Notulen vragenuur 7 maart 2024
Tekst van het document
2024 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur 7 maart 2024
Vragenuur, gehouden op donderdag 7 maart 2024 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Deldjou Fard. Aanwezig zijn de leden: Dada-Anthonij, Dekkers en Van Steeg. Voorts is aanwezig het commissielid: Otto. Namens het college zijn aanwezig de wethouders: Eerenberg, Van Hooijdonk en Voortman. Griffier: de heer Corten.
Opening van het vragenuur. De voorzitter: Goedemiddag allemaal. Welkom bij dit vragenuur. Ik heet iedereen welkom, alle
commissieleden, raadsleden, wethouders, mensen op de publieke tribune en mensen die thuis met ons meekijken. Mijn naam is Melody Deldjou Fard en ik ben de voorzitter van vanmiddag. We hebben drie vragen te gaan en we beginnen natuurlijk met de eerste.
1. Mondelinge vragen van de fracties van D66, Student & Starter, GroenLinks, PvdD, VVD, BIJ1 en PvdA over Genderongelijkheid en armoede gaan hand in hand.
Mevrouw Dada-Anthonij (D66): Voorzitter. “In de strijd voor gelijke kansen richt Nederland zich te veel op het aanmoedigen van ‘topvrouwen’ en te weinig op alleenstaande moeders, mantelzorgers en werkende armen”, aldus Hoba Gull, VN-vrouwenvertegenwoordiger in Trouw op 1 maart jl. Armoede raakt vrouwen harder dan mannen. Dit heeft een negatief effect op de financiële onafhankelijkheid van vrouwen. Ook de Financial Times schreef op 26 januari jl. over ontwikkelingen in de ideologische kloof tussen vrouwen en mannen. Dit draagt niet bij aan het oplossen van het door Gull geadresseerde probleem. Als samenleving moeten we ervoor zorgen dat vrouwen in staat worden gesteld economisch onafhankelijk te zijn.
Morgen is het Internationale Vrouwendag en daarom grijpen D66, Student & Starter, GroenLinks, Partij voor de Dieren en BIJ1 dit vragenuur aan om de wethouder te vragen aandacht te besteden aan de relatie tussen genderongelijkheid en armoede met de volgende vragen. 1. Deelt het college het beeld dat de aandacht zich niet alleen mag beperken tot topvrouwen, maar op vrouwen in het algemeen waar het gaat om gendergelijkheid?
Vragenuur van 7 maart 2024 2. Heeft het college een duidelijk beeld hoeveel vrouwen er in armoede leven in Utrecht? 3. Heeft het college een beeld hoeveel vrouwen betaalde werkzaamheden verrichten ten opzichte van mannen?
Anno 2024 zou de “traditionele rolverdeling” een vrijwillige keuze van de vrouw in kwestie moeten zijn.
4. Welke mogelijkheden ziet het college om vrouwen te stimuleren om meer te gaan werken? 5. Welke mogelijkheden ziet het college om vrouwen verder te emanciperen? In het artikel wordt gerefereerd aan de schaamte die gepaard gaat met armoede. D66 heeft hier al vaker aandacht voor gevraagd. Armoede mag geen taboe zijn en is niet iets om je voor te hoeven schamen. Het zorgt ervoor dat mensen terughoudend zijn in het inschakelen van hulp, waardoor problemen onnodig escaleren.
6. Zou het college dit nogmaals met ons willen benadrukken en ziet zij nog mogelijkheden om in te zetten om de schaamte gepaard gaand met het taboe op armoede tot het verleden te laten behoren? Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter. Dank aan de fracties voor deze vragen. De vraag of ik deel dat de aandacht zich niet mag beperken tot topvrouwen maar uit moet gaan naar vrouwen in het algemeen waar het gaat om gendergelijkheid, kan ik met “ja” beantwoorden. Het is belangrijk om genderongelijkheid ook te bekijken door de lens van het kruispuntdenken, waarbij we goed moeten kijken naar hen die op het kruispunt leven van verschillende uitsluitingsmechanismen. Dit vraagt ook om verder te kijken dan de succesvolle vaak witte Cisgender wo-opgeleide vrouwen aan de top. We moeten juist kijken naar vrouwen die te maken hebben met armoede, maar bijvoorbeeld ook met racisme, validisme en transfobie, naar vrouwen met een praktijkopleiding of zij die mantelzorger zijn of alleenstaande ouder. Het is heel erg belangrijk om ons te realiseren dat het succes voor vrouwen aan de top niet altijd iets zegt over de gendergelijkheid in het algemeen.
De volgende vraag is of wij een duidelijk beeld hebben over hoeveel vrouwen er in armoede leven in Utrecht. Er zijn landelijke cijfers beschikbaar. Deze CBS-cijfers geven aan dat meer vrouwen dan mannen leven van een inkomen tot de lage-inkomensgrens en een inkomen op bijstandsniveau. 9,7% van de vrouwen heeft een inkomen onder de 120% en dat is de grens die het dichtst bij het Utrechts armoedebeleid ligt en 7,2% van de mannen. Als je dat extrapoleert naar Utrecht – dat is een schatting – zouden er 15.200 vrouwen en 11.000 mannen in Utrecht met een inkomen onder de 120% zijn. Dan de vraag of wij een beeld hebben van het aantal vrouwen die betaalde werkzaamheden
verrichten ten opzichte van mannen. Ja, de arbeidsparticipatie wordt gemeten door het CBS via de Enquête beroepsbevolking. Voor mannen was de arbeidsparticipatie in 2023 81,5% en voor vrouwen 73,3%. Voor zowel mannen als vrouwen is dit hoger dan landelijk; dit zijn Utrechtse cijfers. Landelijk is het respectievelijk 77,2% en 68,9% en hoger dan in de andere G4 gemeenten. Ik heb hier ook de cijfers van de andere G4 staan, maar zij zijn in ieder geval hoger dan in de andere G4 gemeenten. Dan de mogelijkheden die wij hebben om vrouwen te stimuleren om meer te gaan werken. Een van de mogelijkheden om vrouwen te stimuleren om meer te gaan werken is het doorbreken van stereotypen en het zichtbaar maken van voorbeelden ter inspiratie en motivatie. Dat is ook de reden waarom de gemeente Utrecht deelneemt aan het rolmodellencampagne ter ere van de Internationale Vrouwendag en ook op deze dag een event ter ere hiervan organiseert. Daarmee benadrukken wij het belang van gendergelijkheid en diversiteit op de arbeidsmarkt. Daarnaast stelt het college, in samenwerking met onder andere de ROM Utrecht Region, Startup Utrecht en de provincie Utrecht een nieuwe strategie op waar een van de speerpunten het verhogen van diversiteit van Founders is. Ook zetten we in op een inclusieve werkvloer, een werkvloer waar onder andere vrouwen dezelfde kansen
2
Vragenuur van 7 maart 2024 krijgen als mannen. Dat doen we via het programma inclusieve arbeidsmarkt. Binnen het programma wordt door Utrecht Divers & Inclusief bij Utrechtse werkgevers ingezet op bewustwording en handelingsperspectief. Het aanpakken van ongelijke kansen op de arbeidsmarkt kunnen we als gemeente Utrecht natuurlijk niet alleen. Om die reden worden de contacten met de G4 gemeenten, de NCDR en het ministerie steviger aangezet. Het bureau van de Nationaal Coördinator Discriminatie en Racisme zal enkele expertmeetings organiseren om met alle landelijke ketenpartners te komen tot een gezamenlijke visie Inclusieve arbeidsmarkt. Als gemeente hebben wij bovendien regelmatig contact met het bureau van de NCDR ter voorbereiding op deze expertmeeting.
Gendergelijkheid gaat overigens over het emanciperen van de gehele samenleving, niet alleen vrouwen. Het gaat om het doorbreken van het normatieve en binaire denken over gender. Daar hebben we ook – en wellicht ook vooral – mannen voor nodig, want het normatieve en binaire denken met betrekking tot gender raakt iedereen en beperkt ook iedereen in de mogelijkheden om volledig en in veiligheid zichzelf te kunnen zijn. Ik wil dan ook hier de oproep doen om gendergelijkheid niet de opgave van vrouwen te maken, maar van ons allemaal.
De laatste vraag was of ik wil nadrukken of ik nog mogelijkheden om in te zetten op de schaamte die gepaard gaat met het taboe op armoede. Ja, het blijft ontzettend belangrijk om de schaamte over armoede te doorbreken. Dat is helaas niet eenvoudig; de inwoners die het raakt, zijn veelal kwetsbaar en vaak speelt stress ook een rol. Ze hebben soms ook veel meegemaakt. Daarom blijft onze inzet om armoede en geldzorgen bespreekbaar te maken en de signalen van geldstress te herkennen. Dat doen we vooral met onze partners in onze stad, zoals huisartsen. Ik wil ook het taboe op het inschakelen van hulp doorbreken. Daarom hebben wij in Utrecht ook de campagne Weet waar je recht op hebt, zodat mensen weten dat zij recht hebben op hulp. De abri’s hangen er vol mee en er zijn ook diverse stichtingen en netwerken in de stad die zich ook richten op het bereiken van vrouwen.
De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Die zie ik niet. De indiener? Mevrouw Dada-Anthonij (D66): Voorzitter. Allereerst heel veel dank voor deze mooie en uitgebreide beantwoording. We hebben vorige week de nota Inclusie besproken en inclusie en diversiteit wordt de opgave van het gehele college. Wil de wethouder de hoogtepunten van dit vragenuur met haar collega’s te delen, zodat zij dat weer verder kunnen delen in de stad? Mevrouw Voortman (wethouder): Dat zal ik zeker doen. Ik kan u verzekeren dat juist de mannen in het college zich hier extra van doordrongen voelen. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan wij naar vragenset 2. 2. Mondelinge vragen van de fractie van GroenLinks over Herinrichting Kanaalstraat. De heer Dekkers (GroenLinks): Voorzitter. Ik kan niet nalaten om te zeggen dat ik de oproep van de wethouder van zojuist goed gehoord heb en onderstreep.
De herinrichting van de Kanaalstraat en Damstraat vordert langzaam maar gestaag. Inmiddels is de Kanaalstraat bijna klaar en is een begin gemaakt met de Damstraat. We krijgen veel vragen en opmerkingen van buurtbewoners en daarom stellen we de volgende vragen.
3
Vragenuur van 7 maart 2024 1. Wat doet het college om te zorgen dat autogebruikers zo snel als mogelijk zich aan het eenrichtingsverkeer houden en op de juiste plekken parkeren?
2. Komen er nog meer fietsparkeerplekken in de Kanaalstraat dan er nu gemaakt zijn? Graag een toelichting.
3. Zijn er nog mogelijkheden om nog meer ruimte voor groen vrij te maken? Graag een toelichting. 4. Is het College bereid om te onderzoeken of samen met bewoners, ondernemers en buurtorganisaties zoals Wishing Well West groen in de boomspiegels geplant kan worden en de boomspiegels samen met hun onderhouden kunnen worden?
5. Is het college bereid om te onderzoeken of het wenselijk is om bij de kruising J.P. Coenstraat en Kanaalstraat weer zebrapaden aan te leggen?
6. Wanneer komen de plantenbakken bij deze kruising die voorkomen dat de bocht wordt afgesneden over de stoep bij deze kruising?
7. Welke extra acties onderneemt het college om het onnodig inrijden van de Damstraat te voorkomen? Ik zag dat de pers daar foto’s van heeft gemaakt. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Voorzitter. Na het kruispuntdenken van mevrouw Voortman komt nu het kruispuntdenken van mevrouw Van Hooijdonk, want we doen allebei aan kruispunten. We zijn al een heel eind gevorderd met de herinrichting en het einde hiervan is in zicht. In april
hopen we de verkeerscirculatie te kunnen openen, zoals die moet zijn. Tot die tijd worden allerlei laatste dingen gedaan. De Damstraat moet dan nog mooi ingericht worden, maar als het goed is, doet de circulatie het dan in ieder geval. Ik meld dit even als achtergrond. We weten natuurlijk dat het vroeger ingewikkeld was met de naleving van verkeersregels in de Kanaalstraat en we weten ook dat het tijdens de bouw ingewikkeld was. We zijn op een gegeven moment ook in het nieuws gekomen met allerlei heel dringende bordjes met “Echt waar? Doe het niet!” en “Gedraag je”. Er is dus alle reden om daar heel goed op te letten. We kennen die meldingen dus ook. In de definitieve situatie proberen we zo helder mogelijk te maken wat we van mensen verwachten. Ik hoop dat heel veel gebruikers daaraan zullen meewerken. In ieder geval hebben we tijdens de bouw ook allerlei
handhaving gedaan. De aannemer heeft er ook echt zijn best voor gedaan. We hebben ook allerlei
barrières geplaatst, bloembakken en andere dingen om dat ongewenste gedrag te voorkomen. In de definitieve situatie hopen we natuurlijk dat het helder is, zonder allerlei toeters en bellen. We gaan
het overigens wel bekijken hoe het allemaal functioneert en of mensen zich een beetje aan de regels houden en het goed gebruiken. We gaan het ook evalueren. Dat hebben we ook echt afgesproken
met mensen in de buurt, want we doen het samen met de mensen uit de buurt. We gaan kijken of het goed werkt en wat er eventueel nog aan moet gebeuren.
Heel specifiek over de fietsparkeerplekken. We hebben natuurlijk een poging gedaan om genoeg plekken in te voegen. We willen dat in ieder geval even zo laten. Als uit het gebruik blijkt dat het echt te weinig is, moeten er plekken toegevoegd worden en gaan we ernaar kijken. Dat nemen we mee in de monitoring.
De volgende vraag ging over meer ruimte voor groen. Het goede nieuws is dat er nog meer groen bij komt. Een aantal groenvakken is nog niet beplant. We hebben alle bewoners gevraagd of zij een geveltuin willen en ook daar kunnen er nog wat meer van komen. We hebben aan de westkant – die al is opgeleverd – geveltuinen aangelegd die we daarna ook nog wat vergroot hebben, omdat dat gewoon kan. Dat zijn extra brede geveltuinen die we in de laatste delen ook gaan toepassen. Het wordt dus nog groener dan het nu is. Bovendien wordt het ook nog lente!
We hebben onder andere met Groengroep 507 en Wishing Well West gesproken over zelfbeheer en ook de groengroep die bij de Antoniuskerk hoort. Voor een deel hebben we afspraken hierover. Als
4
Vragenuur van 7 maart 2024 er nog mensen bijkomen, gaan we dat accommoderen. Dat kan ook onderdeel van het gesprek zijn in de evaluatie.
Dan het kruispunt. Dat is nog niet af, doordat het bouwverkeer het kruispunt gebruikt en extra ruimte nodig heeft ten opzichte van het reguliere verkeer later. Er komen nog plantenbakken op de hoeken, duidelijker belijning en ribbelstroken. We maken het eerst af en dan zullen we kijken hoe het functioneert. Als het niet goed functioneert en een zebrapad zou helpen, staan we daar voor open. We kijken eerst even hoe het gaat functioneren als het helemaal is gemaakt zoals we het voor ons zagen.
Tot slot de Damstraat. Daar is tijdens de bouw al een en ander gebeurd om dingen onmogelijk te maken, omdat het inderdaad niet altijd goed werd gebruikt. Het lastige is wel dat sommig verkeer er wel in moet kunnen, bijvoorbeeld vanwege bevoorrading. Je moet sommige dingen wel gewoon accommoderen. Ook hier zullen we het zo goed mogelijk aanleggen en houden goed in de gaten of mensen het gaan gebruiken zoals de bedoeling is. De voorzitter: Hartelijk dank. Zijn er aanvullende vragen? De heer Van Steeg (CDA): Voorzitter. De ontwikkelingen bij de Kanaalstraat en de Damstraat hebben ook grote gevolgen voor de ondernemers die ook van zich laten horen. Zij hebben er echt last van, waarschijnlijk ook op de langere termijn als deze nieuwe inrichting een feit is. Welke boodschap heeft de wethouder voor die ondernemers en wat kan zij voor hen doen? Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Ik weet niet helemaal precies wat het CDA bedoelt. We hebben een enorm proces gehad om deze formule met elkaar te bespreken, ook met ondernemers en bewoners. Er zijn weinig herinrichtingen die zo’n intensieve participatie hebben gekend en waar de ondernemers echt bij betrokken waren. Zij hebben uiteindelijk met deze formule ingestemd. Als het af is, moeten we met elkaar gaan kijken hoe het werkt. Misschien sla ik de plank mis, maar dat is volgens mij hoe het is.
De voorzitter: Ik zie verder geen aanvullende vragen. Heeft de indiener nog een laatste vraag? De heer Dekkers (GroenLinks): Ja. Volgens mij was een van de belangrijkste vragen van de ondernemers helderheid over wanneer het klaar is. Volgens mij is de wethouder niet echt goed ingegaan op de vraag over de zebrapaden bij de kruising van de JP Coenstraat en de Kanaalstraat. Is zij bereid om daar echt serieus naar te kijken om die terug te halen? Van zowel ouderen als kinderen horen wij daar veel vragen over. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Volgens mij was ik er wel op ingegaan, maar ik doe het met liefde nog een keer. Het kruispunt is gewoon nog niet af en dat heeft te maken met het bouwverkeer dat er nu nog langs moet en dat meer ruimte nodig heeft dan het reguliere verkeer dat straks van die kruising gebruikmaakt. We maken het af op het moment dat het bouwverkeer weg is. Dan komen er ook op alle hoeken plantenbakken en maken we de belijning, de ribbelstroken en alle toeters en bellen in orde. Dan kijken we hoe het werkt en als het ook in die situatie niet goed genoeg werkt en die zebrapaden een oplossing zijn, staan we daar voor open. Maar we willen eerst even kijken hoe het functioneert als het in gebruik is genomen. De voorzitter: Dank u wel. Wij gaan door naar de laatste set vragen.
5
Vragenuur van 7 maart 2024
3. Mondelinge vragen van de fractie van EenUtrecht over Breekt de wethouder nu al zijn belofte aan de Veilingstraat.
De heer Otto (EenUtrecht): Voorzitter. Op 11 mei 2023 riep de raad de wethouder in de bouwenveloppe van de Veilingstraat op te nemen dat er in de plint “moet worden ingezet op een sociaal-maatschappelijke voorziening van gemiddeld 100 m², zo mogelijk in combinatie met een commerciële functie”, en “om bij de invulling hiervan de bewoners intensief als partner te betrekken.” Nu horen wij van actieve bewoners dat de gemeente niet direct met hen in gesprek is, zoals
vastgelegd in de motie, er in de plannen nu toch wordt ingezet op een commerciële functie met een “stukje” sociaal-maatschappelijk zoals bij De Pomp en de gemeente van plan is een enquête onder bewoners van de Dichterswijk uit te zetten om een scherper beeld te krijgen of er überhaupt behoefte is aan een dergelijke voorziening.
Daarom hebben wij de volgende vragen.
1. Klopt het dat er thans vanuit de gemeente niet direct met bewoners wordt gesproken over een dergelijke voorziening?
2. Klopt het dat de gemeente gesprekken hierover exclusief heeft uitbesteed aan DOCK? 3. Is de wethouder het met ons eens dat in de aangenomen motie wordt opgeroepen deze gesprekken te voeren met bewoners en hen intensief als partner in dit proces te betrekken?
4. Klopt het dat de gemeente van plan is om eerst een enquête in de wijk uit te zetten en de uiteindelijke beslissing daarvan afhankelijk te laten zijn, iets wat lijnrecht ingaat tegen de aangenomen motie?
5. Klopt het dat er thans niet langer sprake is van een dergelijke beoogde voorziening, maar van een horecavoorziening met daaraan gekoppeld een “stukje” sociaal-maatschappelijk? De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter. Dank voor deze vragen, die ik alle vijf heel kort kan beantwoorden. Het korte antwoord is “Rustig”! Dit voor de mensen die het filmpje kennen. We zijn ermee aan de slag. Uiteraard voeren wij de motie uit en in april of mei gaan wij heel breed met bewoners spreken over wat de wensen hier zijn. Dat gaan we op verschillende manieren doen. Er komen wijkberichten, posters, een QR-code die naar een enquête gaat, die we ook rondsturen aan allerlei bewoners die zich op dit dossier gemeld hebben, de nieuwsbrief Dichterswijk, de nieuwsbrief Zuid-West, het wijkbureau en DOCK. We gaan ook in gesprek met de beoogde woningbouwcorporatie om te kijken of zij toekomstige huurders of een representant van huurders kunnen afvaardigen om erover mee te praten en met de polo aan van de gemeente Utrecht gaan we de straat op om aan mensen die langslopen te vragen wat zij belangrijk vinden als deze functie er komt. Het antwoord op vraag 2. Het antwoord op vraag 3 heb ik al gegeven.
Wij gaan dat dus doen, maar om dat voor te bereiden hebben wij met DOCK een voorbereidend gesprek gehad over hun rol, over wie zij denken dat wij moeten bereiken, of er nog speciale groepen zijn die minder snel gehoord worden en, zo ja, waar we die kunnen vinden. We hebben dus een voorbereidend gesprek gehad met onder andere DOCK, de woningbouwcorporatie en De Pomp. Dat heeft wellicht bij een aantal bewoners de indruk gewekt dat dit het dan was.
We gaan ermee aan de slag. We zijn bezig de motie uit te voeren. Ik heb verteld hoe we dat ongeveer gaan doen. We gaan dus ook niet alleen een enquête doen en we gaan ook niet alleen op basis van de enquête iets doen. De enquête is een van de onderdelen.
6
Vragenuur van 7 maart 2024 Het antwoord op de laatste vraag is dat wij bij de motie blijven. We kijken of die 100 m² maatschappelijk met medegebruik – ook om het betaalbaar te maken – mogelijk is. We weten dat nu nog niet en we moeten daar ook nog met de woningbouwcorporatie over spreken. Er zal ook nog wel een onderhandeling volgen. We weten ook allemaal dat de portemonnee van de gemeente wel ietsje kleiner is geworden. Waar we in het verleden misschien nog een beetje extra zouden doen, wordt dit nu wat moeilijker, maar tot op dit moment heb ik niet de indruk dat ik terugkom van eerdere uitspraken over de functiemenging. Kortom, nog even afwachten en dan gaan we echt volop met de buurt in gesprek. Wellicht vinden de raadsleden het leuk om daar ook bij aanwezig te zijn. Zo ja, dan nodig ik hen uit. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er partijen met een aanvullende vraag? Ik zie niemand. De heer Otto? De heer Otto (EenUtrecht): Voorzitter. Allereerst dank voor de beantwoording. Ik heb nog allerlei vragen, maar ik er nog een stellen. Is het de vraag of er een voorziening kan komen als het gaat om die enquête en alles waarop wordt ingezet of kan uit het traject nog blijken dat de voorziening er niet komt? Of is duidelijk dat die er zal komen? De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter.
De vraag zal zijn waar de mensen in deze wijk behoefte aan hebben, gegeven dat wij hier in de Plint een mooie maatschappelijke functie kunnen realiseren met medegebruik van De Pomp. Iedereen denkt daar dan aan, maar dat moeten wij wel netjes volgens het Didam-arrest doen. Dat wordt de vraag. Ik ben overigens van mening dat wij het onszelf moeten gunnen dat we ons mogen verbazen over de antwoorden. Ik kan me haast niet voorstellen dat de mensen besluiten om geen maatschappelijke functie te geven. Ook gezien de actieve bewoners in deze wijk zou dat een heel rare uitkomst zijn. Wat mij betreft, gaat het over het “hoe” en niet over het “of”. De voorzitter: Dank u wel. Dat was het voor vandaag. Ik dank jullie allen voor de aandacht en voor nu een fijne avond. Eet smakelijk en tot de volgende keer.
De voorzitter sluit daarop, te 17.25 uur, het vragenuur.
7