CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapport Discriminatie op de Utrechtse woningmarkt

Gemeenteraad 27 maart 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Afrondende besluitvorming na debat over raadsbrief goed verhuurderschap en discriminatiemonitor 202419.652 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Monitor discriminatie bij woningverhuur gemeente Utrecht 2024 Maxime Yenga - Marit Verstappen - Rominique van Rhenen - Marcel Coenders

Monitor discriminatie bij woningverhuur gemeente Utrecht 2024

Maxime Yenga Marit Verstappen Rominique van Rhemen Marcel Coenders

Utrecht, november 2024

Inhoud Samenvatting4 1

Inleiding 8 Leeswijzer9

2

Discriminatie bij woningverhuur: Afbakening en methoden 10 Discriminatie bij woningverhuur: juridisch kader 10 Discriminatie op de woningmarkt 11 Eerdere resultaten m.b.t. de verhuurmarkt in Utrecht  13 Methoden om discriminatie op de woningmarkt te onderzoeken 14 Ethische afwegingen bij de onderzoeksmethoden 15

3

Onderzoeksopzet 16 Correspondentietesten16 Mystery calls 20

4

Resultaten correspondentietesten Aanvullende analyses Minder huurwoningen aangeboden Samenvatting correspondentietesten

22 23 24 25

5

Resultaten mystery calls Kwantitatieve analyse Kwalitatieve analyse Samenvatting mystery calls

26 26 28 35

6

Conclusies en aanbevelingen Aanbevelingen 

37 39

Bijlage 1 Voorbeelden van berichten

41

Bijlage 2 Codenummers correspondentietesten

42

Bijlage 3 Gespreksleidraad mystery calls

43

3

Samenvatting Aanleiding In 2018 werd de motie ‘Aanpak discriminatie op de woningmarkt’ aangenomen, wat de gemeente Utrecht ertoe bracht om discriminatie op de woningmarkt te onderzoeken en daarop actie te ondernemen. Eerdere studies lieten zien dat discriminatie op basis van etniciteit, seksuele voorkeur en fysieke beperkingen op de Utrechtse woningmarkt voorkomt. Op basis van deze bevindingen zijn maatregelen getroffen, zowel door de gemeente Utrecht als door de markt. Deze maatregelen omvatten onder andere bewustwordingscampagnes, verbeterde selectieprocedures, en strikter toezicht en handhaving.

Onderzoeksmethoden Het onderzoeken van discriminatie kan op verschillende manieren worden aangepakt. In dit onderzoek naar discriminatie op de Utrechtse woningmarkt hebben we gebruik gemaakt van twee methodes: correspondentietesten en mystery calls. Deze aanpak komt overeen met de eerdere onderzoeken naar discriminatie op de Utrechtse woningmarkt. Bij correspondentietesten meet je objectief in hoeverre twee of meer vrijwel identieke kandidaten dezelfde kansen hebben op een uitnodiging voor een woningbezichtiging. Bij mystery calls toets je in hoeverre woningbemiddelaars bereid zijn om mee te werken aan een discriminatieverzoek van een (fictieve) verhuurder.

In de periode mei 2024 tot en met september 2024 hebben we correspondentietesten uitgevoerd om te onderzoeken of mensen met een Marokkaans klinkende naam en homoseksuele (mannen)stellen, ten opzichte van personen met een Nederlands klinkende naam en heteroseksuele stellen, dezelfde kans hebben om uitgenodigd te worden voor een bezichtiging van een huurwoning. Bij correspondentietesten wordt er met twee bijna identieke profielen gereageerd op advertenties van woningen, waarna de reacties op deze profielen met elkaar worden vergeleken. Wanneer er een groot aantal correspondentietesten kan worden uitgevoerd, kan er worden onderzocht in hoeverre iemands etnische achtergrond of seksuele oriëntatie een effect heeft op de uitnodigingskans op een bezichtiging. Door een groot aantal tests uit te voeren onder een groot aantal aanbieders kan er worden nagegaan of er sprake is van systematische benadeling van mensen op basis van hun etnische achtergrond of seksuele oriëntatie. Bij mystery calls wordt er contact gezocht met een dienstverlenende organisatie door een persoon die zich voordoet als een potentiële klant. In dit onderzoek belde een acteur, als fictieve verhuurder, woningbemiddelaars met het discriminerende verzoek om bepaalde groepen (mensen met een migratieachtergrond) uit te sluiten.

Ook hier kan er worden nagegaan of er sprake is van systematische uitsluiting door een groot aantal woningbemiddelaars te benaderen. De mate waarin woningbemiddelaars bereid waren om aan discriminerende verzoeken te voldoen is onderzocht om zo inzicht te krijgen in mogelijke discriminatie op de verhuurmarkt. De mystery calls zijn uitgevoerd in augustus 2024.

4

Resultaten correspondentietesten Bij de uitvoering van de correspondentietesten stelden we vast dat er slechts een beperkt aanbod van huurwoningen was. In zeven testrondes die elk twee weken duurden vonden we maar 142 woningadvertenties die bruikbaar waren om op te reageren. Hierdoor konden we slechts een beperkt aantal correspondentietesten uitvoeren. Daarom kunnen we geen harde conclusies trekken op basis van de resultaten van de correspondentietesten. In totaal hebben we in dit onderzoek 107 correspondentietesten uitgevoerd, waarvan er 55 (54%) geslaagd zijn. Om mogelijke benadeling op de woningmarkt vast te stellen hebben we gekeken naar de netto-discriminatiegraad en de uitnodigingskans. De netto-discriminatiegraad geeft aan in welk deel van de gevallen het testprofiel systematisch wordt benadeeld ten opzichte van het controleprofiel. De uitnodigingskans is het percentage directe uitnodigingen dat een test- of controleprofiel ontvangt. Het verschil in uitnodigingskansen tussen de test- en controleprofielen bepaalt de netto-discriminatiegraad in deze testen. De bevindingen tonen aan dat er geen systematische bevoordeling of benadeling is van personen met een Marokkaanse naam of homoseksuele stellen in de eerste fase van het verhuurproces.

Profielen met een Marokkaanse mannennaam hadden een 6% hogere kans op een uitnodiging voor een bezichtiging dan de Nederlandse profielen, maar deze verschillen waren niet significant. Voor testprofielen met Marokkaanse vrouwennamen werd er geen verschillen gevonden met controleprofielen met Nederlandse vrouwennamen omdat er geen uitnodigingen werden ontvangen voor deze profielen. Ook voor homoseksuele stellen was er geen significant verschil, met een uitnodigingskans van 11% voor zowel het test- als het controleprofiel, wat resulteerde in een netto-discriminatiegraad van 0%.

Hoewel we in dit onderzoek dus geen significante verschillen vinden in de kans op een uitnodiging voor een bezichtiging van een huurwoning, is het belangrijk om hierbij de kanttekening te plaatsen dat door het geringe aantal beschikbare advertenties van huurwoningen tijdens de onderzoeksperiode, het aantal uitgevoerde correspondentietesten te gering is om betrouwbare conclusies te trekken over de mate van discriminatie op de woningmarkt.

Resultaten mystery calls Voor deze gemeentelijke monitor zijn in totaal 35 mystery calls uitgevoerd om inzicht te krijgen in de reactie van bemiddelaars op discriminerende verzoeken. Uit de calls blijkt dat slechts 3 van de 35 bemiddelaars (9%) direct weigerden mee te werken aan discriminerende verzoeken. Daarentegen stemden 15 bemiddelaars (43%) in met deze verzoeken. Een groot deel van de reacties (34%) gaf aan dat discriminatie niet is toegestaan, maar legde de uiteindelijke beslissing bij de verhuurder, wat indirect discriminatie faciliteert. Verder hebben de mystery calls uitgewezen dat bemiddelaars in hun reacties op discriminerende verzoeken van verhuurders steeds vaker expliciet verwijzen naar discriminatie en uitsluiting. In hun reacties gebruiken zij termen als ‘discriminatie’, ‘racisme’, ‘profileren’, en ‘selecteren op afkomst’. Dit zou kunnen wijzen op een toenemend bewustzijn van bemiddelaars wat betreft discriminatie op de woningmarkt en/of de bijbehorende regelgeving. Dit onderzoek kan niet daadwerkelijk vaststellen of dit bewustzijn is toegenomen, maar de reacties van de bemiddelaars tonen aan dat bemiddelaars in ieder geval de juridische implicaties van hun handelen in overweging nemen.

5

Echter, de mystery calls hebben aangetoond dat indirecte discriminatie nog steeds kan plaatsvinden. Indirecte discriminatie kan in de praktijk plaatsvinden wanneer bepaalde eisen worden gesteld die ogenschijnlijk voor iedereen gelden, maar in werkelijkheid bepaalde groepen benadelen. De mystery calls tonen aan dat enkele bemiddelaars aan verhuurders voorstellen om bepaalde criteria of voorwaarden vast te stellen om alsnog aan het discriminatieverzoek van de verhuurder te voldoen. In hun reactie gaven de bemiddelaars aan dat discriminatie ‘officieel’ tegen de wetten van goed verhuurderschap in gaat, maar het stellen van criteria een manier is om alsnog de gewenste kandidaten te krijgen. Kortom, hoewel bemiddelaars op de hoogte lijken te zijn van de regelgeving, worden deze criteria gebruikt om binnen de wettelijke kaders te blijven, maar alsnog uitsluiting te faciliteren. Aanvullend hierop gaven bemiddelaars ook vaak aan dat de uiteindelijke keuze voor een nieuwe huurder bij de verhuurder ligt en dus op basis van voorkeuren van de verhuurder zal gebeuren. In plaats van het ontmoedigen van het discriminerend gedrag van verhuurders lijken sommige bemiddelaars juist bereid verhuurders te helpen om de randen van de wet op te zoeken, en zo ondanks de toegenomen bewustzijn over de wettelijke kaders indirecte discriminatie gedurende het selectieproces toch in de hand te werken.

Tenslotte gaven bemiddelaars aan huurders op uitgebreide criteria te screenen, zoals inkomenssituatie, werkgeversverklaringen, en huurdersverklaringen. Dit gebeurt vaak vóór een bezichtiging, wat in strijd is met de AVG-wetgeving. Deze screenings dragen bij aan de selectie van ‘goede’ huurders, maar leiden ook tot uitsluiting van bepaalde groepen. Bemiddelaars noemen dat dit nu extra belangrijk is, omdat er in principe geen tijdelijke contracten meer gegeven mogen worden.

Vergelijking van de mystery calls met eerdere monitoren Vergelijking met de Monitor Utrecht 2022: z

z

In 2024 is het aantal gesprekken zonder discriminatie (code 1) hoger dan in 2022: drie gevallen in 2024 tegenover één in 2022. In 2022 viel een groter aandeel van de gesprekken onder code 5 (aanbieding), terwijl in 2023 meer gesprekken onder code 4 (strenge selectie) vielen. Dit verschil is echter beperkt van betekenis, aangezien beide codes wijzen op het faciliteren van een discriminerend verzoek.

Vergelijking met de Landelijke Monitor 2023: z

z

z

z

Het percentage gesprekken zonder discriminatie (code 1) is lager in de gemeentelijke monitor (9%) dan in de landelijke monitor (21%), vergelijkbaar met het verschil dat in 2022 in Utrecht werd gezien. Een groter aandeel bemiddelaars is bereid om aan een discriminerend verzoek mee te werken in de gemeentelijke monitor (43%) dan in de landelijke monitor (37%). Het percentage gesprekken onder code 4 (strenge selectie) is hoger in de gemeentelijke monitor (14%) vergeleken met de landelijke monitor (6%), al blijft dit verschil verwaarloosbaar door de lage aantallen. Voor code 5 (aanbieding) ligt het aandeel in de gemeentelijke monitor (34%) iets hoger dan in de landelijke monitor (30%), maar ook dit verschil is statistisch niet significant.

6

Aanbevelingen Op basis van de bevindingen uit de correspondentietesten, mystery calls en de wetenschappelijke literatuur zijn enkele aanbevelingen opgesteld voor een eerlijker en minder discriminerend verhuurproces: z

z

z

z

Blijvende inzet op eerlijk verhuurproces: Ondanks dat de correspondentietesten geen directe discriminatie aantoonden, blijft het belangrijk om op een eerlijk proces te focussen. Discriminatie kan nog steeds optreden in latere stadia, en slechts een enkele bemiddelaar sprak zich tegen discriminerende verzoeken uit. Bewustwording van indirecte discriminatie: Objectieve criteria, zoals gezinssamenstelling of inkomen, kunnen indirecte discriminatie bevorderen. Het informeren van bemiddelaars over deze risico’s en het publiceren van duidelijke werkwijzen kan bijdragen aan transparantie, eerlijke selectie en het verantwoordelijk houden van bemiddelaars én verhuurders. Informatie voor verhuurders tegen stereotypen: Het bieden van feitelijke, genuanceerde informatie aan verhuurders helpt om discriminerende houdingen te verminderen. Door stereotypebeelden te doorbreken kan de acceptatie van diverse huurders worden vergroot. Naleving van AVG-regelgeving: Sommige bemiddelaars verzamelen vroegtijdig gegevens van verhuurders, wat niet conform de AVG is. Het vergroten van de bekendheid en naleving van deze regelgeving is essentieel om discriminerende praktijken tegen te gaan en een eerlijk proces te garanderen.

7

1

Inleiding

De aanname van de motie ‘Aanpak discriminatie op de woningmarkt’ (2018136) was een startschot voor de gemeente Utrecht om meer onderzoek te doen naar discriminatie op de Utrechtse woningmarkt om op basis hiervan acties te ondernemen om discriminatie op de woningmarkt tegen te gaan. Zoals vermeldt in de Utrechtse antidiscriminatie-agenda1 hebben deze acties geleid tot onderzoeken waarin herhaaldelijk is aangetoond dat er sprake is van discriminatie op de Utrechtse woningmarkt op grond van etniciteit, seksuele voorkeur en fysieke beperking. Op basis van deze uitkomsten zijn acties ondernomen die discriminatie op de Utrechtse woningmarkt zowel moeten voorkomen als moeten bestrijden. In samenwerking met partners is er ingezet op initiatieven die gericht zijn op: 1. 2. 3.

Voorlichting, bewustwording en professionalisering. Transparantere en objectievere wervings- en selectieprocedures voor kandidaat-huurders. Strenger toezicht, handhaving en bestraffing.

Recent onderzoek heeft herhaaldelijk aangetoond dat discriminatie op de particuliere woningmarkt een structureel probleem vormt, ondanks inspanningen om dit te monitoren en te bestrijden. Uit periodiek landelijk onderzoek met correspondentietesten blijkt dat kandidaten met een niet-Nederlands klinkende naam vaak minder kans maken op een huurwoning. Uit het landelijke onderzoek uit 2023 bleek dat dit in de vier grootste gemeenten (G4) minder het geval is dan in de andere regio’s. 1

Gemeente Utrecht (2021). Utrechtse antidiscriminatie-agenda.

Ook in aanvullend onderzoek specifiek op de Utrechtse woningmarkt vonden we in 2022 geen systematische benadeling van kandidaten met een niet-Nederlands klinkende naam in de kans om uitgenodigd te worden voor een bezichtiging van een huurwoning. In het onderzoek naar discriminatie op de particuliere woningmarkt is naast correspondentietesten ook gebruik gemaakt van mystery calls met woningbemiddelaars. Met de mystery calls wordt onderzocht of woningbemiddelaars bereid zijn om gehoor te geven aan een verzoek om woningen niet te verhuren aan bepaalde groepen. Uit de landelijke monitor van 2023 bleek dat woningbemiddelaars nog steeds bereid zijn mee te werken aan discriminerende verzoeken van verhuurders, wat er op wijst dat discriminatie nog steeds plaats kan vinden.2 Aanvullend onderzoek door het Verwey-Jonker Instituut in 2022 bevestigde dat vrijwel alle onderzochte bemiddelaars in Utrecht bereid zijn om discriminerende verzoeken te faciliteren, ondanks hun eigen bewustzijn van de onrechtmatigheid.3 Dit wijst op een aanhoudende bereidheid om discriminatie te ondersteunen, hetgeen de noodzaak benadrukt van verbeterde regulering en toezicht. De correspondentietesten laten echter geen systematische bevoordeling of benadeling zien in de eerste stap van het verhuurproces, wat enigszins afwijkt van eerdere bevindingen die systematische benadeling van bepaalde groepen aantoonden.

Dit verschil kan wijzen op variatie in de mate van discriminatie, maar onderstreept ook dat de aandacht voor discriminatie mogelijk effect heeft op de perceptie en uitvoering van verhuurpraktijken.

2 Britt,A.,Tierolf, B., Hoogenbosch,A.,Verstappen, M., Dusault,Y., &Yassine, D. (2023). Monitordiscriminatie bij woningverhuur 2023. https://www.verwey-jonker.nl/wp-content/uploads/2023/09/222400_monitordiscriminatie-bij-woningverhuur-2023.pdf. 3 Van der Hoff, M., Hoogenbosch, A., & Sikkema, M. (2022). Monitor discriminatie bij woningverhuur Gemeente Utrecht. Verwey-Jonker Instituut. https://www.verwey-jonker.nl/wp-content/uploads/2022/10/221253_Monitor-discriminatie-bij-woningverhuur-gemeente-Utrecht.pdf.

8

Voor dit huidige onderzoek heeft de Gemeente Utrecht het Verwey-Jonker Instituut gevraagd om opnieuw correspondentietesten en mystery calls uit te voeren op grond van etniciteit en seksuele oriëntatie. De onderzoeksopzet zal gelijk zijn aan de vorige discriminatiemonitor die het Verwey-Jonker Instituut heeft uitgevoerd om zo de resultaten te kunnen vergelijken met het vorige onderzoek. Hier mee kan er gekeken worden of er een bepaalde trend zichtbaar is wat betreft discriminatie op de woningmarkt binnen de gemeente Utrecht. Logischerwijs is er wederom gekeken naar de mate waarin profielen met Marokkaans klinkende namen anders worden behandeld in vergelijking met profielen met Nederlands klinkende namen. Daarnaast is onderzocht in hoeverre homoseksuele stellen, bestaande uit twee Nederlands klinkende mannennamen, dezelfde kans hebben op een uitnodiging voor een bezichtiging dan heteroseksuele stellen, bestaande uit een Nederlandse klinkende mannennaam en vrouwennaam. Met mystery calls hebben we onderzocht in welke mate woningbemiddelaars bereid zijn om mee te bewegen met het verzoek van een verhuurder om mensen met een niet-Nederlandse achtergrond uit te sluiten voor de verhuur van hun woning.

Leeswijzer Het onderzoek dat we presenteren met dit rapport, bestaat uit twee deelonderzoeken. Het eerste deelonderzoek betreft de correspondentietesten, waarin we objectief meten wat de kansen zijn op een uitnodiging voor mensen met een Marokkaans klinkende naam in vergelijking met een Nederlands klinkende naam, en waarin we kijken wat de verschillen zijn tussen stellen bestaande uit twee mannen en stellen bestaande uit een man en een vrouw. In het tweede deelonderzoek hebben we aan de hand van mystery calls onderzocht in hoeverre woningbemiddelaars bereid zijn om mee te werken aan discriminatie wanneer een verhuurder daarom vraagt. Dit rapport is opgedeeld in zes hoofdstukken. Hierna geven we in hoofdstuk 2 een algemeen beeld over discriminatie bij woningverhuur: de context en oorzaken. Ook beschrijven we in dit hoofdstuk de twee ingezette methoden en welke kanttekeningen daarbij te plaatsen zijn. Hoofdstuk 3 beschrijft de aanpak van het onderzoek dat we in Utrecht hebben uitgevoerd. Hoofdstuk 4 en 5 zijn de resultaathoofdstukken van de correspondentietesten en mystery calls. In hoofdstuk 6 bieden we een overkoepelende conclusie.

9

2

Discriminatie bij woningverhuur: Afbakening en methoden

Hieronder gaan we in op discriminatie bij woningverhuur. Wat houdt discriminatie op de woningmarkt precies in? Welke vormen van discriminatie komen voor en hoe manifesteren ze zich bij verhuurders en bemiddelaars? We bespreken de juridische kaders die het verbod op discriminatie reguleren en verkennen de mechanismen achter discriminatie op de woningmarkt. Daarnaast gaan we dieper in op de onderzoeksmethoden die gebruikt worden om discriminatie op de woningmarkt te onderzoeken. Hoe worden deze methoden in gezet in dit onderzoek en welke ethische overwegingen spelen een rol bij het gebruik van deze onderzoeksmethoden?

Discriminatie bij woningverhuur: juridisch kader Discriminatie is het ongelijk behandelen van (een groep) mensen op basis van kenmerken die er in de situatie niet toe doen. Het treedt op wanneer niet-relevante persoonskenmerken worden meegenomen in de beslissing om een huurder of koper te accepteren voor woonruimte. Voorbeelden van dergelijke kenmerken zijn etnische achtergrond, seksuele geaardheid, of handicap.

Volgens de Nederlandse wet, waaronder de Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB)4 en de Wet Gelijke Behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ)5, is het verboden om op basis van deze kenmerken onderscheid te maken. Het verhuren van een woning wordt in deze wetten gezien als het aanbieden van goederen en diensten, en hierin mag geen onderscheid gemaakt worden op onder meer de gronden herkomst, geslacht (inclusief genderidentiteit), seksuele gerichtheid, fysieke beperking en nationaliteit. In sommige gevallen mag er echter wél onderscheid gemaakt worden tussen mensen op een aantal van deze gronden. Verhuurders mogen onderscheid maken op basis van objectieve en relevante criteria, zoals het inkomen, de gezinssamenstelling, of de huurbetalingsgeschiedenis én wanneer hier een objectieve rechtvaardiging voor is.6 Het gaat dan bijvoorbeeld om een aangepaste woning voor iemand die een fysieke beperking heeft. Wanneer een woning een privékarakter heeft, zoals wanneer een persoon een kamer in zijn of haar huis verhuurt, dan is het ook gerechtvaardigd om onderscheid te maken en een kamer te verhuren aan iemand van hetzelfde geslacht. Wat niet is toegestaan, is het maken van onderscheid op basis van etnische of culturele achtergrond, seksuele oriëntatie, religieuze identiteit of andere niet-relevante kenmerken.

Het gebruik van deze kenmerken bij het toewijzen van huurwoningen wordt gezien als discriminatie. In het kader van de Wet Goed Verhuurderschap zijn verhuurders sinds 1 juli 2023 verplicht een transparant en niet-discriminerend selectieproces te hanteren om discriminatie op de woningmarkt tegen te gaan.7

4 Wetten.nl - Regeling - Algemene wet gelijke behandeling - BWBR0006502 (overheid.nl). 5 Wetten.nl - Regeling - Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte - BWBR0014915 (overheid.nl). 6 Aanpak woondiscriminatie | Home | Volkshuisvesting Nederland. 7 Wat zijn de regels tegen discriminatie op de woningmarkt? | Rijksoverheid.nl.

10

Ze moeten duidelijke selectiecriteria vastleggen en communiceren, zodat alle woningzoekenden weten op welke basis de selectie plaatsvindt. Vanaf 1 januari 2024 zijn verhuurders bovendien verplicht hun selectieprocedure schriftelijk vast te leggen, openbaar te maken, en hun personeel hierover te informeren. Ze moeten ook kunnen uitleggen waarom een kandidaat-huurder is afgewezen, om mogelijke discriminatie te voorkomen. Ook in het strafrecht komt het verbod op discriminatie voor. Het is strafbaar wanneer een persoon in de uitoefening van zijn/haar ambt, beroep of bedrijf mensen uitsluit vanwege onder meer hun culturele achtergrond of huidskleur (‘ras’), godsdienst of seksuele gerichtheid. Dit geldt ook voor bemiddelaars en verhuurbedrijven. Discriminatie bij het verhuren van een woning is volgens het strafrecht een uitsluitingsdelict.

Discriminatie op de woningmarkt Discriminatie vindt plaats wanneer iemand wordt beoordeeld op basis van veronderstelde kwalificaties of waardeoordelen die gegeven worden aan diens veronderstelde groepsidentiteit, in plaats van de persoonlijke kwalificaties van deze persoon.8 Deze veronderstelde groepsidentiteit en de bijhorende kwalificaties kunnen hun basis hebben in stereotypes die kleven aan bepaalde groepen. Kwalificaties en stereotyperingen kunnen met intentie gegeven worden en op expliciete wijze, maar vinden vaak ook impliciet en onbewust plaats. Bij discriminatie moeten we een onderscheid maken tussen directe en indirecte discriminatie. Directe discriminatie ontstaat wanneer iemand ongelijk wordt behandeld op basis van een van de beschermde kenmerken, zoals ras, geslacht of religie. Bijvoorbeeld: als een verhuurder expliciet zegt geen huurders van een bepaalde etnische groep te willen.

8 Van der Hoff, M., Hoogenbosch, A., & Sikkema, M. (2022). Monitor discriminatie bij woningverhuur Gemeente Utrecht. Verwey-Jonker Instituut. https://www.verwey-jonker.nl/wp-content/uploads/2022/10/221253_Monitor-discriminatie-bij-woningverhuur-gemeente-Utrecht.pdf.

Indirecte discriminatie daarentegen lijkt aanvankelijk neutraal, maar heeft in de praktijk een discriminerend effect. Een voorbeeld hiervan is een verhuurder die bepaalde eisen stelt die ogenschijnlijk voor iedereen gelden, maar in werkelijkheid bepaalde groepen benadelen, zoals een eis om Nederlands te spreken zonder dat dit noodzakelijk is voor het woongenot. Op de woningmarkt kunnen verschillende vormen van discriminatie plaatsvinden. De eerste vorm, ‘taste-based’ discriminatie, kan zowel plaatsvinden bij de verhuurder als bij de bemiddelaar. Taste-based discriminatie bij de verhuurder ontstaat wanneer verhuurders een persoonlijke afkeer hebben van mensen uit bepaalde groepen.9 Deze discriminatie is gebaseerd op expliciete vooroordelen en leidt ertoe dat verhuurders bewust kiezen om mensen uit deze groepen te vermijden.

Dit doet zich bijvoorbeeld voor wanneer een verhuurder expliciet aan de bemiddelaar vraagt om de woning niet aan iemand met een migratieachtergrond te verhuren.10 Ingaan op dit verzoek wordt beschouwd als een intentie om te discrimineren, wat voorafgaat aan het daadwerkelijke discriminerende gedrag.11 Hoewel dit mechanisme het meest duidelijk is wanneer er een expliciet discriminerend verzoek van de verhuurder is, kan het ook voorkomen bij minder expliciete verzoeken.12 De bemiddelaar kan bijvoorbeeld veronderstellen dat de verhuurder een potentiële huurder zonder migratieachtergrond verkiest boven een potentiële huurder met een migratieachtergrond op basis van bepaalde veronderstelde vooroordelen van de verhuurder.

9 Andriessen, I. en Wittebrood. K. (2021). Discriminatie op de woningmarkt. Een praktijkgericht onderzoek naar de aanpak van discriminatie op de particuliere huurwoningmarkt. Utrecht: VerweyJonker Instituut. 10 Ghekiere, A., & Verhaeghe, P. P. (2022). How does ethnic discrimination on the housing market differ across neighborhoods and real estate agencies?. Journal of Housing Economics, 55, 101820. 11 Petersen T. (2006). Motive and cognition: conscious and unconscious processes in employment discrimination. In Elster, J., Gjelsvik, O., Hylland, A. and Moene, K. (Eds), Understanding Choice, Explaining Behaviour (pp. 225-248). Oslo: Fagbokforlaget. 12 Ghekiere, A., Verhaeghe, P. P., Baert, S., Derous, E., & Schelfhout, S. (2022). Introducing a vignette experiment to study mechanisms of ethnic discrimination on the housing market. PloS one, 17(10), e0276698.

11

Daarnaast kan deze vorm van discriminatie ook plaatsvinden bij bemiddelaars. Gebaseerd op Becker’s theorie over discriminatie13, verwijst het in dit geval naar de vooroordelen van de bemiddelaar zelf. De bemiddelaar kan ervoor kiezen om potentiële huurders uit bepaalde etnische groepen te mijden op basis van persoonlijke afkeer of vooroordelen. Dit gedrag leidt mogelijk tot financiële kosten voor de bemiddelaar, zoals het mislopen van geschikte huurders, maar de bemiddelaar neemt deze kosten bewust voor lief. In dit geval is het niet de verhuurder die discrimineert, maar de bemiddelaar zelf, die op basis van eigen voorkeuren bepaalde groepen uitsluit. Dit mechanisme is een bewuste en opzettelijke handeling van de bemiddelaar en kan worden gezien als een direct gevolg van persoonlijke vooroordelen.14 De tweede vorm van discriminatie is ‘statistische discriminatie’. Statistische discriminatie kan zowel bij de verhuurder als bij de bemiddelaar plaatsvinden.

In beide gevallen vermijden zij potentiële huurders uit bepaalde groepen door gebruik te maken van generalisaties en vooroordelen die zij associëren met die groepen, in plaats van kandidaten op individuele basis te beoordelen.15 Dit leidt ertoe dat mensen uit bijvoorbeeld etnische minderheden ongelijk worden behandeld, omdat ze bijvoorbeeld worden beoordeeld op veronderstelde financiële onbetrouwbaarheid.16 Het mechanisme achter statistische discriminatie is gebaseerd op het gebrek aan volledige informatie over een individu. Verhuurders en bemiddelaars vullen deze leemte op door te vertrouwen op veronderstelde groepskenmerken. Bijvoorbeeld, de financiële betrouwbaarheid van een kandidaat wordt beoordeeld aan de hand van de veronderstelde gemiddelde situatie van een bepaalde etnische groep.

Daarnaast heeft onderzoek aangetoond dat bemiddelaars meer geneigd zijn om te denken dat minderheidsgroepen een woning niet kunnen betalen wanneer de (huur)prijs stijgt.17 Dit gebeurt wanneer men aanneemt dat deze kandidaten financieel niet in staat zijn om hogere huren te betalen, zonder rekening te houden met hun werkelijke situatie. Daarnaast kan discriminatie ook plaatsvinden op basis van de buurt waarin de woning in kwestie staat. Deze vorm van discriminatie omvat het idee dat bemiddelaars discrimineren op basis van de expliciete of veronderstelde vooroordelen van de buurt of het gebouw waarin een woning zich bevindt.18 Dit mechanisme speelt vooral in wijken met specifieke demografische kenmerken, waarbij zowel sociaaleconomische factoren als etnische samenstelling een rol spelen, waarbij bemiddelaars rekening houden met de percepties van de huidige bewoners of de sociale samenstelling van de omgeving.19 In buurten waar de bewoners voornamelijk uit één etnische groep bestaan, zoals overwegend witte buurten, kan de komst van huurders uit etnische minderheden worden gezien als een bedreiging voor de sociale cohesie of de leefbaarheid van de wijk.

Bemiddelaars kunnen bijvoorbeeld aannemen dat het toelaten van bewoners uit bepaalde etnische minderheden leidt tot ontevredenheid onder de huidige (vaak witte) bewoners, wat kan resulteren in een verhoogde kans op leegstand en verhuiskosten door vertrek van witte huurders.20 In feite gaat het om een strategische keuze van verhuurders en bemiddelaars om de belangen van de huidige bewoners of de bredere gemeenschap te beschermen, zelfs als dit betekent dat ze actief etnische minderheden uitsluiten.

13 Becker, G. S. (1971). The economics of discrimination. University of Chicago press.

17 Ondrich, J., Ross, S., & Yinger, J. (2003). Now you see it, now you don’t: why do real estate agents withhold available houses from black customers?. Review of Economics and Statistics, 85(4), 854-873.

14 Combes, P. P., Decreuse, B., Schmutz, B., & Trannoy, A. (2018). Neighbor discrimination theory and evidence from the French rental market. Journal of Urban Economics, 104, 104-123.

18 Ghekiere, A., Verhaeghe, P. P., Baert, S., Derous, E., & Schelfhout, S. (2022). Introducing a vignette experiment to study mechanisms of ethnic discrimination on the housing market. PloS one, 17(10), e0276698.

15 Böcker, A., Terlouw, A. en Özdemir, E. (2019). Discriminatie bij de verhuur van woningen? Een verkennend onderzoek naar verklaringen en de mogelijke aanpak. Nijmegen: Radboud Universiteit.

19 Krysan, M., Couper, M. P., Farley, R., & Forman, T. A. (2009). Does race matter in neighborhood preferences? Results from a video experiment. American journal of sociology, 115(2), 527-559.

16 Ghekiere, A., & Verhaeghe, P. P. (2022). How does ethnic discrimination on the housing market differ across neighborhoods and real estate agencies?. Journal of Housing Economics, 55, 101820.

20 Yinger, J. (1986). Measuring racial discrimination with fair housing audits: Caught in the act. The American Economic Review, 881-893.

12

De laatste vorm is ‘onbewuste discriminatie’. Deze vorm van discriminatie komt voort uit vooroordelen waarvan de verhuurder zich niet bewust is.21, 22 Dit kan gebeuren wanneer verhuurders hun keuze baseren op subjectieve criteria zoals ‘onderbuikgevoelens’ of de mate waarin een kandidaat ‘aardig’ overkomt tijdens een bezichtiging. Hierdoor kan de verhuurder onbewust voorkeur geven aan kandidaten die lijken op zichzelf of op de meerderheid van de huidige huurders, wat tot uitsluiting van anderen leidt zonder dat de verhuurder zich daarvan bewust is.

Eerdere resultaten m.b.t. de verhuurmarkt in Utrecht In 2019 en 2020 werden er praktijktesten uitgevoerd door de Academie van de Stad.23, 24 De correspondentietesten die keken naar etniciteit stelden vast dat er nog steeds sprake is van ongelijke behandeling van kandidaat-huurders met een ‘buiten-Europees’ klinkende naam (voorheen niet-westers). De discriminatie op de woningmarkt was tussen 2019 en 2020 wel iets gedaald. Bij mystery calls naar bemiddelaars bleef het merendeel van de bemiddelaars ingaan op discriminerende verzoeken, hoewel er ook hier een lichte daling was in 2020. De onderzoekers stelden dat deze resultaten van de mystery calls suggereren dat bemiddelaars mogelijk iets beter op de hoogte zijn van wetgeving omtrent discriminatie, maar nog steeds dergelijke verzoeken niet weigeren.

21 Verhaeghe, P. P. (2017). Liever Sandra dan Samira. Een boek over praktijktesten, mystery shopping en discriminatie. Antwerpen: Uitgeverij EPO.

Voor correspondentietesten die discriminatie op grond van seksuele oriëntatie onderzochten werd geconcludeerd dat er nog steeds sprake is van ongelijke behandeling van kandidaat-huurders met een partner van hetzelfde geslacht, weer met een daling van discriminatie tussen 2019 en 2020. Mystery calls toonden ook hier een daling in het aantal bemiddelaars dat ingaat op discriminerende verzoeken, zij het met een opvallende toename van vermoedens dat ze onderwerp waren van onderzoek. Uit ons vorige onderzoek naar discriminatie op de Utrechtse woningmarkt25 bleek dat bijna alle bemiddelaars direct of indirect meewerken aan discriminatie, ondanks hun bewustzijn van discriminerende verzoeken. Slechts één van de 34 gebelde bemiddelaars weigerde duidelijk mee te werken aan discriminatie, hoewel het onduidelijk was of deze weigering intrinsiek was of alleen vanwege de wettelijke verboden op discriminatie. De resultaten van de correspondentietesten in 2022 toonden geen ongelijke kansen aan voor mensen met een Marokkaans klinkende naam of homoseksuele stellen om uitgenodigd te worden voor een bezichtiging. Dit was in tegenstelling tot landelijke trends waarin personen met een Marokkaans klinkende naam systematisch benadeeld worden en homoseksuele stellen juist bevoordeeld worden.

De Utrechtse resultaten waren echter vergelijkbaar met die van andere grote steden (G4), waar geen systematische discriminatie werd gevonden. Deze bevindingen contrasteren met eerdere onderzoeken, zoals die van de Academie van de Stad in 2020, waarin wel systematische discriminatie werd vastgesteld tegen kandidaat-huurders met een ‘buiten-Europees’ klinkende naam en homoseksuele mannenstellen.

22 Böcker, A., Terlouw, A. en Özdemir, E. (2019). Discriminatie bij de verhuur van woningen? Een verkennend onderzoek naar verklaringen en de mogelijke aanpak. Nijmegen: Radboud Universiteit. 23 Gielkens, D., Wegkamp, F. (2019) Onderzoeksrapport: Discriminatie op de Utrechtse woningmarkt. Utrecht: Academie van de Stad & Gemeente Utrecht. 24 Gielkens, D., Wegkamp, F. (2020) Onderzoeksrapport 2020: Discriminatie op de Utrechtse woningmarkt. Utrecht: Academie van de Stad & Gemeente Utrecht.

25 Van der Hoff, M., Hoogenbosch, A., & Sikkema, M. (2022). Monitor discriminatie bij woningverhuur Gemeente Utrecht. Verwey-Jonker Instituut. https://www.verwey-jonker.nl/wp-content/uploads/2022/10/221253_Monitor-discriminatie-bij-woningverhuur-gemeente-Utrecht.pdf.

13

Methoden om discriminatie op de woningmarkt te onderzoeken

Correspondentietesten: z

Het onderzoeken van discriminatie kan op verschillende manieren worden aangepakt. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen het onderzoeken van subjectieve ervaringen van discriminatie en het meten van objectieve discriminatie. In dit onderzoek naar objectieve discriminatie op de Utrechtse woningmarkt maken we gebruik van praktijktesten, vergelijkbaar met eerdere studies. Praktijktesten zijn een experimentele methode waarbij wordt onderzocht in welke mate twee of meer vrijwel identieke kandidaten ongelijk worden behandeld. Deze kandidaten kunnen bijvoorbeeld solliciteren voor een baan, reageren op een huuradvertentie of proberen een discotheek binnen te komen. De kandidaten verschillen op zo min mogelijk relevante kenmerken, behalve op het specifieke kenmerk dat getest wordt op mogelijke discriminatie, zoals huidskleur, geslacht of seksuele geaardheid. Vervolgens wordt onderzocht of een van de kandidaten nadeliger is behandeld in vergelijking met de andere door bijvoorbeeld een werkgever, verhuurder of portier. Het uitgangspunt is dat eventuele ongelijke behandeling tussen de kandidaten te wijten is aan het te testen discriminatiekenmerk.

z

z

z

Correspondentietesten worden schriftelijk uitgevoerd met twee bijna identieke profielen. De twee profielen, het test- en het controleprofiel, verschillen alleen van elkaar op de te onderzoeken variabele, zoals naam (Nederlands klinkend versus niet-Nederlands klinkend), geslacht/gender of seksuele gerichtheid. Door correspondentietesten in grote aantallen uit te voeren, is het mogelijk om een systematisch patroon van discriminatie te kunnen waarnemen, waarbij dus het ene profiel anders wordt behandeld dan het andere profiel. Het gaat hier dus om feitelijk of objectief vastgestelde discriminatie. Discriminatie vaststellen bij één enkele aanbieder door middel van een correspondentietest is niet mogelijk: het kan namelijk voorkomen dat er sprake is van een toevallige of onbedoelde ongelijke behandeling van de profielen. Om bij een individuele aanbieder discriminatie vast te stellen zijn dus ook meerdere testen nodig om een patroon te kunnen waarnemen. In dit onderzoek gebruiken we correspondentietesten alleen met betrekking tot (het onderzoeken van) de kans op een uitnodiging voor een bezichtiging. Dit is echter slechts één moment binnen het proces om te komen tot een nieuwe huurder. Discriminatie kan ook daarna, in de stappen na een bezichtigingsmoment, plaatsvinden.27, 28

Het is daarom essentieel dat de twee kandidaten zo gelijk mogelijk zijn en alleen verschillen op het specifieke beschermde kenmerk, zodat eventuele verschillen in behandeling uitsluitend kunnen worden toegeschreven aan discriminatie op basis van dat kenmerk.26

27 Hoogenbosch, A. en Dibbets, A. (2019). ‘Normale verhuurders willen normale huurders’. Veldverkenning discriminatie bij woningverhuur. Rotterdam: RADAR. 26 Verhaeghe, P. P., & Van der Bracht, K. (2017). Praktijktesten: van onderzoeksmethode naar beleidsinstrument tegen discriminatie?. Sociologos, 38(1-2).

28 Andriessen, I. en Wittebrood. K. (2021). Discriminatie op de woningmarkt. Een praktijkgericht onderzoek naar de aanpak van discriminatie op de particuliere huurwoningmarkt. Utrecht: VerweyJonker Instituut.

14

Mystery calls: z

z

z

Een mystery call is een manier om te onderzoeken in welke mate een dienstverlenende organisatie bereid is om mee te werken aan discriminatie wanneer een verhuurder daarom vraagt. Daarnaast kan je met deze methode onderzoeken welke strategieën bemiddelaars voorstellen om bepaalde (groepen) mensen uit te sluiten. In het geval van dit onderzoek gaat het om woningbemiddelaars die worden gebeld door een fictieve verhuurder die informatie wil inwinnen voor het verhuren van diens woning en hierbij een bepaalde groep op voorhand wil uitsluiten voor de woning. Voor deze mystery calls hebben we een acteur ingezet die zich voordeed als verhuurder. Bij het meebewegen met een verhuurder (oftewel een klant) kunnen ook andere zaken een rol spelen, zoals wie op dat moment de telefoon opneemt en wat diens positie is binnen het bedrijf. Ook kan het zijn dat een bemiddelaar in het gesprek meebeweegt met de vraag om de gesprekpartner aan de andere kant van de lijn niet in verlegenheid te brengen, maar in werkelijkheid niet de intentie heeft om te discrimineren.

Ethische afwegingen bij de onderzoeksmethoden Bij het gebruik van correspondentietesten en mystery calls om discriminatie te onderzoeken, zijn er verschillende ethische bezwaren die in overweging moeten worden genomen. Een belangrijk punt is dat de deelnemende organisaties niet op de hoogte zijn van het onderzoek en geen toestemming hebben gegeven om eraan deel te nemen. Dit gebrek aan ‘informed consent’ is een fundamenteel ethisch probleem in zowel de academische als beleidsmatige toepassing van praktijktesten. Ook in dit onderzoek is dit niet het geval. Desondanks wordt het gebruik van deze methode vaak gerechtvaardigd met het argument dat het de enige manier is om betrouwbare informatie over discriminerend gedrag te verkrijgen. Informatie vooraf zou het onderzoek minder betrouwbaar en valide maken, aangezien dit het gedrag van subjecten zou kunnen veranderen.29

29 Verhaeghe, P. P., & Van der Bracht, K. (2017). Praktijktesten: van onderzoeksmethode naar beleidsinstrument tegen discriminatie?. Sociologos, 38(1-2).

Een ander bezwaar is de misleiding van de betrokken actoren, zoals verhuurders, die denken dat ze te maken hebben met echte kandidaten. Hoewel deze vorm van misleiding wordt erkend, wordt het vaak gezien als een noodzakelijke prijs in de strijd tegen discriminatie. Het derde belangrijke bezwaar is dat onderzoekssubjecten geen schade mogen ondervinden van het onderzoek.30 Dit kan gaan om de tijd en moeite die organisaties moeten investeren in het omgaan met de praktijktesten. Deze schade omvat onder andere de last van de tijdsinvestering door het beantwoorden van een e-mail of het voeren van een telefoongesprek met een fictieve klant. Deze ‘last’ is echter zeer relatief, zeker gezien de oververhitte woningmarkt waarbij bemiddelaars in grote getallen mensen voor een woning moeten afwijzen. Een e-mail meer of minder staat dan in het niet. Daarnaast noemen onderzoekers dat de last van de tijdsinvestering een kleine prijs is om te betalen om discriminatie te onderzoeken, wat van groot maatschappelijk belang is.31, 32, 33 Verder kan de schade de mogelijke nadelige gevolgen voor reputatie of juridische positie van verhuurders omvatten. Om deze bezwaren te adresseren, kan men ervoor kiezen om het aantal testen per organisatie te beperken en de testen zo kort mogelijk te houden.

In lijn met academisch onderzoek wordt ervoor gekozen om verhuurders een enkele keer te testen om de overlast te minimaliseren. Ook kan de anonimiteit van de onderzochte organisaties worden gehandhaafd om nadelige gevolgen te vermijden.

30 Zschirnt, E. (2019). Revisiting ethics in correspondence testing: an update. Research Ethics, pp: 1–21. 31 Verstaete, J. en Verhaeghe, P.P. (2019). Ethnic discrimination upon request? Real estate agents’ strategies for discriminatory questions of clients. Journal of Housing and the Built Environment, 35, pp: 703–721. 32 Banton, M. (1997). The ethics of practice-testing. Journal of Ethnic and Migration Studies, 23, pp: 413– 420. 33 Zschirnt, E. (2019). Revisiting ethics in correspondence testing: an update. Research Ethics, pp: 1–21.

15

3

Onderzoeksopzet

Voor deze monitor voeren we een nieuwe dataverzameling uit binnende gemeente Utrecht. Hierbij hebben we gebruik gemaakt van correspondentietesten en mystery calls, wat overeenkomt met de eerdere monitor die is uitgevoerd. In de vorige monitor van het Verwey-Jonker Instituut34 wordt beschreven hoe deze onderzoeksopzet verschilt van het onderzoek van de Academie van de Stad.35 In dit hoofdstuk beschrijven wij de aanpak van de dataverzameling.

Correspondentietesten Correspondentietesten zijn een veelgebruikte methode in onderzoek om discriminatie in verschillende markten, waaronder de woningmarkt, te meten. Deze methode omvat het herhaaldelijk verzenden van twee quasi-identieke profielen naar verhuurders of bemiddelaars om te observeren of er verschil in behandeling is op basis van kenmerken zoals etniciteit, gender of seksuele geaardheid. Bij de correspondentietesten gaat het om (een onderzoek naar) feitelijk of objectief vastgestelde discriminatie, gelet op de kans op een bezichtiging. Door alle reacties te analyseren en onderling te vergelijken, onderzoeken we in hoeverre iemands veronderstelde etnische achtergrond of seksuele oriëntatie van invloed is op diens kans om uitgenodigd te worden voor een bezichtiging – en dus in hoeverre er sprake is van een systematisch patroon van ongelijke behandeling.

34 Van der Hoff, M., Hoogenbosch, A., & Sikkema, M. (2022). Monitor discriminatie bij woningverhuur Gemeente Utrecht. Verwey-Jonker Instituut. https://www.verwey-jonker.nl/wp-content/uploads/2022/10/221253_Monitor-discriminatie-bij-woningverhuur-gemeente-Utrecht.pdf. 35 Gielkens, D., Wegkamp, F. (2020) Onderzoeksrapport 2020: Discriminatie op de Utrechtse woningmarkt. Utrecht: Academie van de Stad & Gemeente Utrecht.

Aantal testen Beoogde aantal correspondentietesten en testrondes Om betrouwbare uitspraken te kunnen doen over de mate van discriminatie, streefden we naar 250 testen voor het profiel Marokkaans klinkende naam en 200 testen voor het profiel homoseksueel stel.36 De testen werden verdeeld over meerdere testrondes, die elk twee weken duren. Op basis van ervaringen opgedaan tijdens de voorgaande monitors in de gemeente Utrecht verwachtten we 25 geslaagde testen per ronde per profiel uit te kunnen voeren. Daarmee zouden we na ongeveer acht testrondes de beoogde aantallen testen kunnen bereiken. Bij het uitvoeren van de correspondentietesten merkten we echter dat er veel minder advertenties voor huurwoningen gepubliceerd werden dan we hadden verwacht. Daarnaast werden veel advertenties door dezelfde bemiddelaars aangeboden. Hierdoor konden we veel minder testen uitvoeren dan verwacht. Daarom is besloten om vanaf de vierde testronde, niet langer per testronde slechts één advertentie per bemiddelaar te selecteren, maar in plaats daarvan één advertentie per profiel per bemiddelaar. Omdat er per testronde drie profielen onderzocht worden, konden daarmee maximaal drie huurwoningen per bemiddelaar geselecteerd worden.

36 Dit aantal is in lijn met eerdere onderzoeken naar discriminatie op de verhuurmarkt op gemeentelijk niveau. Zie o.a.: Hoogenbosch, A., Fiere, B. en Koene, M. (2021). “Alles is bespreekbaar”. Discriminatie bij woningverhuur: resultaten correspondentietesten en mystery calls in Rotterdam. Rotterdam: RADAR. Verhaeghe, P.P., Martiniello, B. en Ghekiere, A. (2020). Discriminatie door bemiddelaars op de huurwoningmarkt van Antwerpen: de nulmeting. Brussel, vakgroep Sociologie, Vrije Universiteit Brussel. Martiniello, B., Ghekiere, A. en Verhaeghe, P.P. (2022). Discriminatie op de huurwoningmarkt van Brugge. Brussel: Vakgroep Sociologie, Vrije Universiteit Brussel.

16

Ondanks deze aanpassing is het aantal uitgevoerde testen toch lager uitgevallen dan beoogd. De oorzaak daarvoor is het geringe aantal gepubliceerde advertenties voor huurwoningen tijdens de onderzoeksperiode. In paragraaf 4.1 gaan we nader in op de redenen voor het geringe aantal gepubliceerde advertenties. In tabel 1 is het aantal uitgevoerde testen per profiel en testronde weergegeven. Tabel 1. Aantal uitgevoerde testen per profiel en testronde

Ronde 1 Ronde 2 Ronde 3 Ronde 4 Ronde 5 Ronde 6 Ronde 7 Totaal Streef

Marokkaanse man 6 7 0 6 6* 6 8 33 175

Marokkaanse vrouw 6 7 4 0 4* 8 9 34 175

Homoseksueel stel 7 9* 4 8 5 8 8 40 200

Totaal aantal Aantal bruiktesten bare woningen 19 22 14 23 8 12 14 15 5 20 22 24 25 26 107 142 550 550

* Hoewel deze testen zijn uitgevoerd (er is succesvol op de advertenties gereageerd met zowel test-en controleprofiel), zijn ze niet in de analyses meegenomen. Dit omdat de emailadressen van deze profielen vóór het registreren van de reacties geblokkeerd en/of verwijderd zijn, waardoor de email reacties van de bemiddelaars bij deze testen niet achterhaald en geregistreerd konden worden.

Profielen De correspondentietesten beginnen met het creëren van fictieve profielen die alleen verschillen in het kenmerk dat getest wordt op discriminatie. Bijvoorbeeld, namen die verschillende etnische achtergronden of genders signaleren worden gebruikt om deze profielen te maken. De namen worden zorgvuldig gekozen om ervoor te zorgen dat ze worden gezien als behorend tot specifieke groepen, omdat de perceptie van namen de resultaten aanzienlijk kan beïnvloeden.

Vergelijkbaar met de vorige discriminatiemonitor zijn er drie profielen onderzocht: Marokkaans klinkende mannennaam, Marokkaans klinkende vrouwennaam en stel met een homoseksuele oriëntatie. Er is gekeken of deze profielen ongelijk worden behandeld, ten opzichte van de controleprofielen van personen met een Nederlands klinkende naam en heteroseksuele stellen, als het gaat om uitgenodigd worden voor een bezichtigingsmoment van een huurwoning. De gekozen namen bij de profielen zijn gebaseerd op veel voorkomende voor- en achternamen in Marokko en Nederland. In elke ronde is er per profiel, aselect een voor- en achternaam geselecteerd. Met de combinatie van voor- en achternaam is vervolgens via Gmail, Outlook of Yahoo een emailadres aangemaakt. Aan elk profiel is ook een telefoonnummer van Vodafone, Odido of KPN gekoppeld. Zo had elk profiel in elke ronde een unieke profielinformatie; een naam, emailadres en telefoonnummer. Met deze ‘persoonsgegevens’ zijn de testen vervolgens uitgevoerd. Selectie van advertenties Voorafgaand aan iedere ronde zijn door middel van een webscraping tool alle beschikbare woningadvertenties, verzameld, gedownload en getransformeerd naar een excelbestand.

Op vergelijkbare wijze als bij de eerdere monitors zijn vervolgens alleen de woningadvertenties voor zelfstandige woningen (dus geen kamers) met een maximale huurprijs van € 2000 per maand en met de status ‘te huur’ geselecteerd. Voor de huidige monitor voeren we de correspondentietesten uit via Pararius en Funda. De ervaring heeft geleerd dat het uitvoeren van correspondentietesten via andere platforms erg lastig is terwijl de meeropbrengst beperkt is. De advertenties worden namelijk op meerdere platformen tegelijkertijd geplaatst. Om overlast en onraad bij de verhuurders en bemiddelaars in Utrecht te vermijden, en om de kans op herkenning te beperken, is er in eerste instantie voor gekozen om willekeurig één advertentie per verhuurder/bemiddelaar per testronde te selecteren. 17

Vanaf de vierde testronde is besloten dat er meerdere advertenties van dezelfde bemiddelaar meegenomen mochten worden, mits deze verdeeld werden over de verschillende profielen in de testronde, om zo te voorkomen dat een bemiddelaar meerdere reacties binnenkreeg van hetzelfde profiel. Voor testrondes waar er twee testprofielen waren, bijvoorbeeld een profiel Marokkaanse vrouw en een profiel homoseksueel stel, werden er per bemiddelaar maximaal twee woningadvertenties meegenomen. Voor testrondes waar alle drie testprofielen meegenomen zijn, was het maximum drie woningen per aanbieder. In de gevallen waar een bemiddelaar meer woningen aanbood dan maximaal meegenomen konden worden in de ronde, is er een willekeurige selectie gemaakt van de (twee of drie) advertenties die in de testronde meegenomen moesten worden. De overige advertenties van de desbetreffende bemiddelaar zijn niet meegenomen in de betreffende testronde . Uitvoering van de testen De uitvoering van de testen is bij deze monitor hetzelfde verlopen als bij de eerdere monitor. Eerst reageerden we met het testprofiel en ongeveer drie uur later reageerden we op dezelfde advertentie met het controleprofiel. Een reactie betekent dat er wordt geklikt op de button op de advertentiepagina, bedoeld om interesse te tonen in de woning en een bezichtiging van die woning in te plannen.

Vervolgens is het formulier ingevuld met de profielinformatie. Het gaat dan om naam, emailadres, telefoonnummer en een kort tekstbericht waaruit de interesse voor een bezichtiging van de woning blijkt. Deze tekstberichten zijn verschillend tussen het testprofiel en het controleprofiel, maar nagenoeg identiek in lengte en taalgebruik. De tekstberichten zijn daarbij aselect toegewezen aan de verschillende profielen. In de berichten bij het profiel homoseksueel stel werd steeds verwezen naar de relatie tussen de twee namen die onderaan het tekstbericht worden genoemd; zo is bijvoorbeeld ‘mijn man en ik’ of ‘mijn echtgenoot en ik’ geschreven.

In bijlage 1 zijn voorbeelden te vinden van de berichten die we hebben verstuurd. De tekstberichten zijn altijd afgesloten met de volledige naam van het profiel, zodat de naam op drie verschillende plekken terugkwam: in het hokje met de naam, in het emailadres en in het bericht. Verwerking van de reacties Ook de verwerking van de reacties is hetzelfde verlopen als bij de landelijke monitor. Na het uitvoeren van de testronde (het reageren op de advertenties), werden de reacties van aanbieders (per mail, voicemail en/of per sms) tot en met tien dagen na de test bijgehouden en verwerkt. Reacties van aanbieders die via voicemail binnen zijn gekomen werden opgenomen en naar tekst getranscribeerd. Voor zowel deze reacties als de reacties die per email binnen zijn gekomen, wordt het bericht zelf, het tijdstip waarop het bericht is ontvangen en de persoon die contact heeft opgenomen, geregistreerd. Alle reacties zijn vervolgens gecodeerd aan de hand van de onderstaande elf codes (zie tabel 2 en bijlage 2). Alle toegekende codes zijn met vier ogen gecontroleerd om fouten te voorkomen en subjectiviteit tegen te gaan. Tabel 2. Overzicht van coderingscategorieën voor reacties van aanbieders Code Beschrijving 1 Bezoeken zijn momenteel niet mogelijk (woning nog wel te huur, maar bezoeken zitten vol).

Kandidaat werd om aanvullende informatie gevraagd, geen afspraak voor een bezichtiging 2 (dit gaat ook om vragen om te registeren op een of andere website). Kandidaat werd gevraagd om contact op te nemen, maar nog geen zekerheid of bezichti3 ging mogelijk is. 4 Kandidaat werd om aanvullende informatie gevraagd en uitgenodigd voor een bezichtiging. Kandidaat werd gevraagd om contact op te nemen om een afspraak voor een bezichtiging 5 in te plannen. 6 Kandidaat werd uitgenodigd om de woning te bezoeken. 7 Men wil niet aan de kandidaat verhuren. De woning is niet langer te huur 8 (reeds onder voorbehoud verhuurd of al verhuurd aan een ander). 9 Opvolgmail met info over andere panden. 10 Geen antwoord ontvangen. 11 Anders.

18

Analyse van de reacties Nadat alle reacties zijn verwerkt, zijn deze geanalyseerd aan de hand van SPSS, een statistisch programma. Er is op twee manieren onderzocht of er sprake is van discriminatie: met behulp van de netto-discriminatiegraad en door te kijken naar uitnodigingskansen. Hieronder lichten we beide manieren toe. Voor het berekenen van de netto-discriminatiegraad is voor elke test gekeken in hoeverre het testprofiel en/of het controleprofiel een uitnodiging voor een bezichtiging hebben gekregen. We spreken van een uitnodiging voor een bezichtiging bij reacties die gecodeerd zijn met codes 4, 5 of 6. Er waren dus steeds vier combinaties mogelijk: a. b. c. d.

Zowel testprofiel als controleprofiel is uitgenodigd voor een bezichtiging. Het controleprofiel is uitgenodigd voor een bezichtiging en het testprofiel. niet (negatieve discriminatie). Het testprofiel is uitgenodigd voor een bezichtiging en het controleprofiel niet (positieve discriminatie). Zowel testprofiel als controleprofiel zijn niet uitgenodigd voor een bezichtiging.

De netto-discriminatiegraad is het percentage wat aangeeft in welk deel van de gevallen het testprofiel systematisch benadeeld is ten opzichte van het controleprofiel. Hierbij is geen rekening gehouden met de situatie waarbij beide profielen geen reactie kregen, omdat we daaraan geen conclusies over (on) gelijke behandeling kunnen verbinden.37

37 Zie hierover de aanbevelingen van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) over hoe correspondentietesten uit te voeren.

De netto-discriminatiegraad wordt berekend aan de hand van de formule: (b – c) (a + b + c) Na het berekenen van de netto-discriminatiegraad is aan de hand van de McNemar-toets berekend – voor de profielen Marokkaans klinkende naam en homoseksueel stel – in hoeverre de netto-discriminatiegraad statistisch significant is en of er (geen) sprake is van verschil gebaseerd op toeval. Het resultaat van deze toets wordt uitgedrukt in een x2-waarde met bijbehorende p-waarde. Hoe dichter de p-waarde bij nul ligt, hoe groter de kans dat de netto-discriminatiegraad niet op toeval berust en dat het gaat om ongelijke behandeling van het testprofiel. Daarbij beschouwen we bij een p-waarde kleiner dan 0,05 de resultaten als significant. Netto-discriminatiegraad en werkelijke discriminatie Bij dit onderzoeksontwerp gaan we uit van het principe ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’. We testen altijd eerst met het testprofiel en daarna met het controleprofiel. We gaan ervan uit dat het testprofiel meer kans heeft op een uitnodiging voor een bezichtigingsmoment dan het controleprofiel. Het kan namelijk zijn dat, op het tijdstip van het reageren door het testprofiel, de woning nog beschikbaar is of dat er nog plek is op de lijst voor bezichtigingen. Dat kan veranderd zijn wanneer ongeveer 3 uur later het controleprofiel reageert; dan kan de lijst vol zitten.

Dit principe lijkt te passen bij de dynamiek van de huurwoningmarkt, die zich kenmerkt door krapte en waar woningen slechts voor korte duur aangeboden worden. Dit betekent wel dat de netto-discriminatiegraad die we berekenen, een onderschatting kan zijn van de werkelijke discriminatie bij de verhuur van woningen: het testprofiel zou eigenlijk een uitnodigingsvoordeel (van gemiddeld drie uur) moeten hebben ten opzichte van de het controleprofiel.38

38 Deze kanttekening wordt ook genoemd in Verhaeghe, P.P., Martiniello, B. en Ghekiere, A. (2020). Discriminatie door bemiddelaars op de huurwoningmarkt van Antwerpen: de nulmeting. Brussel: Vakgroep Sociologie, Vrije Universiteit Brussel.

19

Daarnaast is er gekeken of er verschillen zijn in uitnodigingskansen tussen de test- en controleprofielen. De uitnodigingskans (of uitnodigingspercentage) is het aantal keren dat het profiel een uitnodiging ontvangt (reacties die gecodeerd zijn met codes 4, 5 of 6), gedeeld door het totaal aantal testen dat bij dit profiel is uitgevoerd. Daarbij is voor alle profielen met een paired samples proportions test (McNemar) gekeken of de uitnodigingskans significant verschilt tussen het testprofiel en het controleprofiel. Met betrekking tot de uitnodigingskansen doen we tevens een aantal aanvullende analyses. We onderzoeken in hoeverre de factoren huurprijs, aantal kamers en woonoppervlakte van de betreffende huurwoning invloed hebben op de uitnodigingskansen bij personen met een Marokkaans klinkende naam en mannelijke personen met een partner van hetzelfde geslacht.

Mystery calls Voor de mystery calls in Utrecht testen we alleen of er sprake is van discriminatie op grond van etniciteit. Om dit te testen, streven we naar een totaal van 30 tot 35 calls. Dit aantal is gebaseerd op eerder uitgevoerde mystery calls in Utrecht om discriminatie op de verhuurmarkt te testen: in 2019 werden er 34 bemiddelaars bereikt39, in 2020 werden er 30 bemiddelaars bereikt 40, en in 2022 werden er 34 bemiddelaars bereikt. Bij een mystery call belt een persoon (in dit geval een acteur) eenmalig naar een dienstverlenende organisatie (in dit geval een woningbemiddelaar) waarbij deze persoon zich voordoet als een potentiële klant (in dit geval een verhuurder). Tijdens de call stelt de acteur de vraag of het mogelijk is om “niet te verhuren aan Marokkanen, Turken of Polen”.

39 Gielkens, D., Wegkamp, F. (2019) Onderzoeksrapport: Discriminatie op de Utrechtse woningmarkt. Utrecht: Academie van de Stad & Gemeente Utrecht. 40 Gielkens, D., Wegkamp, F. (2020) Onderzoeksrapport 2020: Discriminatie op de Utrechtse woningmarkt. Utrecht: Academie van deStad & Gemeente Utrecht.

Uitvoering van de calls De mystery calls voor deze gemeentelijke monitor zijn uitgevoerd door één acteur, een man, die deze mystery calls een aantal keer eerder heeft uitgevoerd. De uitvoering van de mystery calls verliep op dezelfde wijze als de voorgaande monitor, en op dezelfde wijze als in de landelijke monitor. Ter voorbereiding van de mystery calls ontving de acteur een handleiding en een fictieve Nederlands klinkende mannennaam. Daarnaast ontving de acteur een lijst met fictieve woningen in het werkgebied van de bemiddelaar (in dit geval in de gemeente Utrecht), bestaande uit type woning, plaatsnaam, buurt en straat, en een indicatie voor de te vragen huurprijs. Ook kreeg hij een telefoonnummer en een fictief emailadres dat hij desgevraagd aan de bemiddelaar konden doorgeven. Om uniformiteit te creëren, hebben de acteurs van de verschillende monitors gebruik gemaakt van een gespreksleidraad (zie bijlage 3). Hierin staat beschreven op welke manier zij het discriminerende verzoek moeten verwoorden tijdens het telefoongesprek. Verder kan de precieze formulering per mystery call verschillen, omdat de acteur binnen het verloop van het gesprek met bemiddelaar geloofwaardig moeten overkomen. De kern van het discriminerende verzoek blijft echter vergelijkbaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=265212f1-e7cf-444f-aaeb-566f955bffc0