Notulen vragenuur 21 maart 2024
Tekst van het document
2024 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur 21 maart 2024
Vragenuur, gehouden op donderdag 21 maart 2024 te 17.00 uur. Voorzitter: de heer Van der Graaf. Aanwezig is het lid: Van Steeg. Voorts is aanwezig het commissielid: Cornielje. Namens het college is aanwezig: wethouder Voortman. Griffier: de heer Corten.
Opening van het vragenuur. De voorzitter: Goedemiddag allemaal. Welkom bij dit vragenuur met slechts één vraag. Mijn naam is Rik van der Graaf en ik ben vandaag uw voorzitter.
1. Mondelinge vragen van de fracties van PvdA, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie over Sluiting locaties dagbesteding.
De heer Cornielje (PvdA): Voorzitter! Ik vervang vandaag mevrouw Raaijmakers. De fractie van de Partij van de Arbeid heeft signalen gekregen over de mogelijke aanstaande sluiting van twee Utrechtse locaties voor arbeidsactivering en dagbesteding. Het gaat hier om de locatie De Hoge Weide van Reinaerde en locatie De BraZZerie en Bakkerij van Abrona. Dit zijn belangrijke locaties met een even belangrijke buurtfunctie, waar mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kunnen werken en zorg en begeleiding kunnen krijgen. De fracties van de Partij van de Arbeid, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie maken zich
zorgen over de gevolgen van de situatie voor deze mensen en hebben daarover de volgende vragen. 1. Klopt het dat sluiting dreigt voor deze locaties? Is het college op de hoogte van de laatste stand van zaken en kan het deze met de raad delen? Eerder stelde het CDA al vragen over een reorganisatie bij Reinaerde met mogelijke sluiting van locaties als gevolg, nu speelt het dus ook bij Abrona. 2. Zijn er meer locaties voor arbeidsactivering en/of dagbesteding in Utrecht die met sluiting worden bedreigd? En om hoeveel cliënten gaat dit in totaal?
Eerder heeft de raad het college opgeroepen om in gesprek te gaan met Reinaerde en daarbij actief en creatief mee te denken om cliënten beter te kunnen ondersteunen.
Vragenuur van 21 maart 2024 3. Welke recente stappen heeft het college op dit vlak genomen? Wat is de laatste stand van zaken bij ZiZo?
4. Is het college bereid om ook met andere aanbieders van dagbesteding zoals Abrona het gesprek aan te gaan?
5. Is er zicht op wat er met de cliënten van De Hoge Weide en de BraZZerie gebeurt mochten de locaties onverhoopt sluiten? Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter! Ik zal snel gaan antwoorden. Op de eerste vraag kan ik antwoorden dat het afgelopen jaar de vraag naar arbeidsmatige activering in Utrecht is gedaald, terwijl de exploitatiekosten sterk zijn gestegen. We zien ook dat maatschappelijke ondernemers zich de afgelopen jaren zijn gaan richten op horeca midden in de samenleving. Voorbeelden zijn The Colour Kitchen, Happy Tosti en Brownies. Dat is een beweging die wij zeer aanmoedigen. Het klopt dat zorgaanbieders zich met het oog op deze bredere trend beraden op een passend activerings- en dagbestedingsaanbod in de stad. Over deze beweging is de raad ook geïnformeerd middels de raadsbrief over de onderwerpen zorg, welzijn, maatschappelijke opvang en beschermd wonen van 10 oktober 2023. We weten de stand van zaken, maar als een aanbieder besluit tot een verandering in het activerings- en dagbestedingsaanbod vinden wij het belangrijk dat hij eerst met betreffende
cliënten en hun familie spreekt voordat wij dergelijke informatie openbaar maken. Daarna kunnen wij de raad informeren.
Dan de tweede vraag, of er meer locaties zijn die met sluiting worden bedreigd en om hoeveel cliënten het gaat. Als gemeente hebben wij geen zicht op de afwegingen rondom alle individuele locaties in de stad, want dat is aan de aanbieders activering en dagbesteding. Van de genoemde drie locaties is onze recentste informatie dat het hier gaat om vijf Wmo-cliënten. In totaal hebben we in de stad 450 cliënten arbeidsmatige activering. Met betrekking tot de recente stappen die wij hebben genomen als het gaat om ZiZo kan ik melden dat Reinaerde het afgelopen jaar diverse opties met betrekking tot ZiZo heeft onderzocht, mede in overleg met de gemeente. Dat heeft echter vooralsnog nog niet geleid tot een structurele oplossing. We blijven daarover met Reinaerde in gesprek.
In antwoord op vraag 4 zeg ik dat wij doorlopend in gesprek met de aanbieders zijn voor een goed en passend aanbod van activering en dagbesteding. Het is wel ook goed om aan te geven dat onze invloed op dergelijke locaties beperkt is, want het betreft een heel klein aantal Wmo-cliënten, en de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor het bieden van een goed en passend aanbod ligt toch echt bij de aanbieders. Op de laatste vraag kan ik melden dat als een dagbesteding of activeringslocatie sluit, wij altijd zullen zorgen dat met cliënten gezocht wordt naar een passend alternatief. Het belang van cliënten en hun familie staat daarin voorop. Dat heb ik al eerder aangegeven en dat blijft natuurlijk staan. De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Ik zie de heer Van Steeg. De heer Van Steeg (CDA): Voorzitter! Dit onderwerp speelt al langer. Het is ontzettend belangrijk dat deze plekken in de samenleving blijven en dat de ruimte daarvoor blijft. Wij hebben eerder een vraag gesteld over ZiZo en ik weet dat er wordt gesproken met onder andere horecaondernemers.
Welke rol speelt de wethouder om die partijen bij elkaar te brengen, om misschien tot een alternatief te komen of in de buurt misschien iets te organiseren? Welk initiatief neemt de wethouder daarin en kan zij daar nog iets extra’s doen om er toch voor te zorgen dat die locatie eventueel op een andere plek toch continuïteit krijgt?
2
Vragenuur van 21 maart 2024
Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter! Wij voeren gesprekken met de aanbieders van dagbesteding en activering. Wij hebben ook contacten met bijvoorbeeld die horecaondernemers, want ik ben het er inderdaad mee eens dat dit een goede manier is om te kijken of je mensen kunt helpen. De locatie op zich is niet het doel. Het gaat ons er echt om dat er plekken voor de mensen zijn. Maar wij voeren inderdaad die gesprekken. Ik voel mij ook wel verantwoordelijk, maar ik vind het ook echt belangrijk om niet op de stoel van de aanbieders te gaan zitten. De voorzitter: Ik zie verder geen aanvullende vragen. De heer Cornielje? De heer Cornielje (PvdA): Hoe wordt de raad verder geïnformeerd over de ontwikkelingen en ziet de wethouder ook dat deze organisaties een belangrijke sociale rol vervullen in de stad? Mevrouw Voortman (wethouder): Wij werken niet voor niets samen met deze organisaties als het gaat om het aanbieden van plekken voor mensen die zijn aangewezen op dagbesteding en activering. Het gaat mij inderdaad om de plekken voor de mensen. Wat betreft het informeren van de raad wijs ik erop dat wij brieven sturen over de stand van zaken. In dit geval wil ik ook toezeggen dat ik het de raad zo snel mogelijk in een aparte brief laat weten als hier meer nieuws over is. De voorzitter: Dank u wel. Dat was het voor vandaag.
Ik dank jullie allen voor de aandacht en voor nu een fijne avond.
De voorzitter sluit daarop, te 17.15 uur, het vragenuur.
3