Notulen vragenuur 2 november 2023
Tekst van het document
2023 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 2 november 2023 Vragenuur, gehouden op donderdag 2 november 2023 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Stylianou. Aanwezig zijn de leden: Bart, Dekkers, Dijkstra, Hessel, Te Hoonte, Kendir, Koning, Nolten, Raaijmakers en Zwanenberg.
Voorts zijn aanwezig de commissieleden: X. Minnaert, T. Stam, Snijder, Usta en Westra-Van Til. Namens het college zijn de wethouders: Oosters, Schilderman, Streefland, Voortman en De Vries. Griffier: de heer Corten.
Opening van het vragenuur. De voorzitter: Goedemiddag allemaal. Welkom bij het vragenuur van 2 november. We staan vandaag
voor een grote uitdaging, want we hebben tien vragensets te doen. Ik wil daarom alle afspraken nog
maar eens herhalen. De indienende partij mag maximaal twee minuten de vragen inleiden. Zij let zelf op de spreektijden om te zien of er tijd is voor eventuele aanvullende vragen. Het college krijgt drie
minuten voor de beantwoording. Jullie mogen er ook zelf voor kiezen om op de plek te blijven zitten wanneer jullie de vragen inleiden om wellicht wat tijd te winnen. We stoppen precies om 18.00 uur. Alle vragen die dan nog niet aan bod zijn gekomen, worden doorgeschoven naar de volgende keer.
De heer Simsek heeft als hekkensluiter echter een belangrijke vraag, dus laten we ervoor zorgen dat hij die ook kan stellen.
We beginnen met de eerste set vragen over leegstand huurwoningen Bo-Ex. 1. Mondelinge vragen van de fracties van GroenLinks, PvdA, PvdD, BIJ1 en Volt over Leegstand huurwoningen Bo-Ex.
De heer Zwanenberg (GroenLinks): Voorzitter! Een aantal weken geleden werden meerdere langdurig leegstaande woningen van Bo-Ex in Sterrewijk gekraakt. Eerder dit jaar stelden wij hier al
schriftelijke vragen over, maar helaas is er sindsdien niets gebeurd. Wel heeft de corporatie op meer
dan 20 benedenwoningen posters van anti-kraakbureau HOD geplakt. Ondanks die posters staan die woningen echter nog steeds leeg, sommige zelfs al meer dan een jaar. Bijna wekelijks gaat het in deze Utrechtse raad over het tekort aan betaalbare woningen en is het wat ons betreft niet uit te leggen dat deze woningen zo lang leeg staan. Daarom hebben wij de volgende vragen.
Vragenuur van 2 november 2023 1. Is de wethouder op de hoogte van de langdurige leegstand van veel woningen van Bo-Ex?
2. Wat vindt de wethouder ervan dat de problemen bij Bo-Ex voortduren, waardoor er nog steeds zo veel sociale huurwoningen leeg staan?
3. Is de wethouder het met ons eens dat het onwenselijk is dat een sociale-woningbouwcorporatie een anti-kraakbureau inschakelt om de leegstand van sociale huurwoningen te bewaken?
4. Wat gaat de wethouder ondernemen om ervoor te zorgen dat alle leegstaande woningen zo snel mogelijk verhuurd gaan worden?
Op de site van de HOD is te lezen hoe zij als bedrijf eigenaren in Utrecht kunnen helpen de
leegstandsverordening te omzeilen door gebruik te maken van de diensten van de HOD, bijvoorbeeld door tijdelijke verhuur of door het inschakelen van oppassers.
5. Wat vindt de wethouder ervan dat de HOD eigenaren van vastgoed aanbiedt om de leegstandsverordening te omzeilen?
Oppassers zijn overigens mensen die binnen 28 dagen weer op straat gezet kunnen worden. Zij hebben geen huisvrede.
6. Is de wethouder het met ons eens dat oppassers niet gelden als bewoning en dat de leegstandsverordening van kracht blijft in dit soort situaties? Zo nee, waarom niet?
7. Is de wethouder het met ons eens dat we als gemeente geen zaken meer moeten doen met een bedrijf als de HOD?
De heer De Vries (wethouder): Voorzitter! Ik loop snel door de vragen heen. Het antwoord op de
eerste vraag is dat ik inderdaad op de hoogte ben van de langdurige leegstand van veel woningen
van Bo-Ex. Dat is onder andere tot mij gekomen via de media, maar ik heb ook de bestuurder van Bo-Ex hierover gesproken.
Dat is meteen ook een deel van mijn antwoord op de tweede vraag, want ik betreur het natuurlijk dat de achterstanden in onderhoud bij Bo-Ex nog niet zijn opgelost, waardoor onder andere deze
woningen nu leeg staan. Ik heb ook bestuurlijk gesproken met Bo-Ex over leegstand. In dat gesprek hebben ze ook benadrukt dat het onwenselijk is en dat hier wat aan gedaan moet worden.
Het antwoord op vraag 3, of ik het eens ben met de indieners dat het onwenselijk is dat een sociale woningbouwcorporatie een anti-kraakbureau inschakelt om de leegstand te bewaken, is dat
woningen op basis van de Leegstandswet tijdelijk worden verhuurd in geval van groot onderhoud,
renovatie of sloop/nieuwbouw. In sommige situaties, bijvoorbeeld kort voordat onderhoud of sloop
gaat starten kan anti-kraak een betere oplossing zijn. In beide gevallen gaat het om huisvesting van doelgroepen die op dat moment zeer tijdelijk onderdak nodig hebben.
Het antwoord op vraag 4, wat ik ga ondernemen om ervoor te zorgen dat alle leegstaande woningen zo snel mogelijk verhuurd worden, is dat wij sinds 1 oktober een leegstandsverordening hebben waarmee we ook gaan handhaven op leegstand bij woonruimte. Voor corporatiewoningen – daar
hebben we het vandaag ook over gehad – zijn we voor de zomer gestart met een aparte aanpak. We zijn dus ook met corporaties in gesprek, waaronder natuurlijk Bo-Ex, om de leegstand daar ook tegen te gaan. In het geval van een lopend onderhoudsproject zullen we aansturen op vlotte
voortgang. Daar waar sprake is van achterstallig onderhoud kunnen we natuurlijk ook handhavend optreden op basis van de Woningwet ten aanzien van de voorschriften van het Bouwbesluit. Vraag 5 ging met name over het feit dat HOD eigenaren van vastgoed aanbiedt om de
leegstandsverordening te omzeilen. Met die leegstandsverordening kunnen wij er echter alleen voor zorgen dat de woonruimte weer wordt bewoond. Dat kan dus op verschillende manieren ingevuld worden. Het kan gaan om zelfbewoning, verhuren, maar dus ook anti-kraak. Dit is wettelijk zo
geregeld en dat kunnen wij niet anders bepalen. Die tijdelijke bewoners, dus ook anti-kraak, moeten
2
Vragenuur van 2 november 2023 zich overigens wel inschrijven op dat adres. Gebeurt dat niet, dan beschouwen we de woning nog steeds als leegstaand.
Dan het antwoord op de zesde vraag, of ik het ermee eens ben dat oppassers niet gelden als
bewoning en dat de leegstandsverordening van kracht blijft in dit soort situaties. Ik heb daar zojuist
al iets over gezegd. Juridisch kan de leegstandsverordening niet van kracht zijn in deze situaties. Dat is wettelijk geregeld en dat kan dus ook niet lokaal anders worden toegepast. Bij groot onderhoud, renovatie of sloop/nieuwbouw sturen we aan op tijdelijk verhuren op basis van de Leegstandswet, maar in sommige situaties kiest een corporatie toch voor die anti-kraak als dat in die situatie een betere oplossing is.
Op de zevende vraag wil ik toch een wat genuanceerder antwoord geven. In de recente aanbesteding, als het gaat om leegstandsbeheer korter dan zes maanden, hebben wij Ad Hoc geselecteerd
waardoor wij gedurende de looptijd van het contract met Ad Hoc voor nieuwe leegkomende ruimtes geen gebruik zullen maken van de diensten van andere partijen. Op dit moment hebben we echter nog enkele lopende contracten met verschillende leegstandsbeheerders, waaronder ook HOD. De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Mevrouw Minnaert (PvdD): De wethouder gaf aan dat hij in gesprek is geweest bij Bo-Ex over de leegstand. Wat is er uit dat gesprek gekomen?
De heer De Vries (wethouder): Dat was een gesprek van een uur, maar het ging ook verder dan
leegstand. We hebben het ook over bijvoorbeeld schimmel in woningen gehad. Er is op dit moment een interim bestuurder bij Bo-Ex en die brengt nu een aantal zaken op orde. Hij heeft het eerlijke verhaal verteld en is daar ook heel transparant over. Hij heeft daarbij het aanbod gedaan om dat
vanuit de raad met henzelf te doen, zoals we al eens eerder hebben gedaan met woningcorporaties. Het is goed om dat gesprek ook zo direct met elkaar te voeren om elkaar op die manier beter te leren kennen.
De heer Te Hoonte (VVD): Ik ben benieuwd of de wethouder een dilemma ziet tussen enerzijds de
aanhoudende oproepen uit deze raad om iets te doen aan schimmelwoningen, kwaliteit, et cetera en anderzijds dus ook onderhoud te moeten doen, waarvoor een woning ook soms leeg moet zijn. Hoe kijkt de wethouder daarnaar?
De heer De Vries (wethouder): Dat onderhoud moet inderdaad gebeuren en dat is ook de reden
waarom wij goed en kritisch gaan kijken naar de leegstandsaanpak, speciaal voor corporaties. Daar filter je eigenlijk al heel veel uit. Daar zitten woningen tussen waar er onderhoud wordt gepleegd.
Dan kan daar inderdaad tijdelijk leegstand zijn. Maar er zitten ook woningen bij waarbij het echt te
lang duurt voordat het onderhoud plaats kan vinden. Daar spreken we de corporatie dan op aan. Dat is het proces dat we doorlopen rondom de leegstandsaanpak. De voorzitter: Heeft de indiener nog een aanvullende vraag? De heer Zwanenberg (GroenLinks): Ik wil hier nog wel even duidelijk maken dat het hier echt gaat om woningen die allemaal net gerenoveerd zijn en dat er hier absoluut geen sprake is van achterstallig onderhoud of schimmelwoningen. Er zitten ook geen mensen in. Wat vindt de wethouder ervan dat
3
Vragenuur van 2 november 2023 de corporatie dan wel die posters ophangt en zegt dat er cameratoezicht is? De woningen staan gewoon leeg. Ze zijn gerenoveerd en wachten soms al meer dan een jaar op bewoning.
De heer De Vries (wethouder): Ik hoor van u dat ze leeg staan, maar ik heb echt een ander verhaal
gehoord, namelijk dat ze wel bewoond worden. Dat zijn twee verschillende verhalen. Los daarvan,
wat ik eerder vandaag ook al in de raad heb gezegd, is elke leegstaande woning er een te veel. Dat is precies de reden waarom wij actief – en veel actiever dan we deden – deze gesprekken met elkaar voeren en dat ik ook voor deze mondelinge vragen het gesprek hierover heb gevoerd. Ook bestuurlijk zit ik hier kort bovenop.
De voorzitter: Dank u wel. Wij gaan door naar de volgende set vragen. 2. Mondelinge vragen van de fractie van de PvdD over Klaar met dode kieviten. Mevrouw Minnaert (PvdD): Voorzitter! Op zaterdag 15 april 2023 zijn voor de zoveelste keer
kievitseieren en -kuikens kapotgemaaid om ruimte te maken voor parkeerplekken in het gras voor een grootschalig festival bij de Haarrijnse Plas. Deze week kregen we hier een brief over. We zijn
boos en teleurgesteld over de gang van zaken en over het feit dat de organisator van het betreffende festival het verdomt om te reageren op verzoeken om in contact te komen. Wat ons betreft is dit nu echt klaar. Hoeveel dode kieviten moeten er nog vallen?
Het college schrijft: “We rekenen het de organisator ten zeerste aan dat hij geen reactie heeft gegeven op onze informatieverzoeken. Dit past niet bij het beeld dat wij hebben van een
professionele organisator die wij wel graag in Utrecht willen hebben.” Wij lezen hier hopelijk dat deze organisator absoluut niet meer welkom is in Utrecht. Daarom de volgende vragen.
1. Is het college bereid om deze organisator geen vergunningen meer te geven voor het organiseren van festivals bij de Haarrijnse Plas en de andere Utrechtse parken en natuurgebieden, aangezien men niet eens het fatsoen heeft om contact te hebben met de gemeente over deze kwestie? Zo nee, waarom niet?
2. Is het college bereid om – eventueel samen met de RUD – te procederen tegen de organisator om
hem hier niet ongestraft mee te laten wegkomen? Zo nee, waarom niet? En zo nee, welke stappen worden er nu nog ondernomen om de organisator aan te pakken?
3. Is het college bereid om er samen met de Vereniging Parkmanagement De Wetering-Haarrijn voor te zorgen dat er vanaf nu nooit meer geparkeerd mag worden in het gras bij en rondom de Haarrijnse Plas, aangezien dit nu al minimaal de derde keer is dat daar kieviten door zijn
overleden? Zo nee, waarom niet? Er zijn per slot van rekening genoeg asfaltparkeerplekken in de buurt, en sowieso kunnen mensen met de fiets naar de plas komen.
Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter! Dank aan de steller van de vragen. In een eerdere
beantwoording over dit onderwerp ben ik al ingegaan op deze casus. De bescherming van dit gebied
willen wij beter waarborgen. We doen hier een aantal concrete voorstellen voor in de brief die we aan de raad hebben gestuurd. Voordat wij een aanvraag voor een evenementenvergunning van deze
organisator in behandeling zullen nemen, gaan wij zeer zeker eerst in gesprek over de gang van zaken bij Haarrijnse Plas, het maaien tijdens het broedseizoen en de broedvogelcontrole, en de
redenen waarom wij niet in contact zijn gekomen met hem. Het op voorhand uitsluiten van deze organisator van een evenementenvergunning op grond van een enkele overtreding van de
4
Vragenuur van 2 november 2023 voorschriften behoort helaas niet tot de mogelijkheden. In de brief van afgelopen vrijdag en tijdens de bespreking van de Programmabegroting heb ik hier ook bij stil gestaan. Ik wil hier nogmaals benadrukken deze organisator niet past in het beeld dat wij hebben van een professionele
organisator. Op die manier zullen wij het gesprek aangaan en we zullen kijken wat we daarin kunnen doen.
In antwoord op vraag 2 kan ik melden dat de RUD, de Regionale Uitvoeringsdienst, namens de provincie Utrecht het bevoegd gezag is om op te treden tegen een overtreder van de Wet
natuurbescherming. Dit ligt niet bij de gemeente. Om die reden kunnen wij niet samen met de RUD
optrekken. Dit neemt niet weg dat wij alle medewerking verlenen die nodig is om de organisator aan te pakken. De vervolgstappen liggen echter bij de RUD.
Dan het antwoord op vraag 3. We gaan samen met de Vereniging Parkmanagement De WeteringHaarrijn bekijken hoe we het vernielen van de nesten kunnen voorkomen. Daarbij kijken we naar mogelijkheden om het vraagstuk van het parkeren rondom de Haarrijnse Plas in goede banen te leiden ter voorkoming van de schending van de Wet natuurbescherming. Hier gaan we bij vergunningen voor volgende evenementen extra goed op letten.
De voorzitter: Zijn er nog aanvullende vragen? Dat is niet het geval. Dan gaan wij terug naar de Partij voor de Dieren.
Mevrouw Minnaert (PvdD): Eerder werd in de commissie in de behandeling van de
Programmabegroting gesproken over het feit dat vergunningen niet op voorhand kunnen worden
afgewezen en dat er sprake moet zijn van gevaar. Is de wethouder het niet met ons eens dat dit een kwestie van gevaar is?
Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter! Zoals ik al zei in reactie op de eerste vraag, gaat het er
inderdaad om dat aangetoond moet worden dat een organisatie niet professioneel genoeg is om een evenement in de stad te kunnen organiseren. Dat kunnen we niet doen op basis van een enkele
overtreding op deze manier, maar misschien kunnen we er wel wat meer mee op basis van het niet
reageren en de onprofessionele houding. Dat kan ik nu niet op voorhand zeggen, maar we gaan wel kijken wat we daaraan kunnen doen.
De voorzitter: Dank u wel. Wij gaan door met de volgende set vragen. 3. Mondelinge vragen van de fractie van GroenLinks over Breng In Contact Bijzonder in positie. De heer Dekkers (GroenLinks): Voorzitter! Ik heb de tekst in verband met de tijd ingekort. In Contact Bijzonder is een mooi initiatief van ouders van zorgintensieve thuiswonende kinderen. Zij willen ouders ontzorgen door ervaringen te delen en hun een ontmoetingsplek te bieden. De
ervaringsdeskundigheid van ouders van zorgintensieve thuiswonende kinderen is zeer waardevol voor zorgverleners, toekomstige zorgverleners en organisaties die bij de zorgverlening zijn betrokken, om de zorg te verbeteren. Maar daarvoor zijn gelijkwaardige gesprekken nodig,
gesprekken die energie en verbeteringen opleveren en geen energieslurpers zijn. De gemeente kan waardering voor In Contact Bijzonder laten zien door het ondersteunen en organiseren van
gelijkwaardige, energiegevende gesprekken. Daarom heeft GroenLinks de volgende vragen.
1. Onderkent het college dat de zorg in Utrecht niet altijd passend is voor ouders en zorgintensieve thuiswonende kinderen?
5
Vragenuur van 2 november 2023 2. Is ook het college van mening dat de ervaringsdeskundigheid van deze ouders zeer waardevol is om de zorg te verbeteren?
3. Is het College bereid om samen met In Contact Bijzonder gelijkwaardige gesprekken te
organiseren met zorgprofessionals en organisaties die betrokken zijn bij de zorg voor deze kinderen en ouders die energie en verbeteringen opleveren?
4. Wanneer kunnen we een terugkoppeling krijgen?
De heer De Vries (wethouder): Voorzitter! Ik ga direct met de beantwoording beginnen. Het antwoord op de eerste vraag is bevestigend. In heel veel situaties lukt het overigens wel goed om met
maatwerk passende zorg te bieden, maar af en toe lukt het inderdaad helaas niet, vooral ook als het gaat om het snijvlak met de Wet langdurige zorg.
Het antwoord op de tweede vraag is dat het college onderkent dat het waardevol is om de
ervaringsdeskundigheid in te zetten. Dat doen we ook in algemene zin. Het is daarom ook een integraal onderdeel van de opdracht aan de zorgpartijen en de samenwerking daarmee.
Het antwoord op de derde vraag is dat op dit moment al gesprekken plaatsvinden tussen
zorgprofessionals en organisaties en ook ervaringsdeskundige ouders met kinderen met een
intensieve zorgvraag. Daaronder zitten ouders van In Contact Bijzonder. Het buurtteam kan deze ouders overigens ook betrekken op casusniveau.
De voorzitter: Zijn er nog aanvullende vragen? Dat is niet het geval. De heer Dekkers (GroenLinks): Ik had stiekem de vraag toegevoegd wanneer we terugkoppeling kunnen krijgen. Is de wethouder zich er echter ook van bewust dat in ieder geval In Contact Bijzonder de bestaande gesprekken niet altijd als energiegevend beschouwt?
De heer De Vries (wethouder): Naar ik heb begrepen, is er al meerdere malen contact geweest. Op 21 september 2023 heeft een spiegelsessie plaatsgevonden met ervaringsdeskundige ouders,
waaronder ook deze moeders. Op 5 juni 2023 is er contact met hen geweest, waarbij ook het
buurtteam vertegenwoordigd was. Daarna is er nog een aanbod geweest om ambtelijk in gesprek te gaan in verband met de behoefte die er is en ook is er het lotgenotencontact. Dat is afgewezen op dat moment. Dat is wat ik hiervan heb meegekregen.
De voorzitter: Dan gaan wij door naar de volgende vragenset. 4. Mondelinge vragen van de fracties van BIJ1, D66, PvdA, DENK, GroenLinks, Student & Starter, Utrecht, PvdD en ChristenUnie over Institutioneel racisme bij gemeenten als werkgever.
Mevrouw Nolten (BIJ1): Voorzitter! Uit het onderzoek van Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS)
dat op 30 oktober werd gepubliceerd, komen duidelijke signalen naar voren dat op de werkvloer van zes onderzochte gemeenten institutioneel racisme plaatsvindt. Zo is er sprake van het maken van
racistische grappen, worden werknemers die zich hierover uitspreken weggepest en kwamen mensen van kleur minder vaak in aanmerking voor een promotie. Daarnaast was het ook opvallend dat
hoewel leidinggevenden vaak hetzelfde gedrag en patronen zagen en herkenden, zij dit gedrag en patronen niet als probleem beschouwden. Het is zorgelijk dat, ondanks de inspanningen van
gemeenten om een inclusieve en racismevrije werkplek te zijn, institutioneel racisme nog steeds plaatsvindt, zeker gezien de voorbeeldstellende rol die gemeenten hebben.
6
Vragenuur van 2 november 2023 Op 1 november is het Uitvoeringsplan inclusiviteit en diversiteit gepubliceerd. Hier wordt ook
verwezen naar de cijfers over ervaren discriminatie in het medewerkersonderzoek van 2022. Echter lijken uitgebreide en kwalitatieve data over de situatie in Utrecht te ontbreken. Daarom hebben onze fracties de volgende vragen.
1. Is de wethouder op de hoogte van het rapport en, zo ja, hoe ziet zij de bevindingen in relatie tot de gemeente Utrecht?
2. Uit de onderzoeken komt naar voren dat racisme niet altijd wordt herkend en er daardoor ook
niet altijd tegen wordt opgetreden. Hoe is de wethouder van plan om eigen blinde vlekken binnen de organisatie bloot te leggen en onderliggend racisme aan te pakken?
3. Beschikt de gemeente Utrecht over gelijksoortige kwalitatieve data over institutioneel racisme op de werkvloer? In het onderzoek wordt een aantal conclusies getrokken betreft procedures met betrekking tot de in- en doorstroom en beoordeling, sociaal ingesleten/racistisch gedrag,
ontbrekende bestaande processen en informele regels om racisme tegen te gaan. Zo niet, acht zij vervolgonderzoek nodig om gericht te werk te gaan?
4. Hoe sluiten de aanbevelingen uit het KIS-rapport aan op het net gepubliceerde Uitvoeringsplan inclusie en diversiteit? Zo niet, is de wethouder voornemens dit aan te vullen?
Mevrouw Streefland (wethouder): Voorzitter! Ik ben op de hoogte van het rapport, zeer goed zelfs, en ik ben ook blij dat het onderzoek dat wij hebben gedaan heeft geleid tot meerdere onderzoeken bij andere gemeenten. Het onderzoek schetst een scherp beeld van allerlei vormen van uitsluiting,
discriminatie en racisme en het draagt goed bij aan kennis en handreikingen om dit verder aan te pakken. Wij onderschrijven echt de uitkomsten en deze zijn ook terug te vinden in ons
uitvoeringsplan voor diversiteit en inclusie dat wij de raad hebben gestuurd. Daarbij wil ik echt
aangeven dat wij de noodzaak zeer zien, maar dat het tegelijkertijd een marathon is, een zaak van lange adem en dat het met vallen en opstaan zal gaan.
In antwoord op vraag 2 meld ik dat het voorkomen en tegengaan van discriminatie en racisme echt een van de speerpunten in het beleid van dit college is. Ook in de stad en de organisatie willen we
dat er geen plek is voor uitsluiting. Daar hebben we vorig jaar intensief met elkaar over gesproken en de raad heeft ons de opdracht gegeven om dat stevig te doen. Daarvoor ben ik ook dankbaar, want we hebben daar in de voorjaarsnota ook extra geld voor gekregen om dat samen met het
college maar zeker ook met de top van de organisatie te doen. Er zijn bepaalde facetten die ik graag wil belichten en die passen bij de uitslag van dit onderzoek. Dat begint in de eerste plaats met
bewustwording, je eigen perspectief en dat van anderen, maar ook van leidinggevenden, dialoog in teams en samenwerken in teams. Dat hebben wij het afgelopen jaar geïntensiveerd. De hele
organisatie werkt met een aanpak gericht op deze bewustwording, individueel maar ook op teams en ook bij leidinggevenden. Dat is aanbeveling 2 van KIS. De methode inclusief werken en selecteren
passen we nu overal toe, standaard bij alle interne en externe vacatures. Dat staat ook in een van de aanbevelingen.
Voor het handhaven van de norm van anti-discriminatie hebben wij nu een onafhankelijk meldpunt binnen de organisatie, naast de externe meldmogelijkheden die er natuurlijk ook zijn. We hebben ook meer experts in dienst kunnen nemen, ook door de financiën die daarvoor vrij kwamen. Zij
kunnen en moeten ons scherp blijven houden op de blinde vlekken. Bovendien intensiveren wij de
monitor van inclusie en diversiteit, bijvoorbeeld door uitbreiding van het medewerkersonderzoek en
door een exit monitor. Daarin zijn vragen opgenomen over inclusie en over de reden waarom iemand vertrekt. Dat zijn allerlei extra interventies om zo goed mogelijk die kwalitatieve en kwantitatieve data op te halen.
7
Vragenuur van 2 november 2023 Daarmee heb ik ook grotendeels de derde vraag beantwoord, namelijk dat wij in tegenstelling tot het onderzoek van KIS voor alleen de interne organisatie van de zes gemeenten ook breder in de stad onderzoek hebben gedaan.
Het antwoord op de vierde vraag is dat de aanbevelingen in het KIS-rapport onze keuzes naar
aanleiding van ook de gesprekken in de organisatie, zowel bij de top, het college en ook in het
uitvoeringsplan bevestigen. Deze keuzes willen wij volgend jaar in Q1 met de raad bespreken … De voorzitter: Graag … Mevrouw Streefland (wethouder): Ja, ik rond af. Het voorstel is, zoals het in de raadsbrief staat, een sessie te houden over vragen als wat wij daar nog op te doen hebben. De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Mevrouw Westra-van Til (ChristenUnie): Voorzitter! Allereerst dank ik de wethouder voor de
beantwoording. Het komt op mij wel een beetje over als een opsomming van wat er nu al gebeurt,
terwijl we nu een nieuw onderzoek hebben met nieuwe aanbevelingen. Herkent de wethouder dat er meer moet gebeuren om die blinde vlekken aan te pakken?
Mevrouw Streefland (wethouder): Het onderzoek bij die andere zes gemeenten is een opvolging op het onderzoek dat wij als eerste hebben gedaan. Daar komen dingen uit die wij nu al in onze
diversiteit- en inclusieaanpak hebben staan. Die heb ik de raad ook gestuurd. In het KIS-rapport
komt dat nu bij de andere zes gemeenten naar voren als aanbeveling. Ik zal mijzelf niet op de borst
slaan en zeggen dat wij dit heel goed doen, want we hebben nog heel veel te doen, maar hier zijn wij nu juist zeer intens met de organisatie mee bezig. Ik raad iedereen aan om het diversiteits- en
inclusieplan te lezen en ons in de sessie in het voorjaar te vragen hoe het gaat en wat er beter is. Er zijn dus voor ons geen nieuwe of andere zaken uit het KIS-rapport gekomen. Het zijn uitkomsten waar wij al mee aan de slag zijn.
De voorzitter: Mevrouw Nolten, u hebt nog één seconde! Mevrouw Nolten (BIJ1): Ook als het een gemiste vraag is? De voorzitter: Als het een gemiste vraag is, mag het sowieso.. Mevrouw Nolten (BIJ1): Ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag of de wethouder vervolgonderzoek nodig acht.
Mevrouw Streefland (wethouder): Dat is vorig jaar een uitgebreid gesprek geweest. Via een motie is
toen besloten dat we dit serieus moeten oppakken. Dat doen we en daarna zullen we bezien wat via monitoring en volgen weer mogelijk is. Ik wil graag aan de slag. Onderzoek kan altijd. In het
uitgebreide gesprek met onder andere DENK is niet naar voren gekomen dat ik dit niet wil doen,
maar dat wij aan het werk gaan om daarna, na bijvoorbeeld een jaar, te kijken of wij het goed doen, wat beter kan en of daar weer een onderzoek voor nodig is.
De voorzitter: Daarmee gaan wij door naar de volgende set vragen.
8
Vragenuur van 2 november 2023
5. Mondelinge vragen van de fractie van GroenLinks over Van het paaltje naar de muur. De heer Bart (GroenLinks): Voorzitter! We waren nogal onaangenaam verrast toen wij merkten dat het staand beleid is om nieuwe straatnaambordjes op palen te installeren. Ik vond het gek dat
straatnaambordjes van de huizen werden gehaald. We hebben daar onze twijfels over, omdat het
vaak gedoe oplevert. Het is niet echt beter voor de openbare ruimte en het levert zelfs verrommeling op als we nog meer palen neerzetten. Volgens ons zou het verstandiger zijn om die
straatnaambordjes in de regel aan de gevel van gebouwen te plaatsen en alleen bij grote
uitzondering nieuwe palen te plaatsen en gebruik te maken van de palen die er al zijn. Wij zien graag een wijziging in het beleid daar. Het lijkt ons nu materiaalverspilling en kapitaalvernietiging om
borden aan paaltjes in één keer weer weg te plaatsen, maar we hebben daar wel de volgende vragen over.
1. Is het college het met GroenLinks eens dat het aantal palen in de openbare ruimte beperkt moet worden om verrommeling van de openbare ruimte te voorkomen?
2. Klopt het dat verplaatsen van straatnaamborden van de muur naar palen vaak gedoe oplevert?
3. Is het college bereid het beleid voor de plaatsing van straatnaambordjes te heroverwegen in de richting die GroenLinks voorstelt?
Mevrouw Schilderman (wethouder): Voorzitter! Dank voor het agenderen door GroenLinks. Naar
aanleiding hiervan zijn we er weer eens ingedoken. In de schriftelijke versie van deze mondelinge vragen zijn ook de redenen voor dit beleid opgesomd. Die heb ik namelijk eerder met de raad gedeeld.
In antwoord op vraag 1 kan ik zeggen dat wij het inderdaad met GroenLinks eens zijn dat voorkomen moet worden dat er te veel palen staan in de openbare ruimte. Borden worden daarom ook zo veel
mogelijk geplaatst op bestaande palen. Daarnaast kijken we ook actief of er palen verwijderd kunnen worden en of borden gecombineerd kunnen worden. Alleen als dat niet mogelijk is, wordt er een nieuwe paal geplaatst.
In antwoord op vraag 2 meld ik dat hier in een enkel geval sprake van is, maar meestal eigenlijk niet.
We krijgen eigenlijk vooral klachten van mensen die om verschillende redenen de borden niet op hun huis willen. Ze hebben er geen behoefte aan en bovendien wordt het zicht vaak beperkt door klimop, bomen of andere begroeiing. Je ziet ook weleens dat mensen het bord eraf halen.
In de derde plaats wordt gevraagd of wij het willen heroverwegen. Daar hebben wij over nagedacht,
ook naar aanleiding van informeel contact dat wij daarover hadden. We vinden het eigenlijk niet zo’n heel slim idee om het te heroverwegen, vooral omdat wij zien dat het door veel mensen als zo
ongewenst wordt ervaren, en om al die andere redenen die wij eerder hebben aangeven. Wij willen
het beleid houden zoals het is, hoewel ik de diepe wens van GroenLinks om minder palen te hebben zeker begrijp.
De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? De heer Koning (D66): Zou het idee van GroenLinks kunnen leiden tot een eventuele kostenbesparing?
Mevrouw Schilderman (wethouder): Nee, naar verwachting zal het idee van GroenLinks leiden tot een
kostenvermeerdering, omdat het allereerst betekent dat wij een veel moeilijker proces in moeten om
9
Vragenuur van 2 november 2023 dat met bewoners te bespreken. Het belangrijkste is echter vooral dat je dubbel zo veel bordjes
nodig hebt, omdat een bord tegen een huis aan betekent dat je aan twee kanten van de straat een bord moet plaatsen. Als je het bord aan het paal zet, kan het aan twee kanten leesbaar gemaakt worden. Wij verwachten dus niet dat het een besparing oplevert.
De heer Te Hoonte (VVD): Zijn dit dan palen waar alleen maar een straatnaambordje op zit, of worden de bordjes op palen gemonteerd waarop ook al bijvoorbeeld een parkeerzone wordt aangegeven?
Mevrouw Schilderman (wethouder): Zoals ik heb aangegeven, is dat de eerste bedoeling, namelijk dat het gemonteerd wordt op een paal die reeds aanwezig is. Alleen als die ontbreekt, wordt het gemonteerd op een losse paal.
De voorzitter: We gaan terug naar GroenLinks. De heer Bart (GroenLinks): Begrijp ik goed dat de wethouder zegt dat het meer gedoe oplevert op het moment dat we bordjes op gevels installeren dan wanneer een paaltje wordt geïnstalleerd?
Mevrouw Schilderman (wethouder): Ja, dat is al lange jaren de ervaring in de gemeente. Omdat u
daarnaar hebt gevraagd, zijn we er toch nog een keertje ingedoken. We merken in de praktijk dat mensen vaak bezwaar hebben tegen een bordje op hun gevel en de bordjes weghalen. We verwachten toch echt meer gedoe als we het beleid zouden aanpassen. De voorzitter: Daarmee gaan wij door naar de volgende set vragen. 6. Mondelinge vragen van de fracties van de ChristenUnie, VVD, D66, CDA, Student & Starter en UtrechtNU! Over geen antisemitisme en geen islamofobie in Utrecht.
Mevrouw Westra-van Til (ChristenUnie): Voorzitter! In het AD van zondag 22 oktober jl. is te lezen
dat een inwoner van joodse komaf geïntimideerd is door het plaatsen van verboden hakenkruizen en doodsbedreigingen in de brievenbus. We schrikken elke keer weer van deze bedreigingen. Mensen worden lastiggevallen in hun eigen vertrouwde online omgeving op basis van herkomst, religie of ras. Dit gedrag is volstrekt ontoelaatbaar en willen we duidelijk afkeuren. Daarnaast zijn er ook zorgwekkende signalen uit andere groepen bewoners, zoals de islamitische of Armeense
gemeenschap, van toenemende fysieke, sociale en/of digitale onveiligheid en van intimidatie en discriminerende of racistische uitingen.
In Utrecht is er volstrekt geen ruimte voor antisemitisme, islamofobie, discriminatie of racisme. We willen daarom duidelijk hiertegen opstaan en garanderen dat alle bewoners zich in alle opzichten veilig voelen in onze stad.
Daarom de volgende vragen.
1. Herkent het college dat er op dit moment sprake is van een toename van antisemitische en
islamofobische bedreigingen in Utrecht? Is het college van mening dat de huidige monitoring
door onder andere politie in samenspraak met Artikel 1 Midden-Nederland een voldoende beeld geeft van de problematiek of acht u aanvullende monitoring noodzakelijk?
2. Welke extra stappen zijn/worden ondernomen om bescherming te bieden aan diegenen die op deze manier op dit moment bedreigd worden en een gevoel van onveiligheid ervaren?
10
Vragenuur van 2 november 2023 3. Belaagde bewoners kunnen een hoge drempel ervaren om aangifte te doen. Herkent het college dit? Welke stappen kunnen worden ondernomen om de meldingsbereidheid te vergroten?
4. In 2022 is in aanvulling op de Antidiscriminatie-agenda een aanpak islamofobie en antisemitisme uitgerold. Kunt u aangeven of u tevreden bent met de voortgang van de aanpak en of u de ambities voor 2022-2026 in deze aanpak nog voldoende vindt, gezien de recente
ontwikkelingen? Kan het college toezeggen om de raad op korte termijn een eerste terugkoppeling te geven over de voortgang van deze aanpak?
Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter. Normaal gesproken zou de burgemeester deze vragen beantwoord hebben, maar zij heeft mij gevraagd of ik dit kan overnemen. In de eerste plaats is
gevraagd of het college de toename van antisemitische en islamofobe bedreigingen herkent. Wij zien dat het conflict in Israël en de Palestijnse gebieden ook impact heeft in de stad. Het college vindt het belangrijk dat wij blijven luisteren naar onze inwoners, dat we de situatie in onze stad goed blijven monitoren, demonstraties in goede banen leiden en voorbereid zijn wanneer impactvolle
gebeurtenissen plaatsvinden. Dat is om incidenten te voorkomen en om te beheersen. Er zijn
demonstraties en tegendemonstraties geweest vanwege het conflict. Daarbij hechten we eraan dat er ruimte is voor iedereen om zijn of haar mening te uiten, waarbij er tegelijkertijd ook ruimte moet zijn voor vreedzame tegengeluiden.
De recente demonstraties in onze stad zijn op zichzelf goed verlopen. Landelijk is een toename van
online bedreigingen en antisemitische uitingen te zien en ook in de stad monitoren we voortdurend sentimenten en incidenten. Inderdaad, ook in Utrecht heeft een aantal incidenten plaatsgevonden, waaronder een bekladding van een woonhuis met een hakenkruis. Er is geen sprake van
grootschalige incidenten in de openbare ruimte en er is ook geen patroon van incidenten, maar dat neemt natuurlijk niet weg dat dit soort incidenten wel veel doen. Met mevrouw Westra wil ik ook
uitspreken dat dit zeer afkeurenswaardig is. Naast de monitoring door onder andere de politie en Artikel 1 hebben we via de gebiedsmanagers Veiligheid intensief contact met politie, met bondgenoten, scholen, jongerenwerk en ook andere partijen.
Op de vraag welke preventieve stappen zijn ondernomen om bescherming te bieden, kan ik
antwoorden dat wij het van belang vinden dat iedereen zich veilig voelt in onze stad. Indien de situatie daartoe aanleiding geeft, worden door de driehoek zichtbare en ook onzichtbare maatregelen genomen.
Wat betreft de drempel om aangifte doen – vraag 3 – merken wij in onze gesprekken dat bewoners ons weten te vinden en ook hun zorgen omtrent hun veiligheidssituatie met ons delen. We blijven
daarbij benadrukken dat het doen van meldingen of aangifte ook belangrijk is, want dat geeft ons een nog beter beeld van de concrete situatie in de stad. Bij Artikel 1 Midden-Nederland zetten wij onder andere in op het vergroten van de bekendheid van het meldpunt, het stimuleren van
omstanders om melding te doen, onder andere door campagnes die inzichtelijk maken waarom melden belangrijk is en waarom het loont, en op passende ondersteuning van melders.
Op vraag 4, naar aanleiding van de Antidiscriminatie-agenda, kan ik antwoorden dat in de
beleidsnota Inclusie, die in het vierde kwartaal naar de raad wordt gestuurd, de doelen van de Antidiscriminatieagenda worden meegenomen. Onze aanpak tegen radicalisering en polarisatie hebben wij de afgelopen periode herijkt, want islamofobie en antisemitisme zijn als thema’s ook in het
Actieplan Utrecht opgenomen. De hierin opgenomen doelen zijn ook samen met de stad opgesteld.
Ten slotte kan ik melden dat wij zien dat de huidige situatie veel oproept in de stad. We houden dan ook samen met onze partners en bondgenoten in de gaten wat er verder nodig is aan tijdelijke en
11
Vragenuur van 2 november 2023 aanvullende acties. In de beleidsnota Inclusie staat ook een voorstel voor een rapportage over de manier waarop wij de raad op de hoogte willen houden van de voortgang. De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Mevrouw Kendir (Student & Starter): Voorzitter! In de gemeente Amsterdam hebben twee partijen het initiatiefvoorstel Bekend maakt bemind ingediend, om mensen met verschillende achtergronden
elkaar te laten ontmoeten. Ziet de wethouder ook heil in zoiets in Utrecht, zodat we het niet alleen aanpakken wanneer er sprake is van racisme, maar dat we er ook voor zorgen dat het in eerste instantie niet plaatsvindt?
Mevrouw Voortman (wethouder): De burgemeester en ik hebben een bijeenkomst georganiseerd,
samen met moskeebesturen en synagogen. We hebben een goed gesprek gehad en we hebben ook een vervolg afgesproken, dat binnenkort zal plaatsvinden. Het college is hier inderdaad mee bezig. Het initiatief waar mevrouw Kendir naar verwijst, is een initiatief van raadsleden; het staat de raad natuurlijk vrij om initiatieven te nemen. De voorzitter: Mevrouw Westra nog? Mevrouw Westra-van Til (ChristenUnie): Voorzitter! We zijn blij om te horen dat het college met ons stelling wil nemen tegen intimidatie, islamofobie en antisemitisme. In andere steden zien we dat de herdenking van de Kristalnacht volgende week donderdag 9 november op losse schroeven staat uit
angst voor incidenten. Deelt het college met ons dat het juist nu belangrijk is om dit te gedenken en kan de wethouder toezeggen dat deze herdenking veilig en waardig doorgang zal vinden?
Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter! Het is inderdaad belangrijk om die herdenking zeker
goed te doen. Voor zover ik weet, zijn er geen redenen dat dit in Utrecht niet het geval zou zijn. Ik heb net al gekeken in mijn agenda of ik er zelf bij aanwezig kan zijn, maar wij hebben dan de
begrotingsbehandeling. Misschien kunnen we afspreken dat een delegatie uit ons gezelschap daarbij zal zijn. Ik zou daar in ieder geval wel toe bereid zijn.
De voorzitter: Daarmee gaan wij door naar de volgende set vragen. 7. Mondelinge vragen van de fractie van EenUtrecht over Verlengen contract sociaal makelaar versus versneld vernieuwen verbinden in de buurt.
De heer Dijkstra (EenUtrecht): Voorzitter! In onze stad verzorgt Stichting DOCK het ondersteunen bij het verbinden en activeren van bewoners in de eigen buurt. Wij noemen dat heel chic "sociaal
makelen". Het contract van Stichting DOCK loopt eind volgend jaar af. Dat gaan we vernieuwen, want het biedt ook nieuwe kansen om mensen in de buurt meer regie te geven. Daarover hebben wij de volgende vragen.
1. Overweegt het college inderdaad om het starten van de aanbesteding van het sociaal makelen in 2024 voor een contractperiode vanaf januari 2025 uit te stellen met één jaar?
2. Zo ja, kan het college aangeven wat dan hiervoor de redenen zijn?
3. En hoe gaat het college dit voornemen nog ter besluitvorming voorleggen aan de gemeenteraad?
12
Vragenuur van 2 november 2023 4 Is het college met ons van mening dat dit uitstel onwenselijk is, omdat daarmee de kans om het sociaal makelen te vernieuwen ook met een jaar wordt uitgesteld?
5. Of ziet het college juist kansen om met deze uitstel te werken aan een nog beter vernieuwend kader, waardoor lokale BBO's meer regie en sturing krijgen op dat sociaal makelen?
6. Wanneer mogen we als gemeenteraad de aangekondigde Nota van Uitgangspunten voor de Sociale Basis en Basiszorg ontvangen?
Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter! Wat betreft de eerste vraag kan ik melden dat wij op dit
moment nog alles in overweging hebben, omdat de Nota van Uitgangspunten nog niet af is. Uitstel is niet mijn intentie, maar het zou wel een uitkomst kunnen zijn. De vraag komt eigenlijk te vroeg. De
Nota van Uitgangspunten en welk instrument, welke route daarbij hoort, moet allemaal nog komen.
Dat is meteen het antwoord op de tweede vraag. Ik begrijp het ongeduld van de heer Dijkstra, maar hij loopt een klein beetje voor de muziek uit.
Dan de vraag of wij het voornemen ter besluitvorming aan de raad voorleggen. De raad krijgt
binnenkort het voorstel over de Nota van Uitgangspunten. Tegelijk zullen wij daarmee aangeven welk instrument wij dan gebruiken om die uitgangspunten te realiseren. Dan schetsen we ook meteen het proces.
Dan de vraag of uitstel onwenselijk zou zijn, de vierde vraag. Uitstel lijkt mij inderdaad onwenselijk. Alleen als de situatie ons daartoe dwingt, zouden we dat besluit nemen. Maar zoals ik al zei, ligt alles op dit moment nog open. Alles wordt nog overwogen.
De vijfde vraag was of ik ook kansen zie met het uitstel. De heer Dijkstra sprak over een vernieuwend kader en meer regie voor organisatie van burgers. Ik vind het heel erg belangrijk om
gemeenschapskracht te benutten. In de Nota van Uitgangspunten zal dat ook te zien zijn. Wat ons
betreft, werkt sociaal makelen aanvullend op bewonersinitiatieven en ook op andere partners in de
wijk, zoals scholen en sportclubs. Ik heb de vorige week ook al iets dergelijks tegen de heer Dekkers gezegd in de commissie, toen wij de begroting behandelden.
De laatste vraag was wanneer de aangekondigde Nota van Uitgangspunten voor de Sociale Basis en Basiszorg ontvangen wordt. Dat zal binnenkort zijn, wat mij betreft deze maand nog.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA): Voorzitter! De raad heeft het Keuzekompas aangenomen. Dit was een van de eerste nieuwe contracten waarin we kunnen zien hoe dat heeft uitgepakt. De vragensteller
spreekt over het starten van een aanbesteding, maar is aanbesteding al een feit of is dat een van de keuzes die voorligt?
Mevrouw Voortman (wethouder): Mevrouw Raaijmakers zegt het goed. We hebben met het
Keuzekompas afgesproken dat we eerst besluiten waar we inhoudelijk naar toe willen en vervolgens wat daar het beste bij past. Tegen de heer Dijkstra heb ik al gezegd dat we nu nog alles overwegen en daar hoort dit inderdaad ook bij. Ook eerder heb ik al aangegeven dat wij continuïteit erg belangrijk vinden, zowel voor bewoners als voor professionals. De voorzitter: Mijnheer Dijkstra, een aanvullende vraag? De heer Dijkstra (EenUtrecht): Jazeker. De wethouder zei in het begin dat het niet de intentie is om uit te stellen, maar dat dit een uitkomst kan zijn van het gesprek dat nu wordt gevoerd. Voor de
zomer heb ik begrepen dat we niet willen uitstellen, maar dan moet in september of oktober wel een
13
Vragenuur van 2 november 2023 besluit worden genomen over de Nota van Uitgangspunten. Gaan we daar al niet overheen? Kan de wethouder daar toch iets meer over zeggen, want blijkbaar is er toch vertraging. Klopt dat?
Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter! Ik heb inderdaad de tijd genomen om de gesprekken met de organisaties die nu deze opdracht vervullen, maar ook met verschillende
bewonersinitiatieven, goed te kunnen voeren. Ik kan het natuurlijk heel snel doen, maar juist omdat het om zoiets belangrijks gaat en we ook in bijzondere tijden zitten, vind ik het belangrijk. Daarom zal de nota er iets later zijn. Nogmaals, ik zou alleen uitstellen als de situatie ons daartoe dwingt. De voorzitter: Daarmee gaan wij naar de volgende set vragen. 8. Mondelinge vragen van de fracties van Student & Starter, BIJ1, PvdA, PvdD, GroenLinks, Volt en D66 over Renovatie Tuindorp-West complex.
De heer Snijder (Student & Starter): Voorzitter! Onlangs hebben de bewoners van het Tuindorp-West Complex te horen gekregen dat de SSH de drie torens wil renoveren. Deze renovatie zorgt voor een grotere woonkamer, nieuwe keukens en nieuwe badkamers. Daarnaast worden de torens ook nog verduurzaamd. De plannen van de SSH zijn mooi, maar ze kwamen rauw op het dak van de 300 bewoners. Door de renovatie moeten de bewoners van de rode flat binnen negen maanden een
nieuwe woonplek vinden. Ondanks de belofte dat deze bewoners voorrang krijgen bij SSH, moeten
ze nog steeds hospiteren en weegt hun eigen wachttijd mee. Verder is er veel onduidelijkheid of er genoeg passend financieel en sociaal aanbod is voor de honderden bewoners. Dat brengt veel
onzekerheid mee. Daarnaast hebben studenten een band opgebouwd met hun huidige huisgenoten,
en willen ze het liefst bij elkaar blijven. De begrijpelijke wens van de studenten is dan ook dat zij met de huidige bewonerssamenstelling van hun huis weer op een nieuw plekje terecht komen. Bovendien vergroot de verhuizing van deze studenten uit het TWC de woonnood onder Utrechtse studenten. Daarom stellen wij de volgende vragen.
1. Is de wethouder het met de vragenstellers eens dat renovatie van deze torens belangrijk is, zowel voor de duurzaamheid als de kwaliteit van de woningen, en dat bewoners in een
dergelijk renovatietraject goed en tijdig geïnformeerd moeten worden over de aanstaande veranderingen?
2. Kan de wethouder in gesprek gaan met de SSH om te zorgen dat de renovatie pas start wanneer bewoners de zekerheid hebben dat zij een nieuwe woonplek hebben?
3. Kan de wethouder bij de SSH erop aandringen dat de corporatie huurbehoud aanbiedt voor verhuizende studenten, om hen niet onnodig op kosten te jagen?
4. Kan de wethouder vragen aan de SSH om met concrete oplossingen te komen voor de druk op de studentenhuisvesting die deze renovatie oplevert?
5. Kan de wethouder in gesprek gaan met de SSH om te zorgen dat de bewoners die in eerste
instantie samenwoonden ook op de volgende woonplek samen kunnen wonen, bijvoorbeeld in het nieuwe project Baobab van de SSH?
De heer De Vries (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Ik ga direct over naar de beantwoording. Ik ben het helemaal eens met het gestelde in de eerste vraag.
Het antwoord op vraag 2 is dat de SSH volgens de richtlijnen van het Algemeen Sociaal Plan
renoveert. De SSH geeft ook aan pas te starten met de renovatie als alle huidige bewoners een
14
Vragenuur van 2 november 2023 nieuwe woonplek hebben gevonden. De verwachting van de SSH is dat dit per 1 augustus 2024 is gelukt.
Het antwoord op vraag 3 is dat in het Algemeen Sociaal Plan ook wordt gesproken over huurbehoud bij wisselwoningen. Dat is in principe dus geregeld binnen het Sociaal Plan. Bij een permanente
verhuizing volgt de SSH haar normale huurbeleid en dat is conform het Woningwaarderingsstelsel.
Verder kunnen er natuurlijk ook praktische kosten zijn, bijvoorbeeld nieuwe gordijnen of verf. In dat sociaal plan zit ook een regeling voor financiële vergoeding voor huurders met een tijdelijk contract – zoals studenten – van minimaal € 644,16. Deze regeling is door het Landelijk Kennisinstituut Studentenhuisvesting Kences ontwikkeld. Ook daarin is er dus een tegemoetkoming.
Het antwoord op vraag 4 is dat SSH heeft aangegeven zich er terdege van bewust te zijn dat deze
300 huurders tijdelijk zorgen voor een extra druk op de al krappe woningmarkt. Tegelijkertijd willen we ook graag dat de SSH haar panden verduurzaamt. Dat is ook een belangrijke opgave, zodat ook de volgende generatie studenten kwalitatief goed en betaalbaar kan wonen. Verder doet de SSH
samen met de gemeente haar best om ook andere plekken in de stad, bijvoorbeeld met High Five
met 925 woningen, Wisselspoor met 330 woningen en De Kwekerij fase II met 200 woningen, zo snel mogelijk ook nieuwe studentenwoningen toe te voegen.
Het antwoord op de vijfde vraag is dat deze wens natuurlijk begrijpelijk is en de SSH de komende maanden deze verzoeken in kaart zal brengen. Dat wil zij doen door middel van
keukentafelgesprekken. De SSH zal vervolgens kijken wat zij daarin kan betekenen, ook binnen de mogelijkheden die zij daarbij heeft. Zij verwacht dat Baobab in de loop van volgend jaar wordt
opgeleverd en wellicht liggen er hiervoor kansen. Wij gaan met SSH in gesprek om te kijken hoe het allemaal zo goed mogelijk op elkaar kan worden aangesloten. Tegelijkertijd is het wel echt even zoeken hoe dit nu op elkaar aansluit.
De voorzitter: Ik zie een aanvullende vraag van de PvdA. De heer Stam (PvdA): Voorzitter! Een deel van deze informatie is ook bekend bij de studenten, maar een deel is volgens mij ook nieuw. Kan de wethouder de SSH heel duidelijk maken dat zij moet communiceren over het recht van studenten bij tijdelijke woningen om die in huurbehoud te verkrijgen? Dat was in de huidige communicatie erg onduidelijk.
De heer De Vries (wethouder): Voorzitter! Dank voor deze toevoeging. Ik zal dat zeker nog even
terugkoppelen. Zoals eerder gezegd, is het onderdeel van het Algemeen Sociaal Plan en dit wordt ook op die manier nageleefd.
De heer Te Hoonte (VVD): Is hier nu een Algemeen Sociaal Plan voor de hele stad van toepassing, of
is dit een sociaal plan dat met de studenten specifiek hiervoor is opgesteld en zijn de studenten dus ook betrokken bij de afspraken die nu gemaakt worden? Het is nogal specifiek.
De heer De Vries (wethouder): Dit is in principe het Algemeen Sociaal Plan dat geldt bij renovatie, maar ook bij sloop/nieuwbouw. Dat wordt hier nageleefd.
De voorzitter: Helaas heeft Student & Starter geen tijd meer voor een aanvullende vraag en gaan wij over naar de volgende set vragen.
9. Mondelinge vragen van de fractie van Utrecht Solidair over Vervuiling of vervuiling.
15
Vragenuur van 2 november 2023
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair): Voorzitter! Augustus Rivierenwijk. In de zomervakantie is in een kinderrijke volksbuurt op straat “15” geschilderd, met krijtverf. Het getal verwijst naar wat volgens de ouders een geschikte maximumsnelheid zou zijn. Sommige auto’s scheuren door de wijk. Een
handhaver komt langs. Deze vroeg direct de vervuiling te verwijderen. Twee buurtbewoners krijgen
voor ditzelfde feit een boete. Mogelijk krijgen ze een strafblad, zo staat op de strafbeschikking en ze hebben elk € 150,00 met € 9,00 administratie kosten gekregen.
Eergisteren zijn op het Jaarbeursplein door actievoerders de namen van slachtoffers in de Gazastrook met spuitbussen krijtspray gespoten. In de krant staat: “Ze heeft een lijst met tientallen namen in
haar hand, in de andere hand een graffitispuit.” Tijdens het spuiten kwamen politieagenten een kijkje nemen, maar de initiatiefnemers mochten hun actie gewoon vervolgen.
1. Begrijpt het college, dat dit voor de betreffende ouders uit Rivierenwijk niet te volgen is? 2. Weet u waarom de politie niet ingreep bij het bekladden van het Jaarbeursplein?
Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter! Ook deze vragen beantwoord ik ter vervanging van de
burgemeester. Ik wil de beantwoording van de twee vragen samen nemen, want op initiatief van de
raad is in 2018 het verbod op krijten, ook met een spuitbus, uit de APV geschrapt. Krijten is dus niet verboden. De twee situaties zijn niet vergelijkbaar. In Rivierenwijk werd behalve krijt ook spuitverf gebruikt en het aanbrengen van verf in de openbare ruimte kan schadelijk zijn en is daarom nog
steeds verboden in de APV. Een omwonende heeft melding gedaan van het aanbrengen van de verf, een handhaver is de situatie gaan bekijken en heeft vervolgens de handhavingsstrategie van eerst aanspreken, dan waarschuwen en uiteindelijk pas beboeten gehanteerd. Bewoners hebben toen
aangegeven de verf niet weg te willen halen en te verwachten dat de gemeente dat zou doen. Op basis daarvan heeft de handhaver toen de keuze gemaakt om een boete op te leggen.
In de tweede situatie, die bij de demonstratie op 30 oktober jl., schreven de deelnemers met
krijtspray namen van Palestijnse slachtoffers op de vloer van het Jaarbeursplein. Dat is een vorm van vrije meningsuiting en valt binnen het grondrecht om te demonstreren. De politie heeft ter plaatse geconstateerd dat het daadwerkelijk om stoepkrijtverf ging en geen andere verf, waarmee er dus geen aanleiding bestond om op te treden. Kortom, het een was wel krijt, het ander niet.
De voorzitter: Ik zie geen aanvullende vragen en dan gaan wij terug naar Utrecht Solidair. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair): Dat is helder. Ik heb de bus gezien in Rivierenwijk en het was
afwasbare verf, maar ik weet niet of dat onder stoepkrijtverf valt. Het zal wel niet. Het antwoord is helder.
De voorzitter: Daarmee gaan wij naar de laatste set vragen. 10. Mondelinge vragen van de fractie van DENK Over maar vier stembureaus in Kanaleneiland. De heer Usta (DENK): Voorzitter! Recent is bekendgemaakt op de site van de gemeente Utrecht welke stembureaus er zullen zijn voor de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november. Vorig jaar stonden mensen in Kanaleneiland Noord bij stembureaus lang in de rij om te kunnen stemmen, waardoor
velen afhaakten of gedemotiveerd raakten om te stemmen. Bij het debat over de evaluatie van de
afgelopen Provinciale Statenverkiezingen zei de burgemeester toe dat bij het bepalen van het aantal
stembureaus niet alleen rekening gehouden zal worden met het afstandscriterium, maar ook met de
16
Vragenuur van 2 november 2023 bevolkingsdichtheid in een buurt. Kanaleneiland kent een zeer hoge bevolkingsdichtheid vergeleken met andere buurten in Utrecht. Tot onze verbazing zijn er dan ook maar vier stembureaus in Kanaleneiland, waarvan maar één Kanaleneiland Noord.
1. Hoe verklaart de burgemeester dat er in Kanaleneiland Noord maar één stembureau is nadat
mensen vorig jaar zo lang in de rij hebben moeten staan? En hoe rijmt de burgemeester dat met het criterium van bevolkingsdichtheid en het voornemen om de opkomst in buurten als
Kanaleneiland te verhogen? Gebrek aan personeel en vrijwilligers wordt vaak als reden gegeven voor het feit dat er weinig stembureaus zijn.
2. Wat heeft de gemeente gedaan om voor dichtbevolkte buurten als Kanaleneiland voldoende vrijwilligers voor stembureaus te werven?
3. Is de burgemeester bereid om de mogelijkheden te verkennen om eventueel vrijwilligers van
andere stembureaus in andere delen van de stad te verhuizen naar Kanaleneiland Noord om daar een extra stembureau te openen? Zo nee, waarom niet?
De heer De Vries (wethouder): Voorzitter! Ook ik mag de burgemeester even vervangen. Het antwoord op de eerste vraag is dat er in Kanaleneiland Noord één stemlocatie is met twee
stembureaus. Andere locaties die zijn benaderd, waren niet beschikbaar op 22 november en dit heeft met name ook te maken met de korte termijn waarop deze verkiezingen georganiseerd moeten worden. Op piekmomenten zijn rijen wellicht niet volledig te voorkomen, maar om dit zo veel
mogelijk te voorkomen, is wel besloten om op de centraal gelegen locaties – Hart van Noord – twee stembureaus te vestigen.
Bij het bepalen van het aantal stemlocaties wordt gekeken naar het aantal kiesgerechtigden in de
wijk en niet naar de bevolkingsdichtheid. Er wordt ook gekeken naar een loopafstand van 750 meter. Vervolgens wordt gekeken of het stembureau het aantal te verwachten kiezers aankan. Dat kan tot gevolg hebben dat er op de locaties, indien mogelijk, met meerdere stembureaus wordt gewerkt, zoals ook in Hart van Noord. Daarbij moet ook worden opgemerkt dat het dichtstbijzijnde
stembureau niet altijd in de eigen wijk ligt. Dat kan soms net over de grens van de naastgelegen wijk
zijn. Dat zagen we hier eigenlijk ook, want in de vraag wordt gesproken over vier stembureaus en we zien in de praktijk dat het er zes zijn. Er ligt er ook nog eentje aan de rand van de wijk. Er zijn zes stembureaus op vijf locaties.
Vraag 2: wat betreft het gebrek aan personeel en vrijwilligers, zijn er voor de aankomende
verkiezingen vooralsnog geen bezettingsproblemen bij stembureaus. Overigens vestigen wij ook niet minder stembureaus in wijken waar wij bezettingsproblemen verwachten. Daarop anticiperen we
door een uitgebreidere wervingscampagne op die wijk om vrijwilligers te werven, mocht dit toch het geval zijn.
Het antwoord op de derde vraag is dat al wel naar extra locaties is gekeken, ondanks het feit dat uit de analyse van het aantal kiesgerechtigden blijkt dat deze niet nodig zijn. Zoals ik zojuist heb aangegeven, blijken deze op 22 november niet beschikbaar te zijn. Inmiddels zijn alle
voorbereidingen voor de vastgelegde stemlocaties zo goed als afgerond en dat betekent dat de
benodigde materialen zijn besteld, maar ook dat alle informatie voor de kandidatenlijst naar de
drukker is gegaan. We houden het op dit moment dus bij deze twee stembureaus op die ene locatie in Hart van Noord.
De voorzitter: Ik zie de PvdA met een aanvullende vraag.
17
Vragenuur van 2 november 2023 De heer Stam (PvdA): Transport is inderdaad heel belangrijk. Rijdt de regiotaxi ook dit jaar gratis om mensen naar het verkiezingsbureau te brengen om een deel van de opkomst te helpen bevorderen? De heer De Vries (wethouder): Dat antwoord moet ik schuldig blijven. Ik zal dat antwoord later nog even geven.
De heer Usta (DENK): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor de reactie. Het antwoord is duidelijk, maar toch willen wij dat wordt overwogen om de twee stembureaus op één locatie goed te
verspreiden voor de toegankelijkheid. Wellicht kunnen wij meedenken om alsnog een nieuwe stemlocatie te creëren.
De voorzitter: De wethouder mag reageren, maar dit is meer een opmerking dan een vraag. De heer Usta (DENK): De vraag zit verstopt in het overwegen van een nieuw stembureau. De heer De Vries (wethouder): Ik heb daar al een en ander over gezegd. Dit was ook onze wens en we hebben die ronde ook al gemaakt door de wijk. Wij zijn bij een aantal locaties langs geweest,
bijvoorbeeld het Voorhoeve Wooncentrum. Daar was geen locatie beschikbaar. Ook andere locaties
waren niet bereikbaar of beschikbaar. Uiteindelijk hebben we stembureaus op één locatie geopend, omdat we de mensenmassa wel aan moeten kunnen.
Ik wil daarbij ook nog opmerken dat er wel een verschil is met de manier waarop de vorige
verkiezingen zijn georganiseerd. Toen ging het over twee keer stemmen in één verkiezing. In het
systeem was er een error, waardoor de stempassen uiteindelijk moesten worden gecontroleerd. Ook dat zorgde uiteindelijk voor de vertraging die wij hebben ervaren. Wij verwachten nu dat het op een andere manier verloopt met deze ene keer stemmen voor de Tweede Kamerverkiezingen.
De voorzitter: Ik had gehoopt dat uw antwoord nog iets langer zou zijn, want dan zouden we precies om 18.00 uur kunnen stoppen.
Heel veel dank aan de partijen, het college en aan de mensen die geluisterd hebben. We hebben er tien vragen doorheen gejast.
De voorzitter sluit daarop, te 17.59 uur, het vragenuur.
18