CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo Spoorboekje Mirt-verkenning OV en wonen

Commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte (2022-2026) 19 september 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Memo ‘Spoorboekje’ MIRT-verkenning OV en wonen990 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO Datum Behandeld door Doorkiesnummer E-mailadres Kenmerk Onderwerp Beleidsveld

12 september 2024 Rein de Viet 14030 rein.de.viet@utrecht.nl 12150552 ‘Spoorboekje’ MIRT-verkenning OV en wonen Mobiliteit / Ruimtelijke Ordening

Geachte leden van de raad (m.n. leden commissies MGOR en ROG), Wij hebben tijdens de technische bijeenkomst over de ‘MIRT-verkenning OV en wonen’ van 18 juni jl. toegezegd met een ‘spoorboekje’ te komen, met een doorkijk naar de komende fase van de MIRTverkenning en een voorstel voor de momenten en wijze waarop uw raad hierbij is betrokken. In dit memo doen wij u een voorstel. De timing en inhoud van deze voorstellen is onder voorbehoud van de ontwikkelingen in het project en de afstemming en onderhandeling met de projectpartners. Context MIRT-verkenning De MIRT-verkenning OV en wonen is een onderzoek waarin de gemeente Utrecht, het Rijk, de provincie Utrecht en de gemeente Nieuwegein verkennen wat er nodig is aan openbaarvervoermaatregelen om meer woningen in de stad en regio te kunnen realiseren, de economie te versterken en de bereikbaarheid te waarborgen. Bij de afronding van de MIRTverkenning wordt door de betrokken overheden een bewuste en expliciete afweging gemaakt of een verkenning daadwerkelijk moet leiden tot een planning en studie (de fase die volgt op de verkenning). Deze afweging is onderdeel van de bestuurlijke voorkeursbeslissing (go/no go beslismoment). Aangezien de gemeente Utrecht één van de opdrachtgevers is van de verkenning, wordt deze afweging voorgelegd aan uw raad.

De belangrijkste onderdelen van deze afweging zijn: • De samenstelling van het voorkeursalternatief (daar moeten alle betrokken overheden het over eens zijn); • Het te reserveren krediet voor de benodigde financiële bijdrage van Utrecht om het voorkeursalternatief te realiseren; • De bestuursovereenkomst waarin o.a. afspraken over de risicoverdeling tussen Rijk en regio worden vastgelegd, alsook de governance voor de volgende fase. Pas nadat de gemeenteraad heeft ingestemd (en de andere overheden), volgt de planuitwerking en daarna de (voorbereiding) realisatiefase. Ook de start van de (voorbereiding) realisatie vergt instemming van de raad. Hoe dit eruit ziet, is afhankelijk van de rol van de gemeente in volgende fases van het project. Parallel met de Mirt-verkenning doen we samen met de regio en het Rijk onderzoek naar de integrale gebiedsontwikkeling van Groot Merwede (A12-zone en Rijnenburg) in het MIRT-onderzoek. Deze onderzoeken hebben nauwe samenhang met elkaar. Wij communiceren er daarom ook zo veel mogelijk over in samenhang.

Gezien de omvang en complexiteit van het project zal dit project nog vele jaren, en dus meerdere raadsperioden duren tot de oplevering. Dat vraagt dus ook om goede betrokkenheid van uw raad. Planning tot vaststellen Voorkeursalternatief Door betrokken partijen is geconstateerd dat er op dit moment niet voldoende beslisinformatie is, om over te gaan tot het vaststellen van een voorkeursalternatief. Er zijn nog (te grote) onzekerheden over de technische maakbaarheid van bouwstenen van de Merwedelijn en binnen het huidige beschikbare budget is er geen oplossing mogelijk met voldoende resultaat. Er wordt daarom een verdiepingsfase ingelast, waarin verder doorgestudeerd wordt op de technische maakbaarheid, kostenoptimalisaties en faseringsopties voor de Merwedelijn. Parallel zoeken we samen met de andere projectpartners naar mogelijkheden om het budget te vergroten. Het streven is de verdiepingsfase af te ronden rond de zomer van 2025, zodat er tijdens het BO MIRT van 2025 (najaar) een voorlopig Voorkeursalternatief kan worden vastgesteld. Voorstel Spoorboekje 1. Excursie projectgebied verdiepingsfase Graag nemen wij u in Q4 2024 mee op excursie in Utrecht. Hierin geven we toelichting op de verschillende (on)mogelijkheden van haltelocaties in het stationsgebied, waarop wordt doorgestudeerd in de verdiepingsfase.

Ook fietsen we graag met u langs het toekomstige tracé, waarbij we stil staan bij de verschillende oplossingen waarnaar wordt gekeken in de verdiepingsfase. Met uw griffie zoeken we naar een passende mogelijkheid voor deze excursie (liefst nog in oktober). 2. BO MIRT 2024 In aanloop naar het BO MIRT 2024 (najaar) ontvangt uw raad (naar verwachting in november 2024) een brief met de tussenresultaten van zowel de MIRT-verkenning ov en wonen als het MIRTonderzoek A12-zone en Rijnenburg. Desgewenst organiseren we hierover weer een technische bijeenkomst. 3. Verdiepende sessie Wij verwachten rond maart 2025 een redelijk voorlopig beeld te hebben van de uitkomsten van de verdiepingsfase. Voorstel is om deze, met de tekeningen op tafel, aan u toe te lichten zodat u meer inzicht krijgt in de mogelijke voorkeursalternatieven en de keuzes en dilemma’s die daarbij komen kijken. Als u hiermee akkoord bent, zoeken we met uw griffie naar een geschikt moment. 4. Kaderstellend raadsbesluit Uiterlijk Q3 2025 zal de verdiepingsfase gereed zijn. Dat is het moment dat betrokken partijen met elkaar de finale gesprekken voeren om een voorlopig voorkeursalternatief vast te stellen. In deze periode zal het college een kaderstellend raadsbesluit voor het voorlopig voorkeursalternatief aan de gemeenteraad voorleggen.

Voorafgaand aan bespreking en besluitvorming is er uiteraard de mogelijkheid om desgewenst een technische bijeenkomst of een raadsinformatiebijeenkomst te (laten) organiseren. 5. BO MIRT 2025 In aanloop naar het BO MIRT 2025 (najaar) wordt, mits partijen hierover overeenstemming bereiken, het voorlopig voorkeursalternatief ter inzage gelegd. Het college zal uw raad hierover met een brief informeren en desgewenst toelichten en bespreken. Na verwerking van de inspraak wordt het definitieve voorkeursalternatief samengesteld. Het definitieve voorkeursalternatief legt het college met een raadsvoorstel ter goedkeuring aan uw raad voor (Q3 / Q4 2025). Goedkeuring van het voorkeursalternatief door alle opdrachtgevende partijen is een voorwaardelijk onderdeel voor de voorkeursbeslissing. 2

We bezien nog de mogelijkheden van een excursie naar een vergelijkbaar project dat reeds in uitvoering is, zodat we een goed beeld krijgen van de omvang en impact van een dergelijk grootschalig project. We horen graag of daarvoor vanuit uw raad ook belangstelling is. De MIRT-verkenning voeren we uit met andere overheden. De besluitvorming (inhoud en moment waarop) moeten we onderling afstemmen. Dit kan ook gevolgen hebben voor dit spoorboekje. Mocht dat het geval zijn, dan wordt uw raad uiteraard hierover geïnformeerd. Met vriendelijke groet, mede namens college Eelco Eerenberg Lot van Hooijdonk Wethouder Mobiliteit

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=f827fc97-0ac6-4eaa-810b-2ab7ac17297c