Notulen vragenuur 11 april 2024
Tekst van het document
2024 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur 11 april 2024
Vragenuur, gehouden op donderdag 11 april 2024 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Deldjou Fard. Aanwezig zijn de leden: Van Heuven en Koning. Voorts zijn aanwezig de commissieleden: Leever, Skori en Steinmetz. Namens het college zijn aanwezig de wethouders: Eerenberg en Streefland. Griffier: mevrouw Bouts.
Opening van het vragenuur. De voorzitter: Goedemiddag allemaal. Beste raadsleden, commissieleden, wethouders, mensen op de publieke tribune en mensen die thuis meekijken of -luisteren, welkom bij dit vragenuur. We
beginnen iets later, omdat er hiervoor een commissievergadering werd gehouden die iets langer is doorgegaan.
We hebben vandaag vier sets vragen. De eerste set vragen wordt gesteld door Maarten van Heuven van de Partij voor de Dieren.
1. Mondelinge vragen van Maarten van Heuven (Partij voor de Dieren), mede namens Saskia Oskam (Partij voor de Dieren), inzake Vogelopvang in nood.
De heer Van Heuven (PvdD): Voorzitter. Op 29 maart berichtte Vogelopvang Utrecht via RTV Utrecht
dat zij vanwege achterstallig onderhoud minimaal € 5.000 tekortkomt. Medewerkers en vrijwilligers
doen wat ze kunnen om het sterk verouderde pand nog een beetje leefbaar te houden, maar op een gegeven moment houdt het gewoon op. Nu zijn ze afhankelijk van particulieren die hun een warm hart toedragen, terwijl dit eigenlijk de verantwoordelijkheid is van de gemeente Utrecht. Ook de
provincie en de andere gemeenten waar noodlijdende vogels vandaan komen, zouden financieel moeten bijdragen.
De Partij voor de Dieren stelde in januari wederom vragen over de zeer verouderde huisvesting van de Vogelopvang. We hoorden toen "Wij zijn aan het onderzoeken wat de precieze huidige staat van het pand is en of nieuwbouw of renovatie de beste keuze is" en "Einde Q2 hopen we meer
duidelijkheid te hebben". Het is duidelijk dat nú actie nodig is. Daarom stelt de Partij voor de Dieren de volgende vragen:
Vragenuur van 11 april 2024 1. Is het college het eens met de Partij voor de Dieren dat de huisvesting van de Vogelopvang steeds gevaarlijker wordt voor mens en dier en dat het zonde is om veel geld uit te geven aan lapmiddelen, terwijl er veel meer nodig is? Zo nee, waarom niet?
2. Is het college bereid om de aanpak van een nieuwe huisvesting op het huidige terrein van
Rotsoord te versnellen, zodat medewerkers en vrijwilligers veilig kunnen werken en vogels ook veiliger opgevangen kunnen worden? Zo nee, waarom niet, en wat is er dan wél mogelijk?
3. Het budget voor de gehele renovatie moet wat de Partij voor de Dieren betreft snel gevonden
worden. Ziet het college net als wij de noodzaak dat er al snel een kleiner budget gevonden en geïnvesteerd moet worden door de gemeente om de huidige gevaarlijke achterstanden weg te werken, met name op het gebied van elektrische aansluitingen? Zo nee, waarom niet?
4. Is het college bereid om samen met de Vogelopvang te kijken naar wat de gemeente nog meer kan doen om, totdat er een nieuwe huisvesting is, de huidige huisvesting zo veilig mogelijk te maken? Zo nee, waarom niet?
Mevrouw Streefland (wethouder): Voorzitter. Ik vervang collega Linda Voortman, die ziek is en momenteel ook geen stem heeft. Ik zal zo goed mogelijk antwoord geven. Ik dank de vragensteller voor deze vragen.
Het antwoord op vraag 1. We zijn het erover eens dat het gebouw van de Vogelopvang aan
vervanging toe is. We zijn in gesprek over een eventuele nieuwe plek op Rotsoord. Tot die tijd
beperken we ons tot de ingrepen die inderdaad noodzakelijk zijn om de veiligheid te waarborgen. Zo zijn er laatst drie geisers vervangen door een boiler.
Het antwoord op vraag 2. We zijn al met de Vogelopvang in gesprek over nieuwe huisvesting op een eventuele nieuwe locatie. Uitgangspunt is dat de Vogelopvang op Rotsoord blijft. Zoals eerder aangegeven, hebben we einde Q2 meer informatie over de planning en de realisatie daarvan.
Het antwoord op de vragen 3 en 4. We zijn inderdaad al een tijd in gesprek met de Vogelopvang over de herhuisvesting. We zullen de veiligheid van het huidige gebouw in de gesprekken steeds
meenemen en, zoals ik net al zei, de noodzakelijke ingrepen uitvoeren die nodig zijn om het gebouw veilig te houden. Dat hebben we recentelijk bijvoorbeeld gedaan door het plaatsen van een boiler. Dat zullen we ook blijven doen, daar waar het kan, want veiligheid staat voorop.
De heer Van Heuven (PvdD): Voorzitter. De wethouder zegt dat noodzakelijk onderhoud gedaan zal worden en verwijst daarbij naar geisers en een boiler, maar ondertussen lekken de daken en is de Vogelopvang gedwongen om een crowdfunding te starten. Wat vindt het college ervan dat de Vogelopvang een crowdfunding moet starten omdat de gemeente achterblijft wat betreft het onderhoud? Op die manier dreigt de gemeente een slechte pandjesbaas te worden.
Mevrouw Streefland (wethouder): Ik denk dat het goed is om aan te geven dat wij zouden willen dat de Vogelopvang zo snel mogelijk naar een andere plek op Rotsoord verhuist. We zijn nu bezig met de planning van hoe dat eruit komt te zien en wanneer dat gaat gebeuren. Daarover is in Q2 meer
bekend. Andere dingen zullen tot die tijd even moeten wachten. Volgens mij wil iedereen graag dat er een goede en betere plek komt. Daarover informeren wij de raad in Q2.
De voorzitter: Hartelijk dank, wethouder Streefland. Wij gaan door naar de tweede set vragen, die zullen worden gesteld door de collega van BIJ1, Floor Steinmetz.
2. Mondelinge vragen van Floor Steinmetz (BIJ1), mede namens Mahaar Fattal (GroenLinks) en
2
Vragenuur van 11 april 2024 Mahmut Sungur (DENK), inzake Privacy en Politiesurveillance, waar ligt de grens? Mevrouw Steinmetz (BIJ1): Voorzitter. Uit documenten die Follow the Money via de Wet open overheid (Woo) verkreeg, blijkt dat 11 miljoen Nederlanders geautomatiseerd door de politie worden gevolgd in de basisregistratie personen, velen zelfs al sinds hun baby- en kindertijd. De politie overtreedt hiermee diverse wetten. De dienders en de korpsleiding weten dat al jaren, maar trekken zich er weinig van aan.
Als de politie gegevens van iemand opvraagt, neemt de politie automatisch een "abonnement" op
deze persoon. Van elke wijziging krijgt de politie automatisch bericht. Wie eenmaal zo'n abonnement heeft, komt daar niet meer vanaf, zo stellen de onderzoekers.
De fracties van BIJ1, GroenLinks en DENK hebben daarom de volgende vragen.
1. Is de wethouder op de hoogte hiervan en kan zij inzicht verschaffen over hoeveel Utrechters dit betreft, zowel meerder- als minderjarig?
2. Hoe verhoudt deze werkwijze van de politie zich tot de gemeentelijke privacyverordening? Is er sprake van een uitwisseling van persoonsgegevens tussen politie en gemeente die deze groep mensen omvat/kan omvatten/op deze manier verkregen zijn?
3. Veroordeelt de wethouder deze vorm van privacyschending? Zo ja, welke stappen is de wethouder voornemens te nemen om de situatie te herstellen? Indien zij van plan is geen stappen te zetten, waarom niet?
Mevrouw Streefland (wethouder): Ik dank mevrouw Steinmetz voor het stellen van de vragen. Ik
vervang de burgemeester, die in Brussel is. Ik zal proberen haar zo goed mogelijk te vervangen.
Het antwoord op vraag 1. Het klopt dat de politie vanuit haar systemen een koppeling heeft met de basisregistratie personen van gemeenten. Het is daarbij goed om te benoemen dat de genoemde
11 miljoen een cumulatief aantal betreft. Als er geen reden meer is voor de politie om iemand in het systeem te houden, worden de gegevens, met inachtneming van de wettelijke bewaartermijnen, verwijderd. Het is niet bekend om hoeveel Utrechters het gaat.
Het antwoord op de vragen 2 en 3. De politiek verwerft persoonsgegeven voor het kunnen
uitoefenen van haar taak, het handhaven van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die
deze behoeven. De politie mag op basis van het Autorisatiebesluit BRP van de minister van BZK voor de dagelijkse politietaken persoonsgegevens opvragen. Dit is een landelijk besluit dat de politie,
evenals veel andere overheidsinstellingen, aanmerkt als landelijke afnemer van de BRP. Het is van groot belang dat de politie beschikt over actuele BRP-gegevens, ook voor de veiligheid van betrokkenen en hun omgeving. Bijvoorbeeld bij een verhuizing van een houder van een
wapenvergunning is het voor het uitvoeren van controles van belang dat de politie hiervan op de
hoogte is. Ook voor het kunnen informeren van een slachtoffer van een misdrijf is dit van belang.
Leeftijd is hierbij niet van belang. Als bijvoorbeeld een baby wordt geregistreerd als slachtoffer, kan
ook daarvan een eventuele mutatie in de BRP worden ontvangen. Registratie is ook in het belang van het goed kunnen uitvoeren van feitenonderzoek, waarbij de juiste NAW-gegevens van getuigen en omstanders cruciaal zijn, en in het belang van een correctie rechtsgang, in verband met het oproepen van getuigen en/of de juiste adressering van tenlasteleggingen aan verdachten.
Het voorgaande betekent niet dat al deze mensen door de politie actief worden gevolgd en er
persoonsgegevens worden verzameld. Het gaat erom dat de politie met behulp van de BRP de
volledigheid en actualiteit van de persoonsgegevens en daarmee de kwaliteit van de gegevens kan waarborgen ten behoeve van haar algemene politietaken.
3
Vragenuur van 11 april 2024 De voorzitter: Zijn er partijen die een aanvullende vraag willen stellen? Ik zie de heer Van Heuven van de Partij voor de Dieren.
De heer Van Heuven (PvdD): Ik heb niet zozeer een aanvullende, maar meer een verwonderende
vraag. Ik vind het getal van 11 miljoen echt heel veel, ook al is dat niet uit te splitsen naar Utrecht.
Deelt de wethouder als vervanger van de burgemeester de mening dat dit een absurd hoog aantal is? Mevrouw Streefland (wethouder): Dit lijkt inderdaad een heel hoog aantal. De politie kan niet
aangeven over welke periodes het gaat, maar het gaat wel over enkele decennia. Dat kan misschien het hoge aantal van 11 miljoen verklaren. Maar ik deel dat het gaat om een hoog aantal.
De voorzitter: Ik stel vast dat er geen aanvullende vragen zijn. Dan geef ik het woord aan de indiener van de vragen voor een laatste vraag of opmerking.
Mevrouw Steinmetz (BIJ1): Voorzitter. Ik hoorde in de beantwoording dat het toch wel erg wordt
gevonden dat het aantal mensen dat wordt gevolgd zo hoog is. Wij vragen ons af wat de wethouder wel kan doen aan deze situatie in Utrecht.
Mevrouw Streefland (wethouder): Wat we zouden kunnen doen, is proberen om verder uit te zoeken om welke aantallen het gaat in Utrecht. We zouden daar op een ander moment op kunnen
terugkomen. Het zou passen in een verzamelbrief over veiligheid. Ik zeg toe dat de raad daarover geïnformeerd zal worden.
De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Wij gaan door naar de volgende set vragen. Deze vragen worden gesteld door collega Romi Leever van de Partij van de Arbeid.
3. Mondelinge vragen van Romi Leever (PvdA), mede namens Melody Deldjou Fard (GroenLinks), Emma Dolmans (D66), Bert van Steeg (CDA), Emma Kolenbrander (Student & Starter), Xenia
Minnaert (Partij voor de Dieren), Noura Oul Fakir (BIJ1), Beau Nederhand (Volt), Mahmut Sungur (DENK) en Gert Dijkstra (EenUtrecht), inzake Tijd van wegkijken is voorbij.
Mevrouw Leever (PvdA): Voorzitter. Afgelopen dinsdag kwam er een brandbrief binnen van studenten van de Hogeschool Utrecht waarin structurele discriminatie binnen de organisatie gemeld wordt. Het moet kracht en moed hebben gevergd om deze brief op te stellen. Een hogeschool moet een veilige
plek zijn voor studenten om te studeren; een plek waar iedereen recht heeft op dezelfde kansen. We zien steeds vaker meldingen over sociale onveiligheid in het onderwijs binnenkomen. Dat roept de vraag bij ons op: doen wij wel genoeg? Wat ons betreft is de tijd van wegkijken nu voorbij.
Dit leidt bij de fracties van PvdA, GL, D66, CDA, Student & Starter, PvdD, BIJ1, Volt en DENK tot de volgende vragen:
1) Is de wethouder in gesprek met de Hogeschool Utrecht over de inhoud van deze brief? Zijn er verder nog andere meldingen binnengekomen?
2) Eerder heeft de wethouder in het commissiedebat over sociale (on)veiligheid in het onderwijs toegezegd om het punt over externe vertrouwenspersonen en de diversiteit van deze
vertrouwenspersonen mee te nemen in de gesprekken die hij heeft met onderwijsinstellingen. Hoe staat het hiermee?
3) De Hogeschool Utrecht heeft haar integriteitscode herzien en herschreven. Verder biedt ze
4
Vragenuur van 11 april 2024 trainingen aan voor hun docenten. Wat kan de gemeente nog doen om de sociale veiligheid te ondersteunen?
4) Het ministerie van OCW werkte vorig jaar aan een verbetering van de meldingsstructuur op
scholen. Er zou een expertisenetwerk komen. Hoe staat het met de uitwerking hiervan in Utrecht?
De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter. Dank voor het stellen van deze vragen. Ik ben het met de vragenstellers eens dat het van grote moed getuigt om het ongenoegen dat mensen hebben over de zaken die ze zien, zeker als het mensen persoonlijk raakt, in zo'n brief kenbaar te maken, want
daarmee ben je ook kwetsbaar. Wat voor mij ingewikkeld is, is dat ik de brief niet ken. Dat maakt het dus wat lastiger om daarop te reflecteren.
Wij hebben naar aanleiding van de vragen contact gezocht met de Hogeschool, want het is natuurlijk aan de Hogeschool om vervolgens te acteren. De Hogeschool heeft gezegd de brief zeer serieus te
nemen. De brief is bij de Hogeschool per e-mail binnengekomen, en hoewel het een anonieme brief is, is er dus wel een afzender met een e-mailadres. De Hogeschool heeft een e-mail teruggestuurd
naar het betrokken e-mailadres, om na te gaan of degene die de mail heeft gestuurd toch in gesprek
wil. De Hogeschool wil immers graag weten wat er aan de hand is, wat hier achter zit en wat ze eraan zou kunnen doen.
De Hogeschool heeft ook laten weten dat ze onderkent dat er zeker rondom stages nog steeds
sprake kan zijn van discriminatie, dat ze dat zeer betreurt en dat ze er alles aan doet om dat tegen te gaan. Alles wat daaraan kan bijdragen, wordt door de Hogeschool gedaan.
Dan het antwoord op vraag 2. Het klopt dat ik in een eerder debat heb gezegd dat ik met de
Hogeschool en ook andere onderwijsinstellingen in gesprek zou gaan over diversiteit. Dat hebben we ook gedaan, op 1 november van het vorig jaar. Inmiddels is in ieder geval bij de Hogeschool de
genderdiversiteit van de vertrouwenspersonen op orde. Wat betreft de diversiteit qua etniciteit is er nog werk aan de winkel. Ook dat onderkent de Hogeschool.
Het herzien en herschrijven van de integriteitscode is natuurlijk aan de Hogeschool zelf. Het is ook
goed dat ze dat gedaan heeft. Op 14 mei is er een symposium, een veel breder symposium, met de titel "Sociale veiligheid in het hoger onderwijs". Ook onze burgemeester zal daarbij aanwezig zijn.
Daar zal een handreiking uit voortkomen. Die gaat erover wat individuele docenten kunnen doen om met dit probleem om te gaan. Daar zijn ook het Interstedelijk Studenten Overleg en de Stichting Time Out bij betrokken. Die handreiking zal verspreid worden over de in onze stad actieve hogeronderwijsinstellingen.
Er is ook gevraagd naar de stand van zaken rond het expertisenetwerk van het ministerie van OCW. Ook daarvoor moesten we vandaag contact zoeken met het ministerie van OCW. Helaas hebben we
daar niemand weten te bereiken die iets kan zeggen over de actuele stand van zaken. Ik stel u voor dat ik daarop terugkom in de volgende kwartaalbrief onderwijs.
De voorzitter: Hartelijk dank, wethouder, voor de beantwoording. Ik kijk even of er partijen zijn die
nog een aanvullende vraag willen stellen. Ik zie niemand. Dan geef ik het woord aan de steller van de vragen.
Mevrouw Steinmetz (BIJ1): Voorzitter! Allereerst wil ik de wethouder feliciteren met zijn verjaardag; ik heb begrepen dat hij vandaag jarig is.
Ik heb nog een aanvullende vraag. Ik heb ook een vraag gesteld over de externe
vertrouwenspersonen. Eerder heeft de wethouders aangegeven dat het onvoldoende is als er alleen een interne vertrouwenspersoon is. Is het punt van de externe vertrouwenspersonen ook
5
Vragenuur van 11 april 2024 meegenomen? Heeft de wethouders daar een beeld van? De heer Eerenberg (wethouder): In het gesprek hebben wij dat benoemd. Daarbij waren meerdere
hogeronderwijsinstellingen aanwezig. In de kwartaalbrief van 17 januari jl. heeft u daar een update over gekregen. Ik heb geen heel actueel beeld over hoe het staat met de externe
vertrouwenspersonen. Ook daarop zal ik in de volgende kwartaalbrief terugkomen. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. We gaan door naar de laatste vragenset van vandaag. De vragen worden gesteld door collega Imraan Skori van DENK.
4. Mondelinge vragen van Imraan Skori (DENK), inzake Geen coffeeshop in de achtertuin van Kanaleneiland!
De heer Skori (DENK): Voorzitter. Afgelopen januari kwam het nieuws naar buiten dat er een
zogeheten drive-through coffeeshop geopend zal worden in de achtertuin van de wijk Kanaleneiland. De bewoners van Kanaleneiland maken zich enorme zorgen over de komst van een coffeeshop in hun achtertuin. Ook het busbedrijf Qbuzz maakt zich zorgen over de komst van de coffeeshop. Qbuzz is dan ook naar de rechter gestapt. Wij hebben hierover de volgende vragen.
1. Hoe rijmt het college de opening van deze nieuwe coffeeshop met de zorgen van buurtbewoners en maatschappelijke organisaties in Kanaleneiland over toenemende overlast en vele
problematiek en veiligheidsproblemen die de komst van een coffeeshop met zich meebrengt?
2. Hoe duidt het college de bezwaren die Qbuzz ziet als het gaat om potentiële verkeersproblemen als gevolg van de komst van de coffeeshop?
3. Is het college het met DENK eens dat een coffeeshop overlast met zich meebrengt en dat dit juist in de buurt van Kanaleneiland, een wijk waar al veel uitdagingen liggen, niet gewenst is?
4. Is de wethouder bereid af te zien van het verlenen van een exploitatievergunning voor de drivethrough coffeeshop?
De heer Eerenberg (wethouder): Dank voor de vragen. Overigens vervang ik onze burgemeester bij de beantwoording van deze vragen.
Het is goed om even iets over de geschiedenis te zeggen, want wij praten al sinds 2012 in ons beleid over de mogelijkheid voor een coffeeshop "de binnenstad voorbij", om de coffeeshops in de stad te
spreiden en daarmee de overlast door een concentratie van coffeeshops tegen te gaan. De beoogde coffeeshop past daarmee heel goed in het gemeentelijk beleid, want die past bij onze uitgangspunten.
In de aanloop naar de vergunningverlening is er gesproken met omwonenden, bedrijven, MBO
Utrecht en de ondernemersvereniging. De enige die uiteindelijk bezwaar heeft ingediend van het hele lijstje van betrokkenen die geïnformeerd zijn, is Qbuzz. Overigens gaat het om een tijdelijke
vergunning. We beginnen met een periode van zeven jaar, die we eventueel kunnen verlengen met drie jaar. We verlenen een tijdelijk vergunning omdat we ervan uitgaan dat er over tien jaar in dit
gebied heel veel ontwikkeld en gebouwd zal worden. Dan is er op deze fysieke plek geen plaats meer voor een coffeeshop.
Vraag 2 gaat over de procedure met Qbuzz. De tijdelijke omgevingsvergunning die wij verleend
hebben, bleef bij de beslissing op bezwaar in stand. Daarop heeft Qbuzz beroep ingesteld en een
voorlopige voorziening aangevraagd. De voorzieningenrechter heeft nu geoordeeld dat het college
de verkeersveiligheidsaspecten onvoldoende gemotiveerd heeft. De rechtbank heeft gezegd dat het
6
Vragenuur van 11 april 2024 nu aan het college is om dat te herstellen. Dit betekent dat wij aanvullend verkeersonderzoek laten doen, ook omdat degene die de vergunning heeft aangevraagd erop mag rekenen dat het college ook in het belang van de vergunningaanvrager handelt. Wij gaan nu dus het verkeersonderzoek uitvoeren en daarmee het herstel pakken waar de rechtbank ruimte voor heeft gegeven.
Dan het antwoord op vraag 3. De locatie ligt helemaal aan de rand van de stad, aan verschillende
uitvalswegen. Er zijn geen woningen in de directe omgeving. Ook daarom vinden wij deze locatie een geschikte plek. De exploitatievergunning die de coffeeshophouder krijgt, maakt het juist mogelijk
om te sturen op overlast. Mocht er heel veel overlast zijn, dan loopt de exploitant het risico dat hij
zijn vergunning kwijtraakt. Dat weet de exploitant, dus hij heeft er belang bij om dat te voorkomen, ook in de richting van de in de vragen genoemde wijk, die toch op enige afstand ligt.
Het antwoord op vraag 4. De exploitatievergunning is nog in behandeling. Er is geen reden om die
vergunning op voorhand niet te verlenen. Dit betekent dat we nu gewoon het traject uitlopen en dat het aan onze burgemeester is om uiteindelijk haar bevoegdheid te gebruiken en de vergunning te verlenen.
De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Ik kijk even of er aanvullende vragen van de raadsleden zijn. Ik zie de collega van D66. Gaat uw gang.
De heer Koning (D66): Voorzitter. We zijn blij met de komst van de coffeeshop op deze locatie. Mijn vraag is of we als gemeente ook het gesprek voeren met bijvoorbeeld de provincie. De provincie is
tenslotte de partij die de concessie verleend heeft aan Qbuzz. Had er aan de voorkant niet een betere afstemming kunnen zijn?
De heer Eerenberg (wethouder): Qbuzz is een eigen rechtspersoon. Ik zeg het nu heel formeel,
omdat we in een juridische procedure zitten. Qbuzz heeft zich als rechtspersoon bij de rechtbank
gemeld. Dit betekent dat daar het gesprek gevoerd zal worden. Ik denk ook dat dat goed is, want als wij dat gesprek met de provincie aangaan, dan zou ik me kunnen voorstellen dat Qbuzz vervolgens zegt: dat is vreemd, want wij hebben toch zelf een rechtszaak tegen de gemeente aangespannen? Vandaar dus dat wij het nu beperken tot het contact met Qbuzz.
De voorzitter: Ik zie dat er verder geen aanvullende vragen zijn. Dan is tot slot het woord aan de indiener van de vragen.
De heer Skori (DENK): Voorzitter. Ik heb geen vervolgvraag. Ik dank de wethouder voor zijn beantwoording. Ook namens ons feliciteer ik hem met zijn verjaardag. De voorzitter: Ook namens mij gefeliciteerd, wethouder!
Dit is een mooi einde van het vragenuur. Ik wens iedereen een fijne avond. Tot de volgende keer, bij het volgende vragenuur.
De voorzitter sluit daarop, te 17.32 uur, het vragenuur.
7