Kleine scholen
Tekst van het document
Raadsinformatiebijeenkom st kleine scholen Marleen van der Lubbe
04-03-2025
Kleine school is relatief begrip
VERSCHILLEN IN OPHEFFINGS- EN INSTANDHOUDINGSNORMEN NAAR GEMEENTE
04-03-2025
BEKOSTIGING GAAT UIT VAN KLEINE SCHOLEN BIJ MINDER DAN 150 LEERLINGEN
Bekostiging EXTRA BEKOSTIGING
BASISBEKOSTIGING
Bedrag per school Bij >100 ll hoger bedrag Bedrag per leerling
04-03-2025
AANVULLENDE BEKOSTIGING
Kleine scholen (<150 ll): O.a. startbedrag en verminderings Arbeidsmarkttoelage: voor bedrag per ll vestigingen met 15% hoogste Zeer kleine scholen (<23 ll): achterstandscores extra bekostiging tot aan 23 ll Groei: aanvulling bij groei van 4% of meer t.o.v. teldatum Nevenvestiging (≠ dislocatie): vast bedrag en per ll extra Onderwijsachterstanden: bedrag o.b.v. achterstandsscore Nederlands onderwijs andersBron: Bekostiging basisonderwijs - DUO Zakelijk taligen, internationaal georiënteerd
Criteria instandhouding GEMIDDELDE SCHOOLGROOTTE BESTUREN KUNNEN SCHOLEN ONDER OPHEFFINGSNORM INSTANDHOUDEN VIA GEMIDDELDE SCHOOLGROOTTE ONDER BESTUUR (10/6*OPHEFFINGSNORM MET MAXIMUM VAN 290; SCHOOL MINIMAAL 23 LL)
ENIGE VAN RICHTING DE SCHOOL IS DE ENIGE VAN DE RICHTING BINNEN VIJF KILOMETER EN TELT TENMINSTE 50 LEERLINGEN
ENIGE OPENBARE BASISSCHOOL DE SCHOOL IS DE ENIGE OPENBARE BASISSCHOOL BINNEN 10 KILOMETER OVER DE WEG GEMETEN EN ER IS BEHOEFTE AAN DE SCHOOL
VERANDERING OP KOMST: KAMERBRIEF 19 DECEMBER 2024 04-03-2025
BRON: Instandhouding basisschool – Primair onderwijs – DUO Zakelijk
KLEINE SCHOLEN RELATIEF DUUR BRON: Grenzen aan kleine scholen | Advies | Onderwijsraad (2013), Dorpsschool of leerfabriek? (Oberon, 2020) en School size effects revisited (Luyten (red), 2014)
Onderwijsraad (2013):
Uitgaven gemiddelde school (225 ll): Uitgaven kleine school (< 24 ll)
€ 4.000 per leerling €11.000 per leerling
Kosten school met 23 ll € 247.000 en klas met 23 ll op gemiddelde school €92.000
Luyten (2014) en Oberon (2020): •
04-03-2025
De gemiddelde kosten per leerling op grotere scholen liggen lager dan op kleinere scholen. De meeste schaalvoordelen zijn daarbij te behalen bij het samenvoegen van kleinere scholen (tot 150 ll).
KLEINE SCHAAL IS KWETSBAAR
BRON: Rapport De Staat van het Onderwijs 2020 | Rapport | Inspectie van het onderwijs
Kleine scholen (<100 ll) vaker onvoldoende (3 procent) of zeer zwak (1,2 procent) Scholen met < 200 ll hebben verhoudingsgewijs meer onderwijzend personeel dan scholen met > 200 ll. Hierdoor in het basisonderwijs circa 3% meer leraren nodig. Bij opheffing of samengaan kleine scholen in Utrecht 39 tot 57 fte winst te behalen (uitgaande van zelfde leerkracht-leerlingratio als bij scholen met 200 of meer ll)
04-03-2025
RELATIE SCHOOLGROOTE EN KWALITEIT
BRON: Onderwijsopkleinescholen.pdf (Rijksuniversiteit Groningen, 2014), School size effects revisited (Luyten (red), 2014) en Schaalgrootte in het primair en voortgezet onderwijs (Oberon, 2020)
Geen conclusie mogelijk over effect kleine scholen (<100 ll) op leerprestaties: te weinig (geschikt) onderzoek Ook weinig onderzoek naar effect op sociaal-emotionele ontwikkeling
04-03-2025
Aanwijzingen voor meer zelfstandigheid en hulpvaardigheid leerlingen en meer verticale vriendschappen
Wel risico’s voor onderwijskwaliteit: professionele isolatie leerkrachten en schoolleider, beperkte (specifieke) expertise binnen teams en gebrek aan tijd voor goed (onderwijskundig) leiderschap Ook: sociale cohesie en participatie van ouders, leerlingen en leerkrachten op kleinere scholen is iets beter dan op grote scholen
KLEINE SCHOLEN ≠ KLEINE KLASSEN
BRON:Toolkit Leren en Lesgeven | Onderwijskennis (NRO) en Kleine klassen: beter voor leerling en leraar | Onderwijskennis (NRO, 2022)
04-03-2025
Kleine scholen hebben niet per definitie kleine klassen Relatie tussen klassengrootte en resultaten is ingewikkeld; tegengestelde resultaten → Overall: gemiddeld klein effect tegen hoge kosten op basis van zeer beperkt bewijs. Significante effecten pas bij aanzienlijke reductie aantal leerlingen (tot minder dan 20 of 15 leerlingen) en vooral bij jongere leerlingen (onderbouw) en bij soc-eco achterstand en extra ondersteuningsbehoeften Effecten indirect en afhankelijk van allerlei condities en procesfactoren. Waarschijnlijk alleen effect als leraren zodanig anders gaan lesgeven dat leergedrag leerlingen verandert Voordelen: extra mogelijkheden voor feedback, tijd voor kwalitatieve interactie tussen leerkracht en leerling en voor individuele instructie en feedback (en daarmee differentiatie) Grote klassen (30 of meer ll) een ongunstig effect op stress en werkdruk