CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen vragenuur 12 oktober 2023

Gemeenteraad 7 december 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen Vragenuur4.008 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2023 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur - 12 oktober 2023 Vragenuur, gehouden op donderdag 12 oktober 2023 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Deldjou Fard. Aanwezig zijn de leden: Van Heuven, Oudejans, Passier, Van Steeg, Talhaoui, Van Vliet en Van der Zweth.

Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders De Vries en Schilderman.

Griffier: mevrouw Bouts.

Opening van het vragenuur. De voorzitter: Goedemiddag allemaal. Mijn naam is Melody Deldjou Fard en ik heb de eer vandaag

uw voorzitter van het vragenuur te zijn. Ik heet iedereen welkom, alle raadsleden, commissieleden, wethouders, de burgemeester, iedereen die met ons thuis meekijkt en de mensen op de publieke tribune. Wij hebben het komende uur vier vragen en we gaan natuurlijk beginnen met de eerste vragenset.

1. Mondelinge vragen van de fracties van D66, PvdA en PvdD over Uitleg verleden Prins Bernhard bij Prins Bernhardplein en Prins Bernhardlaan.

De heer Van Vliet (D66): Voorzitter! Zoals iedereen zijn wij geschokt door het naziverleden van Prins Bernhard. De Utrechtse raad heeft in het verleden al vaak gedebatteerd over de naamgeving van

straten, pleinen en kunstwerken in Utrecht. Ik was in de veronderstelling dat er bij de zeehelden in de Zeeheldenbuurt al feitelijke informatie over de desbetreffende personen was verstrekt, maar na

enig onderzoek kwam ik erachter dat ik het toch niet meer zeker wist. Ik vind het echter nog steeds heel goede vragen en ik wil ze dan ook alsnog stellen. Ik wil ook nog aantekenen dat zich in het

geval van het Prins Bernhardplein daar een monument bevindt ter nagedachtenis aan in de Tweede Wereldoorlog omgekomen bewoners van de toenmalig zelfstandige gemeente Zuilen. Dat brengt ons tot de volgende vragen.

1. Hoe reageert het college op het naziverleden van Prins Bernhard?

2. Hoe kijkt het college aan tegen het vernoemen van Utrechtse straten, pleinen of kunstwerken naar iemand die lid is geweest van de NSDAP?

3. Wat vindt het college met de kennis van nu van de naamgeving van het Prins Bernhardplein en de Prins Bernhardlaan? Zou het college dit nog een keer doen?

Vragenuur van 12 oktober 2023 4. Is het college het met ons eens dat het goed zou zijn om feitelijke informatie te verstrekken over het verleden van Prins Bernhard bij het plein en de straat zelf, op basis van deze recentste inzichten? En is het college bereid dit te doen?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): voorzitter! Op de eerste vraag, hoe wij reageren op dit verleden,

meen ik dat er niemand in Nederland is die daar niet geschokt over is, inclusief overigens de Koning zelf, die er ook iets over gezegd heeft. Het roept veel emoties op, met name bij de joodse gemeenschap.

Op de vragen 2 en 3 kan ik antwoorden dat de kennis van nu aanleiding kan zijn om anders tegen vernoeming van een straatnaam aan te kijken en te bezien of daaraan consequenties verbonden kunnen worden en, zo ja, welke. Dat scheelt per geval. Het is altijd belangrijk om van de geschiedenis te leren en dat te blijven doen.

Ten slotte de vierde vraag. Het moet mij wel van het hart dat de heer Van Vliet die vraag heel snel

stelt. We weten dit nog maar net en we hebben ook begrepen dat er nog een vervolgonderzoek en

openbaring van alle persoonlijke archieven komt. Ik heb in ieder geval zelf wat meer tijd nodig, ook voor reflectie, over wat ik wil wat er vervolgens hiermee gebeurt. Misschien moeten we ons die tijd

ook even gunnen. Dat is wat ik de raad wil vragen. Ik ben ook benieuwd wat dit landelijk gaat doen

en hoe andere gemeenten hiermee omgaan. Ik wil daar in alle rust naar kunnen kijken voordat wij als college tot een besluit komen.

De voorzitter: Ik zie de Partij voor de Dieren met een aanvullende vraag. De heer Van Heuven (PvdD): Rust is misschien altijd een goed idee, maar dat werpt natuurlijk wel de

vraag op hoelang dat ongeveer zal duren, ook gezien andere debatten over dit onderwerp en de tijd,

die niet oneindig is. Kan de burgemeester een inschatting geven van het moment dat zij genoeg rust heeft gehad?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): De heer Van Heuven maakt het nu persoonlijk, maar het gaat niet

over mij. Het gaat er niet over hoeveel rust ik nodig heb om erover na te denken; het gaat erover hoe

wij als samenleving omgaan met zo’n feit, wat dat voor ons allemaal betekent en op welke manier wij daar op de een of andere manier uiting aan willen geven. Ik vind het heel verstandig om dat niet

binnen een week te beslissen. Ik kan daar nu geen termijn aan verbinden, want dit hebben we ook

niet dagelijks bij de hand. Dit zijn heel bijzondere situaties en die vragen ook om zorgvuldigheid, om nuance en om een gepast antwoord. Ik had eigenlijk het idee dat we dat misschien niet alleen in Utrecht zouden moeten uitvinden.

De voorzitter: Zijn er meer partijen met een vraag? Ik zie de PvdA. De heer Van der Zweth (PvdA): Voorzitter! Deze informatie komt niet als een totale verrassing komt. We hebben veel van deze discussies. Soms komt het wat actueler op, maar de discussie over J.P.

Coen loopt al veel langer. Kan de burgemeester in die bredere context dan toch iets zeggen wanneer we dit wel op een goede manier gaan doen, ook in Utrecht, waar de rest van het land daar nog misschien nog niet aan toe is?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter! We hebben daar in die zin ook al wel stappen in gezet. We hebben verschillende debatten gehad en we hebben er ook nog een paar in het vooruitzicht. We

2

Vragenuur van 12 oktober 2023 hebben ook een straatnamencommissie die in opdracht van de raad met ons samenwerkt in dit soort zaken. We hebben altijd de gelegenheid om een vervolgdiscussie daarover te voeren. Ik ga die ook

niet uit de weg, maar daar gaat het mij nu niet om. Ik vind wel dat je dit in zijn bredere context moet beoordelen. De andersom-conclusie die de vragenindieners nu lijken te trekken, gaat mij net iets te

snel. Dat betekent niet dat ik nooit tot zo’n afweging wil komen, maar ik vind dat je daar met elkaar de tijd voor moet nemen en ook even om je heen moet kijken, niet omdat we altijd volgend zijn,

maar ook om eens te zien hoe hiermee door anderen wordt omgegaan, zodat we dat mee kunnen wegen.

De voorzitter: Ik zie verder geen aanvullende vragen. Dan gaan wij terug naar de indiener. De heer Van Vliet (D66): Voorzitter! Dank voor de beantwoording. Dit boek is een van de vele boeken die al verschenen zijn over dit onderwerp en het is dus ook al een uitkomst van reflectie over dit

onderwerp. Ik wil benadrukken dat dit ook niet in een week beslist is en dat dit boek ook zeker niet in een week is geschreven. Waarom willen we nu nog weer een onderzoek doen naar onderzoek dat al gedaan is? Dat lijkt mij overdreven.

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter! Dat het boek niet in een week geschreven is, begrijp ik ook wel. Maar het harde feit van het lidmaatschap, dat lange tijd onderwerp van speculatie is geweest, is pas recent ook echt erkend. Er is wat dat betreft tijd nodig om te bekijken hoe je

daarmee als land omgaat, wat dit voor ons betekent en hoe het verleden van in dit geval deze

persoon, die daarna ook andere keuzes heeft gemaakt, moet worden meegewogen. Dat zijn allemaal dingen waarover nagedacht zal worden. Ik zou niet weten waarom wij onszelf de ruimte niet gunnen

om dat met elkaar op een verstandige manier ook te doen. Natuurlijk is dit een shock, voor iedereen, ik begrijp dat heel erg goed en zo ervaar ik dat ook.

De voorzitter: Dank u wel. Wij gaan door naar de volgende set vragen. 2. Mondelinge vragen van de fracties van PvdA, GroenLinks, Student & Starter, EenUtrecht en D66 over Nog steeds mbo-discriminatie bij Utrechtse studentenkroegen.

De heer Talhaoui (PvdA): Voorzitter! Inderdaad, nog steeds discriminatie bij Utrechtse

studentenkroegen van mbo-studenten. Vorig jaar stelde onze fractie vragen over discriminatie van mbo-studenten in Utrechtse studentenkroegen. Bij onze fractie en bij Artikel 1 kwam toen het

bericht binnen van een mbo-studente die als enige van haar vriendengroep niet werd binnengelaten in een studentenkroeg, omdat ze een mbo-student is.

Vorig jaar hebben onze vragen een hoop stof doen opwaaien en bereikte dat onderwerp het landelijk nieuws. Ook de minister van Onderwijs sprak zich toen terecht uit tegen discriminatie van mbostudenten in studentenkroegen. Dit alles resulteerde in een besef dat er iets moest veranderen. Daarna kwam er een mooi uitvoeringsplan en kwam uiteindelijk het goede nieuws dat mbostudenten echt welkom waren in de Utrechtse kroegen.

Tenminste: dat was de bedoeling. Ik heb door mijn werk veel contact met mbo-studenten en

afgelopen week kreeg ik wéér te horen van mbo-studenten die op grond van hun opleiding niet

werden toegelaten tot studentenkroegen in Utrecht. Volgens een artikel van DUIC zou het juist beter moeten gaan. Maar is er eigenlijk wel iets veranderd? Dit brengt ons tot de volgende vragen.

3

Vragenuur van 12 oktober 2023 1. Heeft het college in beeld of discriminatie op grond van opleiding in kroegen nog steeds plaatsvindt?

2. Hoe monitort het college dit?

3. Is het college in gesprek met studentenkroegen over dit probleem?

4. Wil het college inzet van mystery guests overwegen om een beeld te krijgen van de hardnekkigheid van dit probleem?

De heer De Vries (wethouder): Voorzitter! Ik begin direct met de beantwoording van de vragen. In

antwoord op de eerste vraag kan ik melden dat het college zich ervan bewust is dat uitsluiting van mbo-studenten nog steeds plaatsvindt in het Utrechtse studentenleven. Dat vinden we natuurlijk enorm schrijnend en daarom hebben we ook in ons Mbo-uitvoeringsplan en de meegestuurde

integrale aanpak van het studentenleven de doelstelling van een gelijkwaardige positie van mbostudenten opgenomen. Hier gaan we samen met de studenten de komende jaren keihard aan

werken. We ontvingen helaas af en toe nog steeds signalen van studenten maar ook van ouders van studenten dat mbo-studenten de toegang tot uitgaansgelegenheden wordt geweigerd. Dit beeld

krijgen wij ook van Studentenraad 030. Navraag bij politie en Artikel 1 Midden-Nederland geeft aan dat er bij hen nog geen recente officiële meldingen over mbo-discriminatie in kroegen zijn gedaan, maar dat wil dus niet zeggen dat het niet gebeurt. Van de signalen die ons bereiken, weten we dat het probleem in een aantal uitgaansgelegenheden, met name de studentenuitgaansgelegenheden,

nog altijd speelt. Het gaat dus vooral om die uitgaansgelegenheden die zich specifiek ook richten op studenten of gelieerd zijn aan studentenverenigingen. Zoals we vaker in deze raad hebben

besproken, weten we dat horecaondernemers in principe vrij zijn om hun eigen deurbeleid te

bepalen en te hanteren. We kunnen het ze ook niet afdwingen op die manier, maar tegelijkertijd

kunnen we het wel afkeuren. Dat is ook wat ik eerder heb gezegd en wat ik ook nu weer zal zeggen.

Het antwoord op vraag 2 is, zoals ik zojuist al heb gezegd, officieel de weg via de politie en Artikel 1 Midden-Nederland, maar informeel houden we ook een vinger aan de pols als het gaat om de gesprekken die we voeren met studenten en onze Studentenraad 030.

In antwoord op vraag 3 meld ik dat we mede dankzij de aandacht voor de eerdere incidenten in

Utrecht hard aan de slag zijn met het versterken van die gelijkwaardige positie van mbo-studenten, ook in het uitgaansleven. Als onderdeel van het Mbo-uitvoeringsplan hebben we samen met onze

Studentenraad 030 de Integrale aanpak studentenleven opgesteld. Hierin schetsen we het beeld van het inclusieve studentenleven waar we naartoe willen in vier jaar en waar we dagelijks keihard aan

werken. Het gaat ook heel erg over cultuurverandering. In al die plannen hebben we als doel gesteld om samen met de studenten een inclusieve cultuur te bevorderen in het uitgaans- en

verenigingsleven, waardoor mbo-studenten wel welkom zijn. Een onderdeel hiervan is ook het in gesprek gaan met verenigingen en studentenkroegen. Hiervoor vinden wij het essentieel om

studenten daarbij te betrekken en dit gesprek met de juiste begeleiding en facilitering te laten voeren, niet alleen omdat zij degenen zijn over wie dit gaat maar ook omdat zij dezelfde taal

spreken als de studenten van studentenkroegen en zij hun verhaal veel sterker kunnen vertellen dan wij. Daarom is bij de gemeente sinds kort ook een mbo-student als junior-beleidsadviseur in dienst gekomen. Hij was vorig jaar betrokken bij mystery visits vanuit JOB MBO en hij heeft specifiek de

opdracht om dat gesprek vanuit het perspectief en met het belang van de mbo-studenten aan te

gaan met de uitgaansgelegenheden studentenverenigingen en kroegen. Daarbij betrekt hij tevens de Studentenraad 030 en wij ondersteunen hen waar nodig en mogelijk. Ik heb daar heel veel vertrouwen in.

4

Vragenuur van 12 oktober 2023 Dan het antwoord op de vierde vraag. Al eerder heb ik gezegd dat wij weten dat de emancipatie van

mbo-studenten in het uitgaansleven moeizaam verloopt. Daarom hebben wij dat dus opgenomen in onze Integrale aanpak studentenleven. We hebben daarbij eerder ook de inzet van mystery guests

overwogen, maar al snel werd duidelijk dat dit geen passende oplossing is om deelname en inclusie

te bevorderen en niet zal leiden tot die broodnodige cultuurverandering. Dat vinden wij en – eigenlijk nog belangrijker – de Studentenraad SR030, met wie wij deze aanpak hebben opgesteld en dus nu

ook uitvoeren. Zij geven zelf ook aan dat zij dit op dit moment geen gepaste manier vinden om die deelname wel mogelijk te maken. Zij zijn er nog van overtuigd dat dit een positief imago van het

mbo en het toelaten van mbo-studenten in het uitgaansleven juist tegen zal werken. Eerder is wel een onderzoek uitgevoerd met mystery guests van JOB MBO en Radar en daar werd dit beeld

bevestigd. Dus nu weer onderzoek opzetten en dat ook uitvoeren, zal ons weinig nieuwe inzichten geven. Wij hebben vertrouwen in de aanpak die nu voorligt en waarop wij nu hebben ingezet en ik zal de raad in de voortgangsbrieven over ons Mbo-uitvoeringsplan op de hoogte houden van de

vorderingen. Mocht blijken dat deze aanpak niet werkt, dan kom ik uiteraard bij de raad terug met een voorstel tot aanpassing van deze plannen.

De voorzitter: Dank u wel. Student & Starter heeft een aanvullende vraag. Mevrouw Oudejans (Student & Starter): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor zijn antwoorden. Ik

hoor dat studenten goed worden betrokken bij de uitvoering van dit plan, maar ik hoor niet zo goed

of de wethouder nu echt daadwerkelijk in gesprek is met de studentenkroegen. Ik hoor alleen dat het in het plan staat. Hoe reageert de wethouder daarop?

De heer De Vries (wethouder): Ik heb daar net iets over gezegd. Sterker nog, wij hebben net een

nieuwe collega in ons team, een mbo-student, die uiteindelijk deze gesprekken ook gaat voeren en die het aangaat. Kort geleden hebben we deze aanpak in de raad besproken en de bedoeling is

natuurlijk dat we dit met elkaar aangaan en dat hij samen met de Studentenraad 030 in gesprek gaat met de verschillende kroegen. Als het daarbij helpt dat ik als persoon mij daarbij aansluit, doe ik dat heel graag.

De voorzitter: Afgesproken! D66? De heer Van Vliet (D66): Dank voor de beantwoording. We hebben het vandaag over discriminatie in

het uitgaansleven, maar dit speelt voor mbo’ers helaas nog altijd breder. Vandaag kwam op het NOS

Nieuws dat er in een Amsterdamse flat ook weer sprake is van specifieke discriminatie van een mbostudent. Onze vraag is dus of de wethouder, in navolging van de wens van de PvdA om hier meer greep op te krijgen, ook tegen deze discriminatie van mbo’ers op de woningmarkt wil optreden.

De heer De Vries (wethouder): Wij hebben het hier specifiek over gehad in de bespreking van het

Mbo-uitvoeringsplan in de commissie. Wij zullen daarover terugkoppelen in de brieven aan de raad. De voorzitter: CDA? De heer Van Steeg (CDA): Voorzitter. Dank voor de antwoorden van de wethouder en dank dat hij hard trekt aan deze problematiek. Hij vraagt om tijd om deze nieuwe aanpak te laten werken.

Wanneer ziet hij die aanpak als een succes en op welk moment kan hij de raad daarover informeren?

5

Vragenuur van 12 oktober 2023

De heer De Vries (wethouder): Allereerst, geef ons inderdaad de tijd, want het gaat ook over

cultuurverandering. Dit is een probleem dat niet pas sinds gisteren speelt. Dit speelt allang en ik ken het vanuit mijn eigen tijd als mbo-student. Nu gaan wij actief het gesprek aan. Ik wil dit structureel meenemen in de terugkoppeling in verband met het Mbo-uitvoeringsplan. Als we straks een jaar

verder zijn, hebben we al met veel partijen gesproken en is er veel inzet hierop gepleegd. Daarna stel ik voor om dit gesprek opnieuw te voeren. Maar het is uiteraard aan de raad om dit te agenderen. De voorzitter: Heeft de eerste indiener nog een vraag? De heer Talhaoui (PvdA): Voorzitter! Dank aan de wethouder voor de beantwoording. De wethouder

vraagt om tijd, maar we zijn alweer een jaar verder sinds de vorige keer dat mbo-studenten keihard

aan de deur zijn geweigerd. We zijn nu wel zo ver dat we hardere maatregelen zoeken, zoals naming and shaming. Is de wethouder ook bereid zich daarvoor uit te spreken?

De heer De Vries (wethouder): Vooralsnog niet. We doen het eerst op deze manier. Wij doen dit

samen met studenten, en studenten zeggen om dat vooral niet te doen. Ik vind het belangrijk om

rekening met hen te houden, maar ik vind het ook belangrijk om hier paal en perk aan te stellen. Als

dit niet de manier is, moeten we met elkaar op zoek naar wat dan wel werkt. Dan liggen voor mij alle opties open.

De voorzitter: Dank u wel. Wij gaan door met de volgende set vragen. 3. Mondelinge vragen van de fracties van Volt, PvdD en ChristenUnie over Groenbeheer in relatie tot klimaatverandering.

Mevrouw Passier (Volt): Voorzitter! Deze week waren de nieuwe KNMI-scenario’s groot nieuws: grote gevolgen in Nederland door veranderend klimaat, kopte de NOS. Zelf merken we het ook, het voelde begin deze week bijna zomers aan. Dat het tot zo laat in het jaar warm is, heeft effect op de natuur.

Zo blijven bomen langer groen en zijn sommige insecten langer actief. Het kan een probleem worden als er voor al deze insecten onvoldoende voedsel is. Bermen zijn vaak al gemaaid als voorbereiding op de herfst en winter met het gevolg dat insecten geen bloemen en nectar meer vinden en er minder beschuttingsplaatsen zijn.

Daarom hebben de fracties van Volt en Partij voor de Dieren de volgende vragen. 1. Is het college op de hoogte van het beschreven probleem?

2. Op welke manier houdt de gemeente rekening met warmere dagen in de herfst met betrekking tot het groenbeheer? Indien de gemeente daar nog geen rekening mee houdt, is het college bereid om dit in het vervolg wel te doen?

Mevrouw Schilderman (wethouder): Voorzitter! Dank aan Volt die dit belangrijke thema weer

aansnijdt. Ja, het college is ermee bekend dat de hoge temperatuur in het najaar invloed kan hebben op de natuur, zowel op dieren als op planten en specifiek ook bomen. Onvoldoende voedsel en

beschuttingsplaatsen voor insecten kunnen voorkomen worden door het verplaatsen van maairondes

en gefaseerd maaien. De gemeente houdt in het groenbeheer dan ook rekening met de verlenging en de verplaatsing van de seizoenen. Zo zijn de maairondes voor hooiland hierop aangepast; we maaien hooiland nu grotendeels in juli. Een voordeel hiervan is dat hooiland dan nog de tijd heeft om te

6

Vragenuur van 12 oktober 2023 groeien. Dat betekent dat er een tweede bloei ontstaat en de bloeiperiode dus eigenlijk wordt

verlengd. Hierdoor is er gedurende een langere periode nectar en een schuilplaats voor insecten

beschikbaar. We maaien het hooiland bovendien gefaseerd. Van het totale areaal hooiland wordt telkens 15 tot 25 procent niet gemaaid. Deze stukken hooiland zorgen ervoor dat er voedsel en

schuilplaatsen zijn op het moment dat herfst en winter aanbreken. Zowel de in juli gemaaide delen als de delen die blijven staan, worden op zijn vroegst eind maart dan weer gemaaid. De voorzitter: Zijn er partijen met een aanvullende vraag? De PvdD. De heer Van Heuven (PvdD): Voorzitter! Dank voor de antwoorden. Het is fijn dat het voorjaar

betrokken wordt bij de veranderende seizoenen. Dat leidt mij tot de vraag in hoeverre Utrecht ook het broedseizoen anders zou moeten inrichten, want dat heeft ook nog wel wat gevolgen.

Mevrouw Schilderman (wethouder): Volgens mij hebben we het daar eerder in deze raad over gehad, namelijk dat niet zozeer meer gekeken wordt naar één specifiek broedseizoen, maar dat bij

werkzaamheden steeds wordt gekeken of er een dier aan het broeden is. Dat is aanleiding om geen werkzaamheden te doen. Dat staat ook al in de landelijke richtlijnen die ons hierover worden meegegeven.

De voorzitter: Ik zie geen andere vragen. Dan gaan wij door naar de laatste set. 4. Mondelinge vragen van de fractie van Volt, GroenLinks, PvdA, PvdD en ChristenUnie over Betekenis KNMI’23-klimaatscenario’s Utrecht.

Mevrouw Passier (Volt): Voorzitter! Op 9 oktober 2023 zijn de KNMI'23-klimaatscenario’s

gepubliceerd. Uit alle scenario’s blijkt dat Nederland warmer wordt en drogere zomers en nattere

winters krijgt. De scenario’s laten zien dat actie geboden is om CO2-uitstoot te verminderen en ons aan te passen aan klimaatverandering.

Daarom hebben wij de volgende vragen.

1. Onderzoekt de gemeente wat de KNMI-klimaatscenario’s betekenen voor Utrecht?

a. Zo ja, wat wordt er met de uitkomsten van het onderzoek gedaan met betrekking tot klimaatadaptatie én -mitigatie?

b. Zo ja, wordt dit meegenomen in de aankomende Klimaatvisie?

2. In hoeverre gaat het college zijn inzet intensiveren om Utrecht tijdig aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering en CO2-uitstoot te verminderen?

Mevrouw Schilderman (wethouder): Voorzitter! Ik beantwoord deze vragen mede namens mijn

collega Van Hooijdonk. We hebben het zo verdeeld dat zij zich richt op mitigatie, het terugdringen van uitstoot, en ik op adaptatie, dat wil zeggen voorbereid zijn op klimaatverandering. Voor

klimaatadaptatie geldt dat wij in deze scenario’s een bevestiging zien van het feit dat voor onze

doelstelling voor bijvoorbeeld zware buien, droogte en hitte ambitieuzer beleid nodig is. Wij zijn

daarin ook ambitieuzer geweest dan hoe dat er landelijk uitzag. Wij zien ons daar verder in gesterkt dat het een goede keuze is. Wij geven door deze nieuwe klimaatscenario’s nog meer urgentie aan ons klimaatadaptatiebeleid en we zien dat dan ook als een extra noodzaak om verhardingen te

vervangen door bomen en overig groen om regenwater vast te houden. Deze scenario’s bevestigen ook onze inzet en onze lijn daarin. De nieuwe klimaatscenario’s vormen de basis voor nieuwe

7

Vragenuur van 12 oktober 2023 klimaatstresstesten die we conform het landelijk beleid in 2025 gaan uitvoeren. Vooruitlopend

daarop worden landelijk in 2024 de uitgangspunten en de verschillende onderliggende kaarten voor de stresstesten geactualiseerd. Ook worden in 2024 bovenregionale stresstesten uitgevoerd onder regie van het Rijk en de provincies. Voor ons is de belangrijkste bovenregionale stresstest het

systeem Amsterdam-Rijnkanaal en het Noordzeekanaal. Naar aanleiding van de nieuwe stresstest

zullen we, indien nodig, de Visie klimaatadaptatie actualiseren. In de Startnotitie klimaatvisie stellen we voor om het reduceren van emissies als doel van de klimaatvisie te nemen. In die startnotitie

stellen we dan ook voor om zoveel mogelijk CO2-equivalenten te reduceren. Daarin gaan we ook

echt voor het maximale. Voor het aanpassen aan klimaatverandering, indien dit voortkomt uit de

evaluatie van de stresstesten, zal dit gebruikt worden om die Visie klimaatadaptatie bij te stellen. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie geen aanvullende vragen en ook de indiener heeft geen vragen.

Daarmee zijn wij aan het einde gekomen van het vragenuur van deze week. Ik wens u allemaal een heel fijne avond en tot de volgende week!

De voorzitter sluit daarop, te 17.27 uur, het vragenuur.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=8e272983-b659-4c70-bda2-73f728821afd