CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Lombokplein, Lombok_Toelichting (januari 2023).pdf

Gemeenteraad 2 februari 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Lombokplein, Lombok42.967 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Bestemmingsplan

Lombokplein, Lombok Vastgesteld, datum volgt na vaststelling

Lombokplein, Lombok

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Doelstelling

7

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

7

1.3

Geldende plannen

9

1.4

Leeswijzer

9

Hoofdstuk 2

Relevante beleidskaders

11

2.1

Rijksbeleid

11

2.2

Provinciaal en regionaal beleid

14

2.3

Gemeentelijk

24

2.4

Conclusie

Hoofdstuk 3

beleid

45

Bestaande situatie

47

3.1

Inleiding

3.2

Beschrijving

van het plangebied

47

3.3

Beschrijving

van de bestaande functies in het plangebied

49

3.4

Conclusie

Hoofdstuk 4

47

49

Planbeschrijving

51

4.1

Projectbeschrijving

51

4.2

Verkeer en openbare ruimte

59

Hoofdstuk 5

Onderzoek en randvoorwaarden

73

5.1

Inleiding

73

5.2

Milieueffectrapportage

73

5.3

Bedrijven en milieuzonering

74

5.4

Geluidhinder

75

5.5

Trillingen

79

5.6

Geur

80

5.7

Externe veiligheid

80

5.8

Ontplofbare Oorlogsresten

81

5.9

Luchtkwaliteit

82

5.10

Bodem

83

5.11

Natuurbescherming

87

5.12

Bomen

90

5.13

Water en klimaatadaptatie

92

5.14

Archeologie

106

5.15

Kabels en leidingen

112

5.16

Kwaliteit van de leefomgeving

112

5.17

Gezond stedelijk leven

113

5.18

Toegankelijkheid

115

5.19

Circulaire economie en instrumenten duurzaam bouwen

116

5.20

Energie

117

5.21

Conclusie

117

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

6.1

Economische

6.2

Maatschappelijke

Hoofdstuk 7

uitvoerbaarheid uitvoerbaarheid

Juridische plantoelichting

2 bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)

119 119 119

125

Utrecht

7.1

Inleiding

125

7.2

Planvorm

125

7.3

Opbouw regels

7.4

Regeling bijbehorende

7.5

Nadere toelichting begripsomschrijvingen

127

7.6

Systematiek

127

7.7

Artikelsgewijze

125 bouwwerken

126

van de bestemming Wonen toelichting

7.8 Omgevingsvergunning werkzaamheden

127

voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van 132

7.9

Lijst van Bedrijfsactiviteiten

7.10

Lijst van bedrijfsactiviteiten

132

7.11

Lijst van Horeca-activiteiten

136

7.12

Handhaving

137

in de woonomgeving

bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)

3

134

4 bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

Toelichting

bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)

5

6 bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Doelstelling

Het Westplein is nu nog een plek waar veel auto's, asfalt en fietsen zijn. Het is een zeer druk verkeersplein. Daarom wordt het Westplein opnieuw ingericht en vormt zich naar een stadsstraat. Deze herinrichting vindt ook plaats voor de Graadt van Roggenweg. De herinrichting zorgt voor een stadsstraat met 2 rijstroken waar maximaal 30 kilometer per uur gereden wordt tussen de Koningsbergerstraat en het kruispunt met de Vleutenseweg en veel water en groen. De hoofddoelstelling van het bestemmingsplan is dan ook om de nieuwe ontwikkelingen voor het Lombokplein planologisch-juridisch mogelijk te maken. Op onderstaande afbeelding 1 is het aandeel groen goed terug te zien. In het bestemmingsplan is het groen tussen of aan de wegen niet apart bestemd. Dit om flexibiliteit te kunnen geven aan de herinrichting van dit gebied. De structurele groenstructuur langs bijvoorbeeld de Leidse Rijn en het Lombokpark zijn wel apart als Groen bestemd. De aanpassingen voor het Lombokplein betreffen onder meer de toevoeging van ongeveer 350 tot 400 woningen, een uitbreiding van het NH-hotel, de doortrekking van de Leidse Rijn, de aanleg van drie nieuwe bruggen en een park aan het water van de Leidse Rijn.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen aan de noordwestkant van het Stationsgebied van Utrecht. Het plangebied is begrensd door de wijk Lombok in het noorden, de treinsporen en Smakkelaarsveld aan de oostkant, het Stationsgebied met het Jaarbeursplein aan de zuidkant en aan de westkant het Merwedekanaal. De plangrenzen van het bestemmingsplan sluiten aan op die van recente juridisch-planologische regelingen.

bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)

7

Afbeelding 1: Begrenzing Lombokplein Legenda 1. Herstel Leidse Rijn 2. Drie nieuwe bruggen over de Leidse Rijn 3 t/m 5. Drie nieuwe bouwblokken 6. Stadsstraat 7. Fietsroute Leidseweg 8. Lombokpark 8 bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

1.3

Geldende plannen

Dit bestemmingsplan vervangt voor de locatie van het plangebied de volgende bestemmingsplannen en verordeningen. Bestemmingsplan Vastgesteld door Raad Hoog Catharijne 20-02-1969 Suikerterrein 20-03-1980 Kanaalstraat e o 05-09-1980 Smakkelaarsveld, Binnenstad 14-11-1985 Lombok e.o. 04-12-2008 Stadskantoor en OV-terminal 29-06-2010 Trambaan Graadt van 10-05-2012 Roggeweg-Croeselaan, Dichterswijk Spoorsevoorzieningen 25-10-2012 Daalsetunnel en Leidseveertunnel Facetbestemmingsplan 13-12-2012 woningsplitsing II Actualisering stationsomgeving 31-10-2013 Van Sijpesteijnkade, Westflank 27-10-2016 Noord-HOV, Stationsgebied Van 29-01-2015 Sijpesteijnkwartier-Jaarbeursplei n Actualisering diverse gebieden 01-12-2016 2016 Beheersverordening Algemene 30-11-2017 regels actualiseren Lombok Oost, kantorengebied 20-06-2013 Smakkelaarsveld eo (geconsolideerd) Dichterswijk, Kanaleneiland, 20-06-2013 Transwijk (geconsolideerd) Beheersverordening Pijlsweerd, 20-06-2013 Tuinwijk, Tuindorp Oost e.o. (geconsolideerd) Chw Algemene regels over 30-11-2017 bouwen en gebruik

1.4

Onherroepelijk 03-04-1970 28-04-1981 31-08-1984 16-12-1986 20-08-2009 15-03-2011 05-07-2012

19-12-2012

08-02-2013 16-01-2014 22-12-2016 09-04-2015

26-01-2017 31-10-2018 11-07-2013

11-07-2013 25-12-2014

31-10-2018

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 bevat de beschrijving van de relevante beleidskaders. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de bestaande situatie. Onder andere de ruimtelijke structuur, de historische ontwikkeling van het gebied en de beschrijving van de aanwezige functies worden hier beschreven. In hoofdstuk 4, de planbeschrijving, worden de mogelijkheden die het plan biedt aan de toekomstige ontwikkelingen beschreven. De diverse noodzakelijke onderzoeken ten aanzien van bijvoorbeeld milieuaspecten komen in hoofdstuk 5 aan bod. Hoofdstuk 6 gaat in op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 7 komt de juridische toelichting op de planregels aan bod.

bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)

9

1 0 bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 2 Relevante beleidskaders 2.1

Rijksbeleid

2.1.1

Nationale Omgevingsvisie (2020)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. De gemeente Utrecht kan vooral aan de volgende nationale belangen een bijdrage leveren: 1.

bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 4. zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 5. waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 6. waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 7. beperken van klimaatverandering; 8. realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 9. waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 10. waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 11. waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 12. behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 13. verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. De NOVI benoemt vier prioriteiten De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten: 1. ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel bevorderen; 3. zorgen voor sterke en gezonde steden en regio's; 4.

stimuleren van een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Omgevingsinclusieve benadering Centraal in de te maken belangenafwegingen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving in zijn volledige omvang (boven- en ondergrond). Hierbij wordt aangesloten bij de integrale opvatting van het begrip fysieke leefomgeving uit de Omgevingswet en wordt de noodzaak van een integrale afweging benadrukt. Het belangrijkste spanningsveld in die afwegingen is het spanningsveld tussen beschermen en ontwikkelen. Een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving houdt in, dat ontwikkeling van de leefomgeving samen gaat met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Afwegingsprincipes Beschermen en ontwikkelen gaan niet altijd en overal samen (en zijn soms onverenigbaar), maar ze kunnen elkaar ook versterken. Om dit afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)

11

richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1.

2.

3.

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. Kenmerken & identiteit van een gebied staan centraal. De optimale balans tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

Plangebied De herinrichting van de Graadt van Roggenweg en Westplein en de doortrekking van de Leidse Rijn sluiten aan bij de nationale belangen. Onder meer sluiten deze ontwikkelingen aan bij het waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem, het waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving, zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften, waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving en het waarborgen van de waterveiligheid en klimaatbestendigheid. 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) (2012) en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) (2012) In de Wet ruimtelijke ordening zijn de besluitmogelijkheden van gemeenten begrensd om nationale belangen te borgen of te beschermen. Wanneer namelijk nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kan een algemene maatregel van bestuur (AMvB) regels stellen over de inhoud van een bestemmingsplan. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, oftewel de AMvB Ruimte) zijn nationale belangen beschreven die om bescherming van het Rijk vragen, zoals bijvoorbeeld de 'erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde'. Voor deze belangen is het Rijk namelijk verantwoordelijk.

Verder zijn in de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) nadere regels opgenomen voor onder andere militaire terreinen, radarverstoringsgebieden, reserveringen voor spoor en wegen en buisleidingen. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden, zoals de gemeente Utrecht, beleidsruimte. Plangebied Voor Lombokplein is het onderdeel 'erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde' relevant. De Romeinse Limes ligt over nagenoeg heel Utrecht heen. Voor Lombokplein geldt dat voor archeologie de waarden in beeld worden gebracht via onderzoek. Zie hiervoor paragraaf 5.14. Ten aanzien van de Leidse Rijn die wordt doorgetrokken is de Spoorwegwet van belang. Dit komt aan de orde bij de uitvoering van de werkzaamheden. Daarmee houden we rekening. 2.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro 3.1.6 tweede en derde lid) (2017)

De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is in 2012 vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro bepaalt dat overheden een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting van het bestemmingsplan moeten motiveren. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe laddersystematiek geldt. Het doel van de motivering op grond van de Ladder is een zorgvuldige afweging bij ruimtelijke besluiten die zorgt voor zuinig ruimtegebruik en tegengaan van overprogrammering en leegstand. Het besluit voldoet hiermee aan een goede ruimtelijke ordening. De toetsing aan de Ladder kan bij het opnemen van uitwerkingsplichten en wijzigingsbevoegdheden in het bestemmingsplan, doorschuiven naar de fase van de vaststelling van het uitwerkings- of wijzigingsplan. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt moet een motivering bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Wanneer het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet het bestemmingsplan een motivering bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Ladder is kaderstellend voor alle juridisch verbindende ruimtelijke besluiten van de decentrale overheden, waaronder de bestemmingsplannen van de gemeente Utrecht.

Beschrijving behoefte 1 2 bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

De behoefte is kort gezegd het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd. De Ladder bepaalt niet voor welk gebied de behoefte in beeld moet worden gebracht. De uitkomst van de beoordeling van de behoefte moet in de plantoelichting worden vermeld. Naast een kwantitatieve beoordeling vindt ook een kwalitatieve beoordeling plaats. Beschrijving behoefte buiten het bestaand stedelijk gebied Wanneer de beoogde ontwikkeling niet kan plaatsvinden binnen het stedelijk gebied door bijvoorbeeld het toepassen van een andere bestemming van een gebied, herstructurering van bestaande terreinen of door transformatie van bestaande gebouwen of gebieden moet een motivering worden opgenomen waarom dit niet mogelijk is. Het bestaande stedelijk gebied kan worden gedefinieerd als het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. De provincie Utrecht heeft in de Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening de afbakening van het bestaand stedelijk gebied vastgelegd. Lombokplein ligt niet buiten het bestaand stedelijk gebied.

Behoefteonderzoek plangebied De Utrechtse woningmarkt staat onder druk. Er is meer vraag naar woningen dan aanbod. Dit komt tot uiting in stijgende huizenprijzen en schaarste op de woningmarkt. Hierdoor wordt het voor bepaalde groepen zoals starters en mensen met een kleine portemonnee moeilijk om een passende woning te vinden in onze stad. De middeninkomens zijn ondervertegenwoordigd in de stad wat een tweedeling in de hand kan werken. De stad groeit de komende periode door. We leggen de focus op gezonde (binnenstedelijke) groei om schaarste effecten te voorkomen. De snelheid waarmee gebouwd wordt loopt momenteel in de pas met de woningbouwbehoefte. In de stad Utrecht worden jaarlijks meer dan 4000 woningen per jaar gebouwd. Tot 2040 is de woningbehoefte in de regio Utrecht (U16) 104.000 woningen (waarvan ongeveer 60.000 voor de stad Utrecht). Ofwel, er is de komende jaren behoefte aan een stad ter grootte van Eindhoven in de regio (of een stad met de omvang van den Bosch in Utrecht zelf. Met deze voorziene woningbehoefte komt er een behoorlijke woningbouwopgave op ons af waar we ons vol voor in zetten. Ter illustratie: de harde plancapaciteit in de stad Utrecht tot en met 2040 ligt op ca. 40.000 woningen.

Op dit moment is de totale plan potentiële capaciteit voor de periode tot en met 2040 toegenomen, maar nog niet in die mate dat deze als vanzelfsprekend ingezet kan worden om de kwantitatieve behoefte in te lossen. Dit is allemaal binnenstedelijke plancapaciteit. Onze plancapaciteit publiceren we periodiek via het Meerjaren Perspectief Ruimte (voorheen MPSO). Voor de andere aspecten is door Stec Groep een laddertoets uitgevoerd. Deze laddertoets is opgenomen in Bijlage 14 en is uitgevoerd naar de verschillende centrumfuncties, behalve wonen, in het plangebied. Voor de laddertoets is gekeken naar het maximale programma zoals ook is opgenomen in het bestemmingsplan. Per centrumfunctie is de conclusie als volgt: 1. Kantoren De combinatie van de behoefte aan kantoren in het Stationsgebied (zoals blijkt uit de Kantoorbrief 2019), het inzetten van de gemeente op onder andere het Stationsgebied als ‘top kantoorlocatie waar wonen onderdeel is van de mix’ en de veranderende behoefte van kantoorgebruikers aan een locatie waar verschillende functies bij elkaar komen, maakt de ontwikkeling van kantoorruimte in het plan Lombokplein passen bij het beleid en de ambities van de gemeente Utrecht.

De ontwikkeling van kantoorruimte in de vorm van kleinschalige kantoorunits, aanvullend aan en aansluitend op de totale ontwikkeling van Lombokplein past bij het hoogstedelijke en multifunctionele totaalconcept van het plan. Naar verwachting leidt de relatief beperkte toevoeging van de functie kantoorruimte, gezien de totale omvang van het plan, de behoefte aan de functie en het ondersteunende karakter van de functie, niet tot onaanvaardbare ruimtelijke effecten elders. 2. Hotel Het plan voorziet in een vraag naar hotels in de gemeente Utrecht. Met het Hotelbeleid is er een keuze gemaakt in de plannen die door kunnen gaan en de uitbreiding van het NH-hotel in het plan Lombokplein is hier er één van. Mogelijke leegstandseffecten zullen zich naar verwachting niet of zeer beperk voordoen bij een toevoeging van maximaal 60 kamers aan het al bestaande NH-hotel. Het plan voorziet in een behoefte en leidt naar verwachting niet tot onaanvaardbare ruimtelijke effecten elders. 3. Horeca Toevoeging van horecagelegenheden met een wijkverzorgende functie, passend bij de aard en schaal van de totale ontwikkeling van Lombokplein, past bij het beleid en de ambities van de gemeente Utrecht. Het zal niet leiden tot een duurzame ontwrichting van de horecastructuur in het stationsgebied of de gehele gemeente Utrecht.

Mogelijke leegstandeffecten zijn er naar verwachting niet of beperkt bij een toevoeging van enkele horecagelegenheden ondersteunend aan het concept bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)

13

en de hoofdzakelijke woonfunctie van Lombokplein. Op basis van de beoogde ondersteunende horecafuncties verwachten we geen onaanvaardbare ruimtelijke effecten. 4. Overige ondersteunende functies De beoogde ondersteunende centrumfunctie ateliers, buurthuiskamer, dienstverlening en zorgvoorziening hebben allen een beperkt programma en passen goed bij de aard en schaal van de totale ontwikkeling van het Lombokplein. Deze ondersteunende centrumfuncties passen goed bij en zijn ondersteunend aan het beoogde woonprogramma. Door de ondersteunende vorm zullen de functies voornamelijk wijkverzorgend zijn. De ondersteunende functies zijn veelal maatschappelijke en culturele functies. Dit type functies concurreert ruimtelijk gezien niet met andere locaties. Mogelijke ruimtelijke effecten zullen naar verwachting dan ook beperkt zijn. Door kleinschaligheid en ondersteunende vorm zijn de centrumfuncties ondergeschikt aan totaalontwikkeling. Conclusie De vraag naar woningen in Utrecht en de regio is duidelijk aanwezig. Het aantal woningen in de toekomstige bouwplannen is nog onvoldoende om de woningbehoefte in te lossen. De centrumfuncties, passend bij de aard en schaal van de totale ontwikkeling van Lombokplein, passen bij het beleid en de ambities van de gemeente Utrecht.

De centrumfuncties passen bij de ontwikkeling van Lombokplein als multifunctioneel hoogstedelijk gebied en voorzien als ondersteunende functies binnen dit gebied in een behoefte. Naar verwachting leidt de relatief beperkte toevoeging van de centrumfuncties, gezien de totale omvang van het plan, de behoefte aan de functies en het ondersteunende karakter van de functies, niet tot onaanvaardbare ruimtelijke effecten elders. Daarmee is in voldoende mate aangetoond dat het onderhavige bouwplan voorziet in een actuele behoefte zoals bedoeld in artikel 3.1.6 Bro. 2.1.4

Structuurvisie Ondergrond

In 2018 hebben de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en van Economische Zaken en Klimaat de Structuurvisie Ondergrond opgesteld. De Structuurvisie Ondergrond gaat over de nationale belangen van de drinkwatervoorziening en de energievoorziening, en de weging van beide belangen ten opzichte van elkaar. Het gaat bijvoorbeeld over grondwaterwinning, gaswinning, geothermie en het opslaan van CO2. Deze Structuurvisie beoogt duidelijkheid te verschaffen over de mogelijke combinatie van grondwaterwinning en mijnbouwactiviteiten en tegelijkertijd beide belangen in voldoende mate te dienen. Dat betekent dat er steeds gezocht is naar de balans tussen enerzijds het beschermen van het grondwater voor de toekomstige drinkwatervoorziening en anderzijds het benutten van de ondergrond voor de - transitie naar een duurzame - energievoorziening. In de structuurvisie wordt aangegeven waar activiteiten in de ondergrond ruimtelijk uitgesloten of gecombineerd kunnen worden, nog voorafgaand aan een concreet initiatief. Plangebied Voor Lombokplein is het uitgangspunt dat er evenveel energie wordt gebruikt als opgewekt. Vanwege de hoge dichtheid van alle ontwikkelingen in het gebied wordt er gestuurd op een collectief bodemenergiesysteem. Dit collectief systeem komt voor het Beursgebied zodat diverse projecten met elkaar gecombineerd worden.

Het Beursgebied bestaat uit de projecten Lombokplein, Beurskwartier, Jaarbeurs en een deel van het westelijk Stationsgebied.

2.2

Provinciaal en regionaal beleid

PROVINCIAAL 2.2.1

Provinciale Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening

Op 10 maart 2021 stelden Provinciale Staten de Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening vast. Beiden zijn in werking getreden op 1 april 2021. De Interim Omgevingsverordening is nodig omdat de Omgevingsverordening alleen onder de Omgevingswet in werking kan treden. Met de Interim Omgevingsverordening kunnen plannen en ambities eerder vorm gegeven worden. De Omgevingsverordening heeft van 1 juni 2021 tot en met 12 juli 2021 ter inzage gelegen en zal naar verwachting in maart 2022 vastgesteld worden. De Omgevingsverordening treedt op 1 juli 2022 tegelijk met de Omgevingswet in werking. In de Omgevingsvisie staat hoe de provincie er in 2050 uitziet. De Omgevingsvisie geeft richting aan de toekomstige en fysieke leefomgeving. Dit is alles op, boven en onder de grond en inclusief de sociale aspecten zoals toegankelijkheid en inclusiviteit. In de Interim Omgevingsverordening staan 1 4 bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

de regels en instructieregels die daarvoor nodig zijn. Provincie Utrecht geeft bij de onderstaande 7 thema's de provinciale belangen aan die verplichtingen met zich mee brengen. Dat geeft al een doorkijk naar deze instructieregels. Om voor te sorteren op de toekomst richt de Omgevingsvisie zich op een aantal ontwikkelingen: Extra woningen die gebouwd moeten worden; Toename van werkgelegenheid; Toename van verkeer; Energietransitie; Klimaatverandering; Verandering in de landbouw; Versterking van natuur en recreatief groen. Provincie Utrecht vindt het daarbij belangrijk om de bestaande kwaliteiten te behouden, te versterken en in balans te laten zijn met deze ontwikkelingen. De ruimte voor ontwikkelingen is beperkt, terwijl de vraag naar ruimte groot is. Uitwerking beleid in 7 thema's De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving en voor het mogelijk maken van lokale afwegingen als een veilige en gezonde leefomgeving daarbij gebaat is. Het beleid voor de gezonde en veilige leefomgeving is beschreven in 7 thema's: 1. Stad en land gezond Dit thema gaat over milieu, gezondheid, recreatie en toerisme. Provincie Utrecht wil graag voor de woon-, werk-, en leefgebieden bereiken dat deze gezond zijn en uitnodigen tot bewegen. In en rondom steden en dorpen moeten voldoende groene gebieden zijn om te recreëren. 2.

Klimaatbestendig en waterrobuust Dit thema gaat over een duurzaam en robuust bodem- en watersysteem, een klimaatbestendige en waterveilige leefomgeving en een perspectief voor bodemdalingsgebieden. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat er bescherming is tegen overstromingen, een tekort aan zoetwater of de gevolgen van extreem weer (wateroverlast en hitte). 3. Duurzame energie Dit thema gaat over het stimuleren van energiebesparing en het opwekken van duurzame energie uit wind, zon, bodem en water. 4. Vitale steden en dorpen Dit thema gaat over ruimte voor wonen en leven en ruimte voor werken en winkelen. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat nieuwe woningen en bedrijven vooral komen op plekken binnen de bebouwde kom. Ook is het belangrijk dat deze plekken goed bereikbaar zijn met trein, bus, tram en fiets. Prioritaire locaties voor grootschalige integrale ontwikkeling zijn onder meer Leidsche Rijn, Utrecht Centraal Station (Beurskwartier / Lombokplein en Merwedekanaalzone), Lunetten-Koningsweg en Utrecht Science Park / Rijnsweerd. 5. Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar Dit thema gaat over een goed bereikbare provincie, ontwikkeling bij knooppunten en optimalisatie van netwerken, wegen, OV en fiets. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat er nieuwe verbindingen voor openbaar vervoer en (snel)fietspaden komen tussen de woon-, werk-, en leefgebieden.

Daarbij moet er beter gebruik gemaakt worden van bestaande wegen. 6. Levend landschap, erfgoed en cultuur Dit thema gaat over aantrekkelijke landschappen en een toegankelijke cultuur en waardevol erfgoed. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat veel mensen kunnen genieten van de landschappen, waterlinies, forten, kastelen en buitenplaatsen. Ook is belangrijk dat het cultuuraanbod (zoals festivals en musea) meegroeit met het aantal inwoners. 7. Toekomstbestendige natuur en landbouw Dit thema gaat over een robuuste natuur met hoge biodiversiteit en een duurzame landbouw. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat de natuur wordt beschermd en nieuwe natuurgebieden worden aangelegd die elkaar verbinden. Verder worden boeren geholpen om een omslag te maken naar kringlooplandbouw. Alle thema's moeten in samenhang bekeken worden. Dat betekent dat niet alles overal kan. Met het bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)

15

uitgangspunt slim combineren en concentreren kan de groei van inwoners en bedrijven en een gezonde leefomgeving in balans blijven. Het concentreren richt zich bijvoorbeeld op het bouwen van nieuwe woningen dichtbij stations en in steden en dorpskernen. Op die manier blijft er op andere plekken voldoende ruimte voor bewegen, groen, water en natuur. Uitvoering In drie regio's werkt Provincie Utrecht het beleid verder uit. De samenhang tussen de thematische ambities krijgt hier aandacht. Voor Utrecht is de regio U16 van belang. In deze uitwerking gaat het over de verstedelijkingsstrategie. De verwachting is dat er tot 2040 in de regio ongeveer 99.000 tot 125.000 extra woningen nodig zijn. Na 2040 tot 2050 is er verdere ruimte voor woningbouw onder meer over ontwikkelingen langs de A12 tussen knooppunten Lunetten en Oudenrijn en het benutten van bestaande OV-knooppunten in de regio. Lokaal spoor (tram) Voor het lokaal spoor (tram) heeft provincie instructieregels opgenomen in de Interim Omgevingsverordening. Deze regels staan in artikel 4.37 'Instructieregel beperkingengebied lokale spoorwegen' van de Interim Omgevingsverordening. Lombokplein maakt nieuwe gebouwen mogelijk in het beperkingengebied van het lokaal spoor. Om nieuwe gebouwen mogelijk te maken is een ontheffing nodig van deze regel. Deze is aangevraagd op 14 december 2021.

Een reactie op deze aanvraag kwam 14 juni 2022 binnen. De ontheffing is verleend, waarbij drie voorwaarden zijn opgenomen. Dit besluit van de ontheffing is toegevoegd als Bijlage 18. Het besluit zelf met de voorwaarden is verwerkt in artikel 18.3 als een voorwaardelijke verplichting. Toelichting op de voorwaardelijke verplichting Deze voorwaardelijke verplichting is in basis hetzelfde als de voorwaardelijke verplichting die we nu kennen voor trillingshinder van het spoor. Zie als voorbeeld het bestemmingsplan ‘Actualisering diverse gebieden 2021’ en dan artikel 7 bestemming Gemengd. Voor Smakkelaarsveld is hier een dergelijke verplichting geregeld. Lid b uit de voorwaardelijke verplichting komt ook terug vanuit de voorwaardelijke verplichting van het spoor. Lid b zorgt ervoor dat alle kosteneffectieve maatregelen genomen moeten worden. Op kleine incidentele overschrijdingen van lid a hoeft het bouwplan niet te worden afgekeurd. De resterende overschrijdingen zijn na het treffen van maatregelen namelijk waarschijnlijk beperkt en ieder geval nooit hoger dan de streefwaarden voor bestaande situaties. De Vper (een maat voor de gemiddelde trillingssterkte) moet namelijk altijd lager zijn dan de, veel lagere, streefwaarde voor nieuwe situaties. Hierdoor zal een Vmax boven de streefwaarde voor nieuwe situaties niet vaak kunnen voor komen, want dan zou de Vper te groot worden.

Wat is er toegevoegd aan de voorwaardelijke verplichting? - Aan de voorwaardelijke verplichting is de methodiek van De Ruiter toegevoegd. Vanuit de sporen naar woningen kunnen trillingen optreden in de gebouwconstructie, die weer geluid opwekken in de vorm van laagfrequent geluid. Dit betreft bijvoorbeeld het trillen van de vloeren en wanden van een gebouw en veroorzaakt dan een zacht dreunend geluid. Voor laagfrequent geluid is er geen wettelijk kader. De methode De Ruiter beoordeelt de hinder van laagfrequent geluid dat wordt opgewekt door de gebouwconstructie. Het gaat niet om luchtgeluid van trampassages dat door transmissie via de gevels/ramen binnenkomt. - De rijfrequentie van 12 trams per uur per richting is toegevoegd. - De grenswaarden uit de Richtlijn deel A van Stichting Bouwresearch. Deze Richtlijn deel A gaat over het meten en beoordelen van schade aan gebouwen. Wat is er niet toegevoegd aan de voorwaardelijke verplichting? Verder is de derde voorwaarde van het besluit op de ontheffing niet toegevoegd. Deze derde voorwaarde houdt verband met onderzoekgegevens van de nieuwe verkeersverbinding en de doorstromingsstudie van de Graadt van Roggenweg. Dit is niet relevant voor deze voorwaardelijke verplichting van trillingshinder. Deze voorwaarde komt terug bij de paragraaf 4.2.1 voor verkeer in de toelichting van het bestemmingsplan.

Plangebied Lombokplein zorgt, samen met andere verkeersmaatregelen in Noordwest, er met de herinrichting voor dat er alleen bestemmingsverkeer voor de nieuwe bebouwing, bestemmingen aan de Graadt van Roggenweg / Westplein en de binnenstad met Hoog Catharijne (bezoek, bevoorrading, bewoners en werkers) gebruik maakt van de weg. Dit zorgt voor een rustiger verkeer met een aangenamere schaal en meer groen. Met de doortrekking van de Leidse Rijn en een 1 6 bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

bodemenergiesysteem ontstaat een gezond, klimaatbestendig en duurzaam project. Met maximaal 400 woningen wordt in de behoefte aan woningen voorzien op een goed bereikbare plek. Lombokplein is hiermee in lijn met de provinciale thema's. Voor het lokaal spoor (tram) staat in paragraaf 5.4 en paragraaf 5.5 een onderbouwing voor respectievelijk geluid en trillingen. Voor geluid is daarbij een geluidsonderzoek gedaan dat ook naar de tram heeft gekeken. Voor de aspecten elektromagnetische straling en emissies van koper- of ijzerslijpsel zijn er geen belemmeringen qua apparatuur en de afstanden zijn voldoende (meer dan 20 meter). Daarbij voldoen we gelet op bovenstaand punt 5 (Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar) door juist te ontwikkelen bij een knooppunt. Voor de instructieregel van het 'beperkingengebied lokale spoorwegen' is ontheffing verleend met 3 voorwaarden. In artikel 15 Wonen is een voorwaardelijke verplichting opgenomen hiervoor. 2.2.2

Beleidskader Binnenstedelijke Ontwikkeling (2016)

Het Beleidskader Binnenstedelijke Ontwikkeling is in 2016 vastgesteld. Vanuit de centrale missie 'Utrecht Topregio' is het hoofddoel voor binnenstedelijke ontwikkeling: 'Blijvend aantrekkelijke steden en dorpen waar het goed wonen, werken en ontmoeten is'. De drie hoofdambities voor binnenstedelijke ontwikkeling zijn: Een aanbod van stedelijke milieus passend bij de vraag. Waaronder het realiseren van een passend woningaanbod, het transformeren, revitaliseren of creëren van werklocaties en het in stand houden en creëren van aantrekkelijke centrumgebieden. Een toekomstbestendige binnenstedelijke kwaliteit. Waaronder het realiseren en versterken van een goede woonomgeving, het creëren van een aantrekkelijk vestigingsmilieu, energieneutrale nieuwbouw en een gezonde binnenstedelijke leefkwaliteit. Optimaal gebruik van de binnenstedelijke ruimte. Waaronder het realiseren van binnenstedelijke woningbouw, transformatie van bestaande bedrijventerreinen en kantorenlocaties en beleefbaar water en groen in het stedelijk gebied. De focus bij binnenstedelijke ontwikkeling ligt op vastgoed en openbare ruimte. Van provinciale betrokkenheid bij binnenstedelijke ontwikkeling kan pas sprake zijn als een of meer van de stedelijke functies wonen, werken, winkelen aan de orde is.

Bij wonen gaat het vooral om toevoeging van woningen teneinde bij te dragen aan het wegwerken van het woningtekort, terwijl het bij werken en winkelen vooral gaat om transformeren, revitaliseren en herstructureren. Uitvoering vindt enerzijds plaats door 'verbinding in gebieden' en anderzijds door 'verbinding op thema'. Plangebied Lombokplein is een binnenstedelijke ontwikkeling waarbij er voor de woningen een gevarieerd aanbod is voor elke beurs. Ongeveer 45% van de woningen valt in de categorie sociaal en dat is inclusief 10% huisvesting voor studenten. Verder is er ruimte voor de middencategorie huur en koop met 35% en 20% voor grotere woningen in een hoger segment. Voor Lombokplein is er naast woningen ook ruimte voor werken en voorzieningen. Voor het geheel is er sprake van een gemengd en inclusief karakter, met een gezonde en groene omgeving. Lombokplein past binnen de ambities van dit beleidskader van binnenstedelijke ontwikkeling. 2.2.3

Wet Lokaal spoor, Mobiliteitsplan 2014-2028 en OV-Netwerkperspectief 2025-2035

Met het Mobiliteitsplan 2014-2028 wil de provincie zorgen voor een goede bereikbaarheid per fiets, openbaar vervoer en auto in een gezonde omgeving. Dit zorgt voor een aantrekkelijkere vestingsplaats, sterkere economie en het bevordert een duurzame leefomgeving. Het Mobiliteitsplan bestaat uit een Mobiliteitsvisie en een Mobiliteitsprogramma. De Mobiliteitsvisie bevat de langetermijndoelen om de unieke verbindende knooppuntpositie van de provincie goed te laten functioneren. Dit beleid wordt concreet gemaakt in een Mobiliteitsprogramma waarin staat welke acties op korte termijn nodig zijn. In het OV-netwerkperspectief 2025-2035 beschrijft de provincie hoe zij de toekomst ziet van het openbaar vervoer. Hierbij gaat het onder meer over hoe omgegaan wordt met groei, hoe het netwerk wordt opgebouwd, de balans tussen verbinden en ontsluiten, welk type vervoer het handigst is en of knooppunten op maaiveld of ongelijkvloers moeten komen. Provincie is concessieverlener voor de bussen in het streekvervoer en in de steden Utrecht en Amersfoort. Daarnaast is de provincie verantwoordelijk voor de sneltramverbindingen tussen Utrecht Centraal en Nieuwegein en IJsselstein en tussen Utrecht Centraal en Utrecht Science Park. Provincie is ook concessieverlener voor de exploitatie van de tram, wegbeheerder voor de trambaan en bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)

17

bevoegd gezag op basis van de Wet lokaal spoor. De Wet lokaal spoor stelt dat bij een wijziging aan de trambaan een indienststellingsvergunning nodig is. Voor werken aan het lokaal spoor was voorheen een WijT-vergunning (Werken in de buurt van Tramweg) nodig. Dit is nu geregeld in de Omgevingsverordening in artikel 4.3.2. De Safety Board beoordeeld of een wijziging aan de trambaan een aanmerkelijke wijziging is in de zin van de Wet lokaal spoor (via artikel 10). Bij een aanmerkelijke wijziging van de trambaan, is voor vergunningverlening van indienststelling van de tram een verklaring benodigd van de Inspectie Leefomgeving en Transport, zodat de provincie de vergunning kan verlenen. Onder plangebied wordt ingegaan op de gewenste gelijkvloerse oversteek en de mogelijke ongelijkvloerse alternatieven, indien blijkt dat de er geen vergunning verleend wordt voor de gelijkvloerse oversteek. Plangebied Voor het plangebied wordt in paragraaf 4.2.1 op het verkeer ingegaan. Aanvullend daarop is voor de ontsluiting van het Park Plaza Hotel, De Stek en de (toekomstige) woningen op het Smakkelaarspark een nieuwe oversteek nodig met de HOV-baan ter hoogte van de Leidseveertunnel. Hier komen openbaar vervoer, auto's, fietsers en voetgangers samen. De uitwerking van deze oversteek is vastgelegd in de Omgevingsvisie Beurskwartier en Lombokplein dat de raad vaststelde in december 2017.

Daarna is dit opgenomen in het Programma van Eisen en Functioneel Ontwerp Lombokplein, dat de raad vaststelde op 25 maart 2021. In beide documenten wordt uitgegaan van een gelijkvloerse oversteek. Gelijkvloerse oversteek De Leidse Rijn, met z’n kade aan de zuidzijde en de groene natuurvriendelijke oever en parkstrook aan de noordzijde, is een belangrijke structuurdrager voor het plan en vormt samen met het nieuwe Lombokpark de groene verblijfsruimte in het gebied. In het FO biedt een oplopend park vanaf de waterkant kansen voor een mooie plek, goed op de zon, aan de waterkant. Het pad langs de noordoever verbindt Lombok met de binnenstad en ontsluit Park Plaza en De Stek voor voetgangers. De HOV-baan wordt ingepast door het park hier in de vorm van een glooiend talud tegen aan te leggen en de oever langs Park Plaza wordt groen ingericht als onderdeel van de parkzone langs het water. In onderstaande afbeelding 2 is het ontwerp met de gelijkvloerse oversteek in beeld gebracht. Er is sprake van geringe intensiteiten voor Park Plaza en Smakkelaarspark, zowel op etmaalniveau als tijdens spitsperiodes. Het gaat hier om ongeveer 250 ritten per etmaal (totaal heen en terug) en dus maximaal 25 ritten tijdens het drukste spitsuur.

Afbeelding 2: Gelijkvloerse oversteek met de HOV-baan conform het vastgesteld Programma van Eisen en Functioneel Ontwerp Lombokplein De argumenten voor een gelijkvloerse oversteek zijn als volgt: 1.

De huidige ontsluiting is niet handhaafbaar voor Park Plaza Hotel. De ontsluiting verplaatst vanuit het westen naar het noorden. Dit komt door de verlegging van de bestaande infrastructuur op het Westplein en de realisatie van het toekomstig Lombokpark en de Leidse Rijn met een wandelpad erlangs. De aanleg van extra wegen gaat ten koste van het

1 8 bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

2.

Lombokpark (het groen), de verblijfskwaliteit van de openbare ruimte en een recreatieve wandelroute langs de Leidse Rijn. Daarbij komt er met een extra weg meer verharding bij, terwijl we dat juist willen verminderen en een meer leefbare en duurzame stad willen maken. Voor het Voorlopig Ontwerp zijn VISSIM simulaties uitgevoerd om inzicht te krijgen in de doorstroming van bussen. Ten tijde van het Programma van Eisen / Functioneel Ontwerp is een zichtlijnenstudie voor de stop- en oprijdzichtlijnen van tram, bus en auto uitgevoerd, ter toetsing van het verkeersontwerp. Uit deze studies, zie ook paragraaf 4.2.1 over verkeer, blijken geen belemmeringen. Een extra ontsluiting vanaf de stadsstraat is niet ideaal, echter de intensiteiten van het autoverkeer die via deze route zouden moeten rijden zijn zodanig gering dat deze in een VISSIM simulatie niet tot significante andere uitkomsten leiden (maximaal 25 ritten tijdens het drukste spitsuur).

Wanneer voor de beoogde gelijkvloerse ontsluiting van Park Plaza, De Stek en Smakkelaarspark via de oversteek met de HOV-baan geen vergunning wordt verleend, zal een ongelijkvloerse kruising met de HOV-baan gerealiseerd moeten worden. Ter plaatse van het HOV-viaduct, gelegen over de Leidse Rijn, kan via een alternatieve route door het Lombokpark het terrein van Park Plaza alsnog bereikbaar worden gemaakt via een ongelijkvloerse kruising met de HOV-baan. De route naar de expeditie en parkeergarage van het Smakkelaarspark loopt vervolgens via het voorterrein van Park Plaza en de zuidelijke tunnelbuis in de Leidseveertunnel. Verkeerskundig is gekeken waar een dergelijke alternatieve route aan zou moeten voldoen. Er zijn twee mogelijke opties geschetst. Voor beide routes, die onderstaand zijn beschreven, is vervolgens in beeld gebracht wat dit voor de beleving wen het gebruik van het Lombokpark betekent. In de onderstaande kaartjes is de invloedsfeer van de alternatieve ontsluitingsroutes opgenomen. Deze zone kan weliswaar groen worden ingericht met gras, beplanting en/of bomen, maar heeft niet de gebruikskwaliteit van een park. Hoewel op de plattegrond niet direct zichtbaar, is het hoogteverloop in het park behoorlijk groot.

Mede door de benodigde doorrijhoogte onder het HOV-viaduct zal een alternatieve route door het park ook aanpassingen aan de maaiveldhoogtes in het park vragen die impact op het parkontwerp en de beleving hebben. Ongelijkvloerse oversteek alternatieve route 1 Deze route (zie afbeelding 3) loopt vanaf het kruispunt direct langs de HOV-baan richting de Leidse Rijn. De weg kan redelijk dicht tegen de keermuur van de HOV-baan gelegd worden, maar zal door benodigde rijcurven aan de zuidzijde wat uitbuiken om de bocht onder het viaduct door te kunnen maken. Daarnaast zal het hoogteverloop van het park aangepast moeten worden om hoge voertuigen genoeg doorrijhoogte onder het viaduct te geven. Het parkdeel waar de weg doorheen loopt zal al eerder moeten zakken. Hiermee komt de keerwand van de HOV-baan prominent in het zicht. Het park verliest hiermee continuïteit en kwaliteit aan de waterkant. Ook zal de breedte van het park afnemen, waardoor voornamelijk de smalle zuidzijde niet meer als een park ervaren zal worden. Gemotoriseerd en langzaam verkeer sluiten met een flinke omweg nog steeds aan op de kruising Nieuwe Hagelstraat-HOV baan. Er zal nog goed moeten worden bekeken hoe fietsers en voetgangers veilig van/naar fietspad en trottoir Leidseveertunnel moeten worden geleid.

Autoverkeer sluit, net als in de gelijkvloerse variant, via de Nieuwe Hagelstraat aan op de stadsstraat en het kruispunt met de Vleutenseweg. Bussen vanaf de Nieuwe Hagelstraat, richting UCC en UCJ, maken bij de kruising met de HOV-baan gebruik van dezelfde voorsorteerstrook. De strook die in de gelijkvloerse variant bestemd is voor rechtsafslaande bussen richting UCJ wordt in deze variant gebruikt door gemotoriseerd verkeer richting Park Plaza hotel en Smakkelaarspark. Uitgaand gemotoriseerd verkeer rijdt op de Nieuwe Hagelstraat, net als in de gelijkvloerse variant, samen met bussen richting kruising Vleutenseweg. Het effect van deze alternatieve route 1 op de doorstroming Lombokplein is hiermee vergelijkbaar met de gelijkvloerse variant.

bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)

19

Afbeelding 3: Ongelijkvloerse variant 1 met de HOV-baan Ongelijkvloerse oversteek alternatieve route 2 Voor deze route (zie afbeelding 4) wordt uitgegaan van een aansluiting van een nieuwe weg door het park, direct noordelijk van de aanlanding van de nieuwe Kanonstraatbrug op de stadsstraat. Dit betekent dat het park doorsneden wordt en het noordelijk gelegen parkdeel het contact met het water verliest en daarmee ook de aansluiting op de rest van de oever. De combinatie van de waterkant en groene ruimte in het park om te verblijven en te spelen bepaalt juist de kwaliteit van het park in het Functioneel Ontwerp. Ook zullen aanpassingen in het wegprofiel van de stadsstraat gedaan moeten worden, dit zal ten koste gaan van groen en een complexe situatie opleveren in combinatie met het doorgaande wandelpad langs de oever van de Leidse Rijn. De aantrekkelijkheid van dit doorgaande wandelpad, die loopt vanaf Molenerf de Ster tot aan de nieuwe Hagelbrug, wordt hierdoor verzwakt. Hoewel de gevolgen voor de aanpassingen aan de maaiveldhoogten hier minder fors zullen zijn dan bij route alternatief 1, zal ook in deze variant een onnatuurlijk ogende verlaging gemaakt moeten worden om de doorrijhoogte te kunnen halen. Ook in deze variant rijdt gemotoriseerd en langzaam verkeer via dezelfde rijstrook vanaf parkeerplaats Park Plaza hotel richting de stadsstraat.

Alleen buigt de weg na het HOV-viaduct niet af maar leidt dwars door het nieuwe park naar de stadsstraat. Langzaam verkeer kan via het fietspad en trottoir aan de parkzijde haar weg vervolgen. Om gemotoriseerd verkeer in alle richtingen (in- en uitgaand) veilig af te wikkelen is een VRI nodig. Hiermee wordt de verkeerssituatie op de stadsstraat erg complex. Door de korte afstand tussen de kruispunten is een zekere coördinatie (lees: groene golf) voor autoverkeer noodzakelijk. Anders worden nabijgelegen kruispunten, waar (ook) veel fietsers en voetgangers oversteken, regelmatig geblokkeerd door auto's die moeten wachten voor een rood verkeerslicht. Gelet op de verwachte intensiteit van auto- en fietsverkeer zal deze inrichting ook leiden tot lange wachttijden. Hierdoor ontstaan in deze variant, anders dan in de gelijkvloerse variant, lange wachtrijen met auto's en fietsers die, met name tijdens de spits, niet meer kunnen worden verwerkt. Door alleen rechtsafslaand autoverkeer (in- en uitgaand) toe te staan kan inzet van een VRI worden voorkomen. Uitgaand autoverkeer richting A2 moet dan keren bij de kruising Vleutenseweg. Ook ingaand verkeer vanaf de Vleutenseweg richting Park Plaza hotel en Smakkelaarspark moet eerst doorrijden naar de kruising Croeselaan/Damstraat en daar keren.

Hoewel het op etmaalbasis en tijdens de spitsuren om geringe aantallen gaat zorgt het omrijden naar andere kruispunten om een keerbeweging te kunnen maken voor extra verkeersdruk op die kruispunten die straks al relatief zwaar belast zijn. Dit is niet ideaal, echter de intensiteiten van het autoverkeer dat via deze route zou moeten gaan rijden zijn zodanig gering dat deze in een dynamische simulatie niet tot significante andere uitkomsten leiden (maximaal 25 ritten tijdens het drukste spitsuur).

2 0 bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

Afbeelding 4: Ongelijkvloerse variant 2 met de HOV-baan Conclusie De gelijkvloerse oversteek is in eerdere documenten als de Omgevingsvisie Beurskwartier en Lombokplein en het Programma van Eisen en Functioneel Ontwerp Lombokplein opgenomen. Ook in dit bestemmingsplan is de gelijkvloerse oversteek onderbouwd. Indien er geen vergunning wordt verleend voor de gelijkvloerse oversteek, dan zijn de ongelijkvloerse oversteken, route 1 en 2, mogelijk. De ongelijkvloerse oversteek heeft niet de voorkeur doordat er onvoldoende kwaliteit overblijft om van een park te kunnen spreken en het heeft een onwenselijk effect op de verblijfs- en gebruikskwaliteit van het gebied en de recreatieve groene route langs de Leidse Rijn. Deze ongelijkvloerse oversteken staan milieutechnisch onderbouwd in paragraaf 5.1. 2.2.4

Economische Visie 2020 - 2027 Focus op een vitale en duurzame economie

De provincie Utrecht wil het economische beleid de komende jaren focussen op een duurzame en vitale economie. Met het beleid wil de provincie de economie robuuster maken voor economische schokken en klaar maken voor toekomstige veranderingen. De economische visie is gericht op alle partijen in het economisch systeem: ondernemers, werknemers, kennisinstellingen, gemeenten, belangenorganisaties etc. De missie van de economische visie is: "Economische ontwikkeling moet bijdragen aan het bereiken van maatschappelijke doelen en daarmee aan de brede welvaart. Specifiek gericht op economie werkt de provincie Utrecht aan een sterke competitieve duurzame economische structuur met aantrekkelijke en toekomstbestendige voorzieningen voor bedrijven en werknemers en maakt innovatieve ontwikkelingen op het gebied van gezond stedelijk leven en circulaire economie mogelijk". Om deze missie te kunnen realiseren werkt de provincie aan de volgende beleidsdoelen: het bedrijfsleven en werknemers zijn toegerust op de toekomst; het economisch profiel (gezond stedelijk leven) is sterk, competitief en zichtbaar; bedrijven en (kennis)instellingen zijn innovatief sterk; er zijn voldoende vestigingsmogelijkheden in aantal en kwaliteit. In de economische visie zijn aan bovengenoemde beleidsdoelen meerjarendoelen en hoofdactiviteiten gekoppeld. Plangebied Lombokplein heeft een gemengd karakter.

Naast woningbouw komen er ook commerciele, maatschappelijke en culturele voorzieningen. Concreet gaat het dan om dienstverlening, kleinschalige kantoren en horeca. Met deze functiemenging is er een gedifferentieerd woonmilieu, waarmee levendigheid binnen de wijk versterkt wordt en werkgelegenheid wordt gecreerd.

bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)

21

2.2.5

Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021

De provincie Utrecht legt het beleid op basis van de provinciale wettelijke taken voor bodem, water en milieu vast voor de periode 2016-2021 in het Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021 (BWM-plan). Het BWM-plan richt zich op vier belangrijke maatschappelijke opgaven, ook wel prioriteiten genoemd. De prioriteiten zijn: waterveiligheid en wateroverlast, schoon en voldoende oppervlaktewater, ondergrond en leefkwaliteit stedelijk gebied. Deze prioriteiten dragen rechtstreeks bij aan de kerntaken van de provincie (economische ontwikkeling, ruimtelijke ontwikkeling, natuur en landschap, bereikbaarheid en cultuurhistorisch erfgoed). Naast prioriteiten heeft de provincie basiskwaliteiten benoemd voor het bodem-, water- en milieubeleid. Deze zijn bodemkwaliteit, waterkwaliteit, waterkwantiteit, lucht, geluid (inclusief geur en licht) en externe veiligheid. Deze zes basiskwaliteiten zijn voorwaardelijk voor het uitvoeren van de provinciale kerntaken en het realiseren van de ontwikkelopgaven en vormen een stevige basis voor een veilige, gezonde en duurzame woon-, werk- en leefomgeving. Aan de basiskwaliteiten liggen wettelijke normen ten grondslag waarmee de minimumkwaliteit bepaald is.

Waar de basiskwaliteiten in bestaande situaties niet voldoen aan de eisen en wensen van het gebruik, biedt het bodem-, water- en milieubeleid handvatten die het oplossen of verminderen van de problemen ondersteunen. Plangebied Voor Lombokplein neemt in totaal de verharding af en het groen en water toe. De Graadt van Roggenweg en het Westplein nemen in verharding af, waarbij de Leidse Rijn wordt doorgetrokken en het groen toeneemt. Voor de overige specifieke aspecten als bodem of lucht wordt verwezen naar hoofdstuk 8 waar deze staan beschreven. 2.2.6

Voor jong & altijd, Cultuur- en Erfgoedprogramma 2020-2023

In het cultuur- en erfgoedprogramma geeft de provincie haar rol op het gebied van cultuur vorm en inhoud. Het cultuur- en erfgoedprogramma is op 3 juni 2020 vastgesteld door Provinciale Staten van Utrecht. Het hoofddoel van het cultuur- en erfgoedbeleid van de provincie Utrecht is: bijdragen aan de toegankelijkheid van cultuur en de instandhouding van waardevol erfgoed, zodat bewoners en bezoekers van de provincie Utrecht hiervan kunnen leren en genieten. Het cultuur- en erfgoedprogramma bevat twee beleidsdoelen: A: Versterken van de culturele infrastructuur Cultuureducatie aanbieden Bibliothekennetwerk faciliteren Festivals laten floreren Het cultuurprofiel van Utrecht verstevigen B: Behouden, benutten en beleven van cultureel erfgoed De kwaliteit van de leefomgeving versterken Monumenten duurzaam restaureren en gebruiken Utrechts erfgoed beheren en bekend maken Plangebied Voor de publieke ruimte wordt een kunstprogramma ontwikkeld, waarbij een aantal van de thema's wordt onderzocht en uitgewerkt in de bredere context van de hedendaagse maatschappelijke vraagstukken. Bewoners worden hierbij betrokken met de vraag hoe zij de openbare ruimte willen gebruiken.

REGIONAAL

2 2 bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

2.2.7

Ontwikkelingsvisie Noordvleugel Utrecht 2015-2030 (Eindbalans)

De essentie van de Ontwikkelingsvisie Noordvleugel Utrecht 2015-2030 is verdichting en kwaliteitsverbetering. Dit houdt in het vinden van een oplossing voor de spanning tussen de behoefte aan ruimte om te wonen en te werken voor het groeiend aantal huishoudens en de behoefte aan bescherming van natuur en landschap en de duurzaamheid in de ruimtelijke- en economische ontwikkeling. Woningbouw Het woningbouwprogramma voor de periode 2015-2030 bedraagt in totaal 68.700 woningen, waarvan 15.000 in Almere zijn gepland. De Ontwikkelingsvisie concentreert de nieuwe woningbouw sterk in bestaand bebouwd gebied: 35.800 woningen zal in bebouwd gebied worden gerealiseerd en 32.900 woningen buiten bebouwd gebied. Nieuwbouw in bestaand gebied is mogelijk door verdichting in stadsdelen en herstructurering van verouderde locaties. De A12-zone en stationsgebied Amersfoort zijn projecten waar in de periode 2015-2030 door transformatie kan worden bijgedragen aan verdichting en kwaliteitsverbetering. De Noordvleugel Utrecht ziet goede mogelijkheden om de complexe binnenstedelijke opgave, waaronder de A12-zone en het stationsgebied van Amersfoort, als nieuw sleutelproject te definiëren. Werklocaties Voor bedrijventerreinen heeft de Noordvleugel Utrecht de uitbreidingsbehoefte voor de periode 2015-2030 berekend op 410 ha bruto.

De regio heeft, in overleg met het Rijk, zich de ambitie gesteld om bestaande en nieuwe bedrijventerreinen tien procent intensiever te gebruiken dan nu het geval is. De intensivering zal vorm krijgen door toepassing van de SER-ladder. Daardoor is de planningsopgave tien procent lager: 410 in plaats van 455 ha. De realisatiemogelijkheden zijn echter beperkt: slechts voor 179 ha kan op eigen grondgebied worden ingevuld. Op korte termijn wordt bekeken hoe de vraagzijde zich ontwikkelt en welke mogelijkheden aan de aanbodzijde kunnen worden gevonden voor het ruimtetekort. Het beleid van de regionale overheden om de ontwikkeling van kantoren te concentreren op toplocaties die goed bereikbaar zijn, zal in hoofdlijnen worden voortgezet. Voorwaarden De woningbouw en de ontwikkeling van werklocaties dienen te voldoen aan de volgende randvoorwaarden voor het behoud van de kwaliteit van het gebied en voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling als geheel: Indien het mogelijk is om de grote binnenstedelijke opgave in de regio Utrecht tot stand te brengen, worden daarmee kosten van nieuwe weginfrastructuur beperkt. De groeiende binnenstedelijke bevolking is tegelijk een randvoorwaarde om het hoogwaardig openbaar vervoer rendabel te maken. Het buitengebied dient voldoende groene en watergebonden recreatiemogelijkheden te bieden.

Het grootste deel van de nieuwe recreatiemogelijkheden zal dicht rond de steden moeten worden aangelegd. Daarnaast is er een sterke focus op de aanleg van stad-landverbindingen. Het Rijk hanteert voor nieuwbouwlocaties het richtgetal van 75 m2 recreatief groen per woning. Bij een opgave van 65.500 woningen dient ongeveer 500 ha aan recreatief groen te worden gerealiseerd. Enkele gebieden komen niet of in beperkte mate voor uitleg in aanmerking. Met name aan de westflank van de Noordvleugel Utrecht, in de veenweidegebieden, is de problematiek rondom water én bodemdaling complex. In de diepe droogmakerijen in of aan de westflank van de Noordvleugel Utrecht liggen urgente wateropgaven. Hier wordt gestreefd naar vernatting al dan niet in combinatie met functieverandering. Plangebied In Lombokplein komen maximaal 400 woningen en zorgt daarmee voor nieuwbouw in bestaand gebied. In Lombokplein wordt gebruikt gemaakt van de bestaande infrastructuur, waarbij de herinrichting van het verkeer zorgt voor een duurzamere en gezonde leefomgeving. Daarbij ligt het centraal en vlakbij een landelijk vervoersknooppunt. Lombokplein past hiermee binnen deze ontwikkelingsvisie.

bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)

23

2.2.8

Waterkoers 2016-2021

Water is een belangrijke pijler van een veilige, gezonde en prettige leefomgeving. Vanuit die achtergrond werkt Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden aan bescherming tegen overstromingen, een gezond grond- en oppervlaktewatersysteem en het zuiveren van afvalwater. Het waterschap heeft haar ambities en visies vastgelegd in de Waterkoers 2016-2021. De koers is een omslag in denken, waarbij het waterschap zich flexibel opstelt en daarbij ruimte laat voor initiatieven uit de samenleving. Andere onderwerpen die in de Waterkoers aan de orde komen zijn waterveiligheid, voldoende water, gezond water, gezuiverd afvalwater en genieten van water. Plangebied Met de doortrekking van de Leidse Rijn komt er meer open water en geeft dat meer ruimte voor waterberging en brengt tevens verkoeling in het stadscentrum. Natuurvriendelijke oevers aan de Leidse Rijn leveren een belangrijke bijdrage aan het verbeteren van de waterkwaliteit, ecologische waarden en biodiversiteit. Waterberging vindt daarnaast plaats door de toename van groen in het plangebied. Lombokplein past hiermee binnen de waterkoers.

2.3

Gemeentelijk beleid

2.3.1 Coalitieakkoord 'Investeren in Utrecht: kiezen voor gelijke kansen, betaalbaar wonen en klimaat' Op 1 juni 2022 is het coalitieakkoord gepresenteerd. In het coalitieakkoord staat aan welke onderwerpen de coalitiepartijen GroenLinks, D66, PvdA, Student&Starter en ChristenUnie de komende jaren in Utrecht willen werken. In Utrecht wordt gebouwd, gewerkt en geleefd. Het gaat goed met veel inwoners. Maar er zijn ook Utrechters die moeite hebben mee te komen in de maatschappij. De coalitiepartijen willen werken aan gelijke kansen, betaalbare woningen en het klimaat: De groeiende ongelijkheid in de stad De coalitiepartijen zetten een stap extra voor Utrechters die steun in de rug nodig hebben. De aandacht gaat vooral uit naar Utrechters bij wie het niet vanzelf goed gaat. Voor de doelen en maatregelen in het coalitieakkoord geldt het principe 'ongelijk investeren voor gelijke kansen'. Sociale en ruimtelijke vraagstukken gaan hier hand in hand: een prettige en veilige leefomgeving met voldoende voorzieningen, goed onderwijs, een stage of baan en (mentale) gezondheid zijn hierbij allemaal belangrijk. De grote woningnood Met een sociaal volkshuisvestingsbeleid willen de coalitiepartijen ervoor zorgen dat mensen in onze stad kunnen blijven wonen of kunnen komen wonen.

De coalitiepartijen vinden het belangrijk dat Utrecht een leefbare, betaalbare, duurzame en gezonde stad is en blijft. Groei is geen doel op zich, het moet duurzaam in balans zijn. Dat betekent dat er ruimte moet zijn voor zowel rust als reuring. Het houdt ook in dat woningen duurzaam, betaalbaar en van goede kwaliteit zijn. En het betekent ook dat er genoeg voorzieningen in de wijken zijn. Het grote tekort aan betaalbare woningen vergroot de ongelijkheid tussen mensen. Daarom grijpen de coalitiepartijen in bij grote ongelijkheid op de woningmarkt. Ook hier is extra aandacht voor groepen die niet automatisch de ruimte krijgen, zoals mensen met lage inkomens, studenten, daklozen, starters en ouderen. De klimaatcrisis De coalitiepartijen kiezen voor stevige maatregelen om een bijdrage te leveren aan het aanpakken van de klimaatcrisis. De coalitiepartijen benutten alle mogelijkheden voor duurzame energieproductie binnen de Utrechtse gemeentegrenzen en gaan met bewoners en ondernemers ambitieus aan de slag met energiebesparing. Nieuwbouw is energiezuinig en klimaatadaptief en de coalitiepartijen gaan actief aan de slag met geothermie en aquathermie. De coalitiepartijen blijven investeren in lopen, fietsen, openbaar vervoer en elektrisch rijden om de brandstofmotor uit de stad te laten verdwijnen en om een bijdrage te leveren aan de wereldwijde klimaataanpak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=39bd8e67-fbc7-47aa-956d-afcea5a41986