CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Nadere regel kabels en leidingen (na verwerking amendement).docx

Gemeenteraad 27 januari 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordening kabels en leidingen, wijziging APV en legesverordening20.618 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nadere regel kabels en leidingen gemeente Utrecht

Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht; Gelet op artikel 156 lid 3 Gemeentewet en artikel 5 en 15 van de Verordening ondergrond: kabels, leidingen en boomwortels gemeente Utrecht;

Overwegende dat burgemeester en wethouders, op grond van artikel 5 eerste lid en 15 lid eerste lid van de Verordening ondergrond: kabels, leidingen en boomwortels gemeente Utrecht, ten behoeve van een goede

uitvoering van deze verordening, een handboek dienen vast te stellen, waarin nadere regels worden gegeven inzake het aanleggen, onderhouden, instandhouden, verwijderen en het hebben en houden van kabels en leidingen in openbare gronden en bouwterreinen in de gemeente Utrecht

Besluiten vast te stellen de volgende Nadere regel kabels en leidingen gemeente Utrecht (handboek kabels en leidingen).

1.

Inhoudsopgave

2 Algemene verwijzingen, algemene begrippen en technische begrippen 2.1 Algemene verwijzingen 2.2 Algemene begrippen 2.3 Technische begrippen 3 Bereikbaarheid, verkeersmaatregelen, overlastbeperking 3.1 Bereikbaarheid aangrenzende gebouwen 3.2 Maatregelen in het belang van het verkeer 3.3 Maatregelen ten behoeve van de overlastbeperking 4 Communicatie, meldingen en Breekverbod 4.1 Communicatie op de graaflocatie, (bouw)overleg 4.2 Melding aanvang en einde werk 4.3 Uitwisselen informatie: 4.4 Breekverbod 5 Aansprakelijkheid, Schade, Verzekeringen en Veiligheid 5.1 Aansprakelijkheid 5.2 Schade 5.3 Vergoeding van herstelkosten 5.4 Verzekeringen 5.5 Veiligheid en Calamiteiten 5.6 Bodemkwaliteit 5.7 Peilen en hoofdafmetingen 5.8 Grondwaterstanden en bronbemaling 6. Handhaving 6.1 Handhaving 7 Richtlijnen ten behoeve van de (tracé)engineering 7.1 Tracé inspectie t.b.v. de aanleg van kabels of leidingen 7.2 Tracébepaling aanleg van kabel of leiding (standaardprofiel) 7.3 Horizontale ligging

7.4 Aanvullende eisen horizontale ligging 7.5 Verticale ligging 7.6 Aanvullende eisen voor verticale ligging 8 Voorwaarden en technische eisen t.a.v. de uitvoering 8.1 Werkafspraken en voorwaarden met betrekking tot de uitvoering 8.2 Eisen voor het opbreken en (indien van toepassing) herstellen open verharding 8.3 Eisen ten aanzien van opbreken en (indien van toepassing) herstellen gesloten verhardingen 8.4 Eisen bij opbreken en herstellen bermen en gazons 8.5 Weg- of boomkruising door middel van persen of (gestuurd) boren 8.6 Eisen ten aanzien van de graaf- en grondwerkzaamheden 8.7 Eisen ten aanzien van de kabel- of leidingwerkzaamheden 8.8 Werken in of met verontreinigde grond 9 Werken aan of nabij groenvoorzieningen 9.1 Werkafspraken en voorwaarden met betrekking tot groenvoorzieningen 9.2 Werkafspraken en voorwaarden met betrekking tot bomen 10 Werken in gebieden met een archeologische verwachting 10.1 Regels voor werken in een gebied met een archeologische verwachting 11 Herstel openbare grond in oude staat 11.1 Vergoedingen voor herstel van de openbare grond in de oude staat 11.2 Regels voor herstel van de openbare grond in de oude staat door een vergunning- of instemminghouder 12 Beleid toekomstig gebruik ondergrond 12.1 Toekomstige ontwikkelingen 12.2 Ordening ondergrond 12.3 Ruimte creëren voor nieuwe ontwikkelingen door toetsing aan standaardprofiel, voorzienbare

ontwikkelingen en het verwijderen van loze leidingen 12.4 Verwijderen loze leidingen 12.5 (Data)kaarten 13 Slotbepalingen 13.1 Toepassingsbereik 13.2 Inwerkingtreding 13.3 Citeertitel Toelichting Bijlagen 1. Standaardprofiel ondergrondse infrastructuur (dwarsprofiel) 2. Bomenposter (werken rondom bomen in Utrecht) 3. Overzichtskaart Binnenstad 4. Hoofdwegennet gemeente Utrecht 5. BLVC-plan 6. Contactpersonen gemeente Utrecht 7. Technische eisen voor in oude staat terugbrengen van niet gesloten verhardingen door instemming/vergunninghouder.

2. Algemene verwijzingen, algemene begrippen en technische begrippen

2.1 Algemene verwijzingen In dit handboek wordt op diverse onderdelen verwezen naar normen en richtlijnen die van toepassing zijn op de uit te voeren werkzaamheden. Hieronder een beknopte omschrijving:

1

a. BLVC-plan In een BLVC-plan worden de maatregelen die worden genomen op het gebied van Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie genoemd. b. CROW (oorspronkelijk: Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water en Wegenbouw en de Verkeerstechniek) CROW is het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Deze stichting zonder winstoogmerk ontwikkelt, verspreidt en beheert praktisch toepasbare kennis voor beleidsvoorbereiding, planning, ontwerp, aanleg, beheer en onderhoud. Dat gebeurt in de vorm van handleidingen, richtlijnen en aanbevelingen en in samenwerking met alle belanghebbende partijen, waaronder Rijk, provincies, gemeenten, adviesbureaus, uitvoerende bouwbedrijven in de grond-, wateren wegenbouw, toeleveranciers en vervoerorganisaties. c. Handboek bomen Het handboek Bomen, dat is ontwikkeld door Norminstituut Bomen, heeft als doel de kwaliteitszorg rond bomen te verbeteren. Het instituut ontwikkelt en standaardiseert kwaliteitseisen, richtlijnen en normen voor werkzaamheden in, rond en met bomen. De bomenposter in Bijlage 2 'Werken rondom bomen in Utrecht' toont de kwetsbare boomzone direct rond een boom aan en laat zien welke belangrijke randvoorwaarden er gelden binnen deze kwetsbare boomzone voor de uitvoering van werkzaamheden. d.

HOR (Handboek Openbare Ruimte) Het handboek openbare ruimte voorziet in een beleidskader waar de belangen van de 3 domeinen beheer, inrichting en gebruik zijn vertegenwoordigd. e. NEN (Nederlands Normalisatie instituut) Het Nederlands Normalisatie instituut helpt bedrijven en andere partijen om onderling heldere en toepasbare afspraken te maken. NEN draagt bij aan veiligheid, gezondheid, milieu en innovatie. Bedrijfsleven en andere partijen maken in normcommissies zelf afspraken over producten en werkwijzen. NEN bemiddelt in het afwegen van de verschillende belangen en zorgt voor neutrale procesbegeleiding. NEN biedt direct toegang tot Europese (NEN-EN) en mondiale normalisatieplatforms. De NPR (Nederlandse Praktijk Richtlijnen) geeft toelichting op en aanwijzingen voor het verantwoord gebruik van de NEN- (nationaal) en NEN-EN (Europees) normen. f. RAW (Rationalisatie en Automatisering in de Grond-, Water- en Wegenbouw) De RAW-systematiek, beheerd en onderhouden door CROW, is sinds jaar en dag de standaard voor bestekken in de grond-, water- en wegenbouw (GWW). Bij de meeste werken in de GWW wordt de systematiek gevolgd. Alle relevante (technische) eisen uit de meest recente Standaard RAWbepalingen voor o.a. grondwerken, groenvoorzieningen, sleuf- en sleufloze technieken en leiding- en kabelwerk zijn leidend betreffende de uitvoeringsmethodiek. g.

VCA (Veiligheid Checklist Aannemers) VCA is bedoeld om aannemers veiliger te laten werken en het aantal ongevallen te verminderen. VCA biedt een concrete en praktische invulling van wettelijke regelingen of vult deze aan. Elke VCAgecertificeerde aannemer voldoet aantoonbaar aan een aantal verplichtingen uit de Arbowet.

2.2 Algemene begrippen a. b. c. d. e.

BOR: Afdeling Beheer Openbare Ruimte, gemeente Utrecht. College: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht. CROW: Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en wegenbouw. EOD: De Explosieven Opruimingsdienst Defensie Netbeheerder: Degenen, waaronder de netbeheerder, onder wiens verantwoordelijkheid of leiding graafwerkzaamheden worden verricht. De rechtspersoon die handelt als beheerder van een net of netwerk voor de levering van elektriciteit, gas, water, (nutsbedrijven en alle aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken) hiermee gelijk gesteld een ieder die werkzaamheden uitvoert/laat uitvoeren.

2

f.

Sleutelfunctionaris: Een functionaris die namens of in opdracht van de netbeheerder een belangrijke functie vervult in de dagelijkse uitvoering van de werkzaamheden en die daadwerkelijk wordt ingezet voor het uitvoeren van de opdracht. g. Toezichthouder: De door het college aangewezen persoon die belast is met het houden van toezicht op de naleving van de Verordening ondergrond: kabels, leidingen en boomwortels gemeente Utrecht. h. TVU: Tijdelijke Verkeersmaatregelen Utrecht. i. TW: Telecommunicatiewet. j. Verordening: Verordening ondergrond: kabels, leidingen en boomwortels gemeente Utrecht. k. WIBON(v.h.: WION): Wet informatie-uitwisseling Bovengrondse en Ondergrondse Netten en Netwerken.

2.3 Technische begrippen a. As-built tekening: Ook wel revisietekening, een gewaarmerkte tekening die van kabels of leidingen die gelegd zijn de werkelijk gerealiseerde ligging aangeeft in X-, Y- coördinaten volgens het Rijksdriehoek (RD-) stelsel en hoeveel kabels of leidingen gelegd zijn in een sleuf(deel), tevens de specificaties; b. Boring/persing: Het maken van een holle ruimte in de grond, met behulp van een sleufloze techniek, zonder daarbij de omringende grondslag te verwijderen; c. Bovengrondse voorzieningen: Transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations die onderdeel uitmaken van een net of netwerk, bovengronds in de openbare ruimte worden geplaatst; d. Calamiteit: Een incident waarbij de omgeving mogelijk grote gevolgen kan ondervinden, die niet zelfstandig kan worden afgewikkeld en waarbij gecoördineerde inzet van hulpverleningsorganisaties en diensten van verschillende disciplines is vereist om de gevolgen te beperken; e. Combiwerk: Het gecombineerd coördineren en uitvoeren van werkzaamheden van meerdere netbeheerders tegelijk op een graaflocatie. Dit zorgt voor vermindering van overlast voor burgers en minder schade omdat wegen en straten minder vaak worden opengebroken: alle noodzakelijke kabels of leidingen worden gelijktijdig of direct na elkaar aangelegd; f.

Gesloten verharding: Verhardingsconstructie bestaande uit een bitumen, cement of kunststof gebonden materiaal; g. Graaflocatie: De locatie waar (graaf)werkzaamheden worden verricht; h. Groenvoorzieningen: Het geheel van de aanplant, zoals bomen, beplanting, bosplantsoen, bloemberm, gras en gazon in een gebied; i. Handholes/distributiepunten: Afsluitbare ondergrondse holle behuizing voor het onderbrengen van telecommunicatie apparatuur met toegangsluik onder de verharding of op maaiveldniveau; j. Huisaansluiting: Voor wat betreft het begrip huisaansluiting is aangesloten bij de aanduiding van een huisaansluiting in het kader van de Wet informatie-uitwisseling boven- en ondergrondse netten (afgekort WIBON). Een nadere toelichting op dit begrip huisaansluiting kan gevonden worden in de memorie van toelichting bij de wet van 28 januari 2010 tot wijziging van de Wet informatie ondergrondse netten in verband met uitsluiting van huisaansluitingen (Kamerstukken II 2007/08, 31 540, nr.3, blz.2); k. Instemmingsbesluit: Besluit van het college op een melding van voorgenomen werkzaamheden aan kabels ten behoeve van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid van de telecommunicatiewet en artikel 15 van de verordening; l.

Kabel- en leidingentracé: Traject in de lengterichting van de weg waarvan het college heeft bepaald waar kabels of leidingen kunnen worden gelegd; m. Kabels of leidingen: Het begrip kabels en leidingen is gebaseerd op de begripsbepaling van net uit de Wet informatie-uitwisseling boven en ondergrondse netten en netwerken (WIBON). Daarbij is een verbreding aangebracht om ook de werkzaamheden in verband met bovengrondse kabels en leidingen, inclusief ondersteunings- en beschermingswerken onder de werking van deze verordening te brengen.

3

Als voorbeeld van dergelijke bovengrondse ondersteunings- en beschermingswerken kunnen schakelkasten worden genoemd, trafohuisjes, alsmede ook inrichtingen voor het telecommunicatieverkeer. Mantelbuizen, kabelgoten, handholes, lasdozen en duikers kunnen worden genoemd als voorbeelden van ondergrondse ondersteunings- en beschermingswerken. Met lege buizen worden bedoeld de werken die worden aangelegd met het oogmerk deel uit te gaan maken van een netwerk en ook buizen die worden aangelegd als voorziening voor medegebruik. De regeling is niet van toepassing op (leidingen voor) WKO-installaties, omdat de aanleg (deels), en het hebben en houden en verwijderen uitsluitend, via een opstalrecht wordt geregeld. In het opstalrecht is een specifieke kostenregeling voor het verwijderen van leidingen opgenomen. Voor het hebben en houden van een WKO-installatie heeft daarom men ook geen vergunning op grond van de Verordening ondergrond: kabels, leidingen en boomwortels Utrecht nodig. Men heeft wel een vergunning op grond van de APV nodig voor het opbreken van de weg. n. Kadaster- sectie KLIC: Afdeling van het Kadaster die uitvoering geeft aan de Wet Informatieuitwisseling Bovengrondse en Ondergrondse Netwerken (WIBON) en het voorkomen van graafschade als doelstelling heeft en ook zorgdraagt voor de uitwisseling van kabel- of leidinggegevens (KLIC-meldingen); o.

Leggen van kabels: Het aanbrengen, leggen, onderhouden, omleggen, vernieuwen, herstellen, of verwijderen van kabels of leidingen en het verrichten van de hierbij behorende werkzaamheden; p. Ligging: De werkelijke plaats van een kabel of leiding. Deze wordt aangegeven op een as-built tekening; q. Mantelbuis: Beschermbuis van staal, beton of kunststof om een kabel of leiding; r. Marktconforme kosten: Kosten zoals deze onder normale omstandigheden in een markteconomie op de desbetreffende markt worden gemaakt; s. Montagegat/lasgat: Opbreking van maximaal 2 m², die wordt gemaakt voor de toegang tot een handhole, plaatsen van afsluiters, het opgraven van een kabelrol ten behoeve van klantaansluitingen, het maken van aftakkingen, voor het herstellen van kabel-/ leidingstoringen of voor inspectiedoeleinden; t. Net of netwerk: Een ondergrondse kabel of leiding, daaronder mede begrepen lege buizen, ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie; u. Omwonenden: De bewoners en bedrijfsmatige gebruikers van alle percelen, grenzend en in de omgeving van het tracé van kabels of leidingen; v. Openbare gronden: Openbare gronden, als genoemd in artikel 1.1, van de Telecommunicatiewet; w.

Open verharding: Verharding bestaande uit elementen, waaronder bijzondere (sier)bestrating, of andere ongebonden materialen al of niet op een puinfundering, waaraan geen bindmiddel is toegevoegd; x. Opslag: Vrijgekomen sleufmaterialen die tijdelijk worden opgeslagen, meestal naast de sleuf; y. Registratiesysteem: Geautomatiseerd systeem van het college waarin instemmingen of meldingen van (graaf)werkzaamheden aan kabels of leidingen en alles wat daarmee samenhangt worden verwerkt door of namens het college of de netbeheerder; z. Sleuf: De opening in de ondergrond die ontstaat door het verwijderen van verharding of grond ten behoeve van het leggen van ondergrondse infrastructuur; aa. Spoedeisende werkzaamheden: Dringende reparatiewerkzaamheden door netbeheerder bepaald die geen uitstel dulden; bb. Standaarddwarsprofiel: Het door het college vastgestelde en voor de netbeheerder verplichte schema’s voor de ligging van ondergrondse infrastructuur in de openbare grond (conform bijlage 1, volgend op het Handboek Openbare Ruimte van de gemeente Utrecht); cc. Vergunning: Vergunning die op aanvraag verleend kan worden voor het hebben en houden van kabels of leidingen; dd. Voorschriften: Uitvoeringsvoorschriften volgens het handboek;

4

ee. Werken: Een constructie, of werkzaamheden, niet zijnde een gebouw, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; ff. Werkzaamheden: Handmatige of mechanische (graaf)werkzaamheden, inclusief het opbreken en herstel van de sleufverharding, in de openbare grond in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels of leidingen; gg. Werkzaamheden van niet Ingrijpende aard: Werkzaamheden inzake de aanleg, instandhouding of opruiming van ingrijpende aard en kabel of leiding met een tracélengte van maximaal 25 meter, uitgezonderd: • de plaatsing van handholes of bovengrondse kasten, • het verrichten van boringen of persingen, of • werkzaamheden in het gebied aangegeven op de kaart in de bijlage (Overzichtskaart binnenstad). hh. WIBON: De Wet Informatie-uitwisseling Bovengrondse en Ondergrondse Netten en Netwerken (WIBON) verplicht de netbeheerder om, vóór het werk met mechanische grondroeringen begint, de tekeningen van alle aanwezige ondergrondse infrastructuur te raadplegen. De netbeheerder doet hiertoe een graafmelding c.q. oriëntatiemelding bij het Kadaster-sectie KLIC.

Tevens verplicht de WIBON de leidingbeheerder en netbeheerder om direct na het leggen van ondergrondse infrastructuur de liggingsgegevens van deze leidingen digitaal beschikbaar te hebben voor raadpleging en bij het aantreffen van onbekende kabels of leidingen deze te melden bij het Kadaster- sectie KLIC.

3 Bereikbaarheid, verkeersmaatregelen, overlastbeperking 3.1 Bereikbaarheid aangrenzende gebouwen 1. De (graaf)werkzaamheden dienen qua tijd en uitvoeringswijze zodanig te worden gepland dat de bereikbaarheid van woningen, bedrijven, winkels en overige gebouwen (verder: objecten) voor (mindervalide) voetgangers, (brom) fietsers, gemotoriseerd (bestemmings-)verkeer en hulp- en afvalophaaldiensten, in overleg met de betrokkenen, altijd zo veel mogelijk in stand gehouden wordt. Dit geldt ook voor doodlopende straten of woonerven. Verder geldt: • De minimale doorrijbreedte voor hulpvoertuigen is 3,5 m en wordt altijd gewaarborgd. • Verkeer moet in beginsel om het werkvak heen kunnen rijden. • Indien het onvermijdelijk is dat een straat toch volledig afgesloten wordt, dan wordt dit tenminste 15 werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden afgestemd met de toezichthouder, na goedkeuring van de toezichthouder worden de hulpdiensten hierover tenminste 10 werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden geïnformeerd. • Brandkranen, afsluiters van drinkwater, gas, warmte en dergelijke blijven zichtbaar en toegankelijk; 2. Voor (mindervalide) voetgangers en (brom) fietsers is het toepassen van stevige loopplanken die voldoen aan de CROW richtlijnen ter plaatse van de toegang en (nood)uitgang naar objecten een vereiste. De loopplanken worden vlak en aansluitend aan elkaar geplaatst.

Hierbij wordt tevens rekening gehouden met een goede toegankelijkheid voor kinderwagens en hulpmiddelen zoals rollators, rolstoelen en scootmobielen. 3. Indien een beperking van de bereikbaarheid onvermijdelijk is en tot gevolg heeft dat: • de hulp- en afvalophaaldiensten objecten niet voldoende kunnen naderen; • de bevoorrading van winkels en bedrijven anders dan normaal moet worden geregeld; • met de betrokkenen, aanwonenden of andere belanghebbenden geen overeenstemming kan worden bereikt over de beperking van de bereikbaarheid; Worden de maatregelen die de netbeheerder moet nemen vastgelegd in de vergunning en overlegt de netbeheerder minimaal 10 werkdagen voor start van de werkzaamheden met de toezichthouder. De

5

toezichthouder geeft aan welke maatregelen de netbeheerder moet nemen om de bereikbaarheid zoveel als mogelijk is te waarborgen. De afspraken worden schriftelijk of per e-mail vastgelegd.

3.2 Maatregelen in het belang van het verkeer 1. Ten behoeve van de verkeersmaatregelen zijn de meest recente CROW uitgaven van toepassing. 2. Indien er werkzaamheden van ingrijpende aard plaatsvinden in de Binnenstad (Bijlage 3) of aan het hoofdwegennet (Bijlage 4 ) is het noodzakelijk om een BLVC plan aan te leveren. Dit dient om de overlast voor de omgeving zo veel mogelijk te beperken. Een specificatie van een BLVC plan is te vinden in Bijlage 5. 3. Indien een straat volledig afgesloten moet worden voor doorgaand verkeer dient de netbeheerder dit tenminste 15 werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden te melden aan de toezichthouder. De toezichthouder moet hiervoor schriftelijk of per e-mail toestemming verlenen. Na toestemming van de toezichthouder worden de hulpdiensten, door de netbeheerder, hierover tenminste 10 werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden geïnformeerd. Als het college het noodzakelijk acht, bijvoorbeeld wanneer vanwege de werkzaamheden een belangrijke verkeersweg moet worden afgesloten, kan het college de netbeheerder verplichten om de werkzaamheden (zo veel mogelijk) in de weekeinden, avonduren of ´s nachts uit te voeren wanneer de omgeving dit toelaat in het kader van geluidoverlast. Voor het werken in de avondperiode moet een ontheffing worden aangevraagd.

Afhankelijk van de ontheffing wordt het aantal decibel bepaald zoals omschreven in de Handhaafinstructie geluidhinder veroorzaakt door bouw- sloop- en renovatiewerkzaamheden. 4. Tijdens de verkeersspits (6:30 tot 9:30 uur en 15:30 tot 19:00 uur) mogen er geen werkzaamheden op of langs hoofdwegen of gebiedsontsluitingswegen, conform bijlage 4 worden uitgevoerd. Indien de netbeheerder aantoonbaar zorgt voor een goede verkeersdoorstroming en verkeersafwikkeling kan de toezichthouder hiervoor toestemming verlenen. Dit moet vooraf worden aangevraagd en schriftelijk of per e-mail door de toezichthouder zijn vastgelegd. 5. Ten behoeve van de bereikbaarheid voor gemotoriseerd (bestemmings-)verkeer kan toepassing van tijdelijke verkeersmaatregelen of aanbrengen tijdelijke verkeersvoorzieningen noodzakelijk zijn. Bermen en gazons worden door de netbeheerder altijd beschermd tegen spoorvorming. 6. De vereiste verkeersmaatregelen voor omleidingen of werkzaamheden bij stationaire wegafzettingen moeten worden weergegeven conform CROW 96b. Wanneer er geen sprake is van werkzaamheden van niet-ingrijpende aard, moet er door de netbeheerder een gedetailleerd verkeers- en tijd plan worden voorgelegd aan TVU, respectievelijk de toezichthouder, minimaal 10 werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden 7.

Als de door de netbeheerder uit te voeren werkzaamheden begeleid dienen te worden door tijdelijke verkeersregelinstallaties (VRI), dan meldt de netbeheerder dit vooraf bij de toezichthouder. Binnen 15 werkdagen na melding wordt dit door de toezichthouder beoordeeld. Aanwijzingen en dergelijke door de toezichthouder namens het college worden opgevolgd voordat de tijdelijke VRI in gebruik wordt genomen 8. De verkeersvoorzieningen mogen maximaal 72 uur voor aanvang van de werkzaamheden, met de voor- of beeldzijde afgedraaid van het verkeer, worden aangebracht. De verkeersvoorzieningen worden niet aan b.v. lichtmasten bevestigd en ontnemen het zicht op de overige bebording en het zicht van eventuele camera’s niet. De verkeersvoorzieningen worden op de dag van aanvang van de werkzaamheden met de voor- of beeldzijde naar het verkeer geplaatst. 9. Verkeersvoorzieningen die (tijdelijk) geen dienst (meer) doen worden meteen verwijderd c.q. afgedraaid of afgedekt tot het tijdstip dat deze weer nodig zijn 10. De (onder)aannemer die de verkeersvoorzieningen op zet of verwijdert, is in het bezit van een KOMO procescertificaat op basis van de BRL-9101. 11. Indien tijdelijke verkeersvoorzieningen in een verharding aangebracht moeten worden, wordt het te verwijderen verhardingsmateriaal afgevoerd en na verwijdering van de verkeersmaatregel weer terug aangebracht.

Bij natuursteen zal in de eerste instantie worden verzocht om voor het aanbrengen van

6

natuursteen aan het werk te gaan. Indien dat niet mogelijk is zal de netbeheerder in overleg met de toezichthouder overgaan tot het maken van nadere afspraken hieromtrent. 12. De netbeheerder zorgt voor de instandhouding van de verkeersvoorzieningen, ook buiten de normale werktijden en zorgt, indien van toepassing, voor een zo spoedig mogelijk herstel. Dit geldt ook voor eventueel geplaatste verkeersvoorzieningen. Eventuele aanwijzingen van een toezichthouder met betrekking tot verkeersmaatregelen worden meteen opgevolgd. 13. Namens het college kan de toezichthouder vanwege verkeerstechnische redenen de netbeheerder verplichten bouwhekken te plaatsen rondom ontgravingen. 14. Plaatsing van onverlichte obstakels voldoen aan CROW publicatie 130, “richtlijn voor het markeren van onverlichte obstakels” (ISBN 90 6628 283 5).

3.3 Maatregelen ten behoeve van de overlastbeperking 1. Het is niet toegestaan om zonder expliciete toestemming van het college van B&W op zaterdagen, zondagen en nationale feestdagen werkzaamheden uit te voeren in de openbare ruimt. Uitzondering hierop is het verhelpen van storingen. De sleuf, inclusief verharding, moet volledig afgewerkt zijn en er mag geen puin en/of afval meer binnen de werkomgeving aanwezig zijn. 2. Het is niet toegestaan om op werkdagen voor 7.00 uur en na 19.00 uur werkzaamheden uit te voeren in de openbare ruimte. In overleg met en na toestemming van de toezichthouder kan hiervan worden afgeweken. Hiervoor dienen dan wel de benodigde ontheffingen te worden aangevraagd. 3. Op vrijdag of de dag voorafgaande aan een nationale feestdag of een vakantieperiode van de netbeheerder wordt het graven van sleuven en het trekken of leggen van kabels of leidingen binnen de gemeente Utrecht, etc. gestaakt. De sleuf wordt aangevuld en verdicht en de verharding wordt weer aangebracht. Uiterlijk om 16:00 uur zijn alle werkzaamheden gereed en is de werkomgeving opgeruimd. 4. Het derde lid is overeenkomstig van toepassing op de dag voorafgaande aan alle door de burgemeester vergunde evenementen (kermis, (jaar)markt, etc., incl. de opbouw- en afbreekperiode) op de evenementenlocatie en de directe omgeving daarvan.

Via de vergunning of het instemmingsbesluit zal in de vorm van aanvullende voorschriften hier aandacht aan worden besteed. 5. Het eerste tot en met het vierde lid gelden, tenzij er met de toezichthouder afwijkende afspraken worden gemaakt 6. Voor zonsondergang zijn alle ontgravingen gedicht en ter plaatse van wegkruisingen, inritten e.d. van een provisorische verharding voorzien. Hiervan wordt alleen afgeweken in bijzondere gevallen en uitsluitend met goedkeuring van de toezichthouder. Wanneer sleuven of lasgaten na zonsondergang niet zijn gedicht, worden deze afgezet door een deugdelijke omheining voorzien van de voorgeschreven bebakening en verlichting. 7. De netbeheerder doet alles wat verwacht mag worden en wat redelijkerwijs mogelijk is om hinder als gevolg van b.v. lawaai, stank, stof, modder, e.d. veroorzaakt door voertuigen, machines, apparaten, etc. tot een aanvaardbaar niveau te beperken. In aanvulling op het bepaalde in de ‘Handhaafinstructie geluidhinder veroorzaakt door bouw-, sloop- en renovatiewerkzaamheden geldt het volgende: De te gebruiken graafmachines, aggregaten, compressoren etc.

worden op ruime afstand van de bestaande bebouwing opgesteld en zodanig afgeschermd, dat de geluidssterkte van 7.00 uur tot 17.00 uur op de gevels van de woningen niet meer is dan 80 dB(A) en van 17.00 uur tot 7.00 uur niet meer is dan 40 dB(A) op de gevel van de dichtstbijzijnde woning of ander geluidsgevoelig gebouw. Daarnaast er rekening te worden gehouden met de maximale blootstellingstijd in dagen. 8. Bij werkzaamheden in de nabijheid van religieuze gebouwen en begraafplaatsen tijdens erediensten c.q. uitvaarten betracht de netbeheerder het nodige respect, beperkt bouwlawaai en zeker geen elektronische muziek. Een en ander in overleg met de toezichthouder. De netbeheerder stelt zich vooraf op de hoogte van de plaatselijke gebruiken. 9. Indien de netbeheerder bij hoge uitzondering wordt toegestaan of verplicht om op zaterdagen, zondagen, nationale feestdagen of ’s avonds c.q. ‘s nachts te werken is netbeheerder verplicht alle

7

nadere aanwijzingen van de toezichthouder op te volgen en zelf zorg te dragen voor eventuele benodigde aanvullende vergunningen of ontheffingen. 10. In de binnenstad zijn grootschalige opbrekingen in de maanden juli, augustus en december en tijdens feest- en gedenkdagen in beginsel niet toegestaan. Met grootschalige opbrekingen worden opbrekingen bedoeld waarbij een groot deel van de winkelstraat of de toegangswegen hier naartoe worden opgebroken. Het belang van de bewoners en winkeliers moet altijd worden meegewogen in de keuze om deze opbrekingen wel of niet toe te staan in de genoemde periode.

4 Communicatie, meldingen en Breekverbod 4.1 Communicatie op de graaflocatie, (bouw)overleg 1. Namens de netbeheerder dient er altijd één aan te spreken verantwoordelijke persoon beschikbaar te zijn. De naam van deze persoon moet bij alle betrokken partijen bekend zijn, bijvoorbeeld doormiddel van vermelding in de bewonersbrief bij aanmelden van het werk bij de toezichthouder. Deze persoon moet controleren en verifiëren of alle gespecificeerde materialen worden toegepast en of de werkzaamheden worden uitgevoerd volgens de tracétekeningen en de gemaakte afspraken, en dat de uitvoering volgens het instemmingsbesluit of de vergunning verloopt. Hij geeft direct informatie en verleent medewerking indien de toezichthouder daarom vraagt. 2. De netbeheerder zorgt ervoor dat de sleutelfunctionarissen in de gehele projectorganisatie de Nederlandse taal voldoende beheersen in woord en geschrift. 3. De projectorganisatie of initiatiefnemende netbeheerder en de afzonderlijke netbeheerders van de werkzaamheden nodigen desgewenst de toezichthouder uit bij alle bouwvergaderingen die worden gehouden. De notulen van de bouwvergaderingen worden op de gebruikelijke wijze, per project te bepalen, beoordeeld en vastgesteld door de initiator van de vergadering. 4.

Bij (grootschalige) projecten die een bovengemiddelde impact hebben op de openbare ruimte en de veiligheid van de leefomgeving, kan er op initiatief van de toezichthouder op regelmatige tijden een voortgangsoverleg met alle betrokken partijen worden vereist. Van deze vergaderingen worden notulen opgesteld en binnen een redelijke termijn van 5 werkdagen naar de deelnemers toegestuurd. Deze notulen worden op de gebruikelijke wijze, per project te bepalen, beoordeeld en vastgesteld door de vergadering. 5. Voorafgaand aan de start van de werkzaamheden stelt de netbeheerder de belanghebbenden en omwonenden schriftelijk op de hoogte met een bewonersbrief. Bij werkzaamheden van nietingrijpende aard dient deze brief minimaal 3 werkdagen voor de start van de werkzaamheden te zijn bezorgd. Bij werkzaamheden van ingrijpende aard dient de bewonersbrief 14 dagen van tevoren te zijn bezorgd. De toezichthouder kan de netbeheerder vragen om het concept van de bewonersbrief voorafgaand aan de bezorging ter goedkeuring voor te leggen.

In de bewonersbrief wordt in ieder geval informatie gegeven over: • Het moment van de uitvoering (datum en tijdstippen); • De aard van de werkzaamheden (wat wordt er gedaan); • De duur van de voorgenomen werkzaamheden; • De bereikbaarheid van de woonomgeving; • De plaats van de voorgenomen werkzaamheden (straatnamen); • Het te verwachten ongemak; • De opdrachtgever van de voorgenomen werkzaamheden; • De contactpersoon van het coördinerend bedrijf incl. contactgegevens (naam en telefoonnummer van de uitvoerder van de aannemer). Indien het werk uitloopt dienen belanghebbenden en omwonenden hierover te worden geïnformeerd. Ook wanneer er sprake is van spoedeisende werkzaamheden die gevolgen hebben voor de omwonenden dienen deze op de volgende werkdag hiervan op de hoogte te worden gesteld, hierover moet contact op worden genomen met het wijkbureau en de toezichthouder.

8

4.2 Melding aanvang en einde werk 1. De netbeheerder meldt de aanvang van zijn werkzaamheden uiterlijk 14 werkdagen van tevoren per email (zie vijfde lid van dit artikel), of per gemeentelijk digitaal meldsysteem, bij het college, met opgave van graaflocaties en uitvoeringsdatum. Dit geldt tevens voor werkzaamheden waarvoor door het college al een instemmingsbesluit of een vergunning is afgegeven. 2. Zodra de werkzaamheden zijn uitgevoerd meldt de netbeheerder na (gezamenlijke) oplevering de werkzaamheden binnen 15 werkdagen per email (zie vijfde lid van dit artikel), en per gemeentelijk digitaal meldsysteem, gereed bij het college. De werkzaamheden zijn gereed wanneer: • de openbare grond op een correcte wijze is hersteld en in opgeruimde staat is achtergelaten; • de straatwerkbonnen allemaal (digitaal) zijn ingeleverd; • de klachten van omwonenden of bedrijven etc. in behandeling zijn genomen, en voor zover mogelijk (direct) zijn opgelost, exclusief het afhandelen van eventuele schadeclaims. 3. Als de netbeheerder voorziet dat het werk langer gaat duren dan vooraf vergund, meldt de netbeheerder dit aan de vergunningverlener. Deze kan de uitloop met TVU bespreken, waarna aan de netbeheerder wordt meegedeeld of het werk afgemaakt mag worden danwel op een latere datum moet worden afgemaakt. 4.

Spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van (ernstige) belemmering of storing worden per e-mail en per gemeentelijk digitaal meldsysteem, voorafgaand aan de start van de werkzaamheden gemeld. Als een melding vooraf niet mogelijk is, wordt de melding uiterlijk voor 9:00 uur op de eerste werkdag na de start van de uitvoering per e-mail en digitaal meldsysteem (zie vijfde lid van dit artikel) gemeld. Indien voor spoedeisende werkzaamheden c.q. calamiteiten een wegafsluiting noodzakelijk is worden de hulpdiensten per direct ingelicht door de netbeheerder. 5. Meldingen met betrekking tot aanvang en einde werk worden per email, of per gemeentelijk digitaal meldsysteem, gemeld. De melding bevat tenminste de volgende gegevens: a) Adres van werkzaamheden; b) Naam van de netbeheerder; c) Naam van netbeheerder inclusief naam contactpersoon en telefoonnummer; d) Kenmerk van de vergunning

4.3

Uitwisselen informatie: 1. Het college kan een netbeheerder, vergunningaanvrager, vergunninghouder, of een rechthebbende verzoeken, binnen een door het college bepaalde termijn, de informatie te geven, welke het college nodig acht voor een goed beheer van de openbare gronden. 2. Informatie over horizontale en zo mogelijk de verticale ligging van een kabel of leiding in een specifiek tracé dient binnen 48 uur na het verzoek digitaal op coördinaat te zijn geleverd (tenzij het college in het verzoek een andere termijn heeft gesteld). Het college kan nadere eisen stellen aan de wijze waarop de informatie moet worden aangeleverd. 3. Het college kan een netbeheerder verzoeken planningsoverzichten te verstrekken over een periode van maximaal vijf jaar. 4. Het college kan een netbeheerder verzoeken digitale tracé-informatie te geven over mogelijke toekomstige uitbreidingen of aanpassingen van zijn netwerk over een periode van vijf jaar ten behoeve van het ontwikkelen en vaststellen van beleid met betrekking tot de ordening van de ondergrond en het opstellen van de in hoofdstuk 12 bedoelde (data)kaarten. 5.

In de volgende gevallen dient men een vergunningsoverleg te houden met de gemeente en vooraf aan dit overleg een concepttracé in te dienen: a) Het betreft een tracé in de binnenstad (bijlage 3) en de uitvoering duurt langer dan 2 werkdagen; b) Het tracé bevind zich in een gebied met weinig ruimte onder de grond, bijvoorbeeld vooroorlogse wijken of wijken met smalle trottoirs;

9

c) Het tracé bevind zich in een gebied met monumentale bomen of bomen met een stamdoorsnee van 40 centimeter of meer op een hoogte van 1,30 meter; d) De lengte van het tracé is langer dan 1 km.

4.4 Breekverbod 1. Door of namens het college kan een breekverbod worden ingesteld voor beperking van overlast voor bijvoorbeeld bewoners, bezoekers en winkeliers, voor de periode van medio november tot en met de eerste week van januari en voor de periode medio juli tot en met begin september. 2. Behoudens spoedeisende werkzaamheden, zwaarwegende argumenten en calamiteiten, is het tijdens een breekverbod niet toegestaan in de openbare ruimte de verharding (in eigendom en beheer van de gemeente) op te breken of aan te brengen. Ook is het tijdens een breekverbod niet toegestaan om buiten de verharding te graven. 3. Namens het college kan een breekverbod worden ingesteld bij weersomstandigheden waarbij de uitvoering van de werkzaamheden tot overlast voor de bewoners of schade kan leiden, bijvoorbeeld bij vorst, maar ook bij wateroverlast, zware sneeuwval of ijzel. Onder andere breuk van vastgevroren bestratingsmateriaal of niet goed kunnen verdichten van de ondergrond wordt voorkomen door het instellen van het breekverbod. 4. Tijdens alle door de burgemeester vergunde evenementen (kermis, (jaar)markt, etc., incl. de opbouwen afbreekperiode) is het breekverbod op de evenementenlocatie en de directe omgeving daarvan altijd van kracht. De netbeheerder houdt hiermee rekening en vraagt daartoe tijdig de evenementenkalender op. 5.

Behoudens het bepaalde in het derde lid geeft de toezichthouder namens het college in alle gevallen aan wanneer het breekverbod van toepassing is en geeft tijdig of in ieder geval 1 werkdag van te voren aan wanneer het breekverbod weer is opgeheven. De netbeheerder houdt zich aan het breekverbod en de werkzaamheden worden na beëindiging van het breekverbod pas weer hervat.

5 Aansprakelijkheid, Schade, Verzekeringen en Veiligheid 5.1 Aansprakelijkheid 1. Ongeacht de instemming- of vergunningsverlening door het college of goedkeuring door andere bevoegde instanties, is de netbeheerder te allen tijde tegenover de gemeente of derden aansprakelijk voor schade als gevolg van de uitvoering van het werk. De wettelijke bepalingen aangaande onrechtmatige daad en aansprakelijkheid uit boek 6 Burgerlijk wetboek zijn hier van toepassing. 2. De aanleg, instandhouding en de opruiming van kabels of leidingen geschiedt op een zodanige wijze dat het beheer van kabels of leidingen van andere netbeheerders niet in gevaar wordt gebracht of zonder noodzaak wordt bemoeilijkt. Als hiermee in strijd wordt gehandeld neemt de netbeheerder maatregelen ten aanzien van de betreffende kabels of leidingen, waaronder zo nodig het verplaatsen daarvan, om aan die strijdigheid een einde te maken. 3. De netbeheerder vrijwaart de gemeente voor alle aanspraken van derden wegens schade, die het gevolg zijn van het (ver)leggen, verwijderen, repareren en dergelijke van kabels of leidingen. 4. De netbeheerder is aansprakelijk voor schade aan gemeente-eigendommen die het gevolg is van het (ver)leggen, verwijderen, repareren en dergelijke van kabels of leidingen. Bij gecombineerde kabel- of leidingaanleg zijn de deelhebbende netbeheerders gezamenlijk aansprakelijk tegenover de gemeente. 5.

Het bepaalde in het derde en vierde lid, mits voldaan wordt aan de vereisten van het aansprakelijkheidsrecht, geldt ook indien het (ver)leggen c.q. verwijderen van kabels of leidingen wordt uitgevoerd in opdracht of op verzoek van het college. 6. Indien een netbeheerder een kabel c.q. leidingtracé wil aanleggen in een gebied waarvan de bodem verontreinigd is of blijkt te zijn, is de gemeente c.q. het college niet aansprakelijkheid voor de daaruit voortvloeiende schade. De gemeente is niet verplicht de grond te saneren, tenzij er anders is overeengekomen.

10

7. Het risico voor het afvoeren en aanvoeren van bouwstoffen ligt altijd bij de netbeheerder. De netbeheerder voldoet daarbij aan alle eisen en (milieu-) voorschriften.

5.2 Schade 1. De netbeheerder neemt alle redelijkerwijs mogelijke maatregelen om te voorkomen dat schade wordt toegebracht aan eigendommen van de gemeente of derden. 2. Wordt er desondanks schade aan eigendommen van de gemeente of derden (bijvoorbeeld: kabels en leidingen van andere netbeheerders, verkeersborden, groenvoorzieningen, eigendommen van particulieren enzovoorts) toegebracht dan geeft de netbeheerder dit zo spoedig mogelijk, in elk geval binnen 24 uur, schriftelijk door aan de toezichthouder of aan belanghebbende derden. 3. Bij ernstige schade (beschadigen bekleding van leidingen of beschadigen van mantels van kabels) dient direct contact met de betreffende instanties te worden opgenomen teneinde een calamiteit te voorkomen. 4. Bij schade aan eigendommen van de gemeente beslist het college of zij de schade laat herstellen op kosten van de netbeheerder, of dat de netbeheerder de schade voor eigen rekening zelf mag herstellen, of dat de netbeheerder de schade aan het college dient te vergoeden. 5. Schades die het college als gevolg van kabel- of leidingwerkzaamheden lijdt worden door de netbeheerder hersteld c.q. vergoed. De situatie van de ondergrond, de verharding (inclusief bijzondere (sier)bestrating) en groenvoorzieningen wordt teruggebracht in de oorspronkelijke staat. Het college accepteert geen verslechtering. 6.

Indien binnen 3 jaar na aanleg, groot onderhoud of herinrichting van openbare gronden een netbeheerder werkzaamheden wil uitvoeren, kan het college als het de beheerder vooraf heeft meegedeeld dat de verharding ter plaatse zou worden vernieuwd (dit kan ook via planningsoverzichten e.d.), en alle belangen en de mogelijke alternatieven meewegend, uitvoering van die werkzaamheden weigeren indien dit te grote schade aan gemeentelijke werken veroorzaakt. Het college en namens het college de toezichthouder en de netbeheerder voeren een overleg waarbij wordt onderzocht op welke wijze die schade kan worden voorkomen of beperkt. Hierbij wordt ook onderzocht of de kabels of leidingen via een ander tracé worden gelegd. Het college kan opbreken van het wegdek niet weigeren als hierdoor de leveringsplicht van de beheerder wordt geschonden. Indien dit niet mogelijk blijkt zijn en de verharding binnen 3 jaar moet worden opgebroken, kan het college als voorwaarde voor de vergunningverlening eisen de verharding door de netbeheerder over een grotere of volle breedte opnieuw wordt gelegd respectievelijk beheerobjecten op kosten van de netbeheerder worden vervangen. Ook de gemeente dient vooraf overleg te voeren met de netbeheerders ter afstemming om hen niet onnodig met kosten op te zadelen. Bij zwaarwegende maatschappelijke belangen kan het college altijd afwijken.

Denk hierbij aan de leveringszekerheid in het kader van de Drinkwaterwet. 7. Vóór aanvraag van het instemmingsbesluit of de vergunning worden specifieke afspraken tussen het college en de netbeheerder gemaakt. Afhankelijk van de omvang van het werk kan in de voorwaarden "het 1e jaar onderhoud groen" en/of "inboet beplanting na het 1e groeiseizoen" worden voorgeschreven. De gemaakte afspraken worden vastgelegd in het instemmingsbesluit of in de vergunning. 8. Toezicht en handhaving op bomen vindt plaats conform de Beleidsregel Handhaving illegaal vellen of beschadigen van bomen gemeente Utrecht, vastgesteld door het college op 26 Januari 2021. Daarnaast wordt voor achteraf vastgestelde schade aan bomen de netbeheerder aansprakelijk gesteld voor het schadebedrag. 9. Schade die ontstaat binnen de werkomgeving: van schade die ontstaat binnen de werkomgeving van de netbeheerder is sprake als ten gevolge van werkzaamheden schade ontstaat aan materialen, lichtmasten, verkeersregelinstallaties (VRI’s), geparkeerde auto's, e.d. Voor zover het gemeentelijke eigendommen betreft, zal het college deze schade verhalen op de netbeheerder. Afhankelijk van de specifieke situatie kan het wenselijk zijn dat er voorafgaand aan de werkzaamheden een gezamenlijke

11

(toezichthouder en netbeheerder) schouw van de werkomgeving plaatsvindt. De bevindingen worden vastgelegd door de netbeheerder 10. Aanstootgevende graffiti, leuzen, posters en dergelijke die aangebracht zijn op bovengrondse voorzieningen die eigendom zijn van netbeheerders worden per 1e aanzegging en in principe binnen 5 werkdagen door of in opdracht van de netbeheerder verwijderd.

5.3 Vergoeding van herstelkosten 1. Het college draagt zelf zorg voor de herstelwerkzaamheden van verharding of groenvoorzieningen, tenzij anders overeengekomen tussen de toezichthouder namens het college en de netbeheerder en schriftelijk vastgelegd. Deze herstelwerkzaamheden brengt het college tegen de marktconforme kosten in rekening bij de netbeheerder. Hierin is begrepen inboet (5%), degeneratie, beheer en onderhoud door de gemeente. 2. De netbeheerder draagt de kosten voor herstel- en/of degeneratie- en beheerskosten die berekend worden conform de vigerende herstraattarieven (zie VNG/GPKL). Nadat de toezichthouder namens het college de hoeveelheid hersteld straatwerk of te herstellen asfalt heeft vastgelegd, ontvangt de netbeheerder een factuur voor de vastgestelde kosten. Het hersteltarievenblad wordt jaarlijks geïndexeerd. 3. Alle (extra) kosten die door de netbeheerder of het college gemaakt moeten worden vanwege werkzaamheden m.b.t. kabels of leidingen, calamiteiten of een gevolg zijn van de voorwaarden en eisen die zijn opgenomen in de verordening, de nadere regels, het instemmingsbesluit of in de vergunning komen zijn voor rekening van de netbeheerder.

5.4 Verzekeringen 1. De dekking van de verzekering loopt minstens vanaf de dag dat het werk start tot het eind van de onderhoudsperiode. Het college hanteert een standaard onderhoudstermijn van 12 maanden. 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid van dit artikel dient de netbeheerder en de door hem ingeschakelde derden te beschikken over een verzekering die afdoende dekking biedt voor wettelijke aansprakelijkheid jegens de gemeente en derden voor schade welke voortvloeit uit de uitvoering van de vergunde activiteiten.

5.5 Veiligheid en Calamiteiten 1. Alle werkzaamheden worden uitgevoerd met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving ten aanzien van veiligheid en arbeidsomstandigheden (bijvoorbeeld bij extreem lage of hoge gevoelstemperaturen mogen werknemers niet doorwerken). De voorschriften die op dit gebied van kracht zijn (zie: www.arboportaal.nl) zijn op het werk beschikbaar en de betrokken werknemers worden volledig geïnstrueerd. 2. Het college kan de netbeheerder in het kader van de (verkeers-)veiligheid verplichten bouwhekken te plaatsen rondom ontgravingen. Rondom het opslagterrein van de netbeheerder is het plaatsen van bouwhekken altijd verplicht. 3. De toezichthouder kan vanuit de publieke taakstelling van het college controleren of het werk veilig wordt uitgevoerd. De toezichthouder is bevoegd om bij onveilige situaties correctieve maatregelen af te dwingen of de werkzaamheden stil te leggen. 4. Wanneer als gevolg van een storing in- of toegebrachte schade aan een net of netwerk van een netbeheerder de (verkeers-)veiligheid of de volksgezondheid in gevaar komt is er sprake van een calamiteit. 5. Calamiteiten worden direct na signalering bij de toezichthouder gemeld. 6. Storingen of schades aan voorzieningen van de netbeheerders meldt de netbeheerder bij het nationale nummer 0800-9009. 7.

Wanneer de calamiteit van dusdanige aard of omvang is dat er hulpdiensten moeten worden ingeschakeld meldt de netbeheerder dit direct bij alarmnummer 112.

12

8. Indien het noodzakelijk is dat, voor de (verkeers-)veiligheid of bescherming van de volksgezondheid, direct afzettingen worden geplaatst of (een deel van) de weg(-en) wordt afgesloten dan wordt dit tevens gemeld bij alarmnummer 112 én bij de toezichthouder.

5.6 Bodemkwaliteit 1. Bij werkzaamheden in de grond en water is de zorgplicht uit de Wet bodembescherming (Wbb) onverkort van toepassing. Dit is vooral van belang bij het werken in verontreinigde bodem. Om aan de vigerende wet- en regelgeving te voldoen werkt de netbeheerder in elk geval altijd volgens de meest actuele versie van deze richtlijnen. 2. Afhankelijk van de lokale bodemkwaliteit neemt de netbeheerder passende maatregelen om negatieve gevolgen voor de medewerkers en de omgeving (passanten, omwonenden enzovoort) te voorkomen. Dit kan alleen als van te voren voldoende bekendheid is over de lokale bodemkwaliteit, hetgeen wordt bereikt door middel van gedegen vooronderzoek.

5.7 Peilen en hoofdafmetingen 1. De netbeheerder dient zelf door meetwerk, zowel qua horizontale als verticale maatvoering, het tracé in detail uit te zetten en is zelf verantwoordelijk voor de juistheid daarvan. Namens het college treedt de toezichthouder slechts toetsend c.q. controlerend op in het kader van de verordening. 2. Bij de aanleg van kabels of leidingen in een nieuwbouwplan, waarbij (nog) geen woningen etc. aanwezig zijn om als vast punt voor maatvoering te dienen, zal namens het college door de projectleider van het nieuwbouwplan een aantal maten in overleg door piketpaaltjes of krijtmarkeringen worden aangegeven op verzoek van de netbeheerder. De netbeheerder vraagt dit 2 weken voor aanvang aan bij het college. Dit geldt alleen voor gronden die eigendom zijn van de gemeente. Bij graafwerk in particulier eigendom maakt de netbeheerder met betreffende grondeigenaar of projectontwikkelaar hierover rechtstreeks afspraken. 3. Het in stand houden (borgen/verklikken) van de peilen en hoofdafmetingen vallen onder de verantwoordelijkheid van de netbeheerder.

5.8 Grondwaterstanden en bronbemaling 1. Afwijkingen of veranderingen in de (door het college) opgegeven grondwaterstanden geven de netbeheerder geen recht op schadevergoeding of andere financiële tegemoetkomingen. 2. Indien naar inzicht van de netbeheerder bronbemaling noodzakelijk is om de werkzaamheden uit te kunnen voeren zorgt de netbeheerder zelf voor de noodzakelijke vergunning(en). Voor het onttrekken van grondwater en voor lozing op het oppervlaktewater is in veel gevallen een watervergunning van een Waterschap nodig. 3. Indien bronneringswater op het gemeentelijke rioolstelsel moet worden geloosd, vraagt de netbeheerder voor aanvang van de werkzaamheden daarvoor schriftelijk toestemming bij het team Stedelijk water en riolering van de gemeente. 4. Bij het verlagen van de grondwaterstand binnen de wortelzone van te handhaven bomen of beplanting, moet de netbeheerder in het groeiseizoen beschermende maatregelen nemen. De netbeheerder geeft in overleg met de toezichthouder de beplanting water.

6. Handhaving 6.1 Handhaving 1. De in deze nadere regels gestelde procedures, richtlijnen, voorwaarden, eisen en werkafspraken moeten worden nageleefd. 2. Mondelinge of schriftelijke (hieronder valt ook e-mail) aanwijzingen en geboden die door of namens het college respectievelijk de toezichthouder met betrekking tot de inhoud van deze nadere regels of de Verordening ondergrond: kabels, leidingen en boomwortels gemeente Utrecht worden gegeven dienen onverwijld te worden opgevolgd.

13

3. Indien de netbeheerder de voorschriften uit de verordening, de vergunning of deze Handreiking niet naleeft, of gemaakte afspraken negeert kan het college het werk stil leggen. 4. Indien blijkt dat werknemers van de netbeheerder of haar (onder)aannemers zich niet houden aan de gemaakte afspraken of zij zich op de werkvloer onbehoorlijk of overlast gevend gedragen of dat er zich tijdens de uitvoering onregelmatigheden voordoen of dat de werkzaamheden niet naar behoren worden uitgevoerd, kan het college van de netbeheerder eisen dat dit personeel de toegang tot het werk wordt ontzegd. 5. De netbeheerder houdt zelf toezicht op alle werkzaamheden van de (onder)aannemer(s) en voert de nodige controles en steekproeven uit. 6. Namens het college ziet de toezichthouder erop toe dat de voorschriften uit het instemmingsbesluit of de vergunning, de Verordening ondergrond: kabels, leidingen en boomwortels gemeente Utrecht en de nadere regels door de netbeheerder worden nageleefd. 7. Als er bomen worden beschadigd of zonder toestemming van het college worden gerooid, dient de netbeheerder kosten van vervanging door een gelijkwaardige boom (dezelfde soort en dezelfde ouderdom) aan het college te vergoeden. 8. Namens het college zal de toezichthouder, bij in gebreke blijven van de netbeheerder zelf, de noodzakelijke (herstel)werkzaamheden uit (laten) voeren.

Dit geschiedt tegen marktconforme tarieven vermeerderd met de hierbij gemaakte gemeentelijke kosten. Namens het college brengt de toezichthouder de netbeheerder hiervan schriftelijk op de hoogte.

7 Richtlijnen ten behoeve van de (tracé)engineering 7.1

Tracé inspectie t.b.v. de aanleg van kabels of leidingen 1. De netbeheerder inspecteert het beoogde tracé waarop de voorgenomen werkzaamheden uitgevoerd moeten gaan worden vooraf en onderzoekt of de werkzaamheden (verkeers-) technisch uitvoerbaar zijn t.a.v. de aanwezige wegen, waterlopen, voetpaden, kademuren, viaducten, tunnels, spoorwegen, (waterkerende) dijken, overige kabels of leidingen, bomen, wegmeubilair, taluds en gebouwen. Ook geldt dat Verwijzingsborden, Zinkerborden voor afsluiters, warmte putten en brandkranen moeten worden terug gezet bij werken derden, dit om de leiding terug te vinden. Dit is ook van toepassing bij de tegels en potten waarbij geldt dat terugplaatsing op de juiste wijze dient te gebeuren. De voorschriften voor plaatsten van potten en brandkraan tegels zijn bij Vitens en Eneco Warmte op te vragen. 2. De netbeheerder inventariseert in de engineeringsfase welke overige netbeheerders belangen hebben in het beoogde tracé en informeert deze tijdig over de voorgenomen werkzaamheden en de gegevens over de aard en ligging van betreffende kabels of leidingen. Daartoe kan de netbeheerder een oriëntatiemelding doen bij het Kadaster- sectie KLIC.

De netbeheerder geeft de overige netbeheerders de gelegenheid tot reactie waarbij de netbeheerders zelf kunnen toetsen of de voorgenomen werkzaamheden geen belemmering zijn voor een ongestoorde exploitatie van hun kabels of leidingen. Zo nodig treden zij in overleg met de netbeheerder teneinde nadere afspraken te maken. Voor zover het werkzaamheden op initiatief van de netbeheerder zijn. Anders heeft de initiatiefnemende netbeheerder, dat kan ook de gemeente zijn, de coördinatieplicht 3. De netbeheerder inventariseert zelf of er, behalve het instemmingsbesluit of de vergunning, voor bepaalde uit te voeren activiteiten eventueel een omgevingsvergunning noodzakelijk is, bijvoorbeeld voor het graafwerk in een gebied met landschappelijke of cultuurhistorische waarde al dan niet met nadere voorschriften in het kader van de bescherming van monumentale of archeologische waarden, het kappen van gemeentelijke bomen, het oprichten/plaatsen van bovengrondse voorzieningen, bouwketen of portacabins, materiaalcontainers etc.. Tevens vraagt de netbeheerder alle voor het werk benodigde aanvullende vergunningen, ontheffingen etc. die noodzakelijk zijn vanuit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) aan.

7.2 Tracébepaling aanleg van kabel of leiding (standaardprofiel)

14

Bij de tracébepaling van kabels of leidingen zijn drie aspecten van belang: • de horizontale ligging; • de verticale ligging; • de ligging t.o.v. andere objecten in de ondergrond. Het doel van het vooraf bepalen van deze liggingen is: a) een optimaal gebruik van de openbare ruimte; b) een ongestoorde exploitatie van kabels of leidingen; c) optimaliseren van de veiligheid. 1. Het in bijlage 1 opgenomen standaardprofiel is een voorkeursprofiel. Een kabel of leiding dient conform het standaardprofiel te worden gelegd, tenzij er op de plek conform het standaardprofiel reeds een andere kabel of leiding ligt, in welk geval de aan te leggen kabel of leiding zo dicht mogelijk bij voor die kabel of leiding aangewezen plaats van het standaardprofiel dient te worden gelegd. 2. In de wijken (of deelgebieden) waarin kabels en leidingen reeds conform het standaardprofiel liggen (zoals de wijk Leidsche Rijn) dient de vergunningsaanvrager vooraf toestemming van de toezichthouder te hebben gekregen om af te wijken van het standaardprofiel. In die wijken (of deelgebieden) zal de toezichthouder in beginsel geen toestemming geven af te wijken van het standaardprofiel. Als er toestemming wordt verleend, dient dit te worden vastgelegd door middel van een aantekening in de vergunning.

7.3 Horizontale ligging 1. Het kabel- en leidingentracé wordt in het algemeen en bij voorkeur in het trottoir gesitueerd. 2. In het overig deel van de openbare weg worden de riolering en transportleidingen gesitueerd. 3. De minimale afstand tussen het kabel- en leidingentracé en perceelgrens is situatie afhankelijk. De algemene profielen staan in bijlage .1 van het handboek. 4. Indien een vergunning wordt aangevraagd in een gebied waar tracés zijn vastgesteld in overleg met de ontwikkelende gemeentelijke dienst, moeten die afgesproken tracés als gearceerde of gekleurde polygonen in de ondergrond worden opgenomen in tracé tekeningen van vergunning aanvragen (bv groene tracés in Leidsche Rijn). 5. De gemeentelijke bomenkaart moet als gekleurde puntobjecten van enkele meters doorsnede (op schaal) als ondergrond in tracé tekeningen van vergunning aanvragen worden opgenomen. Bij de plaatsbepaling van kabels of leidingen in de nabijheid van bomen wordt de afstand tussen het kabelen leidingentracé en de stam van de boom bepaald door de leidraad minimale graafafstanden in de bomenposter in bijlage 2 van het handboek. De leidraad staat in onderstaande tabel: Leidraad minimale graafafstanden bomen (indicatief)

Stam, doorsnede

Minimale graafafstand vanuit Eenzijdige wortelontwikkeling het hart van de stamvoet of scheefstand boom (trekzijde)

20 cm 40 cm 60 cm 80 cm 100 cm 150 cm

1,25 m 1,50 m 1,75 m 2,25 m 2,50 m 3,50 m

2,00 m 2,50 m 3,00 m 3,50 m 4,00 m 5,00 m

6. Binnen het kabel- en leidingentracé worden de kabels of leidingen qua horizontale maatvoering volgens een vaste volgorde ten opzichte van elkaar ingedeeld. De horizontale indeling is weergegeven in de algemene profielen.

15

7. In bermen langs wegen dient de afstand van ligging van de kabels of leidingen tot aan de verharding ten minste gelijk te zijn aan de diepteligging ervan, tenzij anders wordt overeengekomen met de toezichthouder. 8. Handholes c.q. distributiepunten mogen niet aangebracht worden in kabel- en leidingtracés, rijbanen, fietspaden, parkeerplaatsen, uitwegen, op kruisingen, ter plaatse van de in- of uitritten van percelen en binnen een afstand van 5,00 m vanaf bomen en niet binnen de kroonprojectie. De handholes c.q. distributiepunten worden bij voorkeur geplaatst in voetpaden, inpandig, groenvoorzieningen of bermen in lijn met ander straatmeubilair. In overleg met de toezichthouder kunnen andere afspraken worden gemaakt over deze voorschriften. Bij de vergunning aanvraag moet een concept visuele weergave van de inpassing van bovengrondse elementen zoals kasten, trafohuisjes en centrales worden ingediend ten behoeve van toetsing door de BING/vergunningverlener. Tevens de kleur en afmetingen. (m.u.v. nieuwbouw en ontwikkelgebieden: Daar stemt de netbeheerder de positie van kasten en nutshuisjes af met de projectontwikkelaar). 9. De netbeheerder dient schriftelijk toestemming van het college te krijgen om (mede)gebruik te maken van voorzieningen die eigendom zijn van de gemeente.

Bijvoorbeeld voor het gebruik van mantelbuizen, kabelgoten of holle ruimten die onder een weg of in een kunstwerk (b.v. bruggen, tunnels, viaducten en dergelijke) van de gemeente aanwezig zijn. 10. De in deze paragraaf beschreven basisprincipes worden zoveel mogelijk nagevolgd. In bijzondere gevallen kan het college een andere indeling toestaan c.q. voorschrijven. Dit moet in de vergunning (of een aanpassing van een vergunning) worden vastgelegd. 11. Het college kan de vergunninghouder, netbeheerder of rechthebbende gelasten een kabel of leiding aan te passen, te verleggen of te verwijderen als die kabel of leiding niet in het standaardprofiel ligt, tenzij het college c.q. haar toezichthouder heeft ingestemd met een afwijking van het standaardprofiel. Als een kabel of leiding niet conform het standaardprofiel kan worden gelegd omdat er al een andere kabel of leiding op de plek van het standaardprofiel ligt, meldt de netbeheerder dit aan de toezichthouder, waarna de toezichthouder, na overleg met de netbeheerder, een alternatief tracé aanwijst dat zoveel mogelijk aansluit bij het vergunde tracé c.q. het voorkeursprofiel. Dit wordt vastgelegd als een afwijking van de vergunning. Deze beleidslijn geldt vanaf het moment van inwerkingtreding van de Verordening ondergrond: kabels, leidingen en boomwortels gemeente Utrecht.

Deze beleidslijn geldt voor de wijk Leidsche Rijn vanaf 1998. Dit laat onverlet dat het college het recht heeft de verplaatsing, aanpassing of verwijdering van een kabels of leiding te gelasten indien dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk is vanwege de (her)inrichting van openbare gronden, waaronder mede begrepen de uitvoering van werkzaamheden, de realisatie van een werk, of de aanleg van groenvoorzieningen, door de gemeente of derden, zoals omschreven in artikel 13 van de verordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=313eb19e-5385-4590-ae41-b49841c764f6