Memo Nadere informatie over de RSU 2040 nav RIB.pdf
Tekst van het document
MEMO Datum Behandeld door Doorkiesnummer E-mailadres Kenmerk Onderwerp Beleidsveld Bijlage(n)
7 juni 2021 B. de Jong 14 030 b.de.jong@utrecht.nl 8272740/20210607 Nadere informatie over de RSU 2040 Ruimtelijke ontwikkeling 1
Geachte leden van de raad, In deze memo treft u zoals toegezegd tijdens de Raadsinformatiebijeenkomst over de RSU 2040 van vorige week dinsdag enige nadere informatie aan, in aanvulling op de antwoorden die zijn verstrekt. Realisatie versus realisme in relatie tot beschikbare middelen: De vraag werd gesteld wat het voor de RSU betekent als we niet de bijdragen van andere partijen, m.n. het Rijk zouden ontvangen. Wat we als gemeente Utrecht willen en voorstaan sluit aan bij rijksbeleid. Dit toont zich onder andere in Utrecht Nabij, de gezamenlijke bereikbaarheidsvisie van Rijk en Regio, en in de ontvangst van de U Ned-proposities in de MIRT-trajecten. Het rijk, die een forse bijdrage zou moeten leveren aan met name onze mobiliteitsambities, erkent de benodigde koppeling tussen verstedelijking en mobiliteit, en onze brede benadering van de leefbare stad. Wij hebben er vertrouwen in dat de wederzijdse inspanning op het realiseren van de gezamenlijke uitgangspunten zich zal uitbetalen in de vorm van integrale fondsvorming en honorering van onze proposities. Mocht dit niet het geval zijn, en de externe fondsen blijven fors achter bij de verwachting, dan zal dit ook consequenties hebben voor de groei van de stad. Immers, een gezonde groei zoals wij die voorstaan gaat gepaard met een evenwichtige barcode, en daar hoort ook de juiste infrastructuur bij.
In hoofdstuk 7 van de RSU is aangegeven welke prioriteit we daarbij hanteren: eerst de Merwedelijn/Papendorplijn met de daar aan gerelateerde gebiedsontwikkelingen, met als volgende stap de Waterlinielijn. Voor de stappen in ontwikkeling die daarna volgen, moeten nog nadere keuzes worden gemaakt. Indien bijdragen aan de bekostiging van die eerste fasen niet of onvoldoende tot stand komt, komt de ontwikkeling van de gebiedsontwikkeling in Utrecht Zuidwest respectievelijk de verstedelijking rond Lunetten/Koningsweg en de A12-zone onder druk te staan. Bovendien zijn de twee verbindingen voor korte termijn ook relevant zijn voor ontsluiting van randstedelijke gebieden op langere termijn (A12 en eventueel Rijnenburg). Voor de ontwikkeling van de diverse knooppunten zijn in het kader van U Ned gebiedsverkenningen in voorbereiding, waarbij wordt samengewerkt met regio, provincie Utrecht en Rijk. Deze gebiedsverkenningen zullen het bovenstaande kwalitatieve beeld ook kwantitatief nader verhelderen.
130% plancapaciteit: Ook is de vraag gesteld hoe de 130% voor toevoegen van woningen in de RSU 2040 is verwerkt. In de RSU wordt uitgegaan van 60.000 woningen, die tellen op tot 100%. Dit aantal is het optimum in relatie tot de barcode. We hebben de toevoeging van 60.000 woningen gehanteerd voor de barcode. Toevoeging van meer woningen is van invloed op de barcode omdat dan ook meer ander programma moet worden toegevoegd. De knooppunten zijn qua woningbouw geprogrammeerd op de ondergrens. Extra woningen programmeren bij een of meer knooppunten kan consequenties hebben voor de barcode en voor de 10 minutenstad. Dit wordt in de gebiedsverkenningen voor de knooppunten nader verkend. Tot 2040 worden er conform het nu in de RSU 2040 opgenomen programma 60.000 woningen gebouwd. Ook na 2040 zal de stad zich verder ontwikkelen en daarvoor is ook nog ruimte. Een mogelijkheid is grootschalige ontwikkeling van Rijnenburg. In de planperiode wordt al een ontwerpstudie verricht op grond waarvan op een later moment nadere keuzes kunnen worden gemaakt. Overigens gaat het bij de 130% om compensatie op terugval in het bouwprogramma op te vangen om op 100% (60.000 woningen) uit te komen.
In de gebiedsverkenningen die in het kader van U Ned worden gedaan, worden mogelijkheden om programma toe te voegen op de verschillende knopen verkend, waarbij we streven naar een optimaal programma dat past bij de barcode en bij onze ambities op het gebied van mobiliteit. Hierbij kijken we ook naar het effect van mogelijke verschuivingen van programma tus sen knopen. Voor de RSU hebben we een het laadvermogen van de verschillende knooppunten verkend. De resultaten ervan staan in het document “bandbreedtes” welke als bijlage is toegevoegd. Integraal Ruimtelijk Plan en ruimtevraag bedrijventerreinen: In het kader van het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) wordt nog gezocht naar ca 80 ha voor bedrijventerreinen in de regio. De vraag werd gesteld welke impact dat heeft op de RSU2040. In de RSU2040 wordt uitgegaan van de toevoeging van 70.000 arbeidsplaatsen tot 2040. Hiermee nemen wij het leeuwendeel voor onze rekening in relatie tot de regio. Recent hebben we met de Ontwikkelmaatschappij Utrecht (OMU) hierover afspraken gemaakt.. Hiertoe is met name het intensiveren van bestaande bedrijvenlocaties een passend middel. Daarnaast is de RSU 2040, na vaststelling en conform Motie 2019/415, leidend in de besprekingen over de Utrechtse inzet bij ruimtelijke ontwikkelingen die de stad raken, zoals het IRP.
Verder is het tekort aan bedrijfsterreinen een regionale vraag die een regionaal antwoord behoeft. Dit geldt ook voor de ruimtebehoefte voor energie-opwekking. Toevoegen van woningen in Kanaleneiland: Tot slot is een vraag gesteld over de toevoeging van woningen in Kanaleneiland. De komende jaren worden 2100 woningen in Kanaleneiland en Transwijk toegevoegd door uitvoering van bestaande plannen waaronder bijvoorbeeld de locatie Ziekenhuis Oudenrijn (inmiddels opgeleverd) Krachtstation en Wisselstrook, Marco Pololaan 111- 113, Beneluxlaan 901, Europalaan 33-45 etc. Voor een compleet overzicht verwijs ik u naar het MPR 2021.
Met vriendelijke groet,
Klaas Verschuure
2