CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

MET WIJZIGINGEN Beleidsnota Wmo 'Samen leven, samen zorgen' (na JWCS)

Gemeenteraad 28 maart 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Beleidsnota Wmo ‘Samen leven, samen zorgen’15.869 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

‣ ‣ ‣ ‣ ‣ ‣

Beleidsnota WMO versie 14 maart 2024 | 35

‣

blijft gedurende het traject betrokken zodat er eenvoudiger op- en afgeschaald kan worden. Uitgangspunt is dat 80% van de vragen door het buurtteam opgelost worden en voor 20% een verwijzing naar de aanvullende zorg nodig is. In het kader van het Integraal Zorg Akkoord en het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen wordt ingezet op de thema’s verbinding eerste lijn (huisartsen) en sociaal domein, de ouderen en mentale gezondheid. Het buurtteam krijgt een grotere rol in de verbinding tussen het sociaal domein en de partners in de medische en langdurige zorg.

Aanvullende zorg

Sommige inwoners kampen met complexere problematiek waarbij de sociale basis en de basiszorg onvoldoende ondersteuning kunnen bieden om mee te kunnen doen in de samen­ leving. Voor deze inwoners is er extra ondersteuning beschikbaar in de vorm van aanvullende zorg. Ook is het mogelijk dat er bepaalde voorzieningen nodig zijn om zelfstandig te kunnen wonen of mee te kunnen doen. Onder aanvullende zorg vallen twee doelstellingen. Doelstelling met betrekking tot de aanvullende zorg: IV. Utrechters krijgen bij een ondersteuningsbehoefte waarvoor specifieke expertise nodig is, tijdig passende aanvullende ondersteuning in samenhang met de basiszorg en sociale basis, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen en mee kunnen doen. Veranderaanpak: Ambulante begeleiding en activering Begeleiding aan inwoners met complexere zorgvragen wordt nu op verschillende wijzen aangeboden: individuele begeleiding, thuisbegeleiding en Beschermd Thuis. Dit is verwarrend en onnodig complex bij het op- en afschalen van de intensiteit van begeleiding waarbij nu nieuwe indicaties moeten worden gesteld en overdrachten van hulpverleners plaatsvinden. We gaan daarom het onderscheid laten vervallen en zetten het om in Ambulante begeleiding.

Belangrijk onderdeel van ambulante begeleiding wordt activering en persoonlijke ontwikkeling gericht op toeleiding naar en begeleiding bij (vrijwilligers)werk of een opleiding en activiteiten gericht op persoonlijk herstel. Dit moet goed aansluiten bij de mogelijkheden en interesses van de cliënt. Ook dit zal overzichtelijker en eenduidiger worden georganiseerd. Belemmerende factoren voor inwoners en organisaties om stappen te zetten naar (beschut) werk of sociale basis worden weggenomen. Hiervoor sluiten wij onder andere aan bij de opgave Werk en Participatie. Om ervoor te zorgen dat de intensiteit van de ambulante begeleiding aansluit op de vraag van de inwoner en om de ondersteuning zo licht mogelijk te houden, is het van belang dat er op wijk- of buurtniveau wordt samen gewerkt door het buurtteam, de sociale basis en de aanvullende zorg. Hiervoor is het nodig dat er per wijk één aanspreekbare organisatie voor deze ambulante begeleiding is. Deze organisatie is verantwoordelijk voor het organiseren van de specialistische inzet – al dan niet in combinatie met activering – passend bij de vraag van de inwoner. Vanuit het oogpunt van leefbaarheid en veiligheid wordt ook samengewerkt met woningcorporaties, zodat de cliënt zelfstandig kan blijven wonen en geen overlast of gevaar voor zichzelf of de omgeving veroorzaakt en gezamenlijk wordt ingezet op gemeenschapsvorming.

‣

36

Onder de aanvullende zorg vallen ook opvang en verblijf. Dit zijn de voorzieningen voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Utrecht voert deze taak uit voor de U16. Voor inwoners in de regio Utrecht die psychische problemen hebben en niet zelfstandig wonen bieden we beschermd wonen aan. Maatschappelijke opvang is bedoeld voor kwetsbare inwoners die dakloos zijn geraakt. In de U16-regio zetten we in op zo veel mogelijk zelfstandig wonen in de eigen gemeente met passende ondersteuning op de verschillende leefgebieden. Voor inwoners waarbij dit (tijdelijk) niet mogelijk is organiseren we een passend regionaal palet aan voorzieningen op het gebied van opvang en beschermd wonen. Doelstelling met betrekking tot opvang en verblijf: V. Inwoners in de U16-regio wonen zoveel mogelijk zelfstandig en krijgen aanvullend op wat er in de sociale basis en de basiszorg kan worden geboden, passende ondersteuning in de eigen leefomgeving. Als dit (tijdelijk) niet mogelijk is, heeft de U16-regio passende opvang- en verblijfsvoorzieningen.13 Veranderaanpak: Inzetten op regionale samenwerking gericht op zelfstandig wonen met passende ondersteuning in de eigen leefomgeving aanvullend op dat wat er vanuit de sociale basis en het eigen netwerk geboden kan worden.

Een stevige sociale basis en voldoende woningen in het sociale segment in alle U16-gemeenten zijn van belang om inwoners zo veel als mogelijk lokaal te helpen en maatschappelijke uitval te voorkomen. We streven hierbij naar een evenwichtige verdeling van kwetsbare doelgroepen in de regio en evenwichtige spreiding van voorzieningen. De afspraken hierover met de regio voor beschermd wonen staan in het Regioplan Beschermd wonen U16. De afspraken over dakloosheid met de regio landen in het Regionaal plan dakloosheid dat in ontwikkeling is. Organiseren van een passend regionaal zorglandschap beschermd wonen en maatschappelijke opvang waarbij we met partners inzetten op de beweging van opvang en instellingswonen (maatschappelijke opvang en beschermd wonen) naar zelfstandig wonen met begeleiding (Beschermd Thuis , Eerst een Thuis, ambulante begeleiding). Door passende voorzieningen in onze eigen regio beschikbaar te hebben voorkomen we buiten-regionale plaatsingen. Als gemeente bieden we opvang aan verschillende doelgroepen (dakloze inwoners, asielzoekers, ongedocumenteerden, EU-arbeidsmigranten). Alleen inwoners die in de gemeente Utrecht zijn ingeschreven vallen onder het Wmo-stelsel. Gezien de druk in de verschillende opvangvormen en de schaarste in middelen, mensen en ruimte werken we aan nieuwe beleidsuitgangspunten en een samenhangende aanpak voor het brede opvangvraagstuk.

Voor de keten maatschappelijke opvang betekent dit dat er draai­ knoppen komen voor sturing gericht op de toegang, de vorm en de kwaliteit van de opvang. In een ontwikkelproces met partners werken we dit nader uit in voorgenoemde aanpak. We hebben hierbij oog voor de consequenties van deze keuzes op de gezondheid en veiligheid van deze groep en in het geheel.

‣

‣ ‣

13.

D  e uitvoering van Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen is een taak die Utrecht vooralsnog als centrumgemeente uitvoert voor de regio U16. De uitgangspunten en uitvoering hiervan zijn vastgelegd in de regiokoers Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen en het Uitvoeringsprogramma Beschermd Wonen.

Beleidsnota WMO versie 14 maart 2024 | 37

Doelstelling met betrekking tot zorg en veiligheid: ࡟ Utrechters die te maken hebben met een samenloop van problemen en die een (potentieel) gevaarsrisico vormen bieden we in samenwerking met het medisch- en veiligheidsdomein passende opvang, ondersteuning en zorg gericht op stabiliteit en herstel. Veranderaanpak: We geven uitvoering aan het domeinoverstijgend actieprogramma gericht op inwoners met een samenloop van problemen en (potentieel) gevaarsrisico. Met dit programma zetten we in op passende hulp en ondersteuning voor mensen met complexe problemen die in de meeste gevallen zorgmijdend zijn. Actielijnen uit dit actieprogramma zijn: meer inzicht in de doelgroep, effectieve aanpak van casuïstiek, versterken van outreachende zorg en een passend zorglandschap voor mensen met een samenloop van problemen en (potentieel) gevaarsrisico. We continueren met partners uit het veiligheidsdomein en uit de sociale basis, basiszorg en aanvullende zorg de uitvoering van de nota ‘Grenzen stellen, perspectief bieden’, het programma Detentie en Terugkeer en het Programma Jeugd en Veiligheid, binnen de kaders van deze beleidsnota.

‣ ‣

38

Beleidsnota WMO versie 14 maart 2024 | 39

C. Sturing en verantwoording

C. Sturing en verantwoording Utrechts Sturingsmodel We hebben forse opgaves binnen de Wmo. Het vraagt om een stevige sturing om onze doelen te realiseren binnen het beschikbare budget. We werken volgens het Utrechts sturingsmodel. De invulling daarvan voor het Wmo-beleid beschrijven we kort aan de hand van onderstaand schema.

Gedeelde waarden zijn het startpunt

Kaders en randvoorwaarden zijn scherp geformuleerd

OPGAVE Leren en verbeteren via interactie en dialoog

Opgave

Data en informatie brengt de beweging in kaart

Samen leven, samen zorgen In Utrecht kan iedereen gezond, prettig en zelfstandig wonen en samenleven. Als het nodig is wordt er passende zorg, ondersteuning en opvang geboden aanvullend op wat mensen zelf en met elkaar organiseren. Door samen te zorgen houden wij de ondersteuning tijdig beschikbaar voor de meest kwetsbaren, van goede kwaliteit en blijven we binnen de financiële kaders. Gedeelde waarden zijn het startpunt: Leidende principes: ࡟ Niets over ons, zonder ons ࡟ Grondoorzaken aanpakken ࡟ Ongelijk investeren voor gelijke kansen ࡟ Eenvoud in uitvoering ࡟ Wijkgericht werken en leefwereld centraal

42

࡟

Alleen doen wat nodig is

Kaders en randvoorwaarden zijn scherp geformuleerd ࡟ De Wet maatschappelijke Ondersteuning 2015 (landelijk kader), de regeling en het besluit maatschappelijke ontwikkeling 2015. ࡟ De financiële kaders uit de Algemene uitkering gemeentefonds (onderdeel sociaal domein), Integratie uitkering Beschermd wonen, Decentralisatie uitkering Maatschappelijke opvang, Decentralisatie uitkering Vrouwenopvang ࡟ Specifieke uitkering Gezond en Actief Leven Akkoord en Specifieke Uitkering Integraal Zorg Akkoord ࡟ Wmo-beleidsnota 2023 ࡟ Uitvoeringsprogramma voor het Wmo-toezicht (met daarin een vertaling van de nieuwe wettelijke eisen) ࡟ Utrechtse Wmo-verordening ࡟ Beleidsregels Wmo ࡟ Nadere regels (subsidieregelingen) ࡟ Inkoopvoorwaarden en overeenkomsten aanvullende zorg ࡟ Streefcijfers voor verhouding (deze zijn nog gebaseerd op een eerste inschatting, in de praktijk moeten deze aannames getoetst worden): Ondersteuning door Buurtteam ten opzichte van aanvullende zorg 80/20 Verhouding groepsgericht aanbod en individueel aanbod Buurtteam: 50/50 Verhouding groepsgericht aanbod en individueel aanbod Aanvullende zorg: 15/85 Data en informatie brengt de beweging in kaart We volgen de ontwikkelingen op het realiseren van de ambitie door: ࡟ Kwartaaldashboard met stelselindicatoren (bereik, beschikbaarheid en kwaliteit) op stelselniveau, op voorzieningenniveau, en organisatieniveau ࡟ Indicatoren die

gekoppeld zijn aan de doelstellingen in deze nota en de Programma­ begroting ࡟ Via ‘Van Wijkdata naar wijkdoen’ voor het realiseren van wijkopgaven ࡟ Cliëntervaringen op basis van Ervaringwijzer ࡟ Onderzoek van Panel Meetellen ࡟ Klachtenregistraties bij de zorgorganisaties ࡟ Signalen vanuit de Wmo-Cliëntenraad ࡟ Trends en ontwikkelingen in de stad gepresenteerd in de Utrecht-monitor, in de Volksgezondheidsmonitor en in andere verdiepende onderzoeken Leren en verbeteren via interactie en dialoog Op basis van de data en informatie zijn we in gesprek met zorgaanbieders, subsidiepartners, cliëntvertegenwoordigers en inwoners om samen deze informatie te duiden. Opdat we daar zo nodig actie aan kunnen verbinden. We doen dat op verschillende manieren: ࡟ Kwartaalgesprekken met partners waarin gesproken wordt over: Trends en ontwikkelingen in in-, door- en uitstroom Inzet van groepsgerichte zorg en blended care, en de resultaten van de samenwerking tussen sociale basis, basiszorg en aanvullende zorg Uitkomsten Ervaringwijzer Binnengekomen klachten en de afhandeling daarvan Financiële situatie

Beleidsnota WMO versie 14 maart 2024 | 43

࡟ ࡟ ࡟

࡟

44

We maken een verbeterslag op het accounthouderschap: van partnerschap naar meer rekenschap, van sturen op de voorziening naar sturen op de beweging. We sluiten hiervoor aan op het DUS-traject op ontwikkeling van het accounthouderschap. Themasessies met professionals, cliënten en cliëntvertegenwoordigers over de ontwikkelopgaven, zoals het versterken van de gemeenschapskracht in relatie tot de ambitie. Er zijn overlegtafels ingericht rond gezamenlijke opgaven over de domeinen heen (verbinding eerste lijn – sociaal domein; ouderen en mentale gezondheid) om het regioplan in het kader van het Integraal Zorgakkoord op te stellen en daar vervolgens uitvoering aan te geven. Maatschappelijk debat met de stad over de houdbaarheid van de zorg (in het kader van de VJN/hervorming sociaal domein).

Beleidsnota WMO versie 14 maart 2024 | 45

Doelstellingen en indicatoren Hieronder het overzicht van de doelstellingen en indicatoren die allen worden opgenomen in de Programmabegroting. Doelstelling I en II in het programma ‘Levendige en gezonde stad’, doelstelling III, IV en V in het programma ‘Passende ondersteuning en opvang’.

Doelstelling

Effect-indicator

0-meting

Vervolgmeting 1 Vervolgmeting 2

I. D  e verschillen in de mate van meedoen tussen (groepen) inwoners nemen af, inwoners zorgen meer voor elkaar en zijn meer betrokken in de buurt.

% inwoners dat meedoet Bron: inwonersenquête

81% (2018)

81% (2025)

83% (2027)

% inwoners met een ­beperking dat meedoet. Bron: inwonersenquête

65% (2018)

63% (2025)14

65% (2027)

% inwoners dat zich vrijwillig inzet. Bron: inwonersenquête

39% (2021)

40% (2025)

42% (2027)

% inwoners dat wil zorgen voor of hulp wil bieden aan buurt­bewoners, maar dat nu nog niet doet.

*

*

*

% inwoners dat van familie / vrienden / buren / vrijwilliger­ (sorganisatie) hulp ontvangt. Bron: inwonersenquête

**

**

**

% inwoners dat zich in de buurt inzet met een of meer activiteiten. Bron: inwoners­ enquête

41%* (2021)

41% (2025)*

42% (2027)*

% bewoners dat tevreden is over de beschikbaarheid van welzijnsaccomodaties

***

***

***

Bezetting van buurtcentra in medebeheer (in uren per jaar)

1680 uren

1800

1800

II. U  trecht heeft voldoende, goede en toegankelijke welzijnsaccommodaties15

* De vraagstelling in de Inwonersenquête 2023 is aangepast, hierdoor is er mogelijk sprake van een trendbreuk. In het voorjaar (na ontvangst en analyse van de data ) kan beter aangegeven worden of er daadwerkelijk een trendbreuk is. ** De antwoordcategorieën zijn in de inwonersenquête van 2023 dusdanig aangepast, dat vergelijking met voorgaande jaren niet meer mogelijk is. Er start dus een nieuwe reeks. Deze cijfers worden rond januari 2024 bekend, en worden dan opgenomen in de programma­ begroting (incl. streefcijfers). *** Dit betreft een nieuwe vraag voor de inwonersenquête voor 2025. Deze cijfers worden rond januari 2026 bekend, en worden dan opgenomen in de programmabegroting (incl. streef­ cijfers).

14. In 2021 was dit 60%. We willen weer dat dit stijgt, maar dat zal niet direct in 2025 weer op het niveau van 2018 zijn. 15. Welzijnsaccommodaties = buurtcentra in medebeheer, buurtcentra in zelfbeheer, buurtkamers, jongerenhuiskamers, beheerde speeltuinen en scouting.

46

Doelstelling

Effect-indicator

0-meting

Vervolgmeting 1 Vervolgmeting 2

III. U  trechters met een hulpvraag krijgen tijdig een passende oplossing, aanvullend op wat er in de sociale basis kan worden geboden

Bereik: aantal mensen dat met een ondersteuningsvraag wordt geholpen

Zie overzicht Jaarlijks, geen bijlage 3 streefnorm

Jaarlijks, geen

Beschikbaarheid: wachttijd voor eerste contact

7,2 (2022)

5 werkdagen

5 werkdagen

Kwaliteit: Cliënt en ondersteuner komen samen tot een oplossing Inwoner kan zich beter redden door de ondersteuning

Bron: Ervaring­ wijzer

jaarlijks

jaarlijks

IV. U  trechters krijgen bij een ondersteuningsbehoefte waarvoor specifieke expertise nodig is, tijdig passende aanvullende ondersteuning in samenhang met de basiszorg en sociale basis, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen en mee kunnen doen.

Bereik: aantal mensen dat met een ondersteuningsvraag wordt geholpen

Zie overzicht Jaarlijks geen bijlage 3 streefnorm

Jaarlijks geen

Beschikbaarheid: wachttijd tussen verwijzing en start ­ondersteuning

Verschilt 14 dagen per soort (2023) ­voorziening 14 – 66 dagen (2022)

14 dagen

Kwaliteit: Cliënt en ondersteuner komen samen tot een oplossing Inwoner kan zich beter redden door de ondersteuning

Bron: Ervaring­ wijzer

Jaarlijks

V. Inwoners in de U16 regio wonen zoveel mogelijk zelfstandig en krijgen aanvullend op wat er in de sociale basis en de basiszorg kan worden geboden, passende ondersteuning in de eigen leefomgeving. Als dit (tijdelijk) niet mogelijk is, heeft de U16-regio passende opvang- en verblijfsvoorzieningen.

Bereik: aantal mensen dat met een ondersteuningsvraag wordt geholpen

Zie overzicht Jaarlijks geen bijdrage 3 streefnorm

Jaarlijks geen

Beschikbaarheid: wachttijd tussen verwijzing en opname in verblijf

Verschilt 91 dagen per soort voorziening 30 - 180 dagen (2022)

91 dagen

Kwaliteit: Cliënt en ondersteuner komen samen tot een oplossing Inwoner kan zich beter redden door de ondersteuning

Bron: Jaarlijks Ervaring­wijzer

Jaarlijks

2023

Jaarlijks

streefnorm

2024

streefnorm

(2024)

streefnorm

Beleidsnota WMO versie 14 maart 2024 | 47

Risico’s Risico-omschrijving

Toelichting

Maatregelen

De streefcijfers voor de verhouding collectief en ­individueel, en basiszorg/ sociale basis worden niet gehaald.

Dit is een nieuwe invulling van de ondersteuning en er is nog geen of nauwelijks ervaring mee opgedaan. De streefcijfers zijn dan ook aannames en de realiteit kan heel anders uitpakken.

- De ontwikkelingen nauwgezet volgen en op basis daarvan de streefcijfers aanpassen.

Krapte op de arbeidsmarkt: De beroepsbevolking groeit niet mee met de stijgende zorgvraag en daardoor bestaat de kans dat er onvoldoende personeel is en er geen zorg beschikbaar is voor mensen die dat nodig hebben.

Dit betekent dat, om zorg in de toekomst toegankelijk te houden, de zorgvraag met relatief minder arbeidskrachten zal moeten worden ­beantwoord.

- Inzet van groepsgericht werken. - Inzet van technologische middelen en blended care - Inzet op ‘zorgen voor elkaar’ en normaliseren - Inzet op cultuuromslag gericht op wat een aanvaardbaar niveau van zelfredzaamheid en participatie is, en daarbij meer op soberheid sturen.

Krapte op de woningmarkt.

Bij gebrek aan geschikte woningen: - neemt het aantal daklozen toe; - stagneert de doorstroom vanuit de maatschappelijke opvang, beschermd wonen en beschermd verblijf, en daardoor groeiende wachtlijsten voor nieuwe instroom. - wonen ouderen en mensen met lichamelijke beperking in woningen waar zij zonder aanpassingen niet zelfstandig kunnen wonen.

- In de woonzorgvisie (verwacht medio 2024) wordt de woon-, zorg- en ondersteuningsbehoefte van de kwetsbare doelgroepen en ouderen uitgewerkt en worden scherpe keuzes gemaakt.

Aanpassing wet- en regel­ geving, en financiële afspraken door het Rijk bijvoorbeeld als gevolg van: het landelijk houdbaarheids­ onderzoek Wmo ontwik­ke­ lingen in de Wlz (GGZ en Ouderen) landelijke akkoorden IZA, WOZO en GALA.

De druk op de Wmo wordt groter doordat de toegang en de voor­ zieningen in de Wlz beperkt worden, hierdoor blijven inwoners langer afhankelijk en zullen ook meer gebruik maken van Wmo ondersteuning. In het kader van de landelijke akkoorden wordt van het medisch domein verwacht dat er meer aandacht is voor de sociaal maatschappelijke problematiek en de samenwerking met het sociaal domein. Dit moet leiden tot ­demedicalisering.

- Lobbytrajecten, indien mogelijk samen met de G4-steden en/of VNG. - Versterken informatiepositie om vanuit de praktijk de lobby te voeden.

Wanneer de partners de afspraken niet (kunnen) waarmaken wordt de ondersteuning van onvoldoende kwaliteit en ondoelmatig gegeven.

De inwoner krijgt niet de ondersteuning passend bij de hulpvraag. De middelen, zowel financiën als arbeidskrachten, worden niet doelmatig ingezet.

Uitvoeringstoets. Versterken Wmo Toezicht.

48

Risico-omschrijving

Toelichting

Maatregelen

Als gemeente hebben we beperkt invloed op wat inwoners zelf voor elkaar als mantelzorger, buur en vrijwilliger willen en kunnen doen.

- Inwoners die steun nodig hebben, krijgen dit onvoldoende uit de omgeving en kunnen ­daardoor niet meedoen in de samenleving. - De ambitie ‘Samen leven, Samen zorgen’ wordt niet gerealiseerd. - De schaarste in de zorg neemt toe.

- Inwoners meer betrekken bij de vraagstukken, bijvoorbeeld via een maatschappelijk debat en het ­faciliteren van meer regie en ­eigenaarschap bij inwoners. - Aansluiten bij wat inwoners zelf willen en kunnen doen en doen wat nodig is om dat te faciliteren of aan te vullen.

Verkeerde prikkels voor organisaties.

- Afspraken bieden ruimte om het organisatiebelang boven het algemeen belang te zetten, ­waardoor de beweging die wij willen inzetten stagneert.

- Afspraken toetsen op perverse ­prikkels en herformuleren gericht op gewenste beweging. - Stevigere invulling van het accounthouderschap, met naast invulling van het partnerschap ook invulling van rekenschap. - Gezamenlijk (gemeente en partners) reflecteren en elkaar aanspreken. - Ruimte geven aan gedeelde urgentie en eigenaarschap; we hebben een gezamenlijk doel.

Groeiende wachtlijsten.

- Inwoners krijgen geen passende - Inzet van innovatieve methoden zorg en ondersteuning bij hun en middelen. hulpvraag, met het risico dat - Organisaties en professionals problematiek verergert. meer gezamenlijk verantwoordelijk - Werkdruk voor professionals neemt maken voor oplossen van de toe, met risico op uitval of vertrek wachtlijsten. uit de sector. - De druk zal vanuit de ontwikkelingen in het kader van het ­Integraal Zorg Akkoord en het Programma Wonen, ­Ondersteuning en Zorg voor Ouderen toenemen.

- Inwoners menen recht te hebben op - Goede communicatie naar ­inwoners In het zorgstelsel zitten prikkels/voorwaarden waardoor Wmo ondersteuning en zullen volgens in het algemeen, en de hulpvrager de letter van de wet daarin gelijk specifiek. inwoners de beleving hebben krijgen bij de rechter. Voeren van het maatschappelijk dat zij een recht op zorg en Dit ondermijnt het principe van debat. ondersteuning kunnen claimen, Samen leven, samen zorgen. en daardoor geen eigen verantwoordelijkheid nemen en niet zelf tot o ­ plossingen komen.

Beleidsnota WMO versie 14 maart 2024 | 49

Financiën Op basis van de prognoses bij ongewijzigd beleid zien wij de tekorten voor de Wmo de komende jaren oplopen van € 2 miljoen in 2024 tot € 8,5 miljoen in 2027. In de Voorjaarsnota 2023 is dit gepresenteerd en zijn vijf uitgangspunten16 voor hervormingen in de uitvoerings­ praktijk voorgesteld. In deze beleidsnota maken wij keuzes in ons Wmo-beleid, zodat we de taakstelling kunnen halen. De hervormingen Sociaal Domein leiden tot een aanpassing van de kosten, zodat deze binnen het financieel kader passen. In de Voorjaarsnota 2024 wordt u nader geïnformeerd over de voortgang van de hervormingen sociaal domein. De maatregelen voor de taakstelling 2024 (zie Raadsbrief Hervormingen Sociaal Domein) zijn verwerkt in onderstaande tabel. Op basis van de keuzes in deze beleidsnota gaan we er van uit dat de nodige nog in te vullen besparingen vooral worden gehaald binnen de passende aanvullende zorg (doelstelling IV). De nog in te vullen besparing is daarom nu in onderstaand overzicht verwerkt bij deze doelstelling. De verdere uitwerking kan leiden tot een andere verdeling van de besparingen over de doelstellingen.

Bedragen in euro’s (X 1000)

2024

2025

2026

2027

Structureel ­jaarbedrag

27.610

27.356

27.100

25.810

25.810

7.370

7.638

7.558

7.558

7.558

Programma Levendige en gezonde stad Doelstelling I: Meedoen en voor elkaar zorgen Samenlevingsinitiatieven Inf onderst basisvaardigheden volw. Informele ondersteuning, vrijwilligersw. Doelstelling II: Toegankelijke buurtvoorzieningen Accommodaties maatsch. activiteiten Accommodaties Welzijn

16. Zie bijlage 2.

50

2024

2025

2026

2027

Structureel ­jaarbedrag

Doelstelling III: Laagdrempelige basiszorg

33.181

33.189

33.337

33.337

33.350

Prognose bij ongewijzigd beleid

33.731

33.739

33.887

33.887

33.900

-550

-550

-550

-550

-550

Doelstelling IV: Passende aanvullende zorg

85.500

91.858

88.562

89.758

89.758

Prognose bij ongewijzigd beleid

86.556

95.228

95.032

97.028

97.028

Ingevulde besparing hervormingen sociaal domein

-1.056

-1.056

-1.056

-1.056

-1.056

-

-2.314

-5.414

-6.214

-6.214

Doelstelling V: Opvang en Verblijf

127.594

117.862

117.658

117.714

116.839

Prognose bij ongewijzigd beleid

128.274

118.542

118.338

118.394

117.519

-680

-680

-680

-680

-680

281.255

275.589

268.801

267.963

267.101

Doelstelling 1: Levendige en gezonde stad: Meedoen en zorgen voor elkaar

24.698

24.444

24.444

23.944

23.944

Doelstelling 2: Levendige en gezonde stad: Toegankelijke buurtvoorzieningen

7.370

7.638

7.558

7.558

7.558

Doelstelling 3: Passende ondersteuning en opvang: Laagdrempelige basiszorg

31.431

31.439

31.587

31.587

31.600

Doelstelling 4: Passende ondersteuning en opvang: Passende aanvullende zorg

84.270

88.314

81.918

82.314

82.314

Doelstelling 5: Passende ondersteuning en opvang: 24-uurs begeleiding

128.274

118.542

118.338

118.394

117.519

Reeds in begroting gedekt (B)

276.043

270.377

263.845

263.797

262.935

Bedragen in euro’s (X 1000) Programma Passende ondersteuning en opvang:

Ingevulde besparing hervormingen sociaal domein

Nog in te vullen besparing hervormingen sociaal domein

Ingevulde besparing hervormingen sociaal domein Totaal benodigd budget (A) Reeds in begroting gedekt

Beleidsnota WMO versie 14 maart 2024 | 51

2024

2025

2026

2027

Structureel ­jaarbedrag

2.300

2.300

2.300

2.300

2.300

SPUK GALA -Versterken sociale basis

575

575

431

SPUK GALA - Mantelzorg

160

160

144

SPUK GALA - Eén tegen Eenzaamheid

160

128

SPUK GALA - Welzijn op recept

152

184

216

SPUK specifieke uitkering educatie (WEB)

1.866

1.866

1.866

1.866

1.866

Bijdragen van derden (C)

5.212

5.212

4.956

4.166

4.166

Bedragen in euro’s (X 1000) Bijdragen van derden SPUK IZA

Dit zijn de actuele begrotingscijfers na de 3e technische wijziging 2023. In de cijfers in de tabel zijn de knelpunten voor de Voorjaarsnota 2024 niet verwerkt.

52

Voortgang en verantwoording De keuzes in deze beleidsnota gaan we op de verschillende thema’s uitwerken in integrale uitvoeringsproqramma’s waarover de Raad wordt geïnformeerd. Daarnaast worden de uitwerking van de keuzes in deze Wmo-beleidsnota en de vertaling naar budget meegenomen in het Uitvoeringsprogramma hervorming sociaal domein. De Raad heeft bij deze hervorming een belangrijke sturende rol en neemt besluiten over de budgettaire en inhoudelijke kaders. Dit kan leiden tot een mogelijke verschuiving van budget voor aanvullende zorg naar de basiszorg en sociale basis. De voortgang op de beleidsnota Wmo rapporteren we in de P&C-cyclus via de doelstellingen en indicatoren zoals in deze nota en in de Programmabegroting zijn omschreven. Cruciaal in onze aanpak is dat we samen met inwoners en maatschappelijke partners leren en ontwikkelen. Dit doen we door samen inhoudelijke bijeenkomsten en datasessies te organiseren. Om zo gezamenlijk te volgen of we onze ambitie realiseren binnen het financiële kader. We duiden kwalitatieve en kwantitatieve informatie. Daarbij betrekken we ook maatschappelijke trends en (lokale en landelijke) ontwikkelingen die invloed hebben op onze opgave. Er is veel in beweging binnen het sociaal domein. Op dit moment is nog niet helder hoe de hervormingen binnen het sociaal domein ingezet gaan worden.

Daarom is het belangrijk intensief te reflecteren op de ingezette verandering. In het najaar van 2025 gaan we een uitgebreidere evaluatie uitvoeren in de vorm van een visitatiecommissie en Kritische blik. We betrekken de Raad bij de opzet en uitvoering van deze evaluatie. We informeren de Raad over de uitkomsten. Zo nodig doen we voorstellen om ons beleid bij te stellen.

Beleidsnota WMO versie 14 maart 2024 | 53

D. Bijlagen

54

Beleidsnota WMO versie 14 maart 2024 | 55

D. Bijlagen Bijlage 1: Participatie Zonder de input van inwoners, ervaringsdeskundigen, cliënten(vertegenwoordigers) en maatschappelijke partners hadden wij deze beleidsnota Wmo niet kunnen schrijven. Op verschillende momenten en op verschillende manieren is er met ons meegedacht. We zijn hierdoor geïnspireerd. Hieronder een overzicht van de verschillende participatiemomenten: ࡟ Februari 2023: verkennende gesprekken gevoerd met een zestal partners uit sociale basis, basiszorg en aanvullende zorg. Input opgehaald vanuit open gesprekken: waar wil men het accent leggen. ࡟ 23 februari 2023: bijeenkomst over de landelijke akkoorden IZA, GALA, WOZO, Sportakkoord, Hervormingsagenda Jeugd, TAZ. De ruim 100 deelnemers (inwoners, cliëntvertegenwoordigers/belangenbehartigers, bewonersinitiatieven, zorg- en welzijnspartners, woningcorporaties) gingen na een plenair deel met elkaar in gesprek over de volgende thema’s: gezond ouder worden, versterking samenwerking eerstelijn – sociaal domein, gezond opgroeien en mentale gezondheid. De input is benut voor deze beleidsnota Wmo. ࡟ 17 mei 2023: bijeenkomst over de nieuwe Wmo-beleidsnota met 120 deelnemers (inwoners, cliëntvertegenwoordigers/belangenbehartigers, bewonersinitiatieven, zorgen welzijnspartners, woningcorporaties).Een plenair deel en 10 deelsessies. In de deelsessies werd het gesprek gevoerd over de leidende principes.

Daarnaast is het gesprek gevoerd aan de hand van een aantal stellingen en bespreekpunten.de thema’s waren: voorkomen en verantwoordelijkheid nemen, vereenvoudigen en verbinden. Er werd gekeken vanuit drie inwonersperspectieven: Inwoners met perspectief op (terug) krijgen van volledige zelfredzaamheid (bijvoorbeeld mensen die schulden hebben) Inwoners die gedurende hun leven een evorm van (professionele) ondersteuning nodig blijven hebben (bijvoorbeeld mensen met LVB) Inwoners waar de zelfredzaamheid afneemt (bijvoorbeeld ouderen) ࡟ De tekening geeft de belangrijkste opbrengsten weer van deze bijeenkomst en deze opbrengst is verwerkt in de nota. ࡟ Mei 2023: schriftelijke input Wmo cliëntenraad. Deze input is verwerkt in de nota. ࡟ 5 juni 2023: input expertpanel ongelijk investeren voor gelijke kansen. Deze input is verwerkt in de nota. ࡟ 21 juni 2023: gesprek met de Wmo-Cliëntenraad over hoe we hun input verwerken. ࡟ Juni 2023: interviews met 3 cliënten over hun ervaringen met hulp en ondersteuning vanuit de Wmo. Deze ervaringen hebben de keuzes op een aantal punten aangescherpt. ࡟ 29 augustus 2023: bijeenkomst waarin gezamenlijk input is opgehaald voor de diverse beleidsnota’s die in ontwikkeling zijn. We gingen in gesprek met ruim 100 deelnemers inwoners, cliëntvertegenwoordigers/belangenbehartigers, bewonersinitiatieven, zorg-

56

࡟ ࡟ ࡟ ࡟

en welzijnspartners. Er werd input opgehaald voor de Jeugdnota, Gezond 030, Financiële bestaanszekerheid, werk en re-integratie, de Sociale Visie Utrecht 2040 en de nota van uitgangspunten voor een aantal voorzieningen in de sociale basis en de basiszorg. Voor de Wmo nota werden nog een aantal dingen getoetst. Met name de tafels “Toekomstbestendige zorg”, “Collectief werken in het sociaal domein” en “Zorgzame en betrokken samenleving” hebben aanvullende en belangrijke inzichten opgeleverd. 26 september 2023: Reactie van WMO cliëntenraad op 80% versie van de Wmo beleidsnota. Deze input is verwerkt. 20 - 27 september 2023: Input van de maatschappelijke partners via het digitale platform ‘Utrecht denkt mee’ op de ambitie en leidende principes 25 oktober 2023: schriftelijke reactie aan de cliëntenraad Wmo hoe wij de input verwerkt hebben. 15 november 2023: Gesprek met de Wmo cliëntenraad om toe te lichten op welke manier hun input is verwerkt.

Beleidsnota WMO versie 14 maart 2024 | 57

Bijlage 2: Uitgangspunten Voorjaarsnota Inhoudelijke aanpak hervormingen sociaal domein

Pijnlijke keuzes kunnen we niet voorkomen. Alleen door duidelijk te kiezen kunnen we duurzaam en toekomstbestendig onze inwoners die dat het meest nodig hebben zo goed als mogelijk helpen. Om onze inwoners die dat het meest nodig hebben op een duurzame en toekomstbestendige manier zo goed als mogelijk te helpen hanteren we de volgende uitgangspunten: 1. We richten de inzet op het wegnemen van de oorzaken die leiden tot behoefte aan zorg en ondersteuning, waarbij zoveel als mogelijk de maatregelen en basisvoorzieningen die daaraan een bijdrage leveren zoveel mogelijk worden ontzien 2. Het vertrekpunt is dat we een basis voor iedereen bieden en we hanteren de principes voor ongelijk investeren voor gelijke kansen om ervoor te zorgen dat de beperkte middelen worden ingezet voor de inwoners en buurten die dit het hardst nodig hebben 3. We vereenvoudigen de organisatie van zorg en ondersteuning in de stad en in de wijk 4. We stoppen met pilots, tijdelijke programma’s en regelingen die geen structurele bijdrage leveren aan de verbetering van de uitvoeringspraktijk. 5. We zetten in op 100% compensatie vanuit het Rijk op de “extra” Utrechtse inzet boven op het wettelijk minimum en de bezuinigingen primair te zoeken volgens de principes die omschreven worden in uitgangspunten 1 t/m 4.

Wanneer toch bij uitgangspunt 5 wordt aanbeland, gaan we ook breder in de begroting bezuinigen, waarbij de 3 prioriteiten van het coalitieakkoord ontzien worden. In het geval dat er maatregelen binnen principe 5 worden genomen, behouden we de Utrechtse basis. Dit houdt in: a. We handelen binnen uitgangspunt 5 conform de principes 1 t/m 4; b. We zetten in op preventieve en duurzame oplossingen die bewezen effectief zijn; c. We blijven mensen perspectief en kansen bieden om hun situatie te verbeteren; d. De maatregelen mogen niet in strijd zijn met mensenrechten; e. De bestaanszekerheid moet zo goed mogelijk geborgd zijn.

58

Bijlage 3: O  ntwikkelingen in vraag naar zorg & ondersteuning Bereik en beschikbaarheid Buurtteam Sociaal Ontwikkeling aantal cliënten en casussen (ondersteuningsvragen) Omschrijving

2020

2021

2022

Aantal unieke cliënten

11.118

11.289

10.953

Aantal casussen

10.834

11.654

12.213

Aantal nieuw gestarte casussen

4.705

5.457

6.325

Norm

2020

2021

2022

5,0

6,4

7,6

7,2

Gemiddelde wachttijd per jaar in dagen Omschrijving Buurtteam

Bereik en beschikbaarheid Aanvullende zorg/maatwerkvoorzieningen Ontwikkeling aantal cliënten Omschrijving

2020

2021

2022

Individuele begeleiding

1.943

2.121

2.144

Thuisbegeleiding

374

385

396

Arbeidsmatige activering

717

698

654

Dagbegeleiding

563

632

643

Hulp bij het huishouden

7.028

7.037

5.888

Vervoersvoorziening

13.319

12.912

12.685

Woonvoorziening/woningaanpassing

3.193

3.322

3.458

Rolstoelvoorziening

2.491

2.375

2.362

Beleidsnota WMO versie 14 maart 2024 | 59

Gemiddelde wachttijd (in dagen) per jaar per soort voorziening Omschrijving

Norm

2020

2021

2022

Individuele begeleiding

14

28

40

51

Thuisbegeleiding

14

50

22

66

Arbeidsmatige activering

14

7

7

16

Dagbegeleiding

14

15

11

14

Hulp bij het huishouden

14

Zie toelichting hieronder

Tot voor kort werden de wachttijden voor hulp bij het huishouden nog niet in ons systeem geregistreerd. Daarom is er geen gemiddelde wachtduur per jaar te berekenen. Na de transitie bij hulp bij het huishouden hebben wij de raad wel op verschillende momenten informatie gegeven over de wachttijden op een bepaald moment. Zie daarover onze brieven van 8 juli 2022, 8 september 2022, 31 januari 2023 en 4 juli 2023.

Bereik en beschikbaarheid Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang Beschermd wonen: aantal unieke cliënten per jaar per soort voorziening Omschrijving

2020

2021

2022

Beschermd Thuis

867

946

982

Beschermd Verblijf*

1.151

767

691

Beschermd Wonen bovenregionaal*

257

162

122

Living Lab

91

121

162

De daling van het aantal Wmo-cliënten in Beschermd Verblijf en Beschermd Wonen bovenregionaal, die zichtbaar wordt in 2021 en 2022, wordt hoofd­zakelijk verklaard doordat een aanzienlijk deel van de doelgroep GGZ-cliënten (500 cliënten) in deze voorzieningen is overgeheveld van de Wmo naar de Wlz die per 2021 is opengesteld voor mensen met blijvende en ernstige psychiatrische aandoeningen.

Beschermd wonen: gemiddelde wachttijd (dagen) per jaar per soort voorziening Omschrijving

Norm

2020

2021

2022

Beschermd Thuis

91

75

89

130

Beschermd Verblijf

91

125

199

179

Beschermd Wonen bovenregionaal

91

54

87

95

Living Lab

0

16

24

30

60

Beschermd wonen: gemiddeld aantal wachtenden per maand in een jaar per voorziening Omschrijving

2020

2021

2022

Beschermd Thuis

113

134

120

Beschermd Verblijf

199

182

130

Beschermd Wonen bovenregionaal

15

17

4

Living Lab

0

2

12

Maatschappelijke opvang: totaal aantal unieke cliënten per jaar Omschrijving

2020

2021

2022

Totaal aantal unieke cliënten*

2.303

2.298

2.079

408

547

465

1.777

1656

1.496

Stadsteam Backup - Jongvolwassenen Stadsteam Backup - Volwassenen

De totaalcijfers suggereren dat er sprake is van een daling van het aantal cliënten in de opvang. Dit geeft echter

een vertekend beeld. Er is een beperkt aantal opvangplekken en deze groeit niet mee met de vraag naar opvang. Door woningtekorten stagneert de doorstroom uit de opvang en blijven mensen langer in de opvang. Bij beperkt aantal plekken worden daardoor minder mensen langer opgevangen. Onze partners geven aan dat er sprake is van een stijging van het aantal daklozen.

Beleidsnota WMO versie 14 maart 2024 | 61

Bijlage 4: Externe factoren De Wmo en het Wmo-beleid staan niet op zichzelf. Verschillende externe factoren zijn van invloed op onze mogelijkheden om de zorg en ondersteuning passend en tijdig aan te bieden en op de ontwikkeling van de vraag. Veel van deze factoren kunnen we echter slechts beperkt beïnvloeden. Hieronder lichten we deze externe factoren verder toe.

Krapte op de arbeidsmarkt

De vraag naar ondersteuning groeit sneller dan het aanbod. Nu werkt 1 op de 6 mensen in de zorg. Bij ongewijzigd beleid zou in 2040 maar liefst 1 op de 4 mensen in de zorg moeten werken om aan de vraag te kunnen voldoen. Dit betekent dat de toenemende zorgvraag met relatief minder arbeidskrachten zal moeten worden beantwoord. De krapte op de arbeidsmarkt werkt ook nog op een andere manier door. Het stimuleren van meer werken heeft namelijk de consequentie dat mensen minder tijd beschikbaar hebben voor bijvoorbeeld mantelzorg en het steeds moeilijker wordt om vrijwilligers te vinden (SCP Sociale en Culturele Ontwikkelingen 2023).

Krapte op de woningmarkt

De woningmarkt in Utrecht staat onder druk. Voor een sociale huurwoning is de gemiddelde wachttijd meer dan 10 jaar. Er zijn onvoldoende (passende) woningen beschikbaar voor kwetsbare Utrechters. De trend van urgente woningschaarste voor alle woningzoekenden zet de komende jaren door. Het verdelen van woningen tussen alle verschillende groepen is dan ook een groot vraagstuk. Dit treft in het bijzonder woningzoekenden die aangewezen zijn op sociale huur, waaronder kwetsbare Utrechters en nieuwkomers. Dit vraagstuk wordt de komende jaren nog scherper. Het Rijk zet in op extramuralisering van de zorg. Vanuit de hervormingsagenda Jeugd, de (door)decentralisatie Beschermd Wonen en, Langer Thuis wordt ingezet om (jong)volwassenen in een kwetsbare positie en ouderen zo veel mogelijk thuis mogelijk te huisvesten. Deze beweging vraagt om duurzame, stabiele en betaalbare woonplekken om mensen een thuis te bieden. Het niet goed huisvesten van deze kwetsbare mensen heeft grote impact op individuele levens (onveilige situaties, verergering van problematiek en knelpunten in de asiel- en opvangketen) en de ondersteuning die zij nodig hebben. In de woonzorgvisie (verwacht medio 2024) wordt de woon-, zorg- en ondersteuningsbehoefte van de kwetsbare doelgroepen en ouderen uitgewerkt. Hierin zullen er scherpe keuzes gemaakt moeten worden.

Knellende wettelijke en financiële kaders

Met de invoering van de Wmo 2015 heeft het Rijk een belangrijke taak aan de gemeenten overgedragen, namelijk het bieden van ondersteuning aan inwoners in een kwetsbare positie . Maar de wetgeving legt ook een aantal beperkingen op die het voor gemeenten moeilijk maken om de opgaven passend op te pakken. Zo biedt het abonnementstarief onvoldoende mogelijkheden om ook de (financiële) draagkracht van inwoners te betrekken. De invoering van een inkomensafhankelijke bijdrage zal niet eerder dan in 2026 plaatsvinden. Ook staat

62

het door inwoners vaak ervaren ‘recht op ondersteuning’ soms op gespannen voet met de Utrechtse aanpak ‘doen wat nodig is’. Tot slot hebben wij nog te maken met een aantal onzekerheden. Zoals de voortgang en consequenties van het landelijk onderzoek naar de houdbaarheid van de Wmo Dit geeft ook veel onzekerheid over de financiële middelen, die wij vanuit het Rijk voor deze taak krijgen. De Rijksoverheid heeft de gemeenten (incidenteel) gecompenseerd voor de stijgende uitgaven op de Wmo. Bij ongewijzigd beleid krijgen wij dan ook te maken met een tekort vanaf 2024 (zie Voorjaarsnota 2023, Nu kiezen voor de toekomst).

Ontwikkelingen in het zorgstelsel

In Nederland is de financiering van zorg en welzijn geregeld door vier wetten: de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet langdurige zorg (Wlz), de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet. Deze wetten hangen met elkaar samen en keuzes in het ene domein hebben effect op de andere domeinen. De druk op het gehele stelsel maakt meer dan ooit domein- en stelsel-overstijgende samenwerking noodzakelijk. Zo zien we dat met de ambulantisering van de GGZ (afbouw bedden), gemeenten voor een grotere opgave staan in het bieden van passende huisvesting, opvang, verblijf en ondersteuning aan inwoners met psychische en psychiatrische problemen. Met zorgverzekeraars, zorgkantoor en met partners in de stad moet voorkomen worden dat inwoners vanwege schotten in het stelsel tussen wal en schip vallen. Bij ouderen speelt dat zij, voordat er een beroep wordt gedaan op de Wlz, in de meeste gevallen (intensieve) ondersteuning krijgen vanuit de Wmo. De vraag van ouderen naar Wmo-ondersteuning zal sterk groeien vanwege de dubbele vergrijzing en door de beperking van het aantal verpleeghuisbedden De ervaring leert dat de Wmo het vangnet is voor zorg en ondersteuning als in de andere domeinen deze niet of onvoldoende geboden wordt.

In de landelijke zorgakkoorden, als Integraal Zorgakkoord (IZA), Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), Sportakkoord II en het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO), wordt ingezet op een stevige verbinding tussen het medisch en sociaal domein om de zorg in de toekomst betaalbaar en beschikbaar te houden. Dit moet worden bereikt door meer regionale samenwerking over de domeinen heen, inzet op inclusie, de sociale basis, het voorkomen van zorg door inzet op gezondheid, bewegen en preventie en verschuiving van medisch naar sociaal domein. Deze insteek leidt tot een groter beroep op de voorzieningen op het gebied van welzijn, zorg en ondersteuning waarvoor de gemeente aan zet is. Vooralsnog stelt het Rijk hiervoor slechts beperkt, (tijdelijk) extra budget beschikbaar.

Opvang en ondersteuning nieuwkomers en andere doelgroepen

We zien een toename van nieuwkomers die vanuit gezins- en arbeidsmigratie of als vluchteling naar Utrecht komen. Als zij een status krijgen, kunnen ook zij net als andere Utrechters een beroep doen op opvang met zorg en ondersteuning. Actueel zijn ook de vluchtelingen uit de Oekraïne die direct een beroep kunnen doen op zorg en ondersteuning. Zij kunnen daarbij ook specifieke hulpvragen hebben. Daarnaast zien we dat de vraag naar opvang van dakloze EUarbeidsmigranten, ongedocumenteerden en ‘veiligelanders’ toeneemt. Alhoewel deze doelgroepen geen beroep kunnen doen op de Wmo, brengt het ontbreken van voldoende structurele Rijksmiddelen voor het opvangvraagstuk van deze doelgroepen dilemma’s met zich mee rondom het wel of niet inzetten van Wmo-gefinancierde opvang en ondersteuning.

Beleidsnota WMO versie 14 maart 2024 | 63

Gemeente Utrecht Maatschappelijke Ontwikkeling 14 maart 2024 secretariaatmeedoennaarvermogen@utrecht.nl MOMBSportSam@utrecht.nl

Utrecht.nl

2023-002.DDK

Fotografie: Angela Neuvel, Bas van Setten, Claire Bontje, funky-data, Halfpoint, Jerry van der Weert, Tom Philip Janssen, Ruth Catsburg, Willem Mes.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=c507884d-0ac6-4f77-9500-9ff411ad7b7c