Nota van uitgangspunten Passende Kinderopvang Utrecht vanaf 2024.pdf
Tekst van het document
Nota van uitgangspunten
Passende Kinderopvang Utrecht vanaf 2024
Investeren in gelijke kansen voor kinderen
Inhoudsopgave Inhoudsopgave
2
Voorwoord
3
Samenvatting
4
Inleiding
5
1. Ongelijk investeren voor gelijke kansen voor de Utrechtse Jeugd
7
2. Ambitie: voor ieder kind (0 – 12 jaar) een passende plek binnen de kinderopvang
8
3. Strategie: Op weg naar gelijke kansen voor alle kinderen
11
4. Uitgangspunten uitvoering
16
5. Huisvesting voorschoolse educatie
18
6. Budgettaire kaders
19
7. Vervolg
20
Eindnoten
21
2
Voorwoord Kinderen zijn de toekomst. Het is dan ook van groot belang om te investeren in kinderen en gelijke kansen. Kinderen beginnen het leven namelijk niet met gelijke kansen en hebben niet even makkelijk toegang tot reguliere (kind)voorzieningen. Waar je wieg staat, mag niet bepalend zijn voor je toekomst. Daarom investeren we ongelijk voor gelijke kansen. Investeren in de vroege ontwikkeling van kinderen met een achterstand levert veel op: niet alleen voor het individu maar ook voor de samenleving. De ontwikkelmogelijkheden tijdens je jeugd hebben namelijk invloed op de kwaliteit en gezondheid van de rest van je leven. Hoe eerder deze investering plaatsvindt, hoe meer rendement. Samen met onze partners in de stad werken we al aan een sterke sociale basis met stevige basisvoorzieningen, zoals kinderopvang en voorscholen, en goede zorg dichtbij en op maat. We willen er in Utrecht aan bijdragen dat zoveel mogelijk kinderen een eerlijke start op de basisschool kunnen maken en zo veel mogelijk kunnen mee doen in reguliere voorzieningen. Met passende kinderopvang hebben we een kans om in te zetten op kansengelijkheid. Hiermee voorkomen we dat verschillen die op jonge leeftijd zijn ontstaan (nog) verder oplopen. In de komende periode werken we toe naar onze stip op de horizon: een publieke voorziening voor kinderen en ouders.
Een voorziening van hoogwaardige kwaliteit, waarin verschillende functies samenkomen, zoals opvang, school en ontmoeten. We willen voor alle kinderen toegang tot een plek nabij, waarin ruimte is voor diversiteit en er een doorgaande ontwikkel- en leerlijn voor kinderen ontstaat. Ouders en professionals werken op gelijkwaardige manier met elkaar samen en komen met elkaar in contact.
De voorscholen en kinderopvang ‘plus’ bieden kinderen met een taal en/of ontwikkelachterstand de mogelijkheid om zich in een groep voor te bereiden op de basisschool. Hier leren kinderen spelenderwijs de taal en sociale omgangsvormen. Binnen het programma is ruimte voor ouderbetrokkenheid. Kinderen kunnen zoveel mogelijk in hun eigen wijk naar passende opvang. Ook kinderen die wat meer moeite hebben om in de groep mee te komen, gunnen wij dat zij zich in de kinderopvang kunnen ontwikkelen. De voorscholen, kinderopvang ‘plus’ en de BSO ‘plus’ hebben hierin een belangrijke rol. Opvang heeft daarnaast een rol om ouders de mogelijkheid te bieden om te kunnen werken. Als zij hun kind naar een plek brengen waar het kind zich op zijn of haar gemak voelt en fijn kan spelen en leren, brengt dit rust in het gezin. Samen zorgen we voor het gezond en veilig opgroeien van kinderen. In deze nota leest u onze uitgangspunten voor het bieden van de voorschoolse educatie, kinderopvang ‘plus’ en BSO ‘plus’ voor de periode vanaf 2024. Een belangrijk uitgangspunt van het huidig college en in deze nota is het bevorderen van kansengelijkheid door ongelijk te investeren. Dit betekent dat wij een minimumbasis bieden van kwalitatief goede voorscholen voor alle kinderen. Daarbij gaan we herverdelen en maatwerk bieden.
Wij bekostigen voorschool voor 16 uur en ‘plus’ groepen bij de kinderopvang en BSO voor kinderen die hier het meeste baat bij hebben. Wij bieden hierin maatwerk door naar elk kind in zijn/haar gezin te kijken wat het nodig heeft. In de wijken waar dit nodig is investeren wij extra in de voorscholen en kinderopvang- en BSO ‘plus’.
We bouwen hierbij voort op wat de afgelopen jaren is geleerd en ontwikkeld. De voorscholen en BSO ‘plus’ hebben afgelopen jaren al een stevige ontwikkeling doorgemaakt. Onlangs zijn wij in een pilot fase gestart met kinderopvang ‘plus’. Samenwerking blijft het sleutelwoord. Wij zijn voortdurend met deze partners in gesprek over hoe wij deze positieve ontwikkelingen kunnen voortzetten en versterken. Zo kunnen wij goed inspelen op de behoefte van de (jonge) kinderen in onze stad. De voorscholen en kinderopvang ‘plus’ zijn belangrijke partners in de kernpartneraanpak VE. De samenwerking met de jeugdgezondheidszorg, buurtteams, samenwerkingsverband en aanvullende (jeugd)hulp verloopt goed. De komende jaren zetten wij hier verder op in.
Eelco Eerenberg
Wethouder Onderwijs en Volksgezondheid
3
Samenvatting De gemeente Utrecht investeert ongelijk voor gelijke kansen, zodat waar je wieg staat niet je toekomst bepaalt. De peutergroep /voorschoolse educatie (VE) en de kinderopvang ‘plus’ leveren een bijdrage door jonge kinderen voor te bereiden op de basisschool. Kinderen kunnen hun achterstand in ontwikkeling inlopen door zich in een groep te ontwikkelen. De ambitie voor de komende periode is dat ieder kind (0 – 12 jaar) in Utrecht een passende plek binnen de kinderopvang heeft, het liefst in de eigen wijk. We hebben een sterke samenhang georganiseerd tussen de sociale basis, basiszorg en de aanvullende zorg. Samen met de partners uit de stad hebben we leidende principes geformuleerd: ●
leefwereld centraal;
●
doen wat nodig is;
●
ruimte voor professionals;
●
uitgaan van mogelijkheden;
●
zo nabij mogelijk;
●
eenvoud.
In de evaluatie kwamen twee principes naar voren die van belang zijn voor de komende periode (overeenkomstig met het Utrechts model): partnerschap en het voortbouwen op wat de afgelopen is geleerd en ontwikkeld. Het Utrechts sturingsmodel en de leidende principes geven richting aan de ambitie, strategie en uitgangspunten voor de volgende periode.
Onze ambitie bestaat uit drie delen: 1.
Zoveel mogelijk kinderen een basis bieden ter voorbereiding op de basisschool.
2. De kinderen die dit het meest nodig hebben kunnen meer dagdelen naar de voorschool, namelijk 16 uur (wettelijk bepaald1). 3. Kinderen met een ondersteuningsvraag kunnen deelnemen aan kinderopvang, voorschool en buitenschoolse opvang (BSO). Op dit moment zien we in de praktijk dat onze ambitie nog geen realiteit is. Een groep Utrechtse kinderen gaat naar geen enkele vorm van kinderopvang/ voorschool. Een groep kinderen die deelneemt aan de voorschool is niet in alle gevallen de groep die voorschoolse educatie het hardst nodig heeft. Daarnaast kunnen kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte niet altijd terecht bij een reguliere kinderopvang.
Met bovenstaande ambitie en strategie, uitgewerkt in deze nota, bouwen we voort op eerdere uitgangspunten, maar we verbeteren ook wat nog minder goed gaat. Belangrijke uitgangspunten zijn: kwalitatief goede voorzieningen, toegankelijkheid, toeleiding en bereik. Andere belangrijke principes zijn gelijkwaardig samenwerken met ouders in de wijk en het creëren van een doorgaande ontwikkel- en leerlijn voor kinderen vanaf de geboorte (kansrijke start) tot en met het onderwijs. Voor kinderen waar zorgen over zijn benutten wij de kernpartneraanpak VE. De ambities in deze nota van uitgangspunten passende kinderopvang vragen om kritisch te kijken naar hoe de beschikbare middelen zo doelmatig en efficiënt mogelijk worden ingezet. Dit doen wij door keuzes te maken voor welke kinderen een plek bij de voorschool of kinderopvang plus het hardst nodig is.
Kort samengevat is onze strategie als volgt. Wij zetten ons extra in voor de kinderen die op dit moment geen basis hebben ter voorbereiding op de basisschool We grijpen in waar de ongelijkheid groeit, door het herverdelen van plekken. We gaan op maatwerk indiceren, om kinderen te bereiken die het echt nodig hebben. We realiseren een eerlijke kans voor kinderen om hun competenties te ontwikkelen, we zetten in op het wegnemen van drempels en bieden maatwerk voor kinderen die meer of andere ondersteuning nodig hebben. Om dit te bereiken zien we ontwikkelopgaven waar we de komende jaren aan werken.
4
Inleiding Achtergrond: waar komen wij vandaan In 2020 is de huidige nadere regel Passende Kinderopvang ingegaan, mede op basis van de Nota van Uitgangspunten voorschoolse educatie 2020-2023. Met deze nadere regel hebben we in Utrecht uitvoering gegeven aan de wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk. Door deze wet zijn de kwaliteitseisen tussen peuterspeelzalen en kinderopvang gelijkgetrokken. De harmonisatie van kinderopvang en peuterspeelzaalwerk heeft geleid tot verschillende veranderingen sinds 2020. Eerder bood één welzijnsorganisatie de voorschoolse educatie en peuterspeelzaalwerk aan, dat gebeurt nu door drie kinderopvangorganisaties. Het personeel is overgegaan van één welzijnsorganisatie naar meerdere kinderopvangorganisaties. De ‘toeleiders’ zijn van de welzijnsorganisatie overgegaan naar de Jeugdgezondheidszorg van de gemeente. Naast de harmonisatie is in 2020 ook de wettelijke ophoging van uren voor voorschoolse educatie doorgevoerd, van 10 naar 16 uur per week. Aanvullend daaraan werden we ook geconfronteerd met Covid-19 en alle maatregelen die hiermee gepaard gingen. Samen met de partners hebben we ons ingezet om deze overgang soepel te laten verlopen. We hebben in partnerschap de afgelopen jaren de uitvoering van voorschoolse educatie verder vormgegeven.
Naast de voorschoolse educatie bieden onze partners BSO ‘plus’. Hiermee kunnen kinderen met een extra ondersteuningsvraag deelnemen aan de BSO. Ook is in deze periode gestart met een pilot kinderopvang ‘plus’ groep voor jonge kinderen. In aanloop naar deze nota hebben onze partners tijdens verschillende (evaluatie)gesprekken en consultatiesessies actief meegedacht over wat er nodig is. Ook deelden ouders en experts hun meningen en ideeën. Voor deze nota is als eerste stap het perspectief van ouders uit de Krijtclub benut, aangevuld met interviews met ouders. In aanloop naar de uitvraag gaan wij onze partners en ouders verder bevragen naar hun behoeften.
Op weg naar kwalitatieve (voorschoolse) basisvoorzieningen voor alle kinderen In deze Nota van uitgangspunten beschrijven wij onze ambitie voor Passende Kinderopvang voor de komende jaren. Deze vormt het kader voor de uitvoering van de passende kinderopvang vanaf 1 januari 2024. Wij kiezen voor verbetering van de ingezette lijn. Wij zien dat wij nog meer kunnen en moeten doen. Daarom staat met elkaar leren en ontwikkelen ook in de komende periode centraal. Wij maken een aantal andere keuzes dan voorheen en gaan hier uitgebreider op in onder het hoofdstuk ambitie en strategie.
Het Utrechts sturingsmodel en de leidende principes als basis We hebben een sterke samenhang georganiseerd tussen de sociale basis, basiszorg en de aanvullende zorg. Samen met de partners uit de stad hebben we leidende principes geformuleerd: leefwereld centraal, doen wat nodig is, ruimte voor professionals, uitgaan van mogelijkheden, zo nabij mogelijk en eenvoud. In de evaluatie kwamen twee principes naar voren die van belang zijn voor de komende periode (overeenkomstig met het Utrechts model): partnerschap en het voortbouwen op wat de afgelopen is geleerd en ontwikkeld. Het Utrechts sturingsmodel2 en de leidende principes geven richting aan de ambitie, strategie en uitgangspunten voor de volgende periode. Context Deze nota gaat specifiek in op de gesubsidieerde kinderopvang (voorschool, kinderopvang ‘plus’ en BSO ‘plus’). Met de extra investering op de kinderopvang dragen we bij aan het versterken van kansengelijkheid van de kinderopvang. Met passende kinderopvang willen we zoveel mogelijk kinderen een plek bieden binnen de kinderopvang in de stad. Maar we kunnen als gemeente niet sturen op de gehele kinderopvangsector en de beschikbare plekken binnen de reguliere kinderopvang en BSO. Maatschappelijke ontwikkelingen en veranderingen in het rijksbeleid hebben invloed op onze ambitie en strategie in deze nota.
Denk aan de beweging naar ‘gratis’ kinderopvang en de context van personeelskrapte op dit moment.
5
De ontwikkeling van passende kinderopvang staat niet op zichzelf, maar is verbonden aan een aantal andere inhoudelijke opgaven zoals:
1.
Kansrijke Start en het versterken van gelijke kansen voor jonge kinderen 0-6 jaar
2. Brede scholen en rijke schooldag 3. Utrechtse Kindcentra en het verstevigen van de verbinding onderwijs en jeugdhulp 4. Stimuleren van gezonde leefgewoonten zodat kinderen gezond kunnen opgroeien en ontwikkelen. In de uitvoering van passende kinderopvang vindt afstemming plaats met beleid en partners uit deze genoemde lijnen.
Leeswijzer In de inleiding van ieder hoofdstuk staat kort beschreven wat er in het hoofdstuk staat. In hoofdstuk 1 leest u de toelichting op gelijke kansen. In hoofdstuk 2 staat onze ambitie voor de toekomst van passende kinderopvang en de verbeterpunten om deze ambitie te bereiken. In hoofdstuk 3 volgt de strategie en de ontwikkelopgaven om de ambitie te realiseren. In hoofdstuk 4 staan de uitgangspunten voor de nieuwe periode. Vervolgens gaan wij in hoofdstuk 5 in op huisvesting in relatie tot de ambitie en in hoofdstuk 6 leest u wat er financieel beschikbaar is voor de strategie.
6
1. Ongelijk investeren voor gelijke kansen voor de Utrechtse Jeugd Gelijke kansen is de bril waarmee we naar kinderen en de toekomst van passende kinderopvang kijken. In dit hoofdstuk staat wat gelijke kansen betekent, waarom het belangrijk is en hoe het in deze nota terugkomt. Groeiende ongelijkheid In de maatschappij bestaat ongelijkheid tussen verschillende mensen en groepen op sociaal, economisch- en cultureel gebied. Deze ongelijkheid groeit. Zo ontstaan er ongewenste verschillen in de samenleving3, ondanks inzet vanuit de overheid en maatschappelijke organisaties. (Kansen)ongelijkheid definiëren we als: “Het door systeem, omgeving of instituties gevormde ongewenste verschil in het verwerven en benutten van capaciteiten of gebruiken van voorzieningen. Dit kan objectief worden vastgesteld. Daarnaast erkennen we dat dit ook subjectief kan worden ervaren.” “Wie als dubbeltje wordt geboren, wordt nooit een kwartje”. Of kan het ook anders? Verschillende onderzoeken laten zien dat waar je geboren wordt, nog steeds uitmaakt voor je verdere kansen in het leven op het gebied van schoolloopbaan en gezondheid4. De leefomgeving en het gedrag van de ouders beïnvloeden al voor de geboorte de kansen(on)gelijkheid tussen kinderen. Een belangrijke oorzaak is het ontbreken van bestaanszekerheid (rondkomen, werk en wonen).
Dit leidt tot meetbare verschillen tussen sociaaleconomische groepen al voordat kinderen naar de basisschool gaan. Deze verschillen verdwijnen niet gedurende de jeugd en schooltijd5.
Als lokale overheid hebben we met kinderopvang en voorschoolse educatie invloed om kansenongelijkheid aan te pakken. Van een goede start heb je je leven lang profijt. Internationaal onderzoek laat zien dat kwalitatief goede en gerichte voorschoolse educatie en kinderopvang kunnen helpen in het verkleinen van de ongelijkheid6. Deelname aan voorschoolse educatie en kinderopvang vanaf 2 á 3 jaar draagt bij aan de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen op de middellange en lange termijn. De meest positieve effecten zijn zichtbaar voor kinderen die opgroeien in kansarme situaties7. Een stimulerende educatieve omgeving voor het jonge kind draagt daarmee bij aan een eerlijke start voor kinderen op de basisschool. Een eerlijke kans voor kinderen Met passende kinderopvang hebben we een kans om de ongewenste effecten van ongelijkheid aan te pakken. We investeren in de basis van jonge kinderen en bieden maatwerk. Hiermee voorkomen we dat verschillen die al op jonge leeftijd ontstaan verder oplopen. In deze nota pleiten we daarom voor ongelijk investeren voor gelijke kansen voor kinderen. In hoofdstuk 3 lichten wij de strategie op ongelijk investeren voor gelijke kansen toe.
7
2. Ambitie: voor ieder kind (0 – 12 jaar) een passende plek binnen de kinderopvang In dit hoofdstuk staat de stip op de horizon en de ambitie voor de toekomst van Passende Kinderopvang op de middellange termijn. De stip op de horizon is een vergezicht, het biedt richting voor de toekomst. De ambitie is het doel waar we naartoe werken op basis van de huidige praktijk. Voor het formuleren van de ambitie bouwen we voort op de definitie van gelijke kansen uit hoofdstuk 1. Als stip op de horizon zien we kinderopvang als voorziening voor alle kinderen zonder drempels, omdat dit goed is voor de ontwikkeling van kinderen en het ouders de mogelijkheid biedt om te werken. We bieden een basis voor zoveel mogelijk kinderen en zetten specifiek in op kinderen met een (risico op) taal- en/of ontwikkelachterstand of ondersteuningsbehoefte. Kwalitatief goede kinderopvang voor alle kinderen is een belangrijk onderdeel van de sociale basis. Dit sluit aan op de adviezen van de Sociaal Economische Raad (20168 en 20219) voor een universeel en inclusief stelsel van kinderopvang. Hierin kunnen kinderen van verschillende achtergronden gebruik maken van dezelfde voorzieningen. Ook sluiten we aan op de ambitie van het Rijk om kinderopvang gratis te maken en het anders financieren van de kinderopvang.
Onze ambitie voor de komende periode van deze nota passende kinderopvang is dat er voor ieder kind (0 – 12 jaar) in Utrecht een passende plek binnen de kinderopvang is, het liefst binnen de eigen wijk.
Op dit moment zorgt het kinderopvangstelsel (onbedoeld) voor een aantal ongewenste effecten. Niet alle kinderen ontvangen een voorbereiding op de basisschool. Niet alle kinderen hebben niet even makkelijk toegang tot reguliere (kind)voorzieningen, of ervaren een passende plek. De ambitie is dat elk kind naar een vorm van opvang kan wat passend is bij kind en gezin: 1.
Zoveel mogelijk kinderen krijgen een basis ter voorbereiding op de basisschool;
2. Kinderen die dit het meest nodig hebben om hun achterstand in ontwikkeling in te lopen of in een groep te ontwikkelen ontvangen 16 uur voorschool; 3. Kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte kunnen terecht bij een reguliere kinderopvang. 1. Zoveel mogelijk kinderen krijgen een basis ter voorbereiding op de basisschool Spelen, leren en ontwikkelen in een voorschoolse voorziening levert een positieve bijdrage aan de ontwikkeling van kinderen. De voorschool en de kinderopvang dragen bij aan de algemene cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van jonge kinderen en legt mede de basis voor (talent)ontwikkeling in een latere fase. Kinderopvang speelt bovendien een belangrijke rol in het leren van sociale vaardigheden10.
Kinderen hebben meer kansen om hun mogelijkheden te ontwikkelen als kindvoorzieningen, wijkvoorzieningen en de thuisomgeving daar actief op gericht zijn. Pedagogische samenwerking tussen deze leefsferen en soepele overgangen tussen de verschillende voorzieningen die kinderen in hun ontwikkeling doorlopen, dragen aan die kansen bij. Op dit moment biedt het huidige kinderopvangstelsel niet alle kinderen dezelfde kansen op een goede start op de basisschool: ●
Kinderen van werkende ouders kunnen naar de kinderdagopvang, waarbij ouders in aanmerking kunnen komen voor een (nu nog inkomensafhankelijke) financiële vergoeding via de kinderopvangtoeslag. Kinderopvang is beschikbaar voor kinderen van 0-4 jaar.
●
Kinderen waarvan ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, maken vrijwel geen gebruik van deze reguliere kinderdagopvang, vanwege het ontbreken van een financiële vergoeding. Zij kunnen deelnemen aan een door de gemeente gesubsidieerde peuteropvang/voorschool. In Utrecht is dat op dit moment één dagdeel. Dit is beschikbaar voor kinderen vanaf 2,5 jaar.
8
Onderstaande figuur laat zien hoeveel kinderen tussen de 2,5 en 4 jaar in 2021 gebruik maken van een voorschoolse voorziening en hoeveel kinderen hier geen gebruik van maken. Hierin is een splitsing gemaakt op kinderen die wel recht hebben op kinderopvangtoeslag en kinderen die geen recht op kinderopvangtoeslag hebben. Op dit moment gaan circa 1.000 Utrechtse kinderen tussen de 2,5 en 4 jaar niet naar een voorschoolse voorziening (voorschool en kinderopvang). Deze kinderen maken hiermee geen gelijke start op de basisschool. Dit betreft vooral kinderen waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag.
Op dit moment blijkt uit de praktijk dat één dagdeel niet altijd wenselijk is voor de ontwikkeling van kinderen. Kinderen kunnen bijvoorbeeld vaak onvoldoende wennen. De kinderen die nu voor één dagdeel komen hebben (hiernaast) moeite om deel te nemen in de groep. Hierdoor krijgt een aanzienlijk deel van hen alsnog een indicatie voor 16 uur.
Utrechtse peuter s die naar een voor schoolse voorziening gaan in 2 02111
2. Kinderen met een risico op een taal en/of ontwikkelingsachterstand kunnen 16 uur naar de voorschool Voor kinderen vanuit een achterstandssituatie en vanuit wijken waar veel achterstanden zijn, is deelnemen aan een voorschoolse voorziening extra belangrijk. Om ongewenste verschillen te verkleinen is het belangrijk dat de kinderen die het echt nodig hebben meer dagdelen naar de voorschool kunnen. Kinderen met een risico op een taal- en/of ontwikkelingsachterstand kunnen daarom voor 16 uur per week deelnemen aan een door de gemeente gesubsidieerde peuteropvang/ voorschool. Dit is volgens de wettelijke lijn van het besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. Om hiervoor in aanmerking te komen is een indicatie van de Jeugdgezondheidszorg nodig. Op dit moment zien we in de praktijk dat sommige kinderen een indicatie voor de voorschool hebben op basis van achtergrond kenmerken van hun ouders (opleidingsniveau en land van herkomst), terwijl deze kinderen geen (risico op) taal- en/of ontwikkelachterstand hebben. Voor kinderen vanuit een achterstandssituatie en vanuit wijken waar veel achterstanden zijn, is deelnemen aan een voorschoolse voorziening extra belangrijk. De situatie waarin een kind zich in de leeftijd van nul tot vier jaar bevindt, bepaalt wat de ontwikkelingskansen van een kind in zijn of haar verdere leven zullen zijn.
Investeren in de vroege ontwikkeling van kinderen met een achterstand levert veel op: niet alleen voor het individu maar ook voor de samenleving.
Bron: Buitenhek 2011
9
3. Kinderen met een ondersteuningsvraag kunnen deelnemen aan kinderopvang, voorschool en BSO Ieder kind heeft het recht om te leren, om zich optimaal te ontwikkelen en om volwaardig mee te doen12. Voor kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte bouwen we voort op de ingezette lijn: de mogelijkheid om deel te nemen binnen de reguliere kinderopvang en voorschool. Samen met kinderopvang en andere partners willen we komen tot inclusievere kinderopvang en voorschool 0-12 jaar, waar kinderen passende ondersteuning krijgen. Van de kinderopvang zelf en in samenwerking met onze jeugd(hulp)partners. De kernpartneraanpak blijft de basis voor hoe wij met elkaar samenwerken in de wijk.
Op dit moment zien we in de praktijk dat: ●
Kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte vaak niet (kunnen) deelnemen aan reguliere kinderopvang, de peuteropvang/voorschool en buitenschoolse opvang (BSO). De ondersteuningsvraag kan zich uiten in het gedrag wat kinderen laten zien op de groep. Soms ligt hier een (zorg)diagnose aan ten grondslag, maar het kan ook te maken hebben met de (thuis)situatie van kinderen.
●
Voor kinderen en ouders heeft dit onwenselijke gevolgen. Op jonge leeftijd is het bij kinderen nog niet altijd helder waar hun ondersteuningsbehoefte of gedrag vandaan komt (sociaal en/of medisch). Voor kinderen betekent dit dat zij, soms al op hele jonge leeftijd, van groep moeten verplaatsen en te maken krijgen met faalervaringen. Voor ouders betekent het ontbreken van goede opvang voor hun kind, dat zij soms genoodzaakt zijn om te stoppen met werken, minder te werken of zij ervaren een grote disbalans tussen werk- en privé.
●
Daarnaast zien we dat de vraag naar aanvullende jeugdhulp kan toenemen door het gebrek aan geschikte BSO en kinderopvang.
Met beschikbare voorscholen, kinderopvang ‘plus’ en BSO ‘plus’ beogen we voor ouders en kinderen: ●
Kinderen kunnen samen met broertjes/zusjes/ vriendjes naar de kinderopvang en BSO in de wijk of locatie naar keuze;
●
Kinderen krijgen passende ondersteuning en extra begeleiding van de kinderopvang. Hiermee voorkomen we een (onnodig) beroep op de aanvullende jeugdhulp;
●
De zorg beweegt naar het kind, in plaats van andersom, wanneer er naast extra ondersteuning aanvullende jeugdhulp nodig is;
●
Versterken van de arbeidsparticipatie en werk-privé balans van ouders met kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte.
We bouwen voort op de geleerde lessen en succes uit de afgelopen jaren. We zien dat binnen de voorscholen, in samenwerking met de kernpartners, voor een aanzienlijk deel van de kinderen de juiste ondersteuning mogelijk kan worden gemaakt. Voor sommige kinderen lukt dit nog onvoldoende, zij hebben iets extra’s of iets anders nodig. Voor de BSO zien we dat de BSO ‘plus’ groepen voorzien in een bepaalde behoefte in de stad.
10
3. Strategie: Op weg naar gelijke kansen voor alle kinderen In dit hoofdstuk staat de strategie om de ambitie te realiseren. Deze strategie is tot stand gekomen aan de hand van de ambitie, de huidige opgaven in de stad en de organisatie brede manier van kijken op ongelijk investeren voor gelijke kansen.
Vormgeven van keuzes ongelijk investeren voor gelijke kansen. Met voorgestelde strategie maken wij in de komende periode stappen om onze ambitie te bereiken. We zetten scherper in op ongelijk investeren voor gelijke kansen om te voorkomen dat verschillen die op jonge leeftijd ontstaan nog verder oplopen.
A. Een basis bieden
B. Herverdelen
C. Een eerlijke kans
Herverdelen
Eerlijke kans Basis bestaan
We zetten in op het bieden van een minimumbasis voor zoveel mogelijk kinderen, voor het aanpakken van de ongewenste effecten van ongelijkheid. Wij zetten ons extra in op de groep kinderen die op dit moment geen basis hebben ter voorbereiding op de basisschool.
We grijpen in daar waar de ongelijkheid groeit, door het herverdelen van plekken. We gaan voorschoolse educatie voor 16 uur op maatwerk indiceren. Hiermee bereiken we de kinderen die het echt nodig hebben.
We realiseren een eerlijke kans voor kinderen om hun capaciteiten te ontwikkelen. We zetten in op het wegnemen van drempels en bieden maatwerk voor kinderen die meer of andere ondersteuning nodig hebben. We bieden kinderen die extra ondersteuning nodig hebben op (taal)ontwikkelingsstimulans 16 uur voorschool. We gaan uit van een stadsbreed beleid, waarin de mogelijkheid bestaat om voor bepaalde wijken/buurten waar dit nodig is, gerichte inzet te bieden passend bij wat nodig is in de wijk. 11
1. Zoveel mogelijk kinderen krijgen een basis ter voorbereiding op de basisschool Alle kinderen gunnen we een groepsgewijze voorschoolse ontwikkeling. Dit betekent: Een basisaanbod peuteropvang/voorschool voor alle kinderen: Dit basisaanbod bestaat uit 2 dagdelen naar de voorschool voor alle kinderen vanaf 2,5 jaar. In plaats van één dagdeel zodat kinderen goed kunnen wennen en zich kunnen ontwikkelen. Dit is een wijziging ten opzichte van het beleid in 2020-2023 waarin kinderen 1 dagdeel naar de voorschool mogen. Samen met onze partners werken we dit komende periode verder uit in een ontwikkelopgave. De uitbreiding van één naar twee dagdelen vraagt extra capaciteit in plekken. Uitbreiding is een proces van meerdere jaren. Dit vraagt een stapsgewijze aanpak, waarin wij samen met onze partners continue prioriteren. Wij onderzoeken met onze partners hoe wij zorgen dat de kinderen die er het meest baat bij hebben als eerste terecht kunnen bij de voorschool. Dit zijn bijvoorbeeld kinderen die nog niet naar de kinderopvang gaan en waarvan de ouders beperkte mogelijkheden hebben om te kiezen voor reguliere kinderopvang. Want wij gunnen alle kinderen dat zij zich in ieder geval in een groep kunnen ontwikkelen. Dit kan betekenen dat er eerder uitbreiding nodig is in wijken als Overvecht en Kanaleneiland dan in een wijk als Utrecht Oost.
Voorbeeldcasus strategie in de praktijk Rohan Rohan is met zijn ouders uit India naar Utrecht verhuisd als baby. Zijn vader werkt en zijn moeder is thuis met Rohan en zijn zusje. Rohan kon eerst één dagdeel naar de voorschool. Hij had moeite met wennen op de voorschool. De taal en cultuur zijn anders dan thuis. Zijn cognitieve ontwikkeling en taalontwikkeling verliep goed, maar hij had moeite met samen spelen en het uitvoeren van opdrachten/taken (zoals zelf zijn jasje aantrekken). Daarnaast begrijpt hij nog geen Nederlands. In de nieuwe situatie mag Rohan twee dagdelen naar de voorschool, waardoor hij makkelijker kan wennen en beter voorbereid is op de basisschool.
12
2. Kinderen met (risico op) een taal- en/of ontwikkelachterstand krijgen extra stimulans zodat zij hun achterstand kunnen inlopen. Kinderen die dit het meest nodig hebben om hun achterstand in ontwikkeling in te lopen of in een groep te ontwikkelen ontvangen 16 uur voorschool. Dit betekent: Een intensief aanbod (16 uur) peuteropvang/ voorschool: Kinderen met (risico op) een taal- of ontwikkelachterstand krijgen extra stimulans zodat zij hun achterstand kunnen inlopen. Deze groep kinderen krijgt een indicatie voor 16 uur voorschool vanaf 2,5 jaar. De Jeugdgezondheidszorg indiceert alle kinderen op basis van maatwerk en kijkt hierbij naar zowel de ontwikkeling van het kind als naar de thuisomgeving. De beoordeling is op basis van een aantal criteria die op voorhand zijn vastgesteld. Het is van belang dat ieder kind gestimuleerd wordt in zijn/haar ontwikkeling. Hiermee verkleinen we verschillen tussen groepen kinderen. Dit is een verandering ten opzichte van de huidige situatie, waarin we zowel indiceren op basis van ouderfactoren (opleiding en migratieachtergrond) als op basis van maatwerk. Op dit moment is ongeveer één derde van de indicaties op basis van maatwerk. In de nieuwe strategie geldt dit voor alle indicaties.
Wij kiezen hiervoor omdat wij het belangrijk vinden elk kind te bekijken in zijn of haar daadwerkelijke thuissituatie en niet op voorhand willen beoordelen wat een kind nodig heeft aan de hand van kenmerken van ouders.
Voorbeeldcasus strategie in de praktijk Maryia Leo
Maryia woont in Overvecht met haar broer en zus bij een ander gezin thuis. Haar ouders zijn gevlucht uit Oekraïne. Haar ouders hebben veel stress en werken niet. Maryia loopt achter in haar spraak- en taalontwikkeling en haar ouders spelen weinig met Maryia doordat zij veel stress ervaren door hun situatie. Maryia krijgt van de Jeugdgezondheidszorg een indicatie voor de voorschool voor 16 uur. Als zij 2,5 jaar is kan zij gelijk starten. Maryia heeft op de voorschool extra ondersteuning nodig. De voorschool kijkt intern wat de pedagogisch medewerker zelf extra kan bieden. Samen met het buurtteam en ouders wordt afgestemd welke ondersteuning Maryia en het gezin thuis nodig hebben.
Stevige inzet op toeleiding: We zetten in op het verder versterken van de toeleiding van peuters met een voorschool indicatie naar de peuteropvang/voorschool, volgens het coalitieakkoord. Dit doen we onder andere door het wegnemen van (financiële) drempels.
13
Voor alle kinderen die naar de peuteropvang/voorschool gaan zetten wij in op: ●
●
Gemengde groepen in de peuteropvang/ voorschool: we behouden het uitgangspunt van gemengde groepen waarin kinderen met en zonder VE-indicatie samen deelnemen. Alle peuteropvang/ voorschool groepen voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen en committeren zich aan het Utrechts kwaliteitskader (UKK). Kinderen mét en zonder voorschool indicatie gaan naar dezelfde groepen en mengen met elkaar; Betaalbare voorschool: we behouden de ouderbijdrage conform de regels van de Belastingdienst, met uitzondering van de lagere inkomensgroep (U-pas). Deze groep hoeft geen ouderbijdrage te betalen, voor hen is deelname aan de voorschool gratis. Voor kinderen met recht op kinderopvangtoeslag en een inkomen boven de U-pas norm wordt de kinderopvangtoeslag benut.
3. Kinderen met een ondersteuningsvraag kunnen deelnemen aan kinderopvang, voorschool en BSO Als gemeente ambiëren we dat elke kinderopvang in Utrecht zich inspant om kinderen met een ondersteuningsvraag een plek te kunnen bieden. Tegelijkertijd zien we dat het nodig is om hier extra op te investeren. We zoeken hiervoor kinderopvangpartijen die zich willen committeren aan deze opgave. We vragen de verantwoordelijkheid van kinderopvangpartijen om eerst te kijken of kinderen terecht kunnen op de reguliere groep. Voor de kinderen die anders tussen ‘wal en schip’ vallen bieden we de mogelijkheid tot extra ondersteuning op de groep in de vorm van een ‘plus’. We kunnen dit alleen doen als de randvoorwaarden kloppen. Professionals moeten goed toegerust zijn om een brede doelgroep te bedienen.
Voorbeeldcasus strategie in de praktijk Tommie Tommie gaat naar een SBO-school in Vleuten. Op de reguliere BSO-groep kon Tommie niet meer deelnemen. De groepsgrootte en het gebrek aan structuur was voor Tommie veel te veel. Hierdoor sloeg hij andere kindjes of hij trok zich juist helemaal terug, waardoor de pedagogisch medewerkers geen contact meer met hem konden maken. De BSO heeft ook een BSO ‘plus’ groep. Dit is een kleinere groep met een pedagogisch medewerker die ervaring en affiniteit heeft om met kinderen met een ondersteuningsvraag te werken. Na overleg met ouders en het buurtteam is besloten om Tommie te plaatsen op de ‘plus’ groep. De pedagogisch medewerkers gunnen Tommie wat tijd om de drukke schooldag te verwerken en kijken dan met Tommie wat hij die middag wil doen. Er is een aparte ruimte waar Tommie zich kan terugtrekken als het teveel wordt, maar hij mag ook met zijn broertje spelen die in de reguliere groep zit.
14
Dit betekent dat wij in onze uitvraag meenemen dat kinderen die extra ondersteuning nodig hebben, dit zoveel als mogelijk kunnen krijgen binnen de reguliere kinderopvang, de peuteropvang/voorschool en BSO. Binnen deze voorzieningen is ruimte voor extra tijd, aandacht en de juiste begeleiding en een goede aansluiting met kernpartners. Hoe de inzet op de voorschool, reguliere kinderopvang en BSO er precies uit moet zien, en welke randvoorwaarden daarvoor nodig zijn, geven we samen vorm met partners. In de basis onderscheiden wij de volgende vormen: ●
Peuteropvang/voorschool (2,5 tot 4 jaar): kinderen met een ondersteuningsvraag kunnen op de voorschool blijven. Op de groep bieden we een aanbod op maat en ontvangen zij de juiste ondersteuning met zowel inzet vanuit de voorschool als vanuit kernpartners.
●
Kinderopvang ‘plus’ (0-4 jaar): extra inzet op de reguliere kinderopvang voor kinderen die niet mee kunnen doen in een reguliere omgeving en extra ondersteuning nodig hebben. Deze kinderen hebben iets meer of anders nodig dan de voorschool of aanvullende jeugdhulp. Deze kinderen willen we de juiste ondersteuning bieden in de eigen wijk. Voor kinderopvang ‘plus’ zetten wij in op een stevige ontwikkeling vanaf 2024.
●
BSO ‘plus’ (4-12 jaar): extra inzet op de reguliere buitenschoolse opvang voor kinderen die niet mee kunnen doen in de reguliere BSO en extra ondersteuning nodig hebben. We bouwen hierbij voort op de kennis rond BSO ‘plus’ van afgelopen jaren en zien hier nog behoefte aan groei in een aantal wijken, met name in/rond SBO en SO scholen.
Ontwikkelopgaven voor komende periode De voorgestelde ambitie en strategie zijn niet van vandaag op morgen klaar. Samen met betrokken partijen leren we continu en benoemen we ontwikkelopgaven waarmee we gezamenlijk aan de slag gaan. Voor de komende periode zien wij de volgende ontwikkelopgaven: Integratie van peuteropvang/voorschool, reguliere kinderopvang en het basisonderwijs Samen met de uitvoerende partijen en het basisonderwijs werken we de komende periode aan mogelijkheden voor een verdere integratie van de peuteropvang/voorschool binnen de reguliere kinderopvang en binnen het basisonderwijs. Dit om de huidige segregatie in het voorschoolse systeem zoveel als mogelijk tegen te gaan en de ontwikkeling van Utrechtse Kindcentra verder te stimuleren. We doen dit in lijn met de verwachte ontwikkelingen vanuit het Rijk om op de langere termijn te komen tot gratis kinderopvang voor werkenden én niet-werkenden.
Mogelijkheden benutten van kinderopvang en zorg, ten behoeve van kinderen In de praktijk merken professionals soms een grensgebied tussen kinderopvang en aanvullende (jeugd)hulp. We zien dat een deel van de kinderen geholpen is met extra ondersteuning op de voorschool, of in een kleinere groep met extra ondersteuning zoals kinderopvang ‘plus’ en BSO ‘plus’. Voor sommige kinderen is meer of andere ondersteuning nodig dan kan worden geboden door de kinderopvang. Samen met de kinderopvangpartijen en kernpartners doen we wat nodig is als het gaat om opvang en zorg, om in te spelen op de behoefte van het kind. Dit vraagt in elke casus maatwerk en samenwerking tussen ouders en verschillende professionals. Naast voortbouwen op wat er al is (geleerd), ontwikkelen we de komende periode andere mogelijke vormen. Binnen deze ontwikkelopgave leren we ook van ontwikkelingen op het grensvlak passend onderwijs en jeugdhulp.
15
4. Uitgangspunten uitvoering In dit hoofdstuk vertalen we de ambitie en strategie naar uitgangspunten voor de uitvoering van Passende Kinderopvang. De uitgangspunten zijn het vertrekpunt en bieden houvast bij de ontwikkeling van ambities. We hanteren voor de komende periode de volgende uitgangspunten bij de uitvoering van passende kinderopvang. Hiermee bouwen we voort op wat we de afgelopen jaren hebben geleerd en ontwikkeld. 1.
Kwalitatief goede voorzieningen.
2. Toegankelijkheid, toeleiding en bereik. 3. Kernpartneraanpak en gelijkwaardig samenwerken met ouders in de wijk. 4. Doorgaande ontwikkel- en leerlijn voor kinderen vanaf de geboorte tot en met het onderwijs. 1. Kwalitatief goede voorzieningen Vanuit de ambitie ieder kind een goede start te geven, bouwen we voort op het kwalitatief goede aanbod van voorschoolse educatie, voorschoolse educatie ‘plus’ en BSO ‘plus’ waarin we de afgelopen jaren hebben geïnvesteerd. Op de voorschool werken alle aanbieders met een programma voor voorschoolse educatie en met gekwalificeerde professionals volgens wettelijke vereisten. Wij streven naar gezondheidswinst voor de kinderen die gebruik maken van de voorzieningen. We bieden ruimte aan aanbieders om te sturen op wat nodig is voor goede kwaliteit, aansluitend bij wat het kind nodig heeft. Bijvoorbeeld in het bepalen van de groepsgrootte en ruimte voor professionals om af te stemmen met ouders en partners.
Wij bieden hiervoor de financiële en administratieve randvoorwaarden. Daarnaast committeren partners die uitvoering geven aan passende kinderopvang zich aan het Utrechts Kwaliteitskader (UKK) voor het jonge kind. Het UKK biedt een gezamenlijke taal voor kinderopvang en onderwijs en richtinggevende uitgangspunten voor hoe we educatie van het jonge kind vormgeven. Hierin zijn onder andere de mentale gezondheid en sociaal- emotionele ontwikkeling van kinderen van belang. Een hogere kwaliteit van de kinderopvang lijkt samen te hangen met een betere ontwikkeling van verschillende vaardigheden van doelgroepkinderen13. 2. Toegankelijkheid, toeleiding & bereik Alle kinderen hebben baat bij een vorm van passende kinderopvang. We willen dan ook zoveel mogelijk Utrechtse kinderen bereiken. In het bijzonder geldt dit voor kinderen met een risico op taal- en/ of ontwikkelingsachterstand, die baat hebben bij kinderopvang met voorschoolse educatie.
Voor de toeleiding naar kinderopvang- en BSO ‘plus’ geldt dat voorafgaand aan de plaatsing een indicatiemoment plaatsvindt door de kinderopvang, samen met het buurtteam of de Jeugdgezondheidszorg. In een samenspel van professionals en ouders wordt afgewogen waarom een kind niet terecht kan binnen de reguliere groep, welke ondersteuning nodig is en in welke vorm. Afgelopen jaren hebben wij geleerd dat het niet nodig is dat een (zorg)diagnose onderliggend hoeft te zijn aan een plaatsing op de BSO ‘plus’ of kinderopvang ‘plus’. We willen de toegankelijkheid bevorderen door het zoveel mogelijk wegnemen van fysieke, administratieve en financiële drempels. Financiële middelen thuis mogen niet bepalend zijn of kinderen wel of niet naar de voorschool of kinderopvang kunnen gaan.
Voor voorschoolse educatie voor 16 uur geldt dat een indicatiestelling nodig is. Deze wordt gegeven door de Jeugdgezondheidszorg. Op basis van factoren uit de wetenschap en vanuit de expertise van de Jeugdgezondheidszorg en professionals uit de kinderopvang wordt gekeken welke kinderen baat hebben bij 16 uur voorschoolse educatie. Team Toeleiding van de gemeente Utrecht helpt ouders van kinderen met een VE-indicatie die ondersteuning nodig hebben bij het vinden en aanmelden bij een geschikte voorschool voor hun kind. De voorscholen helpen ouders om de inschrijving zo makkelijk mogelijk te maken. 16
3. Kernpartneraanpak en gelijkwaardig samenwerken met ouders in de wijk Om onze ambitie vorm te geven is samenwerking tussen verschillende professionals en een gelijkwaardige samenwerking met ouders van belang. Goede samenwerking bevordert inclusie en draagt bij aan de kwaliteit van het aanbod14. De peuteropvang/voorschool en de kinderopvang zijn belangrijke ontmoetingsplekken voor ouders. De kernpartneraanpak Voorschoolse Educatie vormt de basis voor de volgende periode en vraagt mogelijk uitbreiding naar reguliere kinderopvang. Met de kernpartneraanpak werken partners vanuit de kinderopvang, Jeugdgezondheidszorg, het Samenwerkingsverband buurtteams Jeugd en Gezin en aanvullende jeugdhulp met elkaar samen om goede en passende ondersteuning te bieden aan jonge kinderen en hun ouders. Het bevorderen van de ontwikkeling van kinderen doen we samen, ieder vanuit zijn eigen expertise en rol. Gelijkwaardigheid en partnerschap tussen professionals en ouders is hierin belangrijk. Ouders en kinderen ervaren een doorgaande lijn tussen kinderopvang, onderwijs en de thuisomgeving. Dit streven wordt onder meer vertaald in de bekostiging van tijd hiervoor voor de pedagogisch medewerkers, naast het werken op de groep en continue professionalisering. 4.
Doorgaande ontwikkel- en leerlijn voor kinderen vanaf de geboorte tot en met het onderwijs We gunnen kinderen een doorlopende ontwikkellijn vanaf de geboorde tot en met het onderwijs. Dit vraagt om een logische samenhang tussen verschillende basisvoorzieningen en initiatieven in deze periode. Zoals bij ontwikkelopgaven al benoemd verstevigen we de verbinding tussen initiatieven vanuit Kansrijke Start en de voorschool. Daarnaast vragen we extra aandacht voor een soepele overgang van kinderen van de voorschool en de kinderopvang naar het basisonderwijs. Idealiter is de voorschool en de school op dezelfde plek, wat de samenwerking voor professionals en ouders makkelijker maakt. 17
5. Huisvesting voorschoolse educatie Aanbieders van passende kinderopvang zijn zelf verantwoordelijk voor hun huisvesting. Bij voorscholen is meestal sprake van huisvesting in een schoolgebouw. Kinderopvang en buitenschoolse opvang zit soms in hetzelfde gebouw of in de nabijheid van een school. De schoolbesturen zijn in de meeste gevallen de verhuurder van de lokalen voor voorschoolse educatie in hun schoolgebouw, binnen de door de gemeente gestelde kaders. Soms geldt dit ook voor buitenschoolse opvang. Voor het verhuren van lokalen aan derden moeten schoolbesturen altijd toestemming vragen aan de gemeente, zo ook voor kindpartners. Voor de verhuur van ruimtes aan de aanbieders van passende kinderopvang hebben we rekening te houden met dat deze aanbieders commerciële marktpartijen zijn. Hierdoor hebben wij ons te houden aan de Kaderbrief vastgoed, de wet PO en de wet Markt en Overheid. De huur die wij rekenen is een marktconforme huur die tenminste kostprijsdekkend is. Voor nieuwe, speciaal voor voorschoolse educatie gebouwde, ruimtes bij scholen geldt het Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra.
18
6. Budgettaire kaders De financiële kaders worden bepaald door de ontvangen middelen uit de specifieke uitkering voor het Onderwijs Achterstanden Beleid (OAB) vanuit het rijk, gemeentelijke middelen en de decentralisatie-uitkering voorschoolse voorziening peuters. Voor de uitvoering van passende kinderopvang door kinderopvangorganisaties is binnen de begroting een bedrag van € 14,4 miljoen beschikbaar. Dit budgettaire kader biedt op dit moment voldoende ruimte voor de uitvoering van passende kinderopvang op basis van de nota van uitgangspunten inclusief de benoemde ontwikkelopgaven. Het budgettaire kader begrenst het aantal beschikbare kindplaatsen, dat in de loop van de tijd zou kunnen fluctueren door de vraagontwikkeling, loon- en prijsontwikkelingen en groei van de stad. Indien door bovengenoemde ontwikkelingen en mogelijke stijgende vraag en hoger bereik wij boven het budget dreigen te komen, dient binnen het beschikbare budget een afweging plaats te vinden ten aanzien van de uitvoering van passende kinderopvang. De genoemde ontwikkelingen zijn gericht op het realiseren van de ambities van het coalitieakkoord 2022-2026 ‘Investeren in Utrecht: kiezen voor gelijke kansen, betaalbaar wonen en klimaat’ en zet in op ongelijk investeren voor gelijke kansen en de beweging naar voren.
Dit vraagt om kritisch te kijken naar hoe de beschikbare middelen niet alleen op een zo doelmatig en efficiënt mogelijke manier ingezet kunnen worden om de beoogde kwaliteit van het aanbod te realiseren, maar ook keuzes te maken voor welke kinderen dit het hardst nodig is.
19
7. Vervolg Deze nota van uitgangspunten vormt het beleidskader voor de uitvoering van passende kinderopvang vanaf 2024. Ook vormt het de beleidsbasis voor een nadere regel waarmee verdere invulling wordt gegeven aan de uitvoering van passende kinderopvang vanaf 2024.
20
Eindnoten 1
Art. 2 lid 1 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie
2
https://zorgprofessionals.utrecht.nl/fileadmin/uploads/ documenten/zz-zorgprofessionals/2020-11-magazinede-utrechtse-aanpak-in-het-sociaal-domein.pdf
3
Gezondheid en leefstijl | Volksgezondheidsmonitor
4
Utrechts Gezondheidsprofiel 2022 (volksgezondheidsmonitor.nl)
5
CPB. (2020). Ongelijkheid van het jonge kind.
6
https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/ CPB-Notitie-Ongelijkheid-van-het-jonge-kind.pdf
7
https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/ documenten/kamerstukken/2022/11/15/bijlage-4effecten-van-kinderopvang/bijlage-4-effecten-vankinderopvang.pdf
8
SER. (2016). Gelijk goed van start.
9
SER. (2021). Kansrijke start alle kinderen.
10
SER. (2016). Gelijk goed van start.
11
Buitenhek. (2021). Monitor bereik van voorschoolse voorzieningen in NL 2021.
12
Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind
13
Centraal Planbureau. (2020) Ongelijkheid van het jonge kind.
14
PACT voor Kindcentra (2019). Investeren in kinderen van 0-12 jaar. 21