Evaluatie cameratoezicht gemeente Utrecht 2018-2021.pdf
Tekst van het document
In een kwart van de gevallen is de registratie gebaseerd op een eigen waarneming: de operator heeft het incident zelf als eerste gespot. De meerwaarde van het cameratoezicht ligt vooral in die tweede categorie. Er zijn grote verschillen tussen de ‘productiviteit’ van de camera’s in de verschillende cameragebieden van Utrecht. In absolute aantallen worden verreweg de meeste incidenten waargenomen met de camera’s in de binnenstad. Dat is logisch, omdat daar de meeste camera’s staan. Maar als we per camera kijken, valt op dat in Lombok de meeste incidenten worden waargenomen: per camera gemiddeld eens per vijf dagen een incident. Maar er zijn ook camera’s waarmee nauwelijks incidenten zijn waargenomen de afgelopen jaren. In vergelijking met de vorige evaluatie over 2013-2017, blijkt dat de opbrengsten van het rechtstreekse cameratoezicht zeer vergelijkbaar zijn: ongeveer dezelfde aantallen en ongeveer dezelfde incidenttypen. De positieve conclusie van toen blijft dus overeind: de opbrengsten van het rechtstreekse cameratoezicht zijn talrijk en dragen vaak bij aan de veiligheid op straat. Maar het is niet gelukt tijdens het rechtstreekse toezicht de aandacht meer te richten op gemeentelijke prioriteiten, zoals werd aanbevolen. Meer hierover is te vinden in hoofdstuk 2.
Voor het meten van het doelbereik op het vierde doel, opsporing achteraf op basis van beeldmateriaal, is geen structurele registratie beschikbaar. Maar de politie laat desgevraagd weten dat camerabeelden ‘regelmatig bruikbaar zijn voor opsporing’. Naar schatting van de recherche die zich bezighoudt met veelvoorkomende criminaliteit, worden twintig keer per maand beelden opgevraagd bij cameratoezicht voor opsporing. Soms zijn er dan bruikbare beelden, en soms ook niet. In hoofdstuk 2 van dit rapport worden vier concrete voorbeelden beschreven die laten zien hoe camera’s kunnen bijdragen aan opsporing: doorslaggevend bewijs, richtinggevend aan verder onderzoek of ondersteunend aan ander bewijs. Alles overziend is er dus ook op het gebied van opsporing een positieve conclusie: het cameratoezicht levert nog altijd veel en waardevolle informatie op.
Evaluatie cameratoezicht gemeente Utrecht 2018-2021
28
Vraag 2: Hoe functioneert het beleidskader cameratoezicht? Het beleidskader cameratoezicht 2019-2022 beschrijft het wettelijke en beleidsmatige kader voor cameratoezicht in Utrecht. Dit beleidskader wordt elke vier jaar aangepast op basis van een evaluatie. Met het nieuwe beleidskader dat in 2018 werd vastgesteld, werd een aantal veranderingen beoogd. Ten eerste moest er meer flexibiliteit in het cameratoezicht komen. Ten tweede wilde men de noodzakelijkheid van alle camera’s kritischer beoordelen. Ten derde was het de bedoeling meer te focussen op preventie en handhaving en minder op opsporing achteraf en zo het cameratoezicht weer het gemeentelijke instrument te maken dat het is, in plaats van een instrument voor de politie wat het feitelijk was geworden. Het eerste doel, het cameratoezicht flexibeler maken, is gedeeltelijk behaald. Er zijn nu zes in plaats van drie flexibele camera’s, dus een verdubbeling. De beoordelingscyclus van de flexibele camera’s is uitgevoerd zoals afgesproken: met duidelijke doelen, een uitkijkinstructie voor de toezichtcentrale en elke drie maanden de balans opmaken. Maar men vindt het cameratoezicht nog lang niet flexibel genoeg. Het duurt maanden voordat een camera kan worden geplaatst: beleidsmatig en technisch zijn de camera’s nog niet flexibel.
En ook vindt men de verhouding tussen het aantal flexibele (6) en vaste (75) camera’s nog niet goed. De flexibele camera’s worden nauwgezet beoordeeld, maar bij de vaste camera’s is de afgesproken beoordeling van de noodzakelijkheid minder goed op gang gekomen. Alle gebiedsmanagers komen op basis van input van de professionals in hun werkgebied meestal tot de conclusie dat eenmaal geplaatste camera’s niet moeten worden verwijderd. Er vindt vervolgens geen integrale afweging op stedelijk niveau plaats van de noodzakelijkheid van alle camera’s, waardoor de vaste camera’s blijven staan. Maar flexibele camera’s hebben veel meer impact hebben op een buurt dan vaste camera’s die een soort straatmeubilair worden. Het aantal camera’s in Utrecht is in 2009 bevroren op het toenmalige aantal en niet meer uitgebreid. Dat ‘maximum’ begint steeds meer te knellen, volgens alle professionals waar we mee spraken. De stad heeft inmiddels 60.000 inwoners meer dan in 2009 en er zijn veel meer toeristen, evenementen en demonstraties. Ook is de complexiteit van de problemen op het gebied van openbare orde sterk gegroeid. Maar het aantal camera’s is niet meegegroeid. In vergelijking met andere grote steden in Nederland heeft Utrecht inderdaad relatief weinig camera’s.
De meeste professionals van de gemeente en de politie vinden dat het niet moet gaan over de vraag hoeveel camera’s er maximaal mogen zijn. Het gaat volgens hen om de vraag hoeveel camera’s noodzakelijk zijn. Er zijn nu plekken in de stad die in 2009 zeker in aanmerking zouden zijn gekomen voor cameratoezicht, maar nu geen camera’s krijgen, omdat het maximum is bereikt en ze dus ergens anders zouden moeten worden weggehaald. De focus op het maximale aantal camera’s draagt er ook toe bij dat eenmaal geplaatste camera’s bijna nooit worden verwijderd: men is bang dat het niet zal lukken een eenmaal verwijderde camera weer terug te krijgen mochten de problemen terugkeren. Alles overziend blijkt uit deze evaluatie dat het niet is gelukt het cameratoezicht echt flexibeler te maken dan in de voorliggende periode. De rol die de gemeenteraad speelt komt daarbij vrijwel altijd direct ter sprake. Raadsdebatten gaan regelmatig over afzonderlijke camera’s en eindigen vaak in een patstelling omdat fracties kiezen voor een principiële stellingname ‘voor’ of ‘tegen’ camera’s. Maar de raadsleden zouden op de grote lijn moeten sturen, omdat ze erop kunnen vertrouwen dat de afspraken in het uitvoeringskader worden nagekomen. Het plaatsen, verlengen en verwijderen van camera’s is een bevoegdheid die door de raad aan de burgemeester is toegekend.
De raad heeft vervolgens een controlerende rol en zou dus eens per jaar alle informatie moeten
Evaluatie cameratoezicht gemeente Utrecht 2018-2021
29
krijgen om een goed voorbereid en inhoudelijk debat op hoofdlijnen te voeren. Als dan blijkt dat de raad vindt dat de burgemeester de bevoegdheid anders moet toepassen (meer, minder of ander cameratoezicht), kan de raad aangeven hoe de spelregels in het beleidskader moeten worden. Na een jaar kan dan dezelfde cyclus weer worden doorlopen. Eens in de vier jaar wordt dan, op basis van het coalitieakkoord voor die bestuursperiode, het beleidskader cameratoezicht herschreven. Het tweede doel van het nieuwe beleidskader was om voor alle camera’s te gaan werken met concrete doelstellingen en het doelbereik te monitoren met andere informatiebronnen dan alleen het door de politie geregistreerde aantal incidenten. Dat doel is wel bereikt voor de zes flexibele camera’s, maar niet bij de vaste camera’s. De meeste doelen die men met de vaste camera’s wil bereiken zijn nog altijd algemeen geformuleerd en het meten van het doelbereik is niet fundamenteel verbeterd. De cijfers uit het live toezicht zijn eigenlijk de enige informatiebron en dat is niet genoeg voor het meten van het veiligheidsgevoel, het preventieve effect of de waarde van camera’s voor de opsporing. Die informatie kan wel verzameld worden, maar daar is niet op gestuurd van bovenaf en er is niet om gevraagd van onderop.
De voorgestelde methodiek om de camera’s productiever te maken, de noodzakelijkheid beter te onderbouwen en meer focus aan te brengen in het gebruik van de camera’s – ook de vaste camera’s – moet daarom de komende jaren een extra impuls krijgen. De hierboven beschreven aanpak met jaarlijkse verantwoording en een uniforme stedelijke meetlat zal daar naar verwachting aan bijdragen. Een andere aanbeveling uit 2018 was om meer gemeentelijke accenten in het live toezicht aan te brengen. Cameratoezicht in Utrecht was in de loop van bijna twintig jaar tijd steeds meer een instrument voor de politie geworden, terwijl de gemeente ook eigen doelen heeft. De camera’s moesten meer worden gebruikt voor het signaleren van problemen op het gebied van overlast en leefbaarheid en voor het aansturen van gemeentelijke boa’s. De werkwijze en de taakverdeling tussen gemeente en politie zijn nog niet veranderd. De gemeentelijke handhavers worden, net als vier jaar geleden, niet aangestuurd vanuit de cameratoezichtcentrale. Dat is volgens gemeentelijke professionals wel hard nodig omdat een deel van het werk op buurt- en wijkniveau van de politie feitelijk is overgeheveld naar wijkboa’s van de gemeente. Die moeten dus ook worden voorzien van relevante informatie uit het cameratoezicht.
Er is binnen het gemeentelijke apparaat brede steun om dat de komende jaren te verbeteren en een onderdeel daarvan is het bouwen van een integrale gemeentelijke toezichtcentrale waar alle informatie ‘van buiten’ bij elkaar moet komen om gemeentelijke toezichthouders en handhavers efficiënt en effectief aan te sturen. Ook dat punt komt bij de aanbevelingen aan bod. Een volgend thema dat vaak ter sprake kwam in de verdiepende gesprekken over het beleidskader is innovatie – of eigenlijk het gebrek daaraan. De invoering van slimme software of kunstmatige intelligentie komt niet van de grond, volgens velen door angst voor het onbekende en uit angst voor privacyschending. Maar het zou juist dat soort technologie kunnen zijn die helpt bij het beter beschermen van de privacy. Dit soort algoritmes kunnen ertoe leiden dat een camera standaard uit kan worden gezet en alleen beelden opneemt als er een relevante gebeurtenis plaatsvindt. Of een camera waarvan het beeldmateriaal meteen wordt omgezet in anonieme data, waardoor de informatie niet meer kan worden herleid tot individuen. De mogelijkheid dat algoritmes risico’s opleveren voor betrokkenen omdat ze niet neutraal zouden zijn, is iets om serieus rekening mee te houden. Maar professionals wijzen erop dat de huidige situatie niet per se beter is. Operators die nu
Evaluatie cameratoezicht gemeente Utrecht 2018-2021
30
het cameratoezicht uitvoeren kunnen ook last van vooroordelen hebben. Slimme technologie, mits goed ontworpen en ingeregeld volgens transparante en begrijpelijke principes, zou juist kunnen helpen daar een correctie in aan te brengen. Een vijfde punt is het slim combineren van verschillende soorten camerasystemen en andere sensoren. Dat biedt mogelijkheden om efficiënter en effectiever te werken omdat informatie uit verschillende bronnen nu eenmaal een vollediger en dus beter beeld van de werkelijkheid oplevert dan informatie uit één bron. Het zou volgens velen dan ook goed zijn als de discussie over de camera’s voor openbare orde breder wordt getrokken. Er zijn nu al andere gemeentelijke camera’s en sensoren die relevante informatie verzamelen waarmee de veiligheid op straat kan worden vergroot. Het is volgens deskundigen logisch die informatie te gebruiken in aanvulling op de gemeentelijke camera’s voor openbare orde.
4.2 Aanbevelingen Net als in de vorige evaluatie is de eerste aanbeveling om door te gaan met wat goed gaat. Het rechtstreekse cameratoezicht is waardevol: er worden veel incidenten waargenomen tijdens het live toezicht en daarmee draagt het cameratoezicht direct bij aan het de-escaleren van incidenten. Ook blijkt dat het gemeentelijke cameratoezicht regelmatig waardevol en soms ook doorslaggevend bewijsmateriaal oplevert in opsporingsonderzoeken door de politie. De opbrengsten zijn op die twee terreinen aanzienlijk en waardevol. Beleidsmatig zijn er verbeteringen mogelijk en die worden hieronder beschreven. Maar het feit dat veel professionals de beleidscyclus tijdrovend vinden en vinden dat de raad te veel op detailniveau met dit onderwerp bezig is, hoeft niet alleen maar negatief te zijn. Het laat namelijk zien dat er in Utrecht een stevig en inhoudelijk debat over cameratoezicht wordt gevoerd. Dat is veel werk, maar het zorgt er wel voor dat er veel checks & balances in het beleidsproces zitten op dit onderwerp. Dat gezegd hebbende, is er toch ook ruimte voor verbetering. Hieronder worden vier aanbevelingen gedaan. 1. Stuur niet op het aantal camera’s, maar op noodzakelijkheid Het is tijd om de ‘bevriezing’ van het aantal camera’s uit 2009 weer te ‘ontdooien’. Alle professionals zijn het daarover eens en er is ook redelijk wat politieke steun voor.
Er zal echter alleen een breed politiek-bestuurlijk draagvlak voor komen als er een ander goed criterium voor in de plaats komt: noodzakelijkheid. Dat vereist dat er strakkere afspraken komen over de jaarlijkse cyclus van doelen kiezen, doelbereik monitoren en conclusies trekken. Ook moet iedereen bereid zijn te accepteren dat het werken volgens een nieuwe methodiek twee uitkomsten kan hebben: het aantal camera’s kan toenemen, maar het aantal camera’s kan ook afnemen. De burgemeester speelt een sleutelrol als verantwoordelijke voor handhaving van de openbare orde. De bevoegdheid om camera’s te plaatsen is door de Utrechtse raad aan de burgemeester verleend. De burgemeester neemt op grond van die bevoegdheid de besluiten waarmee camera’s worden geplaatst, verlengd en verwijderd, in goed overleg met gebiedsmanagers, politie en Openbaar Ministerie. De burgemeester legt vervolgens jaarlijks verantwoording af aan de gemeenteraad. Dat is het moment waarop de raad indien gewenst het beleidskader kan laten bijstellen. Bijkomend voordeel van deze nieuwe werkwijze is dat het cameratoezicht ook echt flexibel kan worden. Want het zal ertoe
Evaluatie cameratoezicht gemeente Utrecht 2018-2021
31
leiden dat bepaalde camera’s die al jaren op dezelfde plek staan, en die inmiddels bijna een soort straatmeubilair zijn geworden, moeten worden verwijderd. Het uitgangspunt voor alle camera’s die op grond van artikel 151c Gemeentewet worden ingezet, moet worden dat ze tijdelijk zijn en uitsluitend blijven staan als ze aantoonbaar noodzakelijk zijn. 2. Verbreed het politiek-bestuurlijke debat naar alle camera’s en sensoren Het politiek-bestuurlijke debat over cameratoezicht in Utrecht gaat vrijwel uitsluitend over de ongeveer tachtig gemeentelijke camera’s voor openbare orde. Die camera’s zijn ook belangrijk, maar de afgelopen twintig jaar is het aantal andere camera’s in de stad – van de gemeente zelf, maar ook van andere overheden en van bedrijven en particulieren – sterk gegroeid. Ook worden er naast camera’s andere sensoren ingezet, die ook informatie van de straat ophalen. De impact van die andere camera’s en sensoren op bewoners, ondernemers en bezoekers van de stad is vele malen groter dan van de gemeentelijke camera’s voor openbare orde. Het is dan ook tijd om het politiek-bestuurlijke debat over camera’s te verbreden naar alle camera’s en sensoren op straat. Dezelfde camera of sensor kan voor meerdere doelen worden gebruikt. Het combineren en koppelen van verschillende sensoren biedt risico’s en die moeten worden ingeperkt.
Maar het biedt ook kansen om efficiënter en effectiever te werken. Het is tijd voor een breder debat en een bredere visie op de inzet van camera’s en sensoren in Utrecht. 3. Ga aan de slag met slimme technologie Slimme software of kunstmatige intelligentie komt niet van de grond, omdat er risico’s aan vastzitten. Dat is inderdaad het geval, maar slimme technologie biedt ook kansen, bijvoorbeeld voor het vergroten van de privacybescherming. Software maakt het bijvoorbeeld mogelijk camera’s standaard uit te zetten en alleen beelden te laten opnemen als er een relevante gebeurtenis plaatsvindt. Daarnaast kan slimme software beelden direct omzetten in anonieme data die niet meer kan worden herleid tot individuen. Daar komt bij dat het feit dat er risico’s aan kunstmatige intelligentie kleven geen reden is om dan maar de voorkeur te geven aan de huidige werkwijze. Ook de operators die nu het cameratoezicht uitvoeren kunnen vooroordelen of bias hebben. Slimme technologie, mits goed ontworpen en ingeregeld volgens transparante en begrijpelijke principes, zou juist kunnen helpen daar een correctie in aan te brengen. Dit soort technologie levert niet alleen meer efficiency en mogelijk meer neutraliteit op: het kan ook bijdragen aan de veiligheid op straat door beter onderscheid te maken tussen ‘ruis’ en ‘relevant’.
Technologie kan politie en handhavers ondersteunen bij het bepalen waar ze hun schaarse tijd en aandacht het beste aan kunnen besteden. 4. Bouw een gemeentelijke toezichtcentrale Het is de afgelopen jaren niet gelukt het gemeentelijke cameratoezicht meer te richten op gemeentelijke prioriteiten. Gemeentelijk cameratoezicht in Utrecht is nog steeds een instrument dat vooral door de politie wordt gebruikt en vooral voor doelen die de politie belangrijk vindt. Dat levert mooie en waardevolle resultaten op, zoals beschreven in deze evaluatie. Maar camera’s bieden ook veel mogelijkheden voor de gemeente en het is niet aannemelijk dat dit de komende jaren zal veranderen als er geen grote stap wordt gezet. Daarom verdient het aanbeveling een integrale gemeentelijke toezichtcentrale of meldkamer te gaan bouwen waar onder andere de gemeentelijke camerabeelden binnenkomen, naast informatie van andere camera’s en sensoren en meldingen. Uiteraard moet er voor de politie ook een werkplek in die toezichtcentrale komen voor lokale inzet, plus een koppeling naar de regionale meldkamer voor toezicht tijdens grootschalige incidenten. Maar om de gemeentelijke doelen te bereiken is een eigen integrale meldkamer en toezichtcentrale met fysiek aanwezige gemeentelijke medewerkers de beste optie.
Evaluatie cameratoezicht gemeente Utrecht 2018-2021
32
Bijlage I. Artikel 151c Gemeentewet Wetsartikel 151c van de Gemeentewet beschrijft op welke wijze en onder welke voorwaarden een gemeente cameratoezicht voor handhaving van de openbare orde kan inzetten. 1. De raad kan bij verordening de burgemeester de bevoegdheid verlenen om, indien dat in het belang van de handhaving van de openbare orde noodzakelijk is, te besluiten om voor een bepaalde duur camera’s in te zetten ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats als bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties en andere bij verordening aan te wijzen plaatsen die voor een ieder toegankelijk zijn. 2. De burgemeester besluit met inachtneming van het in de verordening van de raad bepaalde: a. binnen welk gebied, bestaande uit openbare plaatsen of andere voor een ieder toegankelijke plaatsen als bedoeld in het eerste lid, camera’s worden ingezet; b. voor welke duur de gebiedsaanwijzing plaatsvindt. 3. De burgemeester stelt, na overleg met de officier van justitie in het overleg, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Politiewet 2012, de periode vast waarin in het belang van de handhaving van de openbare orde daadwerkelijk gebruik van de camera’s plaatsvindt en de met de camera’s gemaakte beelden in elk geval rechtstreeks worden bekeken. 4.
De burgemeester bedient zich bij de uitvoering van het in het eerste lid bedoelde besluit van de onder zijn gezag staande politie. 5. De burgemeester trekt het besluit, bedoeld in het eerste lid, in zodra de inzet van camera’s niet langer noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de openbare orde. 6. De aanwezigheid van camera’s als bedoeld in het eerste lid is op duidelijke wijze kenbaar voor een ieder die het gebied, bedoeld in het tweede lid, onder a, betreedt. 7. Met de camera’s worden uitsluitend beelden gemaakt van een openbare plaats als bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties en andere bij verordening aan te wijzen plaatsen die voor een ieder toegankelijk zijn. 8. Ten behoeve van de handhaving van de openbare orde worden in het kader van het toezicht, bedoeld in het eerste lid, gegevens verwerkt. 9. De verwerking van de gegevens, bedoeld in het achtste lid, is een verwerking als bedoeld in de Wet politiegegevens, met dien verstande dat, in afwijking van het bepaalde in artikel 8 van die wet, de vastgelegde beelden na ten hoogste vier weken worden vernietigd en de gegevens, bedoeld in het achtste lid, indien er concrete aanleiding bestaat te vermoeden dat die gegevens noodzakelijk zijn voor de opsporing van een strafbaar feit, ten behoeve van de opsporing van dat strafbare feit kunnen worden verwerkt. 10.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met het oog op de goede uitvoering van het toezicht, bedoeld in het eerste lid, regels worden gesteld omtrent: a. de camera’s en andere technische hulpmiddelen benodigd voor het toezicht, bedoeld in het eerste lid, en de wijze waarop deze hulpmiddelen worden aangebracht; b. de personen belast met of anderszins direct betrokken bij de uitvoering van het toezicht; en c. de ruimten waarin de waarneming of verwerking van door het toezicht vastgelegde beelden plaatsvindt.
33
Evaluatie cameratoezicht gemeente Utrecht 2018-2021
Bijlage II. Camera’s in Utrecht Dit is het overzicht van de gemeentelijke camera’s in Utrecht in januari 2022. VASTE CAMERA'S (75) 1 UTR-CM-01 Loeff Berchmakerstraat 2 UTR-CM-503 Neude plein 3 UTR-CM-504 Neude / Schoutenstraat 4 UTR-CM-505 Neude / Drakenburgstr 5 UTR-CM-506 Vinkenburgstraat / Neude 6 UTR-CM-507 Oudegracht / Vinkenburgstraat 7 UTR-CM-509 Ganzenmarkt / Stadhuisbrug / Oudegracht 8 UTR-CM-510 Korte Minrebroederstraat 9 UTR-CM-511 Stadhuisbrug / Oudkerkhof / Vismarkt 10 UTR-CM-512 Bakkerbrug richting Vinkenburgstraat 11 UTR-CM-515 Lange Elisabethstr / Bakkerstr / Steenweg 12 UTR-CM-516 Achter Clarenburg / Voor Clarenburg 13 UTR-CM-517 Steenweg / Mariastraat 14 UTR-CM-518-Vredenburgplein / Hollandse Toren 15 UTR-CM-519 Mariastraat / Mariaplaats 16 UTR-CM-521 Mariaplaats / Zadelstraat / Springweg 17 UTR-CM-523 Mariaplaats thv tuin 18 UTR-CM-524 Rijnkade / Mariaplaats 19 UTR-CM-526 Catharijnesingel / Moreelsepark 20 UTR-CM-527 Stationsplein / Moreelsepark 21 UTR-CM-528 Stationsplein / thv Van Sijpesteijntunnel 22 UTR-CM-529 Van Sijpesteijntunnel 23 UTR-CM-530 Van Sijpesteijnkade / Westplein 24 UTR-CM-532 Catharijnesingel / Smakkelaarsveld 25 UTR-CM-533 Vredenburg / St.Jacobsstraat 26 UTR-CM-534 Vredenburg thv Drieharingstraat 27 UTR-CM-535 Drieharingstraat / Oudegracht 28 UTR-CM-536 Viebrug zijde Intersport 29 UTR-CM-537 Breedstraat / Hardebollenstraat 30 UTR-CM-538
Wijde Begijnestraat / Breedstraat 31 UTR-CM-540 Breedstraat / Predikherenkerkhof 32 UTR-CM-541 Lange Jansstraat / Janskerkhof 33 UTR-CM-542 Janskerkhof / Drift / Nobelstraat 34 UTR-CM-543 Janskerkhof / Boothstraat 35 UTR-CM-544-Janskerkhof (plein) 36 UTR-CM-545 Oudkerkhof / Korte Jansstraat 37 UTR-CM-547 Voorstraat / Jansveld 38 UTR-CM-548 Oudegracht / Drakenburgstraat FLEX CAMERA'S (6) 1 UTR-CM-651-JC Maylaan 2 UTR-CM-652-JC Maylaan 3 UTR-CM-653- JC Maylaan 4 UTR-CM-657-Boisotstraat / Van der Marckstraat 5 UTR-CM-658-JS de Rijkstraat / Van der Marckstraat 6 UTR-CM-659-Herderplein
39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75
UTR-CM-549 Choorstraat / Lijnmarkt / Zadelstraat UTR-CM-574 Lucasbolwerk / Wittevrouwenstraat UTR-CM-575 Lucasbolwerk / Nobel UTR-CM-576 Lucasbolwerk UTR-CM-577 Nijntje Pleintje UTR-CM-751 Bemuurdeweerd / Adelaarstraat UTR-CM-579 Lepelenburg UTR-CM-567 Leidseweg / Damstraat UTR-CM-570 Vleutenseweg / Damstraat UTR-CM-571 Kanaalstraat / Damstraat UTR-CM-572 Kanaalstraat / Javastraat UTR-CM-578 Ceramstraat / Riouwstraat UTR-CM-726 Peltlaan / Cruyffcourt UTR-CM-727 Bevinlaan / De Gasperilaan UTR-CM-728 Bernadottelaan / Trumanlaan UTR-CM-730 Bernadottelaan / Marshalllaan UTR-CM-731 Bernadottelaan / Auriollaan UTR-CM-732 Bernadottelaan / Rooseveltlaan UTR-CM-733 Vasco Da Gamalaan / Marco Pololaan UTR-CM-734 Van Heuven Goedhartlaan / Marshallaan UTR-CM-746 Zwanenvechtlaan / Doornburglaan UTR-CM-747 Dr Max Eeuwestraat / Pr Margrietstraat UTR-CM-756 ASW thv 17/ Berkstraat UTR-CM-757 ASW thv 115/ Tiendstraat UTR-CM-758 ASW thv 179/ Anjelierstraat UTR-CM-759 ASW thv 218/ Goudsbloemstraat UTR-CM-760 ASW thv 284/ Mimosastraat UTR-CM-761 ASW thv 322/ Egelantierstraat UTR-CM-762 ASW thv 421/ Marnixlaan UTR-CM-654 Euterpedreef UTR-CM-655 Wolgadreef/Fortunadreef UTR-CM-781 Zambesidreef / Oranjerivierdreef UTR-CM-782 Zambesidreef / Nigerdreef UTR-CM-783 Voortrekkersdreef UTR-CM-801 Herculeslaan / Herculesplein UTR-CM-802 Stadionlaan UTR-CM-803 Waterlinieweg
Evaluatie cameratoezicht gemeente Utrecht 2018-2021
Evaluatie cameratoezicht Gemeente Utrecht 2018 – 2021 Sander Flight Onderzoek & Advies
34