Koersdocument Het Utrechtse Onderwijs in 2040.pdf
Tekst van het document
Het Utrechtse Onderwijs in 2040 Doorlopende ontwikkellijnen voor ieder kind in Utrecht Koersdocument Utrechtse Onderwijs Agenda (UOA) Augustus 2022
Introductie In de afgelopen maanden heeft de Utrechtse Onderwijs Agenda (UOA), samen met een groot aantal partners en betrokkenen in het Utrechtse onderwijs, nagedacht over hoe leren en educatie in 2040 eruit zou moeten zien. Hoe kun je kinderen, van 0-23 jaar, zo optimaal mogelijk voorbereiden op hun toekomst? Daarbij zijn in verschillende sessies veel ideeën en perspectieven verzameld. Het hoogtepunt was een bijeenkomst met zo’n 60 betrokkenen in het Spoorwegmuseum begin april 2022. De Utrechtse Onderwijs Agenda wil qua samenwerking in het onderwijs en het meelopen met ontwikkeling van het kind het verschil maken in de ontwikkeling van ieder kind in Utrecht én daarbij wil Utrecht een voorloper zijn als het gaat om onderwijs. UOA-koers 2040: één doorlopende ontwikkellijn voor ieder kind in Utrecht De kern van dit koersdocument is dat er in 2040 één doorlopende ontwikkellijn is voor ieder kind in Utrecht. Hiermee is dit koersdocument gericht op gelijke kansen voor ieder kind en gericht op een inclusieve samenleving waarin ieder kind meedoet. Een doorlopende ontwikkellijn waarin ieder kind gewaardeerd wordt en wordt voorbereid op een waardevolle plek in de samenleving. Eén lijn betekent niet dat er één dezelfde lijn is voor iedereen, maar dat kinderen hun eigen ontwikkeling ervaren als een consistent, op elkaar voortbouwend geheel, dat aansluit bij hun talenten en passie.
De koers van de UOA gaat niet alleen over onderwijs, het raakt alle terreinen die bijdragen en samenwerken aan de doorlopende ontwikkeling van kinderen in Utrecht. •
Iedereen die te maken heeft met de ontwikkeling van een kind in de stad Utrecht werkt nauw samen. Dit begint vanaf het eerste levensjaar. Vroege betrokkenheid bij het kind, zelfs nog voordat het geboren wordt, is een sleutel tot succes voor kansengelijkheid. Hierbij zijn niet de verschillende instituties leidend, maar staat het kind centraal. Dit zou zo ver kunnen gaan dat de wijk de belangrijkste organisatie-eenheid is voor professionals, in plaats van de huidige consultatiebureaus, kinderopvang en onderwijsinstellingen in het primair, voortgezet en vervolgonderwijs.
•
Vanaf het eerste levensjaar van het kind wordt er gespeeld en geleerd in groepen en individueel. Tijdens het opgroeien is er aandacht voor hoe je met en van elkaar leert en tot ontwikkeling komt. Er is langs de hele ontwikkellijn van kinderen en jeugd steeds aandacht voor sociaal-emotionele ontwikkeling en hoe we met elkaar samen willen leven.
•
Na het primair onderwijs wordt het vervolgonderwijs aangeduid in fases die je kunt doorlopen. Hierbij wordt niet meer gesproken over hoog en laag, maar over fase 1 t/m 6. Iedereen krijgt de gelegenheid om te starten aan een volgende fase, indien deze aansluit op de individuele wensen en voortgang.
Koersdocument UOA – “Het Utrechtse onderwijs in 2040”
•
Het hele onderwijs is modulair opgebouwd. Hierdoor kan een kind in zijn of haar eigen tempo modules doorlopen en hoeft daarbij geen onnodige barrières te overwinnen.
•
Een aantal basisvaardigheden blijft essentieel voor een gelukkig en betekenisvol leven in de maatschappij. Om mee te kunnen doen met de samenleving is een vereist niveau qua taal, rekenen, burgerschap, digitale vaardigheden en mediacompetenties en sociaal-emotionele competenties cruciaal. Iedereen werkt aan de ontwikkeling van deze basiscompetenties in zijn of haar tempo. “Meten” geeft professionals informatie waar een kind staat ten opzichte van een basislijn, maar er hangt geen oordeel aan. Aan het einde van de rit, of op bepaalde momenten, is het wel de bedoeling dat alle kinderen de basislijn halen.
•
Eén ontwikkellijn betekent: je hebt je eigen tempo en je wordt gestimuleerd in je leren en ambities. In de kern gaat het erom dat de voortgang van kinderen in kaart wordt gebracht en vervolgstappen daarop worden gebaseerd. Hierbij wordt de ontwikkeling in kaart gebracht door inzichtelijk te maken welke stappen je hebt gezet (ten opzichte van ‘vroegere versie van jezelf’). Het gaat veel minder om het meten op basis van absolute normen, of op basis van onderlinge vergelijking. Er is juist aandacht voor formatief handelen. Je mag zijn zoals je bent, zonder te streven naar ‘hoog’ of ‘laag’ opgeleid; het gaat om het vinden van je eigen plek, van het vak en de carrière en ontwikkeling die past bij jouw passie en talenten
•
Keuzemomenten en overgangen in de individuele ontwikkellijn zijn flexibel. De persoonlijke ontwikkellijn is hierin leidend, niet het systeem. De één kiest vroeg voor een bepaald profiel, de ander op een later moment. Op basis van aangetoonde ontwikkeling wordt aanmelding voor een bepaalde keuze mogelijk.
•
Onderwijs en praktijk zijn nauw met elkaar verbonden, zowel in het primair onderwijs als in het vervolgonderwijs. Praktijk maakt onderdeel uit van het onderwijs, om zo kennis te maken met verschillende sectoren en zicht te krijgen op de mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Hierdoor sluit onderwijs nauw aan op veranderende behoeften vanuit de arbeidsmarkt en maatschappelijke vraagstukken. Het vervolgonderwijs is met elkaar verbonden en staat in contact met bedrijven en organisaties in de regio om de doorlopende leerlijnen in onderwijs en arbeidsmarkt optimaal op elkaar aan te laten sluiten.
•
Digitalisering wordt ingezet als ondersteuning van de flexibilisering van het leren. Het is aanvullend, niet in plaats van onderwijsprofessionals. Door de inzet van digitale middelen ontstaat er ruimte voor professionals om kinderen nog gerichter en persoonlijker te begeleiden.
•
Professionals worden breder opgeleid, zodat ze in de gehele keten rond de ontwikkeling van kinderen een rol kunnen spelen. Niet iedere professional moet alles kunnen, maar er is meer ruimte voor het inrichten en verbreden van je vak en de huidige roldefinities worden minder strak.
•
Gebouwen in de wijk bevorderen ontmoeting. Ze krijgen meer functies. Zo worden ze gebruikt voor kinderopvang, als buurthuis, school, sportvereniging of cultureel centrum. Naast kinderen en (onderwijs-) professionals maken ook ouders en buurtbewoners deel uit van de campus voor leren en ontmoeten.
Koersdocument UOA – “Het Utrechtse onderwijs in 2040”