets en voetganger

- elektrische auto - opwekking huishoudens - opslag - aardgasvrij

aanpassen straatmeubilair - ondergronds inzamelen - duurzame verlichting - smart cities - meer zitgelegenheden

weinig ruimte voor groen brede wegen

50

water gas electra

dominantie parkeren

gemengd riool

schaduw op straat

deelmobiliteit en elektrische auto

veel ruimte voor fiets en voetganger

30

zicht op groen, vanuit elke woning

smalle wegen 30 km/u

30

ruimte voor divers groen ruimte voor ontmoeting

water warmtenet nieuwe electra

gescheiden regenwater riool vasthouden

ondergronds inzamelen

Principes toekomstige openbare ruimte (uit: RSU2040)

ruimte voor sport en spel

4 Fasering en investeringsstrategie

12

nieuwe inzichten n.a.v. coalitieakkoord 2022-2026 en samenwerking met rijk en regio

In de RSU2040 is in hoofdstuk 7 een globale fasering van de structurerende ingrepen voor wonen, werken, mobiliteit, groen en klimaatadaptatie, energie en voorzieningen opgenomen. De RSU2040 geeft hierbij aan dat de daadwerkelijke fasering mede afhangt van de mate waarin we de voorwaarden, waarvan bereikbaarheid met het wiel met spaken een belangrijk onderdeel is, om met onze partners voor elkaar krijgen. Voor de periode tot 2035 is het beeld vrij scherp. De investeringsopgave is in de afgelopen periode verder uitgewerkt, en via het coalitieakkoord 2022-2026 en samenwerking met het rijk is zicht gekomen op dekking van de opgaven. Dit hoofdstuk gaat in op de investeringsopgave en dekkingsmogelijkheden voor fase 1 t/m 3. Voor de periode na 2035 starten we onderzoeken met Rijk, provincie en regio om de uitwerking en financieringsmogelijkheden in beeld te brengen. Met het besluit om Rijnenburg te ontwikkelen, wordt Rijnenburg aan de fasering toegevoegd. Voor fase 4 en verder beschrijft dit hoofdstuk hoe we aan de slag gaan met de nadere uitwerking. ​

4.1

Eerste fasen RSU2040 op hoofdlijn ongewijzigd

De RSU2040 borduurt voor fase 1 t/m 3 voort op de RSU2030 (vastgesteld in 2016) en vult aan welke condities nodig zijn om te groeien in balans, in de pas met de woon- en werkopgave. De opgaven voor fase 1 t/m 3 lopen grofweg tot 2035 en zijn grotendeels opgenomen in het MPR. In deze eerste fasen zetten we de eerste stappen in de aanleg van o.a. het groene raamwerk, het wiel met spaken (m.n. de Merwedelijn), het versterken van het voetgangers- en fietsnetwerk en de aanleg van mobiliteitshubs, energielandschappen, en we trekken een been bij met maatschappelijke voorzieningen. Deze investeringen dragen bij aan de kwaliteit van de bestaande stad, en zijn randvoorwaardelijk voor de groei van de stad. In fase 1 t/m 3 hebben we de ambitie om ca. 40.000 woningen toe te voegen. ​ ​De komende periode zijn er juist voor de bestaande stad al grote ingrepen nodig. Er ligt er een opgave van minimaal 20 sportvelden en een nader te

bepalen aantal tennisbanen. Daarbij is de uitbreiding van sportparken Rijnvliet, Maarschalkerweerd Noord en Nieuw Welgelegen cruciaal. Ook met deze uitbreidingen ligt daarna nog een opgave van 9 (maar waarschijnlijk meer) velden. Hiervoor zoeken we nog naar geschikte locaties, onder andere in Rijnenburg. Ook voor de energietransitie, toekomstbestendige werklocaties, groen en klimaatadaptatie, erfgoed en bijv. mobiliteitshubs is veel ruimte nodig en zijn nog niet overal geschikte locaties gevonden en kost het combineren van functies op één locatie vaak meer geld. Als raad maken we daarom de keuze om extra te investeren in de kwaliteit van de bestaande stad, als basis voor de ontwikkeling die we als stad doormaken. ​ ​Door ervoor te zorgen dat de bestaande stad op orde is, leggen we de basis voor gezonde groei. Want de vraag naar woningen is en blijft naar verwachting groot, en we willen deze vraag faciliteren. Zo streven we ernaar om als stad toegankelijk en inclusief te zijn voor iedereen die in Utrecht willen blijven en hier willen komen. De investeringen in het groene raamwerk en het mobiliteitsnetwerk in de bestaande stad zijn randvoorwaardelijk voor een gezonde ontwikkeling van de stad. Hierbij hoort vanzelfsprekend ook voldoende passende werkgelegenheid en maatschappelijke voorzieningen, zoals sport- en speelplekken, in aantal en goed verdeeld over de stad.

Zodat we ons als stad ontwikkelen op een manier die bijdraagt aan de kwaliteit van leven van de huidige Utrechters en die van de toekomst. ​ ​Concluderend, houden we als raad dus vast aan de fasering van de RSU2040 en specifiek voor de eerste drie fasen, met de kanttekening dat de veranderende marktomstandigheden invloed kunnen hebben op het tempo waarmee we de opgaven in fase 1 t/m 3 kunnen realiseren. Een minder snelle groei heeft namelijk mogelijk ook invloed op het tempo waarmee de andere barcodeonderdelen mee moeten en kunnen groeien.​

O PL E G G E R R SU20 4 0

13

4 FA S E R I N G E N I N V E S T E R I N G SS T R AT E G I E

De kaart op deze pagina geeft de grootschalige structuuringrepen schematisch weer. Voor een volledige beschrijving van fase 1 t/m 3 verwijzen we naar hoofdstuk 4 van de RSU2040. De uitwerking van de opgaven in fase 1 t/m 3 loopt via het thematisch beleid en gebiedsbeleid. Op pagina 14 laten we zien welk deel van de investeringsopgave al op dekking kan rekenen, en welke strategieën we inzetten om dekking voor de restopgave te verzekeren.

Legenda (Nieuwe) stedelijke knooppunten Binnenstedelijke verdichting Nieuwe compacte stadswijk Verdichting bestaand stedelijk weefsel

Legenda

Intensiveren Lage Weide

(Nieuwe) stedelijke knooppunten

Rijksweg

Binnenstedelijke verdichting

Spoorweg

Nieuwe compacte stadswijk

HOV-verbinding - wiel

Verdichting bestaand stedelijk weefsel

HOV-verbinding - spaak

Nieuwe werklocatie

HOV-verbinding - speciale spaak

Intensiveren Lage Weide

Utrecht Centraal

(Nieuwe) stedelijke knooppunten

Rijksweg

Voorstadstation

Binnenstedelijke verdichting

Spoorweg

HOV-halte/station

Nieuwe compacte stadswijk

HOV-verbinding - wiel

Nieuw stadspark/landschapspark

Verdichting bestaand stedelijk weefsel

HOV-verbinding - spaak

Groenblauwe structuurdragers

Nieuwe werklocatie

HOV-verbinding - speciale spaak

Intensiveren Lage Weide

Utrecht Centraal

Energielandschap icm natuur, sport, recreatie en waterberging.

Rijksweg

Voorstadstation

Legenda Legenda

Optelsom ambitie RSU2040 fase 1 t/m 3 (tot 2035) – abstracte weergave, invulling gebieden nader uit te werken​

Nieuwe werklocatie

O PL E G G E R R SU20 4 0

4.2

14

4 FA S E R I N G E N I N V E S T E R I N G SS T R AT E G I E

Investeringsopgave eerste fasen

In de RSU2040 is de totale publieke investeringsopgave tot en met 2040 becijferd, zonder uitsplitsing naar fasen. Voor de fasen 1 tot en met 3 is die investeringsopgave hiernaast opgenomen. ​ ​Voor ongeveer de helft van de investeringsopgave in de eerste drie fasen zijn al budgetten begroot of gereserveerd. Zo is er in het coalitieakkoord 2022-2026 met het pakket ‘Groei in Balans’ een aanzienlijke bijdrage geleverd aan de groene schaalsprong van de stad, mobiliteit, cultuur, sport en andere maatschappelijke voorzieningen. Dit pakket heeft een omvang van ruim 150 miljoen euro. Bovendien zijn in het BO MIRT financiële reserveringen afgesproken voor de ov-schaalsprong met een totale omvang van ruim 1,2 miljard euro. Deze reserveringen zijn toegezegd door het Rijk, de provincie en de gemeenten Utrecht en Nieuwegein. ​ ​Om de resterende opgave te overbruggen passen we diverse strategieën toe, die per opgave en per project op verschillende manieren kunnen worden gecombineerd.

De voornaamste strategieën zijn (in willekeurige volgorde): ​ • Baathebbers betalen mee (gebruikers en/of ontwikkelende partijen, bijvoorbeeld via kostenverhaal voor bovenwijkse voorzieningen) ​ • Inzet van toekomstige extra inkomsten uit gemeentefonds en ozb (“Groeikader”) ​ • Inkomsten uit woningbouw en gebiedsontwikkeling (denk aan: grondexploitaties, erfpacht) ​ • (Aanvullende) bijdragen van andere overheden ​ • Bijsturing in projecten en/of combineren van investeringen met andere opgaven. ​ ​Twee noties hierbij zijn:​ • Binnenstedelijk verdichten heeft veel voordelen, maar het is ook complexer dan bouwen op een uitleglocatie. Bezien vanuit ons eigen vastgoed en maatschappelijke voorzieningen leidt dit tot hogere kosten grotere risico’s, die niet overal verhaald kunnen worden bij de markt. Dit vraagt scherpe keuzes in waar we onze middelen op inzetten. ​ • De maatschappelijke context waarin we ons bevinden heeft invloed op de wijze waarop en het tempo waarmee we de opgaven kunnen realiseren. De voortgang in de realisatie wordt – zowel kwantitatief als kwalitatief – jaarlijks gemonitord in het MPR, om jaarlijkse bijsturing mogelijk te maken.

Publieke investeringsopgave RSU, fasen 1 tot en met 3 (indicatief) en voornaamste strategieën ter overbrugging van deze opgave​

O PL E G G E R R SU20 4 0

4.3

15

4 FA S E R I N G E N I N V E S T E R I N G SS T R AT E G I E

Volgorde fase 4 en verder nog te bepalen

De RSU2040 zet voor fase 4, 5 en 6 (zie RSU2040, hoofdstuk 7) in op enkele grote verstedelijkingsknooppunten: het afronden van de Merwedekanaalzone, de A12-zone en Lunetten-Koningsweg/USP. Met deze oplegger voegen we Rijnenburg aan deze verstedelijkingsknooppunten toe, met het uitgangspunt dat de ontwikkeling van Rijnenburg de projecten Merwedekanaalzone, Papendorp, A12-zone en Lunetten-Koningsweg niet mag schaden. Dit kan betekenen dat Rijnenburg mogelijk parallel aan de ontwikkeling van de andere verstedelijkingslocaties kan starten.​ ​Ook na fase 4 zijn investeringen nodig in de stedelijke groenstructuren, duurzame mobiliteit en andere onderdelen van de barcode. Als de groei in hetzelfde tempo doorzet, zijn de kosten daarvan vergelijkbaar met de investeringsopgave in fase 1 tot en met 3 of zelfs nog wat hoger. Immers, naar mate de stad dichter bebouwd raakt, wordt het ingewikkelder (en daarmee duurder) om woon- en werklocaties en maatschappelijke voorzieningen stedenbouwkundig goed in te passen. Dergelijke investeringen zijn in veel gevallen randvoorwaardelijk voor gebiedsontwikkeling. Op hoofdlijnen zijn deze condities beschreven in de gebiedsonderzoeken van U Ned en de ontwerpstudie Rijnenburg. Deze condities hebben verdiepend onderzoek en uitwerking nodig.

​ ​We starten verschillende verdiepende onderzoeken op, in samenwerking met onze partners.​ Met het Rijk, provincie en regio starten we vervolgonderzoeken om de kansen, randvoorwaarden en financiële opgave van deze verstedelijkingsknooppunten beter in beeld te krijgen:​ • Een multimodaal MIRT-onderzoek naar de integrale gebiedsontwikkeling van de A12-zone inclusief Rijnenburg. Dit is een vervolg op de gebiedsonderzoeken en uitkomsten van de mobiliteitsstrategie voor dit deel van de stad;​ • Een onderzoek naar de mogelijkheden voor tijdelijke woningbouw op Rijnenburg;​ • De uitwerking van het alternatief voor het Tracébesluit A12/A27 Ring Utrecht;​ • Uitwerking van de randvoorwaarden voor de ontwikkeling van de regiopoorten en het groen-blauwe netwerk.​ • Met de regio starten we onderzoek naar de ontwikkeling van station Lunetten-Koningsweg i.s.m. de ontwikkeling van het ov-netwerk (de verbinding naar USP, de A12-zone en Rijnenburg en de Binnenstadsas) en

•

de ontsluiting van de geplande grote woningbouwlocaties. De regio legt in dit onderzoek de verbinding met de spoorcorridor-studie Utrecht-ArnhemDuitse grens (A12-corridor). ​ Als stad geven we vervolg aan de gebiedsonderzoeken Overvecht en Lage Weide.

Keuzemogelijkheden in fasering Een bijdrage door de Rijksoverheid is een vereiste voor elk van de grote verstedelijkingsknooppunten. Ook de provincie speelt een essentiële rol, als verantwoordelijke voor het regionaal openbaar vervoerssysteem. Dit betekent dat we als gemeente niet alleen kunnen bepalen waar en wanneer we aan de slag gaan. De drie partners in de grote investeringsbeslissingen (Rijk, provincie en gemeente) zullen samen tot de conclusie moeten komen welke ingrepen het meest wenselijk zijn, vanuit lokaal, provinciaal én nationaal perspectief. Zo bepalen we samen de volgorde waarin we de stad verder ontwikkelen, want niet alles kan tegelijkertijd. ​ ​Om de keuzes op tijd en met de juiste informatie te kunnen maken, onderzoeken we verder wat nodig is om toekomstige ontwikkelingen mogelijk te maken en om te voorkomen dat we ontwikkelingen onmogelijk maken. Deze onderzoeken zijn ook behulpzaam bij planvoorbereiding en lobby, en helpen bij de afweging welke grote investering als eerste, na de aanleg van de Merwedelijn, moet komen. De beslissingen die hierover genomen worden, kunnen hun schaduw ver vooruit werpen. Hieronder een voorbeeld ter illustratie:​ Neem de omgeving Lunetten-Koningsweg. Als daar in hoge dichtheden woningen worden toegevoegd, maakt dat latere realisatie van een IC-station kansrijker.

Een hoogstedelijk knooppunt rond een IC-station draagt bij aan de toekomstige economische ontwikkeling van USP via aansluiting op IC-station Lunetten-Koningsweg. ​ ​De onderzoeken die nodig zijn om deze keuzes te maken, zijn of worden momenteel in gang gezet. Deels doen we dit in het Rijk-regio programma U Ned en waar nodig doen we dit in samenspraak met buurgemeenten. De uitkomsten van dit onderzoek leggen we zo nodig op vergelijkbare wijze aan de raad voor. Op basis van deze onderzoeken werken we toe naar besluitvorming met onze partners bij het Rijk en in de regio. Een belangrijke notie is dat deze keuzes niet allemaal nu genomen hoeven te worden. Juist een zorgvuldige uitwerking d.m.v. inhoudelijk onderzoek, gesprek met de stad en monitoring op de voortgang van de realisatie van de ambities uit de RSU2040, en helpt

O PL E G G E R R SU20 4 0

16

4 FA S E R I N G E N I N V E S T E R I N G SS T R AT E G I E

om balans te vinden in de ruimtelijke en financiële haalbaarheid en de politieke wenselijkheid. En bovenal: dit helpt om te borgen dat we de keuzes blijven maken die het meest bijdragen aan een Utrecht dat gezond, toegankelijk en inclusief is voor iedereen die hier wil zijn en blijven. ​ ​Voor een volledige beschrijving van fase 4 t/m 6 verwijzen we naar hoofdstuk 4 van de RSU2040. De kaart op deze pagina toont de optelsom van fase 1 t/m 6 van de RSU2040 (de totale RSUambitie), waaraan de ontwikkeling van Rijnenburg tot compacte en gemengde stedelijke wijk is toegevoegd.​

Legenda (Nieuwe) stedelijke knooppunten Binnenstedelijke verdichting Nieuwe compacte stadswijk Verdichting bestaand stedelijk weefsel

Legenda

Intensiveren Lage Weide

(Nieuwe) stedelijke knooppunten

Rijksweg

Binnenstedelijke verdichting

Spoorweg

Nieuwe compacte stadswijk

HOV-verbinding - wiel

Verdichting bestaand stedelijk weefsel

HOV-verbinding - spaak

Nieuwe werklocatie

HOV-verbinding - speciale spaak

Intensiveren Lage Weide

Utrecht Centraal

(Nieuwe) stedelijke knooppunten

Rijksweg

Voorstadstation

Binnenstedelijke verdichting

Spoorweg

HOV-halte/station

Nieuwe compacte stadswijk

HOV-verbinding - wiel

Nieuw stadspark/landschapspark

Verdichting bestaand stedelijk weefsel

HOV-verbinding - spaak

Groenblauwe structuurdragers

Nieuwe werklocatie

HOV-verbinding - speciale spaak

Intensiveren Lage Weide

Utrecht Centraal

Energielandschap icm natuur, sport, recreatie en waterberging.

Rijksweg

Voorstadstation

Legenda Legenda

Optelsom ambitie RSU2040 fase 1 t/m6 – abstracte weergave, invulling gebieden nader uit te werken​

Nieuwe werklocatie

5 Stedelijke sturing

17

We groeien in balans en sturen op kwaliteit in de bestaande en groeiende stad

We willen groeien in balans en sturen op kwaliteit in de bestaande en groeiende stad. De beschikbare ruimte en financiële middelen zijn beperkt. Dat betekent dat afwegingen en keuzes noodzakelijk zijn om de ontwikkeling van de stad in goede banen te leiden.​ De realisatie van fase 1 t/m 3 is een grote en belangrijke stap voor de bestaande stad en de ontwikkeling van de stad. We realiseren een fors deel van het groene raamwerk en het eerste deel van het wiel met spaken. Deze dragen bij aan de kwaliteit van de bestaande stad en zijn randvoorwaardelijk voor de groei van de stad. De inhoudelijke uitwerking van de opgaven in fase 1 t/m 3 vindt momenteel plaats binnen het thematisch beleid en de gebieden.8 Deze uitwerking gaat over het komen tot haalbare en betaalbare plannen. ​ De ruimte in Utrecht is beperkt en dus zetten we in op multifunctioneel ruimtegebruik. Maar ook dan zijn keuzes nodig om al onze ambities in te passen. Waar de ruimtelijke puzzel niet past, is een keuze nodig in wat prioriteit heeft op die plek en voor de stad als geheel. Deze keuzes maken we in omgevingsvisies en in de complexe ruimtelijke projecten (via het Utrechts Plan Proces). Naast de beperkte ruimte, zijn ook onze financiële middelen beperkt. Daarom zijn ook financiële afwegingen noodzakelijk.

Om deze prioritering te kunnen maken, werken we ook instrumenten verder uit om te sturen op groei in balans en ongelijk investeren voor gelijke kansen. Via het MPR brengen we in beeld of we op koers liggen met de geprogrammeerde plannen, en waar bijsturing nodig is binnen de gebieden en thematisch beleid op korte termijn. Het MPR is daarmee het monitorings- en bijsturingsinstrument om handen en voeten te geven aan de sturingsprincipes ‘groei in balans’ en ‘ongelijk investeren voor gelijke kansen’. Zo blijven we wendbaar op de kortere termijn, en tegelijkertijd koersvast op de langere termijn. ​

8 Via deze link is de Uitvoeringsbrief ‘coalitieakkoord planning op hoofdlijnen’ van 7 oktober 2022 te vinden.

​De keuzes die we voor uitvoering van de latere fases van de RSU2040 te maken hebben, werken we samen met Rijk, provincie en regio uit. Daarbij gaat het zowel om randvoorwaarden uit om tot kwalitatief goede ontwikkelingen te komen, als om keuzeopties voor inhoud en fasering. De uitwerking van hiervan zal helpen om samen met de andere betrokken overheden te bepalen welke gebiedsontwikkelingen als eerste voor uitvoering in aanmerking komen. Het is niet wenselijk om nu alle keuzes te willen maken. Juist een zorgvuldige uitwerking d.m.v. inhoudelijk onderzoek met onze partners, het gesprek met de stad en monitoring op de voortgang, helpt om te sturen op groei in balans. Zo blijven we adaptief en zo borgen we dat we de uiteindelijke keuzes optimaal bijdragen aan een Utrecht dat gezond, toegankelijk en inclusief is, voor iedereen die hier wil zijn en blijven. ​

Cycli om ambities uit te werken in beleid en plannen, en monitoring en bijsturen.​

Bijlage 1

18

Raadsbesluit Vaststelling Utrecht Dichtbij: de tien-minutenstad RSU 2040

Met deze oplegger worden de richtinggevende afspraken toegevoegd aan de beslispunten 2 en 4, die zijn vastgesteld met het Raadsbesluit ‘Vaststelling Utrecht Dichtbij de tien-minutenstad RSU2040’: ​

l m n

​Beslispunt 2. Vier nieuwe knooppunten aan te wijzen naast het centrum (binnenstad, stationsgebied, Beurskwartier en Merwedekanaalzone):​ a Noord-Noordwest: Leidsche Rijn Centrum, Lage Weide, Cartesius en Werkspoorkwartier, Zuilen​ b Overvecht​ c Utrecht Oost: Utrecht Science Park, Rijnsweerd, Galgenwaard en Lunetten Koningsweg​ d de A12 zone: Papendorp, Woonboulevard en MWKZ deelgebied 6​ e Rijnenburg, waarbij Rijnenburg verder uitgewerkt wordt conform scenario ‘Klein Rijnenburg’ tot een compacte gemengde stedelijke wijk in combinatie met permanente energieopwekking. De woningbouw in Rijnenburg start niet voor 2035 en de ontwikkeling mag de projecten Merwedekanaalzone, Papendorp, A12-zone en Lunetten-Koningsweg niet schaden. ​ Beslispunt 4. De volgende principes vast te stellen voor ruimtelijke ontwikkeling:​ a Geen dak blijft onbenut​ b Groen tenzij​ c Circulair tenzij​ d Utrecht wereldfietsstad en wandelstad​ e Langzaam verkeer voor gemotoriseerd verkeer; actief voor passief vervoer​ f Openbaar vervoer en deelmobiliteit voor individueel gemotoriseerd vervoer​ g Werken mengen met wonen waar het kan, specifieke werklocaties waar mengen niet kan.​ h Versterken boven gelijk houden​ i Meervoudig gebruik gaat voor mono-functionaliteit​ j Publieke ruimte openbaar toegankelijk​ k Bovengrondse energievoorzieningen inpandig, tenzij​

Gezonde ondergrond als basis voor bovengrondse ontwikkeling​ De kwaliteit en leefbaarheid van de stad zijn leidend in de ontwikkeling van de bestaande en groeiende stad​ Groei is geen doel op zich: we groeien in balans.

Bijlage 2 R SU20 4 0

GEBIEDEN

19 1

/ Rijnenburg

Beschrijving maatregelen Klein Rijenenburg R SU20 4 0 6.6 Rijnenburg

GEBIEDEN

1

/ Rijnenburg

Polders Rijnenburg en Reijerscop Waarde Rijnenburg voor Utrecht in 2040 6.6 van Rijnenburg De gemeente ontwikkelt Rijnenburg integraal en in fasen met een combinatie van ruimte voor een permanent energielandschap en woningbouw. In het Polders Rijnenburg en Reijerscop noorden van de polder wordt ingezet op een energielandschap dat samen gaat met van natuur, sport, recreatie en waterberging. Waarde Rijnenburg voor Utrecht in 2040 De wijk wordt met fiets en wandelroutes verbonden met omliggende Rijnenburg wordt De gemeentegoed ontwikkelt Rijnenburg integraal ngebieden. in fasen met een combinatie een stedelijke wijk met een eigen centrum. De wijk wordt gebouwd met hoge van ruimte voor een permanent energielandschap en woningbouw. In het dichtheden ende is circulair, klimaatadaptief, energieneutraal en natuurinclusief. noorden van polder wordt ingezet op een energielandschap dat samen De wijk kanatuur, alleensport, duurzaam worden gebouwd als er gaat met recreatie en waterberging. Deeen wijklightrail-verbinding wordt met fiets en wordt gerealiseerd aansluit op hetomliggende ’wiel met spaken’. Het Rijnenburg is een wijk waar wandelroutes goeddat verbonden met gebieden. wordt alle vanuit Utrechtse barcode aanwezig zodat het eenmet echte eenfuncties stedelijke wijk de met een eigen centrum. De wijkzijn, wordt gebouwd hoge stadswijk van Utrecht wordt.

dichtheden en is circulair, klimaatadaptief, energieneutraal en natuurinclusief. De wijk kan alleen duurzaam worden gebouwd als er een lightrail-verbinding Huidige kwaliteitendat aansluit op het ’wiel met spaken’. Het is een wijk waar wordt gerealiseerd •alleEcologie functies(weidevogels) vanuit de Utrechtse barcode aanwezig zijn, zodat het een echte Openheid, en ruimte •stadswijk van rust Utrecht wordt. • Recreatie (wieler- en skeelerbaan, skipiste, fietsen) Oude bebouwingslinten •Huidige kwaliteiten functie (met name van Reijerscop) •• Agrarische Ecologie (weidevogels) • Openheid, rust en ruimte • Recreatie (wieler- en skeelerbaan, skipiste, fietsen) • Oude bebouwingslinten • Agrarische functie (met name van Reijerscop)

Opgaven voor de Rijnenburg tot 2040 • Ontwikkelen van een stedelijke wijk met een eigen centrum. • Verbinden van de nieuwe wijk Rijnenburg met een ligthrail-verbinding dat aansluit op het ‘wiel met spaken’ en overige (H)OV-verbindingen naar omliggende (Nieuwegein, Opgaven voor gebieden de Rijnenburg tot 2040Leidsche Rijn/De Meern, Montfoort en Ontwikkelen van een stedelijke wijk met een eigen centrum. • IJsselstein). omgeving (Nieuwegein, Leidsche Rijn/De •• Verbinden Verbindenvan vanRijnenburg de nieuwe met wijk de Rijnenburg met een ligthrail-verbinding Meern, Montfoort IJsselstein) door en groen-blauwe verbindingen en naar fietsdat aansluit op heten‘wiel met spaken’ overige (H)OV-verbindingen en wandelroutes. omliggende gebieden (Nieuwegein, Leidsche Rijn/De Meern, Montfoort en • Versterken IJsselstein).aanwezige landschappelijke hoofdstructuren als robuuste basis de toekomst. Zodat bijvoorbeeld bomen (Nieuwegein, die geplant worden hetRijn/De Verbinden van Rijnenburg met de omgeving Leidsche • voor raamwerk vormen voor de toekomst. Meern, Montfoort en IJsselstein) door groen-blauwe verbindingen en fietsraamwerk met gebruiksgroen, water en recreatieve • Landschappelijk en wandelroutes. verbindingen.

Versterken aanwezige landschappelijke hoofdstructuren als robuuste basis • (fiets-wandel) ingepast energielandschap samen metworden natuur, het sport, • Zorgvuldig voor de toekomst. Zodat bijvoorbeeld dat bomen diegaat geplant recreatie envormen waterberging de beoogde woningbouw. raamwerk voor deen toekomst. onder andere regionale sportfuncties. •• Sportlandschap Landschappelijkmet raamwerk met gebruiksgroen, water en recreatieve Natuurbehoud en ontwikkeling (ecologische zones). • (fiets-wandel) verbindingen. • Zorgvuldig ingepast energielandschap dat samen gaat met natuur, sport, Programma recreatie en waterberging en de beoogde woningbouw. • Sportlandschap met onder andere regionale sportfuncties. Realiseren van een stedelijke wijk met een eigen centrum. en ontwikkeling (ecologische zones). Een wijk van onge• Natuurbehoud veer 22.000 - 25.000 woningen met bijbehorende (groen)voorzieningen en ruimte voor werkgelegenheid. Programma Realiseren ingepast energielandschap gaat met Realiserenvan vaneen eenzorgvuldig stedelijke wijk met een eigen centrum.dat Eensamen wijk van ongenatuur, sport,- recreatie en waterberging en de beoogde woningbouw. en veer 22.000 25.000 woningen met bijbehorende (groen)voorzieningen ruimte voor werkgelegenheid. Zoeklocatie voor een roeibaan en andere regionale sportvoorzieningen.

Realiseren van een zorgvuldig ingepast energielandschap dat samen gaat met natuur, sport, recreatie en waterberging en de beoogde woningbouw. Zoeklocatie voor een roeibaan en andere regionale sportvoorzieningen.

Colofon Gemeente Utrecht www.utrecht.nl/rsu2040 Oplegger RSU, februari 2023 Bestuurlijk opdrachtgever Eelco Eerenberg Ambtelijk opdrachtgever Margo Meijer Concept en vormgeving Gemeente Utrecht Projectteam Viola Salemans Hilco van der Wal Kasper Benneker Pieter van der Straaten Wessel Wikkerink Joke Brouwer Kilian Lode Sanneke van Wijk Niets uit deze rapportage mag worden overgenomen zonder bronvermelding. Eventuele rechthebbenden op gebruikt beeldmateriaal kunnen contact opnemen met de gemeente Utrecht.

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=556eee81-26ef-47ae-8cba-6af931eb4257