Notulen vragenuur 9 januari 2025
Tekst van het document
2025 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur 9 januari 2025 Vragenuur, gehouden op donderdag 9 januari 2025 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Stylianou. Aanwezig zijn de leden: Hessel, Meerding, Raaijmakers, Van Steeg en Vermeulen. Voorts is aanwezig het commissielid: Van Straalen. Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Eerenberg en Voortman. Griffier: de heer Corten.
Opening van het vragenuur. De voorzitter: Van harte welkom bij het eerste vragenuur van 2025. De beste wensen nog voor de mensen die hier op de publieke tribune zitten, die online met ons meekijken, en natuurlijk de
raadsleden, de wethouders en de griffier. We hebben vandaag vier vragen op de agenda staan, en
daar gaan we mee beginnen. De eerste vraag is over het noodfonds energie, ingediend door de PvdA en GroenLinks. Ik geef het woord aan mevrouw Raaijmakers.
1. Mondelinge vragen van de fracties van de PvdA en GroenLinks over Stoppen noodfonds energie. Mevrouw Raaijmakers (PvdA): Voorzitter. Dank u wel en ook aan u natuurlijk nog de beste wensen.
Talloze huishoudens raken in financiële problemen nu het noodfonds voor de energierekening voor 2025 is gestopt. In 2023 en 2024 konden huishoudens die moeite hadden met het betalen van hun
energierekening financiële steun krijgen via dit fonds. Het kabinet heeft in december aangekondigd mogelijkheden te verkennen om ook in 2025 huishoudens te ondersteunen, maar het is nog niet
duidelijk wat de vervolgstappen zijn. Een van de opties is om geld via gemeenten naar huishoudens in nood door te sluizen. Maar huishoudens in de knel kunnen hier niet op wachten. Daarom hebben wij de volgende vragen aan het college.
1. Heeft het college zicht op hoeveel huishoudens uit Utrecht eerder steun ontvingen uit dit fonds en geraakt worden door het besluit?
2. Welke mogelijkheden ziet het college om deze huishoudens te ondersteunen?
3. Is het college in gesprek met het Rijk om aan te dringen op een oplossing voor dit probleem? Het Rijk heeft 60 miljoen euro gereserveerd voor het ondersteunen van huishoudens die moeite hebben met het betalen van de energierekening in 2025.
Vragenuur van 9 januari 2025 4. Indien dit geld via gemeenten beschikbaar wordt gesteld, hoe gaat het college ervoor zorgen dat het geld zo snel mogelijk bij de huishoudens in de knel terechtkomt?
De voorzitter: Dan geef ik het woord aan wethouder Voortman voor de beantwoording. Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter. Dank aan de fracties van GroenLinks en de PvdA voor deze vragen en aan mevrouw Raaijmakers. Zij vroeg of wij zicht hebben op hoeveel huishoudens
eerder steun ontvingen uit dit fonds. Dat inzicht hebben wij. Het noodfonds energie was in 2024 geopend tussen januari en eind maart. In die periode hebben 3888 Utrechtse huishoudens een
aanvraag gedaan. Daarvan zijn er 2100 goedgekeurd, en het gemiddelde steunbedrag was ongeveer
80 euro per maand. Wie zich afvraagt hoe het kan dat wij dit zo precies en snel weten: die cijfers zijn te raadplegen via een dashboard van het noodfonds energie.
Dan de tweede vraag, welke mogelijkheden wij zien om deze huishoudens die gebruikmaakten van het fonds te ondersteunen. Wij zetten in op verduurzaming, want minder energieverbruik betekent
natuurlijk ook lagere kosten. Zo organiseren we inkoopacties waarmee bewoners tegemoetkomingen
of volledige vergoedingen voor isolatiemaatregelen kunnen krijgen. Ook gaan we in buurten met veel
huurwoningen langs met een energiecoach en een energiebox om tips te geven en kleine besparende maatregelen aan te bieden. Daarnaast kunnen inwoners met een laag inkomen en hoge
energiekosten door bijzondere omstandigheden – bijvoorbeeld als het gaat om een slecht
geïsoleerde woning of chronische ziekte – bijzondere bijstand aanvragen. Daarbij kijken we ook naar
de persoonlijke situatie van mensen en brengen we deze ook in contact met energiecoaches. Wel zijn de inkomens- en vermogensvoorwaarden voor bijzondere bijstand strenger dan voor het noodfonds energie.
Dan de vraag of wij in gesprek zijn met het Rijk om een oplossing voor het probleem te vinden. Wij zijn niet specifiek in gesprek met het Rijk over een nieuw noodfonds energie. Het kabinet heeft dat onderzocht en geconcludeerd dat het juridisch en financieel niet haalbaar is. Wat wel speelt, is het Social Climate Fund van de Europese Commissie. Dat fonds is bedoeld om huishoudens met lage inkomens te ondersteunen bij hoge energie- en vervoerskosten. Samen met de VNG, de G4 en
andere gemeenten lobbyen we bij het Rijk om deze middelen via gemeenten beschikbaar te maken. Ons doel daarbij is om structurele maatregelen te realiseren, zoals woningisolatie, die mensen juist op de lange termijn echt helpen.
Meer in het algemeen wil ik zeggen dat het niet per se een goede oplossing is om een
tekortschietend inkomensbeleid – dat is hier namelijk ook aan de hand – steeds te compenseren met een pleister voor iedere aparte kostenpost. Energiearmoede los je niet op met een energiefonds.
Dan de vierde vraag, hoe we ervoor zorgen dat het geld dat via gemeenten beschikbaar zou komen, snel bij huishoudens in de knel terechtkomt? Het is nog onduidelijk of er geld naar gemeenten gaat
en onder welke voorwaarden. De wijze waarop het beschikbaar wordt gesteld aan huishoudens hangt sterk af van de kaders die het Rijk stelt. Op dit moment bieden bestaande regelingen geen ruimte
voor een generieke uitkering, zoals dat wel het geval was bij de eenmalige energietoeslag in 2022 en 2023.
De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog aanvullende vragen? Ik zie er geen. De indiener? Mevrouw Raaijmakers (PvdA): Dat zijn dus 2100 huishoudens in Utrecht die dit jaar bijna € 1000
tekortkomen. Hebben we ook zicht op wie dit zijn en zouden we hen proactief kunnen benaderen?
2
Vragenuur van 9 januari 2025 Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter. Die gegevens hebben we niet. Ik moet er wel bij zeggen dat het noodfonds energie vrij ruim was opgezet: huishoudens tot een inkomen van 200% van het
sociaal minimum konden daar een beroep op doen. We hebben dus geen specifiek zicht op wie deze huishoudens zijn. Daarnaast mag die informatie, volgens mij, niet zomaar gedeeld worden. De voorzitter: Dan gaan we door naar de volgende vraag. 2. Mondelinge vragen van de fracties van ChristenUnie, VVD en CDA over Jaarwisseling Kanaleneiland.
De heer Van Straalen (ChristenUnie): Voorzitter. In de dagen rond de afgelopen jaarwisseling ging het in Kanaleneiland enorm mis. Door brandstichting, ingegooide ruiten, illegale straatraces en zwaar vuurwerk terroriseerde een kleine groep relschoppers de wijk. Dit zorgde voor een gevoel van
wetteloosheid en onveiligheid. Daarnaast werden hulpverleners bekogeld met zwaar vuurwerk en belaagd. Dit is natuurlijk compleet onacceptabel. Naast het veroordelen van deze zinloze
geweldsuitbarsting willen wij onze dank uitspreken richting alle hulpverleners die zich hebben
ingezet voor een goede en gemoedelijke jaarwisseling. Politie, brandweer en medisch personeel,
maar ook buurtvaders en andere verbindingspersonen, mogen niet vergeten worden. Zij staan daar voor ons allemaal. Maar in plaats van oliebollen en de beste wensen kregen zij te maken met
vuurwerk en verwensingen. Het almaar toenemende geweld tegen deze mensen is onacceptabel en moet stoppen.
Daarom heeft de ChristenUnie, mede namens de VVD en het CDA, de volgende vragen.
1. Hoe kon de situatie zo uit de hand lopen, ondanks een brede inzet voor en tijdens de jaarwisseling?
2. Wat kan het college zeggen over de strafrechtelijke vervolging van de daders, met name van degenen die hulpverleners belaagden?
3. Buurtvaders en andere bewoners gaven aan vooraf signalen te hebben ontvangen dat het uit de hand zou lopen. Hebben deze signalen de driehoek bereikt, en wat is daarmee gedaan?
4. Omwonenden spraken over gerichte acties waarbij zij vermoedden dat de daders niet uit de wijk zelf kwamen. Herkent het college dit beeld, en zo ja, hoe kan dit worden verklaard?
5. de ongeregeldheden zorgden voor een sterk gevoel van onveiligheid onder bewoners. Welke acties onderneemt het college om dit gevoel weg te nemen?
De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de burgemeester voor de beantwoording. Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter. Hartelijk dank. Ook dit jaar was de jaarwisseling een behoorlijke opgave voor alle veiligheidspartners in de stad. Ik kan u verzekeren dat we altijd
proberen om zo goed mogelijk voorbereid te zijn. Dat brandweer en politie tijdens hun werk
bekogeld zijn met zwaar vuurwerk en we uiteindelijk de inzet van de ME nodig hebben gehad om
hulpverleners hun werk te laten doen, gaat inderdaad alle perken te buiten. U weet dat er elk jaar na de jaarwisseling, aan het eind van januari, een brief wordt verstuurd waarin we hierop terugkomen. Daar zullen we ook nog nader op ingaan.
Op 31 december is de situatie op de Marshalllaan aan bod gekomen. De signalen van bewoners zijn
besproken. De zogenaamde hotspots worden meestal langere tijd van tevoren in beeld gebracht. Tot enkele dagen voor de jaarwisseling was de Marshalllaan echter nog niet als hotspot aangemerkt. Deze locatie kwam pas in een vrij laat stadium in beeld.
3
Vragenuur van 9 januari 2025 De stadsmakers, veiligheidspartners en jongerenwerkers hebben deze locatie daarom alsnog extra
meegenomen in hun rondes. Zij zijn veel in de wijk geweest en hebben jongeren aangesproken. Vaak werkt deze de-escalerende aanpak ook goed. We hebben dat op andere plekken in de stad wel zien
gebeuren. Maar de hoeveelheid en hevigheid van het vuurwerk maakten het voor de jongerenwerkers en buurtvaders onmogelijk om nog effectief te handelen. Zoals gezegd, werden op de Marshalllaan ook hulpdiensten bestookt met zwaar vuurwerk. Daarom was de inzet van de ME noodzakelijk.
De tweede vraag gaat over de strafrechtelijke vervolging van daders. Dit is uiteindelijk een zaak van het OM, maar als uitgangspunt wordt een drievoudig hogere strafeis gehanteerd bij zaken die
betrekking hebben op een veilige publieke taak. Ook geeft het OM prioriteit aan dit type zaken. De
jaarwisseling wordt door het OM beschouwd als een evenement waarbij een hogere strafeis geldt. Wij kijken momenteel met onze juristen naar aanvullende mogelijkheden voor bestuurlijke maatregelen. Ik denk hierbij aan het opleggen van gebiedsverboden. Ik kom daar later nog op terug.
Dan de derde vraag. Zoals gezegd, zijn de hotspots in Kanaleneiland voorafgaand aan de
jaarwisseling besproken in de driehoek. Op dat moment waren er echter nog geen concrete signalen dat het specifiek op de Marshalllaan uit de hand zou lopen. In de laatste twee dagen voor de
jaarwisseling was er echter sprake van veel vuurwerkoverlast op deze locatie. Dit is gedeeld met de wijkagenten van Kanaleneiland. Er waren beelden beschikbaar, en meerdere jongeren zijn
voorafgaand herkend. Ook zijn er gesprekken gevoerd met ouders om hen aan te sporen hun
kinderen binnen te houden. De wijkagenten hebben aanvullend een oproep gedaan in de WhatsAppgroep van Kanaleneiland. Er is dus wel degelijk actie ondernomen, maar helaas is dit niet voldoende gebleken om de escalatie te voorkomen.
De vierde vraag: herkennen we het beeld dat er ook mensen van buiten de wijk betrokken waren? Ja,
deels herkennen we dat. De stadsmakers en jongerenwerkers geven aan dat er ook overlastgevers uit andere wijken aanwezig waren, vaak met de auto. Het leek erop dat groepen het op elkaar hadden gemunt en dat zij met zwaar vuurwerk over en weer op elkaar schoten. Toen hulpdiensten
arriveerden, werden deze vervolgens doelbewust met zwaar vuurwerk bekogeld. Het is belangrijk om te vermelden dat de personen die zijn aangehouden allemaal afkomstig zijn uit Kanaleneiland.
Afrondend. Ik begrijp heel goed dat dit soort ongeregeldheden – of beter gezegd, geweldsexplosies
– een enorme impact hebben op de bewoners van de wijk. Daarom organiseren we op 16 januari een bijeenkomst voor bewoners. Tijdens deze bijeenkomst kunnen de mensen die in de wijk werken, zoals jongerenwerkers en stadsmakers, samen met bewoners in gesprek gaan. Het doel is om
ervaringen en zorgen te bespreken en te kijken hoe we in de toekomst beter kunnen samenwerken. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Meerding? Mevrouw Meerding (VVD): Voorzitter. Ik hoor de burgemeester zeggen dat dit jaarlijks een
behoorlijke opgave is. Maar het beeld van de VVD is dat het dit jaar toch echt wel extremer was dan in voorgaande jaren. Ondanks het feit dat we elk jaar het uiterste proberen te doen, is het dit jaar blijkbaar niet goed gelukt. Kan de burgemeester daarop reflecteren en aangeven of zij dit beeld deelt?
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter. Ik denk dat je, als je tot twee keer toe de ME moet
inzetten op zo'n avond, in vergelijking met jaren waarin dat niet nodig was, kunt zeggen dat het
grimmiger was. Het gaat niet alleen om de hoeveelheid incidenten, maar vooral om de aard ervan.
Dat er op een gegeven moment zwaar vuurwerk in een brandweerauto is beland, is natuurlijk echt
ongelooflijk. Aan de voorkant hebben we heel veel gedaan, zoals de hotspotbenadering, het gericht
4
Vragenuur van 9 januari 2025 inzetten van jongerenwerkers en politie, om dit soort geweld te voorkomen. Tegelijkertijd hebben
we, zowel in Utrecht als in andere grote steden, gezien dat het geweld dit jaar heftig was. Mijn beeld is ook dat het grimmiger was.
Mevrouw Meerding (VVD): Dan ben ik benieuwd: gaan we daar als gemeente iets mee doen? Wordt er gekeken naar een trend, en hoe we daarmee moeten omgaan? Wat gaan we volgend jaar anders doen? Komt er een andere aanpak?
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Ja, we gaan hier zeker iets mee doen. We evalueren deze avonden
altijd met alle partners. Daarom is bijvoorbeeld zo’n bewonersgesprek ook belangrijk, om van hen te horen wat ze hebben gezien en wat we daarvan kunnen leren.
We hebben dit jaar voor het eerst jongeren waarvan bekend is dat ze vaak betrokken zijn bij geweld, preventief een last onder dwangsom toegezonden. Dat is een voorbeeld van een maatregel die we
aan de voorkant hebben genomen. Wij blijven voortdurend nadenken over verdergaande maatregelen om geweld te voorkomen. Ik ben het zeer eens met mevrouw Meerding dat we opnieuw naar aanvullende stappen moeten kijken.
Mevrouw Meerding (VVD): Dank, voorzitter. Om het af te ronden en van alle vragen af te zijn: wordt dan ook de toename van het aantal autobranden meegenomen? Dat vond ik namelijk een schrikbarend cijfer.
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Ja, dat vond ik ook. We zagen dat we daarmee in de buurt
kwamen van de regio Rijnmond, die toch aanzienlijk groter is dan Utrecht. Dat cijfer moeten we
zeker meenemen in de evaluatie. We zullen naar het totale plaatje kijken, inclusief alle vormen van
geweld en vernieling. Zoals gezegd, ontvangt u eind januari een brief waarin we onze bevindingen en eerste plannen uiteenzetten.
De heer Van Steeg (CDA): Voorzitter. Dank voor de antwoorden van de burgemeester. De
burgemeester zei dat er ook groepen uit andere wijken naar Kanaleneiland kwamen en dat er
gewelddadigheden waren tussen verschillende groepen. Kan de burgemeester hier nog nader op ingaan?
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter, het is nog te vroeg om hier uitgebreid op in te gaan.
Dit is een onderwerp dat we in de driehoek nog verder willen bespreken. U bent er vroeg bij dit jaar met uw mondelinge vragen, en we zijn deze zaken nog aan het analyseren. Ik begrijp de relevantie
van uw punt, en ik zorg ervoor dat dit onderwerp in de brief die u eind januari ontvangt, uitgebreid aan bod komt.
De heer Van Steeg (CDA): Dank. Wat ik daarbij ook relevant vind, is de digitale component. Sociale
media spelen vaak een rol, zeker als groepen elkaar online oproepen tot geweld. Wat betekent dit, en hoe wordt dit meegenomen in de analyse?
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Ja, voorzitter, dat is een terechte vraag. De analyse van wat er precies gebeurde tussen groepen, wie van buiten kwamen en waarom, moet ook deze sociale
mediacomponent meenemen. Dit wordt een integraal onderdeel van onze evaluatie. Ik zal er in de brief specifiek aandacht aan besteden.
5
Vragenuur van 9 januari 2025
De heer Van Steeg (CDA): Dank. Tot slot nog één vraag. We hebben eerder rellen gehad in
Kanaleneiland. Naar aanleiding daarvan is een sociale mediastrategie opgezet die destijds goed werkte. Wordt die strategie nu ook opnieuw bekeken?
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Ja, voorzitter. Dat is een goede vraag. We zullen in onze evaluatie
niet alleen kijken naar wat op sociale media is gebeurd, maar ook naar de effectiviteit van bestaande strategieën. Als de eerdere aanpak goed heeft gewerkt, is het belangrijk om te zien of en hoe we die opnieuw kunnen inzetten of verbeteren. Dit punt neem ik mee in onze analyse en de brief.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair): Kan de burgemeester zich erin vinden dat het heel frustrerend is voor Utrechters dat we de ergste vuurwerkavond ooit hebben, terwijl er dik vijf ton voor een
burgerberaad is met betrekking tot het verbod van vuurwerk en er allerlei feestjes worden gegeven? Mevrouw Dijksma (burgemeester): Ik vind het met heel veel Utrechters frustrerend dat het, hoewel het in delen van de stad relatief rustig is gebleven, op een aantal plekken zo extreem uit de hand
loopt en dat daarbij de mensen die namens ons allemaal op zo’n avond aan de slag zijn, met gevaar voor eigen leven worden bedreigd. Dat zware vuurwerk is namelijk gewoon een wapen dat wordt
ingezet. Dat is zeer frustrerend en dat kan ik die zin goed onderschrijven. Dat gevoel deel ik wel. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair): Mijn vraag was ook of de burgemeester het niet zonde vindt van dat miljoen euro en of dat niet beter besteed had kunnen worden.
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Dat vind ik een te snelle conclusie voor een veel groter punt van
discussie. Het burgerberaad heeft gezegd wat de nieuwe norm moet worden rond vuurwerk in deze stad. De raad heeft dat in meerderheid omarmd, via een democratisch genomen besluit, en heeft vastgesteld dat er alternatieven moesten worden georganiseerd. Die zijn niet gratis.
Ik wil erop wijzen dat bijvoorbeeld het feest op het Jaarbeursplein succesvol was. Het is niet fair om wat daar goed ging volledig te laten overschaduwen door de incidenten die elders in de stad uit de hand liepen. Voor mij zijn dat twee verschillende discussies.
De heer Van Straalen (ChristenUnie): Voorzitter. Dank aan de burgemeester voor haar heldere
afkeuring van wat heeft plaatsgevonden. Ik denk dat het belangrijk is om hier lessen uit te trekken
en het veiligheidsgevoel in de wijk te herstellen. Mijn vraag is: kunt u buurtvaders en sleutelfiguren in de wijk nadrukkelijker betrekken? Zij voelen en weten vaak als geen ander wat er speelt.
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter. Ik geloof niet dat er iemand in deze zaal is die zegt dat het wel meeviel of zich er niets van aantrekt. De raad mag van mij verwachten dat ik mij hier stevig over uitspreek. Juist onze bondgenoten, zoals de buurtvaders en sleutelfiguren, zijn ongelooflijk
belangrijk. Zij investeren veel tijd en energie, vaak vrijwillig, in hun wijk. Het is essentieel dat we niet
alleen goed naar hen luisteren en hen zien, maar ook dat we hun werk blijven waarderen, ook als het niet altijd het gewenste effect heeft.
De voorzitter: Ik zie geen vervolgvragen. Dan gaan we door naar de volgende vragenset.
6
Vragenuur van 9 januari 2025 3. Mondelinge vragen van de fracties van GroenLinks, PvdA, DENK en EenUtrecht over Is er na de kerstvakantie nog een schoollunch?
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks): Voorzitter. Net voor de kerstvakantie ontving onze fractie
berichten van enkele bezorgde leerkrachten, scholen en leveranciers over het plotseling stopzetten van de subsidie voor de schoollunch. Het was onverwacht en zorgde voor onrust. Partijen lieten weten ontevreden te zijn over de doorlooptijd van het proces, het gebrek aan transparantie, de
onduidelijke criteria voor subsidieverlening en de onvoldoende samenwerking tussen publieke en private partijen.
Samen met de fracties van de Partij van de Arbeid, DENK en Utrecht Een hebben wij de volgende vragen opgesteld:
1. Herkent het college de bovengenoemde signalen? Realiseert het college zich dat door deze
ervaringen het draagvlak voor deelname aan het programma Gezond Leren op School afneemt?
2. Hoe kan het dat, ondanks de extra bijdrage die bij de voorjaarsnota is vrijgemaakt, verschillende scholen die al langer lunches aanbieden nu verrast werden door het feit dat ze geen subsidie meer krijgen voor 2025, terwijl ze hier wel op rekenden?
3. Hoe kan het dat scholen pas in de week voor de kerstvakantie te horen kregen dat ze geen subsidie meer zouden ontvangen?
4. Ook vorig jaar verliep het proces rondom subsidieverlening rommelig, wat toen al voor onvrede
zorgde. Er was afgesproken het proces dit jaar te verbeteren. Hoe komt het dat dit toch weer mis is gegaan en welke lessen trekt het college hieruit voor de toekomst?
5. Gaat het college dit jaar stappen zetten om de samenwerking tussen publieke en private partijen te verbeteren, zodat scholen structureel van lunches kunnen worden voorzien?
De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter. Ik wil graag eerst in algemene zin iets zeggen over dit proces en zal daarmee een groot deel van de vragen hebben beantwoord. Ik heb zelf een dubbel
gevoel over hoe dit proces is verlopen. Aan de ene kant is het goed nieuws dat we nu twaalf scholen kunnen ondersteunen met schoollunches, terwijl dat voorheen slechts tien scholen waren. Aan de andere kant moeten we helaas ook scholen teleurstellen. We weten dat er in totaal 42 scholen in onze stad zijn die eigenlijk in aanmerking zouden moeten komen voor deze ondersteuning.
Het proces rond het einde van het jaar is, zoals ik het zie, een botsing tussen de systeemwereld en
de bedoeling. Laat me uitleggen wat ik daarmee bedoel. In de eerste plaats worden de middelen voor de schoollunches verdeeld via de nadere regels voor onderwijssubsidies. Dit betekent dat we werken met een vaste deadline van 1 oktober, zodat scholen verschillende regelingen tegelijk kunnen
aanvragen. Maar tussen 1 oktober en 31 december is de beschikbare tijd relatief kort. In de tweede plaats bleef het lang onduidelijk of er nog rijksmiddelen beschikbaar zouden komen voor
schoollunches. In eerste instantie leek dat niet zo, maar tijdens de beoordeling bleek dat er toch
extra middelen beschikbaar waren. We hebben toen besloten die middelen te gebruiken om meer
scholen te ondersteunen. Dat betekende echter dat de beoordeling opnieuw moest worden gedaan. Dat klinkt eenvoudig, maar in de praktijk is dat ingewikkeld en tijdrovend.
Een ander punt is dat scholen die al lunches aanboden, opnieuw beoordeeld moesten worden
volgens de subsidiewetgeving. Onze juristen wijzen erop dat we elke keer opnieuw moeten toetsen of een school voldoet aan de criteria. Dat is wat de regelgeving van ons vraagt, maar ik begrijp dat dit voor scholen frustrerend is. Dit is iets waar ik komend jaar verder over wil praten.
7
Vragenuur van 9 januari 2025 Mijn antwoord op de eerste vraag is dus dat wij de signalen inderdaad en zeker herkennen, ook de frustratie. We hebben tijdens het proces wel geprobeerd scholen zo goed mogelijk te informeren, bijvoorbeeld via e-mails en een webinar, maar ik begrijp dat dit niet alles oplost.
De tweede vraag gaat over de voorjaarsnota. Ik ben heel blij dat de raad heeft besloten geld vrij te maken, maar met dat geld kunnen we die twaalf scholen bedienen en niet de 42. Dan moet er een ander bedrag vrijgemaakt worden, laat staan een collectieve voorziening voor iedereen. Het blijft kiezen in schaarste.
Op de derde vraag over de tijdlijn ben ik al ingegaan. Wel gaan we er met de scholen over nadenken hoe dit het volgend jaar moet en of het sneller kan na 1 oktober dan wel of we de bundeling van de regelingen moeten loslaten.
Mij hebben geen signalen bereikt dat het laat en rommelig was, ook niet van de scholen. Mochten de vragensteller die concrete signalen wel hebben, dan ontvang ik ze graag want dan kunnen we er weer van leren.
De laatste vraag ging over publiek-private samenwerking. Daar zijn we volop mee bezig en zelfs zo concreet dat de drie scholen die wij moesten afwijzen rond de kerst door de private partij werden “opgepakt”. Dankzij die private partij hebben wij gelukkig niemand hoeven teleurstellen voor het komende halfjaar. Dan heb ik weer huiswerk voor het halfjaar daarna.
De heer Van Straalen (ChristenUnie): Het is mooi als ook private partijen een bijdrage willen leveren. Is daar breder zicht op, zodat het uitkomst kan bieden voor meer scholen om die lunches aan te bieden?
De heer Eerenberg (wethouder): We zijn in gesprek met verschillende private partijen om een
bijdrage te leveren. Er zijn ook landelijke regelingen die dit ondersteunen. In dit specifieke geval wil ik het graag benoemen: het is Albron geweest die de drie afgevallen scholen geadopteerd heeft. Verder lopen er gesprekken met verschillende ondernemers die wellicht willen bijdragen. Het is natuurlijk verleiden en enthousiasmeren, dus ik kan niets beloven, maar ik hoop dat meer ondernemers dit voorbeeld volgen.
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks): Mijn vraag gaat over het proces. De communicatie is als rommelig ervaren, vooral omdat scholen net voor de kerstvakantie te horen kregen of ze wel of geen subsidie
kregen. Voor sommige scholen, zoals in het speciaal onderwijs, is het belangrijk om meer structuur en duidelijkheid te bieden. Hoe kan de communicatie vanuit de gemeente hierin verbeteren, ook al zitten we met de beperkingen van het huidige systeem?
De heer Eerenberg (wethouder): Dat is een terecht punt. Ik wil hier zeker van leren en zal dit
bespreken met bijvoorbeeld SO-Lux. Een mogelijkheid is om sneller te beoordelen, al brengt dat
andere uitdagingen met zich mee. We zouden ook kunnen overwegen om er een aparte regeling van
te maken, maar dat kan weer meer bureaucratie opleveren. Ik ben benieuwd of SO-Lux aanwezig was bij de webinar die we organiseerden. Als dat niet zo was, wil ik graag horen waarom niet. Ik zal met hen in gesprek gaan om te kijken wat er beter kan. We moeten er echt voor zorgen dat het proces volgend jaar soepeler verloopt.
De voorzitter: We gaan door naar de laatste vragenset van dit vragenuur.
8
Vragenuur van 9 januari 2025 4. Mondelinge vragen van de fractie van Utrecht Solidair over Een katheter plaatsen met behulp van YouTube filmpjes.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair): Voorzitter. In november 2024 verschijnt een intern rapport van de politie “Criminelen in de zorg, een grote zorg”, over de schrikbarende toename van zware criminelen in de zorg. Drugshandelaren, plofkrakers en geweldplegers zijn op grote schaal actief in de
zorgsector. Zonder opleiding “behandelen” ze kwetsbare patiënten. Een agent van Midden-Nederland verklaart dat van de 100 gearresteerde dealers ongeveer 80 in de zorg werken. De nota "Grenzen stellen, perspectief bieden" stelt expliciete keuzes voor gericht op het doorbreken van criminele
carrières en van criminele geldstromen. Van de leiders van Utrechtse plofkraakgroepen is bekend dat zij betrokken zijn bij drugshandel en witwassen. Om het bedrijventerrein Nieuw Overvecht minder kwetsbaar voor ondermijnende criminaliteit te maken, heeft de gemeente een vergunningplicht instellen voor de autobranche in dit gebied.
1. Vindt het college ook dat we zo snel mogelijk alles op alles moeten zetten om deze zorginstellingen te stoppen?
2. Kan er voor zorginstellingen op bedrijventerrein Overvecht ook een vergunningsplicht komen net als in de autobranche?
3. Ziet het college mogelijkheden om de zorginstellingen in gebieden waar plofkrakers en drugcriminelen bekend extra te controleren?
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter. Het is een terecht punt dat mevrouw Hessel aansnijdt. We hebben inderdaad ook een technische sessie gehad, waar mevrouw Hessel bij aanwezig was, op
26 november. Tijdens die sessie hebben we de omvang van de problematiek rondom ondermijnende criminaliteit en de raakvlakken met de zorg benoemd. Ik heb dat destijds ook niet voor niets
aangekaart bij het Landelijk Strategisch Beraad Ondermijning. Dit is namelijk geen probleem dat
uitsluitend in Utrecht speelt. Het is in de hele keten zichtbaar en het rapport waarnaar gerefereerd
wordt, is op mijn verzoek mede door de politie Midden-Nederland opgesteld. Dit rapport geeft een goed inzicht in de zwakke schakels binnen de keten.
Nog deze maand komt het uitvoeringsplan Toezicht in het sociaal domein uit, waarin ook aandacht zal worden besteed aan ondermijning in de zorg.
Mevrouw Hessel stelde voor om, net zoals dat is gebeurd in de autobranche, een vergunningplicht voor zorginstellingen in te voeren, bijvoorbeeld op bedrijventerrein Overvecht. Op dit moment
werken we samen met de driehoekspartners om te kijken welke verdere stappen we in onze aanpak moeten zetten. Dit betreft zowel gebieden waar we signalen hebben, als lopende opsporingszaken waarin we het net verder willen sluiten. Of een vergunningplicht in Overvecht of wellicht breder
effectief zou zijn, kan ik op dit moment nog niet zeggen. Het is echter zeker een logische vraag die u stelt, en we zullen dit onderwerp ook bespreken met onze partners. Tegelijkertijd zijn er mogelijk ook andere maatregelen te bedenken die we zouden kunnen nemen.
De laatste vraag is of zorginstellingen in gebieden waar plofkrakers of drugscriminelen actief zijn
extra gecontroleerd kunnen worden. Wij werken vanuit de nota Grenzen stellen, perspectief bieden
en ondernemen actie wanneer er concrete signalen zijn. Samen met betrokken organisaties bekijken we dan welke interventies mogelijk zijn. Dat betekent overigens niet dat we ons uitsluitend richten op bepaalde gebieden, want het kan voorkomen dat criminaliteit in één gebied plaatsvindt terwijl zorgfraude elders gebeurt. Het blijft belangrijk om scherp te zijn op signalen en trends.
Ik dank mevrouw Hessel voor deze vragen, want dit onderwerp is voor ons komend jaar een prioriteit.
9
Vragenuur van 9 januari 2025
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair): Ik dank de burgemeester voor de beantwoording. Waar ik eigenlijk naar op zoek ben, is een maatregel zoals een vergunningplicht, iets wat vrij snel effect zou kunnen
hebben. Bij de autobranche hadden we misschien te maken met slechte monteurs, maar hier gaat het om mensen die zich, zoals recent uit onderzoek bleek, richten op zwaar gehandicapte mensen die slecht kunnen communiceren, waardoor misstanden niet snel aan het licht komen. De gevolgen
hiervan zijn zo onmenselijk en schadelijk, dat ik hoop dat er iets kan worden gevonden waarmee we hier snel bovenop kunnen zitten.
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Ik deel deze zorgen volledig. Het gaat hier inderdaad om de
kwetsbaarste mensen, die soms op het punt van mishandeling terechtkomen. Het is buitengewoon gevaarlijk en vraagt om grote urgentie. We zijn het erover eens dat er snel een oplossing moet komen. Dat kan bijvoorbeeld een vergunningplicht zijn, maar we kijken ook naar andere
mogelijkheden, zoals het aanpakken van opleidingen. Dit doen we in samenwerking met het
ministerie van OCW. De komende tijd zal moeten uitwijzen wat het effectiefst is. Maar dat we hier bovenop moeten zitten, daar zijn we het volkomen over eens.
De voorzitter: Dank u wel. U bent helaas door uw tijd heen. Ik zie dat u tevreden bent en dat is mooi. Dan sluit ik hierbij de vergadering. Ik wens iedereen een fijne avond en kom goed thuis! De voorzitter sluit daarop, te 17.42 uur, het vragenuur.
10