Eindrapport Kluswoningen Kanaleneiland.pdf
Tekst van het document
Dit was een bedrag van € 102.500 voor tien woningen.24 Toen in 2018 bleek dat Alliantie+ met liquiditeitsproblemen kampte heeft het Energiefonds Utrecht (EFU) twee keer een overbruggingskrediet verstrekt. In totaal ging dit over een bedrag van € 800.000.25 In 2019 hebben gemeente Utrecht en provincie Utrecht nogmaals financieel moeten bijspringen om het project in leven te houden. Op basis van de gemaakte inschatting door de uitvoerende partij van het benodigde budget voor afronding van de werkzaamheden, ging dit in totaal om een bedrag van € 209.000 euro welke evenredig door de gemeente en provincie is ingelegd. Nadien is nog een verzoek tot financiële ondersteuning aangevraagd door Alliantie+. Dit verzoek is door gemeente en provincie afgewezen. Kosten bewoners Eind mei 2015 zijn de tien kluswoningen voor bedragen tussen de € 80.000 en € 85.000 door de toekomstige bewoners aangekocht.26 Medio 2017 is de renovatie van de woningen daadwerkelijk gestart. De kosten voor de basisrenovatie die Alliantie+ offreerde was € 87.500. Hierbinnen viel de vervanging van het dak en gevels, de nieuw aan te brengen installaties en vloerisolatie. Hiervan werd per woning de eerder genoemde subsidie van de provincie van € 10.000 overgenomen. Netto betaalde de bewoners dan ook om en nabij de € 60.000 euro voor de renovatie naar NOM en is in totaal € 292.500 aan subsidies verstrekt.
20 21 22 23 24 25 26
GU - Opdrachtbevestiging (H)eerlijk wonen dd 13-01-2015 PU - Getekende opdrachtverlening Begeleiding van het bewonerscollectief Eiland00 Utrecht dd 05-12-2016 PU - Alliantie+ BV Kluswoningen Utrecht Kanaleneiland Eiland 00 Verlening dd 18-09-2017 PU - B-stuk GS vergadering informeren PS over subsidie aan NOM woningen Kanaleneiland dd 10-09-2019 GU - Beleidsregel NoM woningen dd 24-07-2017 GU - Raadsbrief Kluswoningen Kanaleneiland dd 11-09-2019 Uitgifteovereenkomst Auriollaan 9 dd 28-05-2015
Evaluatie Kluswoningen Kanaleneiland
21
Conclusies De aanpak en uitvoering van de werkzaamheden aan de kluswoningen is uiteindelijk veel hoger uitgevallen dan op voorhand bedacht. Bovendien is grote vertraging ontstaan waardoor de woningen pas onlangs bewoonbaar zijn gemaakt. De oorzaken van de kostenoverschrijdingen en de opgelopen vertraging zijn in dit hoofdstuk uitvoerig beschreven.
Evaluatie Kluswoningen Kanaleneiland
22
4
Leereffecten
4.1
Inleiding Het pilotproject kluswoningen is, naast de doelstelling op het gebied van verduurzaming, vooral gericht geweest op het leren van dit type projecten. Vanuit de interviews werd vaak de hand in eigen boezem gestoken en verteld wat er geleerd is van het project. Hieronder worden de leerpunten vanuit de interviews op een rij gezet.
4.2 Mate van integraliteit Het project kluswoningen is vanaf het begin aangevlogen als één integraal project. De woningen zijn zowel aan de binnenzijde als aan de buitenzijde gestript en werden vervolgens in totaliteit opnieuw opgebouwd. Voordeel hiervan is dat er een aaneengesloten periode gewerkt wordt aan het pand, idealiter door dezelfde aannemer. Nadeel hiervan is dat er veel tegelijkertijd moet gebeuren, dat eigenaren langdurig overlast ervaren en dat er veel afstemming over ‘kleine’ randzaken plaats moet vinden met de bewoners. Bij de kluswoningen is door deze integrale benadering het overzicht zoek geraakt over de nog aan te besteden en al aanbestede (en nog niet altijd betaalde) klussen. Vanuit de gesprekken werd duidelijk dat het behapbaar houden van projecten als een leereffect gezien kan worden. Iemand moet een goed overzicht behouden over de uit te voeren werkzaamheden en de bijbehorende financiën. In de wijk Overvecht wordt nu mede door toedoen van de leereffecten van de pilot in Kanaleneiland beter aangesloten bij het onderhoudscyclus en worden bewoners benaderd om een of slechts enkele verduurzamingsmaatregelen uit te voeren. Hierdoor ontstaan behapbare projecten op plaatsen waar ‘toch iets moet gebeuren op korte termijn’. De financiële gevolgen zijn hierdoor voor alle partijen ook beter te overzien en te plannen.
4.3 Professionalisering en kennisniveau In de tijdsgeest van de periode van totstandkoming was het project ambitieus, zowel op het gebied van het opdrachtgeverschap als op het gebied van de energieprestaties. Maar er moet ook gezegd worden dat met de kennis van toen het project (zeker op het gebied van energieprestaties) haalbaar leek. Een pilotproject was nodig om te kijken of dit echt ging lukken en tegen welke valkuilen men op zou lopen. Terugkijkend kan gesteld worden dat het realiseren van nul-op-demeter voor het aanvankelijk geraamde bedrag niet mogelijk bleek. Maar dat is met de kennis van nu. Nu zijn hier ook gespecialiseerde bureaus voor die doorberekeningen maken van mogelijkheden en kosten. Destijds ging eenieder er vanuit dat het mogelijk moest zijn. Een van de knelpunten die in het project speelde was dat Alliantie+ een innovatieve startup was, die hierdoor nog geen track record in de markt had opgebouwd en bovendien nog niet kon beschikken over eerder opgebouwde financiële reserves. Deze gebrekkige financiële reserves resulteerden ook in de eisen van onderaannemers op vooruitbetalingen. Hierdoor ontstond een financieel gat. De veronderstelling van de betrokken partijen (en dan met name EFU) was dat dit gat met een overbruggingskrediet kon worden afgedekt. Uiteindelijk bleek dit niet het geval, omdat
Evaluatie Kluswoningen Kanaleneiland
23
een gefundeerd overzicht van kosten ontbrak. De evaluatie naar deze kredietverstrekking van de EFU laat hier zien dat de risico-inschatting van deze start-up ook niet juist geweest is. EFU heeft onder andere van deze case geleerd dat zij risico’s voor start-ups anders en beter moeten inschatten. Alliantie+ heeft daarnaast ook niet goed van te voren kunnen overzien wat het aannemen van de klus met een CPO behelsde. Vrijwel iedereen gaf te kennen dat een CPO wellicht werkbaar is als van te voren afspraken gemaakt worden over de afbouw en wellicht slechts op bepaalde plaatsen keuzemogelijkheden liggen. In het geval van de woningen in Kanaleneiland zijn echter op individuele basis afspraken gemaakt tussen de aannemer en bewoners. Dit werd een tijdrovend proces, waarbij soms ook door oplopende kosten andere materialen gebruikt werden dan individueel afgestemd was. Voor aannemers kan deze case dus vooral meerwaarde opleveren door wanneer sprake is van een CPO vooraf duidelijke en heldere afspraken te maken met niet teveel keuzemogelijkheden gedurende de bouw.
4.4 Eigenaarschap De woningen zijn van de gemeente aangekocht door de eigenaren. Hiermee is het eigendom van de woningen vanzelfsprekend bij de eigenaren terecht gekomen. De eigenaren zijn met subsidie van de gemeente begonnen aan de realisatie van NOM-woningen. Aan deze subsidieverstrekking zaten eisen omtrent afbouw en verkoop van de woningen. Daarnaast heeft de gemeente en later de provincie een procesbegeleider aangesteld om de doelen ook haalbaar te laten zijn en de eigenaren te ondersteunen in het proces. De betrokkenheid van de gemeente en de provincie bij een dergelijk project gaat hiermee verder dan bij de meeste subsidieverleningen. Bij andere subsidietrajecten bepaalt de gemeente en/of provincie wel de voorwaarden, maar zijn zijzelf niet actief betrokken bij het proces. Doordat de gemeente en provincie bij de kluswoningen ook in het proces betrokken zijn geweest, lopen rollen en verantwoordelijkheden door elkaar heen. Hierdoor werd wellicht door de eigenaren te veel van de overheid verwacht bij het vastlopen van het traject, en vond de gemeente en provincie het wellicht meer dan noodzakelijk haar taak om zaken ook financieel tot een goede oplossing te brengen. De financiële betrokkenheid van gemeente, provincie en EFU zorgden vervolgens weer voor nieuwe verwachtingen. Richting elkaar, maar ook richting de eigenaren.
Die gingen door deze betrokkenheid er steeds vanuit dat zij wel gedekt waren voor de (ondernemers)risico’s die eigenaarschap van een dergelijk project met zich mee neemt. Maar uiteindelijk zijn de eigenaren van de woningen degene die dit risico onder ‘normale’ omstandigheden wel zouden moeten dragen. Immers, bij andere subsidietrajecten is de gemeente ook niet betrokken bij het proces. Concluderend kan hieruit geleerd worden dat de overheid wanneer zij een subsidie versterkt, heel duidelijk haar rollen moet scheiden en niet ook een taak in het proces op zich neemt. Vanuit de verantwoordelijkheid voor een proces dat men zelf is begonnen, heeft de gemeente en provincie er in het project kluswoningen steeds alles aan gedaan om de bewoners te ondersteunen en deze niet in de kou te laten staan. Deze ondersteuning was feitelijk niet de verantwoordelijkheid van de overheid, maar hieruit is wellicht een valse verwachting bij de bewoners ontstaan. Bij het meer op afstand plaatsen van dergelijke projecten kan ook een meer zakelijke instelling worden gehanteerd.
Evaluatie Kluswoningen Kanaleneiland
24
4.5
Planningstermijn en tijdshorizon Toen het project in 2015 startte was het project bedoeld voor mensen met een kleine beurs die op deze wijze toch een plaats op de (koop)woningmarkt konden krijgen. Het was hiermee een vrij homogene groep, die op deze wijze ook plaatsnam in het CPO. De integraliteit van het project en de complexiteit van de innovatieve concepten die werden ingemeten in de woningen, zorgden echter voor veel vertraging in het bouwproces. Daar kwam bij onvoldoende kennis en kunde van de start-up in het aannemersveld, onvoldoende kennis van projecten met CPO structuur en onvoldoende vertrouwen bij de onderaannemers voor levering zonder betaling. De combinatie van deze factoren zorgden ervoor dat de kosten opliepen en de planning steeds opnieuw niet gehaald werd. Hierdoor duurde het project veel langer dan voorzien. In die tijd werd de groep eigenaren ook heterogener. Eisen en wensen begonnen uiteen te lopen, net als de financiële positie van de verschillende eigenaren. Hierdoor werd de afbouw van het project steeds moeizamer. Het vooraf vastleggen van gezamenlijke wensen en eisen in een formele CPO structuur had dit kunnen voorkomen. Het integraal aanpakken van woonblokken zoals in Kanaleneiland kan met CPO in een dusdanig lange periode bijna niet goed verlopen. De integraliteit en lange doorlooptijd zorgt voor veel meer projectrisico’s.
Het per maatregel benaderen in combinatie met een generieke aanpak zorgen dat de projectrisico’s aanzienlijk verkleind worden.
4.6
Beeldvorming en verwachtingspatroon Het ambitieuze plan van de gemeente en provincie om een groot aantal bestaande (casco) woningen te renoveren en tot NOM om te vormen, lag aan de basis van dit project. Al bij de eerste selectie van een aannemer bleek echter dat het NOM maken van de woningen tot hogere kosten zou leiden dan aanvankelijk gedacht. Ook de verdere selectie van andere aannemers strandde, of leidde tot nieuwe kostenramingen, totdat Alliantie+ het als start-up wel aandurfde en met een innovatief concept kwam. Het concept van Alliantie+ bestond uit het leveren van componenten die snel geleverd en geplaatst konden worden, waardoor de kosten zouden kunnen dalen. Alliantie+ ging ook als aannemer enthousiast aan de slag. In deze periode waren zowel bewoners, als gemeente nog steeds zeer positief over de plannen. Omdat het een start-up was, werd er echter vaak door onderaannemers en leveranciers vooruitbetaling gewenst. Toen uiteindelijk tijdens de bouwwerkzaamheden door bewoners werd aangegeven dat de bouw niet naar verwachting verliep en dat onderaannemers soms onverrichte zaken terug naar huis gingen, werd hierop onvoldoende geacteerd. Hierdoor “zag je de kosten oplopen, terwijl er niets gebeurde”, volgens één van de eigenaren. De aannemer had het proces onvoldoende onder controle en dit mondde uiteindelijk uit in een liquiditeitsprobleem.
Alliantie+ werd door de bewoners niet meer vertrouwd en zij eisten dan ook dat er duidelijke afspraken gemaakt werden over wat er nog moest gebeuren en tegen welke kosten. Bij het EFU zagen ze Alliantie+ als een start-up die kortstondig een overbruggingskrediet nodig had om achterstallige rekeningen te betalen en vooruitbetalingen te doen. Doordat de indruk bestond het project al grotendeels was afgerond (90% was de inschatting), werden weinig problemen bij de kredietverstrekking voorzien. Beter onderzoek en risico-inschatting vooraf had hierbij wellicht tot een andere uitkomst moeten leiden. Een echt verlies aan vertrouwen in de aannemer bij de gemeente en provincie ontstond nadat ook het krediet van de EFU niet voldoende bleek. Omdat de gemeente en provincie de eigenaren niet in
Evaluatie Kluswoningen Kanaleneiland
25
de kou wilde laten staan, werd opnieuw om tafel gezeten om de bouw af te ronden. Hiervoor werd een realistische kostenraming gevraagd. De veronderstelling was dat op basis van de kostenraming het benodigde bedrag zou worden overgemaakt en bouw opnieuw worden opgestart en snel afgerond. Toen dit wederom niet lukte, was het vertrouwen van de gemeente in een goede afloop weg en werd aanvullende financiering geweigerd. Alliantie+ is vervolgens failliet gegaan en de afbouw is voor rekening en eigenaarschap van de bewoners gekomen. Uiteindelijk heeft de tijd de projectdoelen ingehaald en zijn de kosten gaandeweg opgelopen. Om dit in de toekomst te voorkomen, zullen er bij vergelijkbare toekomstige projecten waarborgen moeten worden ingebouwd. Er zal voortgang gemonitord moeten worden, maar ook samen afgesproken moeten worden wanneer het project voortijdig moet worden beëindigd. Ook moeten er afspraken gemaakt worden op terugvalopties zoals een terugkoopregeling. Dit te meer omdat vanaf het begin duidelijk was dat het een pilotproject was.
4.7
Eindoordeel Alles bij elkaar genomen zijn de kosten voor de woningen opgelopen tot meer dan drie ton per woning, exclusief de kosten die er bij zijn gekomen voor afbouw die de eigenaren nog gemaakt hebben. Zelfs wanneer dit in de tijdsgeest van 2015/2016 geplaatst wordt, is dit bijzonder hoog voor woningen op die locatie. Daarnaast heeft het project ervoor gezorgd dat de verschillende partijen ook nog veel uren en inzet hebben moeten plegen. Puur op het gebied van verduurzaming van de woningen is dit dan ook een project wat niet herhaald zou moeten worden in de toekomst. Deze conclusie wordt overigens al langer gedeeld door alle betrokken partijen. Vanuit de optiek van het pilotproject zijn er heldere lessen geleerd voor de toekomst. Projecten moeten op voorhand behapbaar zijn en verantwoordelijkheden helder blijven. Hierin zijn bij nieuwe verduurzamingsprojecten al stappen genomen. Tenslotte is het ook van belang om vooraf te bezien op welke wijze een project wordt uitgevoerd en aangestuurd en is het van belang om het proces daarop ook in te richten. Het project kluswoningen is uiteindelijk vooral aangestuurd als een uitvoeringsproject, maar had vanwege toepassing van het vernieuwende concept van Alliantie+ veel meer een experimenteel karakter.
Dit vraagt onder andere om een goede monitoring gedurende het proces, het stellen van procesdoelen en het terugkoppelen van tussenresultaten.
Evaluatie Kluswoningen Kanaleneiland
26
5
Conclusies en aanbevelingen
In dit hoofdstuk worden de belangrijkste conclusies van de evaluatie op een rij gezet aan de hand van antwoorden op de gestelde onderzoeksvragen. Deze antwoorden zijn vervolgens vertaald in een aantal aanbevelingen. Renovatie naar NOM: Biedt deze casus input voor de vraag of / hoe een “blok voor blok aanpak” in deze fase de manier is om de energietransitie voor bestaande bouw vorm te geven? Op het moment dat de pilot kluswoningen van start gegaan is, was er nog weinig ervaring met het naar nul-op-de-meter brengen van de bestaande woningvoorraad. Gelet op de ambitie van de provincie Utrecht om 50.000 woningen te verduurzamen en de geringe praktijkervaringen op dat moment, was de keuze voor de uitvoering van een pilotproject bij bestaande grondgebonden woningen logisch. In dit project Kluswoningen is het NOM-concept door verschillende redenen een lastig uitvoerbaar concept gebleken en mede hierdoor zijn de vooraf ingeschatte kosten veel te laag gebleken. Tegelijkertijd heeft de integrale aanpak van het pilotproject (met uitvoering van maatregelen zowel binnen als buiten) ook voor veel extra complicaties gezorgd. Tien bewoners moesten het met elkaar eens worden op een complexe opgave terwijl zij niet goed georganiseerd waren.
Met de kennis vanuit dit pilot project concluderen wij dat de combinatie van particulier opdrachtgeverschap en de toepassing van het NOM-concept bij bestaande grondgebonden woningen leidt tot een aanzienlijk complex traject en daardoor relatief kostbaar uitvoeringstraject. Naar de toekomst toe kunnen kosten voor het NOM-concept naar alle waarschijnlijkheid worden verlaagd door verdere innovaties. In combinatie met de inhuur van gespecialiseerde bedrijven zal opschaling bovendien steeds makkelijker worden (zeker bij uniforme wijken). Aanbieders: Zijn bouwers, installateurs en aannemers (qua beschikbaarheid en afstemming in de keten) momenteel in staat om de duurzaamheidsambities vorm te geven en op te schalen? Hoe is dat in voorliggend project verlopen? En is dat representatief voor andere soortgelijke projecten in het land? En als het niet toereikend is: Wat is daar extra voor nodig? Het pilotproject kluswoningen heeft zichtbaar gemaakt dat een integrale aanpak waarbij een bestaande woning wordt gerenoveerd en wordt gecombineerd met maatregelen gericht op verduurzaming, leidt tot een hoge mate van complexiteit. Daarbij komt dat er eigenlijk geen sprake was van één project met een aanspreekpunt en een uniform pakket van voorwaarden en eisen, maar in de praktijk eigenlijk sprake was van tien afzonderlijke (deel) projecten.
Dit maakt opschaling lastig omdat maatwerk moet worden geleverd. Dit sluit niet goed aan bij een sector die in belangrijke mate is ingericht op seriebouw. De keuze om niet in te zetten op integraliteit, maar op uitvoering van een bepaalde maatregel (bijvoorbeeld dak- op spouwmuurisolatie) sluit beter aan bij de traditie in Nederland van seriematige bouw. Bijkomend voordeel voor de bewoners is het feit dat verduurzaming in dat geval ook gefaseerd kan worden aangepakt en de kosten daardoor in de tijd kunnen worden gespreid. Particulier Opdrachtgeverschap (en ondersteuning daarvan): hoe functioneert dat, biedt het een basis voor gezamenlijke verduurzaming? Wat kunnen we leren van de (rechts)positie en het zeggenschap van bewoners in een collectief opgezet project? De keuze voor het renoveren van de woningen in Kanaleneiland is gemaakt in een tijd waarin particulier opdrachtgeverschap nadrukkelijk aan populariteit had gewonnen. De ervaringen met het pilotproject kluswoningen en met COP projecten elders laten echter zien dat particulier opdrachtgeverschap een ingewikkeld proces is met veel haken en ogen. Wat particulier
Evaluatie Kluswoningen Kanaleneiland
27
opdrachtgeverschap vooral ingewikkeld maakt is het feit dat een groep individuen gezamenlijk tot besluiten moet komen en bovendien sprake is van verschillende wensen en eisen waardoor maatwerk veelal noodzakelijk is. Vanwege de lange doorlooptijd veranderden deze wensen en eisen in het onderhavige project bovendien in de tijd. Dit leidt voor een uitvoerende partij tot meer overleg en afstemming waarmee op voorhand vanwege gebrek aan ervaring wellicht onvoldoende rekening is gehouden. Om hier bij toekomstige projecten beter mee om te gaan is het wenselijk om tijdens de uitvoering een strakkere regie te voeren, en als projecteigenaren al op voorhand te komen tot een gezamenlijk en uniform plan dat vervolgens ook formeel wordt vastgelegd. Vraag is dan of dit überhaupt mogelijk is bij een collectief opdrachtgeverschap. Uiteraard is het nog makkelijker om te kiezen voor een aanpak onder regie van een professionele partij waarbij potentiële bewoners pas in beeld komen op het moment dat de plannen zijn uitgekristalliseerd. Deze conclusie is in lijn met de uitkomsten van de “Marktmonitor nul-op-de-meter” 27 die laat zien dat nul-op-de-meter bij renovatie door particulieren, maar zeer sporadisch voorkomt en vooral binnen de sociale huursector wordt toegepast (zie ook paragraaf 2.4.3.).
PU/GU/ROM/EBU en SETU/EFU: biedt deze casus lessen over de rollen en verantwoordelijkheden van deze actoren in het naar de markt brengen van innovaties voor maatschappelijk relevante vraagstukken zoals de energietransitie? In hoofdstuk 4 wordt uitgebreid stilgestaan bij de lessen over de rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende actoren die van overheidswege of daaraan gerelateerde instanties bij de voorbereiding en uitvoering van het pilotproject betrokken waren. Een belangrijke les die uit het pilotproject kluswoningen kan worden getrokken is dat, ondanks de politieke wil om er een succes van te maken, het belangrijk blijft om de randvoorden voor een succesvol project in de praktijk goed te borgen. In dit geval gaat het om de toepasbaarheid van het NOM-concept, maar ook om de beoordeling van een propositie zoals die van Alliantie+ op het terrein van seriematige renovaties. Er moet vooraf een goede risico analyse worden gemaakt, nagedacht worden over eventuele mitigerende maatregelen en hier ook naar worden gehandeld. Al met al verdient het voorliggende pilotproject in de gekozen vorm geen navolging. De kosten zijn veel hoger opgelopen dan aanvankelijk begroot en er is veel vertraging opgelopen.
Dit neemt niet weg dat er ook veel lering uit het project kan worden getrokken en dat is een belangrijk meerwaarde waarmee bij nieuwe verduurzamingsprojecten voordeel kan worden opgedaan.
27
Vereniging Stroomversnelling (april 2020)
Evaluatie Kluswoningen Kanaleneiland
28
Geraadpleegde bronnen
Literatuur Vanuit opdrachtgever Alliantie+ Definitief aanbodboek Bernadottelaan 234 dd 22-05-2017 Alliantie+ Productgaranties en prestatiegarantie NoM dd 22-05-2017 Alliantie+ Email Faillietverklaring Alliantie+ dd 11-03-2020 Bouwhulpgroep - Garantstelling detailcontract '10 kluswoningen Kanaleneiland Utrecht dd 22-052017 GU - Beantwoording SV 2019 nr 177 over Energietransitie gebouwde omgeving dd 12-11-2019 GU - Beleidsregel NoM woningen dd 24-07-2017 GU - Opdrachtbevestiging (H)eerlijk wonen dd 13-01-2015 GU - Raadsbrief Kluswoningen Kanaleneiland dd 11-09-2019 GU - SV 2020 _069_Kluswoningen in Kanaleneiland PU - Alliantie+ BV Kluswoningen Utrecht Kanaleneiland Eiland 00 Verlening dd 18-09-2017 PU - B-stuk GS vergadering informeren PS over subsidie aan NOM woningen Kanaleneiland dd 1009-2019 PU - Getekende opdrachtverlening Begeleiding van het bewonerscollectief Eiland00 Utrecht dd 0512-2016 PU - M. Goemans NOM-Kanaleneiland verlening PU - SB Subsidie voor NOM-woningen Kanaleneiland dd 10-09-2019 Vaststellingsovereenkomst - Bernadottelaan 234 dd 03-08-2019 Zanders (2020) Rapport Evaluatie kredietverstrekking SETU aan Alliantie+ dd 3-07-2020
Overige literatuur Boonstra, E.: Evaluatierapport: Wallisblok Experiment (2008) Ministerie van VROM: Nota Mensen, Wensen, Wonen (2000)
Evaluatie Kluswoningen Kanaleneiland
29
Ministerie van Infrastructuur en Milieu: Investeren in gebiedsontwikkeling nieuwe stijl: Handreikingen voor samenwerking en verdienmodellen (2012) Prins, E.: Particulier opdrachtgeverschap en stedelijke gebieden: Een onderzoek naar de meerwaarde van particulier opdrachtgeverschap in stedelijke gebiedsontwikkeling (2007) Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV): Zelfbouw in reflectie: Evaluatie SEV experimenten (C)PO/MO (2010) Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV): Bewoners aan zet: Vijf jaar experimenteren met particulier opdrachtgeverschap (2006). Vereniging Stroomversnelling, Marktontwikkeling van nul-op-de-meter (NOM) (2020).
Internet https://stadszaken.nl/artikel/2504/lessen-uit-gem-kanaleneiland-centrum https://www.ad.nl/utrecht/koopje-maar-wel-zelf-klussen~a40ed9ad/
Geïnterviewde personen Naam
Organisatie
Mats Goemans
Woningeigenaar
Taco Nijsen
Woningeigenaar
Stephan Wetzels
Woningeigenaar
Rob Hagemans
Directeur Hagemans Vastgoedonderhoud
Aart-Kees Evers
Provincie Utrecht
Martin Wisselink
Gemeente Utrecht
Joop Oude Lohuis
Gemeente Utrecht
Roy Ellenbroek
Energiefonds Utrecht
Stef Roëll
Economic Board Utrecht
Evaluatie Kluswoningen Kanaleneiland
30
Over Ecorys
Ecorys is een toonaangevend internationaal onderzoeks- en adviesbureau dat zich richt op de belangrijkste maatschappelijke uitdagingen. Door middel van uitmuntend, op onderzoek gebaseerd advies, helpen wij publieke en private klanten bij het maken en uitvoeren van gefundeerde beslissingen die leiden tot een betere samenleving. Wij helpen opdrachtgevers met grondige analyses, inspirerende ideeën en praktische oplossingen voor complexe markt-, beleids- en managementvraagstukken. Onze bedrijfsgeschiedenis begon in 1929, toen een aantal Nederlandse zakenlieden van wat nu beter bekend is als de Erasmus Universiteit, het Nederlands Economisch Instituut (NEI) oprichtten. Het doel van dit gerenommeerde instituut was om een brug te slaan tussen het bedrijfsleven en de wereld van economisch onderzoek. Het NEI is in 2000 uitgegroeid tot Ecorys. Door de jaren heen heeft Ecorys zich verspreid over de wereld met kantoren in Europa, Afrika, het Midden-Oosten en Azië. Wij werven personeel met verschillende culturele achtergronden en expertises, omdat wij ervan overtuigd zijn dat mensen met uiteenlopende eigenschappen een meerwaarde kunnen bieden voor ons bedrijf en onze klanten. Ecorys excelleert in zeven werkgebieden: - Economic growth; - Social policy; - Natural resources; - Regions & Cities; - Transport & Infrastructure; - Public sector reform; - Security & Justice.
Ecorys biedt een duidelijk aanbod aan producten en diensten: - voorbereiding en formulering van beleid; - programmamanagement; - communicatie; - capaciteitsopbouw (overheden); - monitoring en evaluatie. Wij hechten waarde aan onze onafhankelijkheid, onze integriteit en onze partners. Ecorys geeft om het milieu en heeft een actief maatschappelijk verantwoord ondernemingsbeleid, gericht op meerwaarde voor de samenleving en de markt. Ecorys is in het bezit van een ISO14001-certificaat dat wordt ondersteund door al onze medewerkers.
1001753
31
Postbus 4175 3006 AD Rotterdam Nederland
Watermanweg 44 3067 GG Rotterdam Nederland
T 010 453 88 00 F 010 453 07 68 E netherlands@ecorys.com K.v.K. nr. 24316726
W www.ecorys.nl
Sound analysis, inspiring ideas
BELGIË – BULGARIJE – INDIA – KROATIË - NEDERLAND – POLEN – SPANJE – TURKIJE - VERENIGD KONINKRIJK