CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Infoblad-info-en-bijdragen-deelnemers-WEB

Raadsinformatiebijeenkomst 11 april 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Vernieuwing standplaatsenbeleid3.634 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vernieuwing standplaatsenbeleid Basisinformatie Datum Gespreksleider Tijd Zaal Soort bijeenkomst

Links naar

11 april 2023 Gertjan te Hoonte 19.30 – 20.45 uur Hal, Stadhuis Bespreken Raadsbrief Vernieuwing standplaatsenbeleid en de uitkomsten van het debat van 23 maart 2023 in de commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie (VOWE) Gesprek tussen raadsleden, standplaatshouders, vaste klanten die ook de sociale en maatschappelijke meerwaarde van deze ondernemers willen toelichten en eventueel juridisch adviseurs van standplaatshouders Wethouder Susanne Schilderman 2 ambtenaren Dit onderwerp is geagendeerd in de cie. VOWE d.d. 20 april 2023 Wilt u nog informatie delen met raadsleden, stuur dit naar raadsinformatiebijeenkomst@utrecht.nl Website gemeente en facebook

Deelnemers

47 deelnemers

Werkvorm

Portefeuillehouder Betrokken ambtenaren/presentatoren Vervolg

Programma 19:30 – 19:40 19:40 – 20:00 20:00 – 20:15 20:15 – 20:40 20:40 – 20:45

Opening en voorstellen Pitches van aanwezige ondernemers, juristen en klanten (1 minuut per pitch) Vragen van raadsleden Gesprek tussen raadsleden, ondernemers, juristen en klanten Afronding en conclusie

Motivatie Agendeerders David Bosch (PVV), Mariam Al-Saqaff (VVD), Bina Chirino (CU), Mohamed Talhaoui (PvdA), Ralph Peters (D66), Hessel Stellinga (CDA), Anton Stam (Volt), Mahaar Fattal (GroenLinks), Jurriaan Otto (ÉénUtrecht), Esma Kendir (S&S) en Cees Bos (SBU)

1

De partijen PVV, VVD, CU, PvdA, D66, CDA en Volt, GroenLinks, EenUtrecht, Student & Starter en SBU wensen een algemene RIB op 11 april 2023 over de situatie omtrent de standplaatshouders en het vervallen van hun vergunningen per 1 januari 2024. Aanleiding is o.a. de Raadsbrief Vernieuwing standplaatsenbeleid en de uitkomsten van het debat van 23 maart 2023 in de commissie VOWE. Er is behoefte om tijdens deze algemene RIB de verschillende ondernemers te horen en geluiden op te halen om zo tot een constructieve oplossing te komen. Voor deze RIB wensen wij in ieder geval alle huidige standplaatshouders uit te nodigen en eventuele vaste klanten die ook de sociale en maatschappelijke meerwaarde van deze ondernemers willen toelichten. Ook eventuele juridische adviseurs van ondernemers zijn welkom.

Bijdrage(n) Deelnemer Ik wil graag mijn zorgen met jullie delen voor alle jonge mensen (opvolgers) die aan het roer staan van deze zaken. Allemaal gezinnen met kinderen die zich een slag in de rondte werken om het allemaal rond te breien. Wij zijn allemaal hardwerkende mensen die van vroeg tot laat aan het werk zijn om Utrecht zoveel mogelijk te laten leven en gezelligheid te brengen. Wij zijn een luisterend oor voor onze klanten, en als er dan gevraagd wordt naar belevenissen van klanten vinden wij niet dat wij daar over naar buiten kunnen treden, een soort beroepsgeheim is dat. Maar dat we een aanwinst zijn is een ding wat zeker is. Ook vinden wij dat er over onze investeringen zo makkelijk wordt gedaan, €200.000 heb je niet zomaar terugverdiend hoor. Ook vinden wij het heel verdrietig dat wij als leugenaar neergezet worden als wij zeggen dat er 10 jaar geleden gezegd is dat de standplaatsen gewoon doorgaan mits je je niet zou gedragen. En we kunnen ook niet begrijpen waarom andere steden/plaatsen wel de standplaatsen gewoon voor 15/20 jaar verlengd worden?! En dan dat we groen moeten worden, hoe groen wil je het hebben? Nieuwe verkoopwagen, vragen als iemand om 2 porties Kibbelling vraagt of het in 1 zak mag , scheelt verpakkingsmateriaal en de klant geld , we doen allemaal zoveel mogelijk ons best .

Maar nee, er wordt gesproken over houten wagens, mensen denk toch na!! Dat kan toch helemaal niet i.v.m. brandveiligheid. Wij hopen op wijsheid van de gemeenteraad en dat dit rare plan teruggedraaid wordt. Deelnemer Als standplaatshouder op de Hindersteinlaan Vleuten wil ik de raad wijzen op het feit wat we al zo doen voor Vleuten. De Koningsdag wordt door ons al meer dan 15 jaar gesubsidieerd (Oranjevereniging Wilhelmina) Ook de verschillende sportverenigingen doen nooit een tevergeefs beroep op ons. Dus waar onder andere de Gemeente Utrecht subsidies stopten. Hebben wij met verschillende standplaatshouders deze leegte ingevuld. Dus standplaatshouders horen zeker bij de buurt nog niet gesproken over de verdere sociale contacten. Deelnemer Goed dat ik na het aanbieden van de petitie ook nog de mogelijkheid heb om een inhoudelijke bijdrage aan een raadsinformatiebijeenkomst over het standplaatsenbeleid te leveren. De plannen van het college voor de standplaatsen zijn heel nadelig voor bestaande ondernemers. Het college wil het aantal standplaatsvergunningen beperken tot 87 vergunningen en de vergunningen van 2

bestaande ondernemers gaan herverdelen onder nieuwe en bestaande ondernemers. Twee jaar lang wil het college geen nieuwe standplaatsvergunningen verlenen. De stukken die het college aan de gemeenteraad aangeleverd heeft, zijn niet de gemakkelijkste stukken om te lezen. Er staat veel juridische taal en opmerkingen in. Dat is wat ik van huis uit en als kaasboer duidelijk niet gewend ben. Ik heb de gewoonte om me op het kaas verkopen te concentreren. Is er iets moeilijks met belastingen of iets dergelijks dan raadpleeg ik mijn accountant. Wel begreep ik dat het plan van het college rond de standplaatsen mij en andere ondernemers zwaar treft. Dat is ook de reden, dat ik aangaande het plan van het college rond de standplaatsen juridisch advies wilde hebben. In deze aangelegenheid is het dus zo, dat ik de afgelopen weken niet enkel zelf stukken bestudeerd en gelezen heb. Ik heb ervoor gekozen om een adviseur in te schakelen die de stukken die het college stuurt ook leest en beoordeelt. Over de Dienstenrichtlijn en over de vraag of de standplaatsvergunningen in Utrecht al of niet schaarse vergunningen zijn, hoorde ik veel interessante dingen. Samengevat: wat het college wil, gaat in tegen het doel van de Dienstenrichtlijn. Het college legt de Dienstenrichtlijn en de jurisprudentie van de Raad van State verkeerd en in nadelige zin voor bestaande ondernemers uit.

Er is voor ondernemers en consumenten veel beter beleid mogelijk. Omdat ik veel dingen hoorde die duidelijk juridisch anders zijn dan het college aan de gemeenteraad meldt voelde ik wel: dit is informatie die ik ook met raadsleden moet delen. Dat heb ik dan ook in een brief van 10 maart 2023 gedaan en opnieuw in een schrijven van 30 maart 2023. Op 23 maart 2023 heb ik bovendien de gemeenteraad in een brief gevraagd inspraak over de door het college voorgestelde wijziging van de APV te verlenen. Ik hoop dat u mijn eerdere brieven gelezen hebt. Deze bijdrage bevat ook juridische informatie die ik ontvangen heb en wil doorgeven. Vanavond wil ik aanvullend op mijn eerdere brieven nog enkele opmerkingen maken over de uitleg die het college van de Dienstenrichtlijn geeft en het plan van het college tot het beperken van het aantal beschikbare standplaatsvergunningen tot het lage aantal van 87 vergunningen. Doel van de Dienstenrichtlijn is dat nieuwe ondernemers toegang tot een markt hebben. Dat is niet hetzelfde als gemeenten verplichten nieuwe ondernemers de mogelijkheid te geven om op een plek waar reeds een bestaande ondernemer waren verkoopt, waren te gaan verkopen. De Dienstenrichtlijn verplicht de gemeente Utrecht aan een nieuwe ondernemer die op een standplaats in Utrecht waren wil verkopen de mogelijkheid te bieden een standplaatsvergunning in Utrecht te krijgen.

Waar die verkoop plaatsheeft en voor welke locatie die vergunning geldt, schrijft de Dienstenrichtlijn niet voor. Wat wel voorgeschreven wordt, is dat op de Utrechtse markt voor standplaatsen ruimte moet zijn voor nieuwe ondernemers om toe te treden. Die toegang is er, als er standplaatsvergunningen beschikbaar zijn voor nieuwe ondernemers en aan nieuwe ondernemers ergens in de gemeente Utrecht een standplaatsvergunning verleend kan worden. Wanneer er (blijvend) voor nieuwe ondernemers geen toegang tot de Utrechtse markt voor standplaatsen is, zijn standplaatsvergunningen in Utrecht schaars. Er is geen toegang voor nieuwe ondernemers tot de Utrechtse markt voor standplaatsen, als het aantal aanvragers van vergunningen hoger is dan het beschikbare aantal vergunningen. Wat ik nu uit de stukken concludeer is dat het nu heel moeilijk is om een standplaatsvergunning in Utrecht te krijgen. Er zijn voor 77 locaties namelijk maar hoogstens 90 vergunningen beschikbaar. Dat is echt heel weinig voor een grote gemeente als Utrecht. De gemeente waar ik woon heeft ongeveer 10 % van de inwoners van Utrecht, maar wel meer dan 50 standplaatsvergunningen. De helft daarvan is aan bestaande ondernemers verleend. In mijn woonplaats kan een ondernemer makkelijker een standplaatsvergunning krijgen dan in Utrecht.

Er zijn dus in mijn gemeente geen schaarse standplaatsvergunningen, want er is veel ruimte voor nieuwe ondernemers om een standplaatsvergunning te krijgen. Omdat het college van Utrecht niet meer dan 86 standplaatsvergunningen wil verlenen, is het begrijpelijk dat nu in Utrecht gesproken wordt over schaarse vergunningen. Als het college een plan 3

heeft om twee jaar lang geen nieuwe standplaatsvergunningen te verlenen, dan is er namelijk geen toegang tot de Utrechtse markt voor standplaatsen. Als ondernemer zeg ik dan tegen u als gemeenteraad: vraag het college / geef het college opdracht om een eind te maken aan het vreemde beleid om het aantal vergunningen te beperken tot 86 en het aantal vergunningen voor Vleuten zelfs sterk te verlagen. Wanneer een normaal aantal vergunningen voor een gemeente als Utrecht beschikbaar is, dat is meer dan tweehonderd vergunningen, zijn de vergunningen helemaal niet schaars en er is toegang tot de Utrechtse markt voor standplaatsen voor nieuwe ondernemers en wordt aan de Dienstenrichtlijn voldaan. Op korte termijn, binnen een half jaar, is het al mogelijk om het aantal beschikbare vergunningen met tientallen te verhogen. Ook kan het college ervoor kiezen om het huidige veel te lage maximum te veranderen in een minimum te verlenen aantal standplaatsvergunningen en in een beleidsregel aangeven dat meer vergunningen verleend kunnen worden als op een locatie de verkeer – en parkeersituatie dat toelaat. Bovendien hoop ik, dat u het college vraagt om het uitgangspunt van de Dienstenrichtlijn: vergunningen worden voor een onbepaalde tijd verleend, in de praktijk ook toe te passen en aan nieuwe ondernemers vergunningen voor onbepaalde tijd te gaan verlenen.

Twee overzichten van standplaatsen met elkaar vergeleken. Een overzicht met de standplaatsen die in 2010 verleend werden en een overzicht met de standplaatsen die het college in 2024 wil verlenen. Ik zie opmerkelijke verschillen. In het overzicht van de standplaatsvergunningen die het college in 2024 wil verlenen, staan voor de Hindersteinlaan in Vleuten zes vergunningen minder vermeld. Voor de Oranjelaan in De Meern staan drie vergunningen minder vermeld. Het raadsvoorstel heeft het erover dat standplaatsen alleen daar toegestaan zijn waar het bestemmingsplan dat toelaat. Op welke locaties in Utrecht zijn volgens het bestemmingsplan standplaatsen en/of markten toegestaan? Volgens mij zou het logisch zijn dat op locaties waar markten toegestaan zijn ook standplaatsen toegestaan zijn. Standplaatsen staan vaak ook bij winkels. Het college heeft het erover dat interne juristen veel jurisprudentie gebruikt hebben ter voorbereiding van het nieuwe standplaatsenbeleid. Om welke jurisprudentie van de Raad van State gaat het? Waarom wordt geen melding gemaakt van de Conclusie van de Advocaat-Generaal Widdershoven over schaarse vergunningen? Ik zie dat de definitie van schaarse vergunningen die het college hanteert afwijkt van de definitie van schaarse vergunning van de Raad van State.

De definitie van schaarse vergunning die de Raad van State hanteert, is: een vergunning is schaars als het aantal aanvragers groter is dan het beschikbare aantal vergunningen. In die situatie is de markt voor nieuwe toetreders gesloten. Heel opvallend is dat het advies van het advocatenkantoor VBK geen melding maakt van deze definitie van schaarse vergunning die de Raad van State hanteert en ook niet de inhoud van de conclusie van de Advocaat-Generaal van de Raad van State over schaarse vergunningen gebruikt heeft bij het opstellen van het advies aan het college. In het advies van VBK wordt het verlengen van de bestaande vergunningen niet toegestaan geacht. Opmerkelijk genoeg baseert het advies dit op jurisprudentie van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) en op één uitspraak van de Raad van State. De jurisprudentie van het CBB heeft betrekking op technisch schaarse vergunningen. De Dienstenrichtlijn kent ook technisch schaarse vergunningen welke onder artikel 12 van de Dienstenrichtlijn vallen. Vergunningen die onder artikel 12 van de Dienstenrichtlijn vallen, moeten altijd voor een beperkte periode verleend worden. Bij vergunningen zoals standplaatsvergunningen die onder artikel 11 van de Dienstenrichtlijn vallen, geldt volgens de Dienstenrichtlijn als uitgangspunt dat deze voor een onbepaalde tijd verleend moeten worden.

4

In het advies van het advocatenkantoor valt op dat gesproken wordt over beleidsmatig schaarse vergunning, maar vervolgens wordt op pagina 3 in een noot naar artikel 12 van de Dienstenrichtlijn verwezen. VBK vermeldt in het advies niet, dat in de uitspraak van de Raad van State over een standplaats in Veere (ECLI:NL:RVS:2020:1467) geen melding wordt gemaakt van een schaarse vergunning. Ook betrekt de Raad van State de Dienstenrichtlijn niet in de overwegingen. Verder was het hoger beroep ingediend door een winkel die stelde schade te lijden door de verkoop van frites door een standplaatshouder. Het geschil heeft volgens rechtsoverweging 7 betrekking op de toepassing van artikel 4:84 van de Awb. VBK geeft in het advies aan, dat, als er een limiet aan het aantal vergunningen gesteld is, er sprake is van schaarse vergunningen. Jurisprudentie van de Raad van State laat echter zien, dat de Afdeling aan de hand van de lokale situatie beoordeelt of er sprake is van schaarse vergunningen. Wanneer het aantal aanvragen om vergunningen hoger is dan het aantal beschikbare vergunningen oordeelt de Raad van State, dat sprake is van schaarse vergunningen. In zo’n situatie is de toegang tot de markt afgesloten voor nieuwe ondernemers en moet er dus ruimte worden geboden voor nieuwe ondernemers om op termijn toe te treden tot de markt.

Een voorbeeld van een uitspraak waarin de Raad van State aan de hand van de lokale situatie oordeelt, dat sprake is van schaarse vergunningen, is de uitspraak van de Raad van State van 7 december 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3606) in een hoger beroep dat ging over een geschil over de afwijzing van een aanvraag om een vergunning voor een standplaats tijdens het carnaval in 2020, 2021 en 2022 in de binnenstad van ’s-Hertogenbosch. Uit rechtsoverweging 4.1 blijkt duidelijk, dat de Afdeling oordeelt dat een vergunning schaars is, als het aantal aanvragers hoger is dan het aantal beschikbare vergunningen. Hieronder geef ik rechtsoverweging 4.1 in het geheel weer: 4.1. Het college heeft meer inschrijvingen ontvangen dan dat er standplaatsen beschikbaar waren. De standplaatsvergunningen waren daarom schaarse vergunningen. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2927, geldt in het Nederlands recht een rechtsnorm die ertoe strekt dat bij de verdeling van schaarse vergunningen door het bestuur op enigerlei wijze aan (potentiële) gegadigden ruimte moet worden geboden om naar de beschikbare vergunning(en) mee te dingen. Deze rechtsnorm is gebaseerd op het gelijkheidsbeginsel dat in deze context strekt tot het bieden van gelijke kansen.

Om die gelijke kansen te realiseren moet het bestuur een passende mate van openbaarheid verzekeren met betrekking tot de beschikbaarheid van de schaarse vergunning, de verdelingsprocedure, het aanvraagtijdvak en de toe te passen criteria. Het bestuur moet hierover tijdig voorafgaand aan de start van de aanvraagprocedure duidelijkheid scheppen, door informatie over deze aspecten bekend te maken via een zodanig medium dat potentiële gegadigden daarvan kennis kunnen nemen. In mijn brief aan de gemeenteraad van 30 maart 2023 heb ik er reeds op gewezen, dat VBK in het advies geen aandacht besteed heeft aan de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 21 februari 2020 (ECLI:NL:RBMNE:2020:1330) waaruit blijkt, dat het college van Utrecht in 2018 ten onrechte aanvragen afgewezen had om bestaande vergunningen voor botenverhuur voor onbepaalde tijd te verlengen. Als ondernemer hoop ik, dat u als gemeenteraad ervoor bent dat de bestaande vergunningen van standplaatsondernemers voor onbepaalde tijd verlengd worden en dat tegelijk het aantal beschikbare standplaatsvergunningen sterk wordt uitgebreid. Deelnemer Het is oktober en onze dochters (4 en 8 jaar) komen enthousiast de kamer binnen rennen:” Papa, mama, de oliebollenkraam is er weer!”. Zo gaat het al jaren. Ik woon nu zo’n 15 jaar bij de Amsterdamsestraatweg, eerst in de Bremstraat en vanaf 2012 aan het Van Beuningenplein.

Tot een jaar of drie geleden was ik een regelmatige klant van de oliebollenkraam (elk jaar van uitstekende kwaliteit oliebollen, appelflappen en appelbeignets maakte mij een 5

herhaalaankoper). Door een vervelend voorval heb ik een betere band met de eigenaren gekregen. Door twee types die zich naast ons huis verborgen hielden, zijn ze toen overvallen. Daarop ben ik samen met de buren die verdomhoek stevig gaan snoeien, heb tegels gewipt, vrolijke aanplant gedaan, lamp aan de muur gehangen en sinds dit jaar een muurschildering laten maken. Want deze aardige mensen mag dit niet nog eens overkomen. De buren hebben een felle bouwlamp opgehangen, want ook zij waren van mening dat deze mensen niet met angst hun beroep uit hoefden te oefenen aan het Van Beuningenplein. Hoe fijn was het dan ook dat ze gewoon zijn gebleven en het Van Beuningenplein is een vrolijk hoekje rijker. De eigenaren van de oliebollenkraam hebben hun sociale toegevoegde waarde in de wintermaanden. Ze weten precies wie waar woont en voeren zo overdag, terwijl wij en de meeste buren aan het werk zijn sociale controle. Ik vind het heel fijn en een veilig idee dat ze een oogje in het zeil houden. In die bijna twaalf jaar dat wij er wonen, is het Van Beuningenplein gevrijwaard van vervelende zaken. En ik denk dat de aanwezigheid de eigenaren met hun oliebollenkraam daar zomaar een aandeel in hebben. Ze zijn zo verzorgd, hun kraam is altijd netjes, ze ruimen alles eromheen dagelijks op, geen vieze baklucht en in al die jaren zie ik alleen maar gezelligheid rond de kraam.

Zelfs op oudejaarsdag, terwijl het hartstikke druk is, hebben ze alles onder controle en is alles weer keurig opgeruimd voor de Oud & Nieuw gezelligheid op straat en het Van Beuningenplein. In de vier maanden dat de eigenaren er zijn met hun oliebollenkraam voelt het als dat het Van Beuningenplein twee fijne bewoners en buren rijker is en ik vertrouw erop dat dat nog jaren zo mag blijven.

Deelnemer Geachte wethouder, beste mevrouw Schilderman, Hierbij vraag ik u via deze formele weg, in uw functie als wethouder, om de aangekondigde maatregel om Utrechtse standplaatsen op Europees niveau te verloten, volgens de Europese wetgeving, niet uit te voeren. Het kan niet zo zijn dat een maatregel, op Europees niveau bedacht, op regionaal niveau kan leiden tot werkloosheid of onmeetbare schade aan regionaal cultureel erfgoed. Ik vertrouw erop dat de gemeente Utrecht het aandurft om tegen deze Europese wetgeving in, eigen wet- en regelgeving toe te passen op maat, omdat Utrecht staat voor haar ondernemers en trots is op wat zij, vaak al generaties lang, de stad brengen. Mijn eerste baantje had ik als veertienjarige bij de IJssalon Venezia aan de Oudegracht, bij Italo de Lorenzo. Nonno kwam vaak langs. The godfather van de Italiaanse ijssalon in Nederland dronk zijn Spa rood ongekoeld. ‘Due capuccini!’ leerde ik van Romana en hele kilometers liep ik ermee over die brug op zaterdagen. Duizenden ijsjes schepte ik met bolletjes vanielie, vanielje of gewoon stratelli of bûhnaon. Iédereen in Utrecht heeft een persoonlijke herinnering aan Venezia en niemand in Utrecht begrijpt wat er nu gebeurt. Venezia is niet alleen regionaal, maar nationaal cultureel erfgoed. Hun, ónze, Utregse ijssalon, staat nota bene in het Openluchtmuseum.

Mevrouw Schilderman, borg toch de trots van al die Utrechters en herzie de voorgenomen maatregel om de plekken voor standplaatshouders te verloten. Ik hoop echt dat u dat zal doen, namens al die stadsgenoten, al die Utregse jochies en wijffies, al die ijsliefhebbers en om te laten zien dat de gemeente voor haar stad durft te kiezen. Ik wens u wijsheid toe en hoop in de zomer met u aan de gracht samen een ijsje te eten, vannili en aorebej, met slagroom in het hoorntje om terug te kijken op een woelige paar weken en vooruit te kijken naar de honderdste verjaardag van Ijssalon Venezia in het centrum van Utrecht op de Oudegracht in 2028. 6

Deelnemer Behoud de standplaatsen voor iconische en gezichtsbepalende ondernemers die al generaties lang het Utrechtse straatbeeld sieren. Kies voor Utrecht!

Deelnemer Staan met kaas op de standplaats Poortstraat wittevrouwen wijk op zaterdag. Grote omzet verlies/ medewerkers ontslaan… sociale netwerk van de buurt valt weg Deelnemer Wij runnen al zo’n 40 jaar de oliebollenkraam aan de Amsterdamsestraatweg te Utrecht. Het is 2013 en de Vergunning wordt verlengd voor 10 jaar. Dit was om van het papierwerk af te zijn en het gemakkelijker te maken voor gemeente en onszelf. Er wordt op dat moment niet gesproken over opnieuw te moeten inschrijven. Nu kregen we op zeer kort termijn te horen dat het niet meer verlengd wordt. Als het 2023 is gaan wij er vanuit dat het weer automatisch verlengd wordt zoals voorgaande jaren. Hier ziet de gemeente vanaf en wij hopen op een overgangstermijn, voor een langere periode zoals in verschillende gemeentes reeds is gebeurd. Wij zijn altijd netjes geweest en er zijn nooit klachten. We hebben zelfs wat gedaan aan de afwatering in verband met het milieu. Daarop is het hoofd vergunning nog wezen kijken en kregen wij onze goedkeuring. Wat het voor ons betekend dat wij dus 3,5 maand geen inkomen hebben als het niet verlengd wordt. Al onze investeringen voor niks zijn geweest, want ieder jaar doen we wel iets aan de verkoopwagen op het gebied van investering.

Dus wij zijn zelf maar handtekeningen op gaan halen, want wij vroegen ons af, wat vindt de buurt waar wij staan er eigenlijk van dat wij misschien weg moeten? Het ophalen van de handtekeningen was hartverwarmend. Mensen tekenen massaal en willen ons niet kwijt. Zo’n 500 handtekeningen in een paar uur tijd. Wij zijn voor de omwonende eigenlijk buurtgenoten. Zoals iedere standhouder op zijn/haar “eigen plek”. Er zijn met ons 2 buurtbewoners meegekomen zij wonen nabij de kraam, zij doen ook hier hun verhaal.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=f0f89353-ea39-4101-b665-3058cf4c7e26