Lombokplein, Lombok_Regels (januari 2023).pdf
Tekst van het document
18.3 1.
2.
3.
2. 3.
Voorwaardelijke verplichting met betrekking tot spoortrillingen van trams
Het bouwen van bouwwerken voor de functies Wonen zoals genoemd in artikel 15.1, Gemengd zoals genoemd in artikel 4.1 en Horeca zoals genoemd in artikel 6.1, is uitsluitend toegestaan wanneer uit een deskundigenonderzoek blijkt dat: a. de streefwaarden van de trillingssterkte Vmax en trillingsintensiteit Vper voor ‘nieuwe situaties' voor de van toepassing zijnde gebouwfunctie, zoals bedoeld in de Richtlijn deel B van Stichting Bouwresearch, niet worden overschreden; b. de grenswaarden uit de Richtlijn deel A van Stichting Bouwresearch niet worden overschreden; c. de grenswaarden van het laagfrequente geluidniveau (10-250 Hz), als gevolg van spoortrillingen in de constructie, volgens methodiek van De Ruiter, niet worden overschreden. Alleen als uit een deskundigenonderzoek blijkt dat niet doelmatig en/of kosteneffectief kan worden voldaan aan de streefwaarde Vmax voor 'nieuwe situaties' voor de van toepassing zijnde gebouwfunctie, kan er worden afgeweken van lid 1 voor zover het de maximale trillingssterkte Vmax betreft onder de volgende voorwaarden: a. uit een deskundigenonderzoek blijkt dat tenminste de streefwaarden voor 'bestaande situaties' voor de van toepassing zijnde gebouwfunctie, zoals bedoeld in Richtlijn deel B van Stichting Bouwresearch, niet worden overschreden en; b.
uit een deskundigenonderzoek blijkt dat alle doelmatige en/of kosteneffectieve maatregelen om de trillingssterkte te verminderen worden getroffen. Bij het deskundigenonderzoek wordt gerekend met een rijfrequentie van 12 trams per uur per richting.
18.4 1.
Gevallen waarin het overschrijden van de bouw- en bestemmingsgrens is toegestaan
Voorwaardelijke verplichting over parkeren
Een vergunning voor het bouwen wordt alleen verleend, als vast staat dat er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. De regel onder 1 is niet van toepassing op het bouwen van bijbehorende bouwwerken, dakopbouwen of dakterrassen. Aan de hand van beleidsregels waarin de normen voor parkeergelegenheid zijn opgenomen,
2 4 bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)
Utrecht
stellen burgemeester en wethouders vast of aan de regel onder 1 wordt voldaan. 18.5 1. 2.
Woningvorming en omzetting
Het veranderen, vervangen of vergroten van een woning mag niet leiden tot omzetting van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte of tot de vorming van een extra woning. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van de regel onder 1 en woningvorming en omzetting toestaan, als na toepassing van de algemene leefbaarheidstoets en de fysieke leefbaarheidseisen uit de beleidsregels 'Wijziging samenstelling van de woonruimtevoorraad (woningsplitsen en omzetten)' gemeente Utrecht, blijkt dat kwalitatief goede onzelfstandige woonruimten of woningen ontstaan en er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het woon- en leefmilieu; b. de privacy van omwonenden; c. het verkeer en de parkeersituatie; d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Artikel 19 19.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Met uitzondering van de gevallen waarin de bestemmingsregeling dat gebruik expliciet toestaat, is strijdig met de bestemming het gebruik van of het laten gebruiken van: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
onbebouwde gronden als staan- of ligplaats voor onderkomens; onbebouwde gronden of bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen; stacaravans en recreatiewoningen voor permanente bewoning; onbebouwde gronden als kampeerterrein; vrijstaande bijbehorende bouwwerken als woonruimte; onbebouwde gronden als opslagplaats voor onklare voer-, vlieg- en vaartuigen of onderdelen daarvan; onbebouwde gronden als stortplaats voor puin en afvalstoffen, voor zover dit niet betreft het storten of opslaan in bij gebouwen behorende tuinen van geringe hoeveelheden afvalstoffen die afkomstig zijn van het onderhoud van die tuinen.
19.2 1.
2.
Woningvorming en omzetting zonder bouwkundige aanpassingen
Een gebruiksverandering waarvoor geen omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen nodig is, mag niet leiden tot de omzetting van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte of tot de vorming van een extra woning. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van de regel onder 1 en woningvorming en omzetting toestaan, als na toepassing van de algemene leefbaarheidstoets en de fysieke leefbaarheidseisen uit de beleidsregels 'Wijziging samenstelling van de woonruimtevoorraad (woningsplitsen en omzetten)' gemeente Utrecht, blijkt dat kwalitatief goede onzelfstandige woonruimten of woningen ontstaan en er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het woon- en leefmilieu; b. de privacy van omwonenden; c. het verkeer en de parkeersituatie; d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Artikel 20 20.1
Algemene aanduidingsregels
Archeologische verwachting
20.1.1 Vergunning in verband met de bescherming van een functie Het volgende grondwerk is niet toegestaan op een locatie die in verband met de aanduiding: 'overige zone - archeologische verwachting 2, 3, 4 of 5' beschermd is met een verbod om grondwerk te verrichten: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
het wijzigen van het maaiveldniveau door afgraven of ophogen; het aanbrengen van gesloten oppervlakteverhardingen; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het verrichten van graafwerkzaamheden (zoals ten behoeve van rioleringen, kabels, leidingen en drainage), anders dan normaal graafwerk; het planten of rooien van bomen of van andere diep wortelende planten; het aanleggen van oppervlaktewater, het verbreden of het dempen van bestaand oppervlaktewater.
bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)
25
20.1.2 Vergunning voor afwijken 1. Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van de regel in artikel 20.1 een vergunning voor het verrichten van grondwerk verlenen, als het grondwerk, gezien het belang van de beschermde functie, geen onevenredige schade of gevaar kan veroorzaken. 2. Burgemeester en wethouders betrekken het advies van de beheerder van de beschermde functie bij het besluit over de vergunning. 20.1.3 Vergunningvoorschriften Burgemeester en wethouders kunnen, om onevenredige schade uit te sluiten of om onveilige situaties te voorkomen, voorschriften aan de vergunning verbinden. 20.2
Bescherming van archeologische waarden
20.2.1 Grondwerk waarvoor geen vergunning in verband met archeologische waarden nodig is Met inachtneming van artikel 20.1 is het volgende grondwerk toegestaan: 1. 2.
3. 4.
grondwerk dat wordt verricht op een locatie die niet is aangeduid als een archeologische verwachtingszone en die niet is aangewezen als archeologisch monument; in gevallen waarin het grondwerk in omvang en diepte binnen een bestaande bodemverstoring plaatsvindt: a. grondwerk dat normaal onderhoud en beheer betreft, zoals onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; b. grondwerk dat samenhangt met vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; grondwerk dat nodig is voor archeologisch onderzoek of voor onderzoek naar de bodemkwaliteit; grondwerk dat in overeenstemming met de wettelijke voorschriften al in uitvoering is op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan.
20.2.2 Grondwerk zonder vergunning in verband met de zone archeologische verwachtingswaarde Met inachtneming van artikel 20.1 en artikel 20.2.3 mag het volgende grondwerk op een locatie binnen een zone met een archeologische verwachtingswaarde zonder vergunning uitgevoerd worden, voor zover de activiteit aan de op de locatie geldende voorwaarden voldoet: 1.
2.
3.
4.
5.
op een locatie met de aanduiding 'overige zone - archeologische verwachting - 2' onder de voorwaarde dat het grondwerk geen verstoring veroorzaakt beneden een diepte van 30cm onder het maaiveld; op een locatie met de aanduiding 'overige zone - archeologische verwachting - 3' onder de voorwaarde dat het grondwerk een oppervlakte van maximaal 30m2 verstoort en geen verstoring veroorzaakt beneden een diepte van 30cm onder het maaiveld; op een locatie met de aanduiding 'overige zone - archeologische verwachting - 4' onder de voorwaarde dat het grondwerk een oppervlakte van maximaal 100m2 verstoort en geen verstoring veroorzaakt beneden een diepte van 30cm onder het maaiveld; op een locatie met de aanduiding 'overige zone - archeologische verwachting - 5' onder de voorwaarde dat het grondwerk een oppervlakte van maximaal 500m2 verstoort en geen verstoring veroorzaakt beneden een diepte van 30cm onder het maaiveld; op een locatie met de aanduiding 'overige zone - archeologische verwachting - 6' onder de voorwaarde dat het grondwerk een oppervlakte van maximaal 5000m2 verstoort en geen verstoring veroorzaakt beneden een diepte van 50cm onder het maaiveld.
20.2.3 Regels over het bepalen van de omvang van het grondwerk en van de zone 1. Als de verstoring in meer dan één zone valt, geldt voor de toepassing van artikel 20.2.2 de zone die de minste verstoring toestaat. 2. Bij een gefaseerde uitvoering van een project waarvoor grondwerk nodig is, is voor het bepalen van de locatie en het oppervlak van de verstoring de totale verstoring van het project bepalend. 20.2.4 Vergunning in verband met de archeologische waarde 1. Op een locatie met een van de in artikel 20.2.2 genoemde aanduidingen is het verboden om zonder vergunning grondwerk te verrichten, behalve als de activiteit op grond van artikel 20.2.1 of artikel 20.2.2 is toegestaan. 2. De vergunning wordt verleend, als is gebleken dat het grondwerk geen directe of indirecte gevolgen heeft voor het archeologische erfgoed of als er maatregelen zijn getroffen waardoor de archeologische resten in de bodem worden behouden. 3. De vergunning wordt geweigerd als op voorhand zeker is dat de vergunning die op grond van artikel 20.1 voor het grondwerk nodig is niet verleend kan worden. 4. Bij de aanvraag voor een vergunning als bedoeld onder 1 wordt een deskundigenrapport overlegd dat goedgekeurd is door of namens het bevoegd gezag, als zo'n rapport over de 2 6 bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)
Utrecht
5.
gevolgen van het grondwerk op de archeologische waarde nodig is voor een goede beoordeling van de aanvraag. Aan de vergunning als bedoeld onder 1 kunnen in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van maatregelen waardoor de archeologische resten in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting om het grondwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
Artikel 21
Algemene afwijkingsregels
Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, afwijken van: 1. 2.
3. 4.
5.
6.
7.
8.
de in het plan opgenomen (goot)hoogtematen en bebouwingspercentages tot niet meer dan 10% van deze maten en percentages; de bestemmingsregels voor het toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid of -intensiteit daartoe aanleiding geven; de bestemmingsregels voor het plaatsen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van vlucht- of noodtrappen; het overschrijden van de maximale bouwhoogte van gebouwen voor het plaatsen van hekwerken, borstweringen en pergola's ten behoeve van dakterrassen of daktuinen, met dien verstande dat de maximale bouwhoogte met niet meer dan 1,50 meter mag worden overschreden voor hekwerken en borstweringen en 2,50 meter voor pergola's; de bestemmingsregels voor het bouwen met een geringe mate van afwijking van de plaats en richting van de bestemmingsgrenzen indien dit noodzakelijk is in verband met afwijkingen of onnauwkeurigheden ten opzichte van de feitelijke situatie of in die gevallen waar een rationele verkaveling van de gronden een geringe afwijking vergt; de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 10 meter; de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen
zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zend-, ontvang- of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 55 meter; de regels ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen en toestaan dat de bouwhoogte van de gebouwen wordt verhoogd ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals liftkokers, trappenhuizen, lichtkappen.
Artikel 22
Overige regels
Voor het realiseren en veranderen van een geluidsgevoelige bestemming moet vaststaan dat de geluidsbelasting de voorkeursgrenswaarde volgens de Wet geluidhinder of de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting (hogere waarde), volgens het besluit Hogere waarde met inachtneming van de in dit besluit gestelde voorwaarde(n), niet overschrijdt.
bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)
27
Hoofdstuk 4 slotregels Artikel 23 23.1 1.
2.
3.
2.
3.
4.
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot; a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
23.2 1.
Overgangs- en
Overgangsrecht gebruik
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.
Artikel 24
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Lombokplein, Lombok.
2 8 bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)
Gemeente Utrecht
Uitgave Gemeente Utrecht Bezoekadres Stadskantoor, Stadsplateau 1 Postadres Postbus 8406, 3505 RK Utrecht Telefoon 030 - 286 00 00 Mail gebiedsontwikkelingjz@utrecht.nl