CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van zienswijzen gemeente Utrecht Beleidsnota

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen (2022-2026) 10 oktober 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Beleidsnota Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht31.075 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

NOTA VAN ZIENSWIJZEN Beantwoording van zienswijzen op de Ontwerp beleidsnota ‘Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht’ en PlanMER

Nota van beantwoordingbeantwoording ontwerp beleidsnota ‘Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht’ en PlanMER Publicatiedatum: 10 september 2024 Status: Informatieve bijlage bij raadsbesluit over Beleidsnota ‘Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht’ 1

1. Inleiding 1.1. Doel en status Deze Nota van Zienswijzen geeft een reactie op de zienswijzen die zijn ingediend op de ontwerp beleidsnota ‘Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht’. 1.2 Besluitvorming beleidsnota ‘Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht’. Naar verwachting stelt de gemeenteraad van Utrecht eind dit jaar de beleidsnota ‘Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht’ vast. Hierin staan de meest kansrijke locaties voor de opwek van schone energie in de gemeente Utrecht. Om tot de keuze van deze gebieden te komen, zijn verschillende onderzoeken, waaronder een milieueffectrapportage (planMER), uitgevoerd. Ook heeft er een raadpleging onder inwoners van de gemeente Utrecht plaatsgevonden. 1.3 Terinzagelegging Van 19 april tot en met 31 mei 2024 heeft de ontwerp beleidsnota ter inzage gelegen. Een aantal omwonenden heeft pro forma gereageerd en verzocht om meer tijd om een zienswijze in te kunnen dienen. De gemeente is tegemoetgekomen aan dit verzoek en heeft twee weken uitstel verleend. In totaal zijn er 403 zienswijzen binnengekomen, die worden beantwoord in deze Nota van beantwoording. De lijst met indieners en de genoemde onderwerpen is opgenomen in hoofdstuk 3. De zienswijzen komen van diverse partijen, zoals inwoners (particuliere indieners), andere gemeenten en belangenorganisaties.

Particuliere indieners hebben een nummer hebben gekregen ter bescherming van hun privacy. 1.4 Proces van vaststelling en vervolg De Nota van beantwoording is op 10 september 2024 door het College van Burgemeester en Wethouders vastgesteld. De aanpassingen aan de nota, naar aanleiding van deze Nota van beantwoording, zijn te vinden in paragraaf ‘4 Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen en advies’. 1.5 Aangedragen mogelijke oplossingen Met de terinzagelegging van de ontwerp beleidsnota ‘Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht’ en de bijbehorende PlanMER heeft iedereen de gelegenheid gekregen om een reactie te geven op de conceptnota en suggesties en verbeteringen aan te dragen.

2

2. Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen en advies Uit deze Nota van Beantwoording vloeien de volgende wijzigingen voort. Voorgestelde wijziging

Toelichting

Naderingsdetectie verplicht stellen om, als er geen vliegtuigen in de buurt zijn, obstakelverlichting op windmolens uit te schakelen.

Voor naderingsdetectiezijn er twee technieken: transponderdetectie en radardetectie. Zonder deze systemen branden de lampen van windmolens continue ’s nachts rood. Transponderdetectie Bij transponderdetectie herkent een ontvanger bij een windmolen de transponder van een vliegtuig. Als dit vliegtuig in de schemer of nacht in de buurt komt van de windmolen, schakelt de obstakelverlichting in. En deze gaat weer uit als er geen vliegtuig in de buurt van de windmolen vliegt. Het transpondersysteem is over het algemeen goedkoper dan radardetectie. Dit systeem werkt alleen als vliegtuigen een transponder aan boord hebben en gebruiken. Vanaf 1 oktober 2021 is dit daarom verplicht voor vliegtuigen die onder zichtvliegvoorschriften (VFR) in de schemer of de nacht vliegen. Radardetectie Het is ook mogelijk om naderingsdetectie met een radar gebruiken. Er staat dan een kleine radarinstallatie in de buurt van de windmolens. Deze optie is vaak duurder en vraagt om een uitgebreidere ruimtelijke procedure.

Vaste afspraken met betrekking tot spreidingsgebied uitnodiging gebiedsproces bij windenergie.

In meerdere zienswijzen kwam als feedback terug dat de gemeente voor de inloopbijeenkomsten een te klein spreidingsgebied aangehouden heeft. Daarom wil de gemeente voor locatiespecifieke windenergieontwikkelingen een minimaal spreidinggebied als standaard afspreken voor wind- en zonprojecten. Voor wind houden we een spreidingsgebied van minimaal 1500 meter en voor zon alleen direct omwonenden. In alle gevallen kijken we naar een logische grens en delen wij bijvoorbeeld niet een straat op als de grens midden op de 1500 meter ligt.

3

Vanzelfsprekend worden omwonenden en stakeholders die op de gemeentegrens wonen ook meegenomen. Daarnaast heeft de burger zelf ook een verantwoordelijkheid heeft zich op de hoogte te houden van communicatie de overheid. Daarom plaatsen we alle officiële stukken in het Gemeenteblad, op Overheid.nl en op de website van de gemeente.

We maken gebruik van 3D visualisaties voor windprojecten en zonprojecten.

In vervolgproces benoemen we dat we gebruikmaken van visualisaties om ook het visuele effect mee te nemen in de afweging. In meerdere zienswijzen werd aangegeven dat de visualisaties uit de planMER niet duidelijk genoeg waren. Het is in de fase van de beleidsnota niet goed mogelijk om specifieke visualisaties op de locatie te maken. We weten namelijk nu nog niet wat de exacte locaties worden. Dit weten we pas in het vervolgproces.

Omwonenden die in de gemeente Utrecht wonen, kunnen participeren bij opwek initiatieven in plaats van alleen direct omwonenden. De exacte invulling van het lokale eigendom is maatwerk. De initiatiefnemer zoekt tijdens het participatietraject, in afstemming met de gemeente, naar een geschikte vorm. Het lokaal eigendom is in ieder geval voor afgifte van de omgevingsvergunning geregeld.

Omwonenden uit andere gemeenten waaronder de woonkern Harmelen worden betrokken bij het vervolgproces.

Een aantal indieners heeft aangegeven dat het belangrijk is dat iedereen die in Utrecht woont met ‘lokaal eigendom’ voordeel moet kunnen hebben van de opbrengsten van de opwek van schone energie. In de ontwerp beleidsnota hebben we eerder opgenomen dat de ‘directe omgeving’ kan participeren. Echter gaat het vaak om grote bedragen bij bijvoorbeeld de ontwikkeling van wind en zon. Ook kan het zo zijn dat een grotere groep dan alleen de direct omwonenden overlast ondervindt. Daarom wijzigen wij nu ‘directe omgeving’ in ‘mensen uit de omgeving Utrecht’. Het is in het vervolgproces aan de initiatiefnemers om hier samen met de omwonenden en andere belanghebbenden specifieke en concrete afspraken over te maken. Lokaal Het gaat hierbij om partijen, die gevestigd zijn in de lokale omgeving van het project. Hierbij maken we onderscheid tussen de ‘directe omgeving’ (mensen, bedrijven en organisaties binnen een straal van 800 meter rond de windmolens/zonnevelden) en de ‘omgeving in de invloedssfeer’ (mensen, bedrijven en organisaties tussen de 800 meter en tienmaal de tiphoogte van de windmolens of 1500 meter van een zonneveld. Een belangrijk uitgangspunt bij windinitiatieven is dat we omwonenden en bedrijven binnen een straal van 1,5 kilometer proactief uitnodigen om deel te nemen aan bijeenkomsten. Voor die, 1,5 kilometer kijken wij verder dan de gemeentegrens.

4

3. Beantwoording zienswijzen In dit hoofdstuk staan de overkoepelende onderwerpen waarop zienswijzen zijn ingediend. Per onderwerp staat het antwoord in de kolom ‘Reactie gemeente’. In die kolom is per onderwerp ook te lezen of de zienswijzen over dat onderwerp hebben geleid tot aanpassing van de ontwerp beleidsnota ‘Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht’.

We raden iedereen nadrukkelijk aan eerst deze standaardantwoorden te lezen. Dit kan wellicht al meer duidelijkheid geven. 3.1. Antwoorden, per onderwerp

Onderwerp

Aanleiding Ontwerp beleidsnota 'Opwekgebieden voor schone Energie'

Algemene reactie per thema (definitieve reactie tabel) Utrecht wil een schone en leefbare stad voor iedereen zijn. Dus pakken we als gemeente onze verantwoordelijkheid in het tegengaan van klimaatverandering. We willen de energie die we zelf verbruiken zoveel mogelijk zelf duurzaam opwekken. En hiervoor alle mogelijkheden die we binnen onze gemeente hebben benutten. Dat doen we al met zonnepanelen op daken van woningen en bedrijven, maar dat is niet genoeg voor het groeiende (duurzame) energieverbruik van de stad als geheel. Daarom is het nodig om onderzoek te doen naar aanvullende en/of alternatieve mogelijkheden voor opwek van schone energie in Utrecht. In het coalitieakkoord van 2022 – 2026 ‘Investeren in Utrecht: kiezen voor gelijke kansen, betaalbaar wonen en klimaat’ is aangegeven dat we geen tijd meer te verliezen hebben: wat we de komende 50 jaar doen zal nog duizenden jaren effect hebben en wat we zeker weten is dat iedereen zijn steentje zal moeten bijdragen. Wij voelen daarom als gemeente de verantwoordelijkheid om alles op alles te zetten en alle mogelijkheden te benutten voor het opwekken van schone energie binnen onze gemeentegrenzen. In 2021 is door de gemeenteraad de Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU) (15 juli 2021) vastgesteld. In deze strategie is afgesproken op welke wijze de stad de komende jaren kan groeien.

In de RSU staat de beoogde richting voor de ontwikkeling van de stad beschreven. Hierin zijn ook zoekgebieden voor het opwekken van schone elektriciteit en – warmte aangewezen waarin we open staan voor initiatieven. In het coalitieakkoord van 2022 – 2026 is de opdracht gegeven aan de slag te gaan met alle gebieden uit de RSU die gunstig uit het plan-milieueffectrapportage (planMER) komen.

5

Belangrijk is dat het nog niet gaat om concrete projecten. In de nota wijzen we alleen gebieden aan die volgens de planMER kansrijk zijn voor het opwekken van schone energie. Als een gebied als 'focusgebied' is aangewezen, kan een initiatiefnemer zich melden om aan de slag te gaan en het project verder te concretiseren. Dit gebeurt in nauw overleg met de gemeente, de omgeving en andere stakeholders.

Aardwarmte

Als laatste is het van belang om te benoemen dat de opwek van schone energie mee kan helpen als één van de oplossingen tegen het volle stroomnet (netcongestie). Door schone opwek slim in te zetten, kan schone energie ervoor zorgen dat er meer ruimte komt op het stroomnet. Aardwarmte en een goede combinatie van wind- en zonne-energie zijn voorspelbare schone bronnen met minder pieken en dalen. Ook helpt het als energie lokaal wordt opgewekt en lokaal weer wordt gebruikt. Hiermee wordt namelijk het elektriciteitsnet minder belast. We stappen langzamerhand over op duurzame alternatieven. Een aansluiting op een warmtenet is voor de meeste buurten het goedkoopste alternatief. Maar de warmte in het warmtenet moet ergens vandaan komen. Bij voorkeur uit duurzame warmtebronnen, zoals uit restwarmte van fabrieken, of uit de aarde. Aardwarmte is voor Utrecht belangrijk, omdat we weinig andere duurzame warmtebronnen hebben. Als we aardwarmte opwekken (winnen), pompen we warm water uit de ondergrond op. Het warme water verwarmt vervolgens het water dat door de leidingen stroomt van een warmtenet. Het afgekoelde water gaat direct weer de grond in. Ondertussen brengt het warmtenet het verwarmde leidingwater naar gebouwen. En na gebruik gaat het warme water weer terug naar de aardwarmte-installatie, waar het weer wordt opgewarmd en opnieuw in het warmtenet gebruikt kan worden.

De minister is op grond van de Mijnbouwwet bevoegd gezag (bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat beslist op een vergunningaanvraag) voor aardwarmtewinning als het gaat om de diepe ondergrond en de veiligheid van het boren daarin. De gemeente is bevoegd gezag voor de activiteiten bouw en eventueel milieu. En ook voor besluitvorming over eventuele afwijking van het omgevingsplan. Wij verlenen alleen medewerking aan een initiatief voor aardwarmte als het betreffende focusgebied voor aardwarmte is vastgesteld door de gemeenteraad. Voor meer informatie over aardwarmte verwijzen we naar de website van EBN of de website van de gemeente.

Alternatieve duurzame vormen van elektriciteit opwek

Naast windenergie is zon op het moment het enige echte alternatief om duurzaam elektriciteit op te wekken. Beide technieken zijn goed ontwikkeld en kunnen efficiënt worden toegepast. Kernenergie kan als alternatief worden gezien. Hier is de gemeente echter niet het bevoegd gezag, dat is de Rijksoverheid. Zij beslissen hierover. Daarnaast liggen de gebieden waar het Rijk nieuwe kerncentrales wil ontwikkelen niet in Utrecht. Voor Utrecht speelt kernenergie daarom geen rol. Dit geldt ook voor Small Modular Reactors (SMRs).

6

De meest gangbare (bewezen) en efficiënte vormen zijn echter wind- en zonne-energie. We beperken ons daarom in de nota tot deze reeds bewezen technieken. Als er in de toekomst ook andere technieken voor het opwekken van schone energie ontwikkeld worden, zal de gemeente Utrecht hier zeker naar kijken.

Alternatieve gebieden/locaties

In het planMER staan de verschillende gebieden die binnen de gemeente Utrecht zijn onderzocht. Deze gebieden zijn de resultaten van een eerder uitgevoerd belemmeringenonderzoek. Dat onderzoek bracht in kaart welke gebieden in de gemeente Utrecht geschikt zijn voor wind- en zonne-energie. In de PlanMER staat een kaart met verschillende belemmeringen. Als er twee belemmeringen over elkaar lagen, is dit gebied afgevallen en niet opgenomen in de RSU 2021. Ook zijn er gebieden waar er heel weinig tot bijna geen belemmeringen bleken te zijn. Dit zijn de kansrijke gebieden die wel in de RSU 2021 opgenomen zijn. Een kansrijk gebied is een gebied waar zo min mogelijk (ruimtelijke) regels zijn voor de ontwikkeling van wind- en zonne-energie. Het planMER voor deze beleidsnota heeft die kansrijke gebieden getoetst op de milieueffecten per zoekgebied. Zie meer informatie bij het antwoord bij NRD/ planMER. In de beleidsnota zijn focusgebieden, die gebieden die het meest gunstig zijn en dus de minste of best aan te passen milieueffecten hebben.. De andere gebieden zijn zoekgebieden gebleven. Deze gebieden zijn qua milieueffecten minder gunstig uit het planMER gekomen Voor windenergie is alleen Lage Weide als gunstig gebleken en is daarom focusgebied geworden.

Communicatie

Zowel de focus- als zoekgebieden staan opgenomen in de beleidsnota. Op de webpagina www.utrecht.nl/energiegebieden staat alle actuele informatie over schone energie in de gemeente, regio en provincie. Nieuws over ontwikkelingen delen we verder via de digitale nieuwsbrief van de gemeente Utrecht. Aanmelden kan via www.utrecht.nl/nieuwsbrief. Hierbij kan ook gekozen worden voor nieuws uit een specifieke wijk. Daarnaast kunnen inwoners zich via deze link.op Overheid.nl aanmelden voor nieuws over activiteiten van de gemeente Utrecht. Eén keer per week wordt een overzicht van publicaties die door de gemeente worden gedaan hier gedeeld. Communicatie met betrekking tot de publicatie van de nota en planMER Om inwoners en ondernemers in Lage Weide te informeren, hebben we: • Op 24 april een webinar georganiseerd voor (bewoners)organisaties. • Op 25 april een inloopbijeenkomst in Zuilen georganiseerd voor omwonenden. Bewoners van Zuilen-Noord zijn via een wijkbericht uitgenodigd die aan ruim 4000 adressen is gestuurd. • Op 25 april is voor ondernemers op Lage Weide is een inloopbijeenkomst georganiseerd. Ondernemers zijn uitgenodigd via de ondernemersorganisatie ILW. • Na verzoeken uit Terwijde op 24 april hebben we besloten om voor Terwijde een inloopbijeenkomst te organiseren op 14 mei. Bewoners van Terwijde zijn via een wijkbericht uitgenodigd die aan ruim 4500 adressen is gestuurd.

7

•

Op 28 mei is een extra inloopbijeenkomst voor bewoners van Leidsche Rijn, Schepenbuurt, Spinozaplantsoen en omgeving en Zuilen-Zuid georganiseerd.

Daarnaast • Omwonenden van Dorpeldijk en Rijnenburg hebben een wijkbericht met meer informatie over hun ontvangen • Naast bovengenoemde wijkberichten is informatie gedeeld via onze website en sociale media van de gemeente • De ontwerp beleidsnota is gepubliceerd op Overheid.nl. Participatie

Pas na behandeling van de gemeenteraad (naar verwachting december 2024) en als de raad positief heeft besloten, gaat de gemeente, samen met de initiatiefnemer(s) in gesprek met omwonenden en andere belanghebbenden. Samen bespreken we hoe schone energie het beste kan worden gecombineerd met andere opgaven in het gebied. Tijdens dit participatieproces wordt gebruik gemaakt van het Samen Stad Maken beleid van de gemeente Utrecht. Zie ook het thema 'Lokaal Eigendom en participatie'. De gemeente neemt in deze fase het voortouw. Dit doen we samen met de initiatiefnemer van het wind-, zon- of aardwarmteproject. Gedurende de gehele projectparticipatie maken we onderscheid tussen de volgende doelgroepen: • •

•

•

Een belangrijk uitgangspunt bij windinitiatieven is dat we omwonenden en bedrijven binnen een straal van 1,5 kilometer proactief uitnodigen om deel te nemen aan bijeenkomsten. Direct omwonenden zijn voor minimaal 50% eigenaar van een windmolenpark of zonneveld. We hanteren hierbij de volgende definities: Lokaal: partijen gevestigd in de lokale omgeving van het project Hierbij maken we onderscheid tussen de directe omgeving (inwoners, bedrijven en organisaties binnen een straal van 800 meter rond de windmolens of zonnevelden) en de omgeving in de invloedssfeer (inwoners, bedrijven en organisaties tussen de 800 meter en 10 maal de hoogte van de wiek (tiphoogte) van de windmolens of 1,5 kilometer van een zonneveld. Voor aardwarmte zijn deze afstanden nog niet bepaald. Eigendom: het juridische en economische eigendom. Hierbij is sprake van zeggenschap waardoor lokale partijen zowel invloed kunnen uitoefenen op een project als op de besteding van de opbrengsten uit een project. De verschillende schillen (van invloed) rondom een energie-initiatief hebben andere mogelijkheden voor procesen financiële participatie. De initiatiefnemer doorloopt samen met de omgeving een proces om te komen tot een wenselijke en haalbare vormgeving van participatie.

Tijdens dit proces worden afspraken gemaakt over het ontwerp van het energieproject, over de ruimtelijke inpassing en/of over financiële participatie en opbrengsten voor de omgeving. Om ervoor te zorgen dat iedereen binnen de invloedssfeer van een energie-initiatief (wind/zon/aardwarmte)- de kans krijgt om mee te denken over en mee te profiteren van het projectmoet de initiatiefnemer zich inspannen om maximale participatie met omwonenden te realiseren. Elk windproject is anders, maar ook de betrokkenen verschillen. Het is daarom belangrijk dat de initiatiefnemer (en of in samenhang met gemeente) zo vroeg mogelijk de omgeving informeert en betrekt bij het project. Er moet voorkomen worden dat de omgeving met een “kant- en klaar plan” wordt geconfronteerd. 8

De initiatiefnemer maakt een participatieplan, de gemeente borgt de kwaliteit Burgerparticipatie is een integraal onderdeel van de Omgevingswet, om burgers en bedrijven vroegtijdig te betrekken bij lokale besluitvorming. De initiatiefnemer is conform de Omgevingswet zelf verantwoordelijk voor de financiële en procesparticipatie. De initiatiefnemer schrijft een plan voor participatie en stemt dit tijdens de initiatieffase af met de gemeente. Tijdens het traject houden de initiatiefnemer en gemeente contact om ervoor te zorgen dat het participatieplan voldoende wordt uitgevoerd. De gemeente toetst dit en kan tussentijds monitoren en sturen op de kwaliteit. Uitgangspunt is dat we inwoners en belangengroepen zo vroeg mogelijk betrekken en dat participatie waar mogelijk kan leiden tot een verrijking van de plannen.

Geluid

In het participatieplan staat: • Hoe de initiatiefnemer inwoners en belangengroepen betrekt bij de totstandkoming van een windmolen of zonneveld en wat er met de inbreng gedaan wordt; • Hoe de initiatiefnemer komt tot eigendoms- en financiële participatie; • Hoe de initiatiefnemer grondeigenaren- en gebruikers in het omliggende gebied betrekt. Denk aan het onderzoeken van grondruil en/of sociale grondvergoedingen. Uit de planMER kwam naar voren dat de nabijheid van de dichtbevolkte wijken zoals Zuilen en Leidsche Rijn kan betekenen dat de vijf doorgerekende windmolens op Lage Weide kunnen leiden tot potentieel veel geluids- en slagschaduwhinder. In de nieuwe, voorgestelde wetgeving kennen windmolens een streefwaarde van 45 dB Lden bij gevoelige objecten (woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen), met een uitwijkmogelijkheid naar een grenswaarde van 47 dB Lden. De verwachting is dat het mogelijk is om 1 tot 3 molens op Lage Weide te ontwikkelen die voldoen aan 45 of 47 dB Lden. Buiten de wettelijke geluidscontouren zijn grote aantallen gevoelige objecten te vinden. Potentieel gehinderden wonen voornamelijk in wijken, zoals Zuilen of Leidsche Rijn en kunnen de windmolens mogelijk horen, ook al wonen zij buiten de wettelijke geluidscontouren.

Cumulatie geluidsoverlast Lage Weide In het planMER is er een eerste analyse gedaan op basis van worstcase aannames (zie antwoord NRD / PlanMER) zie paragraaf 3.3.2.3 Cumulatieve geluidsbelasting op bladzijde 59 van het planMER. In dit worstcasescenario is bijvoorbeeld uitgegaan van vijf windmolens, in plaats van de meer realistische 1 tot 3 molens. Als er een concreet initiatief is en een vervolgproces wordt gestart, zal geluid in detail worden onderzocht. In de eerste plaats wordt dan het geluid per woning in kaart gebracht. Deze geluidsbelasting moet aan de wettelijke normen voldoen. Ook wordt in deze berekening de cumulatieve belasting van de molens en het terrein berekend. Dit is een aparte berekening, omdat je de hoeveelheid 9

decibels van verschillende activiteiten niet zomaar bij elkaar op kunt tellen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat men een windmolen niet meer hoort als er voldoende ander geluid, bijvoorbeeld van wegverkeer of bomengeruis, is. Het geluid wordt dan gemaskeerd door het omgevingsgeluid (zie ook het antwoord Hoe wordt geluid gemeten). Geluid Lage Weide In de beleidsnota schone opwek is Lage Weide aangegeven als focusgebied voor windenergie. • In het geoptimaliseerde scenario komt wind in Lage Weide voldoende gunstig uit het planMER. • Op deze locatie komen we tegemoet aan de wens om natuur en groen in onze gemeente te sparen. • Na inwerkingtreding van de nieuwe normen voor windenergie 2025 blijven windmolens in Lage Weide tot de mogelijkheden behoren mogelijk.

In het planMER is zoekgebied Lage Weide met een maximale invulling van 5 windmolens onderzocht. Dit noemen we ook wel het worstcasescenario.

10

Laagfrequent geluid en infrasoongeluid De meeste bronnen van geluid veroorzaken verschillende tonen. Lage tonen noemen we ook wel laagfrequent geluid. Laagfrequent geluid kan heel vervelend zijn, zelfs als het geluid niet hard is. Windmolens veroorzaken laagfrequent geluid. De sterkte van laagfrequent geluid (hierna LFG) van windmolens is te vergelijken met dat van andere bronnen, zoals verkeer. Tonaal LFG is vooral de laatste tijd negatief in het nieuws gekomen vanwege twee windmolens in het windpark Meenden. Deze bleken echter niet goed te functioneren. Goed functionerende molens maken namelijk geen tonaal LFG. In het Ontwerpbesluit Windmolens Leefomgeving is voor tonaal geluid een straffactor van 5 dB opgenomen. De ene persoon heeft meer last van LFG dan de andere persoon. Soms heeft bijvoorbeeld maar één gezinslid of één bewoner in de straat last van LFG. Vaker is het zo dat mensen die last hebben van LFG de hoge tonen niet meer goed kunnen horen. De aandacht gaat dan meer uit naar lage tonen. Storende geluiden krijgen daardoor meer aandacht. De betekenis die we aan bepaalde geluiden geven, beïnvloedt hoe we dat geluid horen. Als we een geluid horen dat ons irriteert of bang maakt, gaan we dat geluid sterker en bewuster opmerken. Dat kan bij LFG ook het geval zijn. Zie voor verdere informatie de website van de GGD over LFG.

Over infrasoon geluid of infrageluid, is nog weinig bekend. Infrageluid zijn trillingen met zo’n lage frequentie, lager dan 20 Herz, dat mensen ze niet kunnen horen maar soms wel voelen. Ook hierover is meer te lezen op de website van de GGD. Hoe wordt geluid gemeten? In de methode van het geluidonderzoek is een ruim onderzoeksgebied opgenomen. Alle geluidsgevoelige objecten (woningen, scholen, ziekenhuizen, etc.) in de directe omgeving worden meegenomen in het geluidsonderzoek. Verder is het gebruikelijk om te rekenen met gemiddelden om zo de gemiddelde geluidsoverlast te berekenen. De Lden-methodiek wordt ook toegepast voor bijvoorbeeld wegen, spoorwegen en vliegverkeer. De norm voor windmolens is echter strenger dan voor wegen, omdat het geluid van een windmolen vaak als hinderlijker wordt beschouwd. De Lden-methodiek houdt ook rekening met het effect van de heersende windrichting. Belangrijk is dat men niet zomaar geluidsbronnen bij elkaar kan optellen. Wanneer één stofzuiger 60 dB aan geluid produceert en je zet er eenzelfde bij is het gezamenlijke aantal decibellen niet 120 dB, maar 63 dB. Gemiddeld geluid De Lden 45 dB is een theoretisch jaargemiddelde inclusief zogenoemde straffactoren. Zo telt het geluid van een windmolen in de avond en nacht zwaarder mee in de berekeningen. Bij het geluid in de avond wordt 5 dB opgeteld en bij het geluid in de nacht zelfs 10 dB.

Daar waar het in theorie mogelijk is om met een korte hoge piekbelasting en een lange tijd heel weinig geluid aan het gemiddelde te voldoen, zal dat in de praktijk niet gebeuren. Dit komt doordat de windmolen continu draait. Hoge piekbelasting gevolgd door een lange periode van weinig geluid komt daarom in de praktijk niet voor.

11

Gezondheid

Gevolgen voor de overlast van geluid van windmolens en het effect hiervan op de slaap is het meest onderzocht. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat er een duidelijke link is tussen het geluidsniveau van een windmolen en de ervaren overlast. Er is geen eenduidig bewijs gevonden voor effecten op de slaap. . Sinds een aantal jaren is er ook meer onderzoek gedaan naarde effecten op het hartvaatstelsel, stofwisselingsziekten, mentale gezondheid en cognitieve effecten is ook geenvoldoende bewijs gevonden. Dit kan betekenen dat er: • geen relatie is • er nog onvoldoende onderzoek is gedaan • het onderzoek van lage kwaliteit is • er tegenstrijdige resultaten zijn1. Daarnaast is er nu (nog) geen wetenschappelijk bewijs voor het bestaan van het windmolensyndroom of vibroakoestische ziekte. Zie hierover ook de factsheet van het RIVM: Windmolens en gezondheid | RIVM. Op de website van de GGD staat meer informatie over de gezondheidseffecten van windmolens en over geluidsoverlast in het algemeen. Windmolens (ggdleefomgeving.nl) Geluidsoverlast (ggdleefomgeving.nl)

Een nieuw onderzoek van het RIVM richt zich op de relatie tussen windmolens en overlast. Naar verwachting zal uit dit onderzoek niet hele andere nieuwe inzichten komen. Overlast beperken Als iemand overlast ervaart, kan dat leiden tot irritatie en onbehagen en dat belemmert mensen in hun dagelijkse doen. Langdurige overlast kan leiden tot stressgerelateerde gezondheidsklachten. Daarom is het belangrijk om hiermee, in alle fasen van de ontwikkeling van een project, rekening e te houden en overlast zoveel mogelijk te beperken. We nemen omwonenden daarom al meteen vanaf het begin van het proces mee en gaan met hen in gesprek over hoe we de overlast voor hen zoveel mogelijk kunnen beperken. Ook doen we in een vroeg stadium geluidonderzoek.

Klimaatakkoord

In 2013 maakten we in het Energieakkoord met de Rijksoverheid, het bedrijfsleven, vakbonden en milieuorganisaties al afspraken over de stimulering van duurzame energie en het terugdringen van CO2-uitstoot. Het Klimaatakkoord van Parijs in 2015 verscherpte deze ambities door wereldwijd de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 1,5 graden Celsius. In Nederland werd deze koers voortgezet met het Klimaatakkoord van 2019. Ondertussen is een Klimaatwet met de doelstelling om een CO2-neutrale elektriciteitsvoorziening in 2050 te komen aangenomen. In het landelijke Klimaatakkoord uit 2019 is afgesproken dat Utrecht, net zoals heel Nederland, overschakelt op schone energie. In 2030 moet 70 procent van het elektriciteitsverbruik in Nederland uit hernieuwbare (duurzame) bronnen komen. Zo brengen we landelijk onze CO2-uitstoot terug en zijn we minder afhankelijk van energie uit het buitenland. 12

De opwek van schone elektriciteit op land valt onder de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de provincies en de gemeenten, voor de opwek op zee met windmolens is dat de Rijksoverheid. Nederland is hiervoor onderverdeeld in 30 energieregio’s. Utrecht is onderdeel van de regio RES U16 (zie: Raadsvoorstel Regionale Energiestrategie 1.0, oktober 2021). Samen met onze buurgemeenten willen we in 2030 circa 1,8 terawattuur (TWh) schone elektriciteit opwekken.

Lokaal eigendom in participatie

Utrecht streeft naar een bijdrage van 523 GWh. Hiervan hebben we al een deel gerealiseerd door onder andere zonnepanelen op daken en het zonneveld Meijewetering (zie tussenstand Zon op Dak in Utrecht). De realisatie van de RES-inzet blijft echter achter in de regio. Direct omwonenden zijn voor minimaal 50 procent eigenaar van een windmolenpark of zonneveld. We hanteren hierbij de volgende definities: • Lokaal: partijen gevestigd in de lokale omgeving van het project Hierbij maken we onderscheid tussen de directe omgeving (inwoners, bedrijven en organisaties binnen een straal van 800 meter rond de windmolens of zonnevelden) en de omgeving in de invloedssfeer (inwoners, bedrijven en organisaties tussen de 800 meter en 10 maal de hoogte van de wiek (tiphoogte) van de windmolens of 1500 meter van een zonneveld. Voor aardwarmte zijn deze afstanden nog niet bepaald. • Eigendom: het juridische en economische eigendom. Hierbij is sprake van zeggenschap waardoor lokale partijen zowel invloed kunnen uitoefenen op een project als op de besteding van de opbrengsten uit een project. De gemeente stelt de volgende voorwaarden aan lokaal eigendom: • Verschillende vormen van eigenaarschap (coöperatief, publiek, privaat) zijn mogelijk. Dit eigenaarschap wordt ingevuld door een lokale entiteit (bijvoorbeeld een coöperatie). Deze entiteit is van en voor de lokale bevolking.

• Wij zien lokaal eigendom als lokaal maatschappelijk eigendom. Hierbij hoort nadrukkelijk ook zeggenschap (= invloed). Van belang is dat de opbrengst van de windmolens en zonnevelden zo veel mogelijk ten goede komen aan (meerdere) lokale maatschappelijke doelen. • Afspraken over lokaal eigendom worden in een privaatrechtelijke overeenkomst vastgelegd zoals een anterieure overeenkomst; • Lokaal eigendom kan na afgifte van de vergunning in fases worden uitgebreid (maar is bij afgifte van de vergunning min maal 50 procent); • Medezeggenschap van omwonenden is goed geborgd in de rechtsvorm waarin het lokaal eigendom is georganiseerd; • Schijnconstructies waarbij het lokaal eigendom in werkelijkheid bestaat uit een verband van commerciële ontwikkelaars, grondeigenaren en/of ondernemingen zijn niet toegestaan. 13

• In geval van een maatschappelijke tender worden punten gescoord op lokaal eigendom: een hoger percentage dan 50% levert extra punten op. Daarnaast kennen we punten toe als opwek lokaal wordt ontwikkeld.

Meer zonne-energie op daken

De ontwikkeling van zon op daken van woningen en bedrijven is een belangrijke pijler in de ontwikkeling van duurzame energie. In 2023 ligt op 36% van alle daken in de gemeente Utrecht zonnepanelen. Met ons Programma Zon op Dak en Netinpassingen doen we wat we kunnen om op zo veel mogelijk daken zonnepanelen neer te leggen. De doelstelling is om in 2030 168 GWh schone elektriciteit op te wekken met zonnepanelen op daken. Dat is lang niet genoeg, ook windmolens en zonnevelden en aardwarmte zijn hard nodig om klimaatverandering tegen te gaan. Ook kunnen we hiermee het verbruik van elektriciteit zo veel mogelijk koppelen aan lokale opwek. Wind- en zonne-energie vullen elkaar aan. Zonne-energie wordt voornamelijk overdag en tijdens de zomermaanden geproduceerd, terwijl windenergie vaak 's nachts en in de wintermaanden beschikbaar is. Door beide energiebronnen te combineren, kan de bestaande infrastructuur beter worden benut en wordt de stabiliteit van het energienet verbeterd.

Natuur

Voor de effecten van schone energieprojecten op de natuur moet er projectspecifiek onderzoek plaatsvinden. Bij de inrichting en de inpassing van wind- en/of zonne-energie vinden we het belangrijk dat natuur en biodiversiteit wezenlijk en aantoonbaar worden versterkt. Denk hierbij aan het aanleggen van kleine landschapselementen (poelen, hagen, struiken, natuurvriendelijke oevers) of ecologisch maaibeheer. Daarnaast geldt dat negatieve effecten op wettelijk of beleidsmatig beschermde natuur sowieso moeten worden aangepast of gecompenseerd. De initiatiefnemer zorgt in samenwerking met de gemeente en natuurorganisaties voor de ontwikkeling van een aanleg- en beheerplan voor de natuur in de omgeving van het project. Om projecten voor schone energie zorgvuldig in te kunnen passen, dient de initiatiefnemer zich voor een windenergieproject aan de Gedragscode Wind op Land te houden en voor een zonne-energieproject aan De Gedragscode Zon op Land. Daarnaast willen wij dat bij MER-plichtige zon- en windprojecten de initiatiefnemer zich houdt aan de Checklist natuurbelangen bij zonnevelden en de Checklist natuurbelangen bij windenergie op land.

Netcongestie

In het vervolgproces onderzoeken we op welke wijze de juridische borging van natuur het beste plaats kan vinden, bijvoorbeeld door hiervoor aanvullende regels in het omgevingsplan op te nemen of hieraan voorschriften in een omgevingsvergunning aan te verbinden. Op verschillende plekken in Nederland is er onvoldoende capaciteit op het elektriciteitsnet beschikbaar. Door de overstap op duurzame energie (energietransitie), neemt de vraag naar elektriciteit toe. Hierdoor ontstaat op piekmomenten file op het elektriciteitsnet: ook wel netcongestie. Het volle stroomnet (netcongestie)is op dit moment een groot probleem. Tussen 2026 en 2029 groeit het tekort aan vermogen op het stroomnet in de provincie Utrecht naar 250 megawatt. Om netcongestie te verminderen, moeten het elektriciteitsnet op heel veel plekken uitgebreid en verzwaard worden. Daarnaast moet de energie slimmer verdeeld worden 14

over gebruikers en leveranciers. Netbeheerders Stedin en TenneT zijn druk bezig om het elektriciteitsnet uit te breiden, door extra hoogspannings- en elektriciteitsstations te bouwen en kabels te leggen en door extra elektriciteitshuisjes in de stad te plaatsen Dit duurt jaren. Als gemeente willen we ook stimuleren dat de initiatieven voor schone energie bijdragen aan de oplossingen voor het volle stroomnet.

Nieuwbouw Woningen PlanMER

NRD en planMER

Grofweg een kilometer rond windmolens in Lage Weide zijn plannen voor nieuwe woningen meegenomen. In de bijlage van het PlanMER is de lijst hiervan te vinden. In de berekeningen zowel de plannen, waarover de gemeenteraad al heeft besloten, als de plannen, die nog in voorbereiding zijn, meegenomen In principe zijn alle projecten die een kilometer uit de windgebieden liggen in het meerjarenperspectief van de gemeente opgenomen. Een nieuw initiatief zal zich altijd moeten verhouden tot de toekomstige situatie (de dan huidige situatie). NRD Na vaststelling van de RSU 2040 (zie antwoord bij “Aanleiding beleidsnota”) zijn verschillende gebieden voor wind en zon aangewezen. Later zijn er hier ook gebieden voor aardwarmte aan toegevoegd. In 2021 is gestart met het opstellen van een Energievisie met bijbehorende Milieueffectrapportage (planMER) voor de energiegebieden. Daaraan voorafgaand is een Notitie Reikwijdte en Detailniveau Energievisie Utrecht (NRD) opgesteld. Hierin stond welke milieueffecten op welke manier onderzocht gingen worden in het planMER. Van 11 maart tot en met 21 april 2022 heeft de NRD ter inzage gelegen. PlanMER Een plan milieueffectrapportage (planMER) is een Europees instrument om de milieueffecten van een bepaalde ontwikkeling volwaardig mee te nemen.

Voor het vaststellen van zoekgebieden voor wind en aardwarmte is een planmilieueffectrapportage (planMER) verplicht. Het onderdeel zon is vrijwillig toegevoegd. Een planMER vergelijkt de milieueffecten van verschillende varianten van een ontwikkeling met elkaar. Het is een groot onderzoek naar de mogelijke gevolgen van windmolens, zonnevelden en aardwarmte op de omgeving. In dat onderzoek worden mogelijke gevolgen op onder andere veiligheid, natuur en geluid onderzocht in alle zoekgebieden. Dit helpt om te bepalen welke zoekgebieden het meest geschikt zijn voor schone energie omdat de milieueffecten per zoekgebied met elkaar vergeleken kunnen worden. De resultaten van het planMER zijn een indicatie. De exacte gevolgen voor de omgeving kunnen pas worden onderzocht als duidelijk is hoe het project er daadwerkelijk uit komt te zien. Daarom moeten de effecten bij een concreet initiatief opnieuw worden getoetst. Het planMER is met name voor wind en zon maximaal ingevuld (worstcase). Verschillende factoren waarop een windmolen invloed kan hebben, zijn onderzocht. Denk hierbij aan natuur, geluid en slagschaduw. Het planMER beoordeelt een locatie op een aantal criteria. Het planMER zegt niet direct iets over de ruimtelijke inpasbaarheid, het zegt alleen iets over welke milieueffecten kunnen optreden.

De negatieve beoordelingen geven een goede indicatie van de maximaal te verwachten milieueffecten. Echter, zoals in de beleidsnota staat aangegeven, wordt een gebied in de meeste gevallen niet maximaal ingevuld. Wanneer er een initiatief zich aandient, wordt op basis van dat initiatief

15

onderzoek/toetsing gedaan op de op dat moment geldende wettelijke regels en normen. De daadwerkelijke effecten zijn in een reële situatie naar verwachting kleiner dan het planMER nu aangeeft.

Obstakelverlichting

Participatiebeleid

PlanMER provincie versus PlanMER gemeente

De commissie van de milieueffectrapportage (de commissie MER) heeft tweemaal advies gegeven. Op onze eerste versie heeft de commissie MER nog een aantal opmerkingen gegeven. In een nieuwe versie hebben we deze opmerkingen verwerkt. In de publicatie van de planMER van 26 juni 2024 heeft de commissie MER hun definitieve advies op onze verbeterde versie gegeven. De commissie is positief en vindt dat de milieueffecten volwaardig zijn meegenomen. Hiermee is het volgens het oordeel van de commissie een gedegen onderzoek waarop een besluit genomen kan worden. De volledige reactie van de commissie MER staat op de volgende website Adviezen - Commissiemer.nl. Windmolens met een tiphoogte van 150 meter of meer moeten 'obstakelverlichting' hebben. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) bepaalt welke verlichting een windpark moet hebben. De International Civil Aviation Organization (ICAO) heeft hier internationale richtlijnen voor. Een relatief nieuwe ontwikkeling is naderingsdetectie. Bij naderingsdetectie schakelt de rode verlichting 's nachts alleen in als een vliegtuig of ander luchtvaartuig dichtbij de windmolen is. Daardoor is de verlichting minder aan en is er veel minder overlast door knipperende lichten.

We vinden het belangrijk om zo veel mogelijk overlast door licht te beperken en stellen daarom dat naderingsdetectie standaard moet zijn voor windenergieprojecten binnen de gemeente Utrecht. We nemen dit op in de beleidsnota. Participatie is volgens het participatiebeleid Samen stad maken’ ingestoken op het niveau van raadplegen. Dit is op twee verschillende manieren gedaan: één deel van het participatietraject is eind 2022 afgerond in de vorm van een online stadsgesprek. De reacties zijn omgezet in 12 spelregels. Hierin staat onder andere dat het belangrijk is dat bewoners betrokken worden, mogelijke overlast beperkt wordt en dat omwonenden een deel van de opbrengst kunnen krijgen. De mening van omwonenden hebben we in oktober en november 2023 getoetst door middel van een digitale raadpleging ‘Inwonersonderzoek naar opwek van schone energie in Utrecht’ (zie in de beleidsnota bijlage 2). Hierin hebben we bewoners gevraagd welke thema's voor hen belangrijk zijn om rekening mee te houden bij het selecteren van zoekgebieden. Deelnemende inwoners kregen dilemma’s voorgelegd over locatiekeuze en inpassing van windmolens, zonnevelden en aardwarmte. Ook is gevraagd de gemaakte keuze toe te lichten. In totaal hebben 1439 Utrechters via de digitale raadpleging hun mening gegeven.

Daarnaast hebben aan een vereenvoudigde versie (Swipocratie) van het onderzoek nog eens 412 (jongere) inwoners meegedaan. Beperking van (geluids)overlast en bescherming van natuur blijken voor inwoners de belangrijkste onderwerpen om rekening mee te houden bij de locatiekeuze voor windmolens en zonnepanelen. In de selectie van gebieden kijken we daarom extra goed naar deze criteria. Waar blijkt dat niet aan de wettelijke normen kan worden voldaan valt de (zoek- of focus) locatie af. De provincie wil minstens 1 TWh aan windenergie opwekken in de provincie. De ambities van alle gemeenten tellen nu niet op tot 1 TWh, dus onderzoekt de provincie waar zij zelf kan/wil gaan optreden om die 1 TWh toch te halen. De provincie heeft daarom ook een planMER gemaakt en deed een raadpleging onder inwoners, om die informatie mee te nemen in de keuze voor de gebieden waar de provincie actief aan de slag wil met windenergie. Lage Weide komt uit de provinciale planMER ook als kansrijke locatie naar voren. 16

Planschade/ Nadeelcompensatie

De provincie geeft gemeenten de kans om zelf actief met windenergie aan de slag te gaan en op die manier te voorkomen dat de provincie haar rol als bevoegd gezag inzet. Daarvoor moeten gemeenten met een raadsbesluit aangeven waar ze actief met windenergie aan de slag gaan. Wanneer een gemeente onvoldoende actief is, kan de provincie met een projectbesluit zelf een gebied gaan ontwikkelen. Omdat de gemeente Utrecht wel voornemens is zelf actief met windenergie aan de slag te blijven, ziet het er niet uit dat de provincie in onze gemeente aan de slag gaat. Planschade is vanwege de Omgevingswet onder de noemer Nadeelcompensatie komen te vallen. Nadeelcompensatie gaat over de schade die de overheid rechtmatig veroorzaakt. In de Omgevingswet is voor ruimtelijke besluiten een regeling voor nadeelcompensatie opgenomen. Wat schadeoorzaken zijn, staat in deze wet opgenomen. Beleidsnota's kunnen worden gezien als een omgevingsvisie onder de Omgevingswet. Dit zijn geen schadeoorzaken, omdat ze geen rechtstreekse rechten en verplichtingen voor inwoners en bedrijven hebben. Daarom valt een beleidsnota niet onder de reikwijdte van nadeelcompensatie. Nadeelcompensatie kan wel optreden wanneer er sprake is van een concreet project. Het gaat dan om een omgevingsvergunning of een wijziging van het omgevingsplan. Een verzoek om nadeelcompensatie wordt bij de gemeente ingediend.

Wij beoordelen of inderdaad sprake is van nadeelcompensatie. U moet goed kunnen aangeven dat er schade is door het besluit van de gemeente. Meer informatie is te vinden op Nadeelcompensatie aanvragen | Gemeente Utrecht

Slagschaduw

Ook bij slagschaduw moeten windmolens voldoen aan de actueel geldende normen. Voor slagschaduw betekent dit met de nieuwe normen voor windmolens: maximaal 6 uur per jaar en een op zichzelf staand maximum van 20 minuten per dag. De afstand tot waarop slagschaduw nog moet worden beoordeeld is, net als voorheen, bepaald op twaalfmaal de rotordiameter (Aan deze rotorkop zijn de bladen of wieken gemonteerd. De afstand van het einde van een blad tot het andere uiterste punt noemen we de rotordiameter). In het vervolgproces onderzoeken we op welke wijze de juridische borging van slagschaduw het beste plaats kan vinden, bijvoorbeeld door hiervoor regels in het omgevingsplan op te nemen of hieraan voorschriften in een omgevingsvergunning te verbinden.

Trillingen

Trillingen die door de windmolen in de bodem worden veroorzaakt zijn niet meetbaar op afstanden groter dan enkele meters van de windmolen. Effecten van (bodem)trillingen op honderden meters afstand zijn uitgesloten. Op grond van ervaringen op land blijkt dat fundaties van windmolens geen hinderlijke trillingen doorgeven aan de ondergrond en de omgeving. De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu heeft in 2014 laten weten dat “de bewering in enkele literatuurbronnen dat ook overdracht door de grond plaatsvindt ongegrond is, hetgeen blijkt uit nauwkeurige metingen van trillingsniveaus in de bodem rondom windmolens”.

17

Vervolgproces

Na besluitvorming door de gemeenteraad over de beleidsnota ‘Opwek schone energie in Utrecht’ gaan we samen met inwoners, ondernemers en organisaties uit een focusgebied kijken hoe we energie opwekken kunnen combineren met andere maatschappelijke opgaven zoals groen, sport, bedrijven en andere voorzieningen. We kijken dan ook hoe de opwek van schone energie zo min mogelijk gevolgen heeft voor de omgeving. Als de uitkomst van het vervolgproces is dat opwek van schone energie door wind of zon mogelijk is, zorgen we ervoor dat inwoners lokaal kunnen profiteren van de opbrengsten. In de ontwerp beleidsnota stellen we minimaal 50 procent lokaal eigendom te eisen voor wind- en zonneenergieprojecten. Voor gebieden waar meerdere maatschappelijke opgaven samen komen, zoals in Lage Weide, doorlopen we een integraal gebiedsproces. Hierin heeft de gemeente een regierol in het inventariseren van alle opgaven in het gebied en het in kaart brengen van de wensen en zorgen van omwonenden, bedrijven en maatschappelijke organisaties.. We kijken naar de oplossingen om mogelijke overlast te beperken, wat de opwek van energie voor het gebied kan opleveren en hoe we lokaal eigendom kunnen organiseren. Ook doen we nog specifiek onderzoek naar de locatie. We brengen hierbij in kaart wat binnen de huidige wet- en regelgeving mogelijk is. Dit doen we samen met bewoners en betrokken partijen.

De uitkomsten van het gebiedsproces vormen de basis van een toetsingskader of een integraal programma van eisen die aan het college van burgemeester en wethouders wordt voorgelegd. Samen met bewoners en betrokken partijen bepalen we onder welke voorwaarden schone energie opgewekt mag worden (als uit de onderzoeken blijkt dat het kan). De gemeenteraad is bevoegd gezag (neemt beslissingen) als er een nieuw omgevingsplan wordt vastgesteld. In het omgevingsplan zijn de algemene regels van de gemeente voor de fysieke leefomgeving opgenomen. Hierin staat per gebied aangegeven welke activiteiten de gemeente wel of niet toestaat, bijvoorbeeld wonen, recreatie of bedrijvigheid. Bij het stellen van regels houdt de gemeente rekening met alle betrokken belangen. De gemeente heeft een eigen afwegingsruimte voor het afwegen van die belangen. Het college is bevoegd gezag (neemt beslissingen) voor het verlenen van (afwijk)omgevingsvergunning. Als een omgevingsvergunning aangevraagd wordt die binnen het omgevingsplan past, is het college bevoegd gezag om deze eventuele omgevingsvergunning te verlenen. Als er een omgevingsvergunning aangevraagd wordt, die niet binnen het omgevingsplan past, dan wordt deze aanvraag voor een (afwijk)omgevingsvergunning aan de gemeenteraad voorgelegd. Het verzoek aan de raad is dan om een bindend advies te geven.

Deze werkwijze is afgesproken in het "Raadsvoorstel Bevoegdheden Omgevingswet: delegatie wijziging omgevingsplan en bindend advies bij afwijkvergunningen november 2023. Nadat de omgevingsvergunning is afgegeven, kan de initiatiefnemer aan de slag met de realisatie van het initiatief. Tegen zowel de vaststelling van een omgevingsplan als een omgevingsvergunning staan rechtsmiddelen op zoals zienswijze, bezwaar en beroep.

18

Wind op land versus wind op zee

Vervolgproces zoekgebieden wind en zon In de zoekgebieden zetten we ons in om de mogelijkheden voor schone energie te vergroten. We doen dit in samenhang met andere opgaven in het gebied en in overleg met bewoners en betrokken partijen. Windenergie op land biedt verschillende voordelen en nadelen in vergelijking met windenergie op zee. Een belangrijk voordeel van windenergie op land is dat de kosten voor installatie en onderhoud vaak lager zijn dan die voor windparken op zee. Bovendien zijn de verbindingen met het elektriciteitsnet meestal eenvoudiger en goedkoper aan te leggen. Door het volle stroomnet (netcongestie) is het belang van lokaal energie opwekken groter geworden. Dit betekent dat de energie van windmolens direct gebruikt kan worden door een bedrijf of instelling in de buurt. Hierdoor komt er meer ruimte op het stroomnet. . Aan de andere kant zijn er ook nadelen, zoals de visuele impact op het landschap en mogelijke geluidsoverlast voor omwonenden. Windenergie op zee kent ook zowel voor-als nadelen. Een groot voordeel is dat er op zee doorgaans meer wind is, wat leidt tot een hogere en stabielere energieopbrengst. Ook is er voor wind op zee een groot schaalvoordeel. Daarnaast hebben windparken op zee minder impact op het landschap en veroorzaken ze geen geluidsoverlast voor mensen. Echter nadelen van windenergie op zee zijn er ook.

Denk onder meer aan de hogere kosten voor installatie en onderhoud en de technische uitdagingen, die gepaard gaan met het werken in een maritieme omgeving. Het aanleggen van verbindingen met het elektriciteitsnet is complexer en duurder dan bij windparken op land. Er vinden dan meer transport verliezen plaats dan bij wind op land. Ook zijn de transportkosten van de elektriciteit aanzienlijk hoger aangezien de kabels tientallen kilometers lang zijn voordat ze aan land komen. Samenvattend, zowel windenergie op land als op zee hebben voor- en nadelen en bieden uitdagingen. Een evenwichtige combinatie van beide kan bijdragen aan een betrouwbare en schone energievoorziening.

Windenergie op Lage Weide Besluitvorming windmolens op lage weide in 2014

In 2014 is heeft het initiatief voor windmolens op Lage Weide geen meerderheid gekregen in de gemeenteraad. Het ging om een initiatief voor 4 tot 6 windmolens van de lokale energiecoöperatie Energie-U. Reden dat het initiatief toen niet doorging, was dat er onvoldoende draagvlak was binnen de gemeenteraad. Er lag een voorstel dat voldeed aan de wettelijke eisen en daar bovenop extra maatregelen in relatie tot gezondheid. In de afgelopen tien jaar is er veel veranderd. Destijds lag er al wel een Energieakkoord, maar nog geen concrete doelen per gemeente om mee aan de slag te gaan. Ondertussen is in 2019 het Klimaatakkoord (zie antwoord Klimaatakkoord) afgesloten en zijn er regionale energiedoelen in de regionale energiestrategieën (RES) gekomen. Utrecht is onderdeel van de RES U16, die als doel heeft om in 2030 1,8 TWh duurzame elektriciteit op te wekken met wind- en zonne-energie. We nemen als gemeente onze verantwoordelijkheid om hieraan mee te werken. In het coalitieakkoord is afgesproken dat de gemeente met alle locaties die gunstig uit het planMER komen aan de slag gaat. Lage Weide komt gunstig uit het planMER in vergelijking met de andere onderzochte gebieden. Dat is overigens in lijn met de eerder uitgevoerde onderzoeken en opgestelde planMER voor het initiatief van Energie-U op Lage Weide.

19

Ontwerpbesluit Windmolens Leefomgeving

Bij de vaststelling van de RSU in juli 2021 is Lage Weide aangewezen als zoekgebied voor windenergie. Tevens heeft de gemeenteraad op 11 november 2022 een motie aangenomen waarin staat: “verken zorgvuldig windenergie op Lage Weide rekening houdend met de buurt”. Dit betekent dat de huidige verkenning op draagvlak kan rekenen van de gemeenteraad, mits rekening wordt gehouden met de buurt. Aan dat laatste aspect geven we invulling door een uitgebreid participatieproces op te starten. Sinds 2009 staan de landelijke milieuregels voor molens in het Activiteitenbesluit. De regels heten ook wel ‘algemene regels’, omdat de regels van het Rijk zijn en voor het hele land gelden. De milieuregels voor windmolens gaan over geluidoverlast, schaduw en lichtweerkaatsing van de bewegende wieken (slagschaduw en lichtschittering), en de toegestane veiligheidsrisico’s (ook wel ‘externe veiligheid’ genoemd). Bij de beoordeling of een windmolen of een windpark mogelijk is, gingen overheden ervan uit dat de overlast door de windmolens aanvaardbaar was als het aan deze algemene regels kon voldoen. De Raad van State gaf dan ook groen licht voor vele windprojecten op land. Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet staan deze regels in het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL). Dat is de opvolger van het Activiteitenbesluit.

In 2021 heeft de Raad van State in Nederland aangegeven dat het niet juist is om besluiten voor windparken met behulp van de algemene regels uit het Activiteitenbesluit te beoordelen. Het Europese Hof oordeelde namelijk dat die algemene regels zijn gemaakt zonder onderzoek naar de mogelijke milieueffecten (MER) van deze algemene regels. Dit had wel gemoeten, omdat de ‘Europese richtlijn voor strategische milieubeoordeling’ dit eist. Sinds juli 2021 gelden daarom de algemene milieuregels niet meer. Het Rijk wil graag dat er nieuwe algemene milieuregels komen voor windmolens. Zonder die regels moet ieder windproject individueel beoordeeld worden op de effecten voor het milieu en de vraag of die effecten acceptabel zijn. Het Rijk vindt dat geen wenselijke situatie. Daarom is onderzoek gedaan naar de milieueffecten van mogelijke nieuwe algemene regels. Er bestaan nu dus drie verschillende “regimes” rondom de normering van windmolens: 1. Windmolens die zijn getoetst op basis van het Activiteitenbesluit (situatie voor 2021). Dit zijn de windparken die veelal al in bedrijf zijn. 1. De huidige situatie waar er per windpark beoordeeld moet worden of de effecten acceptabel zijn. Dit is bijvoorbeeld Windpark Rijnenburg en Reijerscop, waar op basis van locatiespecifiek onderzoek geluidsnormen zijn vastgesteld. 3.

Wanneer de windturbinenormen ingaan (verwachting zomer 2025) ontstaat er weer een nieuwe (juridische) situatie of regime waar de normen anders zijn. De ontwerpnormen staan op: Milieunormering windmolens | Helpdesk Wind op Land. Hiervan is nog geen voorbeeld omdat dit nu nog niet aan de orde is. Wat het concreet betekent qua afstanden vanwege geluid en slagschaduw kan pas bepaald worden als er een exacte locatie in beeld is en duidelijk is hoe hoog de windmolens worden. Op basis van die gegevens kan nauwkeuriger vastgesteld worden wat de te verwachten geluidsbelasting is. Er kunnen daarom verschillen tussen windparken ontstaan. Bijvoorbeeld in de afstand tot woningen of in de normering van geluid en slagschaduw, zelfs binnen dezelfde gemeente. De rechtszekerheid is echter in elke situatie gelijk: wanneer u belanghebbend bent kunt u altijd de gang naar de rechter maken. 20

De nieuwe normen die naar verwachting vanaf zomer 2025 gaan gelden, staan in het Ontwerpbesluit Windmolens Leefomgeving. Dat is een wijziging in het eerdergenoemde BAL. Het Besluit Windturbines Leefomgeving Ontwerpbesluit Windturbines Leefomgeving is nog niet definitief. We weten niet precies wanneer het ontwerpbesluit definitief wordt. Er wordt gestreefd om de nieuwe milieunormen wind op 1-7-2025, mede omdat op die datum de overbruggings-AMvB voor bestaande windturbines dan verloopt. Er kunnen nog veranderingen plaatsvinden. Wat in deze beantwoording staat wat betreft het Ontwerpbesluit Windturbines Leefomgeving kan dus nog veranderen. Er kunnen daarom geen rechten worden ontleend aan de beantwoording van de zienswijze wat betreft het Ontwerpbesluit Windturbines Leefomgeving tenzij deze ook staan in de definitieve Besluit Windturbines Leefomgeving.

Zienswijze en bezwaar

Voor meer informatie: Onderzoek afstandsnormen windturbines | Rapport | Rijksoverheid.nl In een aantal reacties wordt bezwaar aangetekend. Formeel kan er geen bezwaar of beroep worden ingesteld tegen de vaststelling van beleid, een beleidsregel of verordening. Dit is bepaald in de Algemene Wet Bestuursrecht. Wij beschouwen de bezwaren als zienswijzen op de ontwerp beleidsnota en hebben deze reacties ook als zodanig meegenomen en beantwoord.

3.2. Beantwoording zienswijzen per ingediende zienswijze De reacties zijn per thema gebundeld. In de eerste kolom staan de nummers van de binnengekomen reacties. In de tweede kolom staat een samenvatting van de ingediende reacties. In de derde kolom staat de gemeentelijk beantwoording op de reacties. De vierde is een samenvatting van de conclusie.

21

NR.

Zienswijze

1

Zienswijze 1

1.1

Ik schrik hiervan, hoe kun je nu in zo’n dicht bevolkt gebied windmolens plaatsen, wetende dat uit onderzoek blijkt, dat omliggende wijken hier enorm veel overlast van krijgen. Ik maak hierbij bezwaar tegen de windmolens in lage weide in Utrecht en zal verdere stappen niet schromen. In hoeverre wordt hier rekening mee gehouden?

1.2 1.3

1.4 1.5

Over aard warmte wat is hier voor nodig..? Boringen in de grond..? Hoe verkrijg je dit..? We wonen hier dicht op elkaar te dicht in Utrecht dus hoe wil je hier nog windmolens tussen proppen zonder dat mensen deze kunnen horen en voelen.

2

Zienswijze 2

2.1

De reden van mijn verhuizing was dat ik last had van laag frequent geluid in mijn oude appartementencomplex. Ik ben hier gevoeliger voor dan de gemiddelde mensen van mijn

Antwoord

Wijziging

Zie het antwoord: • Geluid • Geluid Lage Weide Zie het antwoord: • Bezwaar Zonnevelden en windmolens worden binnen de zoekgebieden zo goed mogelijk ingepast om mogelijke overlast te beperken, binnen de geldende wet en regelgeving. Dat betekent voor zonneveleden bijvoorbeeld een goede landschappelijke inpassing en voor windmolens voldoende afstand tot geluidgevoelige objecten of gebruikmaken van een stilstand voorziening. Na het vaststellen van zoekgebieden gaan we in de gebieden die vastgesteld zijn als focusgebied aan de slag met gebiedsprocessen. Tijdens de gebiedsprocessen gaan we de gesprekken aan met bewoners en belanghebbenden over hoe we de overlast in dat gebied zo veel mogelijk kunnen beperken. We maken daarover dan ook concrete afspraken voor een project in dat gebied Zie het antwoord: • Aardwarmte Schone, duurzame energie is beter voor het milieu en het klimaat dan fossiele energie. Fossiele energie zorgt voor vervuiling en een versterking van het broeikaseffect, wat klimaatverandering tot gevolg heeft. Energie die is opgewekt met windmolens of zonnepanelen stoot geen CO2 uit en heeft die globale, nadelige effecten niet. Dat neemt niet weg dat wind- en zonne-energie lokaal wél nadelige effecten kunnen hebben. Daar zijn we ons van bewust en die willen we zo veel mogelijk beperken. Daarover gaan we in het gebiedsproces het gesprek aan.

Wat ontzettend vervelend om te horen dat u zo’n last heeft van laagfrequent geluid. De mogelijke komst van windmolens in uw nieuwe buurt, die ook laagfrequent 22

leeftijd, maar de afgelopen 1,5 jaar ben ik echt door een hel gegaan doordat ik op mijn oude plek last had van laag frequent geluid.

geluid kunnen produceren, moet een schok zijn geweest. We kunnen ons niet voorstellen hoe dit is en stellen het op prijs dat u uw ervaringen met ons deelt. We komen graag met u in gesprek om te bespreken hoe we uw gezondheidssituatie zo goed mogelijk mee kunnen nemen in het gebiedsproces en de randvoorwaarden die we daarin gaan opstellen.

Ik wil hier dan ook ernstig bezwaar tegen maken. Ik kan nu eindelijk beginnen met mijn leven en het laatste wat ik wil is weer terug naar die ellende. Er is bewezen dat windmolens een slechte invloed kunnen hebben op de gezondheid en zelf heb ik ervaren dat je mentaal ook echt kapot kan gaan We willen dat de overlast voor de omgeving zoveel aan dit soort dingen. Zelfs zo erg dat je het leven niet meer mogelijk beperkt worden. Daarom gaan we ook, na op die manier kan dragen. Rust is zo belangrijk om te kunbesluitvorming van de raad, snel met omwonenden in nen blijven functioneren. Ik hoop dat de gemeente Utrecht gesprek om samen te kijken hoe we het woonwelzijn aan het welzijn van haar bewoners denkt en dit op de eerste kunnen behouden en overlast zoveel mogelijk kunnen plaats zet. beperken. Zie hiervoor verder ook de antwoorden: • Geluid Lage Weide • Laagfrequent geluid (LFG) Bezwaar 3

Zienswijze 3

3.1

De windmolens zouden al jaren geleden op Lage weide geplaatst worden. De bewoners hebben toen tegen gestemd. Toen is er geoordeeld dat windmolens niet binnen 600m van woningen mogen ivm overlast. Daar is geen verandering in gekomen. Dit is proberen het alsnog door te drukken. Windmolens zijn achterhaald kwa schoon en milieuvriendelijk. Er gaat enorm veel beton in de voet (hoeveel CO2 is dat, al eens uitgerekend? Ook vermorzelt het veel diversiteit in de vogelstand, al een rekensom gemaakt? Ook zit er olie in de lange buis om de wieken te laten draaien, wat eens per jaar vervangen moet worden. Al uitgerekend wat voor een vervuilling dat met zich meebrengt? Verder heeft een windmolen een relatief korte levensduur, het kost dus te veel geld. Hierbij mijn 2e informatie bestand over plaatsing windmolens (op Lage Weide, en in principe geldt het

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=26726b94-54f1-4061-9fbc-b8de1763a391