HW1245-besluit hogere waarden BP de Watertoren (002).pdf
Tekst van het document
31 januari 2022 HW1245
BESLUIT WET GELUIDHINDER
Onderwerp: Vaststelling hogere waarden voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting ingevolge Wet geluidhinder
BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN UTRECHT Besluiten tot het vaststellen van hogere waarden Wet geluidhinder voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting ten behoeve van het bestemmingsplan Watertoren en horecapaviljoen, Overvecht.
1. Projectbeschrijving Het betreft het planologisch toestaan van o.a. woningen in de watertoren aan de Neckardreef, Overvecht. Procedure Op de voorbereiding van het besluit over de vaststelling van hogere waarden is overeenkomstig artikel 110c Wet geluidhinder, Afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
2. Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan en het ontwerpbesluit hogere waarden hebben van 17 december 2021 tot en met 27 januari 2022 ter inzage gelegen. Naar aanleiding hiervan zijn binnen de termijn geen zienswijzen ingediend.
3. Overwegingen 1.
Voor het plan is een procedure gestart om te komen tot vaststelling van een nieuw bestemmingsplan.
2.
Het plangebied ligt binnen de geluidzones van de Neckardreef (in “stedelijk gebied”, zie artikel 1 Wet geluidhinder, begripsbepaling “stedelijk gebied”); de NRU (N230 – Albert Schweitzerdreef) (“buitenstedelijk gebied”; zie artikel 1 Wet geluidhinder, begripsbepaling).
3.
Bij het doorlopen van een bestemmingsplanprocedure voor een plan dat in de zone van een weg (artikel 74 Wet geluidhinder) ligt, mag de geluidsbelasting op woningen binnen de zone niet hoger zijn dan de zogenaamde voorkeursgrenswaarde, in casu 48 dB (artikel 82 Wet geluidhinder).
4.
Artikel 83, eerste lid Wet geluidhinder, biedt de mogelijkheid om in buitenstedelijk gebied woningen te bouwen met een hogere geluidsbelasting vanwege wegverkeer dan de voorkeurgrenswaarde tot maximaal 53 dB. Artikel 83, tweede lid Wet geluidhinder, biedt in stedelijk gebied de mogelijkheid om woningen te bouwen met een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde tot maximaal 63 dB voor verkeerslawaai.
5.
Burgemeester en wethouders van Utrecht maken gebruik van hun bevoegdheid tot het vaststellen van een hogere waarde (artikel 110a Wet geluidhinder) omdat verdergaande geluidsbeperkende maatregelen stuiten op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige en financiële aard. Hierbij overwegend dat de NRU reeds is voorzien van een geluidsreducerend wegdek. Verdergaande maatregelen zijn, mede vanuit financieel oogpunt in relatie tot de planomvang, niet realistisch. HW 1245 pagina 1 van 3
6.
De woningen beschikken overeenkomstig de Geluidnota Utrecht 2014-2018 over een geluidsluwe gevel.
7.
In het bestemmingsplan is de planregel opgenomen “Voor het realiseren en veranderen van een geluidsgevoelige bestemming dient vast te staan dat de geluidsbelasting de voorkeursgrenswaarde ingevolge de Wet geluidhinder of de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting (hogere waarde), ingevolge het besluit Hogere waarde met inachtneming van de in dit besluit gestelde voorwaarde(n), niet overschrijdt.” Hierdoor is juridisch geborgd dat de geluidsbelasting binnen de vastgestelde waarden en de voorwaarden van dit besluit blijven.
8.
De vast te stellen hogere waarden zullen, overeenkomstig artikel 110 lid 6 Wet geluidhinder, niet leiden tot een onaanvaardbare geluidsbelasting.
Besluit Gelet op bovenstaande hebben burgemeester en wethouders van Utrecht besloten de hogere waarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting in het kader van het bestemmingsplan Watertoren en horecapaviljoen, Overvecht als volgt vast te stellen: -
maximaal 50 dB vanwege de Neckardreef
-
maximaal 50 dB vanwege de NRU (N230 – Albert Schweitzerdreef)
1 : Aan het besluit worden voor nieuwe woningen met een geluidsbelasting boven de voorkeurswaarde de volgende voorwaarden verbonden: • Geluidsluwe gevel De woning heeft ten minste één gevel met een geluidsniveau niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde; • Woningindeling De woning bevat voldoende verblijfsruimte(n) aan de zijde van de geluidsluwe gevel. Dit geldt voor ten minste 30% van het aantal verblijfsruimten of 30% van de oppervlakte van het verblijfsgebied; • Buitenruimte Indien de woning beschikt over een buitenruimte, dan is deze gelegen aan een gevel waar de geluidsbelasting niet meer dan 5 dB hoger is dan de geluidsluwe gevel. Deze eis geldt voor maximaal één buitenruimte per woning.
2: Aan het besluit wordt in afwijking van het vermelde onder 1 voor nieuwe onzelfstandige woningen of woningen van 30 m2 of kleiner met een geluidsbelasting boven de voorkeurswaarde de volgende voorwaarde verbonden: • Geluidsluwe gevel Tenminste 50% van de woningen dienen op gebouwniveau gesitueerd te zijn aan een gevel met een geluidsbelasting van maximaal 5 dB boven de voorkeursgrenswaarde.
HW 1245 pagina 2 van 3
De vastgestelde hogere waarde is het gevolg van een akoestische afweging en toetsing aan de Wet geluidhinder. Zij heeft geen betrekking op andere toetsingskaders en afwegingen die in het kader van de ruimtelijke ordening (kunnen) worden gemaakt.
Voor de akoestische onderbouwing wordt verwezen naar het rapport “Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Neckardreef 40 te Utrecht”, d.d. 17 december 2020 met projectnummer 205671 versie 2.0 van bk bouw- & milieuadvies.
Burgemeester en wethouders van Utrecht, namens dezen: A.I. Teuns Programmamanager Gezond Leefklimaat Dit document is automatisch aangemaakt, hierdoor staat er geen geschreven handtekening onder dit besluit.
Beroep Belanghebbenden kunnen gedurende zes weken na publicatie van dit besluit beroep aantekenen. Het besluit wordt na afloop van de beroepstermijn van kracht tenzij vóór deze datum beroep is ingesteld en een verzoek wordt gedaan om voorlopige voorziening. Het besluit wordt in dat geval niet van kracht, voordat op dat verzoek is beslist. Het beroepschrift moet worden gericht aan: Raad van State Afdeling Bestuursrechtspraak Postbus 20019 2500 EA Den Haag Het verzoek om voorlopige voorziening moet worden gericht aan de voorzitter van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Voor het instellen van beroep of voorlopige voorziening zijn griffierechten verschuldigd.
HW 1245 pagina 3 van 3