MV 3 Zet bij elke gevaccineerde een stempel in het gele boekje.docx
Tekst van het document
Mondelinge vragen Zet bij elke gevaccineerde een stempel in het gele boekje 9 juni 2021
Gesteld door:
Hester Assen, PvdA Mahmut Sungur, Denk Dimitri Gilissen, VVD Rachel Streefland, CU Bert van Steeg, CDA Tessa Sturkenboom, Student en Starter Maarten van Heuven, PvdD Has Bakker, D66 Marcel Vonk, GroenLinks
Vragen Alle fracties kregen deze week bericht van een Utrechter met spierziekte, afhankelijk van een rolstoel, die gevaccineerd is in het ziekenhuis (het UMC) maar daar geen stempel kon krijgen in zijn gele boekje. Dit betekent in de praktijk dat hij kosten moet maken als hij naar o.a. Duitsland wil reizen, terwijl elders gevaccineerden wel een stempel in het gele boekje krijgen. Dit na een aangenomen motie in de Tweede Kamer. In het ziekenhuis gevaccineerd worden is geen keuze en op deze manier worden mensen met een ziekte of handicap ongelijk behandeld. Het UMC verwijst naar ziekenhuispas die gevaccineerden hebben waarop de vaccinatie wel staat. Deze pas volstaat niet omdat o.a. Duitsland deze pas niet erkent als een geldig vaccinatiebewijs. De fracties vinden dat hier een einde aan moet komen en dat mensen die in het ziekenhuis zijn gevaccineerd met terugwerkende kracht een stempel in het gele boekje moeten krijgen en zo niet gedwongen worden kosten te maken die anderen niet hoeven te maken. De fracties hebben navraag gedaan naar de situatie. Zij beseffen dat de werkdruk bij het personeel van het UMC al lange tijd onverminderd hoog is en dat het UMC formeel in hun recht staat door geen stempel in het gele boekje te zetten. Toch willen we dat er z.s.m. een oplossing komt voor deze situatie die tot ongelijke behandeling leidt.
Gelijke behandeling weegt zwaarder dan het formele recht om geen stempel in het gele boekje te zetten.
1. Weet de wethouder of en zo ja op welke manier deze praktijk ook in andere ziekenhuizen/ gemeenten speelt? 2. Deelt de wethouder dat deze situatie betekent dat mensen ongelijk behandeld worden en dat hier een einde aan moet komen? 3. Welke inspanningen heeft de wethouder verricht om deze situatie op te lossen? 4. Welke oplossingen ziet de wethouder nu (nog) en hoe kan hij hier invloed op uitoefenen? 5. Wanneer dat nodig is, wil de wethouder zich dan richten tot het ministerie van VWS om tot een oplossing te komen?