Notulen vragenuur 28 maart 2024
Tekst van het document
2024 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur 28 maart 2024
Vragenuur, gehouden op donderdag 28 maart 2024 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Deldjou Fard. Aanwezig zijn de leden: Dekkers, Raaijmakers en Van Steeg. Voorts zijn aanwezig de commissieleden: Van Bergen, Otto en X. Minnaert. Namens het college zijn aanwezig: mevrouw Dijksma, burgemeester, en de wethouders Oosters, Schilderman en Voortman. Griffier: de heer Corten.
Opening van het vragenuur. De voorzitter: Goedemiddag allemaal. Welkom bij dit vragenuur. Ik heet iedereen van harte welkom. Vandaag hebben we vier vragen en we gaan beginnen met de eerste vraag.
1. Mondelinge vragen van de fracties van CDA, PvdD, Utrecht Solidair, D66, VVD, EenUtrecht en PvdA over Laat wijknieuws bloeien.
De heer Van Steeg (CDA): Voorzitter! Deze week ontving de gemeenteraad een brief van Stichting U in de Wijk over problemen bij de ontwikkeling van de Omroep Utrecht Stichting (OUS). Op advies van de commissie-Daalmeijer, die op een groot draagvlak in de gemeenteraad kon rekenen, hebben vier partijen (DUIC, U in de Wijk, RTV Utrecht en Funx) een beleidsplan geschreven voor een Bloeiend Utrechts Medialandschap.
Daarin was de eerste pijler de wijkbenadering, waarin uiteindelijk alle tien wijken door goede samenwerking tussen vrijwilligers en professionals bereikt zouden worden. Inmiddels zijn we meer dan een jaar verder en blijkt er van goede samenwerking geen sprake. De fracties van CDA, Partij voor de Dieren, Utrecht Solidair, D66, EenUtrecht, VVD en PvdA willen dat de ontwikkeling van
het nieuwe Utrechtse medialandschap zo snel mogelijk van de grond komt en hebben de volgende vragen. 1. Klopt de berichtgeving dat er nog steeds geen overeenstemming is over de positie van U in de Wijk binnen de OUS? Hoe kan het dat dit nog steeds niet zo is terwijl er begin 2023 een beleidsplan lag? 2. Welke stappen zijn er in die tijd gezet om het beleidsplan ten uitvoer te brengen? Is er enig zicht op de versterking en professionalisering van wijktelevisie voor alle wijken, zoals door de raad gewenst en beoogd in het beleidsplan?
Vragenuur van 28 maart 2024 3. Zijn er, ondanks het beleidsplan, verschillende visies bij de verdere ontwikkeling van wijktelevisie binnen OUS? Zo ja, welke rol speelt het college en heeft het gespeeld om deze visies dichter bij elkaar te brengen?
4. Deelt het college de mening dat de positie en kennis van wijktelevisie moeten zijn geborgd in het bestuur van, dan wel het toezicht op OUS? Zo ja, op welke manier zal dit doel worden bereikt? Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Allereerst het antwoord op vraag 1. In het beleidsplan van begin 2023 is opgenomen dat het op het moment dat de aanwijzing verstrekt zou worden de partijen onderzoek zullen doen naar de gewenste bestuurlijke invulling. Het afgelopen jaar zijn er vele gesprekken geweest tussen OUS en U in de wijk en ze hebben verschillende organisatiestructuren. Dit maakt een nieuwe bestuurlijke invulling lastig.
Dan het antwoord op vraag 2. Het afgelopen jaar hebben de reguliere werkzaamheden van de twee partijen plaatsgevonden, terwijl er gesprekken werden gevoerd over verdere invulling van het beleidsplan. De twee partijen hebben nog steeds de wens om de wijkjournalistiek te versterken en te professionaliseren. In september 2023 is een extra wijk toegevoegd waar nu wijktelevisie wordt gemaakt om dat alvast te bestendigen. De wijken die bediend werden waren Overvecht, Kanaleneiland, Zuilen, Ondiep, Leidsche Rijn, Vleuten en De Meern en daar is nu ook Oost aan toegevoegd. Hiermee wordt gefaseerd toegewerkt naar wijktelevisie voor alle wijken, zoals ook is opgenomen in het beleidsplan.
Het antwoord op vraag 3. Vanuit de gemeente hebben we verschillende gesprekken gefaciliteerd, ook tussen U in de Wijk en OUS, zowel apart van elkaar als gezamenlijk. Daarin merkten we op dat de ene partij het eerst over de inhoud wilde hebben en de andere eerst over de organisatiestructuur. Wij hebben geprobeerd die partijen dichter bij elkaar te brengen. Het advies was om de gesprekken over deze twee onderwerpen parallel te laten verlopen. Tijdens het laatste gesprek leek er consensus te zijn tussen partijen, maar nu blijkt dat helaas toch niet het geval. Vandaar deze mondelinge vragen. Ik ga volgende week met U in de wijk specifiek in gesprek over de ontwikkeling van wijktelevisie en wijkbenadering. Naar ons weten worden die gesprekken gecontinueerd, ook tussen de partijen zelf. Dan het antwoord op vraag 4. De kennis van wijktelevisie is ontzettend belangrijk, maar over de bestuurlijke invulling van de lokale omroep gaat het college uiteindelijk niet. We hebben een faciliterende rol – die pakken we ook echt op – om uiteindelijk de richting die de raad heeft meegegeven, ook te realiseren. Maar het is uiteindelijk aan de twee organisaties om over de inhoud en de organisatiestructuur tot consensus te komen. Wij helpen daarbij. De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Ik zie niemand.
Mijnheer Van Steeg, heeft u een laatste opmerking? De heer Van Steeg (CDA): Het overleg gaat dus niet goed, maar is de wethouder wel met ons van mening dat het beleidsplan nog steeds het eindbeeld is? Op welke manier wordt dat bereikt als partijen ook na een jaar discussie moeilijk met elkaar overweg kunnen? Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter! Ik heb in mijn beantwoording ook al laten doorschemeren dat partijen het juist eens zijn over de inhoud. De wijkmedia moeten versterkt worden. Daarin worden ook in de reguliere werkzaamheden stappen gezet. Het heikele punt is nu juist de organisatiestructuur en ik zet me ervoor in om dat met elkaar recht te trekken, waarin ik mij gesteund voel door de raad.
2
Vragenuur van 28 maart 2024
De voorzitter: Hartelijk dank. Wij gaan door naar de volgende vragenset. 2. Mondelinge vragen van de fractie van de ChristenUnie over Vlagvertoon bij demonstratie. De heer Van Bergen (ChristenUnie): Voorzitter! Op zondag 24 maart vond er een pelgrimage plaats van Amsterdam naar Utrecht, georganiseerd door Christelijk Collectief. Het doel van de pelgrimage was om onder andere aandacht te vragen voor een staakt-het-vuren in Gaza. Deze mars was aangemeld als demonstratie.
Aanvankelijk gaf de organisator richting de demonstranten aan geen nationale vlaggen te willen in de tocht, maar ook niet te zullen ingrijpen als er wel vlaggen door demonstranten meegenomen zouden worden. De gemeente was daar akkoord mee volgens de organisatie. Uiteindelijk zijn er twee vlaggen meegedragen.
Op de Utrechtse gemeentegrens gaf een agent aan dat de vlaggen weg moesten, omdat men bang was voor wanordelijkheden en/of vijandig publiek. De organisatie heeft daarop besloten om niet in discussie te gaan en de vlaggen op te bergen. Dit alles is in overleg en in goede sfeer gebeurd, maar bij de organisatie overheerst het gevoel dat ze voor het blok werd gezet.
De ChristenUnie kent het college als een college dat pal staat voor het demonstratierecht en dat altijd bereid is om mee te denken met organisatoren van demonstraties. Daarom zijn wij verbaasd over dit incident en hebben wij de volgende vragen. 1. Is de burgemeester het met ons eens, dat het in principe mogelijk moet zijn om vlaggen te vertonen bij een demonstratie?
2. Is de burgemeester het met ons eens dat het verzoek om de vlaggen op te bergen, schuurt met het principe dat wij demonstraties zo veel mogelijk willen faciliteren? 3. Waren er concrete aanwijzingen dat er een risico was van wanordelijkheden, waardoor de veiligheid in het geding zou komen als er toch vlaggen vertoond zouden worden? Zo ja, waarom is er geen contact geweest met de organisatie hierover op een eerder moment? Zo nee, wat maakt dat de politie dan toch besloot dat de vlaggen onwenselijk waren?
4. Heeft de gemeente na de demonstratie contact gehad met de organisatie en wat is er uit dit gesprek naar voren gekomen? Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter! De heer Van Bergen heeft terechte vragen gesteld over een serieuze zaak, want ik ben het natuurlijk met de fractie van de ChristenUnie eens dat het mogelijk moet zijn om vlaggen te vertonen bij een demonstratie. Wij faciliteren demonstraties in Utrecht juist optimaal en het is nooit aan mij als burgemeester om te beoordelen of de vlag die wordt gevoerd, wel kan. Dat laten we nadrukkelijk over aan het Openbaar Ministerie. Daar is in dit geval geen sprake van geweest. De vlaggen die meegedragen werden, zijn toegestaan.
Wat betreft vraag 3 kan ik antwoorden dat er ook helemaal geen aanwijzingen waren dat er sprake zou zijn van wanordelijkheden. Met andere woorden, ik kan er een heel mooi en lang verhaal van maken, maar dit had gewoon zo niet gehoeven en niet gemoeten. Naar mijn mening is het belangrijk dat we met elkaar vaststellen dat als er vlaggen worden meegenomen die op geen enkele manier verboden zijn, het niet nodig is om een dergelijk verzoek te doen, tenzij er redenen toe zijn. Wij moeten daarom in de driehoek nogmaals aandacht besteden aan hoe de regels in elkaar zitten. Het is erg druk, ook met demonstraties, waarmee een groot beroep wordt gedaan op onze dienders die niet altijd gewend zijn om dit soort zaken te begeleiden. Maar iedereen moet wel weten hoe de spelregels in elkaar zitten.
3
Vragenuur van 28 maart 2024 In antwoord op de vierde vraag merk ik op dat wij gisteren contact hebben opgenomen met de organisatie. Zij was in ieder geval tevreden over het contact met onze gemeente van tevoren, ook over de begeleiding door bijvoorbeeld medewerkers van Thor. Men was inderdaad wel verbaasd over het feit dat de vlag moest worden opgeborgen en dat hebben we met elkaar besproken. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er aanvullende vragen? Ik zie niemand. Heeft de heer Van Bergen nog een laatste opmerking? Ook niet. Dan dank ik de burgemeester hartelijk en gaan wij door naar de volgende vragenset. 3. Mondelinge vragen van de fracties van EenUtrecht en PvdD over Staalslakken in Utrecht? De heer Otto (EenUtrecht): Voorzitter! Onlangs besteedde EenVandaag aandacht aan staalslakken. Onderzoek wijst uit dat het gebruik van staalslakken als onder- en toplaag van (speel)pleinen, fietspaden en dijken gevaar kan opleveren voor de gezondheid van mens, dier en natuur. Er zijn voorbeelden van bloedneuzen en geïrriteerde ogen en schadelijke stoffen in het grond- en oppervlaktewater. Den Haag heeft inmiddels besloten te stoppen met dit materiaal. Dit brengt EenUtrecht en de Partij voor de Dieren op de volgende vragen.
1. Is de wethouder bekend met staalslakken en de risico’s daarvan voor de gezondheid van mens, dier en natuur? Zo nee, waarom niet? 2. Is bekend of, waar en wanneer er in Utrecht in de openbare ruimte gebruik is gemaakt van staalslakken? Zo nee, waarom niet?
3. Indien er inderdaad plekken in de stad zijn waar mens, dier en natuur een potentieel gezondheidsrisico lopen, is het college dan bereid om net als in Den Haag de staalslakken te verwijderen en milieuvriendelijk te verwerken dan wel te vernietigen?
4. Zijn er in Utrecht “hot spots” waar gericht gekeken wordt naar de risico’s op gezondheids- en natuurschade? 5. Voert Utrecht beleid op het gebruik – ook door derden – van staalslakken in de openbare ruimte? Mevrouw Schilderman (wethouder): Voorzitter! Wij hebben inderdaad kennis genomen van deze ontwikkelingen. Op dit moment is het gebruik van staalslakken nog toegestaan onder het Besluit bodemkwaliteit. De Inspectie Leefomgeving en Transport heeft gesignaleerd dat de wettelijke regels op dit vlak de risico’s onvoldoende afdekken. In reactie daarop heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat een onderzoek aangekondigd, waarin onderzocht wordt of er een landelijke meldplicht moet komen voor het gebruik van staalslakken. De staatssecretaris heeft daarbij meegegeven dat de ministeries kaders voor secundaire bouwstoffen zoals staalslakken tegen het licht houden. Daarom onderzoekt het, vooruitlopend op de herijking van de bodemregelgeving of toezicht en handhaving versterkt kunnen worden. Antwoord 2. Omdat het gebruik van staalslakken op dit moment toegestaan is onder dat besluit, wordt het nu niet specifiek geregistreerd. Om die reden is het voor aannemers niet verplicht om het gebruik van gecertificeerde staalslakken te melden. Daarom kunnen we niet met zekerheid uitspraken doen over toepassing van staalslakken in het verleden.
Wat we wel kunnen zeggen, is dat het in het heden niet gebruikt wordt in het asfalt, op speelplekken of bijvoorbeeld jeu-deboulesbanen. Een situatie die in Den Haag op dit moment op grote schaal aanwezig is en direct een gevaar vormt, is voor zover wij op deze termijn hebben kunnen nagaan bij ons niet bekend. In het Handboek openbare ruimte waarin specificaties staan voor het materiaalgebruik van de openbare ruimte, staan geen materialen benoemd die standaard staalslakken bevatten. De Regionale
4
Vragenuur van 28 maart 2024 Uitvoeringsdienst – RUD – is een van de organen die milieucontroles uitvoert en we hebben via hen wel geconstateerd dat er mogelijk staalslakken zijn gebruikt in de fundering van de geluidswal Veldhuizen. Er vindt op dit moment onderzoek plaats naar uitlooggedrag, dat is wanneer vanuit de specifieke plek gevaarlijke stoffen verder uitsijpelen naar de bodem of het grondwater.
Antwoord 3. Bij de geluidswal wordt door de RUD nader onderzoek uitgevoerd naar de signaalwaarde in het grondwater. Dat onderzoek loopt nog. We houden nauw contact met de RUD en als dat iets zou moeten betekenen op het gebied van maatregelen, zullen we die nemen. Daarnaast doet het ministerie, zoals gezegd, verder onderzoek hiernaar. Wij zullen dat dan ook zeker op de voet volgen en, waar nodig, maatregelen nemen.
Antwoord 4 is dat er tot op dit moment geen aanleiding toe is geweest. Antwoord 5 is dat het nu niet een van de materialen is die genoemd zijn in het Handboek openbare ruimte. We passen dat ook niet toe in asfalt en speelplekken, maar we volgen wel het onderzoek om te kijken of we er ook voor derden meer aan zouden moeten doen of verdere maatregelen moeten nemen. De voorzitter: Zijn er partijen met een aanvullende vraag? Ik zie de PvdD, gaat uw gang. Mevrouw Minnaert (PvdD): Voorzitter! Dat onderzoek klinkt voor ons wel supervaag en wij willen eigenlijk gewoon weten of de wethouder nu echt in de richting van het stoppen met die staalslakken gaat en ze zal verwijderen waar zij verwijderd moeten worden. Mevrouw Schilderman (wethouder): Ik heb zojuist iets gezegd over de waarschijnlijkheid dat ze aanwezig zijn op bepaalde plekken. In het landelijke onderzoek wordt overigens onderscheid gemaakt of ze misschien wel voor fundering gebruikt zou kunnen worden en niet op andere onderdelen. op basis van de uitkomst daarvan en van wat wij constateren, zullen wij daar maatregelen nemen. De voorzitter: Ik zie GroenLinks voor een aanvullende vraag.
De heer Dekkers (GroenLinks): De wethouder zegt terecht dat het niet goed is in te schatten waar het wel en niet wordt gebruikt, maar hebben wij een beeld of er ook door particulieren goed gebruik is gemaakt van deze staalslakken? Mevrouw Schilderman (wethouder): Het eerlijke antwoord is dat we daar geen beeld van hebben. Er is geen registratieplicht omdat het op dit moment een toegestaan materiaal is. Daarmee hebben wij geen overzicht van wat particulieren gebruiken. De voorzitter: Ik zie verder geen aanvullende vragen. Wij gaan terug naar EenUtrecht. Ook die heeft geen aanvullende vragen. Dan dank ik de wethouder en gaan wij door naar de laatste vragenset, wederom van EenUtrecht. 4. Mondelinge vragen van de fractie van EenUtrecht over Inbesteding Stadsgeldbeheer. De heer Otto (EenUtrecht): Voorzitter! We zijn onaangenaam verrast over het besluit van het college om over te gaan tot inbesteding van Stadsgeldbeheer, ofte wel het overnemen van de
5
Vragenuur van 28 maart 2024 schuldhulpverlening van Stadsgeldbeheer door de gemeente. Dit kwam ook voor Stadsgeldbeheer als een complete verrassing. Het besluit lijkt onzorgvuldig, voorbarig en onverstandig.
1. Waarom besluit het college zonder vooraankondiging over te gaan tot het zelf gaan uitvoeren van de schuldhulpverlening en deze weg te halen bij Stadsgeldbeheer?
2. Waarom wist Stadsgeldbeheer tot 21 maart jl. hier niets van?
3. Waarom als gemeente met Stadsgeldbeheer een verandertraject inzetten als het college vervolgens, op het moment dat Stadsgeldbeheer daaraan heeft voldaan, te besluiten hun werk volledig over te nemen?
4. Waarom denkt het college dat de gemeente de schuldhulpverlening beter kan uitvoeren dan Stadsgeldbeheer? Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter! De eerste twee vragen gaan over de al dan niet vooraankondiging. Wij hebben in het voorjaar van 2023 Stadsgeldbeheer te kennen gegeven dat we het contract niet willen verlengen na 2024. Wij hebben toen aangekondigd dat we verschillende scenario’s uitwerken, waaronder aanbesteding en inbesteding. We hebben nooit afgesproken dat we dat samen zouden doen en het is op zichzelf ook niet gepast of logisch om een uitvoerende partij daarin volledig mee te nemen. We hebben Stadsgeldbeheer wel tot op zekere hoogte meegenomen in de uitwerking van het scenario gedeeltelijke inbesteding, dus alleen de schuldregeling en het budgetbeheer met een portaal voor cliënten en Stadsgeldbeheer.
De derde vraag gaat over het verandertraject. De gemeente betaalde het verandertraject om ervoor te zorgen dat Stadsgeldbeheer de afspraken in het contract kon waarmaken. Het was vooral bedoeld om meer uitstroom en doorstroom te realiseren en de wachtlijsten weg te werken. Het was niet de eerste keer dat de gemeente extra middelen verstrekte onder de voorwaarde dat de uitvoering zou worden verbeterd. Sinds 2020 kreeg Stadsgeldbeheer elk jaar incidentele extra’s, oplopend tot een totaal van 1,9 mln. zonder het gewenste resultaat, omdat de wachtlijsten steeds weer terugkwamen. Op het moment dat wij het besluit namen, waren we overigens nog niet op de hoogte van de effecten van het meest recente verandertraject. We zijn uiteraard wel blij om te horen dat de wachtlijst nu bijna is weggewerkt, maar dat verandert niet ons besluit. Wat betreft de reden waarom wij denken dat de gemeente de schuldhulpverlening beter kan uitvoeren dan Stadsgeldbeheer, merk ik voor alle duidelijkheid op dat wij niet alles overnemen van Stadsgeldbeheer. We doen alleen het stuk schuldhulpverlening. Daarvoor bieden we oplossingen en begeleiding en daar zijn we ook heel goed in. De begeleiding en toeleiding van inwoners met ernstige gedragsproblemen blijft de verantwoordelijkheid en ook de expertise van zorginstellingen.
Ook de begeleiding op andere leefgebieden blijft de verantwoordelijkheid van gespecialiseerde zorginstellingen. Wij vinden het belangrijk dat wij dit met dezelfde kundige medewerkers kunnen blijven doen voor deze doelgroep. De voorzitter: Zijn er partijen met een aanvullende vraag? Ik zie de heer Van Steeg. De heer Van Steeg (CDA): Dit is een pijnlijk traject, een harde stap. De vraag blijft toch wat er is misgegaan in de communicatie waardoor dit onbegrip is ontstaan en dat wij een brief krijgen van de Tussenvoorziening over dit onderwerp. Kan de wethouder daarop ingaan, want ik kan niet volgen dat dit besluit zo plotseling wordt genomen. Mevrouw Voortman (wethouder): Ik heb geprobeerd aan te geven dat het niet zo plotseling is, dat wij al hebben aangegeven dat wij het contract niet wilden verlengen na 2024 en dat wij daarvoor
6
Vragenuur van 28 maart 2024 verschillende scenario’s zouden uitwerken. Kennelijk waren er daarover andere verwachtingen bij de Tussenvoorziening. Dat we die verschillende scenario’s gingen uitwerken, daarover zijn wij steeds duidelijk geweest. Mevrouw Raaijmakers (PvdA): Wij hebben nog wel meer vragen en wij hebben ook nog een werkbezoek aan Stadsgeldbeheer. Wij zullen er op een ander moment uitgebreid over spreken. Wat betreft de extra kosten, de 1,9 mln., is ook aangekondigd dat zij die aanbesteding voor een te laag bedrag hebben gekregen. Hoe reflecteert het college daarop? Mevrouw Voortman (wethouder): Stadsgeldbeheer heeft in concurrentie met andere aanbieders toegezegd 950 cliënten te kunnen helpen voor het overeengekomen bedrag. Dat is ook de reden waarom zij toen ook in die aanbesteding deze opdracht hebben gekregen. Vervolgens bleek dat een aantal keren toch niet te kunnen, hoewel dit bedrag overeengekomen was. Als dat keer op keer gebeurt, moet je op een gegeven moment nadenken over wat je ermee gaat doen. De voorzitter: Ik zie verder geen aanvullende vragen. Mijnheer Otto, voor een laatste opmerking? De heer Otto (EenUtrecht): Ik heb nog een heel korte vraag. Wij willen dit graag agenderen en naar de raad brengen. Is het college bereid tot het moment dat het gesprek er is dit besluit on hold te zetten? Mevrouw Voortman (wethouder): Het besluit is genomen.
Er valt niets on hold te zetten. Dat is overigens ook conform het Keuzekompas dat de raad zelf heeft vastgesteld. De voorzitter: Dank u wel. Dat was het voor vandaag. Ik dank jullie allen voor de aandacht en voor nu een fijne avond.
De voorzitter sluit daarop, te 17.28 uur, het vragenuur.
7