Notulen vragenuur 30 januari 2025
Tekst van het document
2025 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur 30 januari 2025 Vragenuur, gehouden op donderdag 30 januari 2025 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Stylianou. Aanwezig zijn de leden: Dada-Anthonij, Van Heuven, Ramaker, Van Steeg, Talhaoui, Van der Wilt, Vermeulen, Van Vliet en Zwinkels,
Voorts zijn aanwezig de commissieleden: Leever, Van Meerveld, Raghib, A. Stam en Westra-van Til. Namens het college zijn aanwezig de wethouders: Eerenberg, Oosters, Schilderman, Voortman en De Vries.
Griffier: de heer Corten.
Opening van het vragenuur. De voorzitter: Welkom aan iedereen die online meekijkt en de mensen op de tribune, de raadsleden, wethouders en natuurlijk de griffie. We hebben een volle agenda vandaag. Er zijn acht vragen
ingediend en omdat we iets later zijn begonnen, zullen we ook iets later stoppen. We gaan het uur rond, dus we zullen iets na zessen afronden.
We beginnen met de vragen die zijn ingediend door de Partij voor de Dieren en Volt over het actieplan drinkwater.
1. Mondelinge vragen van de fracties van de PvdD en Volt over het Actieplan drinkwater. De heer Stam (Volt): Voorzitter. Maandag 13 januari 2025 stuurde de minister van Infrastructuur en Waterstaat het actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen aan de Tweede Kamer. De
aanleiding voor dit actieprogramma zijn de verwachte drinkwatertekorten in 2030. In Utrecht is die dreiging het grootst.
We hebben de volgende drie vragen.
1. Hoe is de gemeente Utrecht voorbereid op een crisissituatie zoals in Los Angeles, waar de bosbranden mede verergerden door een tekort aan water?
2. Deze gemeenteraad heeft al meerdere malen aandacht gevraagd voor de verwachte
drinkwatertekorten. Heeft het college kennisgenomen van het actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030, en kan het college al een indicatie geven van het effect hiervan op de gemeente Utrecht?
Vragenuur van 30 januari 2025
2
3. Op 8 oktober organiseerden wij een raadsinformatiebijeenkomst over de watertransitie. De
belangrijkste les hieruit was dat er systematisch naar waterproductie, gebruik en opslag moet worden gekeken, volgens KWR. Is het college het ermee eens dat het gepubliceerde
actieprogramma te weinig handvatten biedt voor de noodzakelijke omslag naar een duurzaam zoetwatersysteem? En zo ja, is het college bereid om werk te maken van het advies van KWR?
Mevrouw Schilderman (wethouder): Voorzitter. Om eerst in te gaan op de bosbranden in Los Angeles: de situatie in Utrecht is anders. Wij bevinden ons in een verstedelijkt gebied waar de kans op het ontstaan van zulke branden kleiner is en de verspreiding minder risicovol. De brandweer maakt gebruik van het drinkwaternetwerk voor bluswerkzaamheden. Indien dat niet beschikbaar of
onvoldoende zou zijn, kan de brandweer water gebruiken uit oppervlaktewater, dat op veel plekken in en om onze gemeente aanwezig is.
Dan de tweede vraag. Ja, wij hebben kennisgenomen van het actieprogramma. Uitbreiding van
bestaande waterwinningen en het realiseren van nieuwe winningen in onze regio is niet voorzien
binnen onze gemeentegrenzen. Indirect heeft het wel invloed, omdat de drinkwatervoorziening in
belangrijke mate afhankelijk is van winningen in onze buurgemeenten. De groeiende vraag in onze
regio wordt voor een belangrijk gedeelte veroorzaakt door de woningbouw in onze stad. Wij worden geïnformeerd door de provincie over de uitwerking van het Regionaal Drinkwaterplan voor de
provincie Utrecht. Dit plan moet eind van dit jaar worden vastgesteld en dan kunnen we beter bekijken wat dit betekent voor onze gemeente.
Tot slot antwoord drie. Het actieplan richt zich op de beschikbaarheid van drinkwaterbronnen en is slechts een van de vier landelijke bouwstenen voor het realiseren van een toekomstbestendige drinkwatervoorziening. Deze bouwsteen is gericht op de korte termijn en betreft dus niet de
langetermijnvoorziening. In de Kamerbrief bij het actieplan wordt aangegeven dat de Kamer over
enkele maanden wordt geïnformeerd over de langetermijnplannen van het kabinet. Wij wachten dat
moment en de besprekingen over regionale drinkwatervoorzieningen af, voordat we kunnen bepalen welke rol wij daarin verder kunnen spelen.
De voorzitter: Dan kijk ik rond voor additionele vragen. Volt? Nee? Dan dank ik de wethouder voor de beantwoording en gaan we door naar het volgende onderwerp.
2. Mondelinge vragen van de fracties van D66, PvdA, GroenLinks en Student & Starter over Ook kleine oplossingen kunnen bijdragen aan de oplossing van grotere problemen.
Mevrouw Dada-Anthonij (D66): Voorzitter. Er is veel te doen rondom het tegengaan van
prestatiedruk onder de jeugd, zo ook hier in Utrecht. De Utrechtse jeugd kampt met deze druk. Het was dan ook bemoedigend dat de NOS het nieuws deelde over een pilot op het Jordan Montessori
Lyceum in Zeist, waarbij ouders niet langer cijfers konden inzien via Magister. Dit werd zowel door ouders als leerlingen overwegend positief ervaren. Dit soort relatief makkelijke en kleine ingrepen kunnen bijdragen aan de oplossing van grotere problemen. Het werkt ook preventief. Het verlaagt niet alleen de algemene druk die sommige leerlingen ervaren, maar werkt ook preventief tegen
stressmomenten. Met het oog op de financiële uitdagingen waar de gemeente voor staat, is het juist belangrijk nu dit soort kleine aanpassingen te identificeren en toe te passen.
Daarom stellen D66, PvdA, GroenLinks en Student & Starter de volgende vragen.
Vragenuur van 30 januari 2025
3
1. Hoe kijkt het college naar het succes van de proef, waarbij ouders geen cijfers meer konden inzien via Magister? Heeft het college contact met onderwijspartners, bijvoorbeeld via de
stadstafel Onderwijs en Jeugd, over dergelijke initiatieven om prestatiedruk te verminderen?
2. Hoe kan de gemeente scholen ondersteunen bij het bevorderen van de autonomie van leerlingen, bijvoorbeeld door het stimuleren van gesprekken tussen ouders en kinderen over prestaties in plaats van directe monitoring?
3. Ziet het college mogelijkheden om in het kader van de bezuinigingen binnen het sociale domein,
samen met partners binnen de sociale basis, actief op zoek te gaan naar dit soort relatief simpele en kleinere oplossingen om grondoorzaken aan te pakken en hierover voor de voorjaarsnota terug te koppelen?
De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter. Inderdaad, het initiatief in Zeist is een hartstikke mooi voorbeeld. Dat is ook hoe we er als college naar kijken. Het helpt bij het verminderen van stress,
maar niet alleen dat. Het helpt ook bij het eigenaarschap: je bent als leerling zelf eigenaar van de resultaten die je haalt. Velen van ons zullen zich herinneren dat je op enig moment zelf met je
rapport naar je ouders moest. Dat had je dan ook zelf in de hand. Dit is anders dan wanneer ouders direct na een proefwerk online kijken naar je resultaat.
Het is dus een goed initiatief, en ik vind het inspirerend. Ik stel voor om binnen de Utrechtse
onderwijsagenda, specifiek bij de tafel over prestatiedruk en mentale gezondheid, de collega's uit Zeist uit te nodigen om te vertellen hoe zij het hebben aangepakt en wat hun ervaringen zijn. Dat
kan als inspiratie dienen. Ik weet dat een aantal scholen in Utrecht al speelt met het idee. Sommigen denken eraan om Magister alleen rondom toetsweken tijdelijk dicht te zetten, zodat de druk minder wordt. Dat is een concreet idee dat in onze stad leeft.
Daarnaast werken we, in antwoord op vraag 3, aan het uitvoeringsprogramma Mentale Gezondheid, dat gaat over normaliseren en bespreekbaar maken. Wat hoort nou gewoon bij het leven? Het hoort erbij dat je mag falen. Je mag een keer een onvoldoende halen, dat is niet erg. Er lopen allerlei
campagnes over, en een daarvan gaat via het onderwijs: de Unbox me-campagne. Wat we daarin
bespreekbaar maken met onderwijsbesturen, is het zogenaamde driehoeksoverleg tussen school, kind en ouder over hoe het gaat. Dat is het moment om prestaties te bespreken. Veel scholen in Utrecht gebruiken dat driehoeksgesprek al, een aantal nog niet. Die blijven we via die tafel
stimuleren om het ook te doen. In het uitvoeringsprogramma Mentale Gezondheid is hier meer over te lezen.
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks): Ik heb een korte vraag. Die is deels al beantwoord, maar ik ben
heel benieuwd of er al scholen zijn begonnen met het stopzetten van Magister. Ik hoorde daarover al in de wandelgangen, maar misschien is er al een school die het voorbeeld van het Jordan heeft gevolgd?
De heer Eerenberg (wethouder): Niet dat ik weet. We hebben een aantal schoolbesturen gesproken en die geven aan dat ze het overwegen. Een concreet idee dat ik vandaag vernam, is om Magister
specifiek rondom toetsweken dicht te zetten. Maar ik heb nog niet alle scholen vandaag kunnen spreken, dus wie weet is er al een school die een stap verder is. Dat zou mooi zijn.
Mevrouw Leever (PvdA): De wethouder gaf aan dat dit onderwerp geadresseerd gaat worden binnen de Utrechtse onderwijsagenda. Daar zijn wij heel blij mee. Wij vragen ons alleen af wanneer er dan teruggekoppeld kan worden naar de Raad?
Vragenuur van 30 januari 2025
4
De heer Eerenberg (wethouder): Ik hoop eigenlijk dat ik dit meteen mee kan laten lopen in het uitvoeringsprogramma Mentale Gezondheid. Lukt dat niet, dan komt het in een kwartaalbrief
Onderwijs. Het is natuurlijk uiteindelijk aan de scholen om te besluiten hoe zij met Magister omgaan. Ik zit hier vooral in de rol van inspirerend en faciliterend. Daardoor kan ik ook niet zeggen dat het
morgen of overmorgen geregeld is. Het zal dus een beetje flexibel zijn wanneer ik erop terugkom. Mevrouw Ramaker (VVD): Voorzitter. Magister is vooral bedoeld voor middelbare scholen, maar ik weet uit eigen ervaring dat ook basisscholen cijfers bijhouden. In hoeverre ziet de wethouder mogelijkheden om ook basisscholen hierbij te betrekken in het gesprek met het onderwijs?
De heer Eerenberg (wethouder): Ik weet niet in hoeverre er al digitale platforms bestaan waarmee je een kind realtime door de basisschool kunt volgen. Ik hoop dat we niet een samenleving worden
waarin dat al met onze jonge kinderen gebeurt. Mijn basisschool doet dit in ieder geval niet. Als dit wel het geval is, dan ben ik daar geen voorstander van. Ik vind dit echt niet passend bij de manier waarop we kinderen voorbereiden op de maatschappij en het draagt niet bij aan een ontspannen schoolervaring. Dit zal ik ook op dezelfde manier aan de basisscholen communiceren.
Mevrouw Dada-Anthonij (D66): Voorzitter. Ik heb nog een aanvullende vraag. Tijdens landelijke congressen heb ik samen met enkele fractiegenoten een motie met een vergelijkbare strekking
ingediend. Mijn vraag aan de wethouder is of hij bereid is om dit onderwerp ook landelijk verder aan te kaarten, zodat dit mogelijk op nationaal niveau geregeld kan worden. Dat zou natuurlijk veel efficiënter zijn.
De heer Eerenberg (wethouder): Dat zal ik doen, voorzitter. De voorzitter: Oké, dan gaan we door naar de volgende vraag, ingediend door CDA Utrecht, Solidair Utrecht Nu en de ChristenUnie.
3. Mondelinge vragen van de fracties van CDA, Utrecht Solidair, UtrechtNu! en ChristenUnie over Petitie geluidsoverlast in korte tijd al 286 keer ondertekend.
Mevrouw Zwinkels (CDA): Voorzitter. Deze week ontvingen wij een mail van inwoners waarin zij
aangaven een petitie te zijn gestart vanwege de geluidsoverlast bij Beton-T. De inwoners geven aan
voorstander te zijn van kleinschalige activiteiten op het plein, die bijdragen aan de levendigheid van de buurt. In die zin is het mooi voor de buurt en zijn mensen blij dat het er is. Echter, er schijnen ook grote evenementen, de zogenaamde L- en XL-evenementen, plaats te vinden die veel
geluidsoverlast veroorzaken. Er is een groot aantal handtekeningen in een zeer korte tijd verzameld. In de afgelopen dagen hebben wij met zowel de inwoners als Beton-T zelf gesproken. Er blijkt al
onderling contact te zijn, en de organisatie neemt al maatregelen zoals realtime geluidsmetingen om normoverschrijdingen te voorkomen en het beperken van grote evenementen. De stad groeit en daarmee veranderen ook de omstandigheden, zoals meer woningen en andere geluidsbronnen. Wij hebben de volgende vragen aan het college. 1. Is het college bekend met deze situatie?
Vragenuur van 30 januari 2025
5
2. Deelt het college de mening dat deze locatie zich niet leent voor grote evenementen met hard
geluid midden in een woonwijk en dat goed moet worden gekeken naar de proportionaliteit van deze events?
3. Passen de events binnen de beleidskaders van de gemeente en de verstrekte vergunningen? Hoe verhoudt de situatie zich tot de recent vastgestelde locatieprofielen?
4. Wat zijn de toegestane geluidsniveaus en het aantal evenementen per jaar? Wordt hierop gehandhaafd en worden metingen verricht?
5. Is het college het met ons eens dat, zelfs als aan de beleidsnormen wordt voldaan, het alsnog wenselijk is om in overleg te treden wanneer zo veel inwoners dit signaal afgeven?
6. Welke maatregelen zou de gemeente zelf kunnen nemen om geluidsoverlast te verminderen? 7. Is het college bereid om met betrokken partijen naar een passende oplossing te zoeken?
Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. Ik begin natuurlijk met vraag 1. Ja, het college is bekend met deze situatie. Tijdens het wijkspreekuur op 15 januari is de petitie formeel overhandigd aan
wethouder Dennis de Vries, die deze met mij heeft gedeeld. De gemeente was al in december 2024 op de hoogte van het initiatief, en op 7 januari zijn we in gesprek gegaan met Stichting Vechtclub. Daarbij zijn de zorgen van omwonenden besproken, en de stichting heeft uiteengezet welke
maatregelen zij nemen om overlast te voorkomen. Dat heeft de stichting aan de raad gezonden, met onder andere de bijlage van het Omgevingsplan. Daarin zijn deze afspraken vastgelegd en deze kunnen worden gedeeld indien gewenst. Vandaag heb ik zelf ook een gesprek gevoerd met de
Stichting Vechtclub en met de indieners van de petitie over hun zorgen en de overlast die zij ervaren. Dan vraag 2. In het locatiebeleid voor evenementen is de belangrijkste doelstelling een goede
spreiding van evenementen over de stad en het jaar. We vinden evenementen belangrijk voor de
stad, maar erkennen ook dat sommige locaties dicht bij woningen liggen. Beton-T past binnen onze ambities voor een levendige en leefbare Maria Kanaalzone. We delen dus niet de mening dat de locatie ongeschikt is.
Vraag 3. grote evenementen bij Beton-T voldoen aan de voorwaarden van de omgevingsvergunning en evenementenvergunning. Beton-T is niet opgenomen in de 10 vastgestelde locatieprofielen en valt daardoor buiten dat kader.
Vraag 4. Voor L-evenementen geldt een geluidsnorm van 70 dB(A) en 85 dB(C), voor XL-
evenementen 80 dB(A) en 95 dB(C), gemeten bij de dichtstbijzijnde gevels. Beide categorieën mogen zes keer per jaar plaatsvinden, in totaal twaalf evenementen. Geluidsmetingen tonen aan dat de normen worden nageleefd.
Vraag 5. Overleg is noodzakelijk. De vergunning is onherroepelijk, dus we moeten tot afspraken
komen. We zijn daarom in gesprek met Beton-T over communicatie en beperking van overlast. De
medewerkers van Beton-T hebben regelmatig contact met omwonenden en informeren hen over de aanstaande evenementen.
Vraag 6. Beton-T heeft maatregelen genomen zoals een geluidswal en herpositionering van geluidsbronnen. Er is akoestisch onderzoek gedaan en aanpassingen aan de locatie worden onderzocht. Stichting Vechtclub heeft echter geen middelen voor verdere aanpassingen. De
gemeente onderzoekt of de openbare ruimte zodanig kan worden aangepast om geluidsoverlast te beperken, al zijn hiervoor nog geen middelen begroot.
Vraag 7. Ja, we zijn zowel ambtelijk als bestuurlijk in gesprek en verkennen mogelijke oplossingen. De raad wordt hierover uiterlijk in Q3 dit jaar geïnformeerd.
Vragenuur van 30 januari 2025
6
De heer Van Heuven (PvdD): Voorzitter. Een groot probleem is niet alleen dat er meer grote evenementen plaatsvinden bij Beton-T, maar dat bewoners worden geconfronteerd met
evenementen in zowel Park Transwijk als Beton-T. Hierdoor ervaren zij het hele jaar door overlast. Ziet de wethouder in dat bewoners hierdoor extra worden belast?
Mevrouw Oosters (wethouder): Inderdaad is er in dit deel van Utrecht een cumulatie van geluid uit Park Transwijk en Beton-T. Dit hangt af van het type evenement en de weersomstandigheden.
Echter, dat er het hele jaar door overlast is, deel ik niet, evenmin als de stelling dat er buitensporig veel evenementen zijn.
De heer Van Heuven (PvdD): Maar erkent de wethouder dat meer regels nodig zijn voor andere
locaties? De afstand tussen Park Transwijk en Beton-T is slechts één kilometer, en bewoners zitten constant in de herrie. Is de wethouder bereid om cumulatief beleid te ontwikkelen, waarin bij de organisatie van festivals rekening wordt gehouden met andere festivals?
Mevrouw Oosters (wethouder): Het uitbreiden van locatieprofielen naar meer locaties in de stad zou
kunnen helpen. Dit hebben we besproken bij het vaststellen van de locatieprofielen, maar momenteel zijn er geen middelen beschikbaar om alle 39 locaties uit te werken.
De heer Van Heuven (PvdD): Ja Misschien ook, maar hoe dan ook, maar is de wethouder dan wel bereid om rond de tien locatieprofielen wel bekend beleid te maken over rekening houden met evenementen van andere locaties?
Mevrouw Oosters (wethouder): Ja voorzitter, we hebben de locatieprofielen net met elkaar
vastgesteld en die kunnen dus ook niet zomaar worden gewijzigd. Ik wil dat ook niet voorstellen. De heer Van Vliet (D66): Is het college het met mij eens dat initiatieven, zoals die van Beton-T juist
specifiek ook passen in dat ideaal van de 10-minutenstad, waarbij dergelijke culturele voorzieningen overal op zo'n 10 minuten fietsafstand van willen hebben?
Mevrouw Oosters (wethouder): Zoals ik al zei, past dat goed bij onze visie van een levendige
Merwedekanaalzone. Wij willen graag dat hier dingen worden georganiseerd. Ik denk wel dat het
belangrijk is om dat in overleg ook met andere omwonenden In de wijk te doen en te kijken waar daar de oplossingen liggen, zodat het voor iedereen een leuke situatie is.
Mevrouw Ramaker (VVD): Misschien was het voor mij nog niet helemaal duidelijk genoeg. Er wordt
wel gesproken met Beton-T en de andere club, maar wordt er ook gesproken met de omwonenden
die klagen? Denkt de gemeente ook mee samen met de omwonenden om met oplossingen te komen. Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. Ja, zelfs met twee wethouders sterk dus. Zowel de heer De Vries heeft op zijn wijkspreekuur met de bewoners gesproken en ik ga dat contact in de komende
tijd nog zoeken, want de petitie zouden zij ook graag aan mij als wethouder aanbieden. Dat gesprek gaan we zeker met elkaar voeren.
Mevrouw Ramaker (VVD): Zullen de wethouders de bewoners ook betrekken bij de herinrichting van de openbare ruimte?
Vragenuur van 30 januari 2025
7
Mevrouw Oosters (wethouder): Dat zou een van de oplossingen kunnen zijn. Wij zullen de opties waar we nog uit te kiezen hebben zeker met de bewoners bespreken?
Mevrouw Van der Wilt (D66): Voorzitter. Een punt van orde. De wethouder heeft aangegeven dat de
petitie al zou zijn overhandigd aan het college. Dat is niet gebeurd. Ze willen graag de petitie alsnog aan wethouder Oosters overhandigen, zo heb ik begrepen. Dat wilde ik even gecorrigeerd hebben. Verdere dank ik de wethouder voor de beantwoording.
Mevrouw Oosters (wethouder): De petitie is aangeboden aan wethouder De Vries. Wij zijn een
college, dus de petitie is officieel aangeboden aan het college. Ik zal haar echter graag nogmaals in ontvangst nemen, dus dat doe ik ook namens mij.
De voorzitter: Volgens mij wordt die afspraak nader gemaakt na deze vergadering. Wij gaan door met de volgende set vragen.
4. Mondelinge vragen van de fracties van CDA, D66, PvdA en Student & Starter over Geen uitstel meer voor Nedereindse Berg.
De voorzitter: Mijnheer Van Steeg, u kunt ook alleen de vragen voorlezen, zodat u straks misschien nog tijd heeft voor een vervolgvraag.
De heer Van Steeg (CDA): Voorzitter, dank voor de tip. We hebben recent vragen over de Nedereindse berg gesteld en dat zal geregeld gebeuren door de renovatie van het skeeler- en wielerparcours. Nu
krijgen we verschillende signalen van de vereniging in vanuit het Stadskantoor en daarom hebben wij de volgende vragen.
1. Klopt het dat er nog geen concrete planning en geen concreet plan zijn om het parcours van de
Nedereindse berg te renoveren? Hoe rijmt dit met de toezegging in dit in overleg en passend bij de kalender van de betrokken verenigingen te organiseren?
2. Klopt het dat is toegezegd dat er iets zou worden gedaan aan de wateroverlast waarvan al sinds december sprake is? Zo ja, waarom is dat nog niet verholpen?
3. Hoe kan het dat vanuit de ene afdeling wordt gecommuniceerd dat de renovatie zal worden
ingepland, maar een aantal maanden later een andere afdelingen aangeeft dat er geen financiële middelen beschikbaar zijn. Waarom worden gedane toezeggingen niet uitgevoerd?
4. Wanneer zal de renovatie plaatsvinden?
Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. Het antwoord op de eerste vraag. Er is een planning op hoofdlijnen. Renovatie gaat in 2025 plaatsvinden en we zijn gestart met de voorbereidingen
daarvoor. Binnenkort gaan de gesprekken hierover met de coöperatie Nedereindse Berg ook starten en dat dan vindt ook afstemming plaats over de beoogde periode voor renovatie.
Vraag 2. Ja, dit is toegezegd. In het verleden is een extra drainage aangelegd voor de afvoer van water en We zijn relevante informatie aan het verzamelen qua ontwerp, tekeningen, opdracht,
aannemer et cetera. Met deze informatie kan gericht gezocht worden naar het probleem en dit ook
verholpen worden. Gezien de urgentie pakken we dit op en maken we hier eenmalig budget voor vrij, dus uit de begroting van dit jaar. Een structureel budget voor beheer en onderhoud was nog niet
beschikbaar en op dit moment wordt gewerkt aan een meerjarenonderhoudsplan, zodat duidelijk is
Vragenuur van 30 januari 2025
8
wat hiervoor precies nodig is, waarna we dit structureel kunnen verwerken in de begroting van 2026. Dat is waarschijnlijk ook de verwarring geweest.
Vraag 3. Meerdere afdelingen zijn betrokken bij de renovatie. Zoals net aangegeven, wordt het
wieler- en skeelerparcours gerenoveerd en vervolgens in structureel beheer en onderhoud genomen
dat tot op heden incidenteel heeft plaatsgevonden in plaats van planmatig. Daar moeten we dus nog wat op doen met elkaar.
Vraag 4. Zoals ook bij vraag een aangegeven gaat de renovatie in 2025 plaatsvinden. Er is
voorbereidend werk nodig, waarna de aanbesteding plaatsvindt en dit kan worden uitgevoerd. Hier zijn we, zoals gezegd, mee bezig en dit gebeurt natuurlijk in afstemming, ook met de coöperatie. De heer Van Steeg (CDA): Dank voor de antwoorden. Als het in 2025 plaatsvindt, kan zijn de
wethouder dan zo snel mogelijk de planning bekend maken met de verenigingen, want er is echt behoefte aan om dat te kunnen communiceren naar de gebruikers van de banen. Dan is het heel
onhandig als een afdeling zegt dat er eigenlijk geen financiële middelen zijn. Dat roept heel veel verwarring op. Kan de wethouder dat toezeggen?
Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. Dat ben ik met de heer Van Steeg eens. Ik zal ervoor
zorgen dat er duidelijk wordt gecommuniceerd met de coöperatie over wat zij wanneer van ons kunnen verwachten.
De voorzitter: Dank voor de beantwoording. Wij gaan door met de volgende vragen. 5. Mondelinge vragen van de fracties van ChristenUnie, CDA, VVD, GroenLinks en UtrechtNu! over Herdenken in Utrecht/Holocaust en Februaristaking 2025.
Mevrouw Westra-van Til (ChristenUnie): Voorzitter. Op 27 januari wordt wereldwijd de Holocaust herdacht. Dit jaar markeert de 80ste verjaardag van de bevrijding van het vernietigingskamp Auschwitz. Utrechtse slachtoffers, waaronder joden, Roma en Sinti, werden vanaf het
Maliebaanstation gedeporteerd. Op 26 januari vond de eerste Holocaustherdenking bij het
namenmonument plaats, een initiatief van Stichting Vlam, een breed gesteund door inwoners. Ook de Februaristaking van 26 februari 1941, een belangrijk protest tegen de Jodenvervolging verdient erkenning. De eerder aangenomen motie Herdenk het verzet ook in Utrecht roept op tot samenwerking om deze daad van verzet passend te herdenken.
Daarom stelt de ChristenUnie samen met de fracties van CDA, VVD, GroenLinks in UtrechtNu! de volgende vragen aan het college. Holocaustherdenking.
1. Was het college op de hoogte van deze eerste herdenkingen was de gemeente hierbij vertegenwoordigd? Hoe is hierover gecommuniceerd naar inwoners?
2. Nu er draagvlak is voor een structurele herdenking, welke rol ziet het college voor de gemeente? Februaristaking.
3. Hoe heeft het college uitvoering gegeven aan de motie over een jaarlijkse herdenking van deze staking?
4. Hoe ziet het college de relatie tussen de herdenking van deze staking en bestaande Utrechtse herdenkingen zoals die van de Holocaust en 4 mei?
Herdenkingsbeleid en 80 jaar bevrijding Utrecht.
Vragenuur van 30 januari 2025
9
5. Welke mogelijkheden ziet het college om herdenkingen structureel te verankeren en breder zichtbaar te maken?
6. Is het college bereid een centrale online vindplaats te creëren voor alle herdenkingen in 2025 en de raad hierover op korte termijn te informeren?
Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter. Ik vervang op dit punt vandaag de burgemeester. Dank aan mevrouw Westra en anderen voor het stellen van deze vragen. Ten eerste de vragen over de
Holocaust. Allereerst de vragen over de Holocaustherdenking. Bij de jaarlijkse dodenherdenking op 4 mei wordt al lange tijd stilstaan bij de slachtoffers van de verschrikkelijke Holocaust tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar het is heel erg mooi om te zien dat het daarnaast ook een lokaal
initiatief is ontstaan door op 27 januari, de dag waarop de overlevenden van Kamp Auschwitz bevrijd werden, een herdenking te organiseren. Het belang van het blijven herdenken van de Holocaust
wordt door iedereen diep herkend vanuit de organisaties zijn op voorhand geen specifieke wensen richting de gemeente geuit over de organisatie van deze herdenking, maar we zullen met de organisatie verkennen of en in welke vorm ondersteuning van de gemeente wenselijk is.
Dan de vragen over de Februaristaking. Naar aanleiding van de motie zijn we aan de slag gegaan met een aantal partijen in de stad om te bekijken hoe de Februaristaking en de herinnering daaraan een structurele vorm kan krijgen. Dat heeft geleid tot een gedenkteken waarover ik op dit moment nog geen verdere details prijs wil geven. Binnenkort ontvangt u een uitnodiging voor de onthulling.
Wat betreft de samenhang tussen de herdenking van de Februaristaking en bestaande Utrechtse
herdenkingen, wil ik benadrukken dat het herdenken op zich al van groot belang is. Waar mogelijk proberen we initiatieven met elkaar te verbinden.
Ten aanzien van het herdenkingsbeleid en de viering van 80 jaar Bevrijding Utrecht: in de aanloop naar 4 en 5 mei proberen we zoveel mogelijk initiatieven te bundelen. Binnenkort zullen we op de website utrecht.nl/80jaarvrijheid een overzicht delen, zodat geïnteresseerden eenvoudig toegang hebben tot de relevante informatie.
Ik deel de mening van de vraagstellers dat het herdenken van deze gebeurtenissen essentieel is,
zeker nu er steeds minder mensen zijn die deze geschiedenis persoonlijk hebben meegemaakt. Het is daarom belangrijk dat wij deze herinneringen blijven doorgeven en borgen voor toekomstige generaties.
Mevrouw Ramaker (VVD): De VVD vindt herdenken heel erg belangrijk. Ik hoor over 5 mei en 80 jaar na de Tweede Wereldoorlog en een natuurlijk gegeven hierbij is dat mensen ons door de dood
ontvallen. Los van het feit dat er steeds minder mensen zijn, hoe blijven we dit herdenken? Hoe zit het met de jongeren?
Mevrouw Voortman (wethouder): Dat is inderdaad een belangrijke vraag. Dit kunnen wij als
gemeente inderdaad niet alleen. Samenwerking met het Comité 4 en 5 mei, scholen en andere
instanties is cruciaal. Op deze manier houden we de herinnering levend en zorgen we ervoor dat toekomstige generaties blijven leren over het verleden.
Mevrouw Ramaker (VVD): Worden scholen hier specifiek bij betrokken? Mevrouw Voortman (wethouder): Ik weet niet in detail hoe dit momenteel is georganiseerd, maar uit
eigen ervaring als moeder van een dochter weet ik dat scholen aandacht besteden aan deze thema’s. Dit is van groot belang en verdient verdere aandacht.
Vragenuur van 30 januari 2025
10
De voorzitter: Ik zie verder geen vragen. Dan gaan we door naar de volgende vraag. 6. Mondelinge vragen van de fractie van DENK over Aandacht voor dodelijke stikspellen. De voorzitter: Het is het eerste optreden van de heer Raghib bij dit vragenuur. De heer Raghib (DENK): Voorzitter. In diverse steden zien we een gevaarlijke trend waarbij jongeren deelnemen aan stikspellen. Dit houdt in dat zij hun ademhaling bewust belemmeren om een
kortstondig euforisch gevoel te ervaren. Dit heeft in verschillende gevallen geleid tot ernstig letsel en zelfs dodelijke incidenten. Ook in Utrecht is dit fenomeen niet onbekend, en jongeren in kwetsbare posities lopen een verhoogd risico. Het is belangrijk dat de gemeente proactief optreedt door in te
zetten op bewustwording, preventie en samenwerking met scholen en jeugdorganisaties. Jongeren moeten zich bewust zijn van de risico’s en ouders en professionals moeten handvatten krijgen om signalen te herkennen en het gesprek aan te gaan. Mijn vragen aan de wethouder zijn als volgt.
1. Wat is de huidige kennis van de gemeente over de trend van stikspellen onder jongeren en de mogelijke risico’s?
2. Welke signalen heeft de gemeente ontvangen over de aanwezigheid van deze trend in Utrecht? 3. Hoe worden scholen, jeugdorganisaties en wijkteams geïnformeerd en welke voorlichtingsmaatregelen zijn al genomen?
4. Op welke manier kan de gemeente bijdragen aan het vergroten van bewustwording en preventie van stikspellen onder jongeren en hun ouders?
De heer De Vries (wethouder): Voorzitter. Het antwoord op de eerste en tweede vraag pak ik even
samen. In januari is in Utrecht een 15-jarige leerling van het Anne van Rijn College in Nieuwegein
overleden door een zogeheten stikspel, the challenge. Het was een noodlottig incident waarbij geen andere personen betrokken waren en dat plaatsvond buiten de school. Volgens Stichting 113
Zelfmoordpreventie komen dergelijke gevallen meerdere keren per jaar voor, vooral onder kinderen en jongeren. De stichting biedt ondersteuning en advies aan onderwijsinstellingen. Op dit moment
zijn ons geen andere incidenten in Utrecht bekend en we houden lokaal geen cijfers hierover bij. Wel weten we dat veel jongeren bekend zijn met deze spellen, hoewel slechts een beperkt aantal ze
daadwerkelijk uitvoert. Dit blijkt ook uit signalen van onze partners, zoals het jongerenwerk van Stichting JOU.
Dan het antwoord op de derde vraag. Het Bureau Jeugd & Media geeft informatie over dit fenomeen
en verwijst onder andere voor een film en een mentorles naar de website van de Stichting Ouders van Tim, waar opvoeders advies kunnen vinden. Ook Stichting JOU volgt online trends en gaat in gesprek met jongeren over gevaarlijke challenges. Daarnaast geven zij workshops aan ouders en docenten
over de online leefwereld van jongeren. Op verschillende scholen, waaronder Nuovo en het Anne van Rijn College, zijn gesprekken gevoerd met leerlingen over dit onderwerp.
Het antwoord op de vierde vraag, we vertrouwen op de professionals in onderwijs en zorg om het
gesprek hierover te voeren. Wanneer daar behoefte aan is, kan de gemeente ondersteuning bieden in de voorlichting en preventie. Daarnaast is in 2024 een Utrechtse online coalitie opgezet met partners uit de jeugdzorg, het onderwijs en de veiligheidssector. Deze coalitie houdt trends in de online leefwereld van jongeren in de gaten en werkt samen om risico’s tijdig te signaleren.
Vragenuur van 30 januari 2025
11
De heer Talhaoui (PvdA): Dank voor het antwoord. Als docent heb ik geleerd dat het soms beter is
om dit soort onderwerpen niet expliciet te bespreken, omdat dit jongeren kan triggeren om het juist te proberen. Hoe kijkt de wethouder hiernaar?
De heer De Vries (wethouder): Toevallig ben ik zelf ook docent geweest. Het is belangrijk om dit
soort onderwerpen in een veilige pedagogische omgeving te bespreken, zodat jongeren zich bewust worden van de risico’s zonder dat het hen juist aanzet tot experimenteren. Een sterke basis in het onderwijs is hierin cruciaal. Als je begint na een incident is het niet goed.
De voorzitter: Ik zie dat er geen verdere vragen zijn en dan gaan we door naar de volgende vraag. 8. Mondelinge vragen van de fracties van Student & Starter, D66, BIJ1, PvdA, UtrechtNu! en Volt over Laat het kind niet vergeten worden.
Mevrouw Van Meerveld (Student & Starter): Voorzitter. Onlangs publiceerde de organisatie Het Vergeten Kind twee documenten waarin zij aandacht vragen voor de problematiek rondom
doorplaatsing van kinderen in de jeugdzorg. Het rapport Van Cijfer naar Stem en het manifest Stop
Doorplaatsen pleiten voor ingrijpende veranderingen in de zorg voor kinderen die tijdelijk niet thuis kunnen wonen.
Dit was voor ons aanleiding om vragen te stellen aan het college.
1. Is het college bekend met de publicatie Van Cijfer Naar Stemmen het manifest Stop het
doorplaatsen van kinderen in jeugdzorg van Het Vergeten Kind? wat is de visie van het college op de problematiek die in deze documenten wordt besproken?
2. In hoeverre is het college op de hoogte van de effecten van doorplaatsingen op kinderen binnen de jeugdzorg? Welke maatregelen neemt het college om doorplaatsingen onder deze groep te voorkomen?
3. Hoe is de huidige situatie met betrekking tot de uithuisplaatsingen van kinderen in Utrecht?
4. Welke initiatieven neemt het college om meer stabiliteit en continuïteit te bieden voor kinderen die uit huis geplaatst zijn/worden in Utrecht?
5. In het manifest wordt benadrukt dat er meer aandacht moet komen voor de context van het kind in plaats van alleen het probleemgedrag. Hoe ziet het college de rol van preventie en ondersteuning in de thuisomgeving om uithuisplaatsing te voorkomen in Utrecht?
De heer De Vries (wethouder): Voorzitter. Ik zal de vragen een voor een behandelen. Het antwoord
op de eerste vraag. Ja, de gemeente is bekend met het manifest van Het Vergeten Kind. Gisteren heb ik samen met aanbieders een gesprek gevoerd met de stichting en het manifest in ontvangst
genomen. We onderschrijven de oproep om de schadelijke effecten van doorplaatsing zoveel mogelijk te voorkomen.
De tweede vraag. We zijn ons bewust van de nadelige gevolgen van veelvuldig wisselende
omgevingen voor de hechting en ontwikkeling van een kind. Kinderen moeten telkens opnieuw
verbindingen aangaan, wat een gevoel van onveiligheid kan geven. Daarom werken we in Utrecht al enkele jaren volgens het principe Breng de zorg naar het kind in plaats van het kind naar de zorg, zodat zij thuis en in de wijk kunnen blijven. Indien hoogspecialistische jeugdhulp met verblijf
noodzakelijk is, wordt dit aangeboden door JEP. Dankzij onze taakgerichte bekostiging en langjarige overeenkomst heeft JEP de ruimte om flexibel te handelen. Soms betekent dit dat een plek wordt gereserveerd voor een kind zonder dat het daar direct verblijft, omdat dit de best passende
Vragenuur van 30 januari 2025
12
oplossing is. In sommige gevallen worden tijdelijk twee plekken bekostigd om een soepele overgang mogelijk te maken.
De derde vraag. Gisteren benoemde Het Vergeten Kind dat Utrecht het relatief goed doet. We hebben minder uithuisplaatsingen dan veel andere gemeenten en regio’s. Dit is mede te danken aan onze investeringen in het sociaal domein en onze aanpak waarbij hulp zo dichtbij mogelijk wordt georganiseerd.
De vierde vraag. Als een uithuisplaatsing noodzakelijk is, zetten we in op zo thuis mogelijk wonen.
In 2023 hebben we de gesloten jeugdzorgvoorziening Klaverhof getransformeerd naar kleinschalige woonvormen. Daarnaast ontwikkelen we momenteel bovenregionale alternatieven voor gesloten
jeugdhulp. Gezinshuis Nest in Vleuten is een goed voorbeeld van deze benadering. We onderzoeken de mogelijkheden om meer van dergelijke plekken te creëren, maar dat blijft uitdagend gezien de woning- en vastgoedmarkt. Tot slot hebben we afgesproken met Het Vergeten Kind om doorplaatsingen te monitoren, zodat we verbeteringen kunnen realiseren.
Dan de laatste vraag. In Utrecht doen we al relatief veel en we zien dat dit effect heeft. Het aantal
uithuisplaatsingen is laag. Dit komt mede doordat professionals in de buurtteams breed kijken naar de context en dit meenemen in het ondersteuningsplan.
Mevrouw Ramaker (VVD): Het is goed om te horen dat Utrecht hierin vooroploopt, maar hoe zit het als je in De Bilt woont? Ben je dan afhankelijk van de gemeente?
De heer De Vries (wethouder): Dat hangt af van de organisatie van de zorg. Utrecht is een eigen
jeugdhulpregio, wat betekent dat wij invloed hebben op de zorg die wordt geleverd. In omliggende gemeenten kan de organisatie anders zijn. Hoogspecialistische zorg, zoals JeugdzorgPlus , wordt
bovenregionaal geregeld en daar maken we afspraken over. Als regio zitten we wat dat betreft op de goede weg.
Mevrouw Ramaker (VVD): Dat is het voordeel als je raadslid bent, want vanavond spreken we over
daklozenopvang in de regio. Hoe verhoudt dit zich tot daklozenopvang en preventie? Specialistisch is regionaal, maar hoe ziet de wethouder bijvoorbeeld preventie
De heer De Vries (wethouder): Dat is een terechte vraag. Het een kan niet zonder het ander. In
bestuurlijk overleg over bovenregionale samenwerking breng ik dit altijd ter sprake. We kunnen het hebben over bovenregionale zorg, maar we moeten ook nadenken over preventie en hoe we zorg
lokaal organiseren. Dit vereist goede samenwerking met buurtteams en lokale zorgorganisaties. Ik
heb daar geen invloed op, maar ik vind er wel wat van. Uiteraard bespreek ik dat met mijn collega’s in het bovenregionaal overleg.
Mevrouw Van Meerveld (Student & Starter): Allereerst wil ik aangeven dat wij het fijn vinden dat het zo goed gaat in Utrecht. De wethouder stelt echter dat dit komt door de vele investeringen in het sociale domein. In hoeverre vormen hervormingen en bezuinigingen een risico voor de huidige cijfers?
De heer De Vries (wethouder): We doen het relatief goed, maar natuurlijk is er altijd een risico. We
sturen op heldere principes, zoals zo thuis mogelijk. Dit betekent dat we altijd zoeken naar de minst
ingrijpende oplossing, zoals logeren of kamertraining voor oudere jongeren. Daarnaast nemen we de
Vragenuur van 30 januari 2025
13
stem van het kind mee in de zorg. Dit beleid is niet alleen afhankelijk van middelen, maar ook van de inhoudelijke keuzes die we maken.
Mevrouw Van Meerveld (Student & Starter): Dus u verwacht niet dat de cijfers sterk zullen veranderen door bezuinigingen?
De heer De Vries (wethouder): Ik zou willen dat ik een glazen bol had. Daarom zijn deze gesprekken zo belangrijk. We moeten monitoren hoe het sociaal domein zich verhoudt tot de jeugdzorgvraag. Dit debat voeren we continu.
De voorzitter: We gaan door met de laatste vraag. 9. Mondelinge vragen van de fractie van de PvdA over Wat wordt de nieuwe bestemming van de Julianaschool?
De heer Talhaoui (PvdA): Voorzitter. Het voormalige Julianaschoolgebouw heeft lange tijd
maatschappelijke organisaties gehuisvest. Momenteel inventariseert de gemeente samen met
buurtbewoners welke nieuwe functies het gebouw kan krijgen. Op de projectwebsite worden opties
genoemd zoals woningen, een plek voor ondernemers en een fietsenstalling. Tegelijkertijd heeft de raad eerder benadrukt dat er in Noordwest behoefte is aan maatschappelijke functies zoals
jongerenplekken en huisvesting voor organisaties zoals de voedselbank in Ondiep en is het
buurthuis in de speler voor veel bewoners te ver weg. Vanwege de genoemde doelen voor de
Julianaschool vrezen wij dat onder andere het maken van plekken voor jongeren hier geen aandacht krijgt, terwijl dit gebouw daar juist heel mooie kansen voor zou bieden, dit terwijl we bij de
voorjaarsnota de noodzaak hiervan hebben benadrukt en gelden hiervoor hebben vrijgemaakt. 1. Hoe is bij de Julianaschool gekeken naar doelen die raad en college eerder met
maatschappelijk/eigen vastgoed hebben genoemd en hoe verhouden die zich tot de opties die genoemd zijn?
2. Gaat het college naast de input die buurtbewoners naast de input die buurtbewoners geven op het project, inzetten op de realisatie van jongerenplekken, zeker omdat er in de nabijgelegen Geuzenwijk al jaren behoefte is aan meer plekken en er daar geen ruimte voor is?
3. Is het college met maatschappelijke organisaties in gesprek over het gebruik van het gebouw voor dit soort andere maatschappelijke functies? Zo niet, waarom niet?
De heer De Vries (wethouder): Voorzitter. Het is fijn de heer Talhaoui weer zo in actie te zien, zodat we het debat kunnen voeren met elkaar.
Het antwoord op de eerste vraag. De opties die in de raadsbrief zijn genoemd, zijn sociaal wonen,
een broedplaats voor creatieve ondernemers, een fietsenstalling en andere maatschappelijke functies in lijn met het ambitiedocument maatschappelijke meerwaarde vastgoed. Die lijn zetten we ook In de beleidsnota vastgoed voort. We zijn tot deze optie gekomen via een brede inventarisatie bij alle
beleidsafdelingen wat de kansen en de mogelijkheden voor deze locatie zijn, maar ook waar we
tegenaan lopen. Dit was echt een eerste verkennende fase. In de haalbaarheidsfase kijken we ook naar technische en ruimtelijke mogelijkheden van het gebouw en de buitenruimte en of er nog
andere invullingen gewenst en mogelijk zijn vanuit omwonenden en de buurt. Een daarvan is een plek verzorgen. We benaderen dit zo integraal mogelijk.
Vragenuur van 30 januari 2025
14
De tweede vraag. Eisen voor de nieuwe invulling zijn in ieder geval dat het aansluit op wat er nodig is in de buurt en de stad, dat het past bij het gebouw en de omgeving, dat het praktisch en financieel
mogelijk is en dat het past binnen het huidige omgevingsplan. Vooral ten aanzien van de financiële mogelijkheden is een jongerenplek wel lastiger, maar als uit het haalbaarheidsonderzoek blijkt dat dit een functie is die passend, haalbaar en gewenst is, is een jongerenplek een van de opties. Het zou ook heel goed kunnen in combinatie met bijvoorbeeld andere maatschappelijke functies.
De derde vraag. Er zijn een aantal maatschappelijke organisaties die hun interesse voor deze locatie aan ons hebben laten blijken. Dat nemen we ook mee in verdere fases van de ontwikkeling van dit gebouw. We zijn op dit moment ook bezig om breed te peilen n de buurt in het kader van Samen
stad maken, zoals in de raadsbrief genoemd. We zetten ons hier in om zo breed mogelijk te peilen en extra in te zetten om de visie van jongeren ook te betrekken. Tegelijkertijd doen we
vervolgonderzoek naar alle juridische, ruimtelijke, technische en financiële mogelijkheden. Met
behulp van al die inzichten uit de fase peilen en andere onderdelen van het haalbaarheidsonderzoek, beleidsmatig, juridisch, ruimtelijk, technisch, financieel en operationeel stellen wij als gemeente
eisen op waar dan die plannen aan moeten voldoen en vervolgens nodigen we alle organisaties met
interesse uit om plannen in te dienen, dus ook maatschappelijke organisaties die mogelijkheden zien in dit gebouw. Bij de uitnodiging maken we inzichtelijk hoe we de plannen beoordelen op haalbaarheid en wenselijkheid.
Mevrouw Dada-Anthonij (D66): Ik hoor heel veel criteria en natuurlijk moeten aan regels vandaan
worden, maar we hebben ook de motie Mixen maar die we enige tijd geleden met andere partijen
hebben ingediend. Soms bekruipt mij het gevoel dat het best wel traag gaat omdat r zoveel criteria zijn. Kijkt de wethouder daarnaar en hoe kan hij mij geruststellen?
De heer De Vries (wethouder): Dan hoop ik maar dat dat gaat lukken. Ik heb echter zojuist in mijn beantwoording al geprobeerd iets te zeggen. We kunnen specifiek kijken naar een plek voor
jongeren, maar je kan ook kijken hoe je dat juist kan combineren met andere onderdelen. Ik heb
zojuist het voorbeeld van een creatieve broedplaats genoemd, want we zien vaak dat jongeren wat te doen willen. Daar zou je combinaties in kunnen maken en dat is uitdrukkelijk onderdeel van wat we hier aan het doen zijn.
De heer Talhaoui (PvdA): Dank voor de beantwoording. In de raad hebben we het heel vaak over
jongerenontmoetingsplekken gehad. We hebben amendementen en moties ingediend die aangeven dat die plekken er moeten komen. Nu is er een ideale mogelijkheid om die te realiseren. Kan de
wethouder toezeggen dat ook in combinatie met andere functies er in ieder geval een jongerenplek komt?
De heer De Vries (wethouder): Nee, dat kan ik niet toezeggen. Ik heb net het proces omschreven, dus ik sluit het ook niet uit. Ik vind het alleen wel netjes om het proces uit te lopen, ook vanuit Samen stad maken en ook met de buurt. Ik heb ook benoemd dat we daarbij dit vraagstuk meenemen.
De heer Talhaoui (PvdA): Dat is toch wel jammer, want de raad geeft van alles mee om te zoeken
naar jongerenplekken en dan hebben we eindelijk een leeg gebouw in een wijk waar het heel erg
nodig is, de Geuzenwijk. Kan de wethouder zich dan niet meer inzetten om dat in ieder geval daar te realiseren?
Vragenuur van 30 januari 2025
15
De heer De Vries (wethouder): De heer Talhaoui slaat de spijker op zijn kop als hij zegt dat de raad van alles meegeeft. Dat klopt, maar de raad geeft ook mee dat we op zoek moeten gaan naar
vierkante meters voor creatieve broedplaatsen. De raad geeft ook mee dat we voldoende fietsen moeten stallen en dat we moeten kijken naar voldoende betaalbare woningen. Ik kan wel even
doorgaan, maar u begrijpt me denk ik wel. We doen echt ons best en we proberen te kijken of we het kunnen combineren en een plekje kunnen geven binnen de spaarzame ruimte, maar volgens mij is dit dan het juiste proces.
De voorzitter: Ik denk niet dat de heer Talhaoui hier met een vervolgvraag het gewenste antwoord gaat krijgen. Hij laat het erbij? Dat is het geval. Dan wil ik de wethouder danken voor de beantwoording. Daarmee is het vragenuur voor vandaag afgesloten. De voorzitter sluit daarop, te 18.04 uur, het vragenuur. Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur 30 januari 2025.
Mondelinge vragen van de fracties van CDA, Utrecht Solidair, UtrechtNu! en ChristenUnie over Petitie geluidsoverlast in korte tijd al 286 keer ondertekend. Wethouder Oosters
zal de raad uiterlijk in Q3 informeren over eventuele passende oplossingen.