CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van uitgangspunten 'Tijd voor een nieuw Pact!'

Commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie (2022-2026) 5 februari 2026, gemeente UtrechtBij agendapunt: Initiatiefvoorstel 'Tijd voor een nieuw Pact'5.211 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Tijd voor een nieuw pact! Nota van Uitgangspunten Thuiszittersaanpak Gemeente Utrecht

Maartje Vermeulen en Hester Assen GroenLinks en PvdA Utrecht

Aanleiding Het aantal thuiszitters neemt toe Er is een groeiende groep kinderen die om uiteenlopende redenen niet naar school gaat, terwijl ieder kind recht op onderwijs heeft. Onderzoeken vanuit de kinderombudsman, de oudervereniging Balans en de vakvereniging van leerplicht Ingrado bevestigen deze trend. Deze kinderen worden ook wel thuiszitters1 of schoolmissers genoemd. Beide termen zijn niet ideaal en doen geen recht aan de kinderen en jongeren waar het om gaat. Toch is er op dit moment nog geen goed alternatief en is het wel de terminologie die terugkomt in beleid en onderzoek. Dat is dan ook de reden dat ze in deze notitie worden gebruikt. We hopen dat bij de komst van een nieuw pact er betere bewoordingen zullen zijn. Thuiszitten is een ingrijpende vorm van kansenongelijkheid die we moeten bestrijden. Daarom hebben we in de Utrechtse gemeenteraad op verschillende momenten aandacht gevraagd voor leerlingen die thuiszitten met schriftelijke vragen, een ouderbijeenkomst Raadsinformatiebijeenkomst (Rib) en in debatten. Met dit initiatiefvoorstel willen wij de trend waarbij steeds meer leerlingen thuis komen te zitten keren. We willen met jongeren, ouders, leraren, scholen, samenwerkingsverbanden en de andere kernpartners de handen ineenslaan om ervoor te zorgen dat meer kinderen in Utrecht onderwijs kunnen volgen dankzij een nieuw samenwerkingspact.

We zien dat in Utrecht de gemeente, scholen, het samenwerkingsverband en andere partners hun best doen om ervoor te zorgen dat minder kinderen thuiszitten. Maar: ondanks alle inspanningen, neemt het aantal kinderen dat thuis zit ook hier nog steeds toe.2 In Utrecht waren er in schooljaar 2023-2024 volgens de officiële telling in het jaarverslag van Leerlingzaken 215 kinderen die langer dan vier weken thuiszaten terwijl zij wel een schoolinschrijving hadden. 185 van hen zaten langer dan drie maanden thuis. Naast deze groep waren er 148 kinderen zonder schoolinschrijving op enig moment gedurende het schooljaar, waarvan 116 langer dan drie maanden. De groep is eigenlijk nog veel groter Het is aannemelijk dat er nog een veel grotere groep thuiszittende kinderen is in Utrecht dan de officiële cijfers suggereren. Voor heel Nederland geldt dat de aantallen van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap duidelijk lager liggen dan die uit de onderzoeken van de kinderombudsman en onderzoeken van Ingrado en Balans. Zo schat oudervereniging Balans 70.000 kinderen die thuiszitten en geen volwaardig onderwijs krijgt.

We vinden 'thuiszitters’ een ongelukkige term. Het suggereert dat de problemen thuis zijn in plaats van op school en in het onderwijssysteem. ‘Zitten’ suggereert bovendien inactiviteit bij kinderen, terwijl ouders en het kind vaak van alles doen om alsnog ontwikkeling mogelijk te maken. In wetgeving en onderzoeken wordt wel deze terminologie gebruikt en daarom komt dit ook nog terug in dit voorstel. Schoolmissers zou een vervanging kunnen zijn, maar heeft ook nadelen. In deze notitie gebruiken we ze beiden. De term schooluitval zie je ook. In beleid wordt ‘schooluitval; vooral gebruikt al het gaat over jongeren die stoppen met onderwijs om te gaan werken. 2 Raadsbrief Voortgangsrapportage passend onderwijs en voortijdig schoolverlaten Q1 2025 Utrecht - iBabs Publieksportaal 1

2

Vakvereniging Ingrado heeft het over 40.000 kinderen, terwijl het ministerie spreekt van 15.000 thuiszitters in schooljaar 2023-2024.3 Een deel van de leerlingen die (tijdelijk) school missen is ook in Utrecht niet goed in beeld. Op dit moment telt de gemeente Utrecht namelijk alleen de kinderen mee die:4 • • • •

Leerplichtig zijn maar geen schoolinschrijving hebben Kinderen die een vrijstelling hebben op basis van de leerplichtwet Kinderen die meer dan 16 uur in vier weken ongeoorloofd verzuimen én ingeschreven staan op een school Kinderen die meer dan vier weken achter elkaar verzuimen; zij worden officieel geregistreerd als thuiszitter

Thuiszitten en niet naar school kunnen is een complex probleem. Thuiszitten heeft zelden één aanwijsbare, wegneembare oorzaak. Bij thuiszittende kinderen is er vaak sprake van complexe, samenhangende problemen op meerdere levensgebieden. Bijvoorbeeld: • • •

Individuele (kindgebonden) factoren, zoals psychische problematiek, ziekte of lichamelijke klachten; omgevingsfactoren, zoals thuissituatie, rol ouders, medeleerlingen, relatie leerlingdocent; factoren in (school of onderwijs) systeem, zoals verzuimbeleid, klassengrootte, schoolklimaat, gebrek aan flexibiliteit, maatwerk en differentiatie, wachtlijsten.

Kinderen die niet meegeteld worden als thuiszitter, maar toch geen volledig onderwijs volgen, zijn bijvoorbeeld: • • • • •

Kinderen die wel naar school gaan, maar niet volledig het onderwijs volgen. Kinderen die minder dan vier weken aaneengesloten geoorloofd verzuimen door ziekte. Kinderen die niet in staat zijn een hele week onderwijs te volgen, en af en toe op school komen. Kinderen die onder de Variawet vallen. Kinderen die bijna leerplichtig zijn en nog niet zijn aangemeld voor een basisschool.

Het is goed voor te stellen dat dit kinderen zijn die onderwijs missen, maar volgens de officiële definitie geen ‘thuiszitter’ zijn. Je kunt bijvoorbeeld van een leerling die maar enkele keren per week naar school gaat kunnen niet zeggen dat die op een stabiele manier onderwijs krijgt. Toch telt die dan niet mee als ‘thuiszitter’. De praktijk is vaak niet zo zwartwit, wat het goed in beeld krijgen van thuiszitters bemoeilijkt. Daarom weten we niet precies hoe groot het probleem is. Gezien alle onderzoeken die hiernaar zijn gedaan kunnen we wel aannemen dat de groep die onderwijs mist veel groter is dan de officiële telling van het Rijk.5

file in deze file van DUO staand de meest recente landelijke totalen. Inclusief Absoluut Verzuim zijn dat er 14979 4 Schriftelijke vragen 2025 no 22 5 Ministerie Onderwijs Cultuur en Wetenschappen, Beter zicht op Verzuim 2025; Jeugdvisie;

3

Tussenfase Er is juist in de fase dat een leerling begint met het missen van onderwijs extra aandacht nodig vanuit de school, en niet pas wanneer de leerling daadwerkelijk officieel thuis komt te zitten. Onder andere vakvereniging Ingrado pleit daarom voor een preventieve aanpak. Volgens het onderzoek ‘Niet thuisgeven. Onderzoek naar thuiszitters en schooluitval’ is het belangrijk dat scholen (nog) meer aandacht hebben voor de persoon en omstandigheden achter de leerling. Het zegt dat belangrijk is om te kijken of kinderen met een aantal interventies ook op dezelfde school kunnen blijven. Voor kinderen die dreigen uit te vallen, is het extra belangrijk dat de school, samen met het samenwerkingsverband of buurtteam en ouders, aandacht heeft voor de dingen die ervoor kunnen zorgen dat de leerling onderwijs kan volgen en naar school kan blijven gaan. Nu horen we dat ouders soms niet weten bij wie ze terecht kunnen met vragen, terwijl er wel een ouderconsulent en een onafhankelijk ouder en steunpunt bestaat, maar dit niet bekend is bij betrokkenen. Enkele scholen in Utrecht zijn voortvarend bezig om meer aandacht te hebben voor deze tussenfase. Zo zijn er inmiddels trajectvoorzieningen of prikkelarme ruimten. Dit is alleen nog niet overal in dezelfde mate het geval.

Ook wanneer er wel passend aanbod is, leiden wachtlijsten in zorg en onderwijs er soms toch toe dat dreigend thuiszitten ook tot volledig thuiszitten leidt. En dan komt de Utrechtse thuiszittersaanpak in beeld. Het Utrechtse samenwerkingspact ‘van thuiszitten naar schoolgaan’ is bijna tien jaar oud en toe aan een update. Maar het pact alleen aanpassen is niet genoeg: gezien de stijging in het aantal kinderen dat thuiszit en de inmiddels opgedane kennis en ervaring, stellen wij voor dat er een nieuw pact komt waarin een preventieve thuiszittersaanpak wordt afgesproken door iedereen die voor het Utrechtse onderwijs werkt. We bouwen voort op de al bestaande kernpartneraanpak, omdat we zien dat scholen, het samenwerkingsverband en leerplicht de wil hebben hier gezamenlijk in op te trekken en elkaar te versterken. Een nieuw pact zal ook een nieuwe focus aanbrengen in de aanpak. Tijd voor een nieuw pact! In de Werkagenda Route naar inclusief onderwijs 2035, de diverse rapportages Passend Onderwijs en de bijbehorende tussenrapportage 'Beter zicht op verzuim' wordt duidelijk dat we anders en breder moeten gaan kijken dan bij het pact in 2016 werd gedaan, juist omdat thuiszitten een proces is dat niet van de ene op andere dag ontstaat en er verschillende factoren een rol spelen op leerling-, omgeving- en systeemniveau.

Dit wordt onderschreven door rapporten van belangenorganisaties Oudervereniging Balans en Ingrado, zoals het rapport Thuiszitters tellen en het Inspiratiedocument Brede thuiszittersaanpak en zien we ook terug bij andere gemeenten in het land.6 Wij willen opvolging geven aan deze ontwikkelingen en dit een plek geven in het Utrechtse beleid. Daarnaast vinden wij dat de gemeente en de partners van de Utrechtse Onderwijsagenda zich moeten committeren aan het probleem van thuiszitters.

6

Bijlage 2: Trends en ontwikkelingen

4

Op dit moment zegt de Utrechtse Onderwijsagenda (hierna: UOA) 2024-2028 over onderwijsdeelname het volgende: “Een doorlopende ontwikkellijn vraagt om een ander perspectief op leerplicht. Daarom stellen we aanwezigheid centraal in plaats van verzuim; van leerplicht naar ontwikkelrecht.” Dit wordt uitwerkt in ambitie 32 van de UOA: “De kernpartners maken een plan om hun werkwijze af te stemmen op aanwezigheid - in plaats van verzuim - als uitgangspunt in de samenwerking.” Op thuiszittende kinderen specifiek wordt niet ingegaan in de UOA. Wat ons betreft zouden zij wel een plek hierin moeten krijgen Een nieuw pact met scholen, gemeente en andere samenwerkingspartners gaat helpen om alle betrokken partijen actiever te committeren aan een aanpak tegen thuiszitten en verschillen die er nu soms zijn tussen scholen te verkleinen. Ook moet een nieuw pact een bevestiging zijn van hetgeen waarvan we weten dat goed werkt. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van ervaring vanuit jongeren, ouders en andere betrokkenen bij de Utrechtse Aanpak.

Diverse gemeenten hebben de afgelopen jaren hierin ervaring opgedaan, bijvoorbeeld met het betrekken van ervaringsdeskundigen, het in kaart brengen van de doelgroep, organiseren van dekkend aanbod en het maken van een collectieve preventieve aanpak7; ook dat moet onderdeel worden van een nieuw pact en hebben we een plek gegeven in de volgende uitgangspunten.

7

Bijlage 2 Analyse Trends en Ontwikkelingen.

5

Uitgangspunten Wij willen dat de gemeente een nieuw samenwerkingspact afsluit, waarin nieuwe afspraken worden gemaakt, die aansluiten bij de huidige trends en ontwikkelingen en breder wordt opgepakt dan alleen gemeente en samenwerkingsverbanden, maar dat ook scholen en ervaringsdeskundigen, zoals ouders en jongeren hier een rol in hebben om echt het tij te keren. Wij denken dat de betrokken partijen gezamenlijk tot nieuwe afspraken kunnen komen en hebben enkele uitgangspunten omschreven die hiervoor de basis kunnen zijn. Uitgangspunt 1: Elk kind heeft het recht om te leren en te ontwikkelen Het uitgangspunt voor deze aanpak moet zijn dat ieder kind recht heeft op onderwijs. Dit is ook steeds uitgangspunt geweest van de onderzoeken van de kinderombudsman en vindt zijn grondslag in het kinderrechtenverdrag. School, gemeente en de zorgpartners moeten het systeem zo proberen in te richten, dat ieder kind met plezier naar school gaat en gezien en gehoord wordt op school. En wanneer het niet goed gaat er voldoende ondersteuning is om volwaardig onderwijs te kunnen volgen, denk daarbij ook aan het tegengaan van wachtlijsten en te zorgen voor dekkend aanbod. In de Utrechtse Onderwijsagenda is hier aandacht voor en wordt al ingezet op de ontwikkeling van leerplicht naar ontwikkelrecht.

Toch lukt het nog niet altijd en vooral de verschuiving in het denken, dat het niet alleen wat vraagt aan ondersteuning op maat, maar ook van de onderwijscontext zou onderdeel zijn van het nadenken over de afspraken in een nieuw pact. Het gaat erom dat we blijven inzetten op inclusief onderwijs met goed onderwijs en een goed pedagogisch leerklimaat. Wij vinden het belangrijk om dit als eerste uitgangspunt te benoemen bij het opstellen van het pact, omdat een schoolsysteem waarin voor iedereen plek is het uiteindelijke doel zou moeten zijn. Uitgangspunt 2: Scholen hebben een actieve rol in een preventieve collectieve aanpak Om ervoor te zorgen dat er in Utrecht een onderwijsklimaat is waarin alle kinderen kunnen gedijen is het belangrijk dat scholen hierin actief meedenken. Hoe zorgen we voor een stevige pedagogische basis? Hoe kunnen we kinderen binnenboord houden? Hoe houden we binding met leerlingen en ouders? We willen meer inzetten op voorkomen zodat we genezen op een later moment voorkomen; zorgen voor een schoolbrede preventieve aanpak is daarom belangrijk. Het gaat dan om de ontwikkeling waarbij de school inzet op het voorkomen van uitval en inzet op aanwezigheid, bijvoorbeeld door rekening te houden met roostering, aanwezigheidsbeleid en het uitwisselen van helpende interventies tussen scholen.

Er zijn verschillende voorbeelden in het land die hier mee bezig zijn, de meest bekende is De Twentse Belofte en inmiddels is in onze regio het samenwerkingsverband ZOUT met een schoolaanwezigheidspact gestart. Deze ontwikkeling heeft navolging gekregen in een wetsvoorstel om schoolverzuim tegen te gaan. Zowel de Raad van State als andere organisaties zien voordelen, maar noemen ook dat inzet op registratie niet automatisch het probleem van schoolverzuim en thuiszitten oplost. Hier is meer voor nodig en dat delen wij. Focus op volwaardig onderwijs en goede begeleiding is de basis.

6

Uitgangspunt 3: Niets over ons, zonder ons: Leraren, ouders én jongeren hebben een actieve rol bij het opstellen van een nieuw pact In het proces richting dit voorstel hoorden we veelvuldig dat ouders mee willen denken om te voorkomen wat er bij hun kind is gebeurd en om te voorkomen dat we niet in valkuilen stappen die lijken problemen op te lossen, maar uiteindelijk het systeem ingewikkelder maken. We zien dat er ouders zijn die mee willen en kunnen denken. Zo weten we inmiddels zowel uit onderzoek als uit gesprekken met ouders dat bewoordingen als ‘thuiszitters’ of ‘zorg is voorliggend’ niet helpend zijn. Jongeren weten ook vaak wel waarom het niet lukte om naar school te gaan en wat uiteindelijk wel hielp om de stap te zetten. Ook leraren hebben inzicht in wat er in de klas en school werkt en haalbaar is. In het eerdere pact ging het vooral om de ondersteuning van kinderen om terug te keren naar school. Nu willen we ervoor zorgen dat het een gezamenlijke commitment is om alle kinderen in het onderwijs te houden. In verschillende gemeenten is afgelopen jaren gekozen om te komen tot een nieuw samenwerkingspact, voorbeelden hierin zijn Den Bosch en regio West-Friesland.

Uitgangspunt 4: Houd het overzichtelijk voor betrokkenen Het is belangrijk dat er een dekkend netwerk is om ouders en kinderen te ondersteunen, maar we horen terug dat er soms wel erg veel mensen betrokken zijn, zonder dat ouders het gevoel hebben dat er iemand echt naast ze staat. Het is voor gezinnen niet altijd duidelijk wie welke rol heeft, en dat maakt het onoverzichtelijk voor het kind en de ouder(s). Zo kan er bij één leerling al betrokkenheid zijn van: een leerkracht, een zorgcoördinator, een jeugdarts, de leerplichtambtenaar, het samenwerkingsverband, de jeugdgezondheidszorg, het buurtteam en aanvullende jeugdhulp. Dit is zowel een vloek als een zegen, want er zit ontzettend veel expertise aan tafel, maar de veelheid aan betrokkenen kan overweldigend zijn en voor verwarring en vertraging zorgen. Regie is hierbij belangrijk. Dit was al een afspraak in het eerdere pact, maar dat was toen vooral gericht op de onderlinge samenwerking, terwijl we nu zien dat ouders en kind een volwaardige plek moeten hebben in de kernpartneraanpak. Wat we terug horen is dat ouders stress ervaren wanneer hun kind niet langer school wil of kan en niet weten wie hun van onafhankelijk informatie kan voorzien. Het is voor ouders mogelijk om een onafhankelijke onderwijsconsulent te benaderen voor begeleiding en ondersteuning, maar dat weten veel ouders niet.

Informatie moet duidelijk en (on- en offline) makkelijk te vinden zijn. Ouders moeten weten dat ze hulp kunnen krijgen via het ouder- en jeugdsteunpunt van het samenwerkingsverband, hoe ze het steunpunt kunnen bereiken en dat er een routekaart is om te helpen. Ouderbetrokkenheid komt expliciet terug in het pact, met aandacht voor de minder mondige ouders die de weg binnen het systeem minder goed weten. De vindbaarheid van de informatie moet beter. Uitgangspunt 5: Samen leren De afgelopen 10 jaar is er veel gebeurd, denk maar aan de impact van de coronaperiode op het onderwijs en het mentale welzijn van jongeren, de druk op de jeugdzorg, lerarentekort. Inmiddels is er veel onderzoek gedaan en hebben gemeenten ervaring met allerlei methoden en aanpakken. Daarom is het belangrijk dat er niet alleen aandacht is voor monitoring, maar ook voor kennisdeling. Wij stellen voor dat in aanloop van het nieuwe pact bijeenkomsten worden georganiseerd te komen tot afspraken die breed gedragen zijn en gepresenteerd kunnen worden in het nieuwe pact. Wat ons betreft gaat dit in samenspraak met de Tafel Onderwijs en Jeugd en partners van Utrechtse Onderwijsagenda in een lerende aanpak. 7

Participatie en uitvoering Op dit moment is het oude pact nog geldig. Dit is afgesloten in het kader van het ondersteunen van leerlingen om weer naar school te gaan. Het gaat hier vooral om individuele ondersteuning van kinderen. Omdat we inmiddels weten dat er meer nodig is, willen we ook inzetten op een collectieve preventieve aanpak. Hierbij komen scholen kijken. Als gemeenteraadsleden gaan wij niet over het beleid van scholen, maar is de gemeente wel een belangrijke samenwerkingspartner, bijvoorbeeld via de Utrechtse Onderwijsagenda. Op het thema schooluitval en thuiszitten, via leerplicht, jeugdgezondheidszorg en via de jeugdwet heeft de gemeente taken in de ondersteuning van leerlingen, waarbij afstemming tussen onderwijs en jeugdhulp cruciaal is. Om de aanpak goed vorm te geven, moet de gemeente de krachten bundelen met alle samenwerkingspartners. Dat is dus meer dan alleen de leerplichttaken uitvoeren: het vraagt om een rol als kartrekker in het nieuw af te sluiten samenwerkingspact. Om dit voorstel vorm te geven hebben wij natuurlijk met ouders, scholen, samenwerkingsverbanden en andere belangenorganisaties en gemeenten gesproken. Wij danken alle gesprekspartners voor hun persoonlijke verhaal, tijd en betrokkenheid. De uitvoering en kosten van het nieuwe pact kunnen gekoppeld worden aan het nieuwe jaarplan van de Utrechtse Onderwijsagenda en de onderwijsbegroting.

Daarbij moet budget worden gereserveerd om samen met scholen, ouders en jongeren (die expliciet een stem moeten krijgen in het proces) tot een nieuw pact te komen. Kennisdeling om het thuiszittersprobleem op de agenda te houden is onderdeel van de totstandkoming en uitvoering van het pact. Je kunt hierbij denken aan een symposium of een feestelijke ondertekening van het nieuwe pact.

8

Bronnen Boeken en rapporten: • • •

• • • • •

• •

•

• • • • •

College voor de Rechten van de Mens. (2023). Recht op onderwijs en thuiszitters in Nederland. Geraadpleegd via https://www.mensenrechten.nl Inspectie van het Onderwijs. (2024). De Staat van het Onderwijs 2024. Geraadpleegd via https://www.onderwijsinspectie.nl Jeugdvisie. (2025) Op weg naar inclusief onderwijs....met thuiszitters! Geraadpleegd via: Jeugdvisie. Kinderombudsman. (2013). Geen thuiszitters meer! Onderzoek naar de aanpak van thuiszitten van kinderen die leerplichtig zijn. Den Haag: De Kinderombudsman. Kinderombudsman. (2017). Alle kinderen naar school – Onderzoek naar de uitvoering van het Thuiszitterspact. Den Haag: De Kinderombudsman. Kinderombudsman. (2020). Gelijk naar school – Over gelijke kansen voor kinderen met extra ondersteuningsbehoeften. Den Haag: De Kinderombudsman. Kinderombudsman. (2023). Zorg dat ieder kind gezien wordt – Over jongeren buiten beeld. Den Haag: De Kinderombudsman. Kohnstamm Instituut / Nederlandse Vereniging van Pedagogen en Onderwijskundigen (NVO). (2021). Zicht op thuiszitten. Geraadpleegd via beleidsonderzoek.nl Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. (2016–2023). Landelijke rapportages Thuiszitters. Den Haag: OCW. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Vereniging van Nederlandse Gemeenten, PO-Raad, VO-raad & Jeugdzorg Nederland. (2016). Thuiszitterspact 2016–2020. Den Haag: OCW.

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Vereniging van Nederlandse Gemeenten (2025). Beter Zicht op Verzuim. KBA Nijmegen. Geraadpleegd via: Beter zicht op verzuim - Tussenrapportage | Rapport | Rijksoverheid.nl Nederlands Jeugdinstituut (NJi). (2024). Cijfers over schoolverzuim en thuiszittende leerlingen. Oudervereniging Balans. (2023). Standpunt Thuiszittersproblematiek. Geraadpleegd via https://www.balansdigitaal.nl Oudervereniging Balans. (2024). Thuiszitters tellen 2024 – een ander licht op passend onderwijs. Balans. Rekenkamercommissie Apeldoorn. (2023). Thuiszitters – een zorg? Sociaal-Economische Raad (SER). (2022). Samen uit de knel: Advies over passend onderwijs en jeugdhulp. Den Haag: SER. Geraadpleegd via https://www.ser.nl/nl/adviezen/samen-uit-de-knel

Wet- en regelgeving: • • •

Overheid.nl. Wet terugdringen schoolverzuim. Geraadpleegd via Wetgevingskalender. Inspiratiedocument Brede thuiszittersaanpak. Methodische Aanpak Schoolverzuim.

9

Regionale en lokale bronnen: • •

• • • • • • • • •

Binnenlands Bestuur. (2023, 9 oktober). Utrecht wil kinderrechtenstad worden. Geraadpleegd via https://www.binnenlandsbestuur.nl DUIC. (2024, 4 april). Problemen met thuiszitters op Utrechtse scholen erkend: personeelstekort en bezuinigingen plagen onderwijs. Geraadpleegd via https://www.duic.nl Nationale Onderwijsgids. (2019). Succesvolle aanpak thuiszitters in Den Haag. Geraadpleegd via https://www.nationaleonderwijsgids.nl Onderwijs010. (2023). Taskforce Thuiszitters Rotterdam. Geraadpleegd via https://onderwijs010.nl Samenwerkingsverband Amersfoort. (2023). Onderwijszorgarrangement+. Geraadpleegd via https://www.swvamersfoort.nl Samenwerkingsverband PO ZOUT. (2024). Team ZOUT en ondersteuning thuiszitters. Geraadpleegd via https://www.swvzout.nl Samenwerkingsverband VO-ZOU. (2024). Thuiszittersbeleid en aanpak langdurig verzuim. Geraadpleegd via https://www.swv-vo-zou.nl Utrechts Ombudsloket. (2023). Wat betekent thuiszitten? Geraadpleegd via https://utrechtsombudsloket.nl Wisselwerk Groningen. (2024). Flexibele onderwijszorgvoorziening voor thuiszitters. Geraadpleegd via https://www.wisselwerkgroningen.nl De Bossche Omroep. Nieuwe aanpak thuiszitters in Den Bosch nu al groot succes. KRO-NCRV | Pointer. Thuiszittersprobleem groter dan gedacht in Rotterdam.

10

Bijlagen Bijlage 1: Oude pact: Van-thuiszitten-naar-schoolgaan-versie-16.1113.pdf Onze afspraken 1. Wij verbinden ons in Utrecht aan de landelijke ambitie dat in 2020 geen enkel kind of jongere langer dan drie maanden thuiszit zonder een passend aanbod van onderwijs en/of zorg. Wij zorgen gezamenlijk voor een sluitende aanpak die in het OOGO bestuurlijk bekrachtigd is. 2. Deze sluitende aanpak draait om maatwerk voor kinderen, jongeren en gezinnen. Wij werken met hen aan een sterke basis thuis en op school, bieden steun bij opgroeien en ontwikkelen en zorgen voor specialistische zorg en ondersteuning als het moet. 3. De spil van onze aanpak is het kernpartnermodel. Onze kernpartners bieden kinderen, jongeren en gezinnen begeleiding vanuit hun professie en versterken de school in de basisvaardigheden van goed onderwijs en ondersteuning op maat. 4. Onze aanpak heeft drie pijlers: relatie, registratie en regie. •

We investeren met onze scholen en kernpartners in een goede relatie school – ouders – jongere om te voorkomen dat (school)ontwikkeling stagneert en problemen ontstaan.

•

We werken met onze scholen en kernpartners aan een vroege signalering van verzuim, uitval of belemmeringen en zorgen dat de registratie van verzuim en uitval bij betrokken gemeenten en samenwerkingsverbanden op orde is.

•

We zorgen met onze scholen en kernpartners voor regie bij het vinden van een passend aanbod van onderwijs en zorg en voor bestuurlijke interventie als partijen hierin vastlopen.

5. Wij monitoren de resultaten van onze aanpak maandelijks in het overleg van Leerplicht en samenwerkingsverbanden, tweemaandelijks in ons gezamenlijk kernpartneroverleg en jaarlijks in het OOGO

11

Bijlage 2: Analyse van trends en ontwikkelingen

Met de Werkagenda Route naar inclusief onderwijs 2035, de diverse rapportages Passend Onderwijs en de bijbehorende tussenrapportage 'Beter zicht op verzuim' wordt duidelijk dat we anders en breder moeten gaan kijken dan bij het pact in 2016 werd gedaan, juist omdat thuiszitten een proces is dat niet van de ene op andere dag plaatsvindt en er verschillende factoren een rol spelen op leerling-, omgeving- en systeemniveau. Dit wordt onderschreven door rapporten van belangenorganisaties Oudervereniging Balans en Ingrado, zoals het rapport Thuiszitters tellen en het Inspiratiedocument Brede thuiszittersaanpak en zien we ook terug bij andere gemeenten in het land. Om trends en ontwikkelingen in de aanpak van thuiszitten te analyseren en te kijken wat Utrecht kunnen leren van onderzoeken en ervaringen uit andere gemeenten beschrijven we drie fases: Fase 1 Fase 2 Fase 3

Op school Minder naar school, begeleiding in beeld (dreigend thuiszitten) Langere tijd thuis zitten

Het uitgangspunt, dat je fase 0 zou kunnen noemen, is dat alle kinderen het recht hebben zich te ontwikkelen en onderwijs te genieten. Dit komt terug in het kinderrechtenverdrag en je ziet dat het ook door zowel de landelijke als gemeentelijke kinderombudsman wordt onderstreept’. Ook het onderzoek van Balans en het uitgebreide onderzoek van de kinderombudsman Rotterdam kijken vanuit het kinderrechtenperspectief. Het kijken vanuit het recht van het kind zien we terug in de ingezette verschuiving van leerplicht naar ontwikkelrecht, van reactief naar een meer proactief beleid, waarbij het gaat om de ontwikkeling van het kind faciliteren. Ombudsman Marc Dullaert zegt vanuit dit perspectief dat de definitie die we hebben van thuiszitters niet voldoet. Denkend vanuit het ontwikkelingsrecht zou je het moeten hebben over alle kinderen die geen onderwijs volgen, of het nu ongeoorloofd of geoorloofd is. Hij doet een oproep om het te gaan hebben over schoolmissers en een ontwikkelrecht. Het ontwikkelrecht is een terugkerend thema in onderzoeken en het heeft ook een plek in de Utrechtse Onderwijsagenda (UOA), maar deze agenda heeft het nergens expliciet over het tegengaan van thuiszitters en schooluitval. Dit is opvallend.

Wij denken dat het wel een plek zou moeten krijgen in de doelen van de onderwijspartners, het raakt tenslotte verschillende thema’s en het zou helpen om elk Utrechts kind volwaardig onderwijs te kunnen bieden.

12

Fase 1: Op school Als je kijkt naar de eerste fase, de fase waarin kinderen naar school gaan, hebben we het over de preventieve fase. Hoe wordt voorkomen dat kinderen uitvallen en zorgen we dat ze op een prettige manier naar school gaan? Men wordt steeds bewuster van de noodzaak van een sterk pedagogisch klimaat in de klas. Ook verandert het perspectief op leerplicht, waarbij aanwezigheid van het kind in de klas centraal staat in plaats van aandacht voor verzuim. De aandacht voor een sterk pedagogisch klimaat is ook de oproep vanuit Balans en Stichting Ouders & Onderwijs. De voorzitter van oudervereniging Balans zegt hierover: “Zet in op volwaardig onderwijs en zorg voor een passend onderwijsaanbod al lang voordat er gesproken wordt over onderwijsuitval.” Het gaat erom dat de schoolcontext verbetert. Wanneer er in het onderwijs meer aandacht en tijd is voor differentiatie, sociale veiligheid en minder prestatiedruk zouden minder kinderen thuis komen te zitten. Dit vraagt wat van het kijken naar onderwijs en het opleiden van professionals en de samenwerking zorg en onderwijs.7 De Utrechtse Onderwijsagenda zet hier stappen in, maar het vraagt ook wat van de landelijke overheid in het ondersteunen van onderwijsprofessionals en scholen.

Het onderzoek van Ingrado, Inspiratiedocument Brede thuiszittersaanpak, gaat over de omschakeling van leerplicht naar leerrecht en een brede vroegtijdige preventieve aanpak. Dit sluit aan bij de ontwikkeling om de schoolcontext te veranderen en de aandacht te verleggen van afwezigheid naar ‘schoolaanwezigheid’. Deze methode verlegt de focus van het verzuim van de individuele leerling naar een breder perspectief waarmee schoolaanwezigheid voor alle leerlingen gestimuleerd wordt. Het gebruik van data speelt hierbij een belangrijke rol, want door heel precies te kijken naar patronen van afwezigheid, kunnen scholen effectiever en preventiever inzetten op een goede aanwezigheid. In de Utrechtse Onderwijsagenda heeft dit ook een plek gekregen onder ambitie 32, die de kernpartners oproept om schoolaanwezigheid een plek te geven in hun werkwijze. De Twentse Belofte staat bekend als een van de eerste plekken waar is ingezet op schoolaanwezigheid en inmiddels zie je dat andere regio’s en steden volgen. De Twentse Belofte was een inspiratie voor het wetsvoorstel terugdringen schoolverzuim. Dit voorstel verplicht scholen tot het opstellen van gedegen verzuimbeleid, met extra aandacht voor samenwerking en data-analyse, gericht op schoolaanwezigheid. Ook geeft het gemeenten en samenwerkingsverbanden de opdracht om afwezigheidsdata te analyseren om de inzet op scholen te versterken.

Er is ook kritiek op dit voorstel omdat het volgens de Raad van State en de vereniging Balans de vraag is of het thuiszitters echt tegengaat en het niet leidt tot extra registratiedruk.

13

Fase 2: Steeds minder naar school Maar wat als er dan toch verzuim ontstaat, en als dat toeneemt? In de fase dat kinderen of jongeren niet meer graag naar school gaan en af en toe verzuimen, komen kernpartners als het samenwerkingsverband en soms ook het buurtteam en andere in beeld. In deze fase wordt gekeken hoe het kind toch weer op een fijne manier naar school kan, met indien nodig passende ondersteuning. Volgens het onderzoek ‘Niet thuisgeven. Onderzoek naar thuiszitters en schooluitval’ is het belangrijk dat scholen (nog) meer aandacht hebben voor de persoon en omstandigheden achter de leerling. Het zegt dat belangrijk is om te kijken of kinderen met een aantal interventies ook op dezelfde school kunnen blijven. Op verschillende Utrechtse scholen zijn er inmiddels ook trajectvoorzieningen of prikkelarme ruimten waarin ruimte is voor maatwerk. Dit is alleen nog niet overal het geval. Ook zien we dat er soms wel passend aanbod is, maar dat wachtlijsten in zorg en onderwijs er dan toch toe leiden dat dreigend thuiszitten ook tot volledig thuiszitten leidt. Voordat er officieel van thuiszitten gesproken wordt is er vaak al veel gebeurd. Sommige ouders ervaren dit als een lastige periode waarbij er niet echt iemand naast ze staat.

Er zijn vaak al wel een of meerdere kernpartners betrokken maar dat is ook om de school te ondersteunen en om te zorgen voor passend aanbod op school. Daarbij worden de kinderen die in deze fase zitten nog niet meegeteld bij de officiële telling voor thuiszitters. In Utrecht is ook aandacht voor deze groep, maar Zuid Oost Utrecht kiest ervoor om expliciet te spreken van (dreigende) thuiszitter. En deze oproep zie je inmiddels ook terug op andere plekken. In deze fase zijn er ook mogelijkheden om informatie te halen, maar weten ouders nog niet altijd goed de weg te vinden. Fase 3: Niet meer naar school Utrecht heeft goede afspraken voor als een kind echt uitvalt, en op dezelfde school blijven niet meer mogelijk is. Er volgt binnen een week een gesprek met alle kernpartners. Daarmee komen in een keer een groot aantal professionals om het kind en de ouders heen te staan. Wij zien dat dit als heftig wordt ervaren door sommige ouders en kinderen en dat zij zelf regie missen. Utrecht heeft in 2016 door de motie ‘geef leerlingen en ouders een stem’ gepoogd te komen tot een onafhankelijk steunpunt. Dit ouder en jeugdsteunpunt heeft een plek gekregen bij het samenwerkingsverband, maar wordt door ouders niet altijd gevonden. Ook horen we van partijen uit het veld dat ouders die zelf goed de weg weten in systemen meer voor elkaar kunnen krijgen dan ouders die dat niet goed weten.

In Den Haag trok de Jeugdombudsman aan de bel omdat er te veel ouders waren die niet de weg wisten te vinden.

14

De gemeenteraad van Den Haag heeft vorig jaar een motie aangenomen om de informatievoorziening te verbeteren en de weg naar het jeugdinformatiesteunpunt te verbeteren. Ouders en kinderen zelf meer regie geven is een wens die we vaak terug horen wanneer we in gesprek zijn met ouders. In Den Bosch hebben ze de daad bij het woord gevoerd en zijn jongeren zelf betrokken bij het meedenken en het opstellen van het pact. In de analyse van het succes van de aanpak in Den Bosch wordt als belangrijkste punt genoemd: “neem de jongere serieus, zoek ze op en ga met ze in gesprek.” Wanneer kinderen eenmaal langere tijd thuis zitten wordt het steeds moeilijker om terug het onderwijssysteem in te gaan. Een tussenvorm kan dan een goede oplossing zijn. Zo werkt Groningen met flexibele onderwijsplekken voor jongeren die tijdelijk geen regulier onderwijs kunnen volgen. Ook andere steden kennen vergelijkbare projecten. Er zijn al maatwerktrajecten in Utrecht en omgeving en deze kun je ook zien als oefenplaatsen in de richting van meer inclusief onderwijs. Daarbij zie je dat meer opties ontstaan om digitaal onderwijs te volgen. Helaas is daarbij het contact met anderen een gemis. Vanuit deze behoefte ontstaan netwerken tussen thuiszittende jongeren. Dit zijn noodoplossingen voor kinderen die tussen wal en schip vallen en het liefst een passende plek zouden willen.

Met dit voorstel willen we deze kinderen en alle kinderen en jongeren die dreigen uit te vallen een stem geven omdat zij recht hebben op onderwijs op een school.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=fe3e7aba-71df-4bae-a539-b96e1c82622c