CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Evaluatie Toekomstvisie landgoederen Amelisweerd – Rhijnauwen.pdf

Commissie Stad en Ruimte (2008-2021) 7 januari 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsbrief Stand van zaken landgoederen7.061 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Commentaar geleverd en verwerkt Gemeente Utrecht: Erik Alberts, Linda van Blokland, Floris Brekelmans. René Dijksterhuis, Werner de

Feijter; Rob Hendriks, Peter Kragten, Bettina Leiss, Bart Mellema, Hans Storm, Barbara Rijpkema, Mieke Span, Janny Straatsma

Gemeente Bunnik: Margriet Barendrecht, Maike van der Maat: Provincie Utrecht: Annet van Biezen. Staatsbosbeheer: Tineke Harlaar, Christine Meeussen Overige betrokkenen: bestuur Buurtschap,

horecaondernemers (Stay Okay, Theehuis, Veldkeuken), pachters (Van Dijk, Van Rijn), samenwerkende moestuinen, Vrienden van Amelisweerd.

------------------------------------------------------------------------------------Evaluatie Toekomstvisie landgoederen Amelisweerd – Rhijnauwen Aanleiding Begin 2012 stelde de raad de Toekomstvisie Landgoederen vast en startte een proces met als doel om de achteruitgang in kwaliteit van de landgoederen om te buigen in herstel en de landgoederen weer vitaal te maken voor de toekomst. De looptijd van de Toekomstvisie is 2011 - 2031.

De projecten die in de toekomstvisie vermeld stonden – onder andere het herstel van de lanen, het

verbeteren van de (fiets)parkeervoorzieningen en meer aandacht voor de cultuurhistorische oorsprong van tuinen en (park)bossen – zijn uitgevoerd. De afronding van de projecten is aanleiding om een

tussentijdse evaluatie van de Toekomstvisie te maken. Dit om te weten te komen wat de leerpunten

zijn uit de voorgaande jaren en te inventariseren wat nog uitwerking vraagt. Dit levert aandachts- en

actiepunten op en aanbevelingen waarmee de Toekomstvisie aangevuld kan worden en de coördinatie op het landgoed verbeterd. Daarbij zijn ook alle ontwikkelingen van belang die op en rond de

landgoederen spelen en een aantal algemene ontwikkelingen zoals klimaatverandering en afname van biodiversiteit die op de langere termijn invloed op de landgoederen hebben.

1

Actualiteit Tijdens het afnemen van de interviews voor de evaluatie en het opstellen van deze rapportage deden zich ontwikkelingen en omstandigheden voor die ook van belang zijn om mee te nemen bij de

aanvulling van de Toekomstvisie en het ontwikkelen van beleid en beheer voor de landgoederen. 1)

Noodverordening vanwege de Coronacrisis

3)

De mogelijke afname van biodiversiteit

2)

Periodes van droogte

Ad 1. Tijdens de huidige Coronacrisis blijkt hoe belangrijk het is dat er recreatiemogelijkheden dicht bij huis zijn. Op de landgoederen was het met name op de recreatieweiden bij mooi weer zeer druk.

Deze drukte kan opgevat worden als een voorproefje van de verwachte drukte als Utrecht zich verder gaat uitbreiden en er meer recreanten naar de landgoederen zullen komen. De te verwachten

knelpunten zijn de afgelopen periode direct duidelijk geworden. Bij deze drukte is er behoefte aan

meer handhaving, meer beheer (legen van afvalbakken en opruimen) en aan openbare toiletten die regelmatig schoongehouden worden. Amelisweerd is een zeer populaire zwemlocatie en daar is afgelopen zomer uitgebreid gebruik van gemaakt. In de aanvulling van de Toekomstvisie moet

afgewogen worden of en hoe de gemeente Utrecht dit faciliteert. Ook zijn de landgoederen een

drukbezocht wandelgebied (één van de meest ondernomen activiteiten als Utrechters hun vrije tijd besteden). Uit inventarisatie van de Provincie Utrecht blijkt dat Amelisweerd zeer druk is, en

aangrenzende landgoederen en landschap beperkter gebruik kennen. Corona laat duidelijk urgentie zien dat toegankelijk landschap rond de stad nodig is om te wandelen/recreëren/sporten. Recreatie Noord-Holland bijvoorbeeld heeft dit ter harte genomen en hanteert nu als leidraad dat de

recreatiegebieden afgestemd moeten worden op de drukte die er tijdens de Coronacrisis was en is.

Ad 2. Het klimaat verandert: nattere winters, droger in het voorjaar en meer extreem weer in de zomer (extremere buien, meer hittegolven en meer drogere periodes). Ook op de landgoederen is dit te zien. De voorzomer van 2020 was zeer droog. Ook de zomers van 2018 en 2019 waren dat. Uitgezocht

moet worden of er voor - de beplanting op – de landgoederen negatieve effecten aan het ontstaan zijn en of er maatregelen genomen moeten worden. De gemeentelijke klimaatadaptatievisie adviseert om wijk en buurtplannen voor de klimaatadaptatie te maken. Een dergelijk plan is ook voor de 2

landgoederen een meerwaarde en kan onderdeel zijn van de aanvulling van de Toekomstvisie. Bij het onderzoek hiervoor kan aangesloten worden op de onderzoeken naar de grondwaterhuishouding die nu voor de verbreding van de A27 en de aanleg van de schermwand worden gedaan.

Ad 3. Divers landelijk onderzoek laat zien dat de biodiversiteit wat betreft fauna, flora en insectenleven voortdurend en gestaag afneemt. De landgoederen zijn onderdeel van het Natuur Netwerk

Nederland (NNN) en zijn belangrijk voor de biodiversiteit. Maar flora en fauna staan ook hier onder druk door toegenomen recreatie, de mogelijke verbreding van de A27 en agrarisch gebruik.

Daarbovenop komen de effecten van klimaatverandering. Voor behoud van biodiversiteit is het

noodzakelijk om de landgoederen robuuster te maken. Dit vraagt om een visie in breder verband op de sturing en zonering van recreatie, eventuele omzetting van landbouwgrond naar natuur en

eventuele extensivering van de landbouw. Met het beheer zijn de laatste jaren goede resultaten bereikt voor biodiversiteit. Verdere bestendiging in het beheerplan is gewenst om ook voor de toekomst het beheer op orde te hebben. Aanpak De evaluatie is uitgevoerd door interviews af te nemen. Intern is dat gedaan bij Ruimte, de Utrechtse Vastgoed Organisatie (UVO), Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) en Stadsbedrijven (totaal

10 personen). Op het landgoed is gesproken met de pachters, de horecaondernemers, de moestuinen en vertegenwoordigers van de buurtschap (totaal 15 personen) en met vertegenwoordigers van de

Vrienden van Amelisweerd (2 personen). Extern is gesproken met de provincie Utrecht, de gemeente Bunnik en Staatsbosbeheer (totaal 7 personen). De interviews zijn afgenomen door de coördinator landgoederen (Martin Vastenhout). De interviewverslagen kunnen op verzoek worden ingezien. In de vraaggesprekken kwamen vier onderwerpen aan de orde: 1)

Hoe verliep het planproces en de communicatie?

3)

Wat zijn de resultaten wat betreft herstel, zonering, aanleg en beheer?

2) 4)

Wat zijn de resultaten wat betreft bereikbaarheid en (fiets)parkeren? Wat zou er nog moeten gebeuren op de landgoederen?

De betrokkenen op het landgoed waardeerden het dat om hun mening werd gevraagd. De 27

respondenten zijn het op onderdelen oneens maar over het geheel genomen vertonen de meningen over het planproces en het merendeel van de resultaten veel overeenkomsten. De aandachtspunten voor de toekomst lopen op basis van de invalshoek en de belangen van de respondent uiteen maar

gemene delers zijn het aanvullen, uitwerken en concreter maken van visies op natuur, de landbouw en vastgoed. Daarnaast vragen alle respondenten zich af wat het voor de landgoederen betekent als er

(mogelijk) een nieuwe westelijke ingang komt. (Deze mogelijkheid komt voort uit het project ‘Dak-opde-bak’ bij de verbreding van de A27). Verder wordt meerdere malen genoemd dat een aanvulling van de Toekomstvisie aan moet geven wat de te verwachten hogere recreatiedruk vanuit het Science Park en de ontwikkelingen vanuit de RSU 2040 (Ruimtelijke Strategie Utrecht) gaan betekenen voor de

landgoederen. Daarbij is er naast inwonersgroei van Utrecht, ook groei in de gemeenten Bunnik, Zeist, De Bilt en Houten die in nabijheid van de landgoederen liggen. Het is van belang om een strategische

visie op een ruimer gebied dan de landgoederen alleen te ontwikkelen op basis waarvan een integrale afweging kan worden gemaakt. Daarmee kan de link met de omliggende gebieden worden gemaakt. Onderwerp 1: Planproces en communicatie Er waren twee planprocessen. Het planproces voor de Toekomstvisie zelf en de planprocessen voor de uitvoeringsprojecten uit de Toekomstvisie: bijvoorbeeld de tuin van Oud Amelisweerd, de tuin van

Rhijnauwen en voor het Engels Werk. De laatste planprocessen vonden plaats nadat de Toekomstvisie was vastgesteld en dienden voor de concrete uitwerking van projecten.

3

Planproces Toekomstvisie

Het planproces voor de Toekomstvisie zelf viel in twee fasen uiteen: de fase met de externe adviseurs en de fase waarin de gemeente zelf de pen voerde. De externe adviseurs stelden rigoureuze ingrepen voor zoals in één keer de verjonging van de lanen en het verplaatsen van de parkeerplaats bij het

theehuis. Het voorstel voor de rigoureuze verjonging van de lanen leidde tot veel maatschappelijke

weerstand. In die fase was de participatie van partijen die nauw betrokken waren bij de landgoederen

(bezoekers, bewoners, horecaondernemers en pachters) niet goed georganiseerd en in de beleving van een aantal respondenten afwezig. In deze fase is de Buurtschap Amelisweerd opgericht zodat de

ingezetenen van het landgoed een gezamenlijk geluid konden laten horen. De weerstand tegen de

adviezen was uiteindelijk zo groot dat de gemeente besloot de planvorming zelf ter hand te nemen. Intern is afgestemd met alle betrokken afdelingen. Dit proces verliep volgens de intern betrokkenen (Ruimte en Stadsbedrijven) constructief en soepel. Met Bunnik, de provincie en Staatsbosbeheer is

rechtstreeks afgestemd. Betrokken organisaties zijn tevreden over het contact, de werkwijze en het verwerken van hun inbreng.

De gemeente heeft voor de groepen die zich betrokken voelden bij de landgoederen een

klankbordgroep opgericht zodat die konden meepraten over de Toekomstvisie. Dit heeft geleid tot een Toekomstvisie waarbij wél draagvlak was voor de voorstellen en waarin de betrokkenen zich beter

herkenden: bijvoorbeeld door het benoemen van de waarde van de landbouw en de moestuinen voor de landgoederen.

Planprocessen uitwerking Toekomstvisie

De tweede fase van de planvorming betrof de deelontwerpen voor verschillende onderdelen van het landgoed: de buitenruimte/tuin van Oud Amelisweerd, het Engelse Werk, de buitenruimte/tuin van

Rhijnauwen en het Huisbos. Aan deze fase ging een cultuurhistorisch onderzoek vooraf. Veel van de

respondenten geven aan dat de resultaten van dit onderzoek niet heel duidelijk terug te vinden zijn in de ontwerpen en dat er (erg) vrij geïnterpreteerd is door het ontwerpbureau dat voor de

deelontwerpen was geselecteerd. Als meest exemplarisch voorbeeld worden de bruggen in het Engelse Werk genoemd. De leuningen zijn geïnspireerd op het Chinese behang in Oud Amelisweerd en niet op het cultuurhistorisch onderzoek. De meningen erover verschillen. Sommigen vinden het mooie bruggen. Anderen zijn er niet van gecharmeerd. Aan het begin van deze tweede periode van

planvorming waren de ingestelde klankbordgroep en andere betrokkenen (horecaondernemers,

pachters) goed aangehaakt. Het plan bij Oud Amelisweerd kwam in redelijk korte tijd van ontwerp naar uitvoering. De betrokkenheid van de klankbordgroep bij de plannen voor het Engelse Werk en de Tuin van Rhijnauwen was veel minder. Dit kwam door de lange doorlooptijd tussen ontwerp en uitvoering. Die lange doorlooptijd had de volgende hoofdoorzaken: -

Zeer beperkte urenraming en meerdere wisselingen in het projectleiderschap bij de gemeente

-

Lange doorlooptijd van de omgevingsvergunning bij de gemeente Bunnik door gewenste contra

-

Utrecht.

expertise voor de fundering van de bruggen in het Engelse Werk en de tuin van Rhijnauwen. Noodzakelijk (extra) archeologisch onderzoek.

Daardoor zat er een heel lange pauze tussen ontwerp en uitvoering. De ontwerpen verdwenen bij de

klankbordgroep uit beeld. Aan de subsidies voor de uitvoering zat een eindtermijn. Daardoor moesten

de ontwerpen toen deze deadline naderde zeer snel afgemaakt, snel in de inspraak en vervolgens zeer snel uitgevoerd. Dit is ten koste gegaan van de participatie. De klankbordgroep is in de eindfase niet betrokken. De betrokkenen voelden zich overvallen door de snelheid waarmee ineens uitgevoerd moest worden. Opmerkingen van betrokkenen uit het begin van het ontwerpproces bleken niet

meegenomen. Deze opmerkingen (bijvoorbeeld over laad- en losplekken voor leveranciers van de Stay Okay) konden ternauwernood nog meegenomen worden in de uitvoering. De diverse betrokkenen (de

horecaondernemers, de buurtschap, de Vrienden van Amelisweerd en de pachters) geven de gemeente

4

voor deze laatste fase van de planvorming bij de Tuin van Rhijnauwen en het Engelse Werk een onvoldoende voor participatie en communicatie.

Onderwerp 2: Resultaat bereikbaarheid, (fiets)parkeren en parkeerverwijssysteem De lanen naar het landgoed – Voorlaan, Rhijnauwenselaan - hadden erg te lijden door het parkeren in de bermen onder de bomen. Een doel van de Toekomstvisie was om deze situatie te verbeteren. Alle respondenten zijn het erover eens dat de situatie enorm verbeterd is door de aanleg van

‘Parkeerplaats 3’ (begin van de Voorlaan, ten noorden van de bebouwing). De lanen zijn autovrij. Op de Voorlaan wordt alleen bij extreme drukte nog geparkeerd.

De nieuwe fietsenstallingen zijn voldoende en functioneren goed. Het parkeerverwijssysteem wordt

door automobilisten (massaal) genegeerd. Dit leidt ertoe dat door zoekgedrag de onderdoorgang bij

Rhijnauwen een knelpunt blijft. Door de nieuwe inrichting van de buitenruimte is het wel makkelijker passeren, ook voor de trekkers van de pachters en de vrachtwagens van leveranciers.

Bewoners hebben aangegeven dat er te snel gereden wordt op de Vossegatsedijk en hebben om

maatregelen verzocht. In afstemming met bewoners zijn zeven drempels op de Vossegatsedijk en een drempel op de Boeijelaan aangelegd. Aangezien het asfalt niet meer in optimale staat verkeerde, is

werk met werk gemaakt en is een aantal slechte plekken vernieuwd en is de hele Vossegatsedijk van een nieuwe deklaag voorzien. De bewoners hebben dit gewaardeerd.

Bij het opstellen van de Toekomstvisie is het destijds helaas niet gelukt om de betrokken overheden – gemeente Utrecht, provincie Utrecht, gemeente Bunnik – een gezamenlijke verkeersstrategie te laten bedenken. Ook het betrekken van het Utrecht Science Park hierbij bleef en blijft moeilijk. Het gevolg daarvan is dat het knelpunt en de drukte bij de onderdoorgang bij de Stay Okay nog steeds voort bestaat. De afdeling onderzoek van de gemeente Utrecht heeft een analyse gemaakt van de

bezettingsgraad van de drie parkeerplaatsen van 2017 tot en met 2019. Daarnaast zijn er ook

gegevens voor de landgoederen beschikbaar uit een recreatieonderzoek van de provincie Utrecht. De uitkomsten van deze onderzoeken vormen de basis om als gemeente Utrecht, gemeente Bunnik en

provincie Utrecht gezamenlijk te bezien welke vervolgacties zinvol zijn voor het verder verbeteren van de huidige situatie wat betreft mobiliteit en parkeerdruk. Dit kan vervolgens worden betrokken bij de aanvulling van de Toekomstvisie.

Onderwerp 3: Resultaten wat betreft herstel, zonering, aanleg en beheer

Zonering van de landgoederen

Door hun ontstaansgeschiedenis, gebruik en beheer hebben de drie landgoederen elk een eigen

karakter. Gekozen is om deze karakters te benadrukken. In de toekomstvisie zijn drie hoofdzones

benoemd waarin een bepaald thema – natuur, cultuurhistorie of recreatie – en het karakter de nadruk

kreeg. De andere thema’s spelen in elke zone ook een rol maar zijn wat meer ondergeschikt. Van west naar oost zijn de zones en karakters: -

Natuur: Nieuw Amelisweerd (Moerasbos, Markiezenbos, Nieuw Amelisweerd, Achterbos).

-

Cultuurhistorie: Oud Amelisweerd (Engelse Werk, bos en tuin van Oud Amelisweerd).

-

Het gewenste karakter is omschreven als ‘natuurlijk, historisch gelaagd’. Het gewenste karakter is omschreven als ‘formeel, landschappelijk’.

Recreatie: Rhijnauwen. Het karakter is hier omschreven als ‘formeel, levendig’.

In de praktijk bestond deze zonering al min of meer. In de Toekomstvisie is dat benoemd. Alle betrokkenen vinden de zonering een goede zaak voor het landgoed en een vanzelfsprekende

ordening. In de uitwerking van de Toekomstvisie in de diverse deelontwerpen voor de tuinen en

(park)bossen zijn met diverse projecten en ontwerpen de thema’s en karakters nader uitgewerkt. Alle respondenten vragen zich af wat projecten als Dak-op-de-bak, het Ontwikkel-perspectief

5

Maarschalkerweerd, de Omgevingsvisie Sciencepark en de RSU 2040 betekenen voor het gebruik van het landgoed en de zonering. In de aanvulling zijn dit kernvragen om te beantwoorden.

Herstel van de lanen

In de Toekomstvisie zijn 30 lanen benoemd. De discussie spitste zich in de praktijk toe op de meest in het oog springende lanen: de Voorlaan en de Rhijnauwenselaan. Hier is gekozen voor een gefaseerde verjonging in plaats van in één keer kappen en vervangen. Beide lanen zijn nu een afwisseling van

oude en jonge bomen. Op een enkeling na vinden alle respondenten de gefaseerde aanpak voor deze

twee lanen de best mogelijke oplossing voor de verjonging. Met dit project is het parkeren uit de lanen verdwenen. Beide lanen zien er volgens alle geïnterviewden veel beter uit. Over het herstel van de overige lanen was minder of geen discussie.

Een discussiepunt blijft of dit juiste aanpak voor de lanen op langere termijn is. Door aanplant van

nieuwe bomen in bestaande laan en naastgelegen bos zijn de groeiomstandigheden niet optimaal. Bij 6

de aanpak is het belang van de individuele boom boven het belang van de totale laan gesteld. De

gekozen aanpak leidt tot een minder monumentale laan dan bij bomen van allemaal dezelfde leeftijd. De keuze is gemaakt en het beheer zal op deze wijze doorgezet worden.

Onderscheiden van bostypen en de oorspronkelijke (cultuurhistorische) variatie terugbrengen De Toekomstvisie omschrijft dit als volgt: “De variatie in bostypen met respect voor de ecologische kwaliteiten naar de cultuurhistorische betekenis wordt teruggebracht, behouden en versterkt. Hierbij zijn de karakters van de landgoederen uitgangspunt”. Dat betekent in de praktijk dat op sommige plekken de cultuurhistorische aspecten van de bossen met beheeringrepen meer benadrukt zouden

gaan worden. Niet alle betrokkenen uit de klankbordgroep overzagen hiervan de consequenties in de praktijk. (Het bos op onderdelen meer ‘opruimen’). Dit aspect blijft een discussiepunt tussen de

gemeente en de Vrienden van Amelisweerd. De uitwerking van de bostypen en de consequenties voor het beheer zijn nog niet definitief vastgelegd in het Meer Jaren Beheerplan (2020-2030) voor de

landgoederen zoals Stadsbedrijven dit aan het afronden is. Dit biedt de gelegenheid om de variatie in

bostypen en de uitwerking in de praktijk nog eens nader te beschouwen. De uitkomst van deze nadere beschouwing kan vervolgens vastgelegd worden in de verfijning van het beheerplan.

De verschillende bostypen zijn geen natuurlijk ontstaan bos, maar door de mens aangelegd. Door

verschillende aanlegperiodes en beheervormen door de eeuwen heen is zeer afwisselend bos ontstaan. Dat heeft positief effect op de rijkdom aan planten en dieren (veel habitats). Door achterwege blijven

van beheermaatregelen zal de rijkdom verminderen, doordat bossen meer gelijkvormig worden. Dit is een aandachtpunt voor de verfijning van het beheerplan.

Reconstructie en herstel

Voor een aantal plekken zijn ontwerpen gemaakt om het oorspronkelijk ontwerp of het

cultuurhistorisch karakter beter tot zijn recht te laten komen. Voorafgaand aan de ontwerpen is een

cultuurhistorisch onderzoek gedaan. De belangrijkste ontwerpen zijn de tuin van Oud Amelisweerd, de tuin van Rijnauwen en het Engelse Werk. De belanghebbenden op het landgoed zijn kritisch over de

eindresultaten wat betreft de functionaliteit. Wat betreft de uitstraling van de diverse ontwerpen zijn de meningen verdeeld maar wordt erkend dat: ‘Smaken verschillen’.

De meeste kritiek is er van de respondenten die natuur centraal stellen: de Vrienden van Amelisweerd. Het verschil van mening spitst zich toe op het Engelse Werk dat te rigide zou zijn aangepakt. De

natuurwaarden en het romantische karakter zouden naar de mening van de Vrienden ernstig zijn

aangetast. Controle in het veld door een van de stadsecologen wijst - voor zover zijn waarnemingen

reiken - niet op een zeer ernstige verstoring van de natuurwaarden in het Engelse Werk. Er zijn twee groeiseizoenen voorbij sinds de ingrepen. Het ‘weelderige en natuurlijke’ karakter van het Engelse Werk is stap-voor-stap aan het terugkomen.

Bij de ontwerpen zijn nog de volgende opmerkingen gemaakt: -

-

Bij het ontwerp bij Oud Amelisweerd is veel aandacht besteed aan de functionaliteit voor het

landbouwverkeer (melkwagen, trekkers met aanhangers). De brede asfaltweg die dit tot gevolg had doet afbreuk aan de uitstraling van deze tuin.

Bij het ontwerp bij Rhijnauwen is juist te weinig rekening gehouden met functionaliteit voor

(landbouw)verkeer, laden en lossen en zitten en spelen. De functionaliteit voor verkeer en laden en lossen voor de Stay Okay is op het laatste moment nog verwerkt in het ontwerp.

Een aantal van de geconstateerde tekortkomingen kunnen de komende jaren nog in het dagelijks beheer door Stadsbedrijven aangepakt en verbeterd worden.

7

Onderwerp 4: Wat zou er nog moeten gebeuren op de landgoederen?

Algemeen – kijken naar de ontwikkelingen rondom de landgoederen

De Toekomstvisie was erg gericht op het opknappen van de landgoederen. Dit is verklaarbaar vanuit

de grote betrokkenheid van de inwoners en gebruikers van het landgoed die het proces nauwlettend en kritisch hebben gevolgd. Het resultaat is dat de landgoederen er ‘mooi bij liggen’ en weer voor jaren mee kunnen. Maar de situatie rondom de landgoederen is sinds het vaststellen van de

Toekomstvisie erg veranderd. De stad heeft een enorme groeiopgave (zie de RSU 2040) met de

bijbehorende behoeften aan groen, recreatie en natuur. Dit geldt ook voor de regio (U16). Momenteel wordt gewerkt aan modellen voor hoe de vergroening van de stad kan plaatsvinden. In de aanvulling kunnen we onderzoeken of en hoe de landgoederen - en de gronden eromheen - hier een rol in kunnen spelen. Op kortere termijn spelen er de uitwerking van het Ontwikkelperspectief

Maarschalkerweerd, de Omgevingsvisie Utrecht Science Park en mogelijk de overkapping van de A27. Deze ontwikkelingen leiden vrijwel zeker tot een hogere gebruiksdruk op de landgoederen en zijn mogelijk van invloed op de zonering.

Natuur: EHS, NNN en Groene Contour

EHS staat voor de Ecologische Hoofd Structuur Nederland (EHS): een samenhangend netwerk van

bestaande en toekomstige natuurgebieden in Nederland. De EHS heet sinds 2013 Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit netwerk is van groot belang voor biodiversiteit en recreatie.

De landgoedbossen zijn vanwege de bijzondere natuur- en cultuurhistorische waarden onderdeel van het NNN en hebben als natuurbeheertype ‘Park- en stinzenbos’. Dit beheertype hangt áltijd samen met een cultuurhistorisch waardevol landgoed. Vaak is de samenhang groot met andere landgoedelementen zoals een huis, tuin, lanen en overige bossen op het landgoed. De

natuurbestemming van deze bossen is gerealiseerd en wordt in stand gehouden. De verschillende

landgoedbossen hebben elk eigen ecologische waarden die door Stadsbedrijven met beheer behouden en verbeterd worden. Dit beheer kan wat betreft de natuurwaarden van de bossen nog verder worden verfijnd in het eerdergenoemde Meerjaren Beheerplan 2020-2030.

Nog niet alle als NNN begrensde terreinen zijn echter als zodanig ingericht en/of beheerd. Het weiland ten westen van de Voorlaan is verpacht. Dit perceel maakt onderdeel uit van de ecologische verbinding tussen Amelisweerd en Fort Vechten. Het beheer van dit perceel is (nog) niet volgens de beheerdoeltypen uit het NNN.

Bij de herijking van de EHS in 2012 is een aantal percelen uit het NNN gehaald. Omdat deze echter wel van belang zijn voor het functioneren van het NNN, heeft de Provincie Utrecht deze aangewezen als

Groene Contour en planologisch beschermd middels de PRV (Provinciale Ruimtelijke Verordening). De provincie heeft in de Groene Contour gebieden echter vooralsnog geen geld voor functieverandering naar natuur (waardedaling grond) beschikbaar gesteld, maar wel voor agrarisch natuurbeheer.

Realisatie van natuur dient te gebeuren op vrijwillige basis. Het gaat hierbij om diverse weilanden tussen Oud Amelisweerd en de Vossegatsedijk en rondom Fort Rhijnauwen. Deze weilanden zijn

eigendom van de gemeente Utrecht en momenteel verpacht. De ontwikkeling van natuur en recreatie op de landgoederen gaat wat betreft de agrarische percelen (maar) met kleine stapjes vooruit. In de

aanvulling van de Toekomstvisie moet een standpunt ingenomen worden hoe de gemeente Utrecht om wil gaan met landbouw in relatie tot andere belangen en waarden en de ontwikkeling van de stad, (Wat de landbouw betreft geldt dit overigens stadsbreed). Bij de meningsvorming daarover en mogelijke

realisatie is het verstandig de boeren nauw te betrekken. Alle percelen waarop dit van toepassing is zijn aan hen verpacht.

8

Ook de Kromme Rijn is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Helaas is het niet mogelijk gebleken Rijkswaterstaat de onderdoorgang van de Kromme Rijn onder de A27 sterk te laten

verbeteren in kwaliteit en breedte. Voor de kwaliteit van de verbinding stad-landschap is en blijft de onderdoorgang een knelpunt. Extra maatregelen voor de natuurontwikkeling langs de Kromme Rijn zijn onderdeel van de geplande water- en natuurcompensatie voor de verbreding van de A27. Het

jaagpad langs de Kromme Rijn wordt beschouwd als een van de mooiste en belangrijkste wandelroutes in de provincie. De dimensionering van dit wandelpad biedt echter onvoldoende ruimte voor ‘social distancing’ en werd om die reden afgesloten tijdens de corona-uitbraak.

Landbouw - langetermijnvisie aangeven en situatie specifieke vragen beantwoorden

De twee landbouwbedrijven zijn in de Toekomstvisie benoemd als medebeheerders van het agrarisch deel van de landgoederen. Bloeiende boomgaarden en koeien in de wei dragen bij aan de

belevingswaarde van de landgoederen voor de vele recreanten. Daarnaast kunnen de boeren een

belangrijke bijdrage leveren aan landschapsbeheer en biodiversiteit. De beide pachtbedrijven beslaan

bijna 2/3 van de oppervlakte van de landgoederen. Zij ‘beheren’ daarmee een groter oppervlak van de landgoederen dan de gemeente zelf. Een bedrijf – boerderij de Zonnewijzer - is een melkveehouderij, het andere bedrijf – Hofstede Rhijnauwen – is een gemengd bedrijf (melkveehouderij en fruitproductie). De Zonnewijzer doet ook aan boerderijeducatie voor basisscholen.

De beide bedrijven hebben te maken met een veelheid aan belangen die van invloed zijn op de

bedrijfsvoering. De rentabiliteit van de bedrijven staat door het intensieve recreatieve gebruik en de

opgave vanuit natuurontwikkeling onder druk. Daarnaast is de gemeente Utrecht een voorstander van

‘grondgebonden natuur inclusieve kringlooplandbouw’. Om de boeren op de landgoederen meer

duidelijkheid en een langetermijnperspectief te bieden dient een visie op de landbouw ontwikkeld te

worden. Daarbij moet afgewogen worden of die visie gemeente breed ontwikkeld wordt of alleen voor de landbouwbedrijven op de landgoederen. In beide gevallen moet in samenhang beschouwd worden

wat voor consequenties er voor de landbouw zouden kunnen zijn vanuit de ‘groene schaalsprong’ (die samenhangt met de groei en verdichting van de stad), de nadere uitwerking van het NNN en Groene

Contour en recreatieve en landschappelijke beleefbaarheid en toegankelijkheid. Een aanzet voor een

langetermijnperspectief in samenhang met het ontwikkelen van meer natuurwaarden op de weilanden is gegeven met het opstellen van beheerovereenkomsten voor natuur en landschapsdiensten die de

boeren op de landgoederen leveren en waarvoor zij een financiële vergoeding krijgen. De ervaringen hiermee kunnen betrokken worden bij het opstellen van de landbouwvisie.

Daarnaast zijn er voor de landgoederen situatie specifieke vragen over landbouwpercelen die

beantwoordt moeten worden. Bijvoorbeeld om de tankgracht (onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie) meer zichtbaar, beleefbaar en toegankelijk te maken. De tankgracht bevindt zich op verpachte landbouwgrond.

De gemeente Utrecht heeft nu op en rond de landgoederen te weinig grond in bezit om alle genoemde ambities (letterlijk) een plek te geven. Daarbij kan betrokken worden of er vermindering van de uitstoot van stikstof mogelijk is door de landbouwbedrijven op de landgoederen.

De provincie Utrecht heeft aangegeven met expertise te willen ondersteunen bij het opstellen van een

landbouwvisie. Daarnaast heeft de Provincie veel initiatieven op het gebied van grondgebonden natuur inclusieve kringlooplandbouw met subsidie mogelijk gemaakt. De resultaten en leerpunten van deze initiatieven kunnen bij het opstellen van de landbouwvisie betrokken worden.

Moestuinen – stadslandbouwers en maatschappelijke dienstverleners

De twee biologische moestuinen op de landgoederen zijn in de Toekomstvisie omschreven als

waardevol vanwege de cultuurhistorie en de verbinding van voedselproductie met stadsbewoners en/of het leveren van een bijdrage vanwege het produceren van producten voor de lokale markt,

Daarnaast leveren de moestuinen maatschappelijke diensten aan veel vrijwilligers, mensen die naast hun gewone werk of tijdens hun pensioen graag zinvol bezig. Ook bieden de tuinen plaats aan 9

zorgcliënten van hulpverleningsinstellingen uit de omgeving. De moestuinen bieden aan om een rol te spelen bij het beheer van de paden op de landgoederen. Dit kan nader onderzocht worden in de aanvulling van de Toekomstvisie en/of de uitwerking van het Meer Jaren Beheerplan.

Vastgoed - pandvisies

De gemeente Utrecht is eigenaar van veel vastgoed op het landgoed. Lange termijn ideeën over

(gewenst) gebruik van dit vastgoed waren geen onderdeel van de Toekomstvisie. Het beleid op dat

gebied is het terrein van de Utrechtse Vastgoed Organisatie (UVO). UVO is bezig met het opstellen van ‘pandvisies’ voor Landhuis Oud Amelisweerd en het Koetshuis van Nieuw Amelisweerd waarin

(gewenste) gebruiksmogelijkheden en voorwaarden voor deze panden worden onderzocht. In de

aanvulling van de Toekomstvisie is het noodzakelijk om op strategisch niveau een visie te ontwikkelen die richtinggevend is voor de eigenaar van het vastgoed. Conclusies De huidige toekomstvisie (2011-2031) was gericht op het stoppen van de neerwaartse spiraal in

cultuurhistorische, natuurlijke en recreatieve waarden en met gerichte maatregelen het landgoed weer klaar te maken voor de toekomst. Oorzaken waren dat de voorgaande 30 jaar een te beperkt

beheerbudget beschikbaar was, dat gezien de leeftijd lanen en delen van bossen onvoldoende hersteld waren en dat in de periode 1980 tot 2010 de recreatiedruk verveelvoudigd is. Als conclusies komen de volgende onderdelen uit de evaluatie naar voren: -

Als eerste onderdeel is in de Toekomstvisie het plan uitgewerkt voor herstel van de karakteristieke bomenlanen, de ‘ruggengraat’ van het landgoed, in samenspel met de bossen. Die uitvoering

heeft ertoe geleid dat de meeste bomenlanen zijn hersteld op een ecologisch waardevolle wijze. Bij mogelijk toekomstige aanpak dient breder afgewogen te worden of het belang van de -

-

individuele boom prevaleert, of herstel van (delen van) een laan.

Een ander belangrijk onderdeel van de Toekomstvisie was gericht op het verbeteren van de

verkeers- en parkeersituatie en het oneigenlijk gebruik van lanen als parkeerlocatie. Die operatie is geslaagd. Wel blijft mobiliteit en parkeren een aandachtspunt.

Over de uitwerking van het opknappen van de landgoederen zijn verschillen van inzicht die te maken hebben vanuit welk belang (bijvoorbeeld natuur of cultuurhistorie) de respondent kijkt naar reconstructie en herinrichting. Die verschillen van inzicht bleven lang niet benoemd door de wisselingen van medewerkers bij de gemeente Utrecht en de lange doorlooptijd van sommige deelplannen (zoals bijvoorbeeld het Engelse Werk). Door de wisselingen was er onvoldoende onderlinge communicatie tussen de gemeente en betrokkenen waardoor er niet een doorlopende discussie was waarin zaken steeds verder en in meer detail verduidelijkt konden worden en er meer begrip voor bepaalde keuzes kon ontstaan.

-

De uitwerking van de onderscheiden bostypen en het behoud, beheer en de ontwikkeling van

bijzondere soorten en natuurwaarden en cultuurhistorische waarde kan nog nader verfijnd en

uitgewerkt worden in het Meer Jaren Beheerplan zoals dit nu door Stadsbedrijven afgerond wordt.

Daarbij kan ook bekeken worden of het aanbod van vrijwilligerswerk van de moestuinen een plaats -

kan krijgen in het beheer.

Het herstel van de tuinen bij de landhuizen is bij Oud Amelisweerd en bij Rhijnauwen uitgevoerd op een wijze die meer nadruk op die tuinen legt. In beide gevallen is het huidige gebruik

(doorgangsroute voor landbouwverkeer bij Oud Amelisweerd en de recreatiedruk bij de tuin van

Rhijnauwen) sturend geweest in de ontwerpen. De resultaten worden wisselend gewaardeerd maar het is alle betrokkenen duidelijk dat een aanpassing van de aangelegde situatie niet aan de orde is.

10

-

Aan de uitwerking en realisatie van het NNN en de Groene Contour is in beperkte mate vervolg

-

Voor de landbouw op de landgoederen wordt door de huidige pachters (en hun bedrijfsopvolgers)

-

gegeven.

een langetermijnvisie voor landbouw gemist waarin een lange termijnontwikkeling voor recreatie en natuur verwerkt is.

Naar aanleiding van inspraakreacties van omwonenden zijn een groot aandeel verbindende

wandelpaden met de omgeving geschrapt (bijvoorbeeld richting USP). Door de groei van de stad en het USP en daarmee de wens voor een beleefbaar en toegankelijk landschap worden die nu

gemist. Hier zijn tegengestelde belangen op te merken: omwonenden willen geen extra routes, de groei van stad en USP vraagt toegankelijk landschap. (Dit komt onder andere naar voren in de enquête omgevingsvisie USP.) Aanbevelingen Diverse geïnterviewde partijen - Staatsbosbeheer, de provincie Utrecht en de gemeente Bunnik en intern de Utrechtse Vastgoed Organisatie, - pleiten voor een aanvulling (of actualisatie) van de

Toekomstvisie. De achterliggende reden is de vraag of de huidige visie als voldoende basis kan dienen voor de komende 10 à 20 jaar. Of dat het juist wenselijk is om de visie nu opnieuw tegen het licht te houden en aan te vullen en te actualiseren, omdat er wezenlijke veranderingen zijn. Deze aanvulling zou een strategische visie moeten zijn (met een link naar de omliggende gebieden en bestaande

relevante visies) op basis waarvan integrale afwegingen kunnen worden gemaakt. Dit betreft onder andere de verhouding tussen natuur, landbouw, recreatie en cultuurhistorie en het gebruik van gronden en gebouwen. -

De diverse ruimtelijke ontwikkelingen (korte en lange termijn) rondom de landgoederen zijn

beperkt meegenomen in de huidige Toekomstvisie. Gezien de veelheid aan ontwikkelingen en

ambities van de diverse overheden (zoals de Gemeente Utrecht, de Provincie Utrecht, de U16) en andere gebiedspartijen (zoals de UU en stichting USP) moeten daar in de aanvulling duidelijke -

uitspraken over gedaan worden. (De horizon zou zich daarbij moeten uitstrekken tot 2040).

In de huidige Toekomstvisie is omschreven dat in een apart traject een visie wordt opgesteld over de gebouwen en mogelijke functies. In de aanvulling kan de ontwikkeling van het gemeentelijke vastgoed op het landgoed en de lange termijn visies op (gewenst) gebruik opgenomen worden.

Vervolgstappen Uit het voorgaande zijn de volgende concrete acties te herleiden.

Actie 1 - Aanvullen Toekomstvisie

De aanvulling van de Toekomstvisie moet lange termijn uitspraken doen over de landgoederen op het gebied van mobiliteit, bereikbaarheid en parkeren en over recreatie, natuur, landschap en landbouw. In het beschouwen daarvan zijn de volgende partijen en ontwikkelingen van belang: Gemeente Utrecht -

Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 en de groene schaalsprong,

-

De groene verbinding/ ‘Het-dak-op-de-bak’.

-

Ontwikkelperspectief Maarschalkerweerd Omgevingsvisie Utrecht Science park.

Realisatieovereenkomst NNN A27 (water en natuurcompensatie).

Pandvisies Landhuis Oud Amelisweerd en koetshuis Nieuw Amelisweerd. Uitkomsten mobiliteitsonderzoek parkeerplaatsen. Knooppuntontwikkeling Lunetten (Uned, BO-Mirt)

11

Andere ruimtelijke verkenningen/ontwikkelingen -

Omgevingsvisie Provincie Utrecht

-

Uitwerking groene pijler uit het REP (U16).

-

Groen Groeit Mee (Provincie Utrecht).

Ontwikkelen snelfietsroute Utrecht-Veenendaal (Provincie Utrecht)

Omgevingsvisie landgoederen en kleine kernen (gemeente Bunnik). Toekomstvisie Fort Rijnauwen (Staatsbosbeheer). Visie landgoederen Vrienden van Amelisweerd.

Unesco Werelderfgoedstatus Nieuwe Hollandse Waterline

Wat betreft natuur moet bij de aanvulling betrokken worden of de gemeente Utrecht een meer actieve

rol dan nu wil spelen bij de realisatie van het Natuur Netwerk Nederland en de Groene Contour en hoe dit op en rondom de landgoederen gestalte moet krijgen.

Wat betreft de landbouw vinden de pachters en hun bedrijfsopvolger(s) het gewenst dat de gemeente een duidelijke en concrete lange termijnvisie ontwikkelt. Een apart punt voor de boeren op

Amelisweerd is of de ‘infrastructuur’ voor de landbouw nog voldoet (zoals de erven, wegen en

(kavel)paden). Het is verstandig de landbouwvisie in overleg met de boeren op de landgoederen op te stellen. Het verdient aanbeveling om de landbouwvisie als aparte bijlage of als apart document bij de aanvulling van de Toekomstvisie op te nemen. De visievorming op natuur en landbouw zal een

antwoord moeten bieden op de huidige vragen ten aanzien van agrarische bedrijfsvoering in relatie tot andere functies (recreatie, natuur). Indien blijvend gekozen wordt voor verweving is (waarschijnlijk)

extra grond nodig om de bedrijfsvoering rendabel te houden. In de huidige situatie is de schuifruimte zeer beperkt. In de aanvulling moeten de (on)mogelijkheden daarvoor nader onderzocht worden.

Actie 2 – Afronden en verfijnen Meer Jaren Beheerplan 2020-2030

Het onderscheid, de uitwerking en het beheer van de verschillende bostypen is in uitgebreid overleg

gegaan tussen de penvoerder van de Toekomstvisie en de toenmalige beheerder. Die beheerder is met pensioen. Zijn vervanger is intussen werkzaam buiten de gemeente, de interne opvolger heeft beperkte tijd voor de landgoederen. Ook heeft het landgoed een andere ecoloog en andere

coördinator dan tijdens het opstellen van de Toekomstvisie. Het afronden van het Meer Jaren

Beheerplan kan gebruikt worden om de visie op (park)bostypen, natuur en beheer opnieuw te delen (ook met de maatschappelijke partijen) en te verfijnen met de verkregen (beheer)inzichten van de afgelopen jaren.

Hierbij kan mogelijk de (nog te verschijnen) Toekomstvisie van de Vrienden van Amelisweerd betrokken worden. Een en ander kan voor de toekomst vastgelegd worden in het Meer Jaren

Beheerplan landgoederen. Daarbij kan betrokken

worden dat het beheer van de landgoederen in 2021

opnieuw aanbesteed gaat worden. Natuur en het

behoud en de ontwikkeling

daarvan zijn een speerpunt op de landgoederen.

Beheer is daarbij een van de belangrijkste sturende en bepalende factoren. Het

verfijnen van het Meer Jaren Beheerplan en het nieuwe

bestek wordt in samenspraak met een ecoloog van Ruimte 12

gedaan. Hierbij wordt tevens bepaald hoe en op welk moment de ecoloog bij de uitvoering van

beheermaatregelen wordt betrokken. Stadsbedrijven stelt samen met Ruimte een monitoringsplan op om de effecten van beheer te volgen.

Leerpunten tot nu toe en eventuele beheerwijzigingen kunnen in het bestek meegenomen worden. Op de landgoederen wordt in het kader van de Wet natuurbescherming gewerkt conform de

gedragscode Bestendig beheer van groenvoorzieningen. Het werken met deze gedragscode borgt een

praktische bescherming van flora en fauna bij uitvoering van beheer- en onderhoudswerkzaamheden. Momenteel wordt een nieuwe gedragscode opgesteld, die in de tweede helft van 2020 wordt

geïmplementeerd. Deze gedragscode krijgt doorwerking in het Meer Jaren Beheerplan. Het is daarbij

van belang om ervaringen met het werken met de huidige gedragscode en de Utrechtse soortenlijst te gebruiken om processen waar nodig anders in te richten.

Actie 3 - Borgen kennis en overdracht

Bij de landgoederen zijn intern en extern zeer velen betrokken. Vooral ook omdat de landgoederen grotendeels op het grondgebied van de gemeente Bunnik liggen. Nieuwe functionarissen van de

gemeente Utrecht zoals een beheerder, ecoloog, coördinator, projectleider of assetmanager moeten zich (in korte tijd) veel eigen maken. Voorbeelden daarvan zijn een uitgebreid intern en extern netwerk, veel (project)geschiedenis en omgang met de vele verschillende belangen en

belanghebbenden op het landgoed. Het verdient aanbeveling een Handboek (coördinatie)

landgoederen op te stellen. Het handboek zorgt ervoor dat nieuwe mensen snel ingewerkt raken.

Tevens kan het handboek inzicht geven in met welke externe eigenaren/belanghebbenden afgestemd moet worden. Nieuwe functionarissen van de gemeente Bunnik, de provincie Utrecht en Staatsbosbeheer kunnen ook hun voordeel doen met het handboek.

Het borgen van voldoende FTE bij VTH voor handhaving en van beheerbudget (meer vuil ruimen etc.) bij Stadsbedrijven is noodzakelijk om kwaliteit op lange termijn te realiseren en te behouden.

Actie 4 – Verwerken opmerkingen en mogelijke concrete maatregelen

Bij de evaluatie zijn bij de diverse interne en externe betrokkenen nog detailopmerkingen, vragen en concrete maatregelen geïnventariseerd die een plek kunnen krijgen in bovenstaande acties of die op zichzelf uitgevoerd kunnen worden mits ze in bestaand beleid en bestaande budgetten passen.

Uitzoeken en opnemen bij de aanvulling en aanvulling -

Wat wil de gemeente nog doen met het ‘Bezoekerscentrum Amelisweerd’ en (natuur)educatie.

Cultuurhistorisch aspect in sommige bostypen minder nadrukkelijk laten wegen en dit concreet uitwerken in beheermaatregelen in het Meer Jaren Beheerplan.

Uitzoeken en opnemen in het beheerplan -

De volgende plekken op het landgoed vragen wat betreft aanleg en beheer nog nadere uitwerking: o o o

Actualiseren van de lanenkaart

Het Landje van van Wiggen: beschrijven gewenste eindsituatie,

Uitspraak doen over het meest gewenste verhardingsmateriaal voor de oprijlaan van Nieuw Amelisweerd en het gewenste beheer,

o o o o o

De Tuin van Nieuw Amelisweerd en de oude parkeerplaats: beperkte herinrichting, Het Eiland op het Engelse Werk: afronden voorgestelde Pinetum,

De pruimenboomgaard (Voorlaan – Vinkenbuurtje): beplantingsplan,

Bloemenakker Parkeerplaats Oud Amelisweerd: beschrijven gewenste eindsituatie, Evalueren van de beheerinspanning voor het Vogelnest,

Bij het afronden van het Meer Jaren Beheerplan zal bekeken worden wat er binnen het MJB -

opgelost kan worden en waarvoor eventueel (extra) middelen nodig zijn,

Uitwerken van pleksgewijs beheer voor behoud en ontwikkeling van bijzondere natuurwaarden.

Het borgen dat mutaties van herdenkingsbanken en andere bijzondere objecten en beheervormen of beheermethodes etc. een plek krijgen in het beheersysteem en ingevoerd worden. 13

-

Uitzoeken beheermaatregelen in relatie tot eikenprocessierups: natuurlijke bestrijding. Bekijken of het gebruik van inheems plantgoed een meerwaarde is.

Oplossen van situatie specifieke vragen van de landbouwbedrijven -

Onderzoek naar de beperkte ruimte en functionaliteit op de erfkavel van Boerderij De Zonnewijzer.

-

Uitzoeken van mogelijkheden voor educatie en (meer) huisverkoop.

-

Uitzoeken van de noodzaak van de aanleg van een verhard kavelpad in natte delen van het land. Gesprek organiseren of de horecabedrijven (meer) willen afnemen bij de boerenbedrijven (en moestuinen).

Afmaken, aanvullen of aanpassen ontwerpen -

Verbeteren van de gebruikswaarde en belevingswaarde van de tuin van Oud Amelisweerd. (Dit in

-

Afronden ontwerp en verbeteren van de gebruikswaarde van de tuin van Rijnauwen voor

samenhang met de pandvisie van UVO voor dit pand). wandelaars, recreanten en kinderen.

Verder beheersen verkeer en parkeerdruk -

-

Op drukke dagen experimenteren met verkeersregelaars op de Rhijnauwenselaan.

Binnen de samenwerking Amelisweerd-Rijnauwen-Vechten een gebiedskaart maken met daarop ook Landgoed Oostbroek en andere landgoederen en Fort Vechten en Nieuw Wulven om recreanten op andere recreatiemogelijkheden te wijzen.

Onderzoeken of en hoe sluipverkeer geweerd kan worden van de Vossegatsedijk en de Zandlaan. Gehandicapten parkeerplaatsen maken bij theehuis Rijnauwen.

Verbeteren en versterken handhaving -

Aanvragen pilotproject ‘bodycams’ voor de boswachters.

-

In overleg met de gemeente Bunnik een ontheffingsprocedure maken voor ‘parkeerpassen’ voor de

-

Onderzoeken hoe de handhavingscapaciteit (met name op drukke dagen) verhoogd kan worden. gasten van de bewoners van de Vossegatsedijk.

Oplossen knelpunt wegbeheer -

Het wegdek aan de zuidkant van Fort Rijnauwen over de Vossegatsedijk tussen de

Rhijnauwenselaan en de Zandlaan verkeert in slechte staat. Voor het westelijk deel wordt dit mede veroorzaakt door het landbouwverkeer dat over deze weg rijdt. De weg wordt zeer veel gebruikt

door fietsers. Voor gemotoriseerd verkeer is dit deel alleen voor bestemmingsverkeer waaronder het landbouwverkeer voor Hofstede Rhijnauwen. Staatsbosbeheer is eigenaar van de weg, de gemeente Bunnik is toezichthouder vanuit de wegenverkeerswet en de gemeente Utrecht is

betrokken via het gebruik van deze weg door één van haar pachters. Staatsbosbeheer en de

gemeente Bunnik willen de gemeente Utrecht graag betrekken bij het zoeken van een oplossing voor het herstel en onderhoud van het wegdek.

14

Bijlage 1 bij de evaluatie: opmerkingen van de diverse externe betrokken partijen over de evaluatie Staatsbosbeheer – Fort Rijnauwen, Tineke Harlaar en Kees de Lange provinciaal accountmanager

Staatsbosbeheer is het eens met de conclusie dat de vele ruimtelijke ontwikkelingen meer een plek

moeten krijgen in de toekomstvisie. Hoewel de landgoederen in principe een stabiele factor vormen liggen ze hier in zo’n hoog dynamisch gebied dat je daar niet aan ontkomt. Dit geldt overigens ook

voor de gebieden van Staatsbosbeheer. Een andere conclusie die door ons onderschreven wordt is dat

het eigen grondgebied te klein is om alle ambities te realiseren. Dit mag in onze ogen nog wat sterker aangezet worden: de problemen die op de landgoederen af komen kunnen nooit alleen op eigen

grondgebied opgelost worden. De hoge recreatiedruk is daar misschien wel het mooiste voorbeeld van.

Vrienden van Amelisweerd

Het is een mooi afgewogen stuk, een goede weergave van wat achter ons ligt en nuttig als

verkennende agenda voor de toekomst. Lof voor het toegevoegde hoofdstukje actualiteit en mooi dat het inheemse plantgoed ook wordt genoemd. Buurtschap Amelisweerd

Namens de Buurtschap dank voor het concept evaluatie stuk. Heldere uiteenzetting van hetgeen is

gepasseerd en wat er dient te gaan komen. De Buurtschap ziet geen hiaten in het geschreven stuk, dus kunnen wij er zeker mee uit de voeten. Uiteraard blijven we graag op de hoogte van de verdere uitvoering van de 'tweede helft'.

Pachters – hofstede Rhijnauwen, familie van Dijk

Klein opmerking over het fietspad is bijgevoegd in de bijlage. Strakjes in de besprekingen komen we vanzelf bij de problemen die ik nu nog niet zie.

Pachters – boerderij de Zonnewijzer, familie van Rijn

Dank voor het evaluatie stuk. Duidelijk en helder verhaal wat je hebt geschreven. Ik denk dat er voor de nabije toekomst genoeg te bespreken ligt voor ons.

Met name als ik zie en lees dat er rond het natuurverhaal plannen liggen die ten uitvoer gebracht moeten worden bijvoorbeeld. Maar ook over het totaalbeeld en visie die de gemeente Utrecht wil

neerleggen ten opzichte van wat wij voor ogen hebben. Afijn, we blijven graag in gesprek hierover, ook met vastgoed waarschijnlijk die de visie tot stand moet brengen.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=43a02291-e034-4e5f-a30f-256449885dfe