Evaluatie participatie Maliebaan (Motie 2022M53).pdf
Tekst van het document
MEMO Aan: Van: Cc.:
Programmamanager Samen Stad Maken Frans Werter, Buro de Steeg Projectteam Maliebaan; betrokkenen bij evaluatie participatie Maliebaan
Datum: 15 juni 2022 Betreft: evaluatie participatie Maliebaan (uitvoering Motie M53 Participatie Maliebaan) Bijlagen: 1. Motie M53 Participatie Maliebaan 2. Verslag evaluatiebijeenkomst project Maliebaan (17 maart 2022) 3. Verslagen gesprekken vertegenwoordigers Ondernemersvereniging Maliekwartier, Kinderopvang Heppinest, Stichting Maliebaan i.o. 4. Reactie op concept-memo en verslag Groen Oost, BBMO, VVU-Oost, Initiatiefnemer Maliebaan Plan B Disclaimer Dit memo is gebaseerd op gesprekken met een beperkt aantal betrokkenen bij de participatie van het project Maliebaan. De bevindingen pretenderen niet absoluut te zijn, maar schetsen een perspectief. Het is geen beoordeling van het project in termen van ‘goed’ of ‘slecht’ van het participatieproces of resultaat van het project. De inhoud van het project was geen onderwerp van gesprek. De gesprekken zijn bedoeld om lering uit trekken voor toekomstige participatietrajecten. De duiding van dit participatietraject is van de auteur van de notitie, Frans Werter, en niet toe te schrijven aan de deelnemers aan het gesprek of de interviews. De namen van de gesprekspartners zijn weggelaten uit overwegingen van privacy.
Leeswijzer Deze notitie begint, bij wijze van conclusie, met een aantal algemene aanbevelingen over participatie voor het programma Samen Stad Maken op basis van de gesprekken met betrokkenen bij het project Maliebaan zowel deelnemers aan het participatieproces als leden van het projectteam en mijn eigen reflectie op het proces. Daarna beschrijf ik in meer detail achtereenvolgens de achtergrond van de opdracht en het project Maliebaan in relatie tot de doelstellingen van het programma Samen Stad Maken. Per doelstelling beschrijf ik kort de mogelijkheden die het project geboden heeft om aan doelstelling bij te dragen, het beeld dat deelnemers aan de participatie en leden van het projectteam die ik gesproken heb geschetst hebben, en mijn reflectie daarop. In de bijlagen zijn verslagen van de evaluatiebijeenkomst en aanvullende gesprekken opgenomen alsmede een reactie op dit memo. 0. Aanbevelingen 1. Processturing Geef betrokken externe sleutelpersonen een rol in de sturing van een projectproces, bijvoorbeeld via een procesgroep(je). Dit vergroot de betrokkenheid en duidelijkheid over de
1
stappen in het proces en geeft de mogelijkheid om het proces gezamenlijk bij te sturen met betrekking tot de participatie van stakeholders. Een procesgroep draagt ook bij aan het inzichtelijk maken van hoe het resultaat van een project tot stand komt. Zorg ervoor dat het proces geen ‘uitputtingsslag’ wordt door duidelijke mijlpalen te markeren en voortgang te laten zien. Overigens is het niet nodig om voor elk project een procesgroep op te zetten. Bij een stakeholderanalyse aan het begin van een project is het aan te bevelen te besluiten al dan niet een procesgroep op te zetten. Over het algemeen is dit zinvol in het geval dat het project een onderwerp betreft waarbij de meningen van de stakeholders behoorlijk uiteenlopen. 2. Kaders Maak aan het begin van het traject duidelijk wat bespreekpunten en randvoorwaarden zijn zodat (mogelijke) deelnemers met de juiste verwachtingen aan een project beginnen. Als tijdens een project de scope van het project verandert, communiceer dit duidelijk en geef opnieuw aan wat de bespreekpunten en randvoorwaarden zijn. 3. Buurt- en stedelijke belangen Maak in een project inzichtelijk wat buurt- en wat stedelijke belangen of standpunten zijn. Buurt- en stedelijke belangen kunnen eventueel botsen.
Het inzichtelijk maken van de buurten stedelijke belangen, de wijze waarop zij een plek krijgen in de oplossing en de afweging die gemaakt wordt, schept helderheid naar alle betrokkenen. Heb daar ook aandacht in voor minderheidsstandpunten en de wijze waarop met die standpunten of onderliggende zorgen of wensen is omgegaan. Overigens wil het inzichtelijk maken niet zeggen dat iedere belanghebbende het dan eens is met de uitkomst van een traject. 4. Kennis en ervaring van deelnemers Faciliteer de inbreng van kennis en ervaring van betrokkenen. Organiseer daarvoor eventueel ondersteuning bij de uitwerking van ideeën. Zoek de lokale, buurt kennis actief op. Dit is een uitgangspunt in elk project waarbij participatie van belang is. De wijze waarop dit gebeurt kan per project verschillend zijn. Het is niet altijd nodig om aparte ‘bewonersalternatieven’ te ontwikkelen. De mogelijkheden daartoe zullen ook samenhangen met de omvang en beschikbare budget van het project. 5. Systeemwereld versus leefwereld Houd rekening met de deelnemers aan een traject. Deelnemers zijn vaak niet bekend met de wijze waarop een project georganiseerd is, met de processtappen die doorlopen moeten worden en de taal en begrippen die gebruikt worden.
Daarnaast denken veel bewoners ‘integraal’ (dat wil zeggen zien alle aspecten van hun woon- of leefomgeving) terwijl projecten vaak een ‘sectorale’ insteek hebben (over één thema gaan, bijv. mobiliteit). Houd bij ‘sectorale’ projecten rekening met ‘integrale’ vragen vanuit de omgeving.
2
Project Maliebaan in het licht van Samen Stad Maken 1. Achtergrond De gemeente heeft mij gevraagd de evaluatie van de participatie in het kader van de planvorming rond de Maliebaan uit te voeren in relatie tot de evaluatie van het programma Samen Stad maken. Hiermee geeft de gemeente uitvoering aan Motie M53 van de gemeenteraad. Zie bijlage 1 voor de Motie M53. In het kader van deze evaluatie heeft een bijeenkomst met een geselecteerde groep nauw betrokkenen plaatsgevonden. Deelnemers waren zowel betrokkenen uit de directe omgeving en de stad, als leden van het projectteam. Een overzicht van de deelnemers en een verslag daarvan vindt u in bijlage 2. Op verzoek van de deelnemers aan het evaluatiegesprek zijn 3 aanvullende interviews gehouden met betrokkenen die niet aanwezig waren tijdens het gesprek en waarvan de deelnemers vonden dat zij ook hun mening zouden moeten geven. De korte verslagen van die gesprekken vindt u in bijlage 3. Het concept van dit memo is gedeeld met alle gesprekspartners, zowel deelnemers aan het participatieproces als leden van het projectteam, zoals ook gevraagd in de motie. Op basis van de feedback heb ik het memo aangescherpt. Ik heb de gesprekspartners gevraagd of zij zelf een reactie wilden toevoegen. In bijlage 4 is een reactie op dit memo van een aantal gesprekspartners die dat op prijs stelden, opgenomen.
Naast de gesprekken heb ik documenten op de website van de gemeente Utrecht over het project Maliebaan geraadpleegd. In dit memo geef ik een reflectie op de participatie bij het project Maliebaan op basis van de gesprekken en de documenten in het licht van de doelstellingen van het programma Samen Stad Maken. Samen Stad Maken beoogt (citaat uit Notitie voor de raad ‘Samen Stad Maken op de Utrechtse manier’, 27 maart 2019): 1. Ruimte voor wie mee wil doen Met participatie willen we de bewoners en andere betrokkenen die mee willen denken en doen in de gelegenheid stellen samen met ons de stad, wijken en buurten vorm te geven. Er zijn steeds meer mensen die vanuit betrokkenheid bij hun buurt of bij grote thema’s als de energietransitie en klimaatverandering, mee willen werken aan de toekomst van de stad. Zij willen actief invloed uitoefenen op de totstandkoming van plannen en besluiten. Wij werken graag samen met hen zodat besluiten en plannen breed gedragen worden. We dagen andere partners die werken aan de stad zoals ontwikkelaars en andere initiatiefnemers, uit dit voorbeeld te volgen. 2. Meer Utrechters betrekken Met participatie streven we inclusiviteit na. Daarmee bedoelen we dat iedereen die dat wil zich gehoord en gezien moet voelen. We proberen ook de Utrechters te bereiken die niet snel uit zichzelf meedoen of meepraten.
We communiceren daarom op een heldere manier die voor iedereen te begrijpen is. 3. Samen wijzer worden Met participatie willen we de kwaliteit van plannen en besluiten verbeteren door de kennis en ervaring aan te boren van bewoners en andere maatschappelijk betrokkenen. Besluiten
3
worden doorgaans beter als belanghebbenden betrokken zijn. We weten wat er leeft en spelen daarop in en stellen de opgave centraal. 2. Ruimte voor wie mee wil doen (betrokkenheid) Mogelijkheden binnen het project Het project Maliebaan is gestart in 2014 en heeft veel mogelijkheden geboden om mee te doen. Er zijn twee fasen te onderscheiden: fase 2014-2018 en fase 2018-2022. In fase 20142018 vond aanvankelijk participatie plaats in een aantal ateliers (‘functional ambiance’) en vervolgens in bredere buurtbijeenkomsten, een klankbordgroep en een ‘initiatiefgroep’. Het project betrof een verkeersherinrichting van de Maliebaan. In de loop van het traject is de scope (reikwijdte) van het project vergroot: van verkeersinrichting voor Maliebaan-Zuid naar het betrekken van ook Maliebaan-Noord, van alleen herinrichting voor verbetering van de verkeerssituatie naar bredere herinrichting vanwege noodzaak om de riolering te vervangen. Daaraan gekoppeld van een focus op mobiliteit naar een verbreding van een toekomstvisie op de Maliebaan. Via een bijdrage uit het initiatievenfonds is een groep bewoners (initiatiefgroep) in staat gesteld om eigen ideeën verder te ontwikkelen (variant ‘promenade’). De focus in deze variant was een bredere insteek dan de verkeersinrichting.
Toen bleek dat de ideeën van betrokken belanghebbenden (bewoners; ondernemers; Voetgangersvereniging; Fietsersbond) niet leidden tot een gezamenlijk voorstel voor herinrichting heeft de raad een principebesluit genomen om toe te werken naar de inrichting van de Maliebaan als promenade met als eerste stap de verkeersinrichting waarvoor budget beschikbaar was. Het voorstel voor een principebesluit is in mei 2019 aan de raad voor besluitvorming aangeboden. In september 2019 vond een Raadsinformatiebijeenkomst plaats waar een aantal bewoners een presentatie hield. Op verzoek van de raad zijn de voorstellen van bewoners met gemeentelijke en externe experts besproken. In december 2019 heeft de raad het principebesluit genomen. Het college is daarop aan de slag gegaan om een voorstel (Integraal Programma van Eisen - IPvE) uit te werken waarvoor ook externe adviesbureaus werden ingeschakeld. In dit laatste deel van het traject zijn er een startbijeenkomst en inhoudelijke bijeenkomsten georganiseerd over de bouwstenen voor het IPvE (bijv. over geluid; ventwegen; kruisingen) als ook presentaties van het concept- IPvE in bredere bijeenkomsten, gedeeltelijk online door corona. Daarnaast vonden bilaterale gesprekken of mailwisselingen plaats met verschillende belanghebbenden (o.a. BBMO; Stichting Maliebaan i.o.; Fietsersbond).
In oktober 2021 is het IPvE met inspraakreacties aan de raad aangeboden en in februari 2022 is het IPvE door de raad vastgesteld. Beeld van gesprekspartners1 In de gesprekken met de gesprekspartners, dat wil zeggen zowel deelnemers aan het participatietraject als leden van het projectteam, kwam naar voren dat het proces lang was (nu al bijna 8 jaar). Er waren vele bijeenkomsten maar op een gegeven moment was het niet voor iedere deelnemer aan de participatie (altijd) meer duidelijk wat de processtappen waren en naar welke (tussen)resultaten toegewerkt werd. In de fase 2014-2018 was er een 1 De gesprekspartners waren zowel belanghebbenden uit de buurt en stad als leden van het projectteam. Als ik
in dit memo het woord ‘deelnemers’ gebruik, bedoel ik belanghebbenden uit de buurt en stad.
4
duidelijke structuur met een klankbordgroep en bredere bijeenkomsten. Er ontstond verwarring toen een initiatiefgroep van bewoners voor een deel een eigen ingang kreeg bij de gemeente buiten de klankbordgroep om. Een aantal deelnemers gaf aan dat zij niet (meer) wist waarop zij wel of geen invloed kon uitoefenen. Er ontstond de indruk bij (een deel van de) deelnemers dat in het proces geen resultaten op besluitvormingsmomenten vastgeklikt werden (inclusief bijv. de keuze voor een variant door de raad) waar vervolgens op voortgebouwd kon worden. Dit leidde tot het teruggrijpen op en opnieuw ter discussie stellen van eerdere resultaten. De ontwikkeling van een variant door een groep bewoners (initiatiefgroep) buiten de klankbordgroep om – die in de basis omarmd werd door de gemeenteraad – werd door een groep andere deelnemers als niet transparant ervaren. Tegelijkertijd vond een aantal deelnemers dat hun inhoudelijke bijdrage niet serieus genomen werd omdat die niet overgenomen werd door de projectorganisatie. Dit onbehagen werd versterkt door het feit dat de projectorganisatie op basis van het raadsbesluit van december 2019 in een nieuwe fase van het project de regie nam met het uitwerken van het IPvE. De conclusie van de klankbordgroep in de winter van 2018 was dat er geen gezamenlijk standpunt mogelijk was.
Dat werd door de klankbordgroep op dat moment als een goede conclusie gezien. Daarop nam de gemeente de regie in handen. In het traject met de klankbordgroep voor de start van het IPvE waren alle argumenten gewisseld zonder dat dit tot overeenstemming leidde zodat verder praten in de setting van de klankbordgroep niet meer zinvol was. Het projectteam vond het voor de fase van uitwerken (bouwstenen IPvE) passend om ‘breed’ uit te nodigen voor discussie- en informatiemomenten. Dit verloop van gebeurtenissen leidde tot een verzuurde sfeer bij een deel van de deelnemers. De projectorganisatie gebruikte bij de uitwerking van een IPvE de resultaten van de klankbordgroep en verdiepte die met onderzoeken van adviesbureaus, gesprekken met betrokken partijen en bredere bijeenkomsten. Een aantal betrokkenen geeft aan dat – ondanks een bijeenkomst bij de start van het IPvE voor betrokken sleutelpersonen – voor hen niet duidelijk was hoe de communicatie en participatie vormgegeven zou worden in deze fase. Gezien de ervaring met de klankbordgroep waarin alle argumenten gewisseld waren gaf het projectteam de voorkeur aan bijeenkomsten op specfieke thema’s van het IPvE en bredere buurtbijeenkomsten (deels online). Bij sommige deelnemers ontstond in dit proces het gevoel dat de adviesbureaus met een vooraf door de gemeente opgestelde uitkomst moesten werken.
Reflectie De mogelijkheden om deel te nemen aan het project Maliebaan waren groot. Daar maakte de omgeving ook gebruik van. Het lijkt erop dat tijdens het traject de scope van het project ter discussie kwam te staan (verkeersproject of bredere visie), de kaders verschoven en het proces daarmee ingewikkelder werd. Misschien was dit vanuit het project zelf gezien niet het geval. Echter, de publieke discussie zelf veranderde van een mobiliteitsvraagstuk naar het belang en de betekenis van de Maliebaan voor de stad en een daarbij horende
5
herinrichting. Deze verbrede discussie die deels binnen en deels buiten het traject van het project plaatsvond, maakte het proces voor een aantal betrokkenen onduidelijk. Daarnaast leidde het proces niet tot een eenduidige, gedragen visie op de herinrichting van de Maliebaan. Sommige partijen zagen (delen van) hun standpunt opgenomen, andere niet. Er bleef in het lange proces lang mogelijk om alternatieve standpunten in te brengen zonder dat er een eind aan de discussie kwam. Deelnemers die zich niet gehoord voelden of hun standpunt niet overgenomen zagen, bleven lobbyen voor hun invalshoek via college, gemeenteraadsfracties, projectorganisatie en de pers. Dit resulteerde naast het ‘projectspoor’ in parallelle trajecten. Niet altijd zichtbaar voor alle betrokkenen. Op zich is dit niet bijzonder. Dit gebeurt in menig project. Zo werkt ons democratisch stelsel. Wellicht heeft de lengte van het proces (zonder duidelijke tussenbesluiten) de mogelijkheid geboden om te blijven lobbyen, en bijgedragen aan achterdocht ten opzichte van de gemeente en tussen deelnemers onderling. Het is jammer dat het blijkbaar niet mogelijk was om inzichten vanuit verschillende invalshoeken te combineren tot een gedragen visie op de herinrichting. Tijdens de evaluatiebijenkomst werd door een deelnemer gesuggereerd om een lobbyregister per project op te stellen.
Mijns inziens lost dit niet het probleem van achterdocht en gebrek aan transparantie op. In elk project zijn er meerdere belanghebbenden die hun mening op verschillende wijzen kenbaar zullen maken en lobbyen voor hun belang. Ook is het vanzelfsprekend dat vanuit een projectteam contact gezocht wordt met belanghebbenden om standpunten te leren kennen of kennis te gebruiken. Het is belangrijker inzichtelijk te maken welke afwegingen gemaakt worden binnen de (inhoudelijke; financiële, juridische) kaders die meegegeven worden aan het begin van een project. Een onderscheid tussen ‘buurt-’ en ‘stedelijke’ belangen kan helpen die afweging inzichtelijk te maken. Participatie gaat overigens, zoals verschillende gesprekspartners ook aangaven, om serieus genomen worden in je belang en niet alleen om ‘gelijk’ te krijgen of ‘je zin doordrijven’. Dat geldt zowel vooral buurt- als stedelijke belangen. Er werd in de gesprekken regelmatige verwezen naar de lengte van het traject als complicerende factor. Het traject was lang. De lengte op zich kan zeker irritatie opwekken, maar wellicht is het nog belangrijker dat het beeld ontstaat dat er geen voortgang wordt geboekt. Overigens geldt dit ook voor het besluitvormingsproces. Het is voor de buitenwereld onbevredigend dat een voorstel in mei aan de raad wordt aangeboden en er pas in december in besluit genomen wordt.
Al die tijd ligt een project stil. 3. Meer Utrechters betrekken (inclusiviteit) Mogelijkheden binnen het project Er waren zoals boven vermeld tal van mogelijkheden om deel te nemen aan de gesprekken over de Maliebaan. Vanuit het project is actief ingezet op het betrekken van direct belanghebbenden, zowel omwonenden, bedrijven en winkeliers, het Spoorwegmuseum en stedelijke partijen zoals de Fietsersbond. Naast fysieke bijeenkomsten heeft er een online peiling plaatsgevonden en zijn in de coronatijd online-bijeenkomsten georganiseerd. Beeld van gesprekspartners
6
De focus lag vooral op de direct betrokkenen. Sommige deelnemers misten betrokkenheid van iets verder weg gelegen straten op wie de herinrichting ook effect heeft. Ook wezen gesprekspartners op het ontbreken van een breder stedelijk belang anders dan het fietsbelang dat vertegenwoordigd werd door de Fietsersbond. De online-meningspeiling naar verschillende varianten heeft voor meer reacties gezorgd dan de bijeenkomsten. Door corona is een aantal bijeenkomsten omgezet in onlinebijeenkomsten. Een deel van die onlinebijeenkomsten werd niet als dialoog ervaren. In het de evaluatiebijeenkomst wezen deelnemers op het gebruik van vakjargon dat niet begrijpelijk was voor bewoners. Dat gold ook voor de raadsmotie en de formulering van toezeggingen door de wethouder. In ieder geval een deel van de aanwezigen interpreteerde een toezegging van de wethouder anders dan het projectteam. Reflectie Vanuit het project zijn er veel mogelijkheden gecreëerd om deel te nemen aan het proces om tot een herinrichting te komen. Wellicht had doelgericht uitnodigen van bepaalde buurtof stedelijke belanghebbenden beter gekund. Er bestond een lijst met belangstellenden die persoonlijk is uitgenodigd door het projectteam. Ondernemers zijn vaak en moeilijk te betrekken groep. In het project zijn vertegenwoordigers van de ondernemers/winkeliers aangehaakt.
Er zijn geen specifieke acties ondernomen om jongeren of Utrechters met een migratieachtergrond te betrekken. De (noodgedwongen) combinatie van ‘live’ en ‘online’ activiteiten is een goede leerervaring waarvan te verwachten is dat dit in de toekomst vaker zal gebeuren. Het is mij niet bekend of andere personen dan de betrokkenen bij de ‘live’ bijeenkomsten deelgenomen hebben aan de online-sessies. Online-bijeenkomsten zijn vooral voor ‘feitelijke’ bijeenkomsten geschikt. Voor bijeenkomsten waarbij gevoeligheden op tafel liggen voldoet face-to-face contact beter. Heldere spelregels waaronder respect voor andermans meningen en positie zijn in elke vorm van communicatie belangrijk. Zoals ik elk project waren voor een deel van de gesprekspartners, ondanks uitleg van het projectteam, de stappen in planvorming niet helder. Ook het gebruik van ‘vakjargon’ was een kritiekpunt. In aansluiting geldt ook wat hierboven vermeld is onder paragraaf 2. De lengte van het proces, de gerezen onduidelijkheid over processtappen en kaders, het gevoel dat de inhoudelijke inbreng niet serieus genomen werd en de onaangename sfeer leidden (ieder voor zich of in combinatie) tot het verwateren van de interesse bij een deel van de betrokkenen om deel te nemen in het traject. Een klein groepje met een sterke mening bleef over. 4.
Samen wijzer worden (kwaliteitsimpuls) Mogelijkheden binnen het project Binnen het project waren mogelijkheden om gebruik te maken van kennis of specifieke vaardigheden van deelnemers. Dat gold zowel voor (individuele) bewoners met kennis van stedenbouw en architectuur, ondernemers en bewoners met kennis van het gebruik van de Maliebaan en kennis van maatschappelijke organisaties zoals de Fietsersbond. Tijdens
7
bijeenkomsten hebben verschillende deelnemers hun ideeën via eigen presentaties ingebracht. Naast de inbreng in bijeenkomsten, zijn er bilaterale gesprekken georganiseerd van deelnemers met deskundigen van de gemeente of adviesbureaus. Ook hebben bewoners ondersteuning gekregen om hun eigen ideeën uit te werken, o.a. via het Initiatievenfonds. Beeld van gesprekspartners Bij de gesprekspartners wordt verschillend gedacht over het gebruik van de kennis en ervaring van de deelnemers. Er zijn bewoners en ondernemers die vinden dat hun kennis en ervaring niet voldoende serieus genomen is en deelnemers die vinden dat dit wel gebeurd is. Zij die zich niet voldoende serieus genomen worden, vinden o.a. dat de gemeente al een idee van de uitkomst had aan het begin van het traject en dat onderwerpen die zij belangrijk vinden (bijv. autobereikbaarheid; verkeersveiligheid) niet passen in de gemeentelijke visie. Als de gemeente toch al weet wat zij wil en hun invalshoek of mening niet van belang is, vinden zij participatie een zinloze exercitie. Ook leeft in dit perspectief bij een deel van de gesprekspartners achterdocht naar de uitkomsten van onderzoek door adviesbureaus en deskundigen omdat zij slechts ter rechtvaardiging van het gemeentelijk standpunt gebruikt zouden worden.
Zij die vinden dat hun kennis en ervaring wel serieus genomen werden, zien dat terug in het rekening houden in het IPvE met het belang of visie die zij ingebracht hebben. Dit betreft een verbreding van de genoemde scope van het project van Maliebaan-Noord naar de gehele Maliebaan, en van verkeersproject naar een bredere visie (m.n. van modellen van ‘Ovonde’, naar ‘Knip’ naar ‘Promenade’) en omgaan met verkeersstromen/bereikbaarheid (fietsers; touringcars; auto’s). Ook zijn er wijzigingen aangebracht in het IPvE op basis van de inbreng van de kennis en ervaring van deelnemers, bijvoorbeeld het parkeren aan de groenzijde in plaats van aan de gevelzijde en de wijziging van het aantal doorsteekjes. Reflectie De mogelijkheden om ‘samen wijzer’ te worden zijn zeker gecreëerd binnen het project Maliebaan. De vraag is wel waarom sommige deelnemers dan toch het gevoel hebben dat hun kennis en ervaring niet serieus genomen is. De vraag is of dat zo is omdat hun ideeën niet overgenomen zijn en of dat zij vinden dat hun zorgen of wensen niet voldoende geadresseerd worden in het IPvE? Mijns inziens heeft dit gevoel niet alleen met inhoudelijke redenen (kaders en thema’s) te maken maar ook met de wijze waarop een projectproces georganiseerd wordt. Er is in het proces rond de Maliebaan bij een deel van de deelnemers achterdocht ontstaan over de oprechtheid van de gemeente.
Het blijft natuurlijk in elk proces mogelijk dat deelnemers zich niet serieus genomen voelen of het niet eens zijn met de uitkomsten. Het gaat erom dat argumenten als ‘het proces was niet transparant’ of ‘we zijn niet voldoende betrokken’ geen reden mogen zijn om het resultaat van een project ter discussie te stellen. Inhoudelijk kun je verschillen van opvatting en serieus genomen worden zonder het proces in twijfel te (hoeven) trekken. De kans dat betrokkenen het proces in twijfel trekken, kan verkleind worden door betrokkenen een rol te geven in het vaststellen van de processtappen en hen eventueel een rol te geven in medesturen van het proces. Dit moet dan wel vanaf het begin van een project georganiseerd worden en niet halverwege ingevoerd worden als er (grotere) conflicten ontstaan. Als zich scherpere tegenstellingen ontwikkelen, kan het wel aan te raden zijn om
8
een tussenstap in te bouwen waarin samen gereflecteerd wordt op de achtergrond van de ontstane situatie en de wijze waarop vertrouwen in het proces opgebouwd kan worden. In de organisatie van het proces zelf gaat het om duidelijkheid over de scope en de stappen die genomen worden, inzicht in de uitkomsten van elke stap en de wijze waarop tot die uitkomsten is gekomen inclusief de inbreng van de kennis en ervaring van de deelnemers (afweging). Daarbij is ook aandacht voor standpunten van ‘tegenstanders’ of ‘minderheden’ van belang en de wijze waarop met die standpunten rekening wordt gehouden.
9
Bijlage 1: Motie M53 Participatie Maliebaan https://utrecht.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Document/43893fe9-c918-43f2-8accba6cd6b18756?documentId=1c68945f-5e9d-497f-b7cc-e6f5089eb3c7
10
Bijlage 2: Verslag evaluatiebijeenkomst project Maliebaan (17 maart 2022)
Evaluatiebijeenkomst participatie Maliebaan Podium Oost, 17 maart 2022, 19.30-21.30 uur Aanwezig: - Twee leden betrokken bewoners/Voetgangersvereniging, vml leden wijkraad - Bewoners Belangenvereniging Maliebaan en Omgeving - Betrokken bewoner/Initiatiefnemer Maliebaan Plan B - Betrokken bewoner/Groen Oost, Oostkrant - Fietsersbond - Spoorwegmuseum - Twee projectmanagers, gemeente Utrecht - Twee leden projectteam, gemeente Utrecht - Notulist - Frans Werter (Buro De Steeg, voorzitter) Opening en voorstelronde Frans Werter stelt zich voor. Hij is onafhankelijk voorzitter en inhoudelijk niet bekend met het project en kent het participatieproces rond de Maliebaan vanuit de website en het nieuws. Een raadsmotie over participatie, die is ingediend bij de raadsbehandeling vaststellen IPvE/FO Maliebaan, vormt de aanleiding voor deze bijeenkomst. Daarin vraagt de raad om de participatie Maliebaan te evalueren als onderdeel van de evaluatie van het programma Samen Stad Maken. De drie doelstellingen van het programma Samen Stad Maken zijn door de gemeente geformuleerd als: vergroten van de inclusiviteit, vergroten van de betrokkenheid, samen wijzer worden (gebruik maken van de kennis van de betrokkenen). De andere aanwezigen stellen zich voor, waarbij ze benoemen wat hun rol is geweest in het participatieproces en gedurende welke periode ze betrokken waren.
Op verzoek van de deelnemers proberen we om deze evaluatie als het lukt in één sessie af te ronden. Noot: De in dit verslag genoemde punten zijn meningen van de aanwezigen en worden niet noodzakelijkerwijze door iedere deelnemer aan het gesprek onderschreven. Aan/afwezigheid en invloed Frans vraagt aan de aanwezigen wie zij vandaag missen in de zaal. Genoemd worden: - In het begin van het proces was er een groep bewoners die enthousiast was over de herinrichting. Die zijn later niet meer bij bijeenkomsten geweest. Daardoor praatten op een gegeven moment alleen mensen mee die negatief tegenover de herinrichting stonden of vonden dat de herinrichting problemen veroorzaakte die niet werden opgelost. - Er zijn ook mensen in de buurt die het niet als zinvol ervaarden om mee te praten, omdat er toch niets met hun inbreng zou gebeuren. - Onder de aanwezigen is verbazing over de afwezigheid van Stichting De Maliebaan. Zij leken in eerste instantie veel invloed te hebben, maar verdwenen daarna van de radar in het participatieproces. 11
-
Hiernaast worden ook de kinderdagverblijven, ondernemers en de Vrije School genoemd als partijen waarvan men graag de mening had gehoord.
Frans stelt voor dat hij een aantal afwezigen belt om te peilen wat ze vinden, zodat hun reflectie aan het verslag kan worden toegevoegd. Frans benadert de Stichting De Maliebaan, de kinderdagverblijven en de Ondernemersvereniging. Opgemerkt wordt dat wel voorkomen moet worden dat afwezigen meer aandacht krijgen dan de mensen die vandaag aanwezig zijn. Het verslag van deze bijeenkomst moet niet worden aangepast op basis van telefoontjes achteraf. Klankbordgroep Van 2015 t/m 2017 bestond een klankbordgroep. Later is de klankbordgroep niet meer bij elkaar geweest. De aanwezigen maakten opmerkingen over de klankbordgroep. - De klankbordgroep functioneerde goed. De deelnemers verschilden op onderdelen van mening, maar de klankbordgroep als platform voor gesprek functioneerde goed. - Overigens binnen de klankbordgroep was er geen sprake van een eensluidend oordeel over de gewenste of benodigde maatregelen aan de Maliebaan. De Fietsersbond bijvoorbeeld verschilde op essentiële onderdelen van mening met verschillende andere deelnemers aan de KBG. - Als mensen invloed hebben los van de georganiseerde bijeenkomsten, dan is dat vervelend voor degenen die zich netjes voor participatiebijeenkomsten hebben aangemeld. Als voorbeeld wordt het openbaar vervoer en de nood- en hulpdiensten genoemd. Die hebben inbreng, maar dat gaat buiten het participatieproces om.
De afweging van die belangen is dan niet transparant. Vanuit de gemeente wordt aangegeven dat in het voorbeeld van het openbaar vervoer en nood- en hulpdiensten een apart breder toetsingsoverleg bestaat. Dit is ook eerder in het traject besproken. - Na het beëindigen van de klankbordgroep waren er veel 1-op-1-contacten. Voor mensen die in de klankbordgroep hadden gezeten, was het niet inzichtelijk wat er allemaal gebeurde. De fysieke en onlinebijeenkomsten werden ervaren als dat zij meer gericht waren op informeren over de voortgang van het traject door de gemeente en niet op participatie. Er werden geen notulen gemaakt. En bij sommige deelnemers bestaat de indruk dat niets met hun inbreng gedaan is. - Bewoners van de Ramstraat en Oudwijkerdwarsstraat kregen geen uitnodiging voor de klankbordgroep, terwijl die straten wel effecten gaan ervaren. - In 2017 kwam een bekende Utechter bij een grote buurtbijeenkomst en vanaf dat moment veranderde de toon. Daarna is een groep ontstaan die het promenade-idee zelfstandig naar buiten en naar de gemeente heeft gebracht. Dat was niet transparant voor de betrokkenen bij de klankbordgroep. Taalgebruik en het proces - Opgemerkt wordt dat de gemeente in het proces vaak ambtenarentaal gebruikte, die voor bewoners niet begrijpelijk was.
Hetzelfde werd ervaren bij de tekst van de raadsmotie en de formulering van de toezeggingen door de wethouder die volgens sommigen multi-interpretabel waren. - Een aanwezige licht toe; hij had gehoord dat de wethouder aangaf dat de breedte van het kruispunt nog bestudeerd zou worden. De projectmanager en een andere deelnemer 12
-
-
hadden dat anders gehoord en vatten het niet op dat er nog ruimte was voor aanpassing van het ontwerp. Geconstateerd wordt dat in een planproces het jargon van de gemeente en de belevingswereld van de inwoners uiteenlopen. Dat helpt niet. Dat geldt bijvoorbeeld voor de stappen in een planproces, bijvoorbeeld een IPvE (Integraal Programma van Eisen). Voor bewoners zijn de stappen in het planproces ook niet duidelijk. Daarbij helpt de lengte van het doorlopen proces tot nog toe, ca. 8 jaar, ook niet. Voor bewoners is op een gegeven moment niet meer duidelijk wat, wanneer vastligt en wat de mogelijkheden voor beïnvloeding nog zijn.
Wat had beter gekund? Frans stelt voor dat elke aanwezige benoemt hoe een goed participatietraject eruit zou moeten zijn, en hoe het bij de Maliebaan beter had gekund. Het volgende wordt benoemd, waarbij niet iedere aanwezige elk punt onderschrijft: - De definitie van participatie is niet dat omwonenden of andere partijen ‘hun zin’ moeten krijgen. Je zou van tevoren moeten afspreken wat je als resultaat uit de participatie wil hebben. En daarbij aangeven waar mensen wel en niet invloed op kunnen hebben. - Zet de technisch mogelijke alternatieven naast elkaar, doe dan participatie over de verschillende alternatieven, waarbij je voor- en nadelen benoemt. Ga vervolgens in groepjes nadenken over hoe de nadelen van elk alternatief kleiner gemaakt kunnen worden. Laten mensen dus zelf nadenken over hoe nadelen kunnen worden tegengegaan. De kern van participatie is aan de ene kant een verbeterplan te maken en aan de andere kant de pijn verzachten voor die belanghebbenden die mogelijk benadeeld worden bij een mogelijke keuze die gemaakt gaat worden. - Het proces moet niet te lang duren en mijlpalen/beslismomenten moeten duidelijk zijn en worden afgesloten. Het gaat dan niet alleen om de lengte als wel het feit of er voortgang geboekt wordt. - Participatie is een vorm van onderhandelen. Volgens sommige aanwezigen waren alle betrokken het eens over 80% van de inhoud.
Dat is onvoldoende benadrukt. Naast die 80% bleef een aantal zorgen over, die voor mensen individueel zwaar wegen, en waar mensen echt van wakker lagen. Daar had met meer empathie op ingegaan mogen worden en oplossingen voor gezocht moeten worden. De Fietsersbond benadrukt dat zij niet dit beeld heeft. - Het mooiste is als er uit participatie een resultaat komt wat je van tevoren niet had voorzien. Dan trek je participatie pas naar een hoger plan. Een voorbeeld hiervan is het verplaatsen van de bushalte in de Burgemeester Reigerlaan naar de Oudwijkerdwarsstraat, dat is in het participatieproces bedacht. - De Maliebaan is een project op schaal van de stad. Daar hoort een ander proces bij dan bij een project dat alleen een lokaal effect heeft. Stedelijk en lokaal belang verschillen. De klankbordgroep is gestopt omdat we het niet eens werden, en de belangen tussen stad en straat te verschillend waren. - Alle partijen moeten kunnen zeggen wat ze vinden, en de afweging van die belangen moet transparant plaatsvinden.
13
Start en mijlpalen Er wordt teruggekeken op de start van het proces. De aanleiding vanuit de gemeente was het verbeteren van de ‘Herenroute’ (fietsroute) en de wens om de VRI weg te hebben. In eerste instantie begon een groepje met een functional ambiance-studie. Het begon met alleen de herinrichting van het kruispunt, en liep over in een herinrichting van de volledige Maliebaan. Een projectleider licht toe dat het groepje dat de functional ambiance deed er al was toen hij werd ingeschakeld. Toen het onderwerp van gesprek breder werd, werd geconstateerd dat dit niet meer in een klein groepje kon, en is de klankbordgroep in leven geroepen. Over de eerste fase wordt door andere aanwezigen opgemerkt: - Het ontbrak in het proces aan van bovenaf opgelegde strakke deadlines. Het was niet duidelijk waar we naar toe werken. Dat maakte dat ook niet iedereen wilde meepraten, omdat mensen dachten ‘dat zal toch wel niet doorgaan’. - Door het projectmanagement werden wel punten gezet achter stappen, maar door het politieke proces werden die weer ter discussie gesteld en werd er om die afgeronde punten heen gewerkt. - Mensen die deelnemen aan participatie moeten weten wat de vrije ruimtes zijn en wat vastligt. Dat was bij de Maliebaan niet duidelijk. - Als bewoner heb je geen idee wat er allemaal speelt, buiten de bijeenkomsten waarbij je zelf bent.
De stap van ‘project kruispunt’ naar ‘project gehele Maliebaan’ was verwarrend en leek niet in controle. Opgemerkt wordt dat in 2019 door de raad principes/kaders werden vastgesteld. Maar dat juist daarna meer frustratie ontstond bij sommige deelnemers aan de participatie omdat zij menen dat nagenoeg niets gedaan is met voorstellen die ontwikkeld werden. Een tweede projectleider merkt op dat zij haar opdracht is begonnen na een intensieve periode van participatie waarmee alle belangen en alle mogelijkheden/varianten op tafel lagen. De voorliggende varianten waren uitgewerkt, besproken en alle belangen waren bekend. Het was nu aan de gemeenteraad om richting aan te geven, een principebesluit te nemen. Haar opdracht was om een raadsvoorstel voor te bereiden op basis van alles wat er al lag, en met de gedachte dat ‘alles gezegd was, wat gezegd moest worden’. Ze kreeg mee dat er in de klankbordgroep geen consensus was (‘we agree to disagree’) en alle punten besproken waren en belangen en overwegingen bekend waren. Daarop ging de gemeente aan de slag om de varianten en een voorstel voor een keuze aan de raad voor te leggen. Daarom was het niet zinvol was om de klankbordgroep bij elkaar te roepen omdat er geen voortgang of nieuwe gezichtspunten te verwachten waren en alle informatie gedeeld en besproken was.
Als alles op tafel ligt, is de gemeente (en de politiek) aan zet om een richting aan te geven. Over de fase rondom het raadsbesluit in 2019 wordt door andere aanwezigen opgemerkt: - Op een zeker moment waren er vier varianten voor de kruising. Waarbij bij elke variant bedenkingen waren en geen overeenstemming was. Daarna kwam het college ineens naar buiten met een ‘vijfde variant’, en de mededeling dat daarvoor gekozen zou worden. Dat wekte verbazing op. - De stap van vier varianten naar de keuze voor een vijfde variant was voor een deel van de aanwezigen niet transparant. De projectorganisatie leek tijdens die stap in zichzelf gekeerd.
14
-
De gemeente is met alle input die verzameld was aan de slag gegaan om te komen tot de vijfde variant, waarin ze heeft geprobeerd (en wat sommige aanwezigen betreft daarin ook behoorlijk goed is geslaagd) om in deze variant te zorgen voor zo min mogelijk pijn voor alle partijen. Die is vervolgens voorgelegd in een nieuw participatietraject, met een bredere insteek dan de klankbordgroep. De gemeente had misschien duidelijker moeten zijn over de wijze waarop de participatie in die fase georganiseerd werd.
Invloed en transparantie Ingegaan wordt op transparantie en het uitoefenen van invloed. Daar wordt over gezegd: - Het proces gaf de indruk dat keuzes achter gesloten deuren zijn gemaakt. Als bewoner vraag je je dan af waarom je er tijd in hebt gestoken. Dit leidt tot wantrouwen. - De gemeente heeft in de fase tot aan het raadsbesluit 1-op-1 contact gehad met partijen met belangen. Het is voor deelnemers aan de klankbordgroep niet zichtbaar wat de invloed van die contacten is geweest op het uiteindelijke besluit. Dit leidt tot wantrouwen. - Het is logisch dat als alle informatie en belangen bekend zijn het projectteam op een gegeven moment het ontwerp afrondt en een raadsvoorstel voorbereidt zodat de gemeenteraad vanuit haar rol belangen kan wegen en een keuze maakt. Maar ook daarover zou je moeten communiceren. - Je zou een checkmoment moeten hebben waarbij je de opbrengst uit te participatie presenteert en als gemeente duidelijk aangeeft: wij gaan hiermee nu aan de slag. Als er in die fase nog contacten zijn met belanghebbende partijen, is te overwegen een soort ‘lobbyregister’ bij te houden waarin je aangeeft wat de input was en wat ermee gedaan is. - Politieke beslissingen gaan steeds door het proces met de bewoners heen.
- Als je de kaders verandert, zoals is gebeurd met de vier varianten waar opeens een vijfde variant uit kwam, zou je dat eerst terug moeten leggen bij degenen die hebben meegedacht met de totstandkoming van die kaders. - In de digitale bijeenkomsten (via Zoom) is veel gezegd, maar het was geen conversatie, geen dialoog. Het was voor deelnemers dan ook niet te zien of en zo ja tot welke aanpassingen dat geleid heeft. - Bij participatie is het moeilijk om de belangen van groepen te wegen. Sommige partijen zullen voor de gemeente belangrijker zijn dan andere partijen. Hoe worden die belangen gewogen? - De projectleider antwoordt dat het uiteindelijk aan de politiek is, aan de gemeenteraad, om de verschillende belangen tegen elkaar af te wegen. Raadsfracties kunnen (deel)belangen via moties inbrengen in de discussie, waarna over deze moties wordt gestemd. - De projectgroep zou zo objectief mogelijk alle belangen op een rijtje moeten zetten, en die aanbieden bij de politiek. De politiek kan dan de keuze maken welke belangen ze het zwaarste vindt wegen. Participanten moeten kunnen zien welke belangen hoe zwaar gewogen worden. - Als je als participant ziet dat je belang voldoende meegenomen is, wordt je inzet (tijd die je erin steekt) minder.
15
Afsluiting/vervolgafspraken Aanwezigen geven aan dat ze het zouden waarderen als de gemeente een aantal aanbevelingen formuleert op basis van wat hier gezegd is. Frans Werter neemt dit op zich. Er is behoefte aan verheldering van de rol van Stichting De Maliebaan. Deze lijkt veel invloed te hebben gehad, maar dat is niet transparant. Frans Werter neemt, zoals eerder aangegeven, ook contact op met de stichting. De projectleider deelt ter informatie mede dat de gemeentelijke rekenkamer, in opdracht van de raad, onderzoek gaat doen naar zes participatietrajecten, waaronder de participatie rond de Maliebaan. Er wordt van deze bijeenkomst een compact verslag gemaakt, waarbij gemaakte opmerkingen niet direct zijn gekoppeld aan personen. Aanwezigen vinden dat er genoeg is gezegd. Een tweede evaluatiebijeenkomst is niet nodig, tenzij er op basis van het verslag of de terugkoppeling van Frans toch behoefte aan blijkt.
16
Bijlage 3: Verslagen gesprekken vertegenwoordigers Ondernemersvereniging Maliekwartier, Kinderopvang Heppienest, Stichting Maliebaan i.o. 1. Vertegenwoordiger Ondernemersvereniging Maliekwartier Datum: 31 maart 2022 • •
• •
• •
• •
De ondernemer is op verschillende momenten en bij meerdere bijeenkomsten betrokken geweest, inclusief de klankbordgroep. Ondernemers betrekken is lastig. Zij zijn met hun onderneming bezig en niet zo zeer met de omgeving. Grotere betrokkenheid vind je bij eigenaar/ondernemers. Winkelmanagers of franchisenemers van ketens zijn minder geïnteresseerd in hun omgeving. Zij zijn vaak na een paar jaar weer weg. In de Nachtegaalstraat/Burg Reigerstraat zijn er nog weinig eigenaar/ondernemers. Ondernemers hebben bovendien de neiging om pas achteraf hun mening te geven. Dit geldt ook voor de winkelmanagers van ketens. Vaak gaat het dan alleen om bevoorrading. Er is niet voldoende geld om alles in één keer aan te pakken. Dat is jammer. Nu blijft er asfalt in het midden liggen. Het zou een verbetering zijn van de Maliebaan om het een park uitstraling te geven. Waarom wacht je niet met uitvoering totdat je voor alles geld hebt? Deelnemen aan een klankbordgroep kost veel tijd. Als participatieproces zo lang duurt dan ‘verwaterd’ de interesse. Dan zie je dat er een paar mensen overblijven. De invloed van betrokkenen is onduidelijk. Je weet niet wat de wethouder bespreekt met bepaalde partijen of wat de invloed is van bepaalde partijen. De invloed van de bekende Utrechter via de media is daar een voorbeeld van. De ondernemer heeft de indruk dat de verkeersonderzoeken (bijvoorbeeld t.a.v.
busverbindingen) in opdracht van de gemeente ‘eenzijdig’ ingestoken zijn. Uiteindelijk lijkt het dat de gemeente haar eigen zin doordrukt. De gemeente heeft veel tijd en werk in de participatie gestoken, maar de inspraak lijkt een ‘formaliteit’. Leerpunt: er moet meer geluisterd worden naar mensen die er langer wonen (‘ervaringsdeskundigen’) en minder naar verkeersdeskundigen. Daarbij noemt hij als voorbeeld het inhoudelijke punt van het leiden van vrachtverkeer over de Burg Reigerstraat en het gevaar dat dit oplevert voor fietsers. Hij vraagt zich af of we het niet alleen over ‘verandering’ hebben, en niet over ‘verbetering’. Overigens is het moeilijk om het iedereen naar de zin te maken.
17
2. Vertegenwoordiger Heppinest (Kinderopvang) Datum: 6 april 2022 • • • • • •
• •
•
•
•
De vertegenwoordiger van Heppinest is betrokken geweest bij de plannen voor herinrichting vanaf 2016. Zij is bij de klankbordgroep geweest en bij vele andere bijeenkomsten. Hoe het traject precies in elkaar zat, en welke stappen zijn genomen is haar niet duidelijk. Ook is haar niet duidelijk wat er nu precies besloten is. Het traject is door de lengte en alle stappen ondoorzichtig geworden. ‘Komt er nu wel of niet een Ovonde?’ Toen duidelijk werd dat er geen knip kwam en autobereikbaarheid mogelijk bleef, heeft ze een stap terug gedaan en wilde ze er niet veel energie meer insteken. Er zijn heel veel groepjes betrokken geweest (bewoners, ondernemers, winkeliers, Spoorwegmuseum, fietsersbond). Het traject is ‘lang, lang, lang’ geweest, en nog niet afgerond. Bovendien, is er niets gedaan met de inbreng vanuit de omgeving (bewoners; winkeliers; ondernemers). Dit heeft ervoor gezorgd dat de deelnemers uitgeput raakten en afhaakten (of verdwenen omdat hun belang geborgd was, zoals bereikbaarheid voor bussen voor het spoorwegmuseum). Een klein groepje is overgebleven. De vertegenwoordiger van Heppinest heeft op een gegeven moment zelf en presentatie gemaakt. Zij vindt dat daar niets meegedaan is door het project. De gemeente lijkt zelf al een idee voor herinrichting gehad te hebben. Participatie en inbreng vanuit de omgeving werd niet serieus genomen.
De vele energie en inbreng van de deelnemers lijkt tevergeefs geweest. Zij ziet een insteek van ‘verdeel en heers’ vanuit de gemeente. Het beeld van de vertegenwoordiger van Heppinest: de gemeente gebruikte onderzoek dat discutabel was voor het eigen doel. Zo werd een parkeeronderzoek gedaan tijdens de eerste corona lockdown. Die resultaten waren volgens haar onbetrouwbaar maar werden wel gebruikt. Het was niet duidelijk waar de deelnemers wel of geen invloed konden uitoefenen. Zelf had zij autobereikbaarheid en veiligheid op de agenda willen hebben. Die onderwerpen waren volgens haar niet wenselijk vanuit gemeentelijk perspectief. Groen en fietsen waren van belang voor de gemeente. Wat was nu eigenlijk het probleem dat opgelost moest worden? Dat fietsen voor een stoplicht moesten wachten? Leerpunten: o Geef het aan als gemeente als je al weet wat je wil. Zet dan geen participatietraject op. Dat verwart mensen en is zonde van alle energie. o Neem de kennis van de betrokkenen serieus. Gebruik de kennis van de omgeving in de projecten. o Laat een traject niet eindeloos lang duren. Dan haken mensen af. Bovendien is een lang traject niet efficiënt en is het een verspilling van middelen. Neem een besluit. o Zet communicatie door. Nu leek communicatie te stokken. o Maak notulen van alle bijeenkomsten. Dat maakt helder wat gezegd is.
Dan kun je ook laten zien wat er gebeurt met de opmerkingen. Bij een grote bijeenkomst zijn geen notulen gemaakt. Het lijkt erop dat dan de inbreng van de omgeving niet belangrijk is. 18
Tot slot, de vertegenwoordiger van Heppinest biedt aan om haar visie nog een keer tekenen als het projectteam daar behoefte aan heeft.
19
3. Stichting De Maliebaan (2 personen) Datum: 13 april 2022 •
•
•
• •
•
•
De twee vertegenwoordigers van de stichting hebben met een bekende Utrechter in 2020 het initiatief genomen om de Stichting Maliebaan i.o.. Zij willen graag vanuit de kwaliteit van de plek denken en als stichting actief worden nadat de gemeente een keuze heeft gemaakt voor het inrichten van de verkeerstromen in het gebied. De stichting i.o. wil zich inspannen om het park te versterken als hart van Utrecht-oost en als belangrijke plek voor Utrecht als geheel, met name op gebied van cultuurhistorie en natuur/groen. De ene vertegenwoordiger van de stichting en de bekende Utrechter zijn ca. 6 jaar betrokken bij de herinrichting van de Maliebaan (ook voor de oprichting van de stichting) en de andere vertegenwoordiger van de stichting iets korter. Zij werden actief na een brede buurtbijeenkomst (in 2014) waaraan zij deelnamen. In die bijeenkomst werd over de Ovonde gesproken. Sindsdien hebben zij zich hard gemaakt voor het realiseren van een parkgebied voor Utrecht aanvankelijk met een grote groep bewoners. Toen bleek dat de discussie met bewoners en gemeente zicht voornamelijk richtte op verkeer hebben zij zich bewust teruggetrokken uit de discussie. In 2020 bleek dat vanuit de gemeente de wens voor een parkgebied steeds meer opportuun werd. Het idee voor de stichting i.o.
is toen ontstaan, maar de stichting heeft zich ook enigszins teruggetrokken, wachtend op een principebesluit van de gemeente om de middenbaan van de Maliebaan af te sluiten voor autoverkeer. De gemeente heeft alleen financiering voor de verkeersinrichting en een basisvariant voor de parkinrichting van de Maliebaan. Daarna komt de stichting in actie. Zij wil dan samen met de bewoners en ondernemers uit de buurt aan de slag gaan om plannen te ontwikkelen en uit te voeren. Ook wil zij dan de universiteit en het Centraal Museum daarbij betrekken. Zij ziet mogelijkheden om daarvoor fondsen te werven. De stichting had aanvankelijk zicht op fondsen om een stedenbouwkundig bureau in te huren. Dit is door corona gestrand waarop de gemeente het initiatief heeft overgenomen en het stedenbouwkundig bureau West8 heeft ingehuurd om een visie en schetsontwerp voor de Maliebaan te maken. Van een afstand kijkend naar de participatie zoals deze vanuit de gemeente tot op heden is ingestoken, is deze volgens de vertegenwoordigers van de stichting beperkt gebleven tot direct betrokkenen, op de Fietsersbond na. Zij zien het directe, lokale belang maar benadrukken daarnaast het belang van de Maliebaan voor de gehele stad. Het project is tot op heden vooral een verkeersproject (vertrokken uit een verkeersprobleem) en is de Maliebaan niet vanuit een breder perspectief benaderd.
Wat jammer is omdat de verbinding tussen verschillende belangen en partijen juist op het mooi maken van het gebied ligt volgens hen. De vertegenwoordigers van de stichting vonden in het project de voorwaarden voor participatie en het proces van participatie niet helder. De kaders en spelregels voor participatie waren niet duidelijk. Het proces was diffuus. Doordat er geen stappen met duidelijke deadlines en besluiten genomen werden, werden eerder genomen stappen steeds opnieuw ter discussie gesteld omdat er ruimte voor interpretatie bleef. Ook de wijze waarop twee jaar geleden raadsfracties zich opstelden zonder zich neer te leggen
20
• •
• • •
bij een duidelijke uitspraak gaf ruimte voor discussie, en misschien wel valse hoop en frustratie bij betrokkenen. Het proces duurde lang en was uitputtend. Daardoor bleef uiteindelijk een klein groepje over. Vraag: hoe actief zijn anderen benaderd dan het uiteindelijk kleine groepje? De lengte van het proces werpt ook de vraag op naar efficiëntie en kosten van dit traject. Kenmerken van een goed participatie traject zijn volgens de vertegenwoordigers van de stichting: - Duidelijke kaders en spelregels - Heldere stappen met deadlines richting het doel - Een externe procesbegeleider - Erkenning van de verschillende belangen, zowel lokale als stedelijke belangen Bovenstaande zaken ontbraken of waren niet strak georganiseerd. Dit leidde tot onduidelijkheid en ontevredenheid en wellicht ook ‘valse’ hoop bij direct betrokken participerende partijen zoals bewoners. Zij vinden overigens dat deelname aan een participatietraject niet betekent dat ieders/jouw mening overgenomen moet worden. Advies aan de gemeenteraad: maak de inhoud van het Maliebaanproject breder (groenzone, stadspark voor ontmoeting) en maak het niet alleen een verkeersproject.
21
Bijlage 4: Reactie concept-memo en verslag Groen Oost, BBMO, VVU-Oost, Initiatiefnemer Maliebaan Plan B 11 mei 2022 Beste Frans, Zoals je aangeeft in je verslag en memo heeft het participatieproces Maliebaan op twee momenten een merkwaardige afslag genomen die tot wantrouwen, polarisatie en veel chagrijn in de wijk hebben geleid: 1) toen de scope verbreedde van verkeerslicht naar promenade (met 'internationale allure'); 2) en toen na diskwalificatie van elk der vier kruisingvarianten plots een vijfde, nieuwe variant op tafel kwam. Wij konden in het verslag noch in je memo terugvinden wanneer, hoe, waarom en vooral door wie precies die afslagen zijn genomen. Het is zonde van de tijd en energie om te participeren in dit soort projecten als op onverklaarbare wijze speelveld en spelregels plots kunnen veranderen. We zouden daarom graag goed uitgezocht zien wat er zich rond die twee ‘afslagen’ precies heeft afgespeeld. Transparantie en inzicht leiden tot vertrouwen, zonder dat kunnen we niet Samen Stad Maken. Met vriendelijke groet, ………….- Groen Oost ………… - BBMO (Bewonersbelangen Maliebaan en Omgeving) ………… - Voetgangersvereniging Utrecht Oost (2 personen) ………….- Initiatiefnemer Maliebaan Plan B
Reactie Frans Werter 12 mei 2022 Beste……………………., Dank jullie wel voor jullie mail. De constatering dat er onduidelijkheid is opgetreden in scope en in keuzes binnen het project en dat dit bij jullie tot chagrijn heeft geleid en tot het gevoel dat het zonde is van de tijd en energie om te participeren, is een belangrijk punt. Een les voor Samen Stad Maken. Ik heb niet het mandaat en tijd gekregen om tot in de details in het project zelf te duiken en de vragen naar wanneer, hoe, waarom en door wie uit te zoeken. Mijn opdracht beperkt zich tot het ophalen lessen t.b.v. Samen Stad Maken in 1 of 2 bijeenkomsten (omgezet in 1 bijeenkomst en 3 interviews). Voor Samen Stad Maken ben ik het met jullie eens dat inderdaad transparantie en inzicht van belang zijn om vertrouwen op te bouwen en te behouden. Ik zal de tekst van het memo met dit in het achterhoofd zo nodig aanscherpen. En ook jullie opmerking opnemen dat jullie genoemde vragen op projectniveau graag uitgezocht zien. Met vriendelijke groet, Frans Werter
22