Notulen vragenuur 4 april 2024
Tekst van het document
2024 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur 4 april 2024
Vragenuur, gehouden op donderdag 4 april 2024 te 17.00 uur. Voorzitter: de heer Van der Graaf. Aanwezig zijn de leden: Dijkstra, Passier, Snijder, Stellinga en Vermeulen. Namens het college is aanwezig: wethouder Schilderman. Griffier: de heer Corten.
Opening van het vragenuur. De voorzitter: Goedemiddag allemaal. Welkom bij dit vragenuur. Mijn naam is Rik van der Graaf en ik mag vandaag uw voorzitter zijn, als vervanger van Nadia Stylianou, die beneden nog in een commissievergadering zit.
We hebben twee sets vragen. We beginnen met de eerste set vragen van de heer Dijkstra van EenUtrecht.
1. Mondelinge vragen van de fractie van EenUtrecht over Utrechtse vogels vogelvrij; doe katten een gekleurde kraag om!
De heer Dijkstra (EenUtrecht): Voorzitter. Ik sprak niet zo heel lang geleden iemand van de
Vogelbescherming, die mij op het idee bracht om deze vragen te stellen over een volgens hem zeer vergeten punt. Het is goed om dit punt een keer te behandelen in deze Utrechtse raad. In Houten
zijn ze er al mee bezig; daar proberen ze het uitmoorden van vogels door katten te voorkomen door eigenaren te vragen om hun katten in het broedseizoen van vogels 's nachts binnen te houden. In Amsterdam is het verzoek aan de gemeente geweest om te kijken of eigenaren van katten
verzocht zou kunnen worden om hun kat een bel aan te binden of de kat een felle kraag om te doen. Ik heb begrepen dat katten een bel aanbinden niet zo handig is, omdat dit stressvol zou zijn voor katten. En het kattenwelzijn moet natuurlijk ook aandacht krijgen.
Al met al hebben wij de volgende vragen over dit punt, om te kijken of wij hier toch een stapje verder mee kunnen komen.
1. Heeft de gemeente een beeld van de impact van katten op de vogelpopulatie in Utrecht, en ook andere kleine zoogdierslachtoffers, en op de biodiversiteit?
2. Hoe staat het college tegenover het recente besluit van de gemeente Amsterdam om eigenaren van katten te vragen een bel of felle kraag om te doen?
Vragenuur van 4 april 2024 En hoe staat het college tegenover de voorgestelde maatregelen van de gemeente Houten om
katten 's nachts binnen te houden tijdens het broedseizoen?
3. Is het college bereid gelijksoortige maatregelen te onderzoeken op wenselijkheid voor onze eigen gemeente?
4. Ziet het college de meerwaarde van een felle kattenkraag, omdat deze zowel goed is voor de
vogelpopulatie in Utrecht alsook voor het kattenwelzijn? Zo ja, zou het college dit als optie willen uitwerken?
Mevrouw Schilderman (wethouder): Voorzitter. Ik zal deze vragen beantwoorden namens mijn collega Voortman als portefeuillehouder dierenwelzijn.
Het antwoord op vraag 1. Wij houden niet bij hoeveel prooidieren de katten in Utrecht vangen, maar wij schatten in dat de Utrechtse katten wel veel prooidieren zoals knaagdieren en vogels vangen.
Het antwoord op vraag 2. Wij kunnen ons goed voorstellen dat het goed is om aandacht te vragen voor de impact die huiskatten hebben op de biodiversiteit. Felle kragen, belletjes en ook een
avondklok lijken maatregelen te zijn die enig effect hebben op het jachtsucces van de kat. Maar
zoals EenUtrecht ook al aangeeft, moet het welzijn van de kat natuurlijk ook meespelen. Wat het
beste werkt, zal per situatie, per kat en per woonomgeving bekeken moeten worden. Dat is ook het
advies van de Dierenbescherming. Daarom is het goed dat het hier gaat om een verzoek en niet om een verbod.
Daarnaast zal een verbod of verplichting ook zeer lastig te handhaven zijn. Wij verwachten dat het nemen van maatregelen voor huiskatten dan ook een erg beperkte invloed zal hebben.
Zwerfkatten lijken veel meer vogels te vangen dan huiskatten. De Dierenbescherming pleit daarom in de eerste plaats voor een chipplicht, zodat er minder zwerfkatten komen. Daarnaast zorgt dat ook voor meer verantwoordelijkheidsgevoel bij de eigenaars of de verzorgers.
Het antwoord op de vragen 3 en 4. De genoemde maatregelen zouden in zekere mate kunnen helpen om de katten minder prooidieren te laten vangen. Het gaat echter wel om vrijwillige maatregelen, waarbij de inzet vooral is dat de partijen die daar het meest verstand van hebben, zoals de
Dierenbescherming, vooral goed communiceren. Zij pleiten bijvoorbeeld voor een landelijke
chipplicht. Daar kunnen wij ons veel bij voorstellen. Wij denken dat daar waarschijnlijk de grootste winst in zal zitten. De communicatie met en de voorlichting aan katteneigenaren ondersteunen wij ook waar mogelijk.
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks): Voorzitter. Worden de ervaringen die worden opgedaan in Amsterdam meegenomen door Utrecht?
Mevrouw Schilderman (wethouder): Ja, als dat aanknopingspunten biedt, worden die wel meegenomen.
De heer Stellinga (CDA): Voorzitter. Ik vraag me af of er überhaupt wel een probleem is met de vogelpopulatie.
Mevrouw Schilderman (wethouder): Dat is bijna een filosofische vraag. Als katten op vogels jaren,
vertonen zij natuurlijk gedrag. Je zou je ook af kunnen vragen of de kattenpopulatie in Utrecht groter is dan die natuurlijk zou zijn als mensen geen katten zouden houden. Ik zie de huidige situatie als een gegeven.
2
Vragenuur van 4 april 2024 De heer Snijder (Student & Starter): Ik heb thuis bij mijn ouders ook een heel mooie kat, Gijs. Ik weet dat mijn kat best wel van vechten en stoeien houdt, tegen dingen aanloopt, over hekken klimt en
soms blijft haken. Hij kan dan mogelijk zo'n bandje verliezen. Ziet de wethouder ook dat als we deze
bandjes gaan aanschaffen – uit het antwoord van de wethouder begrijp ik dat het nog niet zo ver is er dan ook veel afval geproduceerd zal worden in de stad?
Mevrouw Schilderman (wethouder): Dat zou kunnen. Wij denken echter dat de afweging het beste door de katteneigenaar gemaakt kan worden.
De voorzitter: Ik zie verder geen aanvullende vragen. Dan is tot slot het woord aan de heer Dijkstra. De heer Dijkstra (EenUtrecht): Voorzitter. Ik dank de wethouder voor de toezegging dat het college overweegt om iets te gaan doen met de chipplicht.
Ik wil toch nog even terugkomen op de kattenkraag. Het gaat wel om tienduizenden, mogelijk meer dan honderdduizend dodelijk slachtoffers per jaar, ook in de stad Utrecht. De kattenkraag kan bij
invoering ervan leiden tot 40% tot 87% minder dodelijk slachtoffers, zo heb ik gelezen in een aantal wetenschappelijke onderzoeken van de Vogelbescherming. Zou het college dan toch ook niet de kattenkraag actief kunnen meenemen in het advies aan de katteneigenaren?
Mevrouw Schilderman (wethouder): Ik heb in mijn antwoord vooral aangegeven dat wij de lijn van de Dierenbescherming volgen. Ik denk dat die bij uitstek de organisatie is die zich hiervoor inzet. Dat doet ze ook met de inzet voor een landelijke chipplicht. Ik zie de rol van het college als het ondersteunen van de Dierenbescherming in hun activiteiten op dit punt.
De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Dan gaan we door naar de tweede set vragen. Die zullen worden gesteld door mevrouw Passier van de fractie van Volt.
2. Mondelinge vragen van de fractie Volt, mede namens de fracties van ChristenUnie, VVD,
UtrechtNu! en CDA over Vitens: mogelijk geen drinkwateraansluiting bij nieuwe woningen.
Mevrouw Passier (Volt): Voorzitter. Doordat de zaken in de communicatie wat door elkaar liepen, mist u de naam van D66 onder de vragen. Ik stel de vragen ook mede namens D66.
"Vitens: mogelijk geen drinkwateraansluiting bij nieuwe woningen", zo kopte de NOS gisteren. Niet alleen nieuwe stroomaansluitingen staan onder druk vanwege de netcongestie, we lopen nu ook
tegen problemen aan voor onze drinkwatervoorziening. Sommige bedrijven kunnen al niet op het
drinkwaternet worden aangesloten en dit gaat mogelijk ook gelden voor nieuwe woningen; daarvoor waarschuwt Vitens in het FD.
Op 6 april vorig jaar stelden Volt, EenUtrecht, Partij voor de Dieren, PvdA, BIJ1 en GroenLinks al mondelinge vragen over een mogelijk watertekort in 2030. Eind vorig jaar volgden schriftelijke
vragen over hetzelfde onderwerp, mede ingediend door ChristenUnie, PvdA, Partij voor de Dieren, GroenLinks en D66. Met het nieuwsbericht van gisteren is de urgentie rondom dit vraagstuk nogmaals onderstreept. Wij stellen daarom de volgende vragen:
1. Wat zijn de mogelijke gevolgen voor de huidige bouwplannen en op welke termijn gaan we te maken krijgen met deze gevolgen?
2. Wat zijn mogelijke gevolgen in het geval van een crisissituatie, bijvoorbeeld in het geval van extreme droogte of een cyberaanval?
3
Vragenuur van 4 april 2024 3. Wat is de visie van het college op onze rol als gemeente in dit watervraagstuk? Hoe gaan wij bijvoorbeeld bijdragen aan bruikbaar drinkwater, en wat vragen wij van onze inwoners?
Mevrouw Schilderman (wethouder): Voorzitter. Dank voor het stellen van vragen door Volt en andere fracties. Het onderwerp heeft al langer uw aandacht en dat is zeker terecht. De huidige verwachting
van Vitens is dat dit vraagstuk, als er nu geen maatregelen genomen kunnen worden, problemen zou kunnen gaan opleveren bij nieuwbouwwoningen vanaf 2030. Voor woningen die voor die tijd worden opgeleverd, speelt dit vraagstuk niet.
Zoals u al aangeeft, speelt dit vraagstuk wel al voor bedrijven met een grote drinkwatervraag. Op dit moment zijn er nog geen bedrijven in onze gemeente waar dit speelt. Vitens heeft een
langeretermijnstrategie gemaakt om ervoor te zorgen dat de drinkwatervoorziening ook op de lange termijn geborgd is. Het realiseren daarvan vraagt medewerking van een groot aantal partijen.
Daarom is het ook goed dat Vitens hier nu aandacht voor vraagt. Vitens zet zich bijvoorbeeld in voor meer vergunningsruimte voor drinkwaterbronnen en meer financieringsruimte voor investeringen daarvoor wordt ook een lobby richting het Rijk gevoerd – betere bescherming van bestaande en toekomstige drinkwaterbronnen, structurele vermindering van het drinkwatergebruik,
drinkwatervriendelijker bouwen en dat opnemen in het Bouwbesluit, het op de agenda's van
overheden en bouwpartners zetten van de drinkwaterproblematiek en aandacht vragen voor de risico's van warmtebronnen en warmtenetten in relatie tot de drinkwatervoorziening. In de beantwoording van de schriftelijke vragen gaat het college dieper in op deze thema's.
Het antwoord op vraag 2. De gemeentelijke crisisorganisatie is voorbereid op de mogelijke verstoring van de drinkwatervoorziening. In de afgelopen jaren is extra ingezet op onze
voorbereiding op het voorkomen van maatschappelijke ontwrichting en het bevorderen van veerkracht. Dat blijven we ook doen.
Het antwoord op vraag 3. Binnen onze gemeente liggen twee drinkwaterwinningen, het waterwinpark
in Leidsche Rijn en het Kloosterpark in De Meern. Daar speelt momenteel geen uitbreidingsvraag. Die speelt wel bij een aantal drinkwaterwinningen in omliggende gemeenten waar ook de gemeente
Utrecht van afhankelijk is, bijvoorbeeld de waterwinning in Groenekan. Als de situatie nijpend zou kunnen worden, zullen wij daar als gemeente natuurlijk aandacht voor hebben.
Onze eigen inzet is vooral gelegen in het beschermen van de bestaande drinkwatervoorzieningen in onze gemeente, via het gebiedsgericht grondwaterbeleid en in een goede afstemming van de
belangen van drinkwater en warmte. Dat laatste doen wij bij winningen door als regisseur van de
ondergrond het zogenaamde warmte-en-koudesysteem in de bodem zo veel mogelijk te scheiden van de plek waar ook drinkwater gewonnen wordt en de mogelijkheden te benutten om daar vervuiling tegen te houden.
Ook stimuleren wij om geen drinkwater te gebruiken voor activiteiten die geen drinkwater nodig
hebben in het kader van de volksgezondheid. Denk bijvoorbeeld aan het water geven van planten. Wij geven zelf het goede voorbeeld door dat te doen met oppervlaktewater. Daarnaast kan het
natuurlijk ook nog helpen om de openbare ruimte en de eigen privébuitenruimte zo min mogelijk te verharden, zodat water daar voldoende kan infiltreren en er minder behoefte is aan het gebruiken van drinkwater voor het water geven aan planten.
De voorzitter: Ik zie dat er geen aanvullende vragen zijn. Dan tot slot het woord aan de indiener van de vragen, mevrouw Passier.
4
Vragenuur van 4 april 2024 Mevrouw Passier (Volt): Voorzitter. Ik dank de wethouder hartelijk voor de beantwoording van de vragen. Het gaat hier om een belangrijk thema. Veel van de antwoorden herken ik ook uit de
beantwoording van de schriftelijke vragen. Daar zit meteen ook mijn zorg. Vitens heeft dit niet voor
niets nogmaals onder de aandacht gebracht, op een wat pittiger manier dan ze in het verleden heeft gedaan. Ik vraag me dus af of de wethouder het met ons eens is dat het goed zou zijn om
binnenkort het gesprek hierover met elkaar aan te gaan, aan de hand van de vraag of we als
gemeente niet iets extra's kunnen doen om vanuit onze rol het geschetste probleem te voorkomen. Mevrouw Schilderman (wethouder): Ik snap deze zoektocht. Ik heb wel een idee waarom Vitens dit nu extra opspeelt: de landelijke regelgeving voor de financieringsruimte moet worden aangepast. De
lobby is er ook op gericht dat het Rijk de zogenaamde WACC-regeling aanpast. Dat heeft vooral te
maken met hoeveel geld je mag lenen. Op het moment dat die lobby niet succesvol zou zijn, zou aan de aandeelhouders, waaronder de gemeente Utrecht, gevraagd kunnen worden om een grotere
bijdrage te leveren aan het eigen vermogen van Vitens. Wij hebben het idee dat dit niet nodig zal zijn, omdat Vitens met een aanpassing van de genoemde regeling al kan voorzien in haar
financieringsbehoefte. Dat is een van de redenen voor het verder aanwakkeren van de lobby.
Wij kunnen er met de raad zeker verder over spreken, maar het zou een stuk makkelijker zijn als de WACC-regeling wordt aangepast.
De voorzitter: Dank voor deze antwoorden. Daarmee zijn we gekomen aan het einde van dit vragenuur. Ik dank u allen voor uw komst en wens u nog een fijne avond. De voorzitter sluit daarop, te 17.15 uur, de vergadering.
5
Vragenuur van 4 april 2024
6