CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Inventarisatie Woonwagenstandplaatsen 2019.pdf

Commissie Stad en Ruimte (2008-2021) 18 maart 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsbrief Onderzoek toevoegen standplaatsen woonwagens3.065 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inventarisatie woonwagenstandplaatsen 2019

Utrecht.nl

Inventarisatie

December 2019

woonwagenstandplaatsen toevoegen op of bij de bestaande woonwagenlocaties in de gemeente Utrecht

Inhoudsopgave:

1) Inleiding en aanleiding inventarisatie 2) Conclusie 3) Adviezen en uitspraken 3.1 Advies College van de rechten van de mens 3.2 Rapport nationale ombudsman 3.3 Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid 4) Achtergrondsituatie gemeente Utrecht 5) Inventarisatie woonbehoefte onder de woonwagenbewoners 6) Aandachtspunten 7) De woonwagenstandplaatsen 8) Bijlagen: 8.1 brief en vragenformulier aan bewoners 8.2 beantwoording SV 2019 6.3 brief rapport woonwagenbewoner zoekt …

1) Inleiding en aanleiding inventarisatie? In 2017 heeft de Nationale Ombudsman onderzocht in hoeverre gemeenten ruimte geven aan woonwagenbewoners om te kunnen wonen zoals dat past binnen hun cultuur. Naar aanleiding van het rapport van de Ombudsman heeft het ministerie van BZK het beleidskader “Gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid” vastgesteld. In het nieuwe beleidskader roept het ministerie de gemeenten op expliciet aandacht te besteden aan de culturele identiteit van woonwagenbewoners en hun woonwensen. Op 1 november 2018 hebben – op initiatief van de raad – een aantal raadsleden en de wethouder Wonen een bezoek gebracht aan het woonwagencentrum Beukbergen in Zeist. Naar aanleiding hiervan en naar aanleiding van de aanbevelingen van de Nationale Ombudsman hebben D66, GroenLinks, SP en PvdA in februari 2019 schriftelijke raadsvragen (2019/32, bijlage 7.2) gesteld over woonwagenstandplaatsen in Utrecht. In antwoord op de raadsvragen heeft het college van B&W toegezegd met woonwagenbewoners in gesprek te gaan over hun wensen en te bekijken of er mogelijkheden zijn het aantal standplaatsen in Utrecht uit te breiden. Om enig inzicht te verwerven over de aantal standplaatszoekenden in de gemeente Utrecht zijn er gesprekken gevoerd met de bv-woonwagenexploitatie, eigenaar van de woonwagenstandplaatsen en beheerder van de wachtlijst voor standplaatszoekende.

De woonwagenbewoners zijn benaderd doormiddel van een brief met vragenlijst en door bezoeken aan de woonwagenlocaties en het voeren van gesprekken. De bezoeken aan de woonwagenlocaties waren ook bedoeld om te bezien welke mogelijkheden er zijn door het toevoegen van standplaatsen op bestaande locaties of bij de bestaande woonwagenlocaties. Situatie in gemeenten De gemeente is primair verantwoordelijk voor het lokale volkshuisvestingsbeleid. Daarnaast heeft de gemeente de zorg voor passende en voldoende woonruimte voor alle burgers, ongeacht hun voorkeur voor een woning of woonwagen. Het toezicht op de uitvoering van dit beleid ligt bij de gemeenteraad. Wettelijk is er geen verplichting voor een gemeente om een woonwagencentrum in stand te houden, maar de zorgplicht voor voldoende woonruimte voor woonwagenbewoners is er nog wel. Dit is bevestigd in de notitie “Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid (BIZA 12 juli 2018 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2018/07/02/beleidskader-gemeentelijkwoonwagen-en-standplaatsenbeleid ). De gemeente kan dus het aantal standplaatsen vermeerderen of verminderen. De vraag naar standplaatsen is hier leidend. Aan de hand van de cijfers over afname of toename van de vraag naar standplaatsen kan de gemeente zelf haar huisvestingsbeleid bepalen in overleg met de sociale partners.

Het onttrekken van woonwagenstandplaatsen in de verhuur door deze te verkopen heeft geen effect op de beschikbaarheid van het aantal standplaatsen in de gemeente.

2

2) Conclusie Is het toevoegen van woonwagenstandplaatsen op de bestaande locaties mogelijk om daarmee het aantal woonwagenstandplaatsen uit te breiden? Neen – het toevoegen van standplaatsen op de bestaande locaties is onmogelijk. De woonwagenstandplaatsen zijn qua omvang niet buitensporig groot. De woonwagens staan op de locaties ten opzichte van elkaar brandveilig. Toevoegen op de bestaande locaties zou het creëren van een brandveiligheidsprobleem betekenen. Toevoegen op de bestaande locaties is een kostbare aangelegenheid. Denk aan de juridische procedures om standplaatsen te verkleinen, ontbinding huurovereenkomsten en de kosten voor de verplaatsing van woonwagens. Is uitbreiding bij de bestaande woonwagenlocaties mogelijk om daarmee het aantal woonwagenstandplaatsen uit te breiden? Ja – bij enkele locaties is het mogelijk om extra woonwagenstandplaatsen te realiseren. Dat gaat ten koste van openbaar groen, de openbare ruimte of de parkeermogelijkheden. Verder onderzoek is noodzakelijk. Is er behoefte/ vraag/ naar extra woonwagenstandplaatsen? Ja – er staan 100 personen, waarvan 27 van buiten de gemeente Utrecht, ingeschreven voor een woonwagenstandplaats. In de komende 4 jaren zullen naar verwachting, op basis van de leeftijden, in theorie nog 23 personen, nu nog minderjarige kinderen bij komen.

Is er naast de behoefte aan woonwagenstandplaatsen ook behoefte aan huurwoonwagens of huurwoningen op een standplaats? Neen, op basis van de gesprekken en de reacties via het vragenformulier is er behoefte aan standplaatsen met een voorkeur voor de koopsector. De kopers zorgen zelf voor huisvesting. Is het wonen in familieverband belangrijk? Ja, voor de meeste bewoners is dat belangrijk. Men realiseert zich dat het haast onmogelijk is om dit op of bij de huidige woonwagenlocaties te realiseren.

3

3) Adviezen en uitspraken 3.1 Advies college van de rechten van de mens In 1998 is de Woonwagenwet ingetrokken en werd het woonwagenbeleid gedecentraliseerd. Gemeenten zijn sindsdien primair verantwoordelijk voor de huisvesting van woonwagenbewoners dat onderdeel uitmaakt van het volkshuisvestingsbeleid. Het College van de Rechten van de Mens heeft sinds 2014 oordelen uitgebracht over het woonwagenstandplaatsenbeleid van verschillende gemeenten en corporaties. Dit naar aanleiding van klachten van woonwagenbewoners. In 2017 heeft het College ook advies uitgebracht aan het ministerie en stelt daarin dat een uitsterf- of afbouwbeleid in strijd is met de mensenrechten. Daarnaast oordeelt het College van de Rechten van de Mens dat leven in een woonwagen een essentieel onderdeel is van de cultuur van Roma, Sinti en woonwagenbewoners. Het College wijst erop dat het Rijk, lokale overheden en woningcorporaties verplicht zijn om de cultuur van woonwagenbewoners niet alleen te beschermen, maar ook te faciliteren.

3.2 Rapport Nationale Ombudsman Op basis van het advies van het College van de Rechten van de Mens heeft de Nationale Ombudsman een onderzoek ingesteld. Hieruit zijn voor gemeenten de volgende aanbevelingen benoemd: Benoem in het college van burgemeester en wethouders een portefeuillehouder voor woonwagenbewoners en hun mensenrechten. Ga in gesprek met de gemeenteraad over het standplaatsenbeleid en eventuele voornemens om het standplaatsenbeleid aan te passen. Maak standplaatsenbeleid in overeenstemming met het mensenrechtenkader voor de culturele identiteit van woonwagenbewoners (onder meer de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en de oordelen van het College voor de Rechten van de Mens) en leg de standplaatsenbehoefte onder woonwagenbewoners in uw gemeente vast in de Woonvisie. Inventariseer daartoe de behoefte aan standplaatsen, toewijzingscriteria, constructies voor huur of koop en woonvorm onder woonwagenbewoners in uw gemeente. Utrecht heeft de nationale ombudsman laten weten dat wij van mening zijn dat de gemeente Utrecht reeds handelt in de geest van de aanbevelingen en dat wij daarom geen aanleiding zien om het standplaatsenbeleid voor woonwagens te agenderen (zie bijlage 7.3).

3.3 Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) Het Rijk heeft samen met gemeenten een visie op het standplaatsenbeleid ontwikkeld dat in lijn is met het mensenrechtelijk kader voor de culturele identiteit van Roma, Sinti en woonwagenbewoners. Dit betekent dat: - De gemeente het beleid voor woonwagens en standplaatsen vaststelt als onderdeel van het volkshuisvestingsbeleid; 4

-

Het beleid voldoende rekening dient te houden met- en ruimte geeft voor het woonwagenleven van woonwagenbewoners; Hiervoor is nodig dat de behoefte aan standplaatsen helder is; Corporaties voorzien in de huisvesting van woonwagenbewoners voor zover deze tot de doelgroep behoren; De afbouw van standplaatsen niet is toegestaan (behoudens uitzonderlijke omstandigheden) zolang er behoefte is aan standplaatsen; Een woningzoekende woonwagenbewoner die dit wenst, binnen een redelijke termijn kans heeft op een standplaats

4) De standplaatsen in de gemeente Utrecht zijn in eigendom en in beheer bij de bv-

woonwagenexploitatie (Mitros, Bo-Ex en Portaal) en de woningcorporatie Groen West. Groen West is eigenaar en verhuurder van 4 standplaatsen. De BV Woonwagenexploitatie is eigenaar en verhuurder van 133 standplaatsen waaronder 3 standplaatsen die in 2017 zijn opgeheven in verband met de mogelijke verbreding van de A27. De standplaatsen worden nog bewoond (Weg tot de Wetenschap). De aandeelhouders van BV Woonwagenexploitatie zijn de corporaties Bo-ex, Mitros en Portaal. Mitros voert de directie van de BV namens de deelnemende corporaties. De BV heeft een derde partij ingehuurd voor het beheer, onderhoud, de huurincasso en het bijhouden van de wachtlijst. De gemeente Utrecht heeft in 2003 een erfpachtovereenkomst gesloten met de BV woonwagenexploitatie voor 126 standplaatsen inclusief opstallen. In 2013 heeft het college van de gemeente Utrecht de notitie inzake herijking woonwagenbeleid Utrecht vast gesteld. Deze notitie houdt in: a. geen verdere uitbreiding van bestaande en nieuwe standplaatsen, ook niet in Leidsche Rijn en op het Veemarktterrein, b. het bestaande toewijzingsbeleid, dat gebaseerd is op datum van inschrijving, wijzigen in een systeem van gedeeltelijke coöptatie, c. dat de gemeente geen rol heeft in de financiële ondersteuning van de BV Woonwagenexploitatie, d. dat de gemeente het toezicht en de handhaving op en rond woonwagenlocaties proactief ter hand neemt.

Positie gemeente/ bv-woonwagenexploitatie/ de woningcorporaties De gemeente Utrecht wordt door woonwagenbewoners uit Utrecht maar ook van daarbuiten aangesproken op het realiseren van woonwagenstandplaatsen. Dat is terecht omdat de gemeenten een huisvestingsbeleid voeren dat een reëel uitzicht biedt op het wonen in een woonwagen – uitspraken college voor de Rechten van de Mens en de vraag vanuit het ministerie van BZK. 5

Het advies van het college voor de Rechten van de Mens: - Gemeenten moeten bij het huisvestingsbeleid voortaan rekening houden met de woonbehoeften van woonwagenbewoners; - Al naar gelang de behoefte, moeten gemeenten en corporaties zorgen voor voldoende standplaatsen die het leven in familieverband mogelijk maken; gemeenten en corporaties moeten zorgen voor een gemengde locatie met een goede mix van huur- en koopwagens. De gemeente is geen eigenaar / verhuurder van woonwagenstandplaatsen en huurwoonwagens. Taak voor de gemeente is primair dat er voldoende ruimtelijk-planologische mogelijkheden zijn voor de huisvesting van woonwagenbewoners in Utrecht. De gemeente is verantwoordelijk voor het lokale woonbeleid, neergelegd in een woonvisie. Het daadwerkelijk realiseren en exploiteren van (sociale) woonruimten (in welke vorm dan ook) is geen kerntaak van gemeenten. De gemeente is natuurlijk wel verantwoordelijk voor de ruimtelijke ordeningskant van het standplaatsenbeleid. Via het bestemmingsplan (in de toekomst het omgevingsplan) wordt vastgelegd waar de kavels voor standplaatsen liggen en hoeveel dat er zijn. Ook is de gemeente verantwoordelijk voor het beheer van de openbare ruimte en voor handhaving van bijvoorbeeld bouwvoorschriften (brandveiligheid). Zou Utrecht uitvoering willen geven aan de wens voor extra standplaatsen, dan heeft Utrecht de woningcorporaties nodig.

Woonwagenbewoners die een huishoudinkomen hebben tot aan de inkomensgrenzen, genoemd in artikel 48 van de Woningwet, behoren tot de doelgroep van woningcorporaties. Het ontwikkelen, verhuren en exploiteren van woonwagenlocaties, standplaatsen en woonwagens behoort daarmee tot de kerntaak van de woningcorporaties. In Utrecht is de bvwoonwagenexploitatie die voor drie corporaties het woonwagen- en standplaatsenwerk uitvoert. Een door corporaties in het leven geroepen bv of stichting is aan dezelfde regels gebonden als de corporatie zelf. Uit gesprekken met de bv-woonwagenexploitatie blijkt dat men er niet voor openstaat om tot het toevoegen van standplaatsen op of bij de bestaande woonwagenlocaties over te gaan. Het verkleinen van de bestaande standplaatsen en het verplaatsen van woonwagens om ruimte te creëren voor extra standplaatsen is een onmogelijke operatie. Bij een aantal locaties is ruimte om extra standplaatsen te realiseren. Dat gaat in de meeste gevallen ten koste van openbaar groen en of de openbare ruimte. Echter, de bv is geen eigenaar van aanpalende stroken grond maar alleen eigenaar van de bestaande woonwagenstandplaatsen.

6

5) Inventarisatie woonbehoefte onder de woonwagenbewoners In de maanden mei, juni en juli is archief onderzoek gedaan en zijn gesprekken gevoerd met afdelingen intern (VTH en Veiligheid) en met de grootste eigenaar /verhuurder van de woonwagenstandplaatsen in de gemeente Utrecht, de BV Woonwagenexploitatie. Uit het gesprek met de BV komt naar voren dat in oktober 2019 er totaal 100 personen staan ingeschreven voor een woonwagenstandplaats. Standplaatszoekenden dienen zich in te schrijven bij Woningnet als woningzoekende in de regio Utrecht. Na inschrijving kan men zich vervolgens melden bij de BV Woonwagenexploitatie voor een plek op de wachtlijst voor een woonwagenstandplaats in de gemeente Utrecht. De wachtlijst is als volgt samengesteld: 17 standplaatszoekenden in de leeftijdscategorie 18 t/m 25 jaar. 43 standplaatszoekenden in de leeftijdscategorie 26 t/m 35 jaar 25 standplaatszoekenden in de leeftijdscategorie 36 jaar en ouder 15 standplaatszoekenden – leeftijd onbekend. De langst ingeschrevene staat 29 jaar ingeschreven voor een woonwagenstandplaats. De kandidaten komen uit Utrecht (68), Vleuten de Meern (5) en van buiten de gemeente (27). In september 2019 hebben de bewoners van de woonwagenstandplaatsen een brief met een vragenformulier ontvangen.

In de brief werd aangekondigd dat er een bezoek zou worden gebracht aan de woonwagenlocaties, dat bewoners contact konden opnemen om een afspraak daarvoor te maken en met het verzoek het vragenformulier in te vullen en te retourneren. Van de 137 verstuurde brieven met vragenlijsten zijn er 37 ingevuld teruggestuurd. Zes bewoners hebben via de mail gereageerd om een afspraak te maken. Met drie van hen is het tot een afspraak gekomen. Van de overige is geen reactie meer gekomen. We hebben 22 van de 32 locaties bezocht en op 12 locaties bewoners gesproken. Op de 10 andere bezochte locaties was om uiteenlopende redenen niet mogelijk een gesprek te hebben. Uit de 37 schriftelijke reacties en uit de gevoerde gesprekken blijkt: - dat op enkele na allen ingeschreven staan op de wachtlijst voor een standplaats, - dat men de voorkeur/ wens heeft voor een koopstandplaats (25), - dat een enkeling een woonwagenstandplaats inclusief huurwoonwagen of huurwoning wenst, - dat men qua inkomen tot de groep behoort tot €38.035,00, - dat iedereen het belangrijk vindt om in familieverband te kunnen wonen, - dat men het liefst een standplaats wil bij een bestaande locatie maar dat is geen must.

7

6) Aandachtspunten In de gesprekken die zijn gevoerd op de diverse woonwagenlocaties zijn een aantal zaken opgetekend die aandacht behoeven. - er is kritiek op de toewijzing van standplaatsen bij mutaties. Bewoners hebben geen vertrouwen op de manier waarop een toewijzing van leeggekomen standplaatsen er aan toegaat. Het systeem is voor bewoners onduidelijk en niet transparant. Ook de eigenaar/verhuurder van de woonwagenstandplaatsen geeft aan dat het systeem van toewijzing om herijking vraagt. - de communicatie tussen de BV Woonwagenexploitatie en de huurders is slecht, vinden de huurders die wij gesproken hebben. Er wordt slecht of niet gereageerd naar huurders. Er wordt geen/slecht onderhoud gepleegd. - de rollen zijn onduidelijk. Welke rol heeft de BV Woonwagenexploitatie heeft en welke rol heeft de gemeente Utrecht. - de angst dat de woonwagen in eigendom van de huurder van de standplaats moet worden verwijderd als de hoofdbewoner komt te overlijden (de huurovereenkomst wordt ontbonden) is groot. Dit is kapitaalvernietiging. Is een andere oplossing mogelijk? - het is voor een aantal huurders onduidelijk of er standplaatsen te koop zijn en welke dat dan zijn.

- waarom geen ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de standplaats bij het aantreffen van drugs of gerelateerde strafbare activiteiten? De woonwagen wordt een aantal maanden gesloten voor bewoning en dan weer ter beschikking gesteld van de overtreder. - veel bewoners hebben een hang naar het verleden. Het samen wonen op de Huppeldijk. Opvallende zaken bij de bezoeken aan de locaties is dat het wonen op de woonwagenlocaties nogal van elkaar verschilt. De meeste woonwagenlocaties zien er prima uit. Bij een aantal locaties ziet het er echt niet uit. Opslag van goederen, werk gerelateerde activiteiten, misbruik openbare ruimte, gestalde caravans, “illegale bouw” en het gevoel dat er geen pottenkijkers gewenst zijn.

8

7) De Woonwagenstandplaatsen voor alle locaties waar mogelijk uitbreiding kan, geldt dat er onderzoek moet worden gedaan – bestemmingsplan, parkeernormen, belang openbaar groen, eigenaar, openbare orde en veiligheid, etc. ALPENPAD – 4 standplaatsen Toevoegen standplaatsen op en bij niet mogelijk

9

Amsterdamsestraatweg – 4 standplaatsen Toevoegen standplaatsen op niet mogelijk. Toevoegen standplaatsen (1) bij wel mogelijkheid door opheffen parkeerruimte

10

Augusto Sandinostraat – 6 standplaatsen Toevoegen standplaatsen op niet mogelijk. Toevoegen standplaatsen (1) bij door ontruiming bedrijfsmatige activiteit.

Burgemeester Norbruislaan – 2 standplaatsen Toevoegen standplaatsen op en bij niet mogelijk

11

Daalseweg – 3 standplaatsen Toevoegen standplaatsen op niet mogelijk. Toevoegen standplaatsen (1) bij door gebruik openbaar groen.

12

Emmerich Kálmánlaan – 4 standplaatsen Toevoegen standplaatsen op en bij niet mogelijk.

13

Engelsmansplaat – 4 standplaatsen Toevoegen standplaatsen op en bij niet mogelijk

14

Gageldijk – 2 standplaatsen Toevoegen standplaatsen op niet mogelijk. Toevoegen standplaatsen (meerdere) bij door gebruik openbaar groen.

15

Gangesdreef – 4 standplaatsen Toevoegen standplaatsen op niet mogelijk. Toevoegen standplaatsen (meerdere) bij door gebruik openbaar groen

16

Himalaya – 1 standplaats Toevoegen standplaatsen op niet mogelijk. Toevoegen standplaatsen (1) bij door gebruik openbaar groen

Ina Boudier Bakkerlaan – 15 standplaatsen Toevoegen standplaatsen op en bij niet mogelijk – voldoet niet aan de brandveiligheidseisen

17

Kanaalweg – 9 standplaatsen Toevoegen standplaatsen op en bij niet wenselijk in verband met de ligging van de locatie.

18

Kapteynlaan – 2 standplaatsen Toevoegen standplaatsen op niet mogelijk. Toevoegen standplaatsen (1) bij door gebruik openbaar groen/ openbare weg

19

Langerakbaan – 2 standplaatsen Toevoegen standplaatsen op en bij niet mogelijk.

Lanslaan – 4 standplaatsen Toevoegen standplaatsen op of bij niet mogelijk.

20

Merelveldseweg – 4 standplaatsen Toevoegen standplaatsen op niet mogelijk. Toevoegen standplaatsen (meerdere) bij door gebruik openbaar groen.

Mimosastraat – 6 standplaatsen Toevoegen standplaatsen op en bij niet mogelijk.

21

Moezeldreef – 4 standplaatsen Toevoegen standplaatsen op niet mogelijk. Toevoegen standplaatsen (meerdere) bij door gebruik openbaar groen

Molenbeekstraat – 4 standplaatsen Toevoegen standplaatsen op en bij niet mogelijk

22

Montevideostraat – 4 standplaatsen Toevoegen standplaatsen op niet mogelijk. Toevoegen standplaatsen (1) bij door gebruik openbaar groen

Musketierlaan – 4 standplaatsen Toevoegen standplaatsen op niet mogelijk. Toevoegen standplaatsen (meerdere) bij door gebruik openbaar groen

23

Orinocodreef – 8 standplaatsen Toevoegen standplaatsen op en bij niet mogelijk.

Paddenstoelenlaan – 2 standplaatsen Toevoegen standplaatsen op en bij niet mogelijk.

24

Tweede Westerparklaan – 3 standplaatsen Toevoegen standplaatsen op en bij niet mogelijk.

Tweede Westerparklaan/ Johanniterpad – 2 standplaatsen Toevoegen standplaatsen op en bij niet mogelijk.

25

Vaartscherijnstraat – 3 standplaatsen Toevoegen standplaatsen op niet mogelijk. Toevoegen standplaatsen (1) bij mogelijk door herschikking en gebruik parkeergelegenheid.

Van Lieflandlaan – 3 standplaatsen Toevoegen standplaatsen op niet mogelijk. Toevoegen standplaatsen (meerdere) bij door gebruik groen

26

Vuurlanddreef – 6 standplaatsen Toevoegen standplaatsen op en bij niet mogelijk.

Vuurvlindersingel – 2 standplaatsen Toevoegen standplaatsen op en bij niet mogelijk.

27

Walter Kollolaan – 4 standplaatsen Toevoegen standplaatsen op en bij niet mogelijk.

28

Walter Kollolaan – 3 standplaatsen Toevoegen standplaatsen op en bij niet mogelijk.

29

Weg naar Rhijnauwen – 2 standplaatsen Toevoegen standplaatsen op niet mogelijk. Toevoegen standplaatsen (meerdere) bij door gebruik openbare ruimte

30

Weg tot de Wetenschap – 3 standplaatsen opgeheven i.v.m. verbreding A27 nog in gebruik zijnde standplaatsen.

‘

31

Wilhelminalaan – 4 standplaatsen Toevoegen standplaatsen op en bij niet mogelijk.

32

8) Bijlagen: 8.1 brief en vragenformulier aan bewoners

33

34

8.2

35

36

37

8.3

38

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=332597bb-de68-41bb-9393-ff9500ff6a1a