MV 2 Organiseer draagvlak op windmolenbesluit
Tekst van het document
Mondelinge vragen Organiseer draagvlak op windmolenbesluit 29 september 2022 In het ontwerp voor de Rijnenburgerpolder (en Reijerscop) is een windmolenpark opgenomen met windmolens van mogelijk 215 tot 270 meter hoogte (tiphoogte: maximale lengte inclusief rechtop staande molenwiek). Op dit moment wordt een MER-rapportage afgerond en bereid de gemeente een zienswijze procedure voor. De gemeente (samen met Rijne Energie) is voornemens om medio 2023 een omgevingsplan voor het Energielandschap Rijnenburg ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad Volgens uitspraken van de Raad van State van enkele jaren gelden zijn belanghebbenden bij windmolenprojecten alle direct omwonenden binnen een afstand van 10x de tiphoogte van de windmolens(s). Ook grondbezitters (incl. de projectontwikkelaars met grond) zijn belanghebbenden. Als bij Rijnenburg/Reijerscop die afstand van 10x de tiphoogte wordt aangehouden (2,15 tot 2,7 km) gaat het om ca. 11.000 woningen en ca. 25.000 Utrechters en Nieuwegeiners die binnen die straal nu wonen. Volgens onderzoek van TNO en RIVM is er een reële kans dat ca. 9% van de betrokkenen schadelijke effecten ervaren van de windmolens, door hoorbaar piekgeluid bij ongunstige wind, door laagfrequent (hoorbaar en niet hoorbaar, wel voelbaar) geluid en door slagschaduw.
Dat kan dus gaan om duizenden Utrechters die hier gezondheidsschade van kunnen gaan ondervinden. Wetenschappelijk onderzoek is nog steeds niet eensluidend over hoe groot deze schadelijke effecten zijn, vooral niet als het gaat om het laagfrequente geluid. Deskundigen pleiten er in ieder geval voor om tot het moment dat daar meer duidelijkheid over is geen overhaaste en onnodige besluiten te nemen (bron: Prof. Jan de Laat van het LUMC) en te wachten totdat hier wel meer wetenschappelijke duidelijkheid over is. Dat maakt dat een gemeenteraad terughoudend moet zijn om eenzijdig besluiten te nemen over het plaatsen van windmolens in de directe nabijheid van woningen (dus binnen een afstand van 10x de tiphoogte). En als dat al aan de orde is zou een gemeenteraad er wijs aan doen om daar de direct omwonenden echt goed in mee te nemen. Vandaar onze volgende vragen aan het college.
Vragen: 1. Deelt het college de definitie van de Raad van State dat belanghebbenden (in ieder geval) degenen zijn die of grond bezitten en/of wonen (de direct omwonenden) binnen een afstand van 10x de tiphoogte van de beoogde windmolens? 2. Is het college bereid om na te gaan of er draagvlak is onder de belanghebbenden (grondbezitters en/of direct omwonenden) in en nabij Rijnenburg/Reijerscop voor het plaatsen van windmolens in het beoogde energiepark Rijnenburg? 3. Zo ja, wil het college overwegen of hiervoor een draagvlakmeting een geschikt instrument kan zijn, waarbij de direct omwonenden bijv. de vraag voorgelegd krijgen a. of zij bezwaar hebben tegen de bouw van de betreffende windmolens en b. onder welke condities die bezwaren weggenomen zouden kunnen worden? 4. Ten slotte, is het college bereid om een definitief besluit over de bouw van de betreffende windmolens pas te nemen, nadat de draagvlakmeting onder de belanghebbenden (grondbezitters en/of direct omwonenden) heeft plaatsgevonden?
Gesteld door: •
Gert Dijkstra, EenUtrecht