CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen vragenuur 16 januari 2025

Gemeenteraad 20 februari 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen Vragenuren 9, 16 en 30 januari 20258.450 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2025 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur 16 januari 2025 Vragenuur, gehouden op donderdag 16 januari 2025 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Deldjou Fard. Aanwezig zijn de leden: Aït Daoua, Hellevoort, Hessel, Van Heuven, Hornsveld, Passier en Zwinkels. Voorts zijn aanwezig de commissieleden: Beekmans, Leever en Van Meerveld. Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Maatoug, Oosters, Streefland, Voortman en De Vries. Griffier: mevrouw Bouts.

Opening van het vragenuur. De voorzitter: Een heel goedemiddag. Mijn naam is Melody Deldjou Fard en vanavond heb ik de eer om als voorzitter op te treden tijdens het vragenuur. Ik heette iedereen welkom: alle raadsleden, commissieleden, wethouders, de burgemeester, het publiek op de tribune, en natuurlijk ook

iedereen die thuis met ons meekijkt. Zoals altijd hadden we een uur de tijd, en dit keer staan er maar liefst elf vragen op de agenda. We zullen proberen zo veel mogelijk vragen te behandelen, maar eventuele overgebleven vragen moeten worden doorgeschoven naar het volgende vragenuur.

1. Mondelinge vragen van de fractie van Utrecht Solidair over Triage op Woo-verzoek ongehoord. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair): Voorzitter. De gemeente Utrecht is bij de behandeling van Wooverzoeken overgestapt op een zeer discutabel triagesysteem. Hiermee bepaalt de gemeente de

voorrang waarin Woo-verzoeken behandeld worden en of deze verzoeken al dan niet binnen de

termijn worden afgehandeld, zo concludeert expertisecentrum SPOON. Het systeem is in meerdere

opzichten zonder meer in strijd met de wet. Bovendien bevat het geen enkele garantie dat verzoeken van de voorrangsgroepen daadwerkelijk sneller zullen worden afgehandeld dan nu het geval is. Maar Utrecht heeft een eigen aanpak uitgedokterd om de verzoeken de baas te blijven. Op een

triageformulier geeft de gemeente je verzoek en jouzelf punten op vijf aspecten: soort verzoeker, belang van het verzoek, werklast, gedrag van de verzoeker en dergelijke. In bijzondere omstandigheden ziet Utrecht aanleiding voor bonussen of aftrekpunten. Wij hebben daarom de volgende vragen.

1. Ziet het college in dat deze “eigen aanpak” in strijd is met de wet? 2. Is het college bereid deze aanpak onmiddellijk te staken?

Vragenuur van 16 januari 2025 3. Ziet het college in dat de kwaliteit en transparantie van het handelen in de uitvoering van de gemeente leidt tot meer of minder Woo-verzoeken?

4. Is het college bereid om een vertaalslag te maken naar een betere dienstverlening inzake Wooverzoeken?

5. Ziet het college in dat het uitvoerend apparaat nooit degene kan zijn die beoordeelt of een Wooverzoek belangrijk is of niet?

Mevrouw Streefland (wethouder): Voorzitter. Ik wil allereerst een goed beeld schetsen van hoe onze

huidige werkwijze in elkaar zit, omdat er in enkele recente artikelen in Binnenlands Bestuur en op de website van Expertisecentrum SPOON onjuiste informatie is gedeeld. Overigens hebben wij

vanmiddag met Binnenlands Bestuur, voordat deze vragen binnenkwamen, een goed gesprek gehad over de nuance die nu ontbreekt in het artikel. Bovendien waren niet al onze opmerkingen

meegenomen in het artikel. Deze publicaties stellen bijvoorbeeld dat onze nieuwe aanpak reeds als vast beleid is ingevoerd, terwijl het in werkelijkheid om een pilot gaat. Dit betekent dat we een nieuwe werkwijze testen om beter aan te sluiten op de behoeften van verzoekers en om Woo-

verzoeken sneller en efficiënter te kunnen verwerken. Als overheid is het belangrijk om aanraakbaar en nabij te zijn en deze pilot draagt daaraan bij. Het betreft geen vastgesteld beleid en is daarom ook nog niet gedeeld met de raad.

De pilot houdt in dat we een nieuw werkproces testen, ondersteund door een ambtelijk

werkdocument. Dit document helpt onze behandelaars bij het voorbereiden en verwerken van

verzoeken. Uiteraard ontvangen alle verzoekers volgens de wet een ontvangstbevestiging met een beslistermijn. Op basis daarvan organiseren wij ons op het binnen de termijn afhandelen van het verzoek. Bij omvangrijke verzoeken, waarbij die termijn niet haalbaar blijkt, treedt de gemeente

ingevolge artikel 4.2 van de Woo vroegtijdig in overleg met de verzoeker over de prioritering van de afhandeling van het verzoek, zodat delen van het verzoek eerder afgehandeld kunnen worden en andere onderdelen later worden uitgewerkt. Deze aanpak stelt ons in staat om vanaf het begin

realistische termijnen in te schatten en zorgt voor een beter contact met verzoekers. Tot nu toe zijn zowel de verzoekers als wijzelf tevreden over de verbeterde samenwerking en afhandeling. De pilot is mede gebaseerd op inzichten die we hebben opgedaan via sessies met het Adviescollege

Openbaarheid en Informatiehuishouding – ACOI – en via overleg met het ministerie van Binnenlandse Zaken, die ons juist heeft verzocht deel te nemen aan deze pilot. Hierbij waren ook vertegenwoordigers uit de media en juridische experts betrokken.

Ik wil benadrukken dat het merendeel van de Woo-verzoeken afkomstig is van onze inwoners. Een groot deel daarvan wordt zelfs binnen een week afgehandeld.

Vraag 1. Graag benoem ik nogmaals dat de aanpak onderdeel is van een pilot. Daarnaast is er geen sprake van tegenstrijdigheid met de wet. Het trainen van medewerkers en het testen van

werkprocessen ter verbetering en verhoging van de snelheid om de inwoner te voorzien is wettelijk

toegestaan. Wij proberen dat dus ook. De raad ontvangt binnenkort een brief over de Woo in 2024, waarin hierover ook is te lezen.

Vraag 2. We voeren deze pilot uit voor een betere dienstverlening door juist sneller in contact te

komen met verzoekers en samen te komen tot een wenselijke en efficiënte afhandeling. Het is een pilot en geen vaststaand beleid.

Vraag 3. De stijging van het aantal Woo-verzoeken komt met name door ontwikkelingen

bijvoorbeeld in de woningmarkt – meer verbouwingen, zoals ook te zien was in de Coronaperiode – actualiteiten, zoals demonstraties, en maatschappelijke thema’s.

2

Vragenuur van 16 januari 2025 Vraag 4. Het college is bereid een vertaalslag te maken en dat gebeurt door de pilots uit te voeren op verschillende onderdelen van het werkproces en door medewerkers te trainen om samen inhoudelijk goed in gesprek te kunnen gaan met de verzoekers.

Vraag 5. Met deze pilot werken we aan een snellere inhoudelijke en goede afhandeling van Wooverzoeken, juist voor degene die een Woo-verzoek indient.

De heer Aït Daoua (D66): Voorzitter. Ziet de wethouder ook dat Woo-verzoeken vaak lijken te worden ingediend door een beperkte groep inwoners met hetzelfde profiel en wat vindt de wethouder daarvan?

Mevrouw Streefland (wethouder): Wij zien dat ook. Wij zien een bepaalde, kleine, groep inwoners die vaak een groot Woo-verzoek doet. We zien gelukkig ook heel veel andere inwoners, journalisten en anderen, die ons verzoeken doen waaraan wij refereren. Er is inderdaad een kleine groep die veel grote en omvangrijke verzoeken indient. Die proberen we op de juiste manier te behandelen. De heer Aït Daoua (D66): En wat vindt de wethouder daarvan? Mevrouw Streefland (wethouder): Het is misschien een beetje de tand des tijds. Binnenkort is er een

rondetafelgesprek in de Tweede Kamer waar dit ook onderwerp van gesprek is. Voor een deel van de inwoners is het een informatievraag. Soms zien we ook – los van de veelvragers – dat zij naar iets

anders op zoek zijn. Wij komen dus ook naderbij. Er inderdaad is er een groep die veelvuldig vraagt en waar we alle zeilen moeten bijzetten en soms extra mensen moeten aannemen om aan zeer omvangrijke verzoeken te kunnen voldoen. Dat willen we ook.

De voorzitter: Zijn er nog meer partijen met een aanvullende vraag? Dat is niet het geval. Mevrouw Hessel?

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair): Voorzitter. Kan de wethouder de pilot zo snel mogelijk toesturen en dan vooral het triageformulier?

Mevrouw Streefland (wethouder): Wij zullen de raad informeren met een brief in het eerste kwartaal,

zoals ik zojuist al aangaf. Tijdens het rondetafelgesprek in de Tweede Kamer kunnen wij uitleg geven over de triage. Het is overigens ook onderwerp van gesprek tussen de leden van de Tweede Kamer. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair): De wethouder refereert aan de vragen in de Tweede Kamer

hierover, waarbij die leden die het triageformulier gezien hadden, veronderstelden dat dit wel tegen

de wet was. Het lijkt mij dan ook heel belangrijk dat dit snel komt, omdat je ook de schijn weg moet nemen dat je tegen de wet handelt. Wat vindt de wethouder daarvan?

Mevrouw Streefland (wethouder): Wij hebben een goed en heel zinvol gesprek gehad met

Binnenlands Bestuur en SPOON heeft nooit het principe van hoor en wederhoor toegepast. Dat is heel spijtig. Het is sowieso altijd goed om te vertellen hoe we het doen. Een brief aan de raad helpt daar ook bij.

2. Mondelinge vragen van de fracties van de PvdD en GroenLinks over Veel vuurwerkoverlast in Utrecht.

3

Vragenuur van 16 januari 2025

De heer Van Heuven (PvdD): Voorzitter. Net als voorgaande jaren heeft de Partij voor de Dieren

tussen 1 november 2024 en 8 januari van dit jaar een vuurwerkmeldpunt ingesteld op haar site. In die korte periode kregen we net als vorig jaar meer dan 900 meldingen van vuurwerkoverlast. Het

viel wederom op dat veel mensen melding doen van doodsbange huisdieren en wilde dieren, dat er veel vuurwerk wordt afgestoken in en rond parken en dierenweides en dat het vaak ging om jonge vuurwerkafstekers. We hebben de meldingen met deze vragen meegestuurd. De Partij voor de Dieren en GroenLinks hebben de volgende vragen.

1. Komen de meldingen van het Vuurwerkmeldpunt van de PvdD overeen met de meldingen die bij de gemeente binnenkwamen? Zo nee, wat valt op aan de verschillen?

2. Hoe kan het dat er nog steeds veel vuurwerk afgestoken wordt op momenten dat het sowieso al niet mocht en hoe kan de handhaving hierop beter?

3. Wij zijn van mening dat de gemeente teveel in haar communicatie heeft benadrukt dat ze niet

voldoende kon handhaven, waardoor veel mensen het vuurwerkverbod niet serieus namen. Deelt het college deze mening? Zo nee, waarom niet?

4. Hoe kijkt het college terug op de gevoerde campagne ten behoeve van de jaarwisseling? Lag de nadruk met name op de alternatieve vieringen, het verbod of iets anders?

5. Hoe gaat het college ervoor zorgen dat er bijvoorbeeld via betere communicatie en aantrekkelijke alternatieven en meer/betere handhaving volgend jaar daadwerkelijk veel minder vuurwerk afgestoken wordt, ook tijdens de jaarwisseling?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter. Dit zijn de te verwachten vragen van de Partij voor de

Dieren en GroenLinks. Het gemeentelijk meldpunt heeft dit jaar ruim 2700 meldingen gekregen, fors meer dan in voorgaande jaren. De aard van de meldingen verschilt niet significant van de afgelopen jaren, maar veel melders verwijzen we naar het gemeentelijk afsteekverbod. Tegelijkertijd moet ik vaststellen dat Thor noch de politie het beeld heeft dat er meer vuurwerk is afgestoken dan

voorgaande jaren. De analyse van de meldingen bij het meldpunt van de Partij voor de Dieren en

onze eigen cijfers wordt nog gemaakt. Daar kan ik nu nog niets over zeggen. Wel wil ik toezeggen dat ik in de evaluatiebrief over de jaarwisseling enkele zaken hierover zal opnemen.

Vraag 1, hoe het kan dat er nog steeds vuurwerk wordt afgestoken, terwijl dit al verboden is en hoe we beter kunnen handhaven. Hier speelt het belang van heterdaad betrappen een grote rol. Er is

vanaf 11 oktober al veel extra aandacht geweest van wijkboa’s, en van 16 december tot en met 1

januari heeft het speciale vuurwerkteam extra ingezet. Toch blijven er beperkingen door de vereiste heterdaadvaststelling, de beschikbare middelen en de beperkte handhavingscapaciteit. Dit maakt handhaven lastig. We gaan deze aanpak breed evalueren, samen met de driehoek, en kijken naar verbetermogelijkheden binnen de handhaving.

Dan de vraag over communicatie. Misschien is het goed om nog iets te zeggen over de communicatie rondom het afsteekverbod. De communicatie was gericht op het lokale afsteekverbod dat specifiek

gold tussen 31 december 18.00 uur en 1 januari 02.00 uur. Voor en na die tijden was het sowieso al

verboden om vuurwerk af te steken. Bij de communicatie hebben we ervoor gekozen om alternatieve vieringen te promoten, mede op advies van experts. Zij benadrukken dat het realiseren van een

culturele verandering tijd kost. Dit soort veranderingen bereik je niet alleen met handhaving, maar met een combinatie van maatregelen. Het is belangrijk om dit goed te blijven communiceren.

We moeten reëel zijn: we hebben niet op elke hoek van de straat een boa of agent. Het zou niet eerlijk zijn om dit naar de bevolking toe te suggereren. Dit proces is vergelijkbaar met een

verkeerslicht. In Nederland hebben we de afspraak dat je stopt bij rood licht, zonder dat er op elk

4

Vragenuur van 16 januari 2025 kruispunt een agent staat. Gelukkig houden de meeste mensen zich hieraan. Dat is waar we ook naartoe willen met het vuurwerkverbod.

Ik kijk terug op een goede campagne waarin we alternatieve vieringen goed onder de aandacht hebben gebracht. Dit was gebaseerd op adviezen van gedragsexperts.

Dan de vraag over de landelijke aanpak. Wat betreft het lokale afsteekverbod: ik wil benadrukken dat

een landelijk vuurwerkverbod essentieel blijft. Het is toch vreemd dat je vuurwerk wel mag verkopen, maar het niet mag afsteken. Als we dit landelijk regelen, hebben we als burgemeesters meer

vertrouwen in effectievere handhaving en kunnen we versnellen in het veranderen van deze traditie. Binnenkort zal er een uitgebreide raadsbrief komen met een terugblik op de jaarwisseling. Hierin zullen we ook de handhaving en communicatie rond het afsteekverbod evalueren.

De voorzitter: Zijn er partijen die aanvullende vragen willen stellen? Nee? Dan gaan wij terug naar de indiener.

De heer Van Heuven (PvdD): Voorzitter. Ik zou hier wel duizend vragen over kunnen stellen, maar gezien de tijd beperk ik me tot één vraag. De campagne richtte zich sterk op alternatieven, maar tijdens het fietsen door de stad viel me op dat er weinig werd gecommuniceerd over het feit dat

vuurwerk afsteken met oud en nieuw zelf verboden was. Waren inwoners zich voldoende bewust dat

dit jaar vuurwerk afsteken in die specifieke tijd niet was toegestaan? Kan de burgemeester hier in de evaluatiebrief verder op ingaan?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Dat is een goed punt. Ik moet even nadenken over hoe we dit

kunnen vaststellen. Het is waar dat het besluit van uw raad en het vuurwerkverbod breed in de media en publiciteit zijn besproken. Van columnisten tot nieuwsitems: iedereen had er een mening over. Je zou zeggen dat het bijna niet gemist kan zijn, maar toch weet je het niet zeker. Ik denk dat dit een faire vraag is, en ik wil mijn best doen om in de evaluatie te kijken of we hier iets zinnigs over kunnen bovenhalen.

De voorzitter: We gaan door naar de volgende set vragen. 3. Vragen van de fracties van CDA, Volt, UtrechtNu!, Utrecht Solidair, PvdD en PvdA over Als je niet kunt lopen, loop je maar om.

Mevrouw Zwinkels (CDA): Voorzitter. Vorige week woensdag hebben wij als raadsleden een

werkbezoek georganiseerd. Samen met vertegenwoordigers van Solgu en enkele ouderen zijn we op pad gegaan om te kijken naar de staat van de algemene gehandicaptenparkeerplaatsen (AGP’s). In twee auto’s hebben we een rondje door de stad gereden, en de deelnemende fracties waren geschrokken van wat we aantroffen: hoe weinig van dit soort plekken er zijn en hoe slecht

toegankelijk, onveilig en onduidelijk ze soms zijn. We hebben een beleidsnota over parkeren en

toegankelijkheid uit maart 2022, maar die leidt in de praktijk tot te weinig goed resultaat. Ook lijkt de motie Denk Andersom, die op één stem na unaniem werd aangenomen, niet te worden

uitgevoerd. Deze motie vroeg om altijd eerst te denken aan mensen met een beperking bij de inrichting van openbare ruimten.

Tijdens het werkbezoek hebben we foto’s gemaakt, die zijn bijgevoegd, en we hebben de volgende vragen.

5

Vragenuur van 16 januari 2025 1. Hoeveel inwoners van Utrecht hebben een gehandicaptenparkeerkaart (GPK), in welke wijken

wonen zij voornamelijk, en kunnen zij gratis en toegankelijk parkeren in parkeergarages? Wat is de verwachte toename van GPK-houders gezien de vergrijzing, zowel in Utrecht als daarbuiten?

2. Wat is het verloop van de AGP’s in de binnenstad geweest? Hoeveel plekken zijn toegevoegd,

verwijderd, of aangekondigd maar niet gerealiseerd? Kloppen de cijfers, aangezien soms wordt aangegeven dat er een plek is, terwijl deze er in de praktijk niet blijkt te zijn?

3. Waarom is de proef met de goedwerkende On Wheels-app gestopt? Hierdoor hebben mensen nu geen inzicht meer in de beschikbare plekken en moeten zij onnodig zoeken en omrijden.

4. Om welke reden worden de plekken aan de Mariaplaats verplaatst?

5. Waarom zijn de plekken aan de Nieuwegracht zo smal en strak langs de gracht? Kan dit niet anders?

De voorzitter: Ik nodig wethouder Senna Maatoug uit voor de beantwoording. Een kleine opmerking richting het college: houdt u het alstublieft iets korter. Drie minuten per beantwoording graag.

Mevrouw Maatoug (wethouder): Voorzitter. Ik zal mijn best doen om het kort te houden, maar ik wil alle vragen recht doen. Enorm dank aan de indieners van deze vragen, en ik waardeer de brede

politieke vertegenwoordiging. Net als tijdens eerdere debatten ben ik blij dat organisaties zoals

Solgu genoemd worden. Het is heel belangrijk dat zij de ogen en oren in de stad zijn en dat wij als college scherp gehouden worden.

Ik waardeer het werkbezoek van de raadsleden en wil ook zelf binnenkort samen met Solgu op pad gaan. Nu de beantwoording van de vragen:

Hoeveel inwoners hebben een GPK en waar wonen zij? In Utrecht zijn er 4152 houders van een

Europese gehandicaptenparkeerkaart (GPK). Met een GPK mag men gratis parkeren op openbare reguliere parkeerplaatsen op straat. Echter, deze kaart geeft geen recht op gratis parkeren in

parkeergarages. We hebben op dit moment geen gegevens over de verwachte toename van GPK-

houders door de vergrijzing. Wel heb ik eerder toegezegd om in het tweede kwartaal van dit jaar een brief te sturen waarin we ingaan op parkeren in private garages en de impact van de vergrijzing.

Wat is het verloop van AGP’s in de binnenstad? In de afgelopen jaren zijn door de uitbreiding van het voetgangersgebied AGP’s verplaatst. Het is voorgekomen dat na een herinrichting minder AGP’s zijn teruggebracht dan er oorspronkelijk waren. Vorig jaar hebben we vijf nieuwe AGP’s aangewezen, en in overleg met Solgu werken we aan het op orde brengen van het aanbod in de binnenstad. Bij het project Binnenstad Autoluw worden extra AGP’s aangelegd op locaties waar reguliere parkeerplaatsen worden opgeheven.

In het stationsgebied zijn de afgelopen twee jaar zeven AGP’s toegevoegd. De locaties van AGP’s

staan op een plattegrond op de website van de gemeente, die regelmatig wordt bijgewerkt. Helaas gebeurt het soms dat een locatie al wordt opgenomen op basis van een gepubliceerd

verkeersbesluit, terwijl de plek nog niet fysiek is aangelegd. Dat punt corrigeren we deze week nog. Waarom is de proef met de On Wheels-app gestopt? De proef met de On Wheels-app liep twee jaar

en had als doel om sensortechnologie te testen op circa 50 AGP’s. Deze sensoren waren bedoeld om de bezetting van AGP’s te meten. Het primaire doel was niet om de informatie via de app

beschikbaar te maken, maar om te zien of de techniek betrouwbaar genoeg is voor bredere uitrol. Na de proef bleven de sensoren zichtbaar in de app totdat On Wheels stopte met het aanbieden van de dienst.

Waarom worden de AGP’s aan de Mariaplaats verplaatst? Ik vind het, eerlijk gezegd, lastig om hierop een goed antwoord te geven. De verplaatsing is onderdeel van een herinrichting. We zorgen ervoor

6

Vragenuur van 16 januari 2025 dat de toegankelijkheid behouden blijft, maar we zullen in de evaluatie goed kijken of de verplaatsingen voldoen aan de behoeften van de doelgroep.

Waarom zijn de plekken aan de Nieuwegracht zo smal? De huidige plekken langs de gracht zijn inderdaad smal en strak geplaatst. Dat is een gevolg van de beperkte ruimte in het gebied. De

binnenstad is niet gebouwd op het gebruik van de auto. We weten dat er behoefte is aan AGP’s op deze locatie en we onderzoeken of er alternatieve oplossingen mogelijk zijn, waarbij zowel de

veiligheid als de toegankelijkheid worden verbeterd. Ook dit neem ik zeker mee in de schouw. De voorzitter: Hartelijk dank voor de beantwoording. Ik zie verder geen aanvullende vraag. Mevrouw Zwinkels (CDA): Voorzitter. Ik ben blij dat dit voortvarend wordt opgepakt. De cijfers met betrekking tot vergrijzing zou de gemeente toch wel moeten weten. Kan de wethouder daarop iets toezeggen?

Mevrouw Maatoug (wethouder): In mijn brief voor Q2 heb ik al veel toezeggingen gedaan met

betrekking tot dit onderwerp. Vergrijzing wil ik daarin meenemen, echter met de winstwaarschuwing dat ik niet weet of daar iets nuttigs uitkomt. Wij zullen kijken wat er bekend is over de prognoses. In de vraag ging het ook over wijken. Dan ga je heel gericht kijken waar mensen wonen en dat vind ik niet wenselijk. De trend rond vergrijzing wil ik echter wel meenemen in de brief in Q2.

De voorzitter: Daarmee ronden we deze vragen af. We gaan door naar het volgende agendapunt. 4. Mondelinge vragen van de fracties van GroenLinks, D66, PvdA, Student & Starter en BIJ1 over Ook belangen van jongeren moeten behartigd.

Mevrouw Hellevoort (GroenLinks): Voorzitter. Vanaf 1 januari 2025 is U-2BHeard gestopt met haar activiteiten. Dit betekent dat er op dit moment geen aparte organisatie meer is voor de

belangenbehartiging van dak- en thuisloze jongeren, terwijl uit de eerste ETHOS-tellingen blijkt dat een groot deel van de dak- en thuisloze mensen onder de 27 is.

De fracties van GroenLinks, D66, Partij van de Arbeid, Student en Starter, en BIJ1 vinden het

belangrijk dat ook de belangen van dak- en thuisloze jongeren goed worden behartigd en hebben daarom de volgende vragen.

1. Wat heeft het college gedaan om te voorkomen dat de activiteiten van U-2BHeard moesten worden gestopt?

2. Heeft het college meegedacht over alternatieven, bijvoorbeeld het onderbrengen bij een andere organisatie, en waarom is dit niet gelukt?

3. Wat gaat het college doen om ervoor te zorgen dat de belangen van dak- en thuisloze jongeren in de toekomst weer goed behartigd worden, en worden dak- en thuisloze jongeren hier zelf ook bij betrokken?

4. Is het een optie om dit in regionaal verband te organiseren, eventueel met cofinanciering vanuit andere gemeenten?

De heer De Vries (wethouder): Voorzitter. Dank voor het stellen van deze belangrijke vragen. Ik zal ze één voor één snel beantwoorden.

Wat heeft het college gedaan om te voorkomen dat U-2BHeard moest stoppen? In september 2024 heeft de gemeente het bericht ontvangen van het bestuur van U-2BHeard dat zij in 2025 geen

7

Vragenuur van 16 januari 2025 gebruik meer wilden maken van de subsidie. Ze gaven aan dat ze hun rol in de stad niet langer

konden vervullen, onder andere vanwege langdurige ziekte en een tekort aan middelen. Dit bericht heeft de gemeente overvallen, omdat we in mei 2024 nog hadden afgesproken dat ze, ondanks

personele problemen, onvoorwaardelijke steun zouden krijgen om hun werk voort te zetten. Gezien het financiële tekort van de gemeente Utrecht was het echter niet haalbaar om een hogere subsidie dan 85.000 euro te verlenen. Wij vinden dat ontzettend jammer, want U-2BHeard was een

belangrijke partner in Utrecht, die stem en gezicht heeft gegeven aan jongeren die dak- en thuisloos zijn of dreigen te raken. Met U-2BHeard zijn de laatste maanden in 2024 ook gesprekken gevoerd over afronding.

Dan de tweede vraag. Heeft het college meegedacht over alternatieven?

Het college heeft geprobeerd alternatieven te vinden door met andere organisaties te overleggen, onder andere met het bestuur van GOUD met de vraag of zij interesse hebben in de

belangenbehartiging van deze doelgroep. Doorstarten zou niet in één of twee maanden lukken, maar in 2025 bekijken wij samen met GOUD en uiteraard met jongeren en partners in de stad waar er behoefte aan is. In het begin van 2025 is er dus geen belangenbehartiging, maar wel is het

subsidiebedrag dat bestemd was voor U-2BHeard gereserveerd voor GOUD, zodat we vervolgen die afspraken kunnen maken. Met de Stadsteam Back Up gaan wij kijken welke andere dienstverlening daarbij past.

Dan het antwoord op de derde vraag. Samen met GOUD dienst en onze partners in de stad en natuurlijk ook jongeren maken we een projectvoorstel. De gemeente zet zich in om de

belangenbehartiging voort te zetten en zal ook de afspraken initiëren. Voor de financiering hebben wij, zoals gezegd, een bedrag gereserveerd.

Da het laatste antwoord over met name de regionale component. Het is zeker een optie om de

belangenbehartiging van dak- en thuisloze jongeren regionaal te organiseren. In de beleidsnota

Aanpak dakloosheid U16 is afgesproken dat de belangenbehartiging ook regionaal wordt opgepakt. Hiervoor is ook budget beschikbaar. Dit geldt zowel voor belangenbehartiging voor jongeren, jongvolwassenen en volwassenen.

De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Dat is niet het geval. Ook de indiener heeft geen vragen meer en daardoor gaan wij door naar de volgende set vragen.

5. Mondelinge vragen van de fracties van GroenLinks, PvdA, Student & Starter en ChristenUnie over Ruimte voor het stadshospice.

Mevrouw Hornsveld (GroenLinks): Voorzitter. Het Stadshospice aan de Kanaalstraat is een

fantastische plek waar professionals en vooral vrijwilligers liefdevolle zorg bieden aan mensen in de

laatste fase van hun leven. Dit voorkomt overbelasting van mantelzorgers en biedt een waardige plek om te sterven voor mensen die geen sociaal netwerk hebben. Het hospice beschikt momenteel over zes kamers, maar voor een stad als Utrecht is dat te weinig. Het hospice zou graag een tweede

ruimte openen om kleinschalige zorg te kunnen blijven bieden. Ze zijn op zoek naar schenkingen

voor de bekostiging en naar geschikt huisvesting, bij voorkeur op een centrale locatie zodat familie en vrienden makkelijk op de fiets op bezoek kunnen komen. Daarom hebben wij de volgende vragen:

1. Ziet het college, net zoals wij, de waarde van deze zorg die in het Stadshospice geboden wordt? 2. Ziet het college, met ons, de noodzaak voor kleinschalige uitbreiding in een groeiende stad?

8

Vragenuur van 16 januari 2025 3. Is de gemeente Utrecht bereid mee te denken om te zoeken naar geschikte mensen of partijen die kunnen zorgen voor financiering en huisvesting?

4. Kan het college op korte termijn in contact treden met het Stadshospice en hierover in gesprek gaan?

Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter. Eerst wil ik ingaan op de vraag of wij de waarde van de zorg in het Stadshospice zien. Wij zien het belang van deze plek op dezelfde manier als de

vragenstellers. Het Stadshospice biedt een waardige plek om te sterven, het voorkomt overbelasting van mantelzorgers en is een plek waar Utrechters zich vrijwillig inzetten voor elkaar. Dit zijn zaken waar wij als stadsbestuur volledig achter staan. Ik heb veel waardering voor de professionals en vrijwilligers die deze belangrijke zorg leveren.

Dan de vraag of wij de noodzaak zien voor kleinschalige uitbreiding van het Stadshospice. Die zien

wij. Net als andere voorzieningen in de stad, zou het aantal hospiceplekken mee moeten groeien met de groei van de stad. Dit geldt zeker gezien de toename van alleenwonenden en thuiswonende ouderen in de stad.

Dan of wij bereid zijn om mee te denken over mensen of partijen die kunnen zorgen voor de

financiering en geschikte huisvesting. Wij zijn inderdaad bereid om mee te denken en te zoeken. Wat betreft huisvesting zijn er al gesprekken geweest tussen het Makelpunt en het Stadshospice, en we zoeken momenteel samen naar een geschikte locatie.

Wat betreft financiering willen we ook meedenken, maar het is belangrijk om te benadrukken dat

hospicezorg grotendeels wordt bekostigd door het ministerie van VWS via de subsidieregeling voor palliatieve terminale zorg en de Zorgverzekeringswet. Dit is dus niet primair een taak voor de

gemeente, dus ik wil daar wel helder over zijn. Het Stadshospice ontvangt wel subsidie voor de

vrijwillige inzet van zorg voor mantelzorgers, maar gezien de financiële situatie van de gemeente ligt het niet voor de hand om deze subsidie op dit moment uit te breiden. Ik hoop dat daar begrip voor is, maar ik wil wel toezeggen dat we in gesprek blijven en meedenken over andere vormen van financiering.

Wat betreft de vraag om op korte termijn in contact te treden met het Stadshospice en hierover in

gesprek te gaan, kan ik zeggen dat wij graag in gesprek gaan met het Stadshospice om te verkennen wat wij voor hen kunnen betekenen. Ik wil ook nog toevoegen dat, naar aanleiding van een artikel in het AD, ik een afspraak heb gemaakt met het Stadshospice om daar zelf te zien hoe belangrijk de zorg die zij leveren is. Deze afspraak staat gepland voor februari.

De voorzitter: Ik zie geen aanvullende vraag, ook niet van de indiener en daarom gaan wij door naar de volgende vraag.

6. Mondelinge vragen van de fracties van BIJ1, GroenLinks, PvdA, DENK, PvdD en Student & Starter over Geen plek voor haat in Utrechts onderwijs.

Mevrouw Beekmans (BIJ1): Voorzitter. Recent is bekend geworden dat de grote Nederlandse

studentenvereniging GNSV, een club die banden onderhoudt met extreemrechtse organisaties, een afdeling wil openen in Utrecht en een kennismakingsborrel organiseert. De ideologie van de GNSV

staat haaks op democratische waarden en streeft naar een samenleving waarin etnische minderheden geen gelijke rechten hebben. De fracties van Partij Bijeen, GroenLinks, Studenten Starter, PvdA, DENK en de Partij voor de Dieren vinden dat dergelijke haatdragende ideologieën niet thuishoren in een

mensenrechtenstad als Utrecht. De komst van de GNSV roept vragen op over de verantwoordelijkheid

9

Vragenuur van 16 januari 2025 van de gemeente om te zorgen voor een veilige en inclusieve stad voor alle studenten. Het is

noodzakelijk om actief op te treden tegen discriminerende of haatdragende ideologieën, zowel binnen het onderwijs als daarbuiten.

Wij hebben daarom de volgende vragen.

1. Is het college op de hoogte van de komst van de rechts-extremistische GNSV naar Utrecht en

herkent het college dat hun gedachtengoed in strijd is met de waarden van de mensenrechten?

2. Wat heeft het college ondernomen naar aanleiding van dit nieuws?

3. Welke mogelijkheden ziet de wethouder om preventief in te grijpen en ervoor te zorgen dat

universiteiten en studentenorganisaties zich actief uitspreken tegen dit soort extremistische verenigingen?

Is de wethouder bereid, in samenwerking met de universiteit, een plan te ontwikkelen om rechtsextremistische activiteiten binnen studentenkringen te monitoren en tegen te gaan?

4. Hoe werkt de gemeente samen met onderwijsinstellingen om studenten te informeren over waar zij terecht kunnen bij discriminatie of bedreigingen door groepen zoals de GNSV?

Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter. Wij zijn inderdaad op de hoogte van de oprichting van

een afdeling van de GNSV in Utrecht. Vooropgesteld, iedereen heeft recht op vrijheid van vereniging, wat een grondrecht is in onze Grondwet. Echter, uit onderzoek blijkt inderdaad dat leden van deze vereniging banden hebben met groepen die als rechts-extremistisch getypeerd kunnen worden en dat staat natuurlijk lijnrecht tegenover de waarden waar wij als mensenrechtenstad voor staan. Er

zijn echter geen strafbare feiten gepleegd en dat betekent dat het voorkomen van vestiging door ons niet aan de orde is. Wel onderhouden we contact met de universiteit en met de hogeschool en we hebben ook contact opgenomen met de bewuste organisatie. Uit het gesprek met de Universiteit Utrecht blijkt dat zij geen contact hebben met de organisatie en dus ook geen financiering

verstrekken. Mocht deze vereniging in de toekomst een erkenningsverzoek doen, dan zal de

Universiteit Utrecht dit samen met de Hogeschool Utrecht onderzoeken op basis van de bestaande criteria. Een van die erkenningscriteria is dat een vereniging geen politiek belang mag hebben. De Universiteit Utrecht en de Hogeschool Utrecht kunnen het bestaan van de vereniging ook niet verbieden, maar beiden erkennen verenigingen op basis van een strike set criteria. wij als mensenrechtenstad voor staan.

Echter, er zijn geen strafbare feiten gepleegd, en dat betekent dat het voorkomen van de vestiging van deze vereniging door ons niet aan de orde is. Wat wij wel hebben gedaan, is contact

onderhouden met de Universiteit Utrecht en de Hogeschool Utrecht, en we hebben ook contact

opgenomen met de betrokken organisatie. Uit ons gesprek met de Universiteit Utrecht blijkt dat zij geen contact hebben met de organisatie en dus ook geen financiering verstrekken. Mocht deze

vereniging in de toekomst een erkenningsverzoek indienen, dan zal de Universiteit Utrecht dit samen met de Hogeschool Utrecht onderzoeken op basis van de bestaande criteria. Een van die

erkenningscriteria is dat een vereniging geen politiek belang mag hebben, en de universiteit en

hogeschool kunnen een vereniging niet verbieden, maar ze erkennen verenigingen op basis van strikte criteria.

De derde vraag moet ik ontkennend beantwoorden. Wij kunnen dat niet. De monitoring van

vermoedens van rechts-extremistische activiteiten is belegd bij de AIVD. Dat is geen rol voor de gemeente.

Dan de vierde vraag. De onderwijsinstellingen hebben een eigen gedragscode ter voorkoming en bestrijding van ongewenst gedrag. De universiteit beschikt over vertrouwenspersonen en deze

vertrouwenspersonen hebben een onafhankelijke positie binnen de universiteit en genieten daarin

10

Vragenuur van 16 januari 2025 ook bescherming van de werkgever. Zij staan ook altijd aan de kant van de melder of de klager.

Studenten en werknemers worden actief geïnformeerd over de mogelijkheden om melding te doen. In ernstige gevallen kan aangifte worden gedaan bij de politie.

De voorzitter: Ik zie geen aanvullende vragen. Dan geef ik het woord aan de indiener. Mevrouw Beekmans (BIJ1): Voorzitter. Als de gemeente niet in staat is om rechtstreeks in te grijpen, hoe ziet de wethouder dan de rol van de gemeente in het borgen van een inclusieve en veilige omgeving voor studenten?

Mevrouw Voortman (wethouder): Wij doen allerlei dingen als het gaat om diversiteit en inclusie. Wij werken aan een stad waarin iedereen meetelt en een gelijke behandeling en gelijke kansen krijgt.

Maar hier gaat het specifiek om de vraag of we iets kunnen doen om een vereniging te verbieden.

Dat kan niet. We dragen inclusiviteit en diversiteit actief uit op allerlei manieren en blijven dat doen. Ik denk dat we dezelfde zorgen delen over deze organisatie als de fractie van BIJ1, maar ook hier is sprake van het recht op vereniging.

Mevrouw Hornsveld (GroenLinks): Maar hoe kan de wethouder dan de balans bewaken tussen het

recht op vereniging en het waarborgen van de veiligheid van gemarginaliseerde groepen? Wat is onze verantwoordelijkheid als mensenrechtenstad in deze kwestie? Wanneer wordt het recht op vereniging in conflict gebracht met haatzaaien en discriminatie? Wat is dan de verantwoordelijkheid van de gemeente?

Mevrouw Voortman (wethouder): Dat is op het moment dat er sprake is van strafbare feiten. De voorzitter: Dank u wel. Wij gaan door met de volgende set vragen. 7. Mondelinge vragen van de fracties van PvdA, D66, Stadsbelang Utrecht, ChristenUnie en GroenLinks over Laat Utrechters andere Utrechtse (aankomende) gezinnen helpen.

Mevrouw Leever (PvdA): Voorzitter. Te veel gezinnen in Utrecht leven in armoede, en helaas raakt dit ook jonge kinderen, en kinderen die in aantocht zijn. Tegelijkertijd gaat het gelukkig goed met veel

Utrechters, en wij zijn ervan overtuigd dat Utrechters naar elkaar omkijken. Afgezien van het feit dat

het hergebruik van spullen ouders kan helpen om goed voor hun kinderen te zorgen en een kind een fijne start te geven, is het ook nog eens duurzaam. Daarom zou de PvdA graag zien dat er verspreid over de stad meer plekken komen waar goede spullen en kleding voor kinderen kunnen worden gebracht, zodat Utrechters dit kunnen doneren. Wij hebben de volgende vragen.

1. Welke resultaten zijn er al geboekt door de samenwerking van de gemeente met Stichting Babyspullen? En hoe kunnen Utrechters andere Utrechters hiermee helpen?

2. Is de gemeente Utrecht betrokken geweest bij de start van de nieuwe Babyspullenbank? Hoe zag dat eruit?

3. Kan de gemeente ervoor zorgen dat zoveel mogelijk Utrechters weten van Stichting Babyspullen en de Babyspullenbank om kleding en spullen te doneren? Zo ja, hoe gaat de gemeente dit dan aanpakken?

11

Vragenuur van 16 januari 2025 4. Kan de gemeente ervoor zorgen dat zoveel mogelijk Utrechters die in aanmerking komen voor hulp via Stichting Babyspullen en de Babyspullenbank, en professionals die als intermediair optreden, hiermee bekend zijn en een aanvraag kunnen doen?

5. De Babyspullenbank is uiteraard niet de enige organisatie in Utrecht die hieraan bijdraagt. Ook andere organisaties, zoals de Kledingbank of de Voedselbank, leveren hier een bijdrage. Hoe

zorgt de gemeente dat ook deze organisaties bij mensen bekend zijn? En helpt de gemeente deze organisaties ook om met elkaar in contact te komen?

Ik wil een oproep doen aan iedereen in de zaal en mensen die via de livestream kijken, die eventueel kinderspullen over hebben, om deze te doneren aan de eerdergenoemde organisaties.

Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter. Allereerst wil ik de oproep van mevrouw Leever van harte ondersteunen. Het is inderdaad erg goed als mensen die babyspullen overhebben, deze

doneren aan de mensen die er echt om zitten te springen. Misschien zijn er hier in de zaal ook wel mensen die spullen kunnen doneren.

Ik kom op de eerste vraag over de resultaten. In 2024 zijn er 278 babystartpakketten verspreid in

Utrecht, en Utrechters kunnen andere Utrechters wijzen op de mogelijkheid om zo’n pakket aan te vragen bij hulpverleningsorganisaties, zoals de huisarts of de jeugdgezondheidszorg.

Dan de vraag of wij betrokken zijn geweest bij de start van een nieuwe Babyspullenbank. De

gemeente is op de hoogte van de opzet van de nieuwe Babyspullenbank, waar inwoners babyspullen, zoals kinderwagens of ledikanten, kunnen doneren. Dit kan via een online platform, en vanaf 2 februari 2025 kunnen inwoners van Utrecht daar gebruik van maken.

Wat betreft de bekendheid van de Stichting Babyspullen kan ik melden dat we samen met de

stichting werken aan de bekendheid hiervan. We gaan bijvoorbeeld in gesprek met verloskundigen en de jeugdgezondheidszorg om dit onder de aandacht te brengen.

We zorgen er ook voor dat Stichting Babyspullen vermeld wordt in de Wegwijzer voor Utrechtse

gezinnen met weinig geld, en we zorgen ervoor dat de betrokken professionals hiervan op de hoogte zijn. Een paar voorbeelden. Op twee locaties van de jeugdgezondheidszorg staat een

babystartpakket in de wachtkamer om het pakket onder de aandacht te brengen bij inwoners. De

geboortezorgnetwerken in de wijken zijn op de hoogte van de babystartpakketten en deelnemende

professionals vragen deze ook regelmatig aan voor hun gezin en de Stichting Babyspullen wordt ook vermeld in e-learning voor professionals over kansrijke start.

Ten slotte merk ik op, we zorgen ervoor dat ook andere organisaties, zoals de Kledingbank en de Voedselbank, bekend zijn bij de mensen die hulp nodig hebben, en we zorgen ervoor dat zij

zichtbaar zijn in de Wegwijzer voor Utrechtse gezinnen. Deze organisaties worden ook genoemd in de e-learning voor professionals over kansrijke start.

De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Dat is niet het geval. De indiener? Mevrouw Leever (PvdA): Nee, alles was helder. Dank u wel. De voorzitter: We gaan door met de volgende set vragen. 8. Mondelinge vragen van de fracties van Student & Starter en BIJ1 over Is het tijd om te bussen? Mevrouw Van Meerveld (Student & Starter): Voorzitter. Afgelopen week publiceerde NOS Stories een

bericht over het Safe’R Spot-initiatief in Rotterdam, een veilige plek waar het uitgaanspubliek terecht

12

Vragenuur van 16 januari 2025 kan als ze zich onveilig voelen of hulp nodig hebben tijdens het uitgaan. Het project, een

samenwerking tussen de gemeente Rotterdam en Stichting De Veilige Nacht, blijkt een waardevolle toevoeging te zijn voor een veiliger uitgaansleven. Dit succes roept de vraag op of een dergelijk initiatief ook in Utrecht gerealiseerd kan worden.

Daarom stellen wij, samen met Bijeen, de volgende vragen aan het college.

1. Is het college bekend met het Safe’R Spot-initiatief in Rotterdam, dat een veilige plek biedt aan uitgaanspubliek tijdens het uitgaan? Hoe kijkt het college naar dit initiatief?

2. Heeft het college zelf al initiatieven genomen of overwogen die vergelijkbaar zijn met de Safe Spot om de veiligheid in het Utrechtse nachtleven te verbeteren? Wat waren hiervan de afwegingen?

3. Is het college bereid om een verkennend onderzoek te starten naar de mogelijkheden van de Safe Spot in Utrecht? Zo ja, kunnen de uitkomsten van dit verkennende onderzoek worden meegenomen in de volgende nota over nachtcultuur?

Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. In de eerste plaats zijn wij zeker bekend met het initiatief en we hebben ook kennisgenomen van het feit dat de pilot in Rotterdam erg goed is bevallen.

De tweede vraag. We stimuleren altijd uitgaanspubliek om melding te doen van onveilige situaties of

gevoelens van onveiligheid. Dit kan bij beveiligers, personeel van de uitgaanslocaties, bij de politie of zelfs bij de gemeente. Er zijn al veel plekken waar mensen terecht kunnen zonder dat er een

specifieke locatie nodig is om een melding te maken. We moedigen uitgaanslocaties aan om hun

medewerkers te trainen, zodat zij weten hoe om te gaan met dergelijke meldingen. Vanuit de aanpak van straatintimidatie en veilig uitgaan bieden we Safe Clubbing-trainingen aan, waarin personeel

handvatten krijgt om preventief en de-escalerend te handelen in ongewenste situaties. Dit draagt bij aan een inclusiever en sociaal veiliger nachtleven. In 2024 organiseerden we bijvoorbeeld een training voor beveiligers. Ook werkt de nachtcultuursector in navolging van de vastgestelde nachtvisie aan een campagne die later dit jaar van start gaat en die sociale veiligheid in het nachtleven bevordert.

De derde vraag was of we bereid zijn om een verkennend onderzoek naar het Safe’R Spot-initiatief in

Utrecht te starten: we doen al veel op dit gebied, samen met de stad, en op dit moment zien we geen aanleiding voor een specifiek onderzoek. Sociale veiligheid blijft echter een belangrijk thema en

heeft een prominente plek in het beleid voor nachtcultuur. Als reactie op deze vragen hebben we ons netwerk geraadpleegd om te kijken hoe een dergelijk initiatief zou kunnen bijdragen aan de

veiligheid in het nachtleven. Maar ik wil wel waarschuwen dat we momenteel niet de financiën

hebben om zo'n initiatief volledig uit te voeren. Als we hiermee verder zouden willen gaan, betekent dit dat andere onderdelen van de aanpak wellicht moeten worden aangepast of niet door kunnen

gaan. Dit zullen we verder verkennen en de resultaten zullen in de raadsbrief over de nachtcultuur in Q1 2025 worden gedeeld, want een nieuwe nota zit niet in de pijplijn.

De voorzitter: Ik zie verder geen aanvullende vragen en ook de indiener is tevreden met de beantwoording. Dan gaan wij door met de volgende set vragen. 9. Mondelinge vragen van de fractie van Volt over #eXit. Mevrouw Passier (Volt): Voorzitter.

1. Is het college bekend met de beweging #eXit? Dit gaat over organisaties die het sociale mediaplatform X verlaten.

13

Vragenuur van 16 januari 2025 2. Is het college het met ons eens dat X niet meer een vrije digitale ontmoetingsplek is waar ideeën

en inzichten uitgewisseld kunnen worden, maar wordt gebruikt als politiek wapen om eenzijdige en onwaarheden te verspreiden.

3. Ook vragen we of het college het met ons eens is dat de overheid de plicht heeft om onze

democratische rechtsstaat, vrijheid van meningsuiting en toegankelijke digitale openbare ruimte te beschermen, en dat platformen die ondemocratische en polariserende waarden en gedrag bevorderen, niet ondersteund zouden moeten worden.

Mevrouw Streefland (wethouder): Voorzitter. Dank voor deze zeer relevante en actuele vragen. Op de eerste vraag kan ik antwoorden dat het college daar inderdaad bekend mee is, ook met het landelijk initiatief van Volt deze week om te stoppen met X.

Vraag 2 en 3 zal ik samen beantwoorden. Het college, ikzelf en velen van u hebben zorgen over de ontwikkelingen bij grote techbedrijven en hun eigenaars. De scheidende president Biden sprak

afgelopen nacht over de dreiging van oligarchie in de VS, waarbij ongecontroleerde techmiljardairs

de democratische rechtsstaat en fundamentele vrijheden onder druk zouden kunnen zetten. Dit geldt uiteraard ook voor bedrijven zoals X, Meta en Amazon. Het is belangrijk om alert te blijven en de

signalen serieus te nemen. De EU is hier al langer mee bezig en heeft strengere wetgeving ingevoerd, wat overigens leidt tot reacties van deze bedrijven. Ik ben het dan ook eens met de fractie Volt dat

het onze taak is om op te komen voor de democratie en de rechtsstaat. U kunt erop vertrouwen dat ik en het college deze verantwoordelijkheid serieus nemen en dat we samen met de raad aan uw

zijde staan in dit belang. Het college is dan ook een voorstander van strenge nationale en Europese wetgeving op dit gebied en de handhaving daarvan. Om concreet in te gaan of social media: ik zie

dat de technologische ontwikkeling van sociale media ons ook veel heeft gebracht. Mensen kunnen

elkaar laagdrempelig ontmoeten, van gedachten wisselen en elkaar volgen, wat zeker in landen met

repressieve regimes een manier is om met elkaar en door de wereld heen contact te hebben. Ook in onze stad kunnen we mensen bereiken door actief te zijn op de plekken waar inwoners ook hun informatie vandaan halen. Dan is het lastig om te stellen dat X helemaal geen vrije

ontmoetingsruimte is, omdat er veel stemmen ook uit deze raad actief zijn op het medium maar ik zie zeker een keerzijde. Het enorme dilemma is dat er door de algoritmen steeds grotere bubbels

ontstaan, feiten die niet gecheckt worden, desinformatie, bedreigingen en onfatsoen zijn zeker op X eerder regel dan uitzondering geworden. Ook verslaving aan social media ligt op de loer. Het is

tenslotte ook niet altijd duidelijk welke gegevens in welke handen vallen. In die ontwikkelingen gaan we mogelijk zelfs een verkeerde kant op. Voortdurend wegen wij als gemeente op welke kanalen wij actief zijn om bewoners zo neutraal mogelijk van informatie te voorzien. Als college bespreken wij, als een soort moreel beraad, binnenkort de vraag hoe wij tot een vervolgbesluit hierop kunnen komen. Daarna zullen wij de raad daarover informeren. Zodra er een ander besluit over wordt genomen, krijgt de raad dit te horen.

De voorzitter: Ik zie geen aanvullende vragen en ook de indiener heeft geen behoefte aan vervolgvragen. Wij gaan door met de volgende set vragen.

10. Mondelinge vragen van de fracties van Volt, PvdA, Student & Starter en PvdD over Onduidelijke brieven van de gemeente.

14

Vragenuur van 16 januari 2025 Mevrouw Passier (Volt): Voorzitter. Deze week werd bekend dat inwoners van Arnhem onduidelijke brieven van de gemeente terug kunnen sturen. Ze moeten met een markeerstift aangeven welke delen van de brief onduidelijk zijn en de brief per post of e-mail retour sturen.

Dit is uiteraard een proef, maar wij, de Partij van de Arbeid, Student & Starter en de Partij voor de Dieren, hebben een aantal vragen.

1. Op welke manier wordt ‘Dat kan beter’ in Utrecht aan inwoners gecommuniceerd dat dit mogelijk is?

2. Op welke manier wordt feedback van onze inwoners opgepakt? Wordt de betreffende tekst

bijvoorbeeld binnen een bepaalde termijn aangepast, en indien nodig, wordt er een nieuwe brief verstuurd?

3. Is het college bereid om de proef in Arnhem te volgen en na de evaluatie te laten weten wat Utrecht kan leren van deze proef?

Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter. De eerste vraag gaat over hoe we in Utrecht aan

inwoners communiceren dat ze brieven kunnen terugsturen als deze onduidelijk zijn. Tussen 2016 en 2018 heeft Utrecht de gemeentelijke campagne "Dat kan beter" een gemeentelijke campagne

opgezet, waarbij inwoners de mogelijkheid kregen om onbegrijpelijke brieven terug te sturen. Dit

resulteerde in het meldpunt "Dat kan beter", dat nog steeds via de website bereikbaar is. Inwoners

kunnen via dit meldpunt per e-mail, via het servicepunt of per post onduidelijke brieven melden. We zien echter dat de respons beperkt is gebleven. Dit is deels te verklaren doordat inwoners van ons verwachten dat we duidelijke brieven sturen. Om deze reden hebben we ervoor gekozen om de

beperkte middelen die beschikbaar zijn niet meer in campagnes voor inwoners te steken, maar te investeren in verbetering en bewustwording bij de bron. We investeren gemeentebreed al jaren in

onderzoeksmethoden, handvatten, trainingen, schrijfcoaches en bewustwordingsacties binnen de

organisatie. Vakafdelingen onderzoeken, testen en herschrijven regelmatig hun brieven samen met hun doelgroep.

Op de tweede vraag over het ophalen van feedback van inwoners kan ik antwoorden dat feedback

over het verbeteren van brieven met de vakafdelingen wordt gedeeld. De vakafdeling bespreekt of ze de brief kunnen aanpassen en neemt contact op met de indieners van de feedback om hen op de hoogte te stellen van de wijziging. We hebben geen specifieke termijn afgesproken wanneer dit opgelost moet zijn, maar het is goed om te weten dat we in Utrecht veel verschillende

feedbackopties op processen hebben ingericht en via onze dienstverleningskanalen krijgen we veel

signalen van inwoners terug. Uit dit signalen komen ook weer nieuwe inzichten waarmee brieven nog weer verder op verbeterd kunnen worden. Die worden ook weer teruggelegd bij de vakafdelingen. Wat betreft de derde vraag, of wij bereid zijn de proef in Arnhem te volgen, kan ik melden dat wij

daar natuurlijk toe bereid zijn. Utrecht maakt deel uit van een landelijk netwerk van professionals en gemeenten die bezig zijn met direct duidelijke taal en daarin leren wij voortdurend van elkaars

ontwikkelingen. Wij zullen de resultaten van de proef na afloop ook opvragen. Ik zeg toe dat ik via de voortgangsbrief Dienstverlening ook zal laten weten of daar nog specifieke verbeteracties voor Utrecht uit voortkomen.

De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Mevrouw Hornsveld (GroenLinks): Is de wethouder het met mij eens dat ook gewaakt moet worden

tegen het overmatig gebruik van Engelse uitdrukkingen termen, bijvoorbeeld in de Jeugdnota waar wordt gesproken over "It takes a village to raise a child”?

15

Vragenuur van 16 januari 2025

Mevrouw Voortman (wethouder): Wat mij betreft wel. Het is ook een taak voor ons allemaal, want ik hoor het hier in deze zaal ook nog weleens voorbijkomen.

De voorzitter: Ik zie verder geen aanvullende vragen en ook de indiener heeft geen behoefte aan verdere verduidelijking. Hartelijk dank.

Dit was het. We hebben helaas de allerlaatste vraag niet kunnen behandelen. Deze gaat door naar het volgende vragenuur. Voor nu wens ik iedereen een heel prettige avond. Tot de volgende keer. De voorzitter sluit daarop, te 18.03 uur, het vragenuur.

16

Vragenuur van 16 januari 2025 Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur van 16 januari 2025.

Mondelinge vragen van de fractie van Utrecht Solidair over Triage op Woo-verzoek ongehoord. Wethouder Streefland •

zal de raad in het eerste kwartaal informeren over het triageformulier.

Mondelinge vragen van de fracties van de PvdD en GroenLinks over Veel vuurwerkoverlast in Utrecht. Burgemeester Dijksma •

zegt toe in de raadsbrief met terugblik en evaluatie 2024-2025 (Q1 2025) ook in te gaan op het bereik van de communicatie rondom het afsteekverbod.

Vragen van de fracties van CDA, Volt, UtrechtNu!, Utrecht Solidair, PvdD en PvdA over Als je niet kunt lopen, loop je maar om. Wethouder Maatoug •

zegt toe in de Q2-raadsbrief over mogelijkheden ontheffingen voor Catharijnesingel voor gehandicapten tevens in te gaan op de vergrijzingstrend.

Mondelinge vragen van de fracties van Student & Starter en BIJ1 over Is het tijd om te bussen? Wethouder Oosters

17

Vragenuur van 16 januari 2025 •

zegt toe in het netwerk op te halen hoe een initiatief zoals Safe’R Spot in Utrecht zou kunnen bijdragen aan veiligheid nachtcultuur en de uitkomsten mee te nemen in de raadsbrief over de nachtcultuur in Q1 2025.

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=f175811f-bfc4-40fa-b291-510970062108