Haalbaarheidsonderzoek meer officieel buitenzwemwater
Tekst van het document
Haalbaarheidsonderzoek meer officieel buitenzwemwater in de gemeente Utrecht Bevat de conclusies van het technisch onderzoek van Tauw, aangevuld met een haalbaarheidstoets op gemeentelijk beleid, overige ontwikkelingen en draagvlak bij de omgeving
maart 2025
Inhoud
Inhoud ..................................................................................................................................................2 Samenvatting .......................................................................................................................................3 1.
2.
Inleiding ......................................................................................................................................4
1.1.
Aanleiding ..........................................................................................................................4
1.2.
Opzet van deze haalbaarheidstudie ..................................................................................5
1.3.
Kaders ................................................................................................................................6
1.4.
Betrokken partijen en verantwoordelijkheden (juridisch).................................................9
1.5.
Welke scenario's zijn denkbaar naast officieel zwemwater? ..........................................10
Inschatting haalbaarheid officieel zwemwater en wenselijkheid per locatie .............................12
Inleiding .........................................................................................................................................12
3.
4.
2.1.
Noorderpark Ruigenhoek ................................................................................................12
2.2.
Werkspoorhaven .............................................................................................................16
2.3.
Muntsluis .........................................................................................................................20
2.4.
Veilinghaven ....................................................................................................................25
2.5.
Amelisweerd StayOkay ....................................................................................................29
2.6.
Amelisweerd Oude Kwekerij............................................................................................32
2.7.
Muntbrug .........................................................................................................................35
Conclusies en advies ................................................................................................................39
3.1.
Conclusies officieel zwemwater & alternatieven.............................................................39
3.2.
Advies ..............................................................................................................................43
Vervolgproces ...........................................................................................................................45
2 Haalbaarheidsonderzoek meer officieel buitenzwemwater
Samenvatting Op een zomerse dag bezoekt gemiddeld 6% van de bevolking buitenzwemwater, wat in Utrecht neerkomt op ruim 20.000 mensen. Dit aantal kan in 2040 oplopen tot 30.000 door de verwachtte bevolkingsgroei en steeds warmere zomers. De gemeenteraad wil daarom meer (on)officieel buitenzwemwater. Dit kan door nieuwe locaties te ontwikkelen of huidige niet-officiële plekken officieel te maken. Bij een structureel, groot aantal zwemmers vraagt de Europese Zwemwaterrichtlijn dat onderzocht wordt of een locatie officieel zwemwater kan worden. Door zwemwater officieel te maken verbeteren we de veiligheid op de zwemlocatie en nemen we als gemeente meer onze verantwoordelijkheid voor de veiligheid. Dit onderzoek naar de haalbaarheid voor meer officiële zwemlocaties omvat in totaal zeven (sub)locaties: Noorderpark-Ruigenhoek, Werkspoorhaven, Muntsluis, Muntbrug, Veilinghaven, Amelisweerd Oude Kwekerij en Amelisweerd StayOkay. De technische haalbaarheid tot officiële zwemlocatie op het gebied van veiligheid, waterkwaliteit, capaciteit en conflicterende functies is door onderzoeksbureau Tauw onderzocht. Daarna is voor alle locaties uitgezocht wat de betekenis voor de stad en doelgroep is; welke ontwikkelingen in de omgeving spelen; of er aandachtspunten zijn vanuit recreatie, groen/ecologie, erfgoed, mobiliteit, beheer en het draagvlak bij bewoners en stakeholders.
Ook is er een globale kosteninschatting gemaakt voor de inrichtingsmaatregelen die nodig zijn om de locatie officieel te maken en het onderhoud en beheer. Uit dit haalbaarheidsonderzoek komt naar voren dat twee locaties het meest kansrijk zijn: Noorderpark-Ruigenhoek en Werkspoorhaven. Deze locaties bieden de volgende voordelen: •
De Werkspoorhaven biedt nieuw zwemwater, dus extra capaciteit. Die wellicht de drukte op andere plekken langs het Merwedekanaal kan verlichten. Kosten/baten zijn hierdoor ook gunstig.
•
Beide locaties zijn heel verschillend en zijn daardoor interessant voor verschillende doelgroepen. Werkspoorhaven heeft een industriële, stedelijke uitstraling en is vooral geschikt voor jongeren en als creatieve ontmoetingsplek. Noorderpark-Ruigenhoek ligt in het Noorderpark en is meer dan de Werkspoorhaven geschikt voor families, kinderen en rustzoekers.
•
De locaties bieden iets extra’s voor (meer kwetsbare) wijken in de stad. Werkspoorhaven ligt in een wijk met weinig groen. Noorderpark-Ruigenhoek ligt nabij Overvecht.
Voor beide locaties zijn wel randvoorwaarden en aandachtspunten benoemd die om nader onderzoek vragen. Voor Noorderpark-Ruigenhoek geldt dat ingezet moet worden op draagvlak voor officieel maken bij eigenaar Recreatieschap Stichtse Groenlanden (waar de gemeente Utrecht onderdeel van is, alsook de provincie Utrecht en verschillende buurgemeenten). Dit kent een zekere doorlooptijd voor visievorming, onderbouwing, besluitvorming met het Recreatieschap en afstemming over kosten voor de ontwikkeling, het toezicht, toekomstig beheer en onderhoud. Hierdoor is het nog onzeker of en wanneer van deze locatie een officiële zwemlocatie gemaakt kan worden. Voor de Werkspoorhaven geldt dat we tot samenwerkingsafspraken moeten komen met mede-eigenaar Erfgoed Werkspoor BV over de ontwikkeling en dat de stromingseffecten vanuit het Amsterdamrijnkanaal oplosbaar zijn Op de overige locaties is het een stuk lastiger om officieel zwemwater te realiseren. Voor de korte termijn adviseren we in dit rapport hier niet op in te zetten. Wel adviseren we voor de locaties die nietofficieel blijven in te zetten op het infomeren over de risico’s van zwemmen op die locaties. Daarnaast adviseren we om de komende jaren extra in te zetten op maatregelen om de overlast te beperken bij de Muntsluis en de Veilinghaven.
Voor zowel de kansrijke locaties als de niet kansrijke locaties moeten extra middelen vrijgemaakt worden, zowel incidenteel als structureel, om dit advies uit te kunnen voeren.
3 Haalbaarheidsonderzoek meer officieel buitenzwemwater
1. Inleiding 1.1.
Aanleiding
Uit landelijk en provinciaal onderzoek1 is bekend dat op een mooie zomerse dag gemiddeld 6% van de bevolking buitenzwemwater bezoekt. Voor de stad Utrecht betekent dit dat op een zomerse dag ruim 20.000 inwoners op zoek gaan naar buitenzwemwater. Door de groei van de bevolking zal dit aantal in 2040 richting de 30.000 inwoners gaan en door het warmer wordende klimaat neemt deze behoefte alleen maar verder toe. In de beleidsnota stadswater staat de ambitie2 om meer plekken te hebben waar mensen veilig kunnen zwemmen met goede voorzieningen in de buurt. Dit naast de drie officiële zwemlocaties die Utrecht al heeft: Strijkviertelplas, het gebied de Zeven Stroompjes in de Voorveldse Polder en de oostelijke Haarrijnse Plas. Uitbreiding kan door nieuwe zwemlocaties aan te leggen en door van niet-officiële zwemlocaties officiële zwemlocaties te maken. In de beleidsnota stadswater zijn vier concrete niet-officiële zwemlocaties genoemd waar nu al veel gezwommen wordt, waarvan de raad wil onderzoeken of deze officieel gemaakt kunnen worden: de Muntsluis, Veilinghaven, Amelisweerd en Noorderpark-Ruigenhoek. Hier is door de gemeenteraad de Werkspoorhaven aan toegevoegd als kansrijke locatie waar nu nog niet gezwommen wordt. De raad heeft via Motie 457 ‘D66 Doorgaan met onderzoek zwemlocaties’ dit haalbaarheidsonderzoek in gang gezet.
Ook is in motie M460 ‘Verlies het stadsstrand niet uit het oog’ gevraagd hierbij te onderzoeken of het mogelijk is op deze locaties een stadsstrand aan te leggen. Dit haalbaarheidsonderzoek beschrijft de potentie van elk van deze locaties tot officiële zwemlocatie, geeft een advies per locatie en een overall-advies over alle zwemlocaties heen.
Waarom meer officieel zwemwater? •
•
• •
De gemeenteraad wil meer (on)officieel buitenzwemwater in Utrecht vanwege de groei van het aantal inwoners en de steeds warmere zomers. Om zwemwater toegankelijk te maken voor iedereen heeft de raad opgeroepen om de openbare zwemwaterplekken meer te spreiden over de stad. Bij een structureel, groot aantal zwemmers vraagt de Europese Zwemwaterrichtlijn dat onderzocht wordt of een locatie officieel zwemwater kan worden. De Regionale Uitvoeringsdienst, die namens de provincie toeziet op de officiële zwemwaterlocaties, hanteert voor ‘structureel groot aantal’ de definitie: meer dan 50 zwemmers gedurende 5 of meer dagen per jaar. Dit is nu aan de orde voor 4 locaties in Utrecht. Bewoners ervaren overlast op sommige van de te onderzoeken onofficiële zwemplekken. Met dit onderzoek kunnen we kijken welke maatregelen getroffen kunnen worden om de overlast te verminderen (zoals bijvoorbeeld het plaatsen van toiletvoorzieningen). Door zwemwater officieel te maken verbeteren we de veiligheid op de zwemlocatie en nemen we als gemeente meer onze verantwoordelijkheid voor de veiligheid
Onderzoek naar zwembehoeften Het Mulier Instituut heeft in de zomer van 2021 onderzocht of het wenselijk is om het aantal officiële buitenzwemplekken in de stad uit te breiden of de capaciteit van huidige officiële buitenzwemplekken aan te passen. Ze hebben hiervoor gekeken naar acht buitenzwemlocaties, waarvan vier officiële zwemlocaties (Strijkviertelplas, Voorveldse Polder, Haarrijnse Plas en Maarsseveense Plassen) en vier niet officiële zwemlocaties (De Munt, Veilinghaven, Kromme Rijn bij Amelisweerd en Ruigenhoekse Polder). In eerder onderzoek (Wezenberg-Hoenderkamp&Floor, 2020) naar 1 Omgevingswetprogramma recreatie & toerisme 2022 – 2025 (PR&T) vastgesteld door de Gedeputeerde Staten van de
provincie Utrecht. 2 Ambitie 4: Meer plekken waar mensen veilig kunnen zwemmen in en verblijven aan buitenwater’
4 Haalbaarheidsonderzoek meer officieel buitenzwemwater
zwemwater werd namelijk al geconcludeerd dat, op basis van input van terreinbeheerders, op zomerse dagen de capaciteit van de buitenzwemplekken (meer dan) volledig wordt benut in Utrecht, met bijkomende overlast en verkeersproblemen. De maximale capaciteit van de acht onderzochte zwemlocaties bij elkaar opgeteld is 10.550 bezoekers. De Haarijnse plas heeft veruit de grootste capaciteit met een maximum van 7000 bezoekers. Voor de andere locaties zit dit tussen de 300 (Veilinghaven) en 800 (Munt) bezoekers. De wensen van bezoekers aan de buitenzwemplekken zijn ook in kaart gebracht. De belangrijkste redenen om ergens te komen waren een locatie dichtbij huis, een mooie locatie in de natuur en dat de locatie als rustig werd ervaren. Tussen locaties verschilden de redenen om deze te bezoeken. Bij Amelisweerd staat de natuurbeleving voorop, bij de Munt, Veilinghaven en Ruigenhoekse polder de afstand tot huis. Aan de bezoekers is ook gevraagd welke verbeteringen kunnen worden uitgevoerd om de zwemplek aantrekkelijker te maken om te zwemmen en te recreëren. Het toevoegen van meer toiletten wordt het vaakst genoemd, gevolgd door het toevoegen van meer prullenbakken, het toevoegen van horecavoorzieningen en het verbeteren van de toegankelijkheid naar/in/uit het water. Relatief weinig werd het verbeteren van bijvoorbeeld parkeermogelijkheden voor auto of fiets genoemd.
1.2.
Opzet van deze haalbaarheidstudie
Het onderzoek naar de haalbaarheid voor meer officiële zwemlocaties omvat in totaal zeven (sub)locaties. De opdracht naar de technische haalbaarheid tot officiële zwemlocatie die bij onderzoeksbureau Tauw is neergelegd omvatte oorspronkelijk vijf locaties, we hebben besloten om de locaties Munt en Amelisweerd beide op te splitsten in twee sub-locaties vanwege de verschillende eigenschappen en het karakter van de sub-locaties. Voor de zeven kansrijke zwemlocaties in dit rapport is onderzocht wat de mogelijkheden zijn om deze als officiële zwemlocaties aan te wijzen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Noorderpark-Ruigenhoek Werkspoorhaven Muntsluis Muntbrug Veilinghaven Amelisweerd Oude Kwekerij (Tauw spreekt hier van ‘Pepernotenberg’) Amelisweerd StayOkay
Geen van deze locaties voldoet volledig aan de eisen die gesteld worden aan officieel zwemwater. Er is door Tauw gekeken naar de technische eisen die aan officieel zwemwater worden gesteld en wat er aan maatregelen nodig zijn om de locaties wel te laten voldoen aan de eisen voor officieel zwemwater. Het advies van Tauw is in dit adviesrapport uitgebreid met aanvullende eisen en kaders vanuit het gemeentelijk beleid en gesprekken met de belangrijkste stakeholders (zie paragraaf 1.4). Ook is gekeken naar het huidig gebruik. In deze studie wordt aangegeven welke kansen en knelpunten er zijn per locatie en of het realiseren van officieel zwemwater kansrijk is. Door ook een kosten-baten analyse toe te voegen, geeft dit rapport een integraal advies over de locaties heen. Indien een zwemlocatie niet officieel kan worden, zijn er verschillende mogelijkheden onderzocht zodat voor elke zwemlocatie één advies kan worden uitgebracht. Dit kan variëren van de locatie onofficieel laten tot verbieden en hangt mede samen met de risico's en beheersbaarheid op de locaties. Hieronder volgen eerst de meer technische eisen waaraan officieel zwemwater dient te voldoen en daarna volgen de mogelijke alternatieve scenario's.
5 Haalbaarheidsonderzoek meer officieel buitenzwemwater
1.3.
Kaders
1.3.1. (Technische) eisen officieel zwemwater Onderzoeksbureau Tauw heeft de locaties getoetst op de technische haalbaarheid om in aanmerking te komen voor officieel zwemwater. Op hoofdlijnen zijn de eisen waaraan officieel zwemwater (volgens de Europese Zwemwaterrichtlijn, het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) & de Handreiking Fysieke Veiligheid) moet voldoen: ✓
✓
✓
✓
✓
De zwemlocatie moet niet conflicteren met andere functies op het water binnen een straal van 50 meter van de zwemzone: o Beroepsvaart (oa toename van goederenvervoer) o Recreatievaart o Jachthaven/ligplaatsen o Viswater o Natuurgebied met NNN-status o Roeien/suppen o Cultuurhistorie archeologische waarde De zwemlocatie moet voldoende veilig zijn. o Is de zwemzone begrensd; is er gevaarlijk gebruik van de zwemzone en daarbuiten o Aanwezigheid van gevaarlijke objecten (denk aan dammen, dribben, stuwen) o Aanwezigheid van een steil talud (helling naar waterbodem bij toetreden waterzone) o Aanwezigheid van een ondermijnde, grillige of zuigende waterbodem (wegzakkingsgevaar) o Aanwezigheid van een (sterke) stroming o Afstand tot de vaargeul De zwemlocatie moet voldoende bereikbaar zijn. o Ligging en capaciteit van de locatie (ligweide+zwemzone irt behoefte) o Bereikbaarheid voor fietser en beschikbaarheid fietsparkeerplekken o Bereikbaarheid voor automobilisten en beschikbaarheid van parkeerplekken o Bereikbaarheid voor voetgangers en bereikbaarheid met openbaar vervoer o Bereikbaarheid voor rolstoelgangers De zwemlocatie moet goed onderhouden en beheerd kunnen worden.
o De locatie kan alleen worden aangewezen als officieel als de houder een risicoanalyse uitvoert en beheerplan opstelt o Op locatie worden toiletten schoongehouden, prullenbakken geleegd, uitwerpselen van vogels en huisdieren verwijderd, glas en ander afval verwijderd en de strandzone geëgaliseerd en het grasveld gemaaid. o Er is voldoende organisatorische capaciteit en financiering voor onderhoud en beheer De waterkwaliteit moet voldoende zijn: o Er worden metingen gedaan en beoordelingen gedaan van oorzaken van verontreiniging die het zwemwater kunnen aantasten en gezondheidsschade bij zwemmers kan geven. o De meetwaarden van intestinale enterococcen en e. coli moeten onder bepaalde referentiewaarden liggen. Hierbij wordt ook gekeken naar oorzaken van vervuiling: nabijheid van vogels, honden, drainage/af-instroom regenwater, riooloverstorten, kinderboerdeijen en toiletvoorzieningen. o Er wordt gekeken naar aanwezigheid of risico op blauwalgen.
De Zwemwaterrichtlijn is van toepassing op locaties waar naar verwachting een groot aantal mensen zal zwemmen. De provincie Utrecht heeft dit aantal niet nader gedefinieerd. De Regionale Uitvoeringsdienst, die namens de provincie toeziet op de officiële zwemwaterlocaties, hanteert voor ‘structureel groot aantal’ de definitie: meer dan 50 zwemmers gedurende 5 of meer dagen per jaar. De raad vraag via Motie 459 ‘Richtlijnen onderzoek zwemwater’ om met de provincie te verkennen of dit criterium/aantal vastgesteld kan worden en hierbij ook te kijken naar het criterium dat Amsterdam 6 Haalbaarheidsonderzoek meer officieel buitenzwemwater
hanteert (50 mensen gelijktijdig in het water). We hebben dit nader besproken met de provincie en de RUD. Daarbij heeft de provincie aangegeven geen generieke norm te willen vaststellen, maar per locatie te bepalen wanneer sprake is van een structureel groot aantal zwemmers. Dit betekent dat we voortaan de werknorm van de RUD vooral hanteren als indicatie, maar niet als harde norm. Mocht in de toekomst sprake zijn van nieuwe locaties met structureel een groot aantal zwemmers, dan zullen we altijd in overleg gaan met de provincie hoe we hiermee omgaan. Indien een locatie aangewezen wordt als officiële zwemlocatie, krijgt de gemeente als houder van de locatie, samen met het waterschap (t.a.v. de waterkwaliteit), de verantwoordelijkheid om de officiële locatie op peil te houden en moeten gemeente en het waterschap geld reserveren om mogelijke maatregelen te nemen indien bijv. de waterkwaliteit meerdere jaren achtereen niet op orde is.
1.3.2. Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 Utrecht groeit hard. Om die groei in goede banen te leiden is de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU) opgesteld. Hierin is aangegeven hoe de stad kan groeien met behoud van bestaande kwaliteiten. Een belangrijk uitgangspunt daarbij is de “tien minuten stad”. Rond je huis vind je in tien minuten alle voorzieningen die je nodig hebt. De grootste groei met woningen en banen vindt plaats in een paar stedelijke knooppunten waar in hoge dichtheid wordt gebouwd. Dit is al in gang gezet in het Beurskwartier, de Merwedekanaalzone, Leidsche Rijn Centrum en het USP. Dit zal in de toekomst worden voortgezet met verdichting rond een paar nieuwe stedelijke knooppunten. Met de groei van woningen is er ook meer ruimte nodig voor andere voorzieningen. Recreëren en zwemmen is daar een goed voorbeeld van. In de RSU wordt ingezet op een groene en klimaatbestendige stad. Hierbij wordt ingezet op groen dat start bij de voordeur en via buurtparken, groene verbinden uiteindelijk is verbonden met het landschap rond de stad. De groenstructuur vormt landschappelijke en waterstructuren die in de stad aanwezig zijn. Locaties om buiten te zwemmen kunnen hier goed bij aansluiten, waarbij er zowel plekken zijn in de stad als buiten de stad. Dit past ook bij de ambitie om de stad meer klimaatbestendig te maken.
Op warme dagen is er behoefte om af te koelen en op te frissen. Het toevoegen van zwemwater in en aan groene en waterstructuren in de stad past goed in de RSU. In de stad zal het door de grote druk op de ruimte wel lastiger zijn om officieel zwemwater in te passen.
1.3.3. Beleidsnota stadswater In de Beleidsnota stadswater, die door de raad 14 november 2024 is vastgesteld, is aangegeven dat vanwege de groei van het aantal inwoners en de steeds warmere zomers meer (on)officieel buitenzwemwater in Utrecht wenselijk is. Uitgangspunten beleidsnota t.a.v. zwemmen waarlangs we haalbaarheid toetsen. Hieronder volgen de letterlijke teksten zoals deze in de beleidsnota te vinden zijn. •
Leidend Principe: Levendigheid moet in balans zijn met rust en leefbaarheid voor bewoners en dieren in de stad Utrecht.
Ambitie 11: verminderen van overlast vanaf het water en de oever op locaties waar veel gezwommen wordt. De toenemende overlast bij drukbezochte zwemlocaties zoals bij Muntsluis en Veilinghaven is voor de gemeente aanleiding voor nader onderzoek (zie paragraaf 3.2, verbetermogelijkheid 4.1). Er ligt een opgave om verspreid over de stad voldoende buitenzwemplekken te hebben. De gemeente vindt dat het gebruik van stadswater niet ten koste mag gaan van de woon- en leefbaarheid voor bewoners op en langs het water. Uit het nader onderzoek moet blijken welke maatregelen effectief (technisch uitvoerbaar en betaalbaar) zijn en worden gedragen door de buurt. Mogelijke maatregelen zijn een verbod op versterkte muziek bij zwemplekken (dus niet alleen vanaf het water maar ook op de oever),
7 Haalbaarheidsonderzoek meer officieel buitenzwemwater
dagelijks toezicht op warme dagen, het aanbrengen van struiken en andere begroeiing om het aantal recreatie-plekken op de oever te beperken en een mogelijk alcoholverbod (mede in relatie tot opvangcentrum Noiz). Ambitie 4.1 Onderzoeken of het huidig aantal officiële zwemlocaties kan worden uitgebreid: • De gemeenteraad wil meer (on)officieel buitenzwemwater in Utrecht vanwege de groei van het aantal inwoners en de steeds warmere zomers. En ook meer zwemplekken (meer m2). • Zwemmen is wenselijk en gezond, tenzij sprake is van te grote veiligheids- of gezondheidsrisico’s. • Gebruik van het stadswater niet ten koste mag gaan van de woon- en leefbaarheid voor direct omwonenden • Badtoezicht is niet verplicht. Openbare toiletvoorzieningen zijn een eis vanuit de provincie bij officiële zwemlocaties. • Pas als er overeenstemming is dat officieel zwemwater voor deze locatie wenselijk en haalbaar is, er voldoende draagvlak bij de direct omwonenden is, en er voldoende geld is om de locatie hiervoor in te richten en in de toekomst te beheren, zal de gemeente de provincie voorstellen deze locatie aan te wijzen als officieel zwemwater. Ambitie 4.2 We verbeteren waar mogelijk niet-officiële locaties waar in beperkte aantallen gezwommen wordt en waarvoor geen zwemverbod geldt: Zwemmen verbieden of ontmoedigen • •
bij niet weg te nemen risico’s zoals (1) intensief gemotoriseerd vaarverkeer of (2) een te slechte waterkwaliteit ontmoedigen we of stellen we een zwemverbod in Mocht er sprake zijn van aanzienlijke risico’s die we niet kunnen wegnemen, maar wel acceptabel zijn, dan plaatsen we een informatiebord om zwemmers op de risico’s te wijzen.
Zwemmen faciliteren •
•
In alle andere gevallen proberen we tegen redelijke kosten en inspanning de oorzaak weg te nemen of het risico te verminderen. Denk hierbij aan: o het aanbrengen van een trap of steiger of het aanpassen bij de oeverconstructie bij slechte toegankelijkheid o het verwijderen van uitstekende voorwerpen in de oever of bodem, o het monitoren van de waterkwaliteit, o of het maaien en snoeien van de oeverzone. Faciliteren kan ook door de locatie te verbeteren. Denk hierbij aan: o goed (be)geleiden van verkeerstromen o het aanbrengen en beheren van sanitaire voorzieningen o toezicht en handhaving o extra beheer (tav zwerfvuil)
Uit het haalbaarheidsonderzoek moet volgen of het officieel maken van het zwemwater wenselijk en haalbaar is of dat de locatie beter een niet-officiële locatie kan blijven of dat zwemmen zelfs ontmoedigd of verboden moet worden. Pas als er overeenstemming is dat officieel zwemwater voor deze locatie wenselijk en haalbaar is, er voldoende draagvlak bij de direct omwonenden is, en er voldoende geld is om de locatie hiervoor in te richten en in de toekomst te beheren, zal de gemeente de provincie voorstellen deze locatie aan te wijzen als officieel zwemwater. De provincie is de bevoegde overheid om hierover een besluit te nemen. De aanwijzing door de provincie van officieel zwemwater vindt plaats in overeenstemming met de waterbeheerders (Rijkswaterstaat en waterschappen) en in afstemming met de locatiebeheerders en/of eigenaren/initiatiefnemers van de zwemlocaties. De aanwijzing gebeurt dus in gezamenlijk overleg. Partijen moeten het onderling eens worden.
8 Haalbaarheidsonderzoek meer officieel buitenzwemwater
1.4. Betrokken partijen en verantwoordelijkheden (juridisch) In afdeling 3.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan regels voor zwemwaterbeheer. Hieruit volgen verplichtingen voor provincie en waterbeheerder. Omgevingsdiensten voeren zwemwatertaken uit namens de provincies. Waterschap: HDSR • • •
Zwemwaterprofiel opstellen en deze regelmatig beoordelen en actualiseren Kwaliteit zwemwater controleren door watermonitoring en maatregelen nemen voor verbetering zwemwaterkwaliteit Vaststellen of zwemlocatie ingedeeld wordt in categorie ‘slecht’, ‘aanvaardbaar’, ‘goed’ of ‘uitstekend’
Provincie/RUD • • • • •
Wijst officiële zwemplekken aan. Kan negatief zwemadvies of zwemverbod instellen als het zwemwater niet schoon of veilig genoeg is Voorziet publiek van informatie over zwemwater via zwemwater.nl Jaarlijks onderzoek naar veiligheid en nemen van passende maatregelen Het vaststellen van de lengte van het Badseizoen
Houder zwemlocatie (in dit haalbaarheidsonderzoek is dat (gedeeltelijk) de Gemeente Utrecht, behalve bij locatie Ruigenhoek) • • •
Voert beheer over het zwemwater, waaronder plaatst informatieborden op locatie, Aanleg en onderhoud van voorzieningen Handhaving Heeft zowel bij officiële als niet-officiële zwemlocaties een zorgplicht om een veilige zwemomgeving te creëren.
Overige betrokkenen -
-
Eigenaar locatie (als dit niet de gemeente Utrecht is: Erfgoed Werkspoor Utrecht (EWU) BV (Oever Werkspoorhaven), Recreatieschap Stichtse Groenlanden/Staatsbosbeheer (polder Rujgenhoek)) Vaarwegbeheerder (in dit onderzoek Rijkswaterstaat en HDSR) Beheerder (als dit niet de gemeente Utrecht is, bijv. Staatsbosbeheer) Omwonenden Ondernemers Buurgemeenten De Bilt en Bunnik
Juridische verantwoordelijkheid gemeente voor (on)officieel zwemwater Omgevingswet Op het gebied van zwemlocaties staan er in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) geen formele verantwoordelijkheden en/of verplichtingen voor de gemeente. De formele taken voor het beheer van de zwemwaterkwaliteit, het nemen van beheersmaatregelen voor het water, omgevingswaarden voor zwemlocaties, monitoring en dergelijke gelden, afhankelijk van de situatie, voor de provincie, het waterschap (HDSR) of Rijkswaterstaat.
9 Haalbaarheidsonderzoek meer officieel buitenzwemwater
Voor de houder van zwemlocaties, wat de gemeente Utrecht voor 6 van de 7 locaties zou zijn indien deze officieel worden (alleen voor Noorderpark-Ruigenhoek niet), gelden er op basis van de Provinciale omgevingsverordening voor officiële zwemlocaties wel regels. De locatiehouder is gedurende het badseizoen verantwoordelijk voor een veilige en hygiënische zwemlocatie. De locatiehouder neemt de maatregelen (die redelijkerwijs tot zijn verantwoordelijkheid kunnen worden gerekend) als er naar aanleiding van de monitoring uitgevoerd door de waterbeheerder van het oppervlaktewater zwemwaterverontreinigingen worden vastgesteld. Denk hierbij aan: blauwalg, waterplanten (macrofyten), ratten, glas, plastic, rubber of ander afval. De locatiehouder houdt ook voldoende toezicht op de veiligheid van de zwemmers gedurende de uren dat de zwemlocatie is opengesteld voor het publiek. Wanneer hier niet aan wordt voldaan kan de provincie actie ondernemen. De provincie kan handhavend optreden op grond van de eigen verordening of besluiten de locatie in de toekomst niet meer als officiële zwemlocatie aan te wijzen. In de privaatrechtelijke hoedanigheid van eigenaar kunnen er voor de gemeente verplichtingen en/of verantwoordelijkheden zijn. Die beschrijven we hier onder ‘aansprakelijkheid’.
Aansprakelijkheid Indien er sprake is van een officiële zwemlocatie, dan rust er op de gemeente of een andere beheerder sowieso een zorgplicht om een veilige zwemomgeving te creëren. Maar ook in de situatie dat de zwemlocatie geen officiële zwemlocatie is, dan ontslaat dat de gemeente (of een andere beheerder) niet van de zorgplicht om veiligheidsmaatregelen te treffen dan wel waarschuwingsborden te plaatsen, indien er een gevaarlijke situatie, zoals bijvoorbeeld ondiep water, bestaat. De rechter zal dan oordelen over de vraag of de situatie ter plaatse dusdanig gevaarlijk is, dat de beheerder van het gebied veiligheidsmaatregelen, waaronder plaatsen van waarschuwingsborden, had moeten nemen en of hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Laat de beheerder na om de juiste veiligheidsmaatregelen, zoals het plaatsen van waarschuwingsborden voor bijvoorbeeld ondiep water, te treffen, dan is de beheerder tekortgeschoten in zijn zorgplicht en aansprakelijk voor de ontstane schade. Dit volgt uit diverse juridische uitspraken. Alleen in de situatie dat er een expliciet zwemverbod geldend is (welk verbod voldoende duidelijk is gecommuniceerd, waarover ook geen onduidelijkheid kan bestaan en waarop zo nodig wordt gehandhaafd), lijkt er (vooralsnog) op de beheerder geen zorgplicht te rusten.
1.5. Welke scenario's zijn denkbaar naast officieel zwemwater? Als de locatie niet kansrijk is om officieel zwemwater te worden zijn er verschillende scenario's mogelijk. De Europese zwemwaterrichtlijn kent alleen de scenario’s ‘Officieel zwemwater’, ‘Zwemverbod’ en ‘Negatief Zwemadvies’. Tijdens dit haalbaarheidsonderzoek hebben we het scenario ‘Negatief Zwemadvies’ gesplitst in een scenario waarbij we alleen informeren over de risico’s en een scenario waarbij we via allerlei manieren het zwemmen actief ontmoedigen. Daarnaast hebben we het scenario verkend waarbij we het zwemmen op niet officiële locaties ‘Faciliteren’. Hieronder een schema van mogelijke alternatieve scenario's. We hebben op dit moment binnen de gemeente buiten de kaders van de Beleidsnota Stadswater nog geen uitgewerkt zwembeleid waarin is vastgelegd onder welke omstandigheden en in welke situaties we voor welk scenario zouden moeten kiezen. Als officieel zwemwater niet haalbaar is, geven we, bij gebrek aan zwembeleid, in dit haalbaarheidsonderzoek voor de korte termijn wel een voorlopig advies voor een alternatief scenario per locatie. De keuzes voor deze scenario's is gebaseerd op de redenen waarom locaties minder geschikt zijn (zie ook de ambitie 4.2 beleidsnota stadswater t.a.v. zwemmen in paragraaf 1.3.3) en komen terug in de conclusie van dit rapport.
10 Haalbaarheidsonderzoek meer officieel buitenzwemwater
11 Haalbaarheidsonderzoek meer officieel buitenzwemwater
2. Inschatting haalbaarheid officieel zwemwater en wenselijkheid per locatie Inleiding In dit hoofdstuk is voor elk van de zeven locaties een inschatting gemaakt van de haalbaarheid om officieel zwemwater te maken. De technische mogelijkheden en aandachtspunten komen uit het Tauw-rapport. Deze betreffen puur de mogelijkheden om aan de eisen voor officieel zwemwater te voldoen. Daarnaast zijn per locatie inpassingsmogelijkheden in kaart gebracht. Dit betreft een brede reeks aan beleidsterreinen en thema's die relevant zijn in de stad. Ook wordt per locatie een set aan maatregelen genoemd inclusief kosten om de locatie geschikt te maken als officiële zwemlocatie. Tot slot worden conclusies getrokken over de kansrijkheid van de locatie en eventuele alternatieve scenario's benoemt. In de tabellen wordt met drie kleuren/categorieën een advies gegeven:
Groen
De locatie voldoet op dit punt al / er zijn kleine ingrepen nodig om de locatie op dit punt te laten voldoen, dit is goed op orde te krijgen. De locatie behoeft op dit punt aandacht, het is nog niet zeker of het opgelost kan worden.
Geel Rood
De locatie voldoet niet op dit punt en is ook met (stevige) maatregelen slecht op orde te krijgen.
2.1.
Noorderpark Ruigenhoek
Bestaande situatie De locatie ligt in het Noorderpark ten oosten van de Kanonsdijk. De directe omgeving is ingericht als recreatiegebied met weides, wandelpaden en een pumptrack. Langs de Kanonsdijk liggen o.a. een camping en een forellenvijver met een uitspanning. De locatie ligt op ca. 800 m van de bebouwing van Overvecht. Op dit moment wordt er al gezwommen op deze locatie. Op warme dagen zijn dit circa 50100 mensen per dag (Tauw, 2023). De ligweides bieden capaciteit voor 400 recreanten (met een potentiële doorgroeimogelijkheid naar 2000 recreanten). Er zijn geen voorzieningen voor zwemmers aanwezig en Staatsbosbeheer heeft bordjes geplaatst met ‘gevaarlijk zwemwater’.
12 Haalbaarheidsonderzoek meer officieel buitenzwemwater
Figuur 1 Locatie van de niet-officiële zwemwaterlocatie ‘Ruigenhoekse Polder’. De ligweide en in-uittreed plek waar in de huidige situatie de meeste zwemmers gebruik van maken is weergegeven in het rood gearceerde blok.
Eigendom en beheer Noorderpark Ruigenhoek De locatie ligt deels in de gemeente Utrecht en voor een groter deel in gemeente De Bilt. De grond is in eigendom van Staatsbosbeheer en wordt gepacht door recreatieschap Stichtse Groenlanden. De deelnemers in het Recreatieschap Stichtse Groenlanden zijn de gemeenten De Bilt, De Ronde Venen, Houten, Lopik, Stichtse Vecht, Nieuwegein, Utrecht, Woerden en IJsselstein, en de Provincie Utrecht. De waterpartij van de ‘Ruigenhoekse Polder’ valt onder het beheer van Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR). Het dagelijks beheer wordt uitgevoerd door Staatsbosbeheer.
Technische mogelijkheden en aandachtspunten Noorderpark Ruigenhoek Veiligheid
Waterkwaliteit
Capaciteit en bereikbaarheid
De stroming is veilig voor zwemmers en de bodem is stabiel. Wel mist o.a. adequate informatievoorziening, moet de bodem worden gecontroleerd op scherpe voorwerpen, en is de overgang van ligweide naar zwemzone abrupt en steil. Met maatregelen is dit (volgens Tauw) relatief eenvoudig op orde te krijgen. NB. Staatsbosbeheer geeft aan dat er gedoken/gesprongen wordt van lage bruggen op locaties met beperkte waterdiepte. Dit is door Tauw niet benoemd. Er zijn weinig issues met waterkwaliteit dus maatregelen nemen is niet noodzakelijk. Wel wordt aangeraden een toiletvoorziening te plaatsen en honden op de ligweide en in de zwemzone te verbieden (dit is nu een hondenlosloopgebied). Tauw geeft aan dat er op warme dagen nu 50-100 mensen zwemmen/recreëren. Mulier noemt in haar onderzoek een maximale capaciteit van 400 mensen, Tauw ziet plek voor wel 2000 mensen (afhankelijk van beoogde omvang recreatie- en zwemzone). De locatie ligt buiten de stad, dus mensen moeten hiervoor reizen. Die bereidheid is er naar verwachting wel. De locatie is goed te bereiken voor voetgangers en fietsers, minder met OV en auto. Als de capaciteit inderdaad wordt uitgebreid, is het noodzakelijk om extra fietsparkeervoorzieningen aan te
13 Haalbaarheidsonderzoek meer officieel buitenzwemwater
Conflicterende functies
leggen en ook te zorgen dat de locatie goed toegankelijk is voor hulpdiensten. Geen conflicterende functies want er vindt geen gevaarlijke waterrecreatie en/of beroepsvaart plaats.
Inpassingsmogelijkheden en aandachtspunten Noorderpark Ruigenhoek Betekenis voor de stad en doelgroep
Ontwikkelingen in de omgeving
Groen, landschap en ecologie
Erfgoed en archeologie
Bereikbaarheid en toegankelijkheid
Beheer en toezicht
Locatie ligt in het Noorderpark - Ruigenhoek, dat recent ingericht is als recreatiegebied. Het Noorderpark ligt dichtbij Overvecht en sluit aan bij het groen in de wijk. De NRU is wel een grote barrière. De groene omgeving biedt ruimte voor mensen die de stad even willen ontsnappen. De locatie is vooral geschikt voor sportieve zwemmers, plonsers en gezinnen. Aandachtspunt is de oversteekbaarheid van de NRU per fiets en voet. Ambitie voor officieel zwemwater in relatie brengen met andere opgaven en waarden in het Noorderpark. Ontwikkelingen: bij Tuincentrum Steck, er zijn plannen om een kanoroute te maken. De Gageldijk wordt heringericht tot fietsstraat. Het Noorderpark is zoekgebied voor verschillende opgaven uit de RSU, zoals Energie, Recreatie, Sport en Natuur. Bij de realisatie van de zwemplek dient rekening te worden gehouden met de landschappelijke en ecologische kwaliteit. Qua ecologie zijn ringslangen een aandachtspunt. Oplossing is integreren met een andere broedplaats. Oevers deels natuurlijk houden en niet overal in- en uittreedplekken realiseren. Locatie maakt onderdeel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, hier rekening mee houden bij de inrichting. Bijvoorbeeld door behoud van het slotenpatroon en inrichting met zoveel mogelijk gras (veen & weilanden).
Ook ligt er een kans om bewoners meer bewust te maken (hier is ook een motie over vanuit gemeenteraad de Bilt) van de rijke historie en draagvlak bij gemeente de Bilt voor zwemwater te creëren. Tegelijkertijd kan de aanwezigheid van cultureel erfgoed beperkingen opleveren bij de realisatie van aanverwante benodigdheden bij officieel zwemwater Aandachtspunten bij nadere uitwerking: - Goede routes voor voetgangers en fietsers. - Maatregelen onderzoeken om overlast (fiets)parkeren te voorkomen. - Toegankelijkheid nood- en hulpdiensten. Er zijn zorgen voor overlast jongeren. Vanuit de Kanonsdijk wordt na zonsondergang overlast ervaren, graffiti/brandstichting bij de Pumptrack. Risico is dat dit een hangplek wordt waar veel gebarbecued wordt en zwerfafval gegooid. Daarom kosten toezicht/zwemstewards en beheer meenemen.
14 Haalbaarheidsonderzoek meer officieel buitenzwemwater
Draagvlak bewoners en stakeholders
Eerste indicatie kosten
Gesprek met omwonenden moet nog plaatsvinden. Staatsbosbeheer geeft aan dat draagvlak voor verplaatsen hondenuitlaatgebied laag is. Gemeente Utrecht is geen eigenaar of beheerder en de locatie ligt in gemeente De Bilt. Grote afhankelijkheid van derden. Er zijn veel ambities voor Noorderpark Ruigenhoek. Er is vooralsnog geen draagvlak bij gemeente De Bilt en het is nog niet concreet opgenomen in de huidige visie van het recreatieschap/Staatsbosbeheer die medio 2025 wordt vastgesteld. HDSR, RUD en provincie zijn positief over deze locatie. De minimale benodigde inrichtingskosten om de 'Ruigenhoekse Polder’ tot een veilige officiële zwemwaterlocatie te maken, zijn naar schatting van Tauw rond de €1.000.000. Dit betreft alleen de technische kosten zoals begroot door Tauw. Plankosten en kosten voor aanvullende voorzieningen (evt. speeltuin, verbreden fietspaden, inrichting naar eisen Hollandse Waterlinie etc.) zijn nog niet bepaald. Hiermee komt er ruimte voor 400 recreanten/zwemmers met een doorgroeimogelijkheid naar 2.000. Beheerkosten: Eerste grove schatting: € 0,3mln per jaar incl. inzet zwemstewards op warme dagen (€ 0,1mln). Kosten voor extra toezicht en handhaving zijn hierin nog niet opgenomen en vraagt om nadere uitwerking. Inschatting o.b.v. offerte Haarrijnseplas (2500 recreanten op piekmomenten).
Er moet een financiële constructie gezocht worden binnen recreatieschap voor dekking beheerkosten.
Conclusie en onderzoeksvragen Noorderpark Ruigenhoek Conclusie technische eisen op basis van Tauw rapport: De ‘Ruigenhoekse Polder’ heeft na het nemen van maatregelen veel potentie om aangewezen te worden als officiële zwemwaterlocatie Overall conclusie: De technische mogelijkheden voor het maken van officieel zwemwater zijn goed, maar zijn afhankelijk van het draagvlak van eigenaar Recreatieschap/Staatsbosbeheer en gemeente De Bilt. Recreatieschap moet instemmen met het initiatief en (mede)financiering hiervan en gemeente De Bilt moet instemmen met inrichtingsingrepen. Hier moeten we rekening houden met aanzienlijke doorlooptijd voor de lobby, visievorming, onderbouwing, besluitvorming en afstemming over kosten. Hierdoor is het nog onzeker of het lukt om van deze locatie een officiële zwemlocatie te maken. Onderzoeksvragen: • Draagvlak, randvoorwaarden en financieringsmogelijkheden van de eigenaar Recreatieschap en gemeente De Bilt verder in kaart brengen en samen met de Provincie inzetten op een lobby voor officieel zwemwater binnen het Recreatieschap. Bij gemeente De Bilt is mogelijk draagvlak te creëren indien de cultuurhistorische waarde van het gebied versterkt wordt. D.w.z. een koppeling gemaakt met Fort Ruigenhoek en de historie van de Hollandse Waterlinie.
• Ingrepen voor betere bereikbaarheid en toegankelijkheid (voetgangers en fietsers) onderzoeken, waarbij de overlast voor omgeving beperkt is. • Inrichting en risico’s tav brugspringen verder uitwerken in samenspraak met belanghebbenden. • Onderzoeken hoe het beheer goed geregeld kan worden i.s.m. gemeente De Bilt (gebied valt buiten bereik van handhaving door GU boa’s) • Deze opgave in relatie brengen tot andere opgaven die we willen laten landen in het Noorderpark
15 Haalbaarheidsonderzoek meer officieel buitenzwemwater
Alternatieve scenario’s Noorderpark Ruigenhoek
Faciliteren
Niets doen/zwemmen op eigen risico
Ontmoedigen
Verbieden
2.2.
Inzetten op faciliteren van zwemmen bij deze locatie kan lastig zijn omdat GU geen eigenaar is. Er zal draagvlak gevonden moeten worden bij gemeente De Bilt en eigenaar Staatsbosbeheer. Als de locatie wel geschikt wordt gemaakt als zwemlocatie, maar niet als officiële zwemlocatie (op de website) wordt gepubliceerd, komen er wellicht minder mensen naar deze plek. Zwemmen brengt in de huidige situatie beperkte veiligheidsrisico’s met zich mee. Het recreatieschap beheert en onderhoudt deze locatie niet als zwemlocatie en het ontbreekt aan voorzieningen. Daarnaast is de bodem relatief ondiep, het water donker en kan er blauwalg ontstaan. Er is geen overlast veroorzaakt door zwemmers. Met alleen een bord om zwemmers te informeren op de risico's zou de bestaande situatie kunnen worden voortgezet. Indien de locatie populairder wordt kunnen problemen ontstaan doordat er geen toiletvoorziening is bijvoorbeeld. Zwemmen brengt in de huidige situatie beperkte veiligheidsrisico’s met zich mee als er duidelijk op de risico’s gewezen wordt. Er wordt beperkt gezwommen. Er is geen sprake van overlast door zwemmers. Ontmoedigen kan maar is niet nodig. Zwemmen brengt in de huidige situatie beperkte veiligheidsrisico’s met zich mee en er wordt beperkt gezwommen. Er is sprake van beperkte overlast door zwemmers en recreanten (zwerfafval, bbq’en). Verbieden is dus niet nodig.
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Niet nodig
Werkspoorhaven
Bestaande situatie De locatie ligt in het Werkspoorkwartier en is een oude haven aan het Amsterdam-Rijnkanaal. Aan de noordzijde ligt de Tractieweg. Aan de oostzijde staat de Werkspoorkathedraal waar veel evenementen worden georganiseerd en waar horeca aanwezig is. Er werd tot voor kort nog niet gezwommen op deze plek en er zijn ook geen voorzieningen aanwezig. De haven heeft steile kades waardoor het lastig is om het water in en uit te gaan en de plek staat in open verbinding met het AmsterdamRijnkanaal, dus wordt beïnvloed door de scheepvaart aldaar (stroming en golven). In 2024 zijn er in het kader van de renovatie van twee kademuren op last van de gemeente door de eigenaar van de kades drenkelingentrappen geplaatst waardoor mensen in geval van nood nu uit het water kunnen komen. De gezamenlijke oppervlakte van de ligweides biedt in de huidige situatie ruimte voor circa 100 bezoekers om te recreëren.
16 Haalbaarheidsonderzoek meer officieel buitenzwemwater
Figuur 2 Locatie van de niet-officiële zwemwaterlocatie ‘Werkspoorhaven’. De ligweide en in-uittreed plek voor zwemmers is weergegeven in het rood gearceerde blok.
Eigendom en beheer Twee kades zijn eigendom van Erfgoed Werkspoor Utrecht (EWU) BV, één kade is van de gemeente Utrecht. De gemeente is eigenaar van de haven.
Figuur 3 Kadastrale gegevens uit stroomlijn. Rood=eigendom van gemeente (VGU), paars=recht van opstal, waarvan de oostzuidkade voor de Werkspoor kathedraal ‘niet belast is met erfpacht’ en de zuidwest kade ‘eigendom wel belast met erfpacht’.
Er zijn t.a.v. het officieel maken van zwemwater twee scenario’s mogelijk: 1.) de gemeente creëert een officiële zwemlocatie op haar eigen kade (beperkte capaciteit mogelijk) en 2.) de gemeente en EWU creëren gezamenlijk een zwemlocatie en investeren beiden in de ontwikkeling en het beheer. Dit laatste heeft de sterke voorkeur van de gemeente omdat er zo veel meer kwaliteit toegevoegd kan worden. We zullen in dit geval moeten onderzoeken onder welke randvoorwaarden de zwemlocatie officieel gemaakt kan worden door de gemeente in samenwerking met EWU en hoe hierin samen opgetrokken kan worden in de verdeling van de lusten en de lasten.
17 Haalbaarheidsonderzoek meer officieel buitenzwemwater
Technische mogelijkheden en aandachtspunten Veiligheid
Waterkwaliteit
Capaciteit en bereikbaarheid
Conflicterende functies
De veiligheid voldoet momenteel niet. Er is meestal geen stroming maar er moet onderzocht worden hoe sterk de stroming is bij passage van schepen op het AmsterdamRijnkanaal. De waterbodem is in 2022 volledig gesaneerd en puin is verwijderd. Er zijn ingrepen nodig om de veiligheid te vergroten, bijvoorbeeld in de vorm van een steiger of trappen. Waterkwaliteit is door Tauw beoordeeld als ‘gemiddeld, maar goed op orde te krijgen. De doorstroming in de haven is niet optimaal, wat een vergroot risico geeft op blauwalggroei. Ook ontbreekt een toiletvoorziening, deze is vanuit de gemeente noodzakelijk bij grote aantallen zwemmers. NB. EWU geeft aan dat olie/vuil dat uit het Amsterdamrijnkanaal de Werkspoorhaven in kan stromen ook een aandachtspunt zijn. Dit is nu niet meegenomen in de rapport van Tauw aangezien dit geen criterium is waarop getoetst hoeft te worden volgens het landelijk protocol. De ligging in relatie tot de behoefte aan zwemwater is goed, met dichtbevolkte wijken als Elinkwijk en Zuilen dichtbij en de 3000 extra woningen die de komende jaren gebouwd worden in Cartesiusdriehoek. De capaciteit in relatie tot behoefte is matig. Dit komt door de matige capaciteit van de ligweide/kades. Afhankelijk van inrichting kan de capaciteit van de ligweide wellicht worden uitgebreid tot ongeveer 400 mensen door het realiseren van een strand of een drijvend vlonder(s).
Verkeersveiligheid voor voetgangers is een aandachtspunt. Er zijn geen conflicterende functies.
Inpassingsmogelijkheden en aandachtspunten Werkspoorhaven Betekenis voor de stad en doelgroep
Ontwikkelingen in de omgeving
Groen, landschap en ecologie
Kan een bijzondere plek in de stad worden en een extra boost voor het gebied zijn. Kans om connectie te maken/ versterken met partners in Werkspoorkwartier (kunst, circulair, events). Nabij Zuilen, Cartesius en Leidsche Rijn, met name Zuilen is een groenarme wijk. Locatie is vooral geschikt voor plonsers, sportieve zwemmers en gezelligheidszoekers. Omgevingsvisie Werkspoorkwartier (2021) met thema's (stadsgeoriënteerd, creatief, circulair, stedelijke voorzieningen) en kernwaarden (pioniersgeest, industrieel, vrij, samenhang, levendig) gebruiken bij uitwerking. De locatie ligt aan het Amsterdam-Rijnkanaal, een belangrijke waterstructuur in de stad, die met het 2016 vastgestelde Ontwikkelkader parkzone AmsterdamRijnkanaal wordt gekoppeld aan een groene parkzone voor omwonenden en recreanten, die stapsgewijs verder vorm
18 Haalbaarheidsonderzoek meer officieel buitenzwemwater
Erfgoed en archeologie
krijgt en onderscheid creëert tussen bijzondere plekken waar je tot rust kunt komen en waar aandacht is voor natuur(belevening) en ecologie, terwijl op andere plekken juist de ontmoeting met anderen voorop staat. De Werkspoorhaven leent zich bij uitstek voor publieke, creatieve functies op en aan het water i.c.m. horeca / leisure en (tijdelijke) publieksevenementen en bij of op het water. Bij grote ingrepen in de werkspoorhaven is een omgevingsvergunning act monument nodig, ontwerpopdracht en toets COU. De Werkspoorhavenbrug is de oudste, beweegbare brug van Utrecht (1913) en heeft een monumentale status. Vanuit het Programma Beweegbare Bruggen wordt momenteel onderzoek gedaan naar het toekomstbestendig maken/houden.
Bereikbaarheid en toegankelijkheid
Beheer en toezicht
Aandachtspunten bij nadere uitwerking: Veilige verkeersroutes voor voetgangers en fietsers, met name bij de Havenweg. Ligweide ligt nabij een 50km weg, veiligheidsmaatregelen zijn hier nodig. Capaciteit (fiets)parkeren i.c.m. evenementen. Toegankelijkheid nooden hulpdiensten. Kosten voor toezicht en beheer meenemen bij verdere uitwerking.
Draagvlak bewoners en stakeholders
Medewerking van EWU nodig. EWU staat in principe positief tegenover het creëren van een zwemlocatie samen met de gemeente. Een zandstrand op de locatie die Tauw voorstelt wordt, is voor EWU een ‘no-go’, gezien de investeringen die ze gedaan hebben in de kademuren en de impact op het terrein. Goede afstemming met omliggende bedrijven nodig.
Eerste indicatie kosten
De minimale benodigde inrichtingskosten om de ‘Werkspoorhaven’ te laten voldoen aan alle technische eisen voor officieel zwemwater worden door Tauw ingeschat op minimaal EUR 1.5mln. Dit betreft alleen de technische kosten zoals begroot door Tauw, inclusief aanleg van een zandstrand (wat een kostbare ingreep is, en niet acceptabel voor EWU qua impact op het terrein en aangezien ze recent nog in het opknappen van de kademuren geïnvesteerd hebben). Bij inrichting met vlonders vallen de kosten waarschijnlijk lager uit. Plankosten en kosten voor aanvullende voorzieningen (bijv. EHBO post, groen, fietsparkeren, afscheiding doorgaande weg aanleggen, toegankelijk maken etc.) zijn nog niet bepaald. Er komt afhankelijk van inrichtingskeuzes mogelijk ruimte voor 400 recreanten/zwemmers. Beheerkosten: onderhouden terrein, groen, assets, inzet zwemstewards. Eerste grove schatting: € 0,3mln per jaar incl. inzet zwemstewards op warme dagen (€ 0,1mln) . Inschatting o.b.v. offerte Haarrijnseplas (2500 recreanten op piekmomenten).
19 Haalbaarheidsonderzoek meer officieel buitenzwemwater
Conclusie en onderzoeksvragen Werkspoorhaven Conclusie technische eisen op basis van Tauw rapport: De ‘Werkspoorhaven’ heeft na het nemen van maatregelen veel potentie om aangewezen te worden als officiële zwemwaterlocatie Overall conclusie: Onder voorbehoud van de uitkomsten van het stromingsonderzoek zijn de mogelijkheden voor het maken van officieel zwemwater goed. Onderzoeksvragen: • Commitment EWU. Onderzoeken onder welke randvoorwaarden voor scenario 1 en 2 door de gemeente en EWU gezamenlijk de zwemlocatie officieel gemaakt kan worden en hoe hier samen opgetrokken kan worden in de verdeling van de lusten en de lasten (obv een financieel haalbaarheidsonderzoek). • Stroming in het water onderzoeken. • Hoe om te gaan met (incidentele) instroom van olie en vuil vanuit Amsterdamrijnkanaal. • Inrichting verder uitwerken in samenspraak met belanghebbenden. • Onderzoeken hoe het beheer goed geregeld kan worden.
Alternatieve scenario's Werkspoorhaven Als de locatie wel geschikt wordt gemaakt, maar niet op de website wordt gepubliceerd, komen er wellicht minder mensen naar deze plek.
Mogelijk
Faciliteren
Niets doen/zwemmen op eigen risico
Ontmoedigen
Op dit moment wordt op de locatie nauwelijks gezwommen. Met het plaatsen van de drenkelingentrappetjes is het nu wel mogelijk geworden om in en uit het water te komen. Nu er gezwommen kan worden moeten we mensen informeren met een bord over de risico's. De locatie wordt weinig gebruikt om te zwemmen. Ontmoedigen is nodig zolang het stromingsonderzoek nog niet is uitgevoerd. Risico’s van zwemmen kunnen niet worden ingeschat. Mensen informeren met een bord over de risico’s en trappen minder aantrekkelijk maken. De locatie wordt weinig gebruikt om te zwemmen. Verbieden is dus niet nodig. Mensen informeren met een bord over de risico’s en trappen minder aantrekkelijk maken.
Mogelijk
Mogelijk
Niet nodig
Verbieden
2.3.
Muntsluis
Bestaande situatie De locatie is onderdeel van het Merwedekanaal tussen Lombok en Oog in Al. In de directe omgeving staan woningen, liggen woonboten en is horeca aanwezig. Het sluiscomplex ligt als een soort eiland in het kanaal. Op dit moment wordt er, vooral op zomerse dagen, al heel veel gezwommen op deze locatie. Maar er zijn geen voorzieningen voor zwemmers aanwezig en omwonenden uitten regelmatig hun zorgen over de drukte en overlast die dit veroorzaakt. Het totale oppervlak van de kades in de 20 Haalbaarheidsonderzoek meer officieel buitenzwemwater
huidige situatie biedt ruimte aan ongeveer 800 bezoekers om te recreëren (Mulier 2020). De Muntsluis en zijn kades zijn een Rijksmonument, waardoor de mogelijkheden voor herinrichting/profilering van de kades zeer beperkt zijn.
Figuur 4 Locatie van de niet-officiële zwemwaterlocatie ‘de Muntsluis (kades op het sluizencomplex). Op basis van morfologie en functies heeft Tauw de locatie ingedeeld in drie verschillende zones, A, B en C.
Tauw heeft de Muntsluis in drie deellocaties opgedeeld waarvan Tauw aangeeft dat alleen deellocatie A kansrijk is en onderzocht is op de technische mogelijkheden en aandachtspunten als officiële zwemlocatie. Deellocaties B en C vallen af omdat er conflicterende functies zijn (het is op afroepbasis een doorgaansroute voor recreatievaart (en in unieke situaties beroepsvaart), er zijn woonboten gelegen en de kades zijn hoog, steil en gevaarlijk) wat voor onveilige situaties zorgt. Op bovenstaande kaart is te zien waar de verschillende deellocaties liggen.
Eigendom en beheer Muntsluis Het sluizencomplex is een rijksmonument. Het complex en het water van het Merwedekanaal zijn in eigendom en beheer van het Rijk. Rijkswaterstaat is ook de vaarwegbeheerder. Vanwege de vaarwegfunctie geldt een zwemverbod voor het hele Merwedekanaal. De gemeente heeft de landtongen sinds 2021 in gebruik en doet het dagelijks onderhoud op de landtongen om recreatie mogelijk te maken. De gemeente is in verregaande onderhandeling met Rijkswaterstaat over de overdracht van het eigendom van het Merwedekanaal inclusief het sluizencomplex naar de gemeente. De huidige verwachting is dat dit op zijn vroegst in 2027 overgedragen kan worden.
21 Haalbaarheidsonderzoek meer officieel buitenzwemwater
Technische mogelijkheden en aandachtspunten Muntsluis, deellocatie A Veiligheid
Waterkwaliteit
Capaciteit & bereikbaarheid
Goede mogelijkheden om van deellocatie A een aantrekkelijke zwemlocatie te maken met maatregelen. De overgang tussen kade en het water is nu nog te steil, een ingreep is nodig om makkelijk de zwemzone te kunnen betreden (bijvoorbeeld in de vorm van een steiger). Er is geen stroming en de bodem van de locatie is stabiel. Nader onderzoek is nodig naar de veiligheid in relatie tot de stroomsnelheid wanneer het uitlaatwerk tussen zone C en A wordt ingezet door HDSR. Dit gebeurt meerdere keren per jaar na zware regenval. Tauw beoordeelt de waterkwaliteit als ‘uitstekend’. Het huidige meetpunt van de gemeente ligt echter niet in het kansrijke deel A. Nieuw meetpunt is in 2024 aangebracht in zwemzone A. Bij hevige piekbuien kan er een overstort vanuit het riool in het Merwedekanaal terechtkomen. Geadviseerd wordt om een toiletvoorziening te realiseren. De ligging in relatie tot de behoefte aan zwemwater is goed, aangezien de Muntsluis wordt omgeven door dichtbevolkte wijken als Oog in al, Lombok, Welgelegen, Dichterswijk en Transwijk. De bevolking gaat de komende 10 jaar verder toenemen met grote ontwikkeling van Merwedekanaalzone en Beurskwartier. De capaciteit van de locatie is matig in relatie
tot de behoefte. Op warme zomerdagen wordt de maximale capaciteit van 800 bezoekers bereikt en overschreden. Locatie is goed bereikbaar te voet en op de fiets, maar niet voor rolstoelgebruikers. Er zijn bijna geen fietsenrekken en fietsparkeren is op drukke dagen een groot probleem. Conflicterende functies
Voor deellocatie A staan naast ‘cultuurhistorie/archeologische waarde’ en ‘scheepvaart’ alle aspecten omtrent functiestapeling op 'niet-conflicterend'. De cultuurhistorie betekent dat kades niet mogen worden aangetast. Constructies die tegen kades worden geplaatst zoals trappen of steiger zijn wel mogelijk.
Inpassingsmogelijkheden en aandachtspunten Muntsluis Betekenis voor de stad en doelgroep
Ontwikkelingen in de omgeving
De Muntsluis is een bijzondere plek in de stad. Op deze plek botsen twee belangen van stadsbewoners. Enerzijds de direct omwonenden die vooral overlast hebben van de grote aantallen recreanten (in mindere mate van zwemmers) en anderzijds de bewoners die hier komen om verkoeling te zoeken op warme dagen. Voor deze laatste groep is de locatie een belangrijke ontmoetingsplek. Rond het Merwedekanaal zijn veel ontwikkelingen waardoor hier meer mensen komen wonen, zoals Welgelegen en Beurskwartier. Dit maakt dat het steeds drukker wordt in dit deel van de stad. Met de verdere ontwikkeling van deze gebieden en de Merwedekanaalzone zal dit alleen maar toenemen.
22 Haalbaarheidsonderzoek meer officieel buitenzwemwater
Groen, landschap en ecologie
Erfgoed en archeologie
Bereikbaarheid en toegankelijkheid Beheer en toezicht
Draagvlak bewoners en stakeholders
Eerste indicatie kosten
De aanleg van het nieuwe Oeverpark Rondje Stadseiland is nodig om groen en rood daadwerkelijk gelijk te laten oplopen en tevens vraagt om keuzes tussen verschillende type gebruik (o.a. recreatie en ecologie). In- en uitstapplekken zijn nodig bij deellocatie A zodat niet alle bermen worden betreden. Op luwe plekken (zoals bij de woonboten) kunnen onderwaterstructuren worden aangebracht, wat goed is voor natuur. Het sluiscomplex is een rijksmonument, hier dient bij de realisatie van een zwemplek rekening mee worden gehouden. Verbeteren fysieke bereikbaarheid is kostbaar. Ook kijken naar mogelijkheden om de locatie voor alle doelgroepen toegankelijk te maken en het fietsparkeren verbeteren. Er is veel overlast door de recreatie. Vooral na 19.30 ontstaan problemen door alcohol en muziek. Extra toezicht (evt. door zwemstewards) en handhaving is nodig om zwemmen en recreëren niet ten koste van woon- en leefbaarheid te laten gaan. Bewoners ervaren veel overlast van zwemmers, met name het recreëren op de oever (geluidsoverlast, afval, drukte tot laat in de avond). Dit is conflicterend met de woon- en leefbaarheid. Er is onder direct omwonenden dan ook geen draagvlak voor een officiële zwemlocatie. Ook heeft de alcoholconsumptie in de avonduren een negatieve invloed op de bewoners van verslavingscentrum NOIZ. Inzetten van zwemstewards kan ervoor zorgen dat overlast minder wordt.
Rijkswaterstaat heeft als vaarwegbeheerder van het Merwedekanaal een zwemverbod ingesteld maar handhaaft hier niet op. De Muntsluis voorziet in een grote behoefte aan zwemwater voor bewoners uit de omliggende buurten. De minimaal benodigde inrichtingskosten om de Muntsluis aan de technische eisen te laten voldoen worden door Tauw ingeschat op rond de EUR 1,0mln. Dit betreft alleen de technische kosten zoals begroot door Tauw. Plankosten en kosten voor aanvullende voorzieningen (bijv. EHBO post, groen, fietsparkeren, toegankelijk maken etc.) zijn nog niet bepaald. Beheerkosten: onderhouden terrein, groen, assets, inzet zwemstewards. Eerste grove schatting: € 0,3mln per jaar incl. inzet zwemstewards op warme dagen (€ 0,1mln) . Inschatting o.b.v. offerte Haarrijnseplas.
Conclusie en onderzoeksvragen Muntsluis Conclusie technische eisen op basis van Tauw rapport: zwemlocatie B en C worden door Tauw als niet kansrijk beoordeeld en zijn niet verder onderzocht. Zwemlocatie A (parallel aan de Kanaalweg ten noorden van het uitlaatwerk) heeft na het nemen van maatregelen veel potentie om aangewezen te worden als officiële zwemwaterlocatie.
23 Haalbaarheidsonderzoek meer officieel buitenzwemwater
NB: als gemeente denken we dat als je het doorvaarbaar zijn van de sluis sterk beperkt of zelfs
verbiedt, je in de sluiskom drijvende steigers kan aanbrengen en dan kan deze plek ook kansrijk worden.
Overall conclusie: Het officieel maken van het zwemwater bij deellocatie A is op korte termijn niet mogelijk, omdat er nu geen instemming van de eigenaar en vaarwegbeheerder Rijkswaterstaat is voor zwemmen in het Merwedekanaal. Ook is er geen draagvlak bij de directe omgeving doordat er in de huidige situatie veel overlast is van de recreatie. Er moet een stromingsonderzoek komen bij het uitlaatwerk om de invloed daarvan op zwemmen te leren kennen (bij officieel zwemwater mag de stromingsnelheid niet te hoog zijn). En we moeten nieuwe waterkwaliteitgegevens in deelgebied A gaan bepalen en meerjarig opbouwen. Naast handhaving, kunnen ook voorlichting of gedragsbeinvloedende maatregelen bijdragen tegen overlast. Hiervoor kan een nalevingsplan opgesteld worden. Ook het terugbrengen van de recreatiecapaciteit door het aanplanten van begroeiing kan de overlast terugdringen. Wanneer het Merwedekanaal overgaat naar de gemeente, de uitkomsten van het stromingsonderzoek bij het uitlaatwerk gunstig zijn en de huidige overlast voor direct omwonenden teruggedrongen is (zodat zwemmen en recreëren niet ten koste gaat van de woonen leefbaarheid) kan een officiële status voor de noordelijke landtong op de lange termijn worden heroverwogen.