Inbreng- RIB- Initiatiefvoorstel Digitale Omgangsvormen- Bits for Freedom en Amnesty International
Tekst van het document
Standpunt Bits of Freedom en Amnesty International inzake Initiatiefvoorstel Digitale Omgangsvormen Amsterdam, 17 juni 2024
Geacht raadslid, Op de agenda van de raadsinformatiebijeenkomst (RIB) van 18 juni 2024 is een van de onderwerpen het Initiatiefvoorstel Digitale Omgangsvormen, zoals voorgesteld door het CDA-raadslid Van Steeg. Met het initiatiefvoorstel Digitale Omgangsvormen wordt voorgesteld om een APV-artikel toe te voegen om online opruiing met als mogelijk gevolg ordeverstoringen in de openbare ruimte aan te pakken. Bits of Freedom en Amnesty International denken dat het voorstel averechts werkt, en dat het onverstandig is met repressie maatschappelijke onrust tegen te gaan. Kortom: bescherm de vrijheid van meningsuiting en stem tegen dit initiatiefvoorstel.
Achtergrond Het CDA in Utrecht wil dat de burgemeester online meer kan doen om onrust op straat te voorkomen. Ze stelt voor de lokale regels in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) uit te breiden met een verbod op het vertonen van online 'uitdagend gedrag' dat 'aanleiding' zou kunnen geven tot 'wanordelijkheden'. De directe aanleiding voor dit voorstel is alweer jaren oud. In 2021 riep een 17-jarige jongen online op om in Utrecht te gaan protesteren tegen coronamaatregelen. Daarop vaardigde de burgemeester een 'online gebiedsverbod' uit. De rechter vond deze beknotting van de uitingsvrijheid ontoelaatbaar. Gemeenten mogen namelijk niet zelfstandig invulling geven aan de vrijheid van meningsuiting. Het nieuwe voorstel kan gezien worden als een nieuwe poging hetzelfde te bereiken, maar is helaas niet minder problematisch. De vrijheid van meningsuiting is gelukkig niet absoluut. Er moet altijd een afweging worden gemaakt: wiens belang is groter; dat van degene die spreekt, of dat van diegene die daardoor wordt geraakt? De grenzen aan die vrijheid zijn in de wet vastgelegd. Dat maakt dat je een goede inschatting kunt maken van wat je kunt zeggen en wat niet. En ook dat je niet aan de willekeur van machthebbers, zoals de burgemeester, bent overgeleverd. Uiteindelijk is het de rechter die oordeelt en dat maakt de vrijheid van meningsuiting onpartijdig.
Het zou niet moeten uitmaken of je demonstreert tegen TataSteel, het coronabeleid of cultuursubsidies: iedereen heeft evenveel recht op diens mening.
Onhoudbaarheid en implicaties lange termijn Het CDA wil met lokale regels de uitingsvrijheid beperken, maar waar de grens precies moet liggen, is niet duidelijk. Wanneer is een berichtje "uitdagend"? Wanneer geeft iets wel en geen aanleiding tot wanordelijkheden? Mag je straks in Arnhem meer zeggen dan in Utrecht? Als burger weet je niet meer waar je aan toe bent. Dit soort willekeurige beperkingen van de vrijheid van meningsuiting horen niet thuis in een rechtsstaat. Maar niet alleen de vaagheid is een probleem. Het voorstel is namelijk ook nog eens gebouwd op juridisch drijfzand. Zo staat er in de toelichting dat het artikel mogelijk “de juridische toets niet zal doorstaan.” Dat wordt bevestigd door de burgemeester, die aangeeft dat de voorgestelde verbodsbepaling “door de wetgever is verboden.” En daarmee maakt de gemeente van haar burgers een proefkonijn: voor haar
rechtsbescherming zal de burger naar de rechter moeten stappen. Ook dat is niet hoe het in een rechtsstaat hoort te gaan. Daarnaast is niet nagedacht over de grotere implicaties. Een verbod doet niets als het niet wordt gehandhaafd. Om dat te kunnen, moet de burgemeester weten wat er online speelt. Dit leidt tot een prikkel voor de burgemeester om al onze uitingen op het internet in de gaten te houden. Net zo onwenselijk.
Preventie, niet repressie En het probleem dat het CDA probeert op te lossen? Het is nu al strafbaar om op te roepen tot rellen. Als je dat doet, loop je het risico dat je je voor de rechter moet verantwoorden. De maximale straf voor opruiing is vijf jaar cel en een fikse boete. Laten we eerst eens kijken waarom dat niet genoeg zou zijn. Waarom stapt de burgemeester niet naar de politie en het Openbaar Ministerie? Zij hebben wettelijk de bevoegdheid om in te grijpen. Dit is juridisch houdbaar én voorzien van waarborgen om misbruik tegen te gaan. Er wordt in de Tweede Kamer veel gesproken over het herstellen van het vertrouwen tussen burgers en de overheid. Daarvoor is ten eerste een betrouwbare overheid nodig. Hoe we daar precies invulling aan moeten geven weten we niet. Wel weten we dat het introduceren van maatregelen die juridisch onhoudbaar zijn, niet de manier is. Sterker nog: het is een voedingsbodem voor wantrouwen. Juist wanneer het vertrouwen in de overheid laag is, zou zij er slim aan doen extra terughoudend te zijn met het inzetten van haar machtsmiddelen. Uiteindelijk reikt haar macht namelijk zo ver als de maatschappij bereid is die te accepteren. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Vanzelfsprekend zijn we graag bereid tot een nadere toelichting, mocht daartoe behoefte bestaan.
Met vriendelijke groet, (namens Bits of Freedom) (Amnesty International)