CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Geluid en Trillingen

Adviescommissie Controle en Financiën 21 maart 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Hoe werkt het nieuwe beleidskader rondom sturen en verantwoorden in de praktijk?20.062 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Beleidsnota Geluid en Trillingen voor de bestaande stad en de nieuwe ontwikkelingen in de gemeente Utrecht

Deze beleidsnota is onderdeel van de Omgevingsvisie Utrecht.

Datum:

11 September 2023

Versie:

Definitief, Strekt ter vervanging 9 januari 2024

Vastgesteld:

Utrecht.nl

Inhoud Samenvatting

5

Inleiding

7

Onze ambitie: gezonde ontwikkeling van Utrecht

7

Gezondheid

8

Kader

9

Relatie Beleidsnota en Omgevingswet

9

Relatie Beleidsnota en Omgevingsplan

10

Relatie Beleidsnota en Omgevingsprogramma

10

Europese milieubeginselen

11

Financiën en verantwoording

11

Leeswijzer

12

Geluid bij ruimtelijke ontwikkelingen in Utrecht

13

1.1.

Aanvaardbaarheid

13

1.2.

Grenswaarden nieuwe geluidgevoelige functies

13

1.3.

Realistisch maatregelenonderzoek

14

1.4.

Geluidluwe gevel en buitenruimte

17

1.5.

Vervangende nieuwbouw en transformatie

18

1.6.

Aanleg of wijziging van een weg

18

1.7.

Lokaal spoor

20

1.8.

Doorgeschoven toetsing

21

1.9.

Tijdelijk wonen, woningsplitsing en omzetting

21

1.10.

Scheepvaartlawaai

22

Geluid door activiteiten in Utrecht

24

2.1.

Beleid onder Omgevingswet

24

2.2.

Geluid van bedrijven

24

2.3.

Industrieterreinen

25

2.4.

Overig

26

Beleidsnota Geluid en Trillingen

2/65

2.4.1.

Incidentele ontheffingen

26

2.4.2.

Ramen en deuren dicht

27

2.4.3.

Bescherming stille hofjes

27

2.4.4.

Geluid in de openbare ruimte

28

2.4.5.

Geluid in en rond natuurgebieden

29

2.4.6.

Uitsluiten van toetsing

29

2.4.7.

Bouwlawaai

30

2.4.8.

Woongeluiden

31

2.4.9.

Stemgeluid

32

2.4.10.

Evenementen

33

2.4.11.

Windturbines

34

3.

EU-richtlijn omgevingslawaai

35

3.1.

Geluidkartering

35

3.2.

Actieplan

36

3.2.1.

Uitgangspunten

36

3.2.2.

Geluidsituatie wegen verbeteren

37

3.2.3.

Stille gebieden en soundscaping

38

4.

Trillingen

40

4.1.

Aanleiding

40

4.2.

Trillingsvoorwaarden spoor, trams en wegen

41

4.3.

Trillingsvoorwaarden aan activiteiten (bedrijven)

42

4.4.

Trillingsvoorwaarden van bouw- en sloopactiviteiten

42

Bijlage 1 Beschrijving Omgevingswet

45

In het kort

45

Omgevingsvisie

45

Omgevingsprogramma

46

Omgevingsplan

46

Besluiten 46 Normen voor geluid

47

Ruimtelijke ontwikkelingen

47

Beleidsnota Geluid en Trillingen

3/65

Individuele bedrijven

49

Basisgeluidemissie

49

Trillingen 50

Bijlage 2 Evaluatie & participatie

51

Wat werkte wel; wat kan beter

52

Participatie en inspraak

55

Bijlage 3 Overzicht beleidskaders

56

Geluidnota 2014-2018

56

Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040

60

Nota Gezondheid voor iedereen (2019-2024)

61

Mobiliteitsplan 2040

62

Omgevingsvisie Binnenstad 2040

63

Provinciale omgevingsvisie

65

Beleidsnota Geluid en Trillingen

4/65

Samenvatting In deze Beleidsnota Geluid en Trillingen wordt beschreven hoe de gemeente Utrecht om wil gaan met geluid en trillingen. Zowel voor de bestaande stad als bij de nieuwe ontwikkelingen. Deze nota valt binnen de omgevingsvisie Utrecht. Onze missie is: “Wij staan en gaan voor het verbeteren van geluidskwaliteit en voorkomen van trillinghinder. Wij richten ons hiermee op een gezonde en leefbare bestaande en nieuwe stad.” Gezondheid Hinder van geluid en trillingen kan je ziek maken. Mensen kunnen last hebben van geluid of trillingen en bijvoorbeeld daardoor slechter slapen. Te veel geluid is slecht voor de gezondheid. Ook voor de dieren in onze stad is het van belang dat zij een goede leefomgeving hebben en niet te vaak verstoord worden. Teveel verstoring is schadelijk voor de gezondheid van de dieren. Trillingen kunnen bewoners een gevoel van onbehagen geven. Dat willen we verbeteren of - nog beter voorkomen. Naast het meetbare aantal decibel bepalen ook andere zaken of geluid en trillingen hinderlijk zijn of niet. De plek, het tijdstip en de situatie zijn ook van belang voor de beleving door mens en dier. Gezond stedelijk leven betekent dat onze inwoners recht hebben op een fijne en gezonde woonomgeving. Onze kinderen moeten kunnen opgroeien in een leefbare stad, levendig maar zonder té veel lawaai of trillingen.

De Omgevingswet bevat regels voor geluid en trillingen waar gemeenten zich aan moeten houden. Er is ook vrijheid voor een eigen, lokale invulling. In het coalitieakkoord 2022-2026 Investeren in Utrecht is opgenomen dat we in Utrecht bij nieuwe ontwikkelingen strengere geluidsnormen hanteren dan de landelijke wettelijke waarden. Deze passen we toe bij het bouwen van nieuwe woningen en de aanleg van wegen. Ook kijken we naar de (ontwikkeling van) de bestaande stad en de invloed van geluid en trillingen op de kwaliteit van leven. Waar nodig nemen we extra maatregelen. Verkeer Verkeer is een belangrijke veroorzaker van geluidhinder. Daarom nemen we in Utrecht maatregelen om de hinder van verkeer te verminderen. We verlagen de snelheid waar mogelijk en/of leggen stiller asfalt aan. Op plekken waar al veel geluid is en we toch nieuwe woningen willen bouwen, stellen we extra voorwaarden aan het ontwerp van de gebouwen. Het is bijvoorbeeld verplicht een geluidluwe gevel en een rustige buitenruimte te hebben. Een goede indeling van de woning zorgt ervoor dat er binnenshuis altijd een rustige plek is. De aanpak van bestaande lawaaiige situaties beschrijven we elke vijf jaar in een actieplan geluid.

Beleidsnota Geluid en Trillingen

5/65

Bedrijven In Utrecht moeten bedrijven in stillere gebieden aan 5 dB lagere geluidnormen voldoen dan in drukkere gebieden. Enkele keren per jaar mag door bedrijven of sportclubs meer geluid worden gemaakt. Bijvoorbeeld als er een festiviteit is.

Uitzonderingen Voor stemgeluid bestaan geen wettelijke normen. Op het moment dat we ergens een terras, schoolplein of sportveld willen toestaan, controleren we eenmalig dat dit niet tot te veel overlast leidt. Voor onversterkte muziek, zoals van carillons, stellen we geen eisen. Godsdienstvrijheid is een reden om bepaalde geluiden, zoals klokgelui, uit te zonderen. Stilte We koesteren plekken waar het stil of rustig is. Utrecht heeft veel locaties in de stad die veel stiller zijn dan langs de drukke wegen. We proberen bestaande rustige gebieden te behouden en uit te breiden. We streven ernaar dat iedereen binnen 10 minuten loopafstand van huis een stil gebied zoals een park of hofje kan vinden. Ook zorgen we er zo voor dat er voor dieren schuil- en rustplaatsen zijn. Trillingen Voor trillingen van bedrijven of bij bouw en sloop controleert Utrecht op de wettelijke normen. Bij bouwen in de avond en nacht heeft Utrecht eigen strengere grenzen. Rijdende treinen en trams kunnen trillingen veroorzaken. Hier zijn geen wettelijke grenzen voor. Handhaving is daarom niet mogelijk. We stellen bij nieuwe woningbouwplannen wel grenzen aan die trillingen. We voorkomen daarmee dat toekomstige bewoners te veel hinder ondervinden. Bij bouwplannen naast het spoor of de trambaan moeten meestal eerst de trillingen in de bodem worden gemeten.

Daarmee wordt duidelijk welk type woningen of scholen hier geschikt zijn. Mogelijk moeten er aanpassingen worden gedaan aan het ontwerp van het gebouw en/of maatregelen worden getroffen in de bodem.

Beleidsnota Geluid en Trillingen

6/65

Inleiding ‘Gezond stedelijk leven voor iedereen’ is ook het uitgangspunt waarmee we als gemeente inzetten op een helder en naleefbaar beleid voor Geluid en Trillingen. Veel mensen realiseren zich niet dat geluidhinder een probleem is dat onze gezondheid aantast. Geluidhinder is de tweede milieu-gerelateerde ziekmaker. Als we denken aan de gevolgen van geluid op onze gezondheid, dan denken we vaak aan gehoorschade door concertbezoek of machinelawaai. Maar voortdurend lawaai van bijvoorbeeld verkeer kan gevolgen hebben die niet met gehoorschade te maken hebben. Deze gevolgen kunnen ernstig zijn, zoals hoge bloeddruk, ischemische hartziekte, slaapverstoring, obesitas, diabetes, enzovoort. Ook trillinghinder kan gezondheidsklachten opleveren. Daarnaast kan lawaai zorgen voor verstoring van de dieren die in en rond onze stad leven.

Onze ambitie: gezonde ontwikkeling van Utrecht Utrecht is de vierde stad van het land; er is sprake van een levendigheid die daarbij hoort. Maar de leefbaarheid mag daarbij niet uit het oog worden verloren; ‘gezond stedelijk leven voor iedereen’ is ons uitgangspunt. Utrecht bestaat uit grote rustige woonwijken met daartussen drukke wegen. Her en der zijn lokale ‘centrumgebieden’ zoals winkelcentra, waar de levendigheid is geconcentreerd. Mensen doen hier niet alleen hun boodschappen, dit is ook een plek waar zij elkaar ontmoeten. Utrecht groeit binnen nu en twintig jaar van 350.000 naar meer dan 450.000 inwoners. Er is druk op de schaarse ruimte. Om de aantrekkelijkheid van de stad te behouden en te versterken, wordt voortdurend gezocht naar een balans tussen groei en leefbaarheid, dynamiek en rust. Er moet ruimte zijn voor ontwikkeling - ook met werkfuncties in de wijken. Als dit evenwichtig gebeurt, leidt dit tot meer levendigheid zonder de woonkwaliteit uit het oog te verliezen. Een goed akoestisch woon- en leefklimaat met een minimum aan trillingen is daarbij een belangrijk onderdeel. Want gezondheid is een uitgangspunt bij het vinden van een balans tussen beschermen en benutten De grenswaarden voor geluid en trillingen die voortvloeien uit wet- en regelgeving zijn niet altijd een garantie voor een gezond akoestisch en trillingvrij woon- en leefklimaat.

Vanuit gezondheidsoogpunt hanteren we daarom strengere ambitiewaarden voor geluid bij nieuwe ontwikkelingen. Overschrijding van deze ambitiewaarde staan we alleen toe bij zwaarwegende belangen of wanneer het plan leidt tot een verbetering van de akoestische situatie zodat de gezondheid niet verder onder druk komt te staan. Om trillinghinder te voorkomen ontwerpen we nieuwe woonwijken langs infrastructuur van trams en treinen zodanig dat er geen ernstige hinder ontstaat.

Beleidsnota Geluid en Trillingen

7/65

Gezondheid De Omgevingswet stelt de bescherming van gezondheid centraal. Het effect van geluid op de gezondheid is een groeiend probleem in Nederland. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat meer geluid in de leefomgeving niet alleen minder wooncomfort betekent. Het kan er ook voor zorgen dat mensen minder goed slapen en/of de dagelijkse activiteiten zoals werken of studeren worden verstoord. Verder kunnen mensen er stress van krijgen. Als mensen lange tijd aan te veel geluid blootstaan, kan dat aanleiding geven tot chronische effecten, zoals verhoogde bloeddruk en verhoogde niveaus van het stresshormoon cortisol. Dit verhoogt het risico op hart- en vaatziekten. Ook kan geluid een negatieve invloed hebben op de leerprestaties van kinderen. Er bestaat een risico op toename van hinder door spoortrillingen. Het spoor- en tramnet in Nederland is minder fijnmazig dan het wegennet; er wonen veel minder mensen langs deze infrastructuur dan langs drukke wegen. De verwachting is echter dat het spoorverkeer en het goederentransport per trein toe zal nemen. Tegelijkertijd worden steeds vaker woningen en andere trillinggevoelige functies op korte afstand van het spoor gebouwd. Uit onderzoek blijkt dat ook trillingen kunnen leiden tot stressverhoging en slaapverstoring en daarmee tot gezondheidsschade.

Wetenschappers geven aan dat een rustige en trillingvrije omgeving helpt om te herstellen van negatieve omgevingseffecten. Een van de belangrijkste doelen van de Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Het verminderen van gezondheidsverschillen in de stad kan daarbij ook een van de uitgangspunten zijn. Bij een gezonde leefomgeving hoort zo min mogelijk geluid- en trillinghinder. Natuur: geluid en dieren Naast mensen wonen in de stad ook dieren: huisdieren en dieren in het wild. Net als mensen kunnen ook dieren hinder hebben van geluid. De effecten die dieren ondervinden kunnen worden onderverdeeld in veranderingen in gedrag, stress en tijdelijk of permanent verlies van horend vermogen. De gevolgen hebben betrekking op zowel individuen als populaties. Het kan er bijvoorbeeld toe leiden dat dieren gebieden met veel geluid, bijvoorbeeld langs wegen, mijden. Daardoor verliezen dieren leefgebied. Ook kan het voortplantingssucces negatief worden beïnvloed. Van veel dieren is echter niet goed bekend wat de effecten zijn van geluid. Voor de stad geldt dat de daar levende dieren al in enige mate tolerant zijn voor omgevingsgeluid en daar hun gedrag op hebben aangepast. Ook leven in de stad minder verstoringsgevoelige soorten.

Toch zullen dieren hinder ondervinden van geluidsbronnen, zowel in de stad als het buitengebied. De regels en ambities ten aanzien van geluid die voor mensen gelden, hebben meestal slechts beperkt effect op dieren. Het gaat bijvoorbeeld om afstanden van functies (wonen, werken) tot permanente geluidsbronnen of fysieke aanpassing aan gebouwen. Afstandscriteria voor groen langs infrastructuur zijn in deze beleidsnota niet aan de orde. Wel geldt dat brongerichte maatregelen, waaronder toepassing van stil asfalt of snelheidsverlaging, ook voor dieren effectief zijn. Daarnaast kunnen bepaalde ambities voor geluid gewenst zijn in en rond de natuurgebieden in de stad.

Beleidsnota Geluid en Trillingen

8/65

De Omgevingswet draagt gemeenten op om expliciet en vroegtijdig gezondheid te betrekken bij ruimtelijke planvorming en beslissingen. Bijvoorbeeld door: 

rekening te houden met gezondheid bij de toedeling van functies;

de mogelijkheid om lokaal lagere waarden dan de grenswaarde(n) te hanteren;

vergunningen te weigeren vanwege ernstige gezondheidsrisico’s.

Kader Met de invoering van de Omgevingswet is voor het beleidsveld Geluid veel veranderd. De landelijke wettelijke geluidregels zijn flink gewijzigd. Daarnaast vraagt de Omgevingswet om een andere kijk en werkwijze. Voor Trillingen zijn de wijzigingen beperkter; er zijn enkele beleidsvrijheden. Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat instructieregels voor gemeenten, provincies en waterschappen. De instructieregels zijn de normen en bijbehorende regels die gelden voor bestuursorganen bij het vaststellen van programma's, omgevingsplannen, omgevingsverordeningen en projectbesluiten. Het bevat onder meer normen en regels voor geluid, trillingen en geur van activiteiten, omgevingsveiligheid en erfgoed. Deze regels geven duidelijk aan welke afwegingsruimte de bestuursorganen hebben. Zo wordt het voor gemeenten beter mogelijk om rekening te houden met verschillen tussen gebieden en om de beschikbare ruimte op een evenwichtige manier te verdelen. Sommige instructieregels zijn dwingend: daaraan moet worden voldaan. Maar er zijn ook veel regels waar beleidsvrijheid voor geldt (bijvoorbeeld de zogeheten ‘kan’-bepalingen). Een omgevingsvisie geeft de onderbouwing voor de wijze waarop deze regels worden ingevuld.

Voor een deel van de regels is voor een overgangstermijn voorzien door middel van een tijdelijke set regels (de ‘Bruidsschat’) totdat er regels in het omgevingsplan zijn opgenomen. Elke gemeente maakt een omgevingsvisie waarin de strategische hoofdkeuzen van het beleid voor de lange termijn voor de (fysieke) leefomgeving staan beschreven. Bij het maken van deze visie staat de vraag centraal “Wat voor stad willen we zijn?”. We streven naar een gezond evenwicht tussen rust, ruis en reuring in Utrecht. In bijlage 1 wordt de werking van de Omgevingswet in relatie tot geluid nader toegelicht. De Utrechtse omgevingsvisie bestaat uit drie delen: 

De koers: de stip op de horizon voor de langere termijn;

Het thematisch beleid: het beleid over een bepaald onderwerp, bijvoorbeeld groen, parkeren of geluid. Dit is beleid dat in de hele gemeente geldt;

Het gebiedsbeleid: beleid dat alleen in een bepaald deel van de stad geldt.

Relatie Beleidsnota en Omgevingswet Deze “Beleidsnota Geluid en Trillingen voor de bestaande stad en nieuwe ontwikkelingen” is een thematisch onderdeel van de omgevingsvisie en maakt deel uit van de Omgevingsvisie Utrecht (2021). De nota gaat over het beheersen en voorkomen van geluid- en trillinghinder in de bestaande stad en bij Beleidsnota Geluid en Trillingen

9/65

nieuwe ontwikkelingen middels omgevingsplannen, vergunningverlening en de aanleg en reconstructie van wegen. Juist door vooraf het kader voor gezondheid aan te geven en helder te maken wanneer dit relevant is, kunnen motiveringsverplichtingen bij concrete besluiten worden beperkt. De nota is bedoeld om daarmee te worden toegepast bij het wijzigen van het omgevingsplan, het verlenen van vergunningen en het opstellen van maatwerkvoorschriften. Er hoeft dan niet bij elk individueel besluit apart een afweging te worden gemaakt; die afweging heeft al plaatsgevonden in deze Beleidsnota.

Relatie Beleidsnota en Omgevingsplan Een gemeente heeft op 1 januari 2023 een (Tijdelijk) Omgevingsplan van rechtswege dat bestaat uit de bestemmingsplannen, lokale verordeningen en de bruidsschat. Uiterlijk op 31 december 2031 moet het Tijdelijke Omgevingsplan vervangen zijn door een Definitief Omgevingsplan waarbij alle instructieregels op een juiste wijze moeten zijn verwerkt. De gemeente zal tot die periode gefaseerd het Omgevingsplan wijzigen. In deze beleidsnota Geluid en trillingen zijn kaders opgenomen die integraal kunnen of zelfs moeten worden opgenomen in het Omgevingsplan van de gemeente. Indien de gemeente vanuit het Rijk een keuze heeft om een beleidskader als juridische regel in het Omgevingsplan op te nemen, zal deze keuze onderdeel zijn van een integrale afweging tussen alle inhoudelijke beleidsregels die de gemeente kan opnemen in het Omgevingsplan. Een kaderstellende uitspraak uit de beleidsnota geluid en trillingen hoeft dus niet 1-op-1 worden overgenomen in het Omgevingsplan, tenminste als het om het om een gemeentelijke beleidsvrijheid gaat.

Relatie Beleidsnota en Omgevingsprogramma Een omgevingsprogramma (genaamd uitvoeringsprogramma in Utrecht) bevat de concrete uitwerking van beleid over de fysieke leefomgeving. Een zogenaamd ‘onverplicht programma’ kan zich richten op beleidsontwikkeling, beleidsdoorwerking en/of uitvoering voor een aspect of gebied. Het kan een nadere detaillering bevatten van de meer algemene beleidsuitspraken van de omgevingsvisie (en onderliggende beleidsnota’s). In een uitvoeringsprogramma vinden geen nieuwe beleidsmatige keuzes plaats. Er zijn ook verplichte omgevingsprogramma’s. Zo wordt het vanuit de Europese Unie vereiste actieplan geluid onder de Omgevingswet gezien als een verplicht omgevingsprogramma. In deze beleidsnota zijn beleidsaspecten opgenomen die vervolgens nader gespecificeerd c.q. geduid worden in een omgevingsprogramma geluid en trillingen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een technische omschrijvingen zoals “welke afmetingen heeft een luwe gevel”, “welke bouwkundige maatregelen mogen worden toegepast bij een niet geluidgevoelige gevel”. In dit programma wordt daarnaast ook het Actieplan geluid meegenomen dat ziet op de bestaande geluidskwaliteit van de stad én wordt aandacht geschonken aan het visueel in beeld brengen van de geluidskwaliteiten (bijv. stille gebieden). Dit programma wordt opgesteld in 2024. Beleidsnota Geluid en Trillingen

10/65

Europese milieubeginselen Bij de opstelling van een omgevingsvisie dient op grond van art. 3.3. Omgevingswet rekening worden gehouden met de (Europese) milieubeginselen. Deze beginselen zijn afkomstig uit het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU).Het betreft het voorzorgsbeginsel, het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt. Het opstellen van deze beleidsnota vindt zijn grondslag in de gezondheidsbescherming van bewoners en gebruikers van de stad tegen blootstelling aan geluid. Door regels te stellen aan de beheersing van geluid ten faveure van de gezondheidsbescherming wordt invulling gegeven aan het voorzorgbeginsel. De regels zijn mede gekoppeld aan planologische besluiten waarmee invulling is gegeven aan het beginsel van preventief handelen. Het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden is verankerd in de beleidsnota. Bronmaatregelen behoren tot de maatregelen die als eerste overwogen en onderzocht moeten worden. Verder zal veelal degene die activiteiten verricht, bijvoorbeeld planvorming, verantwoordelijk zijn voor het voorkomen, beperken en zo nodig ongedaan maken van nadelige gevolgen van die activiteiten. Hiermee wordt invulling gegeven aan het beginsel de vervuiler betaalt.

Financiën en verantwoording Het opstellen en uitwerken van de ambities die zijn opgenomen in de Beleidsnota Geluid en trillingen worden binnen de huidige capaciteit (circa 6 FTE) uitgevoerd en gedekt uit het programma Duurzaamheid, onderdeel gezonde, stille en veilige leefomgeving. Vanaf 2024 is dit onderdeel van het programma Aantrekkelijke en Groene Leefomgeving. Deze Beleidsnota heeft daarmee geen directe financiële consequenties. Het uitvoeren van de doelstellingen uit de beleidsnota is gericht op een evenwichtige afweging tussen verschillende functies in stad. Specifieke advisering hierover wordt gedekt uit de projecten/gebiedsontwikkelingen. Dit kan in bepaalde gevallen leiden tot benodigde keuzes in planvorming die in enkele gevallen mogelijk extra kosten met zich meebrengen voor bedrijven ontwikkelaars of de gemeente (bij door de gemeente betaalde projecten). Het kan bijvoorbeeld gaan om een extra hoog dicht balkonscherm voor een geluidluwe gevel. De omvang van deze kosten hangt af van de specifieke situatie en zijn nu daarom nog niet te bepalen en worden gedekt uit de projecten. In de raadsbrief van 25 oktober 2023, met kenmerk 11663500 zijn de potentiële financiële gevolgen voor woningen in beeld gebracht. In Utrecht komen veel functies samen en kan sprake zijn van een hogere geluidsbelasting dan wenselijk voor de gezondheid.

Utrecht stelt eisen aan bouwen op dit type locaties. In principe betreffen deze geluidseisen van de gemeente geen bovenwettelijke eis, maar een voorwaardelijke afwijking van de landelijke normering (standaardwaarde) die wordt mogelijk gemaakt op basis van geboden beleidsruimte. Daardoor kan je op meer plekken bouwen, maar zijn daar wel voorwaarden aan gesteld die kunnen leiden tot technische aanpassingen, welke een financieel effect kunnen hebben (maar beter is om het ontwerp zo te maken dat dit niet nodig is; hetgeen in Utrecht de Beleidsnota Geluid en Trillingen

11/65

afgelopen 40 jaar veelal is gelukt). In specifieke projecten kunnen deze eisen van invloed zijn op bijvoorbeeld de mogelijkheid om buitenruimtes te maken aan een bepaalde zijde van een gebouw. De financiële impact voor een woning die gerealiseerd wordt boven de standaardwaarde wordt op minder dan 5% van de totale kosten geraamd. De totale kosten op planniveau zijn nog lager omdat veelal niet alle woningen boven de standaardwaarde worden gerealiseerd. Deze extra kosten worden gedekt uit de projecten zelf. De uitwerking van de Beleidsnota geluid en trillingen wordt binnen de huidige ambtelijke capaciteit uitgevoerd, zoals begroot in de programmabegroting. Verantwoording wordt afgelegd via de Begrotingscyclus. In de Programmabegroting is een indicator opgenomen waarmee de effecten van het beleid gemonitord kunnen worden: “Het percentage inwoners dat vaak overlast van lawaai ervaart”.

Leeswijzer In het eerste hoofdstuk staat het geluidbeleid beschreven dat wordt toegepast bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, zoals het bouwen van nieuwe woningen of het aanleggen of wijzigen van een weg. In het tweede hoofdstuk staat beschreven hoe we in Utrecht omgaan met het geluid van ‘activiteiten’ zoals bedrijven. De eerste twee hoofdstukken vormen samen de basis voor de toedeling van functies aan locaties. De Europese verplichting voor het maken van geluidkaarten en actieplannen en de monitoringsverplichting wordt behandeld in hoofdstuk drie. Hoofdstuk vier is gewijd aan het aspect trillingen en hoe we daarmee omgaan bij het bouwen van nieuwe woningen nabij spoor- en tramlijnen. Verder behandelt dit hoofdstuk trillingen van activiteiten van bedrijven en bouw- en sloopactiviteiten. De getallen in deze beleidsnota betreffen waarden in Lden tenzij expliciet anders aangegeven. Dit gebeurt dan door toevoeging van een (A) of in bewoording zoals etmaalwaarde. Bijlagen: Omgevingswet; wat betekent het voor ons, welke instrumenten en welke regels zijn er. Evaluatie en resultaten van participatietraject Overzicht van overig en voorgaand beleid.

Beleidsnota Geluid en Trillingen

12/65

Geluid bij ruimtelijke ontwikkelingen in Utrecht We bouwen steeds verder aan de stad; er is het komende decennium behoefte aan nieuwe woningen, scholen en gebouwen voor gezondheidszorg. Het bouwen op locaties die geluidbelast zijn door wegen, spoorlijnen of industrieterreinen is daarbij vaak onontkoombaar; soms tot aan de maximale grenzen die de Omgevingswet biedt. Door aanvullend op de standaard- en grenswaarden van de wet extra eisen te stellen, kan toch een acceptabel akoestisch woon- en leefklimaat worden geboden. Gezondheid en leefbaarheid zijn de belangrijkste voorwaarden bij het bieden van ruimte voor groei van de stad.

1.1.

Aanvaardbaarheid

Het voorkómen van nieuwe ongewenste geluidsituaties is de kern van het Utrechtse geluidbeleid. Het herstel van knelpunten naderhand is bijzonder lastig. De aanvaardbaarheid van het geluid is in ieder geval gegarandeerd als wordt voldaan aan de wettelijke standaardwaarde (zie bijlage 1 Beschrijving Omgevingswet) of wanneer er geen toename van het geluid is als gevolg van een wijziging. In deze nota worden er grenzen gesteld aan het geluid per bronsoort. Bij de aanvaardbaarheid moet ook ingegaan worden op het gecumuleerde geluid. In nieuwe situaties moeten bij geluidbelastingen boven de standaardwaarde of bij een wijziging van een weg als er sprake is van een toename boven de standaardwaarde, geluidbeperkende maatregelen worden onderzocht. Geluidbeperkende maatregelen worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en er geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan.

1.2.

Grenswaarden nieuwe geluidgevoelige functies

De wet kent de begrippen standaardwaarde, als zijnde de geluidbelasting die zonder meer aanvaardbaar is, en de (landelijke) grenswaarde, als zijnde de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting na afweging. In deze nota voegen we daar een ambitiewaarde en een Utrechtse-grenswaarde aan toe. De ambitiewaarde is de waarde die vanuit het oogpunt van gezondheid bij voorkeur niet wordt overschreden bij nieuwe ontwikkelingen. Bij het toedelen van functies aan locaties zal er naar gestreefd moeten worden om deze waarde niet te overschrijden. De Utrechtse-grenswaarde is een lokale aanscherping van de (landelijke) grenswaarde vanuit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) ten behoeve van gezondheid en indien nodig beweegruimte voor infrastructuur. Dit omdat er nog ruimte is tussen de Utrechtse-grenswaarde en de (landelijke) grenswaarde. Ambitiewaarde 

Vanuit gezondheidsoogpunt willen we geen nieuwe geluidsgevoelige functies boven de 63 dB per geluidbronsoort. We passen de ambitiewaarde van 63 dB toe (heeft alleen effect wanneer de

Beleidsnota Geluid en Trillingen

13/65

grenswaarde voor de geluidbronsoort hoger is dan 63 dB) bij het toedelen van nieuwe functies aan locaties; 

Overschrijding van de ambitiewaarde staan we alleen toe wanneer hiervoor zwaarwegende belangen kunnen worden aangereikt of wanneer het plan leidt tot een verbetering van de akoestische situatie ter plaatse (bijvoorbeeld doordat een bouwplan fungeert als een relevante afscherming voor een groot aantal andere woningen).

Grenswaarden 

Er geldt een Utrechtse-grenswaarde, in plaats van de landelijke grenswaarde van 70 dB, voor het gemeentelijk wegverkeer bij het toelaten van nieuwe geluidgevoelige functies, te weten:

o

63 dB in de uitleggebieden zoals Leidsche Rijn en Vleuterweide;

o

68 dB voor de rest van de stad;

Voor de overige geluidbronnen (rail, industrie, rijks- en provinciale wegen) gelden de (landelijke) grenswaarden;

Niet geluidgevoelige gevels (zowel “dove gevels” als gevels met bouwkundige voorzieningen) zijn voor woningen toepasbaar vanaf de (Utrechtse) grenswaarde mits: o

Het woningen betreft waarbij elke verblijfsruimte waarbij dit wordt toegepast (ook) een te openen deel heeft in een gevel onder de (Utrechtse) grenswaarde én;

o

Wordt voldaan aan de voorwaarden zoals gesteld in paragraaf 1.4, waaronder onder andere: 

Tenminste 50% van de verblijfsruimten of het verblijfsoppervlak van de woning aan de luwe zijde liggen;

Tenminste één buitenruimte van de woning aan een gevel ligt waar het geluid niet meer is dan 5 dB boven de standaardwaarde.

Niet geluidgevoelige gevels zijn voor andere geluidsgevoelige functies dan woningen ook toepasbaar, uitgezonderd voor woonboten en woonwagens.

In het omgevingsprogramma geluid en trillingen zal in aanvulling op het bovenstaande voor de toepasbaarheid bij eenzijdige woningen van een niet geluidgevoelige gevel met bouwkundige voorzieningen, zoals bedoeld in artikel 5.78 lid 1 onder b in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), aangegeven worden welke maatregelen in Utrecht toegepast kunnen worden. Dit om bij voldoende geluidsreductie een geluidluwe gevel, zoals bedoeld in paragraaf 1.4, te realiseren. Opgemerkt wordt dat ten behoeve van de aanleg en of wijziging van wegen separate grenswaarden gelden. Deze zijn opgenomen in 1.6.

1.3.

Realistisch maatregelenonderzoek

Bij het plannen van nieuwe geluidgevoelige objecten en bij de aanleg of wijziging van wegen vindt akoestisch onderzoek plaats. Daarbij moet worden gezocht naar maatregelen die er toe leiden dat het geluid voor zo veel mogelijk gevels onder de standaardwaarde blijft en voor de gevels waarbij dat niet kan de overschrijding van de standaardwaarde zo veel mogelijk wordt beperkt. De kosten voor maatregelen zijn voor rekening van de initiatiefnemer van een plan. Beleidsnota Geluid en Trillingen

14/65

Allereerst moet worden gekeken naar het ontwerp zelf: locatie/vorm bouwblokken, plaats geluidgevoelige bestemmingen/oriëntatie, indeling plan. Wanneer er toch nog andere maatregelen nodig zijn, hanteren we een voorkeursvolgorde zoals in afbeelding 1 is weergegeven: eerst bronmaatregelen en dan pas overdrachtsmaatregelen onderzoeken.

Afbeelding 1: Voorkeursvolgorde bronmaatregelen – overdrachtsmaatregelen

Bronmaatregelen Bronmaatregelen behoren bij alle geluidbronsoorten tot de maatregelen die als eerste overwogen en onderzocht moeten worden. Tot de bronmaatregelen bij (gemeentelijk) wegverkeer behoort de aanleg van een geluidreducerend wegdek (“stil asfalt”). Geluidreducerend wegdek is in bepaalde situaties niet realistisch omdat het dan te snel kapot gaat. Bijvoorbeeld bij scherpe bochten of bushaltes. Via de Beslisboom toepassing geluidreducerend asfalt (bijlage bij raadsbrief 18 december 20171) kan bij onderhoud en nieuwe situaties een afweging tussen verschillende types asfalt worden gemaakt. Een verlaging van de snelheid van 50 naar 30 km/u is een bronmaatregel die goed aansluit bij de ambitie van het Mobiliteitsplan Utrecht 2040.

1

Deze beslisboom zal moeten worden geactualiseerd. Na actualisatie zal hiervan uitgegaan dienen te worden. Beleidsnota Geluid en Trillingen

15/65

Afbeelding 2: Aanleg asfalt

Overdrachtsmaatregelen Geluidschermen of -wallen zijn alleen mogelijk als er voldoende ruimte is tussen de bron en de woningen (veelal alleen bij het hoofdverkeerswegennet en bij spoorlijnen). In principe worden schermen alleen langs hoofdinfrastructuur geplaatst. Andere overdrachtsmaatregelen, zoals het aanleggen van groenstroken met een geluidabsorberende bodem worden in voorkomende gevallen onderzocht (zie voorbeeld afbeelding 3).

Afbeelding 3: Groenstrook met geluidabsorberende bodem

Beleidsnota Geluid en Trillingen

16/65

1.4.

Geluidluwe gevel en buitenruimte

Een geluidluwe gevel is een gevel die ten opzichte van de andere gevels van een geluidgevoelig gebouw relatief weinig wordt belast door geluid (zie afbeelding 4). Bij een geluidluwe gevel kan een raam open zonder direct de herrie binnen te krijgen. Uit onderzoek is gebleken dat een geluidluwe gevel leidt tot een lager percentage (ernstige) geluidhinder en kan daarom als gezondheidskundige compensatiemaatregel worden gezien. (Zie bijvoorbeeld RIVM-onderzoek De invloed van een stille zijde bij woningen op gezondheid en welbevinden.) Het is daarom belangrijk dat dit aspect al in het begin van de planvorming wordt betrokken.

Afbeelding 4: Geluidluwe zijde als waardevolle kwaliteit van een woning

In de meest ideale situatie wordt een geluidluwe gevel gecreëerd aan een van de geluidbron afgekeerde zijde. Als het creëren van een luwe zijde op deze wijze niet mogelijk is, kan door middel van een bouwkundige constructie – vaak een loggia of balkon met afscherming – toch een significant deel van een gevel worden afgeschermd, waardoor er functioneel een geluidluwe gevel ontstaat. Kleine woningen zonder verplichte buitenruimte vanuit Besluit bouwwerken leefomgeving (Bkl) – vaak in het sociale segment – kunnen dan ook niet zomaar als eenzijdig georiënteerde woningen worden gebouwd langs drukke verkeersinfra. Het is makkelijker om de doelen te bereiken wanneer in de hoog belaste buitenranden grotere (duurdere) woningen met een luwe achterzijde worden gerealiseerd. In de rustige middengebieden is dan meer ruimte voor sociale en betaalbare kleine woningen. Dit sluit ook aan bij de ambitie ‘gezond stedelijk leven voor iedereen’ waarmee we streven naar een eerlijke verdeling van de verschillende soorten woningen (sociale huur, middenhuur, koop) ten opzichte van de milieubelasting. Waarden, voorwaarden en eisen geluidluwe gevel De volgende regels en voorwaarden met betrekking tot een geluidluwe gevel gelden in Utrecht: 

Elke nieuwe woning moet een geluidluwe zijde krijgen;

Een gevel is luw als deze voor alle bronsoorten voldoet aan de standaardwaarde;

Minimaal 30% van de verblijfsruimten of het verblijfsoppervlak is aan de luwe zijde gelegen.

Bij toepassing van dove gevels of gevels met bouwkundige maatregelen boven de reguliere grenswaarde dient 50% van de verblijfsruimten of het verblijfsoppervlak aan de luwe zijde te liggen;

In aansluiting op de Ruimtelijke Strategie Utrecht stellen we dat aan de luwe zijde bij voorkeur de slaapkamers zijn gelegen;

Bij onzelfstandige studentenwoningen en kleine woningen (<30 m2) (die conform het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bkl) geen buitenruimte hoeven te hebben) kan het soms lastig zijn om een luwe gevel te realiseren. Toch streven we hier wel naar. Als er echter zwaarwegende

Beleidsnota Geluid en Trillingen

17/65

bezwaren bestaan vanuit stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard én er sprake is van een evenwichtige toedeling van deze woningen over het plangebied, mag hiervan worden afgeweken. Dit is ook een overgangsregel voor plannen waar reeds een SPvE of bouwenvelop is vastgesteld voor de vaststelling van deze beleidsnota. Wel geldt altijd dat op gebouwniveau tenminste 50% van de wooneenheden is gesitueerd aan een gevel waar het geluid maximaal 5 dB boven de standaardwaarde is. 

Een suskast-achtige constructie voor een raam die alleen geluidarm ventileren mogelijk maakt, wordt door ons niet gezien als geluidluwe gevel.

Een buitenruimte kan, eventueel inclusief lokale afscherming, een instrument zijn om een luwe gevel te bewerkstelligen. Hiervoor gelden de volgende eisen: 

Als de woning beschikt over een individuele buitenruimte dan ligt deze bij voorkeur aan de luwe zijde; het geluid is niet meer dan 5 dB boven de standaardwaarde. Als er meerdere buitenruimten zijn dan geldt deze eis voor één van de buitenruimten;

Op hoog belaste locaties mag ook een volledig afsluitbare buitenruimte (balkon of loggia) worden toegepast om een luwe gevel te creëren. In geopende toestand dient hier nog wel een minimumkwaliteit van maximaal 5 dB boven de standaardwaarde te worden aangehouden, wat aansluit bij de eis voor buitenruimten;

Woningen die kleiner zijn dan 50 m2 hoeven vanuit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) geen individuele buitenruimte te hebben maar kennen wel eisen met betrekking tot het hebben van een gemeenschappelijke buitenruimte. De eis voor het geluid in die buitenruimte bedraagt maximaal 5 dB boven de standaardwaarden.

1.5.

Vervangende nieuwbouw en transformatie

Bij vervangende nieuwbouw kan gedacht worden aan situaties waarin bestaande woningen op locaties met veel geluid worden vervangen door nieuwe woningen die bouwkundig van betere kwaliteit zijn. Bij het beoordelen van dergelijke projecten staat een afname van de hinder voorop en worden eventuele belemmeringen voor (toekomstige aanpassing van) de infrastructuur meegewogen. Bij transformatie/functiewijziging van kantoren en andere leegstaande gebouwen is sprake van een nieuwe woonfunctie of andere geluidgevoelige functie in een bestaand gebouw. 

We streven bij vervangende nieuwbouw en transformatie dezelfde (Utrechtse) grenswaarden als bij nieuwbouw;

1.6.

De eis voor een luwe gevel wordt opgehoogd met 5 dB ten opzichte van nieuwe woningen.

Aanleg of wijziging van een weg

De aanleg of wijziging van een weg kan leiden tot een toename van het geluid. Binnen het wettelijke stelsel is geborgd dat de daarvoor benodigde verkeersbesluiten moeten worden getoetst aan de geldende normen. Fysieke wijzigingen aan een weg waarvoor geen verkeersbesluit benodigd is, maar die wel kunnen leiden tot meer geluid, moeten conform de wet ook tegen het licht worden gehouden. Het Mobiliteitsplan Utrecht 2040 sluit aan bij deze wettelijke verplichte aandacht voor geluid. Beleidsnota Geluid en Trillingen

18/65

De ambitiewaarde vanuit gezondheid van 63 dB wordt, bij voorkeur, niet overschreden;

De Utrechtse grenswaarde ter plaatse van woningen langs een nieuw aan te leggen weg is gelijk aan die voor nieuwe woningen;

Bij een wijziging van een bestaande weg kan de wettelijke grenswaarde van 70 dB soms noodzakelijk zijn;

De aanvaarbaarheid van het gecumuleerde geluid wordt beoordeeld als ook ten gevolge van andere geluidbronsoorten de standaardwaarde wordt overschreden;

Indirecte effecten (bijvoorbeeld verdringing van verkeer naar andere wegen) in een groter gebied worden onderzocht en getoetst aan wettelijke normen. Hetzelfde geldt voor akoestisch relevante fysieke wijzigingen in de omgeving, bijvoorbeeld de sloop van een geluid afschermend gebouw;

Het geluid wordt door het treffen van maatregelen zoveel mogelijk beperkt.

Afbeelding 5: Verkeer op een druk kruispunt veroorzaakt geluid

De wijziging van wegen en spoorwegen vindt vaak plaats binnen de kaders van het omgevingsplan, maar kan toch aanzienlijke gevolgen hebben voor geluid. In de Wet geluidhinder was bepaald dat zo’n wijziging moest worden aangemerkt als een «reconstructie van een weg, waarbij pas bij concrete planuitwerking getoetst moest worden aan de geluidnormen. Onder de Omgevingswet is hierin niet automatisch voorzien. Hiervoor moet in het omgevingsplan een toetsmoment worden gecreëerd en dan zijn de regels van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) van toepassing op alle wijzigingen en aanleg van wegen en lokale spoorwegen én niet alleen die samenvallen met een wijziging van het omgevingsplan. We gaan daarom in het omgevingsplan vastleggen dat voor het wijzigen van een weg of een lokale spoorweg een Beleidsnota Geluid en Trillingen

19/65

omgevingsvergunning gevraagd moet worden, waardoor het een binnenplanse omgevingsplanactiviteit is. Bij de verlening van die omgevingsvergunning wordt dan weer getoetst aan het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

1.7.

Lokaal spoor

Tramlijnen (zoals naar Nieuwegein/IJsselstein en Utrecht Sciencepark, zie afbeelding 6) vallen conform de Omgevingswet onder de geluidbronsoort ‘lokaal spoor’ en hebben dezelfde grenswaarden als hoofdspoorlijnen. De wet biedt echter ook de mogelijkheid om het geluid samen te nemen met de naastgelegen gemeentelijke wegen en te toetsen als gemeentelijke weg. De reden hiervoor is dat tramlijnen vaak parallel lopen aan wegen, waardoor het ervaren wordt als één geluidbron. In Utrecht is dit op de meeste plaatsen het geval (vaker wel dan niet), daarom maken we gebruik van deze mogelijkheid om het geluid van lokaal spoor samen te nemen met dat van het (lokale) wegverkeer. Bovenstaande keuze heeft doorwerking in elke toepassing van de geluidregels. Dit geldt ook voor eventuele nieuwe tram- of metrolijnen.

Afbeelding 6: Lokaal spoor, tramlijnen in Utrecht Beleidsnota Geluid en Trillingen

20/65

1.8.

Doorgeschoven toetsing

Bij een globaal omgevingsplan (omgevingsplan op hoofdlijnen) is de locatie van de verschillende functies in het gebied alleen op hoofdlijnen aangegeven. Op het moment van vaststellen is bijvoorbeeld nog geen gedetailleerde informatie beschikbaar over de situering van geluid- of trillinggevoelige gebouwen of over het geluid door activiteiten. Die informatie komt pas beschikbaar als plannen concreet worden uitgewerkt tot het niveau waarop vergunningen kunnen worden aangevraagd. Datzelfde geldt voor gemeentewegen, als een relatief breed gebied een functie voor verkeersdoeleinden heeft. Dan is op het moment van de functietoedeling niet bekend waar de rijstroken exact komen te liggen. Voor geluid is dat natuurlijk wel van belang, zeker als geluidbeperkende maatregelen getroffen moeten worden. Door het ontbreken van voldoende gedetailleerde informatie kan bij de voorbereiding van een globaal omgevingsplan niet worden getoetst aan de geluidnormen. Het instrument omgevingsplan biedt daarvoor een oplossing, door in het omgevingsplan te bepalen dat de benodigde geluid- en trillingentoetsen moeten worden uitgevoerd op het moment waarop wel voldoende gegevens beschikbaar zijn (doorgeschoven toetsing). Dat moment moet een concreet besluitmoment zijn.

Om die reden gaan we de toetsing in het omgevingsplan onder een binnenplanse omgevingsplanactiviteit brengen zodat deze toetsing doorgeschoven kan worden naar de omgevingsvergunningsfase. Het doorschuiven in de tijd van het toetsen aan geluid- en trillingregels betekent overigens niet dat bij de voorbereiding van het omgevingsplan helemaal geen aandacht aan geluid of trillingen hoeft te worden besteed. De uitvoerbaarheid van het omgevingsplan moet altijd en dus ook vanuit het perspectief van geluid en trillingen aannemelijk worden gemaakt. Het onderzoek dat aantoont dat het plan uitvoerbaar is kan globaal zijn.

1.9.

Tijdelijk wonen, woningsplitsing en omzetting

Voor tijdelijke situaties gelden vaak geen waarden voor geluid. Wel zal een beoordeling van de aanvaardbaarheid plaats moeten vinden. Flexwonen Voor tijdelijke situaties die niet meer dan tien jaar duren, hoeft op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) niet te worden voldaan aan de waarden voor geluid (voor het geluid ín de woning geldt veelal een 10 dB lagere grenswaarde). Ondanks dat hebben we de ambitie aangegeven in Gezondheid voor iedereen om in Utrecht iedereen gelijke kansen te bieden op gezond stedelijk leven en gelijke gezondheidsbescherming. Het belang om de acute woningnood op te lossen wegen we af tegen het belang van een goede gezondheidsbescherming. De volgende maatregelen, die bijdragen aan gezondheidsbescherming, worden daarbij onderzocht en nagestreefd: 

Een geluidluwe zijde;

Slaapkamer aan de geluidluwe zijde;

Een geluidluwe buitenruimte;

Een acceptabel binnenniveau van bij voorkeur 33 dB (maximaal 38 dB);

Een woonduur van, bij voorkeur, maximaal 5 jaar;

Beleidsnota Geluid en Trillingen

21/65

Ventilatie die minimaal voldoet aan de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bkl) ten aanzien van ventilatiegeluid en luchtverversing.

Short stay Een short stay woning wordt vaak gebruikt door expats of buitenlandse studenten. Juridisch gezien is short stay een logiesfuncties en is daarmee niet geluidgevoelig. Het beleid ten aanzien van short stay staat weergegeven in het Beleid tijdelijk verblijf (short stay) en bijstelling hotels. Bij het toedelen van nieuwe short stay-functies vindt een afweging plaats van de hoeveelheid geluid. Het heeft onze voorkeur om geen short stay te realiseren boven de wettelijke grenswaarde. Wanneer een gewone woning mogelijk is op de locatie, dan heeft dat de voorkeur. Short stay is een goede keuze als er bijvoorbeeld geen luwe gevel kan worden gemaakt (en de functie wonen niet kan). Woningsplitsing en omzetting In de Utrechtse woningvoorraad is schaarste in alle categorieën. Er zijn om die reden veel initiatieven voor het splitsen en omzetten (kamergewijze verhuur) van woningen hetgeen de druk op de woningmarkt kan verlichten. Dit omzetten kan effect hebben op de leefbaarheid en wordt daarom getoetst vanuit het oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor het uitvoeren van de leefbaarheidstoets is een ambtelijke commissie ingesteld die controleert of de omzetting van het desbetreffende huis zo min mogelijk overlast veroorzaakt.

De gemeente Utrecht heeft hiervoor de Beleidsregel Wijziging samenstelling van de woonruimtevoorraad (woningsplitsen en omzetten). Hierin staan onder meer regels opgenomen met betrekking tot de geluidisolatie tussen de woningen waardoor dezelfde kwaliteit wordt verkregen als bij nieuwbouwwoningen. Voor deze woningen geldt net als bij transformatie een 5 dB soepelere waarde met betrekking tot een luwe gevel. Voor onzelfstandige studentenwoningen geldt daarnaast de eis dat minimaal 50% van de wooneenheden aan de luwe zijde zijn gelegen. Mantelzorgwoningen Ook voor mantelzorgwoningen gelden op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) geen waarden voor geluid. Deze woningen zijn, behalve het ontbreken van een maximale tijdsduur van afwijken, niet onderscheidend van flexwonen. In het kader van eventuele afwegingen zal daarom bij dat kader worden aangesloten (uitgezonderd woonduur).

1.10.

Scheepvaartlawaai

Scheepvaartlawaai valt niet onder de Omgevingswet. Er bestaan voor scheepvaartlawaai geen waarden die gelden ter plaatse van woningen of andere geluidgevoelige functies langs een scheepvaartroute. Wel zijn er emissienormen; dus eisen voor de geluidproductie van de schepen. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het gewenst dat een goed beeld van de totale gecumuleerde geluidsituatie wordt verkregen. Indien relevant moet dan ook het aspect scheepvaartlawaai nader worden onderzocht. Hieronder wordt beschreven hoe we daar in de gemeente Utrecht mee om zullen gaan. Beleidsnota Geluid en Trillingen

22/65

We houden een standaardwaarde aan tussen die van weg- en railverkeer (respectievelijk 53 en 55 dB) hetgeen uitkomt op 54 dB;

Als Utrechtse-grenswaarde hanteren we de ambitiewaarde vanuit het volksgezondheidsbeleid van 63 dB;

Boven de standaardwaarde is als aanvullende compenserende maatregel een luwe gevel nodig;

Bij de uitwerking van de gevelisolatie wordt rekening gehouden met (het spectrum van) scheepvaartlawaai (vanwege vrij lage frequenties);

Deze bovenwettelijke normen krijgen een plek in het omgevingsplan.

Beleidsnota Geluid en Trillingen

23/65

Geluid door activiteiten in Utrecht 2.1.

Beleid onder Omgevingswet

Een gemeente kan andere geluidwaarden voor bedrijven opnemen dan de standaardwaarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Wanneer een omgeving bijvoorbeeld heel rustig is kunnen lagere waarden worden opgenomen in het omgevingsplan. Geluidoverlast bestaat in vele vormen maar in de wetgeving is niet altijd even gedetailleerd vormgegeven hoe we daarmee om moeten gaan. In Utrecht kennen we sinds jaren verschillende verordeningen en regels die een en ander nader specificeren en die we beleidsmatig voortzetten. De wijze waarop de toelating van nieuwe geluidgevoelige functies door geluid van activiteiten zal worden afgewogen is onderdeel van de opstelling van het omgevingsplan. Er zijn ook zaken die wettelijk niet zijn geregeld (of zelfs specifiek zijn uitgezonderd) en wel tot overlast kunnen leiden. Aan de andere kant zijn er geluiden die bij een (drukke) stad horen en die we daarom niet regelen of inperken. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet dit alles wel worden afgewogen. Om dit goed te kunnen motiveren hebben we voor verschillende zaken nadere regels opgesteld. Deze worden in paragraaf 2.4 behandeld.

2.2.

Geluid van bedrijven

Het bestaande beleid met betrekking tot de bescherming van woningen in rustige gebieden wordt voortgezet. In plaats van richtwaarden die bij maatwerk of vergunningverlening worden toegepast, worden grenswaarden in het omgevingsplan vastgelegd. Hierdoor is het niet nodig om voor elk individueel bedrijf een procedure te voeren en kan er sneller worden ingegrepen in geval van overlast. 

Bedrijven moeten ter plaatse van woningen in rustige woonwijken aan 5 dB lagere geluidnormen voldoen dan de standaardwaarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Voor stille hofjes geldt een 10 dB lagere grenswaarde dan de standaardwaarde;

Aan bedrijven die aantoonbaar vanuit kosten- of technische overwegingen niet aan de aangescherpte normen kunnen voldoen, kan met maatwerk een hogere geluidgrens worden toegekend;

Aan de voorkant van woningen langs drukkere wegen en in centrumgebieden blijven de standaardwaarden van kracht;

Op bedrijventerreinen gelden 5 dB ruimere normen ter plaatse van (bedrijfs)woningen.

Wat we beschouwen als stil of rustig versus druk wordt op een kaart aangegeven en verder uitgewerkt in het omgevingsprogramma geluid en trillingen en via maatwerkregels vastgelegd in het omgevingsplan. We sluiten daarbij zoveel mogelijk aan bij aanduidingen die vanuit andere kaders worden vastgelegd. Zie als voorbeeld afbeelding 7. Beleidsnota Geluid en Trillingen

24/65

Afbeelding 7: Aanduidingen drukkere stedelijke gebieden

‘Verkeer’ = akoestisch drukke wegen;

‘Verblijfsgebied’ = rustige woonstraten;

‘Centrumgebieden’ = stadscentra zoals beschreven in de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040.

2.3.

Industrieterreinen

Voor de wat grotere industrieterreinen (zie afbeelding 8), waar zogeheten ‘grote lawaaimakers’ mogen komen, geldt een systeem dat als doel heeft om de cumulatieve geluideffecten van alle bedrijven bij elkaar beheersbaar te houden. Deze grenswaarden worden in het omgevingsplan vastgelegd (‘omgevingswaarden’). Ten opzichte van de oude systematiek uit de Wet geluidhinder is de rekenmethodiek gewijzigd. Dit leidt in sommige situaties tot iets meer geluidruimte voor de bedrijven. Er is vooralsnog geen aanleiding om verandering aan te brengen in de wijze waarop het geluid van industrieterreinen wordt beoordeeld. Bedrijven met informatie- of meldingsplichten voor hun milieubelastende activiteiten dienen blijvend te voldoen aan een maximale waarde van 50 dB(A) etmaalwaarde op 50 meter.

Beleidsnota Geluid en Trillingen

25/65

Afbeelding 8: Industrieterrein

2.4.

Overig

In deze paragraaf wordt de beleidsmatige visie beschreven op een scala aan verschillende onderwerpen. 2.4.1.

Incidentele ontheffingen

Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) geeft een gemeente de mogelijkheid om bij verordening een bedrijf tot maximaal twaalf keer jaar een ontheffing van de geluidnormen te verlenen ten behoeve van festiviteiten. Twaalf keer vinden we in Utrecht echter te veel. Dat kan zeker in een horecastraat leiden tot ongewenste situaties waarbij er elke week wel ergens via een ontheffing een grootschalig feest wordt georganiseerd. In Utrecht is daarom in de Vrijstellingsverordening inrichtingen milieubeheer opgenomen dat:  

deze ontheffing kan worden verleend op een beperkt aantal aangewezen collectieve feestdagen; de mogelijkheid er is voor twee extra individueel/incidenteel te kiezen dagen (voor sportinrichtingen negen keer);

in een ontheffing een maximum aan het geluid kan worden gesteld; in een ontheffingsbesluit worden aanvullende regels gesteld.

In het omgevingsplan wordt deze regeling opgenomen, waarbij een nadere precisering wordt aangebracht in begrippen als incidenteel/collectief. Ook wordt aangegeven voor welk type activiteiten een ontheffing kan worden verleend; alleen binnen het bebouwde deel van de inrichting of ook daarbuiten, bijvoorbeeld op een voetbalveld. Beleidsnota Geluid en Trillingen

26/65

Culturele hotspots op locaties waar niet voor ernstige geluidhinder hoeft te worden gevreesd (denk aan grote industrieterreinen), faciliteren we door meer dan twee geluidontheffingen toe te staan. 2.4.2.

Ramen en deuren dicht

Als regel wordt in het omgevingsplan opgenomen dat horecaondernemingen ramen en deuren gesloten moeten houden wanneer binnen (hard) versterkt muziekgeluid wordt geproduceerd en geopende ramen en deuren dan zouden leiden tot een overschrijding van de geluidsnormen. Open ramen en deuren van een horecagelegenheid zijn hiermee niet per definitie verboden. Maar omdat er dan veel meer geluid naar buiten komt, moet het volume van het versterkte muziekgeluid binnen worden aangepast zodat het binnen de normen blijft. Bij herhaaldelijke overtredingen is het in de huidige praktijk gebruik om in zo’n geval een maatwerkvoorschrift op te leggen dat de ramen en deuren dicht moeten blijven (uiteraard behoudens het direct doorlaten van personen en goederen). Het doel van deze nieuwe maatregel is om dit nu als zorgplicht algemeen op te leggen. Met de toevoeging dat dit alleen geldt bij (te) hard versterkt muziekgeluid binnen. 2.4.3.

Bescherming stille hofjes

In de Geluidnota 2014-2018 was een richtwaarde opgenomen voor stille hofjes (zie afbeelding 9: Stil hofje) van 40 dB(A) voor bedrijfsgeluid. Daar waar nodig zijn maatwerkvoorschriften opgelegd. In de nota volksgezondheid Gezondheid voor iedereen is ook aandacht voor stille hofjes: “Ook beschermen we stille plekken. In dit licht staan we geen horecavoorzieningen toe in stille hofjes en rustige woonstraten.” Er zijn enkele bestaande uitzonderingen maar over het algemeen staan we geen terrassen toe in stille hofjes. Deze lijn zetten we voort en zijn in overeenstemming met de kaders uit paragraaf 2.2. Onder de Omgevingswet bestaat er geen bepaling meer die terrassen op stille binnenterreinen reguleert. Continuering van de bescherming van stille hofjes borgen we daarom via het omgevingsplan

Beleidsnota Geluid en Trillingen

27/65

Afbeelding 9: Stil hofje

2.4.4.

Geluid in de openbare ruimte

Voor geluid in de openbare ruimte was de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van toepassing. Te denken valt aan straatartiesten, aggregaten, et cetera. In de Beleidsregel terrassen gemeente Utrecht is opgenomen dat op terrassen geen versterkte muziek of andere geluiden mogen worden geproduceerd. We hebben geen nader geluidbeleid/normen voor geluiden in de openbare ruimte die we normaal en acceptabel vinden (bijvoorbeeld kleine speelplaatsen of dichtslaande autoportieren). Bij eventuele excessen wordt per geval bezien wat het probleem is en wat daaraan kan worden gedaan. Bij het ontwerp van de openbare ruimte wordt gekeken naar technische mogelijkheden om het geluid te beperken. Zo staat in de (ontwerp) Visie Speelruimte Utrecht, Spelen in je eigen buurt het volgende beschreven: Bij het ontwerp van een plangebied moet altijd gekeken worden naar een evenwichtige toedeling van functies en de locaties daarvan. Hierbij moet rekening gehouden worden met bijvoorbeeld stemgeluid en het geluid van weerkaatsende ballen. Speelplekken moeten goed gepositioneerd worden en van een goede ondergrond voorzien die geluid zoveel mogelijk dempt.

Beleidsnota Geluid en Trillingen

28/65

Afbeelding 10: Voetbalkooi in de openbare ruimte

Hekken rond voetbalkooien (zie afbeelding 10) kunnen bijvoorbeeld hinderlijk geluid veroorzaken als er een bal tegen aan wordt geschopt. Er zijn echter ook stillere constructies die kunnen worden toegepast.

2.4.5.

Geluid in en rond natuurgebieden

Voor geluid in en rond natuurgebieden is de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van toepassing voor zover het gaat om het afsteken van vuurwerk. We hebben geen nader geluidbeleid voor geluiden in en rond natuurgebieden. 2.4.6.

Uitsluiten van toetsing

Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) biedt de mogelijkheid om bepaalde activiteiten uit te sluiten van toetsing. In het omgevingsplan wordt gekeken naar de activiteiten die voor Utrecht relevant zijn, voor deze activiteiten wordt een uitzondering gemaakt. Muziek Zoals in Vrijstellingsverordening inrichtingen milieubeheer is opgenomen wordt onversterkt muziekgeluid uitgezonderd. De gemeente Utrecht krijgt nauwelijks meldingen over onversterkte muziek. Het niet uitzonderen zou – bijvoorbeeld - betekenen dat de carillons in de stad te zeer zouden worden beperkt. Godsdienstige en levensbeschouwelijke uitingen In Nederland is de vrijheid van godsdienst een grondrecht. Het oproepen tot gebed door religieuze gezangen of klokgelui is een manifestatie van religie, waarvoor het grondrechtelijk kader geldt. Op basis Beleidsnota Geluid en Trillingen

29/65

van godsdienstvrijheid moet het voor bijvoorbeeld kerken en moskeeën mogelijk zijn om geluid te produceren ten behoeve van diensten en plechtigheden. Bij kerken en moskeeën steekt echter geregeld de discussie op hoeveel geluid de klokken of de vocale gebedsoproep mogen veroorzaken. Godsdienstvrijheid betekent niet dat aan het geproduceerde geluid geen grenzen mogen worden gesteld. Artikel 10 van de Wet openbare manifestaties (Wom) stelt: “Klokgelui ter gelegenheid van godsdienstige en levensbeschouwelijke plechtigheden en lijkplechtigheden, alsmede oproepen tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging, zijn toegestaan. De gemeenteraad is bevoegd ter zake regels te stellen met betrekking tot duur en geluidsniveau”. Dit is altijd maatwerk. Als basis wordt de oude regel uit het Activiteitenbesluit overgenomen die aangaf dat de normen niet golden voor het geluid ten behoeve van het oproepen tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging of het bijwonen van godsdienstige of levensbeschouwelijke bijeenkomsten en lijkplechtigheden. Kortdurend geluid We maken ook een uitzondering voor enkele activiteiten die maar kortdurend een hoog geluidsniveau veroorzaken. Dit betreft: 

het komen en gaan van bezoekers bij een activiteit waarvan horeca-, sport- of recreatieactiviteiten de kern vormen

het verrichten in de open lucht van sportactiviteiten of activiteiten die hiermee in nauw verband staan.

2.4.7.

Bouwlawaai

Utrecht groeit en de bouwactiviteiten in Utrecht nemen toe. Voor de één een uiting van vitaliteit en bedrijvigheid, voor de ander een bron van hinder. De uitvoering van grote bouwprojecten heeft impact op de leefomgeving (zie afbeelding 11). Bouwen, inclusief bouwen aan infrastructurele- en renovatiewerken, gaat gepaard met bijvoorbeeld geluid, trillingen, stof, licht, of beperking van het uitzicht. Bouwen kan ook tot schade leiden door trillingen, bronbemaling en bouwverkeer. Daarnaast heeft het gevolgen voor de bereikbaarheid. De gemeente doet veel om bouwhinder te voorkomen en maakt onder andere gebruik van geluid- en trillingsmetingen. Normen Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) stelt regels aan het geluid dat bij bouwwerkzaamheden mag worden geproduceerd (voor het aspect trillingen wordt verwezen naar hoofdstuk Trillingen). Dit geldt bij nieuwe gebouwen of renovaties alsook bij infrastructurele werken. Omdat een bouwproces een tijdelijke situatie betreft, zijn de normen fors hoger dan voor regulier bedrijfsmatig geluid. Hoe langer het bouwproces duurt, hoe lager de normen getalsmatig worden. In de regel mag alleen in de dagperiode lawaai worden gemaakt. Ontheffingen Soms is het noodzakelijk om werkzaamheden in de avond- en nachtperiode uit voeren. Denk hierbij aan betonstorten; een proces dat soms meer dan 24 uur achter elkaar continu moet worden uitgevoerd.

In dat soort situaties kan een ontheffing worden verleend. Om hinder en overlast door bouw-, sloop- en Beleidsnota Geluid en Trillingen

30/65

renovatiewerkzaamheden te voorkomen of te beperken, worden aan een ontheffing wel gemeentelijke geluidnormen gekoppeld. Deze staan beschreven in de Handhaafinstructie geluidhinder veroorzaakt door bouw- sloop- en renovatiewerkzaamheden. In de handhaafinstructie staat onder andere wanneer ontheffing mogelijk is, op welke wijze en hoe het toezicht en de handhaving zijn geregeld. Dit helpt de toename van geluidhinder zoveel mogelijk te beperken. Indien activiteiten leiden tot langdurige en hoge geluidsproductie, kunnen negatieve effecten op beschermde soorten waaronder broedvogels optreden. Voor dergelijke activiteiten zal vooraf een beoordeling in kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk zijn. Indien de activiteit mogelijk leidt tot overtreding van verbodsbepalingen, dienen mitigerende maatregelen getroffen te worden en/of is een ontheffing nodig voor de uitvoering van de werkzaamheden. Communicatie Naast de (wettelijke) afspraken is vroegtijdige communicatie van groot belang. Als een duidelijk beeld wordt gegeven op welke momenten sprake is van overlast, kan er door bewoners en ondernemers op worden ingespeeld. Eventuele overlast wordt als minder storend ervaren wanneer men vooraf geïnformeerd is over de aard en de duur van de overlast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=5fd9c295-5f20-43d5-b583-8c98151c0af3