Ontwerpbegroting 2023 BghU.pdf
Tekst van het document
Belastingen
Materiële lasten worden exclusief compensabele BTW-geraamd en inclusief de niet-compensabele BTW van het Waterschap.
Jaarlijks wordt de compensabele BTW van de gemeenten via een apart afrekencircuit doorgeschoven naar de gemeenten.
Belastingen
BghU voert geen dienstverlening uit die onder de VPB-plicht valt.
Niet van toepassing
Formatie & personeel
Loonsomsturing op basis vastgestelde begroting
BghU werkt met een vaste formatie (circa 129 FTE) en een flexibele schil inhuur. Binnen deze twee categorieën kan geschoven worden, maar de vastgestelde loonsom kan niet overschreden worden zonder (interne) begrotingswijziging.
van
de
Begroting BghU 2023 en Meerjarenperspectief 2024-2026
23
Onderstaande tabel beschrijft de geldende kaders die van toepassing zijn op het opstellen van de begroting. Onderwerp Structureel evenwicht
Kader Structurele baten dekken de structurele lasten. BghU mag onder de streep geen tekort hebben.
Oorsprong BBV
Reëel beeld
De begroting bevat een reëel beeld van de verwachte materiele lasten, bijvoorbeeld op basis van lopende contracten en verwachte kapitaallasten.
BBV
Kostenverdeling
De werklast is leidend in de verdeling van de kosten onder de deelnemers van de BghU.
Bijdrageverordening op basis van artikel 40 GR
Basispakket & pluspakket
Taken binnen het basispakket worden uitgevoerd voor algemene rekening en als zodanig verdeeld.
Uitvoeringsprotocol
Het pluspakket is op basis van integrale kostprijs. Bij de bepaling van de uurtarieven voor inzet van medewerkers, worden de landelijke DAR-tarieven gehanteerd. Risicomanagement
De begroting bevat een aparte paragraaf conform BBV waarin het risicobeeld van de BghU staat. Dit risicobeeld vertaalt BghU in een benodigde weerstandscapaciteit.
BBV/ Nota Weerstandvermogen en Risicomanagement
Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt als ratio ten opzichte van de benodigde weerstandscapaciteit, waarbij geldt dat het uitgangspunt is dat de ratio groter of gelijk aan 1 moet zijn.
Begroting BghU 2023 en Meerjarenperspectief 2024-2026
24
3 Paragrafen 3.1 Lokale heffingen De uitvoering van het belastingproces (waarderen, heffen en innen) van iedere deelnemer valt onder de verantwoordelijkheid van BghU. De deelnemers zijn verantwoordelijk voor het bepalen van de te heffen belastingen, het vaststellen van verordeningen, tarieven en de kwijtscheldingsnormen. Kortom, het aangaan van de belastingsamenwerking heeft geen gevolgen voor de beleidsvrijheid van de deelnemers. Iedere deelnemer overhandigt jaarlijks een begroting waarin zij vermeld welke belastingen (inclusief tarieven) er moeten/mogen worden geheven in de desbetreffende regio. BghU geniet jaarlijks inkomsten ter compensatie van de gerealiseerde vervolgingskosten. Vervolgingskosten ontstaan op het moment dat een belastingplichtige geen gehoor geeft aan de (door middel van een aanslag) opgelegde betalingsverplichting. Hier worden onder andere kosten die gepaard gaan met het verzenden van aanmaningen, dwangbevelen en overige gerechtelijke activiteiten verstaan. De lasten die gepaard gaan met de diverse invorderingstrajecten worden door de desbetreffende deelnemer financieel gecompenseerd. In de meerjarenbegroting is € 1,35 mln. als begroot bedrag opgenomen, op basis van het rekeningresultaat 2020 en de verwachte jaarlijkse groei in areaal en op te leggen aanslagen.
Begroting BghU 2023 en Meerjarenperspectief 2024-2026
25
3.2 Weerstandsvermogen & risicomanagement BghU kent een nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement waarin de aanpak en het beheersen van risico’s binnen BghU is vormgegeven. Jaarlijks maakt BghU in het kader daarvan bij het opstellen van de begroting een risico-inschatting. Onderstaand is de financiële vertaling van die risico-inschatting voor de begroting 2022 weergegeven. Het risicoprofiel borduurt voort op eerder geconstateerde en geïnventariseerde risico’s. Het benodigde weerstandsvermogen op basis van deze inschatting bedraagt € 457.700. In de specifieke ontwikkeling rondom de proceskosten is aandacht voor het risico van de stijging van de proceskostenvergoeding per individueel geval. Berekening weerstandsvermogen in relatie tot de BghU voor begroting 2023 Risicotypering
Netto
Netto-risico (toelichting)
Kans
Restrisico
risico
2023
Betreft maximale kosten van de invoering/ wijziging van voorgestelde belastingen op basis van belastingplannen -> tijdvak variant. Inschatting van potentiële kosten. Reparatie verprutst kohier i.v.m. verkeerde gegevens
€ 400.000
Gezien verkiezingsjaar 2021 en planvorming rondom lokaal belastinggebied lage kans voor 2022
5%
€ 20.000
€ 125.000
50% meerwerk door slechte kwaliteit van uitbestede diensten. Wordt afgedekt door middel van onvoorzien in implementatietraject ICT
0%
€0
3.
Verduistering incasso/misbruik middelen
€ 50.000
Sommige medewerkers, met name deurwaarders, komen nog in aanraking met contant geld. Risico ongewijzigd voor 2022.
25%
€ 12.500
4.
Maximale boete bij datalekken
€ 200.000
BghU heeft een goed ingebed plan hoe om te gaan met een datalek, daarnaast wordt steeds meer kennis en ervaring opgebouwd.
20%
€ 40.000
5.
Onvoorziene kosten door extra benodigde capaciteit bezwaarinstroom in relatie tot kritieke deadlines
€ 400.000
40%
€ 160.000
6.
Terugloop invorderingsopbrengsten door uitgestelde faillissementen
€ 300.000
Afhankelijk van mate waarin instroom NCNP zich stabiliseert en afhankelijk van optimalisatieslagen afhandelingsproces Mede afhankelijk van snelheid afbouw steunmaatregelen, herstel economie en andere variabelen
50%
€ 150.000
7.
Potentiële na-ijl effecten van coronacrisis (uitgesteld ziekteverzuim, eventuele noodzakelijke uitgaven voor nieuwe manier van werken)
€ 150.000
Afhankelijk van maatschappelijke ontwikkelingen, lastig in te schatten.
25%
€ 37.500
1.
2.
financiële
Benodigd weerstandsvermogen
Begroting BghU 2023 en Meerjarenperspectief 2024-2026
€ 420.000
26
Daaraan koppelt BghU een beschikbaar weerstandsvermogen, ook wel de weerstandscapaciteit genoemd. Deze weerstandscapaciteit wordt in 2023 gevormd door de vrij beschikbare algemene reserve en de post onvoorzien. De vrije algemene reserve bedraagt bij totstandkoming van de begroting 2023 € 105.870 en de (niet benutte) post onvoorzien bedraagt € 100.000. Dit leidt bij het opstellen van de begroting tot een totaalbedrag beschikbaar voor het afdekken van risico’s van € 205.870 De bestemmingsreserve voor de aanbesteding van de ICT-middelen behoort niet tot de weerstandscapaciteit: deze middelen zijn, zonder verdere besluitvorming, niet direct beschikbaar om risico’s in de bedrijfsvoering af te dekken. Daarnaast staan er (meerjarige) afspraken tegenover. Weerstandsratio’s De weerstandsratio is te berekenen door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door het benodigde weerstandsvermogen op basis van de risico-inschatting. Hieronder is het verloop van de ratio vanaf 2020 weergeven: Jaar 2020 2021 2022 2023
Beschikbare
Benodigd
Weerstandsratio
weerstandscapaciteit 537.869 206.000 206.000 Afhankelijk van besluitvorming jaarrekening
weerstandsvermogen 450.000 500.000 457.500 420.000
1,2 0,41 0,45 0,5
De ratio bedraagt voor BghU eind 2020 1,20. Bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2022 bedroeg de ratio 1,07. De verklaring hiervoor is dat de geïnventariseerde risico’s voor 2021 € 500.000 aan weerstandsvermogen vereisen, in plaats van de € 450.000 die voor 2020 nodig was. De beschikbare weerstandscapaciteit daalt echter naar aanleiding van het besluit om € 332.000 te onttrekken uit de algemene reserve voor de investering. Daarmee is de waardering voor de beschikbare weerstandsratio zowel in 2021 als naar verwachting in 2022 ruim onvoldoende. Voor 2023 is de ratio iets beter. Afhankelijk van de resultaatbestemming bij de jaarrekening kan in de definitieve ontwerpbegroting die naar de raden gaat, de ratio worden aangepast. Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandsvermogen
Waarderingscijfer A B C D E F
€ 206.000 € 420.000
Weerstandsratio’s klassen Ratio >2.0 1.4-2.0 1.0-1.4 0.8-1.0 0.6-0.8 <0.6
Ratio 0,49
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Indicatoren meerjarig Financiele kengetallen
Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
2020
2021
Prognose 2022
Prognose 2023
Prognose 2024
Prognose 2025
Prognose 2026
-10,40% 25,93% n.v.t. 5,31% n.v.t.
-0,71% 22,52% n.v.t. 2,62% n.v.t.
-0,71% 6,05% n.v.t. 0,24% n.v.t.
-1,64% 6,05% n.v.t. 0,26% n.v.t.
-1,65% 6,05% n.v.t. 0,26% n.v.t.
-1,58% 12,95% n.v.t. 0,25% n.v.t.
-4,30% 18,92% n.v.t. 0,25% n.v.t.
Begroting BghU 2023 en Meerjarenperspectief 2024-2026
27
Bovenstaande indicatoren volgen uit het meerjarenbeeld dat momenteel voorligt. Hoewel de solvabiliteit lager wordt, staat daar een kleine structurele explotiatieruimte tegenover. Dit is te verwaarlozen en wordt veroorzaakt door ramen van € 100.000 voor incidenteel onvoorzien aan de uitgaven kant en € 55.000 aan incidentele inkomsten aan de batenzijde. De netto schuldquote blijft negatief, doordat er geen vreemd vermogen aan hoeft te worden getrokken. Taakvelden exploitatiebegroting Databeheer Taakveld
Taakveldomschrijving
Toerekening
Waardebepaling
Bedrag
Toerekening
Bedrag
Klantcontact Toerekening
Innen
Bedrag
Toerekening
Bedrag
Totaal
0,00% €
-
Taakveld 0.61 OZB woningen
22,56% €
787.696
92,82% € 6.273.176
Taakveld 0.62 OZB niet-woningen
3,07% €
107.032
7,18% €
1,42% €
45.532
1,41% €
52.411 €
690.069
Taakveld 0.63 Parkeerbelasting
4,59% €
160.167
24,97% €
799.950
25,62% €
954.079 €
1.914.196
Taakveld 0.64 Overige belastingen
28,80% € 1.005.521
41,03% €
1.314.559
40,69% €
1.515.309 €
3.835.390
Taakveld 1.1
Crsisib. & Brandweer
0,00% €
-
0,00% €
-
0,00% €
-
Taakveld 1.2
Openbare Orde
0,01% €
244
0,05% €
1.494
0,05% €
1.703 €
3.440
Taakveld 2.1
Verkeer en vervoer
0,01% €
255
0,02% €
546
0,02% €
632 €
1.433
Taakveld 2.2
Parkeren
0,00% €
137
0,01% €
289
0,01% €
334 €
760
Taakveld 2.3
Recreatieve havens
0,00% €
-
0,00% €
16
0,00% €
18 €
34
Taakveld 3.3
Bedrijfsloket en regel.
0,03% €
903
0,07% €
2.135
0,07% €
2.597 €
5.635
Taakveld 3.4
Economische promotie
0,18% €
6.239
0,25% €
8.038
0,25% €
9.287 €
23.564
Taakveld 7.2
Riolering
23,56% €
822.718
10,73% €
343.772
10,63% €
395.775 €
1.562.265
Taakveld 7.3
Afval
15,71% €
548.670
10,80% €
345.917
10,69% €
398.236 €
1.292.823
Taakveld 7.5
Begraafplaatsen & Crem.
0,08% €
2.958
0,20% €
6.265
0,20% €
7.330 €
16.552
Taakveld 8.3
Wonen en Bouwen
1,41% €
49.223
0,24% €
7.797
0,24% €
9.051 €
66.071
100,00% €
3.204.155
100,00% €
3.724.224 €
17.178.411
Taakveld 0.2
Burgerzaken
Totaal
100,00% € 3.491.762
485.095
100,00% € 6.758.271
0,00% €
10
0,00% €
11 €
21
10,23% €
327.835
10,14% €
377.451 €
7.766.158
Begroting BghU 2023 en Meerjarenperspectief 2024-2026
€
-
28
3.3 Kapitaalgoederen De kapitaalgoederen van BghU bestonden uit investeringen in het ICT-landschap. Deze activa werden in 5 jaar afgeschreven. Aangezien het contract met de ICT leverancier conform de aanbestedingsvoorwaarden met 4 jaar werd verlengd tot mei 2022, zijn geen afschrijvingslasten meer opgenomen in de nieuwe begroting 2022 en het meerjarenperspectief 2023-2025. Doordat BghU in de aanbesteding 2023-2025 uit gaat van SaaS als leidend principe is dat ook niet nodig. De lasten worden opgevangen in de exploitatie.
Begroting BghU 2023 en Meerjarenperspectief 2024-2026
29
3.4 Financiering BghU mag alleen gelden aantrekken voor haar uitvoeringstaak. Dit betekent dat alleen geld wordt aangetrokken voor activiteiten die door het bestuur zijn goedgekeurd. Er vindt geen uitzetting van gelden plaats en er wordt ook geen gebruik gemaakt van financiële instrumenten (derivaten, opties en dergelijke). BghU is bij het aantrekken van vreemd (kort en lang) vermogen gehouden aan de financieringsvoorschriften zoals die zijn vastgesteld in de ”Wet Financiering decentrale overheden” (Wet Fido). BghU dient te voldoen aan de wettelijke kasgeldlimiet en renterisiconorm. Bij wet van 11 december 2013 tot wijziging van de Wet financiering decentrale overheden zijn decentrale overheden verplicht hun overtollige liquide middelen aan te houden in 's Rijks schatkist (verplicht schatkistbankieren). Schatkistbankieren houdt in dat decentrale overheden al hun overtollige middelen aanhouden in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Dit houdt in dat geld en vermogen niet langer bij bijvoorbeeld banken buiten de schatkist mogen worden aangehouden. Schatkistbankieren Het naleven van de BBV betekent onder andere dat een organisatie bij het aantrekken van vreemd (kort en lang) vermogen gebonden is aan de financierings-voorschriften zoals die zijn vastgesteld in de ”Wet Financiering decentrale overheden”.
BghU is dan ook verplicht om gebruik te maken van het schatkistbankieren. Schatkistbankieren houdt in dat instellingen hun liquide middelen aanhouden bij het ministerie van Financiën. Door gebruik te maken van schatkistbankieren verlaat publiek geld de schatkist pas op het moment dat de middelen benodigd zijn voor de uitvoering van een publieke taak. Men hanteert hierbij wel drempelbedrag. Het drempelbedrag is een gemiddelde per kwartaal. Het drempelbedrag is een minimumbedrag (afhankelijk van de omvang van de decentrale overheid) dat een organisatie gemiddeld buiten de schatkist mag houden. De drempel is gelijk aan 0,75% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen met een onder drempel van € 1.000.000 (besluit van juli 2021). BghU confirmeert zich aan deze drempel. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft de grens aan tot welk bedrag lagere overheden hun activiteiten met kort geld mogen financieren. Gemeenschappelijke regelingen mogen 8,2% van het begrotingstotaal financieren met kort geld. BghU heeft juridisch de mogelijkheid dit bedrag te lenen in een zogenaamde “kortgeld constructie”. Daar wordt geen gebruik van gemaakt en de verwachting is dat dit in de komende jaren zo blijft.
Liquiditeitspositie Met de deelnemende partijen is overeengekomen dat iedere deelnemer bij aanvang van een kwartaal vijfentwintig procent van de jaarlijkse bijdrage voldoet. Mocht BghU onverhoopt middelen tekort komen, dan beschikt BghU over een rekening courant krediet van € 3.000.000 bij de huisbank. Balanspositie per 2021 en meerjarenprognose Balans na resultaatbestemming 2020, voor resultaatbestemming 2021 2020
2021
Prognose 2022
Prognose 2023
Prognose 2024
Prognose 2025
Prognose 2026
VASTE ACTIVA Materiële Vaste Activa
€
312.132 €
1 €
VLOTTENDE ACTIVA Uitzettingen met rentetypische looptijd < 1 jaar Overlopende activa Liquide middelen
€ € €
4.062.000 € 826.538 € 304.728 €
5.648.710 € 936.807 € 251.158 €
5.000.000 € 800.000 € 500.000 €
5.000.000 € 800.000 € 500.000 €
5.000.000 € 800.000 € 500.000 €
5.000.000 € 800.000 € 1.000.000 €
5.500.000 800.000 1.000.000
€
5.505.399 €
6.836.676 €
6.300.000 €
6.300.000 €
6.300.000 €
6.800.000 €
7.300.000
€ €
105.870 € 1.321.870 € €
105.870 € 995.401 438.135
380.870 €
380.870 €
380.870 € €
380.870 € 500.000 €
380.870 1.000.000
€
259.350 €
201.976 €
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
Activa EIGEN VERMOGEN Algemene reserve Bestemmingsreserve Te bestemmen resultaat VREEMD VERMOGEN Voorziening VASTE PASSIVA Vaste schulden met rentetypische looptijd Onderhandse leningen van binnenlandse bank VLOTTENDE PASSIVA Netto vlottende schulden met rentetypische looptijd Passiva
-
€
-
€
€
-
€
-
-
€
3.818.309 €
5.095.295 €
5.919.130 €
5.919.130 €
5.919.130 €
5.919.130 €
5.919.130
€
5.505.399 €
6.836.676 €
6.300.000 €
6.300.000 €
6.300.000 €
6.800.000 €
7.300.000
Begroting BghU 2023 en Meerjarenperspectief 2024-2026
30
Bovenstaande tabel maakt inzichtelijk dat door het overgaan naar een SaaS-tenzij principe er niet meer in activa geïnvesteerd wordt. Dat betekent ook dat de liquiditeitspositie gelijk blijft. Materiële vaste activa heeft BghU straks vanaf 2021 dus niet meer. Voor de vlottende activa geldt dat de uitzettingen met rentetypische looptijd < 1jaar bestaan uit middelen die per eindejaar in de schatkist staan (over het algemeen de middelen die nog aan deelnemers moeten worden afgedragen) en het saldo liquide middelen. Dat is niet exact te voorspellen en daarom is een aanname gemaakt dat deze ongeveer waarden gelijk blijven. Hetzelfde geldt voor de overlopende activa. Aan de passivazijde van de balans is het eigen vermogen bij de huidige stand van zaken bevroren. Het te bestemmen resultaat wordt, bij positieve besluitvorming, aangewend voor een korting op de deelnemersbijdrage en voor het versterken van de algemene reserve. De verwachting is dat de bestemmingsreserve in eerste instantie volledig wordt benut. Vanaf 2025 wordt deze weer aangevuld. De netto vlottende schulden worden bevroren in de prognose: deze zijn sterk gekoppeld aan de uit te betalen bedragen aan deelnemers. De verwachting is dat de voorziening voor de proceskosten eenmalig eind 2022 niet meer terugkeert.
Begroting BghU 2023 en Meerjarenperspectief 2024-2026
31
3.5 Bedrijfsvoering In de paragraaf bedrijfsvoering benoemt BghU de belangrijkste ontwikkelingen in het kader van haar bedrijfsvoering. De ontwikkelingen die BghU hier weergeeft, vloeien grotendeels voort uit eerder gemelde voornemens uit de Kadernota 2023-2026. ICT ontwikkeling Waar 2022 in het teken staat van de overgang naar een nieuw applicatielandschap voor de kernapplicaties van BghU, daar staat 2023 in het teken van het optimaliseren van de werkprocessen in die nieuwe kernapplicaties. Parallel werkt BghU in 2023, zoals omschreven in de Kadernota 2023-2026, aan de overgang voor kantoorautomatisering en hosting. Die staat voor ultimo 2023 op de rol. In 2022 zal worden gestart met de voorbereidingen voor het aanbestedingstraject van de hosting en kantoorautomatisering, waarbij de nadruk zal liggen op veilige cloud-computing en cloud-storage en optimalisatie van contract/SLA-management tussen BghU en PaaS/IaaS-leveranciers. Implementatie zal plaatsvinden in 2023 en uiterlijk 1-1-2024 zal de organisatie werken op een nieuw platform voor hosting, ontsluiting en kantoorautomatisering. Fysieke netwerkvoorzieningen (WAN/LAN/WLAN) blijven belegd bij de eigenaar van het kantoorpand, waarin BghU is gevestigd (gebouwgebonden dienstverlening). BghU hanteert het principe ‘cloud, tenzij’.
Ook na implementatie van de nieuwe applicaties zal, in samenwerking met leveranciers en dienstverleners, blijvend worden gestreefd naar een volledige cloudoplossing, daar waar dit ten tijde van implementatie wellicht nog niet mogelijk was. Een nieuwe infrastructuur heeft impact op de gehele organisatie en vereist een gedegen voorbereiding. Voor het voorbereidend traject (advies) en de implementatiefase is de verwachting dat extra ondersteuning benodigd zal zijn. Voor 2022 zijn hier voor middelen voorzien, voor 2023 wordt bij het opstellen de behoefte afgezet tegen de beschikbare middelen op basis van de meerjarenraming. In de begroting 2023 is een bedrag van € 437.000 gereserveerd voor eenmalige transitielasten, die we betrekken bij de update van het bestedingsplan van de reserve die voor 2022 in de boeken staat. Personeel Strategisch HR-beleid De komende jaren zal BghU te maken krijgen met in-en externe ontwikkelingen die invloed hebben op het personeelsbestand van BghU. Hierbij valt o.a. te denken aan digitalisering en robotisering, het steeds groeiende belang van data, een krapper wordende arbeidsmarkt, en uitstroom van pensioengerechtigden. Verwachting is dat deze ontwikkelingen o.a. gevolgen hebben voor de inhoud van functies, (gevraagde) kennis, vaardigheden en competenties van medewerkers en de arbeidsmarktbenadering.
Om in te spelen op de ontwikkelingen zal het strategisch HR-beleid zich hier de komende jaren op richten. In 2022 zullen we d.m.v. strategische personeelsplanning hiervoor de basis leggen. Dit is een instrument om het huidige personeelsbestand in kwalitatieve en kwantitatieve zin af te zetten tegen hetgeen in de toekomst nodig is en vervolgens te bepalen welke acties ondernomen dienen te worden om dit te realiseren. Een belangrijk HR-thema voor nu en de komende jaren uitgelicht: In een steeds veranderende maatschappij en gezien bovengenoemde ontwikkelingen is het noodzakelijk om wendbaar te blijven. Het continu blijven leren en ontwikkelen is dan ook een belangrijk HR-thema, voor nu en de toekomst. Binnen dit kader wordt veel aandacht besteed aan opleiding- en ontwikkeling. Zo worden kennissessies georganiseerd, zijn de meeste WOZ-taxateurs opgeleid tot NRVT-taxateur, volgen medewerkers individuele opleidingen, etc. Ook investeert BghU in het opleiden en begeleiden van stagiaires (zijn een erkend leerbedrijf), trainees en young potentials. BghU vindt het namelijk belangrijk te investeren in de potentiële medewerker van de toekomst, maar ook om van de jongere generatie te leren. Vanaf 2022 zal ook geïnvesteerd worden in opleidingen rondom datagedreven-werken, klantbenadering, etc.
Met de komst van een nieuwe belastingapplicatie zullen in 2022 een groep medewerkers de rol van keyuser op zich nemen. Dit betekent dat zij, na een opleiding van de leverancier, collega’s zullen opleiden en begeleiden m.b.t. het nieuwe systeem. In 2022 en de jaren daarna worden ook talentenonderzoek en coaching voortgezet. Hiermee wordt inzicht verkregen in de talenten van individuele medewerkers en van teams en kunnen deze talenten optimaal benut worden. Jaarlijks wordt een opleidings-en ontwikkelingsplan opgesteld die bijdraagt aan de ambitie van de organisatie en de ontwikkelingen die op de organisatie afkomen.
Begroting BghU 2023 en Meerjarenperspectief 2024-2026
32
In de komende jaren zal BghU blijven investeren in (het stimuleren) van leren en ontwikkeling. CAO Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties De cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (SGO) is van toepassing. In januari 2022 is een nieuwe cao afgesloten. Enkele belangrijke punten uit de nieuwe cao: • • • • • •
De cao geldt voor 2 jaar: 2021 en 2022. De salarissen stijgen met ingang van 1 december 2021 met 1,5%, en per 1 april 2022 met 2,4%. Medewerkers krijgen een eenmalige corona-onkostenvergoeding van € 300,- en een eenmalige uitkering van € 900,- (beide bedragen zijn bruto en naar rato dienstverband). Medewerkers krijgen in 2022 een thuiswerkvergoeding van € 2,- per thuis gewerkte dag. Er zijn afspraken gemaakt over het harmoniseren van de verlofdagen met ingang 2023. Het is mogelijk om meerjarig verlof te sparen.
Informatiebeveiliging en zekerheid Door de inzet van het vernieuwen van onze (ICT-)processen, -applicaties en –systemen. Hiervoor gaat BghU een BIO gap-analyse uitvoeren om in kaart te brengen wat er moet gebeuren om aan de BIO te voldoen. Om nu en in de toekomst over betrouwbare, veilige informatievoorziening te beschikken. In de kadernota is voor deze reden (het verwerken van de resultaten uit de GAP Analyse 2022 en eventuele intensiverende BIO maatregelen) een reservering opgenomen voor 2023 die we met deze begroting invullen op € 10.000 incidenteel. Dit bedrag wordt gedekt uit de reguliere projectgelden. Archief In 2021 is er door een extern bureau een risicoanalyse opgesteld en BghU heeft daarmee de verbeterpunten geprioriteerd, zodat we per onderdeel gestructureerd stappen kunnen zetten en de organisatie steeds beter kan voldoen aan de eisen die het informatiebeheer stelt. Vanuit het capaciteitsplan is er inzichtelijk gemaakt wat er nodig is om het informatiebeheer goed te kunnen uitvoeren, in zowel capaciteit en kennis. Ook is er in 2021 een stevig fundament gelegd onder een handboek vervanging. De organisatie moet nog stappen gaan zetten in het documentenbeheer – bijvoorbeeld het aanschaffen van een Document Management System (DMS). In 2023, wanneer de nieuwe systemen draaien, zal er kennis moeten worden ingehuurd om het handboek vervanging te voltooien.
Dit is nodig om een vervangingsbesluit op te kunnen stellen. Met als doel: het reduceren van de opslag van fysieke documenten. Financiën & control Voor 2023 geldt dat met name het verder versterken van de rechtmatigheidsverklaring en het in control framework prioriteit krijgt. De financiële beheersorganisatie is stabieler na afronding van de gehele aanbestedingsprocedure en de inbedding van de langlopende contracten, waardoor ruimte ontstaat voor het versterken van het in control zijn op rechtmatigheidsaspecten. Met ingang van 2022 geldt het nieuwe inkoop- en aanbestedingsbeleid en de verwachting is dat in de periode 2022-2023 de gehele BghU daar de bedrijfsvoeringsprocessen op aanpast om volledig compliant te zijn. Nadat de nieuwe applicatie is ingericht, kan ook de procescontrol en applicatiecontrol verder worden versterkt.
Begroting BghU 2023 en Meerjarenperspectief 2024-2026
33
3.6 Paragraaf verbonden partijen Een verbonden partij is een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin BghU zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft. BghU kent als zelfstandige organisatie geen verbonden partijen. BghU voert haar taken uit voor de volgende deelnemende gemeenten en voor het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. BghU is voor deze deelnemers een verbonden partij door het bestuurlijke en financiële belang.
Gemeente Bunnik
Gemeente De Bilt
Gemeente Houten
Gemeente Lopik
Gemeente Nieuwegein
Gemeente Stichtse Vecht
Gemeente Utrecht
Gemeente Utrechtse Heuvelrug
Gemeente Zeist
Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden
Begroting BghU 2023 en Meerjarenperspectief 2024-2026
34
3.7 Grondbeleid Grondbeleid is een middel om ruimtelijke doelstellingen op het gebied van de volkshuisvesting, lokale economie, natuur en groen, infrastructuur en maatschappelijke voorzieningen te verwezenlijken. BghU heeft geen invloed op het grondbeleid van haar deelnemers. Om deze reden is de paragraaf Grondbeleid niet van toepassing.
Begroting BghU 2023 en Meerjarenperspectief 2024-2026
35
Vaststellingsbesluit
Besluit: 1. 2.
De Ontwerpbegroting BghU 2023, inclusief meerjarenperspectief 2024 - 2026 vast te stellen; De Ontwerpbegroting 2023, inclusief meerjarenperspectief 2024 - 2026 ter zienswijze aan te bieden aan de besturen van het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden en de gemeenten Utrecht, De Bilt, Bunnik, Houten, Lopik, Nieuwegein, Zeist, Utrechtse Heuvelrug en Stichtse Vecht en de provincie Utrecht.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het bestuur BghU van 30 maart 2022, te Utrecht.
Het Bestuur van BghU,
de voorzitter
de directeur,
J.C.H. Haan
M. Vrisou van Eck
Begroting BghU 2023 en Meerjarenperspectief 2024-2026
36
Bijlage A – Bijdrage verordening art. 40 GR In artikel 40 van de Gemeenschappelijke Regeling is bepaald dat het Bestuur een bijdrage-verordening vaststelt met daarin de methode en richtlijnen voor de kostenverdeelsleutel. De uitgangspunten zoals vermeld in deze verordening zijn gehanteerd bij het opstellen van de jaarlijkse deelnemersbijdragen. Eventuele aanbevelingen vanuit de evaluatie van de kostenverdeelsleutel zijn in deze verordening nog niet verwerkt. a.
Uitgangspunt is het gezamenlijk te realiseren maatschappelijk voordeel en de in dat kader benodigde solidariteit.
b.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen een basispakket en een pluspakket.
c.
Het basispakket wordt door alle deelnemers afgenomen, uitgezonderd het onderdeel waardering voor de OZB, dat niet door Hoogheemraadschap wordt afgenomen. Het Hoogheemraadschap deelt via afdrachten aan het ministerie van BZK indirect mee in de kosten voor waarderen.
d.
De kosten voor het basispakket worden verdeeld volgens een verdeelsleutel die zowel voldoet aan de voorwaarden voor btw-vrijstelling voor de dienstverlening van de BghU aan haar deelnemers, áls aan de voorwaarden voor het doorschuiven van de inkoop-btw aan gemeenten. Deze laatste voor zover het gaat om diensten die gemeenten afnemen in hun rol als overheid. Een en ander betekent dat de kosten van het basispakket verdeeld worden op basis van een vaste verdeelsleutel en uitdrukkelijk niet op basis van tarieven.
e.
De vaste verdeelsleutel is zowel van toepassing op de bepaling van de deelnemersbijdrage begrotingsbasis als op de verrekening van het rekeningresultaat. Daarbij geldt dat verschillen tussen begroting en rekening in eerste instantie worden verevend met behulp van de algemene reserve. Dit betekent dat een eventueel negatief rekeningresultaat automatisch resulteert in een taakstelling voor de BghU en dat een positief rekeningresultaat de buffer creëert die nodig is om bijvoorbeeld de financiële effecten van afwijkende volumeontwikkelingen te kunnen dempen en/of om de aansluiting van nieuwe toetreders c.q. aanvullende voorzieningen op grond van ontwikkelingen in wet- en regelgeving te kunnen bekostigen.
f.
De kostenverdeelsleutel is gebaseerd op het principe van “de gebruiker betaalt”, met inachtneming van de bestuurlijke afspraken die in het kader van de toetreding gemaakt zijn. Dit betekent dat de omvang van de werklast van de deelnemers uitgangspunt is voor het verdelen van de kosten en dat de kosten van de werklast worden geraamd op bedrijfseconomisch algemeen aanvaarde gronden.
g.
De raming van de werklast, de kosten van de werklast en de daaruit af te leiden kostenverdeelsleutel zullen - met in achtneming van de gemaakte bestuurlijke afspraken - in het perspectief van het principe “de gebruiker betaalt” periodiek worden herijkt naar aanleiding van de gerealiseerde werklast zoals deze blijkt uit de meest recente vastgestelde jaarrekening.
h.
Binnen het basispakket wordt onderscheid gemaakt naar de volgende werklastbepalende factoren: • • • • •
i.
het aantal WOZ-objecten voor de verdeling van de kosten van het WOZ–proces; het aantal aanslagregels voor de verdeling van de kosten van het proces gegevensbeheer en heffen; het aantal vorderingen voor de verdeling van de kosten van het daadwerkelijk innen van de belastingen, waaronder begrepen de handelingskosten m.b.t. kwijtschelding; het aantal inwoners voor de verdeling van de kosten van het klantcontact (afhandelen webformulieren, e-mails, telefoontjes, brieven, baliebezoeken, etc.); het aantal bezwaren en beroepen voor de verdeling van de kosten van bezwaar en beroep.
Het pluspakket bestaat vooralsnog uit de onderdelen parkeren, leges en BAG. De kosten die met het pluspakket samenhangen worden direct toegerekend aan de betreffende deelnemer, en vallen buiten de kosten die door middel van de kostenverdeelsleutel aan de deelnemers worden toegerekend.
Begroting BghU 2023 en Meerjarenperspectief 2024-2026
37