CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen vragenuur 14 maart 2024

Gemeenteraad 25 april 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen Vragenuur 7, 14, 21 en 28 maart en 4 en 11 april 20245.883 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2024 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur 14 maart 2024

Vragenuur, gehouden op donderdag 14 maart 2024 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Stylianou. Aanwezig zijn de leden: Dijkstra, Ramaker, Stam, Vermeulen en Van der Zweth. Voorts zijn aanwezig de commissieleden: Dolmans, Van den Enk en Leever. Namens het college zijn aanwezig de wethouders: Eerenberg, Oosters, Schilderman en De Vries. Griffier: de heer Corten.

Opening van het vragenuur. De voorzitter: Goedemiddag allemaal. Welkom bij dit vragenuur. Ik heet iedereen welkom die

aanwezig is bij dit vragenuur en niet buiten is om te genieten van het heerlijke weer. Welkom ook aan iedereen die ons online volgt vandaag, want we hebben vijf mooie vragen.

1. Mondelinge vragen van de fracties van de PvdA en GroenLinks over Maatwerk voor de Queridostraat.

De heer Van der Zweth (PvdA): Voorzitter. De bewoners van de Queridostraat hebben in meerderheid uiteindelijk gekozen voor de sloop van hun woningen. Daar worden nu de plannen voor uitgewerkt. In november 2022 hebben wij ook al vragen gesteld over de situatie. Er waren bewoners die er wilden blijven wonen en er waren bewoners die zo snel mogelijk weg wilden. De meesten zijn nu weg, maar de mensen die er zo lang mogelijk wilden wonen, wonen er nog en die lijken nu in onzekerheid te verkeren hoelang dat kan. De wethouder zei toen maatwerk te willen leveren. Ik ga ervan uit dat dit nog kan, maar wij krijgen nu signalen dat Bo-Ex de huur wil gaan opzeggen. Er is nog geen officiële huuropzegging, maar die komt er wel aan. Dat zou dan per juli van dit jaar zijn. In het gunstigste geval zijn alle vergunningen pas aan het einde van het jaar rond en kan pas einde

2025 überhaupt aan de sloop worden begonnen. Zouden de bewoners dan niet wat langer kunnen blijven in plaats van nu al de huur opgezegd te krijgen? Wij vragen ons ook af hoe zich dat verhoudt tot het maatwerk. Dat is in ieder geval het tijdspad dat ons via de bewoners bekend is. Wat ons betreft, moeten we erop toezien dat bewoners er echt zo lang mogelijk kunnen blijven zitten. Wij hebben daar drie vragen over.

1. Herkent de wethouder de situatie en de tijdlijn die hier wordt geschetst?

Vragenuur van 14 maart 2024 2. Wat vindt de wethouder van de communicatie van Bo-Ex over de huuropzegging en deelt hij dat dit niet past bij de gedane toezegging?

3. Kan de wethouder bevestigen dat het toepassen van maatwerk nog altijd staat en dat bewoners zo lang als mogelijk kunnen blijven wonen in de huidige woningen? De voorzitter: Wethouder De Vries zal deze vragen beantwoorden, maar misschien is het goed om even te benoemen dat de heer De Vries ook piket heeft. Wanneer zijn telefoon gaat, moeten we even schorsen en zal hij de telefoon moeten opnemen. Dat is niet omdat hij niet geïnteresseerd is, maar zo wordt het nu eenmaal gedaan. De heer De Vries (wethouder): Voorzitter. Op de eerste vraag kan ik antwoorden dat ik het beeld grotendeels herken. Bij ons is bekend dat de sloop door Bo-Ex na de bouwvak in 2025 gepland staat. In eerste instantie liep de urgentie tot januari 2024 en deze is volgens de werkwijze van de Huisvestingsverordening automatisch verlengd en loopt nu inderdaad af in juli 2024. Navraag leert ons echter ook dat Bo-Ex goede gesprekken voert met de bewoners en het grootste gedeelte nu ook openstaat voor verhuizing, mits zij een passende woning vinden of deze vanuit Bo-Ex aangeboden krijgen.

Over het signaal dat Bo-Ex de huren wil opzeggen, hebben wij direct contact gezocht met Bo-Ex en zij geven desgevraagd aan dat ze niet direct de huren willen opzeggen, maar dat dit een ultieme uitkomst kan zijn wanneer mensen na allerlei hulp – urgentie, hulpbezoeken en aanbiedingen van Bo-Ex – uiteindelijk helemaal niet in actie komen.

Vraag 2. Vooraf wil ik aangeven dat de aankondiging dat uiteindelijk de huur opgezegd kan worden, geen fijne boodschap is om te ontvangen. Ik sta altijd open voor goed overleg en samen tot een oplossing komen en ik heb bij de toezegging ook aangegeven dat wij goed zullen kijken naar maatwerk, maar dat we ook vragen dat de huurders een actieve rol pakken door zich bijvoorbeeld in te schrijven op Woningnet, als zij dat nog niet gedaan hebben, zodat zij uiteindelijk ook kunnen reageren op het woningaanbod. Dit is vanuit de gemeente nogmaals benadrukt bij de bewonerscommissie en ik ga dan ook graag het gesprek aan met Bo-Ex en de zittende huurders om tot een oplossing te kunnen komen waarin iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid kan pakken. Dan het antwoord op de derde vraag of de toezegging over maatwerk nog altijd staat en dat de

bewoners daar zo lang mogelijk kunnen blijven wonen. Dat kan ik bevestigen. Het maatwerk blijft staan. Ik kan ook bevestigen dat bewoners inderdaad zo lang mogelijk daar kunnen blijven wonen, maar ik heb er wel een paar kanttekeningen bij. Als huurder heb je bij urgentie wel een bepaalde verantwoordelijkheid. Het zojuist genoemde inschrijven bij Woningnet is daarin enorm belangrijk om uiteindelijk ook op tijd een nieuwe woning te kunnen krijgen. Het is wel heel erg spannend als het erom gaat hoelang je daar wil blijven zitten. Ik wil dan ook benadrukken dat de huurders er zich echt bewust van moeten zijn dat zij in een kwetsbare positie terecht kunnen komen als ze zo lang mogelijk willen wachten met uiteindelijk verhuizen. Het lijkt nu nog ver weg, maar door geen gebruik te maken van de urgentie lopen huurders mogelijk kansen mis op die goede huisvesting. Hoe langer

wordt gewacht, hoe meer risico op passende en vervangende huisvesting uiteindelijk wordt gelopen. Ik vind het wel belangrijk om dat nog even mee te geven.

De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Nee. De eerste indiener? De heer Van der Zweth (PvdA): Dank voor de beantwoording. Er zit best veel stress en emotie bij sommige bewoners en zij zitten er ook nog omdat deze toezegging hier is gedaan. Kan de

2

Vragenuur van 14 maart 2024 wethouder dan ook bevestigen dat in dat contact de bewoners goed worden meegenomen en daarin begeleid worden? De heer De Vries (wethouder): Ik vind toch dat wel een eigen verantwoordelijkheid. Ik heb dat maatwerk al toegezegd. De bewoners weten wanneer zij er in ultimo uit moeten en dan is het aan bewoners om te kijken tot wanneer zij daar willen blijven wonen. Daar zit natuurlijk spanning, want hoe dichter je bij de sloop komt, hoe kleiner de kans is op passende en vervangende huisvesting. Ik heb ook al toegezegd dat ik ervoor opensta om met Bo-Ex en de bewoners het gesprek aan te gaan. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan wij naar vragenset 2. 2. Mondelinge vragen van de fracties van D66, Volt, Student & Starter, Horizon, UtrechtNu!, GroenLinks, CDA en VVD over De Utrecht Pride is beeldbepalend voor Utrecht.

Mevrouw Dolmans (D66): Voorzitter. Op woensdag 13 maart 2024 heeft zowel het college als de gemeenteraad een e-mail gehad vanuit de Utrecht Pride waarin zij hun zorgen uiten over de toekomst van de Utrecht Pride vanwege bestaande geluidsnormen.

Op basis van die e-mail komen de indieners tot de volgende vragen. 1. Is het college het met ons eens dat de Utrecht Pride niet meer weg te denken valt uit Utrecht en dat dit evenement van groot belang is voor de Utrechters en de internationale LHBTIQ+gemeenschap? 2. Klopt het dat de Utrecht Pride niet kan worden geclassificeerd als “beeldbepalend”? Zo ja, waarom niet en welke gevolgen heeft dit volgens het college voor het organiseren van de Utrecht Pride?

3. Klopt het dat er de afgelopen jaren nauwelijks klachten zijn binnengekomen over geluidsoverlast en dat de Utrecht Pride alle nodige stappen heeft gezet om geluidsoverlast te voorkomen? 4. Wat is er veranderd ten opzichte van vorig jaar en waarom is de gemeente zo rigide met betrekking tot de Utrecht Pride?

5. Is het college bereid flexibel op te treden en alles op alles te zetten om ervoor te zorgen dat de Utrecht Pride in de vorm zoals het de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden, kan plaatsvinden? 6. Welke stappen gaat het college ondernemen om ervoor te zorgen dat Utrecht Pride dit jaar en in de toekomst de vergunningen krijgt die daarvoor nodig zijn? Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. De zon is gaan schijnen en de eerste mondelinge vragen van dit jaar over evenementen zijn gesteld. Volgens mij is het evenementenseizoen officieel begonnen!

Laat ik allereerst heel duidelijk zijn: natuurlijk zien wij de waarde. Wij streven ernaar om juist een stad te zijn waar iedereen in vrijheid en veiligheid zichzelf kan zijn en dat ook kan vieren. De Pride draagt daar natuurlijk heel veel aan bij. Het is een dag waarop wij als stad inclusie en diversiteit ook zichtbaar maken en vieren. Wij zijn het dan ook met u eens dat de Utrecht Pride onlosmakelijk verbonden is met onze stad en haar inwoners en dat dit evenement van groot belang is voor heel veel mensen, in het bijzonder de Utrechtse LHBTIQ+-gemeenschap. Wij beantwoorden de eerste vraag dus volmondig met “ja”.

Dan het antwoord op vraag 2. Het evenement Utrecht Pride is zeker kenmerkend en belangrijk voor de stad. Dat staat buiten kijf. Maar dat betekent niet dat we dan ook altijd hogere geluidsnormen toestaan. Op het Jacobskerkhof is naar ons oordeel het risico op een onevenredige geluidsoverlast voor de direct omwonenden eigenlijk te groot. Koningsdag in de binnenstad, het Bevrijdingsfestival

3

Vragenuur van 14 maart 2024 en Park Transwijk zijn de enige uitzonderingen van dit jaar en voor hen is dit jaar een hogere geluidsnorm toegestaan.

Het antwoord op vraag 3. Voor de editie van 2023 is een melding binnengekomen over geluidsoverlast op de locatie van het straatfeest op het Jacobskerkhof. Daarnaast is er ook een Wooverzoek ingediend over de overschrijding van de geluidsnormen bij het straatfeest en op het Jacobskerkhof zijn hierover ook schriftelijke vragen gesteld door de raad. Ik verwijs dan ook naar de schriftelijke vragen nr. 171. Ik ben het echter met de indiener eens dat het niet veel meldingen zijn.

Vraag 4. In 2023 heeft het straatfeest op het Jacobskerkhof aantoonbaar niet aan de geluidsnormen voldaan, zoals die gelden voor muziekevenementen. Wij hebben de organisator hierop gewezen en hebben tijdens het evenement verzocht om bij te sturen. Dat is iets wat wij bij alle evenementen op die manier doen.

Vraag 5. Wij zijn van mening dat de vorm van Utrecht Pride van de afgelopen jaren hetzelfde kan blijven, maar constateren dat het straatfeest bij het Jacobskerkhof de locatie een klein beetje is ontgroeid. De mensen die er zijn geweest het afgelopen jaar hebben dat wellicht ook ervaren, met name qua drukte en beschikbare ruimte. Dat betekent dat wij de organisator vragen om zich extra in te spannen om aan de maximale geluidsnormen te voldoen. We moeten omwonenden beschermen tegen die onevenredige overlast, maar ook voor het crowdmanagement op die locatie zou het wellicht een beter idee zijn om de podia misschien wat meer te spreiden. Wij willen met de organisatoren echt op zoek naar een manier om het evenement goed en veilig te organiseren. Een alternatief zou bijvoorbeeld kunnen zijn een andere indeling van het evenement, waardoor maximale geluidsnormen niet worden overschreden. Het vraagt wel extra maatregelen van de organisator,

omdat hiervoor wellicht de Sint Jacobsstraat zou moeten worden afgesloten. Ook zou uitgeweken kunnen worden naar Park Paardenveld of een andere grote locatie in de binnenstad, die aan of

rondom de vaarroute van de botenparade zijn gelegen. Weet wel, dit zijn voorstellen die wij ook al hebben gedaan aan de organisator. We proberen echt mee te denken om het goed te kunnen organiseren.

Dan het antwoord op vraag 6. De Utrecht Pride is een belangrijk evenement waarvoor altijd plek is in onze stad. De vergunning gaat over de veiligheid, de openbare orde en de impact op de omgeving. Die beoordeling doen wij altijd op basis van de plannen die een organisator indient. Voor de botenparade en de straatfeesten geldt dat wij net als voorgaande jaren de aanvragen toetsen aan wet- en regelgeving en daar de voorschriften aan verbinden die nodig zijn, zo ook de maximale geluidsnormen. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er aanvullende vragen? De eerste indiener? Mevrouw Dolmans (D66): Dank voor de beantwoording. Wij maken ons wel echt zorgen over dit belangrijke feest waarin we kunnen laten zien dat we zijn wie we zijn en dat we graag willen dat het feest voor iedereen zo kan doorgaan zoals het moet. Wij vragen ons af hoe de wethouder daarvoor kan zorgen en de organisaties tegemoet kan komen, zodat het een feest wordt van alle mensen in plaats van een suffe staande receptie. Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. Volgens mij delen mevrouw Dolmans en ik helemaal hetzelfde doel als het om dit evenement gaat. Ik kan ook toezeggen dat wij met de organisatoren in gesprek zullen gaan en dat zij zullen luisteren naar de suggesties om het nog een mooier feest te maken. Ik zal de raad in een brief daarover voor de Pride informeren.

4

Vragenuur van 14 maart 2024 De voorzitter: Dank u wel. Dan gaat wij nu door met de volgende vragenset. 3. Mondelinge vragen van de fracties van GroenLinks, VVD, PvdA en CDA over Lage vaccinatiegraad mazelen.

Mevrouw Vermeulen (GroenLinks): Voorzitter. Ik las zojuist dat er in Eindhoven ook een uitbraak van mazelen is, zoals in verschillende landen op dit moment het geval is. Ook in Utrecht is de vaccinatiegraad laag, zoals wij hebben kunnen lezen in de brief van december en wij maken ons daarom zorgen over wat er gaat gebeuren in Utrecht. Vandaar onderstaande vragen.

1. Is het college met ons eens dat de dalende vaccinatiegraad in relatie tot de mazelenuitbraken een zorgelijke ontwikkeling is en dat we alles op alles moeten zetten om dit aan te pakken?

2. Deelt het college onze mening dat deelname aan het vaccinatieprogramma in het belang is van kinderen zelf, maar ook van hun leeftijdsgenootjes en andere kwetsbare groepen en dat in wijken met een lage vaccinatiegraad de risico’s op een uitbraak groter zijn en dat daarom investeren in een wijkgerichte aanpak extra van belang is?

3. Bij de tweede prik zien we dat de vaccinatiegraad, die al bij de eerste prik laag is, nog lager is. Kan het college onderzoeken hoe het belang van de tweede prik op 9- à 10-jarige leeftijd meer onder de aandacht gebracht kan worden?

4. Op welke manier bereidt het college zich voor op een mogelijke mazelenuitbraak? 5. In hoeverre werkt het college samen met andere gemeenten om de neergaande trend om te buigen en ervoor te zorgen dat de vaccinatiegraad in onze gemeente op alle delen weer (ruim) boven de 95% komt? De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter. Het antwoord op de eerste en tweede vraag is eigenlijk heel kort: ja natuurlijk is het zorgelijk. Het is zorgelijk dat de vaccinatiegraad daalt en het is zorgelijk dat er daardoor nieuwe uitbraken zijn van infectieziekten waarvan we dachten dat we die overwonnen hadden. Ja, het is ook zorgelijk – het antwoord op het tweede deel van vraag 2 – dat dit in sommige wijken meer aan de hand is dan in andere wijken. Precies om die reden hebben we hier samen met onze GGD een wijkgerichte aanpak, waarin we niet alleen in een witte jas de straat op gaan om te vertellen hoe belangrijk het is om te vaccineren, maar dat ook sleutelpersonen – personen die in de wijk geworteld zijn en herkenbaar zijn voor de mensen uit die wijk – de afzender zijn van die boodschap. Vraag 3 over de tweede prik is een heel goede, omdat we weten dat de tweede prik op 9- of 10jarige leeftijd wordt gegeven en we daar een heel grote groep kinderen missen. Het Rijksvaccinatieprogramma wijzigt vanaf 1 januari 2025 en dat betekent dat de tweede prik op 3jarige leeftijd wordt gegeven.

Dat gaat enorm helpen, want dan zitten mensen eigenlijk nog een beetje in de “vaccinatieflow”. Dan het antwoord op vraag 4. De huidige mazelenuitbraak is niet te onderschatten. Overigens is er ook veel kinkhoest en ook dat is niet te onderschatten. Misschien hebt u de verschrikkelijke beelden van het kindje gezien dat aan kinkhoest lijdt. De voorbereiding van de manier waarop zo’n infectie te beheersen is, ligt bij de GGD. Die heeft er draaiboeken voor en die worden op dit moment allemaal geactualiseerd. Ze staan ook paraat en ik kan dat ook bevestigen, omdat wij gisteren een bijeenkomst hadden met de GGD. Een van de directeuren werd uit de bijeenkomst gebeld omdat dit in Eindhoven aan de hand was en Utrecht zich als naburige regio zich daarop moet voorbereiden.

5

Vragenuur van 14 maart 2024 Het antwoord op vraag 5, hoe we weer terugkomen bij de 95%. Dat is een taai onderwerp, omdat het niet alleen gaat over prikken zetten maar ook over vertrouwen in instituties. Er is onderzoek gedaan, onder andere door het RIVM naar de reden waarom mensen zich niet laten vaccineren. Soms zeggen de mensen dat die ziekte niet meer bestaat, soms twijfelen zij over de vaccins, maar verrassend vaak blijkt dat mensen “die overheid” niet meer geloven. We hebben hier echt werk te doen. Er is een lobby, een samenwerking vanuit de G4 samen met VWS en een van de dingen die we in onze stad doen, is een vaccinatiecampagne met filmpjes, posters te maken en te onderzoeken hoe die het beste aansluit bij dit vraagstuk. Dat zal waarschijnlijk een boodschap zijn die niet gaat over “laat je prikken”, maar veel meer over het herstel van vertrouwen. De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Mevrouw Ramaker (VVD): Voorzitter. Hoe kijkt de wethouder aan tegen een wijkgerichte aanpak en het vaccineren in relatie tot een homeopathische en antroposofische levensstijl? Het lijkt mij lastig om te achterhalen. Hoe wordt daarmee rekening gehouden in de vaccinatiecampagne? De heer Eerenberg (wethouder): Dat is ook een goede vraag.

We hebben in de stad een gemeenschap mensen die met name de antroposofische levensstijl aanhangen en daarbij is vaccineren ook altijd onderwerp van discussie. De gemeente heeft eigen consultatiebureaus en wij bieden ook antroposofische dienstverlening aan. Wij nodigen ouders uit die de antroposofische levensstijl aanhangen om wel naar het consultatiebureau te komen. Daar krijgen ze ook een antroposofische arts en die arts gaat wel uitleggen waarom het belangrijk is om te vaccineren. Zo bereiken we die doelgroep wel en we proberen ze juist te verleiden om de prik wel te halen. Mevrouw Leever (PvdA): Voorzitter. Ik vraag me af of de voorschoolse educatie en de scholen ook nog betrokken worden en zeker in de wijken waarin we zien dat de vaccinatiegraad het minst is, zoals Overvecht en Zuid-West. De heer Eerenberg (wethouder): Dat is een dilemma. We hebben dat overwogen, ook in de Coronatijd. Wat scholen daarbij aangeven, is zij het ingewikkeld vinden om het wantrouwen van ouders tegen het vaccineren binnen te halen. De angst is dat je de vertrouwensband die je met ouders hebt, verliest. Ik kan me daar wat bij voorstellen. Die school heeft namelijk ook nog andere dingen te doen in het kader van het onderwijs. Het is tot nu toe om die reden niet gelukt.

We willen, zoals eerder gezegd, de sleutelpersonen in de wijk naar buiten sturen, dus naar het winkelcentrum mensen aanspreken, en dergelijke. Mijn droom zou zijn dat we net als bij Corona weer teruggaan naar kleinschalige priklocaties, want we hebben vaak in Kanaleneiland en Overvecht priklocaties nabij georganiseerd. Alleen vergt dat een nogal forse investering. Dit is een van de lobbyboodschappen richting het Rijk. Als we kelderen, laten we dan weer gaan doen wat we met Corona deden. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Vermeulen nog een laatste vraag? Mevrouw Vermeulen (GroenLinks): Nee, alleen dank voor de beantwoording. Fijn dat het zo serieus wordt genomen. Ik heb drie kinderen en ik herken dat er winst te behalen is bij de 9- en 10-jarigen voor de tweede prik. De voorzitter: Eensgezindheid. Dan gaan we nu door naar de volgende set vragen.

6

Vragenuur van 14 maart 2024

4. Mondelinge vragen van de fracties van GroenLinks, D66, PvdA, Student & Starter en Horizon over Leefbaarheid Utrecht Science Park. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks): Voorzitter. Wij ontvangen de laatste tijd veel signalen van bewoners van Het Utrecht Science Park dat het steeds minder prettig wonen is in dit gebied. Dat komt onder andere door de verbouwingen, maar ook omdat er heel weinig sociale voorzieningen beschikbaar zijn. Eerder is gesproken over de plannen, ook voor het nieuwe Utrecht Science Park, in de Omgevingsvisie, maar op dit moment is het voor bewoners zeer onprettig. Daarom komen we tot de volgende vragen.

1. Het kruispunt Cambridgelaan/Bolognalaan leidt geregeld tot onveilige situaties. Daarnaast horen we over geluidsoverlast bij bewoners van de Cambridgelaan. Hoe zorgen we ervoor dat het veilig en leefbaar blijft voor bewoners en bezoekers, ook tijdens de bouwperiode?

2. We krijgen signalen dat er in de ontwikkeling weinig aandacht is voor sociale en culturele activiteiten, terwijl er wel bewoners zijn die hier grote behoefte aan hebben en dit mede mogelijk willen maken. Is het college hiervan op de hoogte? 3. Is het college in gesprek met partners op het Utrecht Science Park om te komen tot betere sociale voorzieningen en ontmoetingsplekken voor bewoners en bezoekers die ook in het weekend open zijn, bijvoorbeeld over de lege winkelruimte waar eerder de Primera zat.

4. Wat heeft de uitvoering van de motie Levendig en leefbaar USP tot nu toe opgeleverd, behalve een zoeklocatie in de Nachtvisie, specifiek wat betreft ontmoetingsplekken voor sociaal-culturele activiteiten en creatieve broedplaatsen?

5. Zijn er nog andere plannen om de leefbaarheid te vergroten en op welke termijn kunnen die worden gerealiseerd, zoals een cultureel centrum of een buurtcentrum? Mevrouw Schilderman (wethouder): Voorzitter. In antwoord op vraag 1 kan ik melden dat de kruising Cambridgelaan/Bolognalaan geduld en oplettendheid van de weggebruiker vraagt, dat ook vanwege de vele oversteekbewegingen van auto’s, fietsers en voetgangers. Die drukte kunnen we op korte termijn niet wegnemen. Op de langere termijn zien we daarvoor wel kansen en die hebben we eerder al beschreven, bijvoorbeeld de knips op de Leuvenlaan en de Cambridgelaan. Als gevolg van de bouwwerkzaamheden aan de Cambridgelaan is de drukte vooral van het vrachtverkeer wel nog verder toegenomen. Wij snappen dus wel waar dat signaal vandaan komt. Ik kan me ook voorstellen dat de vragenstellers misschien gedeeltelijk doelen op de overlast die te maken heeft met de bouw van High Five. In Q4 zijn bij onze afdeling VTA hierover drie meldingen binnengekomen. De

studenten kunnen ook een melding doen via de gemeentesite en die wordt vervolgens door VTH ook opgepakt om te kijken of het voldoet aan de plannen die daarvoor opgesteld zijn. Vanuit de SSH is ook een omgevingsmanager aangesteld en dat is ook een belangrijk aanspreekpunt voor de studenten om zaken rondom de bouw te bespreken.

Vraag 2. We zijn inderdaad ook op de hoogte van die signalen. De wens van meer levendigheid is inderdaad zeker bekend en komt ook terug in onze ambities, bijvoorbeeld in de Omgevingsvisie. Daarin is aangegeven dat met de groei van het aantal bewoners op het Utrechts Science Park er ook meer ruimte moet komen voor meer voorzieningen, zoals recreatie, ontmoetingsplekken en sportieve en culturele activiteiten. Deze zijn deels voorzien als functiemening binnen de bestaande en toekomstige gebouwen en voor een gedeelte moeten zij een plek krijgen, bijvoorbeeld in het groenblauwe raamwerk omdat daar ook ruimte is voor recreatie.

7

Vragenuur van 14 maart 2024 Antwoord 3. Ja, we spreken daar inderdaad over. De gemeente overlegt over de samenwerkingsovereenkomst en over de ruimtelijke plannen op het gebied van het Science Park. Verder onderhoudt het wijkbureau contact met de bewoners van het Science Park. Wat betreft de vele signalen en wensen van bewoners met betrekking tot het gebruik van de grond en de gebouwen in het gebieden dienen zij contact te leggen met de eigenaar, namelijk de Universiteit Utrecht. Wij verwijzen ze waar mogelijk daar ook naar door. Het wijkbureau trekt met de SSH op om te kijken welke mogelijkheden er zijn om initiatieven in hun panden te organiseren, bijvoorbeeld rondom gemeenschapskracht.

Dan antwoord 4. De wens voor levendigheid wordt inderdaad gedeeld, zoals in de motie al is aangegeven. Toen we de motie bespraken, hebben we daar ook een winstwaarschuwing over gegeven wat betreft de snelheid waarmee dit gerealiseerd kan worden, omdat deze activiteiten plaats moeten vinden op de grond en in de gebouwen van een ander, namelijk die van de universiteit. We werken eraan, maar helaas kost dat tijd. Ten aanzien van de oproep in de motie en de nachtcultuur is al een en ander benoemd. Vanuit het wijkbureau wordt actief gesproken met de studentenorganisaties over hun wensen en hun zorgen. Zoals gezegd, wordt daar samen met SSH in opgetrokken. Via het Initiatievenfonds kunnen we dan ook actief bijdragen aan een aantal van deze zaken. We zien echter wel dat door de korte gemiddelde woonduur in het gebied – nog geen twee

jaar – de buurtbinding over het algemeen lager is. We merken dat de initiatieven, maar beperkt van de grond komen.

Antwoord 5. Wij willen conform de Omgevingsvisie de levendigheid en de ontmoetingsmogelijkheden in het gebied verbeteren. We denken hier in eerste instantie aan plekken voor cultuurbeleving en verbetering van kwaliteit in de openbare ruimte. Er is in de Omgevingsvisie geen buurthuiskamer of cultureel centrum voorzien op het Science Park en daar zijn ook geen gemeentelijke plannen voor. Wel hebben een aantal studentenflats gemeenschappelijke ruimtes en is er ook horeca in het gebied. Wij proberen de initiatieven wel verder te ondersteunen om de gemeenschapskracht te versterken. De voorzitter: U bent iets over de tijd gegaan, maar u had ook wel veel vragen te beantwoorden. Zijn er aanvullende vragen? Mevrouw Dolmans (D66): Wij zijn blij verrast dat GroenLinks zo’n grote promotor van onze motie is. De wethouder zegt eraan te werken, maar we zijn heel benieuwd hoe dat er concreet uitziet. Kan de wethouder daar meer duidelijkheid over verschaffen? Mevrouw Schilderman (wethouder): De duidelijkheid die ik daarover kan verschaffen, heb ik zojuist in de beantwoording gegeven. De heer Van den Enk (Student & Starter): Ik wil nog even terugkomen op het dal in het weekend.

Zijn er gesprekken gaande met bijvoorbeeld de hogeschool om te kijken of de Science cafés eventueel in het weekend open kunnen? Mevrouw Schilderman (wethouder): Ik weet niet zeker of de Science cafés onderwerp van gesprek zijn, maar ik zal het in ieder geval de partijen op het wijkbureau meegeven als mogelijk gespreksonderwerp. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks): Ik heb nog wel een aanvullende vraag. Bij de motie stond ook dat het was afgedaan door de visie Nachtcultuur, terwijl er ook onderdelen waren als sociaal-culturele

8

Vragenuur van 14 maart 2024 activiteiten en creatieve broedplaatsen, juist meer voor de sociaal-culturele contacten. Er is vooral behoefte aan een heel laagdrempelige ontmoetingsplek, niet per se aan een grote discotheek of iets anders. Mevrouw Schilderman (wethouder): De activiteiten die er op dat gebied zijn, heb ik beschreven in deze beantwoording. Daarbij geldt ook nog steeds dat dit panden en gronden van derden zijn. Wij kunnen met hen daarover in gesprek gaan, maar de organiserende partij en de toestaande partij zijn niet wij. De voorzitter: Mevrouw Vermeulen? Tenzij uw vraag niet beantwoord is? Mevrouw Vermeulen (GroenLinks): Zou de wethouder ook in gesprek willen gaan hierover? Mevrouw Schilderman (wethouder): Ik heb gezegd dat dit gesprek gevoerd wordt. De voorzitter: Dank u wel. Wij gaan door naar de laatste vragen van dit vragenuur. We hebben hiervoor een aantal gasten op onze publieke tribune. 5. Mondelinge vragen van de fracties van EenUtrecht, BIJ1 en de VVD over Participatie voor omgevingsvisie Overvecht nu al mislukt? De heer Dijkstra (EenUtrecht): Voorzitter. We zijn allemaal druk bezig met het maken van een Omgevingsvisie voor de wijk Overvecht, maar het lijkt niet helemaal goed te gaan daar gezien de brief van een grote groep bewoners. Daarin geven zij aan zich respectloos en onrechtvaardig behandeld te voelen in het participatietraject.

Niet niks! Daarom hebben wij de volgende vragen.

1. Herkent het college het beeld dat wordt geschetst in die brief van een volstrekt tekortschietende participatie? 2. Pas laat en uit onduidelijke folders ontdekken bewoners dat hun woning mogelijk wordt gesloopt en dat dit in de RSU2040 al was voorzien. Deelt het college met ons dat dit niet goed is gegaan en dat dit geen basis is voor een navolgbare en transparante participatie?

3. Een aantal groepen wordt niet bereikt, terwijl zij daar wel op aandringen. Wat is er gedaan en was dat echt voldoende om alsnog al die groepen te betrekken, zoals ook gevraagd tijdens de bijeenkomsten door de aanwezige bewoners?

4. Deze groep heeft ook te maken met door sloop bedreigde woningen. Is het college bereid deze extra bijeenkomst te organiseren en hiervoor alle benodigde informatie vooraf tijdig aan te leveren en de opbrengst vervolgens in het eindverslag op te nemen? Dan gaat het om een bijeenkomst specifiek voor de groep mensen die mogelijk te maken krijgen met sloop.

5. Het gaat om heel veel geld, 1,7 mln., en toch lijkt het helemaal niet goed te gaan, zoals ik het hieruit lees. Dat verhoudt zich niet goed. Heeft het college er nog vertrouwen in dat dit geld goed is besteed of moet vanaf nu zwaar worden bijgestuurd om er alsnog voor te zorgen dat het goed komt? De voorzitter: Dank u wel. Normaliter zou wethouder Van Hooijdonk hier zijn voor de beantwoording, maar zij heeft een afspraak in Den Haag. De heer Eerenberg zal namens het college de vragen beantwoorden.

9

Vragenuur van 14 maart 2024

De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter. Laat ik beginnen met namens het college maar zeker ook namens collega Van Hooijdonk te zeggen dat we snappen dat veel mensen zich in Overvecht zorgen maken. Het is misschien goed om even iets te zeggen over de manier waarop het participatietraject tot nu toe is gegaan. Het is opgeknipt in vier fases. In de eerste fase zijn er allerlei bijeenkomsten geweest en daarvoor moeten we terug naar mei 2023. In totaal zijn er 225 bezoekers geweest en er is een enquête geweest. In fase 2 zijn er meedenkbijeenkomsten geweest met allerlei gesprekken en opnieuw een enquête. Deze is bijna 600 keer ingevuld. In fase 3 werd het steeds concreter. Ik zal het niet voorlezen, maar ik heb een rits bijeenkomsten in oktober en november 2023 voor mijn neus, waarbij op verschillende plekken in Overvecht met mensen is gesproken en opnieuw een enquête is

uitgezet. Die is 1479 keer ingevuld. Al die zaken worden nu verwerkt tot de Omgevingsvisie die dus in die zin niet af is en ook nog niet door de raad is vastgesteld. Er is wat dat betreft dus ruimte voor debat.

Ik ga dwars door de vragen heen. Wat we goed snappen, is dat mensen zich zorgen maken over bijvoorbeeld sloop en sloop-nieuwbouw. In de concept-Omgevingsvisie hebben wij vooral aangewezen wat gebieden zijn waar je sloop-nieuwbouw zou kunnen overwegen. Ik ben echter de eerste die toegeeft dat dit best een ingewikkelde boodschap is, want als jij dat als bewoner ziet, denk je dat er staat dat je huis gesloopt wordt. Dat staat er niet; er staat dat het daar overwogen zou kunnen worden. Daar hebben we de medewerking van partijen voor nodig en het moet ook op een politiek draagvlak kunnen rekenen. Het moet ook passen in de sloop-nieuwbouwleidraad. Als mensen het zien, naar dat kaartje kijken, die foto zien en zich dan zorgen maken, snappen we zeer. Het antwoord op vraag 4 over wat we daaraan in het hier en nu zouden kunnen doen. Het korte antwoord is dat ik kan zeggen dat we met de briefschrijvers een vervolgsessie zullen houden. Daarvoor zullen we alle informatie delen die de mensen nodig hebben om het gesprek te kunnen voeren. In die zin zijn er ook geen geheimen. Er zijn echter ook zaken die wij nog niet weten en wat we niet weten, kunnen we ook niet delen. Alles wat daar weer uitkomt, voegen we in het proces. Dat betekent de vierde fase van de participatie.

Ik heb de eerste drie vragen in het algemeen beantwoord. Tot besluit wil ik ingaan op de vraag of wij dat geld nu wel of niet goed hebben besteed. Wat het college betreft wel, omdat er wel heel veel inzichten in al die sessies en de drie verschillende enquêtes zijn opgehaald die de conceptOmgevingsvisie heeft verrijkt. Dus ja, dat is goed besteed geld maar ik snap ook de zorg die mensen hebben over wat het betekent voor hun woning, want zij vragen zich af wat het nu voor hen heeft opgeleverd. Daar zit een gat tussen en dat proberen we naar eer en geweten in de volgende fase te dichten. De voorzitter: Zijn er nog aanvullende vragen? De heer Stam (PvdA): Voorzitter. Het werd zijdelings al door de wethouder genoemd, maar ik wil nog even vragen of de wethouder de bewoners in de zaal duidelijk wil zeggen dat de gemeente terughoudend omgaat met sloop-nieuwbouw. Dat staat volgens mij in de leidraad, maar ik wil dat even hardop horen. De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter. Er is inderdaad een leidraad over de manier waarop het college omgaat met sloop-nieuwbouw. Tegelijkertijd is er de opdracht om 5000 woningen toe te voegen aan Overvecht. Daar worden ondernemers overigens heel blij van, want Overvecht verdunt

10

Vragenuur van 14 maart 2024 ook een beetje. Ja, dat doen we binnen de kaders van die leidraad. Die leidraad kun je samenvatten als “nee, tenzij”. Dat betekent niet nooit, maar het betekent wel terughoudendheid. De heer Dijkstra (EenUtrecht): Op een punt ben ik wel heel erg teleurgesteld, want hij legt het helemaal bij de bewoners neer. Hij snapt dat de bewoners dit misschien verkeerd kunnen begrijpen. Kan het toch niet zo zijn dat de verzender van deze informatie dit misschien ook niet zorgvuldig genoeg heeft uitgelegd en toegelicht? Het komt nu wel heel erg bij de bewoners terug. Is de wethouder bereid om zelf persoonlijk hierin een rol te spelen om te kijken wat de gemeente hier beter had moeten doen? Het zal niet deze wethouder zijn, maar de verantwoordelijke wethouder zelf. De voorzitter: Dat zijn heel veel vragen! De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter. Ik heb geenszins willen insinueren dat het de schuld van de bewoners is zodra dingen spannend zijn of emoties oproepen. Ik ben de eerste die toegeeft dat communicatie en het effect daarvan altijd een samenspel is tussen de boodschap, degene die de boodschap verzendt en het moment waarop hij dat doet. Al die zaken spelen mee. Ik ben de eerste die dat zegt. Tegelijkertijd maak je daarmee soms de inhoud van de boodschap niet minder zorgelijk voor mensen en hun belang. Zij mogen zich daar ook zorgen over maken.

Het commitment van collega Van Hooijdonk is groot. Aan de ene kant voelt zij natuurlijk de opdracht voor al die mensen die in Overvecht een plekje willen vinden – vaak Overvechters zelf – en aan de andere kant heeft zij de belangen van de bestaande bewoners te dienen. Dat gaat zij ook op persoonlijke wijze en met grote betrokkenheid doen. Dat weet ik zeker.

De voorzitter: Dank u wel. Daarmee sluit ik het vragenuur voor vandaag af. Om 20.00 gaan we weer door met de commissievergadering. De voorzitter sluit daarop, te 17.45 uur, het vragenuur.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=99463801-e6cc-42d6-93b0-6826e55f0d8e