Duurzame bedrijventerreinen Utrecht.pdf
Tekst van het document
Goedkoopste duurzame warmteoptie
Op-één-na goedkoopste duurzame warmteoptie
Op-twee-na goedkoopste duurzame warmteoptie
€ 3.000
€ 2.700
€ 3.500
€ 3.900
Hr-ketel (aardgas)
Warmtenet MT/HT
Wko-net
Warmtenet LT
Investering
€ 2.000
€ 8.000
€ 20.000
€ 22.000
Jaarlijkse energiekosten
€ 3.000
€ 2.300
€ 2.200
€ 2.400
Totale jaarlijkse kosten
€ 3.300
€ 3.100
€ 3.800
€ 4.100
Hr-ketel (aardgas)
Warmtenet MT/HT
Wko-net
Warmtenet LT
Investering
€ 2.000
€ 8.000
€ 10.000
€ 12.000
Jaarlijkse energiekosten
€ 2.600
€ 2.100
€ 2.100
€ 2.200
Totale jaarlijkse kosten
€ 2.900
€ 2.900
€ 2.900
€ 3.300
Hr-ketel (aardgas)
Wko-net
Warmtenet MT/HT
Warmtenet LT
Investering
€ 2.000
€ 10.000
€ 8.000
€ 12.000
Jaarlijkse energiekosten
€ 2.700
€ 2.000
€ 2.100
€ 2.200
Totale jaarlijkse kosten
€ 2.900
€ 2.900
€ 2.900
€ 3.200
Hr-ketel (aardgas)
Warmtenet MT/HT
Wko-net
Warmtenet LT
Investering
€ 2.000
€ 8.000
€ 10.000
€ 12.000
Jaarlijkse energiekosten
€ 2.500
€ 2.000
€ 2.000
€ 2.100
Totale jaarlijkse kosten
€ 2.800
€ 2.700
€ 2.800
€ 3.100
Hr-ketel (aardgas)
Warmtenet MT/HT
Wko-net
Warmtenet LT
Investering
€ 2.000
€ 8.000
€ 22.000
€ 24.000
Jaarlijkse energiekosten
€ 2.800
€ 1.900
€ 1.800
€ 2.000
Totale jaarlijkse kosten
€ 3.100
€ 2.700
€ 3.500
€ 3.900
Totale jaarlijkse kosten Nieuwerijn
Demkade
Haarrijn
De Wetering
Cartesiusweg -terrein
33
Techniek
Techniek
Techniek
Techniek
Techniek
200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021
6 Routekaart naar CO2-vrij Binnen dit onderzoek is een eerste stap gezet om de energievraag per bedrijventerrein in kaart te brengen en de mogelijkheden te verkennen naar een CO2-vrij bedrijventerrein. De kenmerken per bedrijventerrein en de kosten per warmteoplossing, zijn weergegeven op de factsheets. In deze factsheets is ook een geanalyseerd welke oplossingen mogelijk zijn en welke minder voor de hand liggen. De factsheets zijn te vinden in Bijlage F. Er is binnen dit onderzoek nog geen keuze gemaakt wat de beste oplossing is per bedrijventerrein en hoe deze oplossing gerealiseerd moet worden. We hebben een routekaart opgesteld waarmee elk bedrijventerrein aan de slag kan om een plan naar CO2-vrij op te stellen. De routekaart is te vinden in Bijlage G is deze routekaart. In dit hoofdstuk worden de stappen in de routekaart verder toegelicht.
Stap 1: Stel een werkgroep en een stuurgroep samen met belangrijke stakeholders Het is belangrijk dat alle stakeholders betrokken zijn tijdens het ontwikkelen van een plan voor het bedrijventerrein om over te stappen op een andere energievoorziening. De belangrijkste stakeholders vormen onder leiding van de gemeente een werkgroep en een stuurgroep. De werkgroep zorgt ervoor dat de stappen die beschreven worden in de routekaart worden uitgevoerd. De werkgroep bestaat uit een aantal mensen van de gemeente en enkele stakeholders die het leuk vinden om mee te werken aan het verduurzamingsplan. Deze stuurgroep begeleidt het gehele proces tot aan het definitieve plan voor het bedrijventerrein. In de stuurgroep nemen in ieder geval de volgende partijen zitting: — gemeente; — ondernemingsvereniging; — vertegenwoordigers duurzame initiatieven; — netbeheerders; — gebruikers en pandeigenaren. De stuurgroep houdt in de gaten dat op gewenste momenten andere stakeholders worden ingelicht en een bijdrage kunnen leveren aan het plan. Deze overige stakeholders zijn bijvoorbeeld energiecoöperaties en een warmtebedrijf dat mogelijk aan de slag gaat om warmte te leveren aan het bedrijventerrein. In deze fase is het belangrijk dat wordt geïnventariseerd welke initiatieven er op het gebied van verduurzaming al lopen op het bedrijventerrein.
Betrokkenen hiervan moeten worden ingelicht en gevraagd mee te denken in de stuurgroep of op een ander moment in het proces. Binnen dit project hebben we geïnventariseerd of er al duurzame stichtingen actief zijn. Het is goed om deze stichtingen mee te nemen in verdere planvorming met betrekking tot het verduurzamen van de bedrijventerreinen. De gemeente heeft bij de inventarisatie twee stichtingen genoemd, STIP en ECUB, die bezig zijn met verduurzaming van bedrijven. — STIP (stichting innovatie en promotie) Op De Wetering is STIP actief als het gaat om verduurzaming en dergelijke: STIP staat voor Stichting Innovatie en Promotie. Het initiatief wordt gefaciliteerd door Businessclub de Wetering-Haarrijn, Vereniging Parkmanagement de Wetering en Ondernemersfonds Utrecht. Samen met haar partners ondersteunt STIP vernieuwende initiatieven. “Duurzaamheid, samenwerking en innovatie, daar staan wij voor,” meldt STIP-voorzitter Edward van Tuinen. “Met deze samenwerking kunnen we de Wetering-Haarrijn een stuk mooier maken.”
34
200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021
— ECUB (stichting Energie Collectief Utrechtse bedrijven) Op Lage Weide en de Wetering-Haarrijn is stichting Energie Collectief Utrechtse bedrijven (ECUB) actief. Ze adviseren daar ongeveer 60 bedrijven over verduurzaming en energiebesparing.
Stap 2: Stel kaders op voor een CO2-vrij bedrijventerrein Nadat de werkgroep en de stuurgroep gevormd zijn, zullen zij beide aan de slag gaan met het opstellen van kaders voor een CO2-vrij bedrijventerrein. Hierbij moeten zowel keuzes worden meegenomen die worden gemaakt voor de hele gemeente als een keuzes gemaakt voor het bedrijventerrein. Principekeuzes kunnen bijvoorbeeld zijn het wel of niet toepassen van groengas of het gebruik van (bepaalde) restwarmtebronnen. De beslissing hierover wordt mogelijk ergens anders gemaakt, bijvoorbeeld in de transitievisie warmte. Per bedrijventerrein kan ook worden bepaald met elkaar wat belangrijk wordt gevonden, zoals het waarde creëren voor de bedrijven en als voorwaarde stellen dat voor iedereen die de kosten niet kan dragen, wordt gezocht naar een oplossing. Daarnaast kan een algemene richting aangeven worden waar de stuurgroep focus op wil leggen en welke stappen eerst genomen moeten worden. Het doel is niet om van te voren grote belemmeringen op te leggen aan het verduurzamingsproces, maar ondersteuning te geven in het bepalen van richting en prioriteiten. Daarnaast is het in kaart brengen van wat binnen vergunningen wel en niet mogelijk is belangrijk voor het kader.
Stap 3: Breng alle energiestromen en het besparingspotentieel in kaart Energiestromen In de analyse heeft CE Delft al een start gemaakt met het in kaart brengen van de energiestromen. Dat heeft zij gedaan op basis van een gemeentelijke database en openbare data. Daarnaast zijn kengetallen gebruikt om de ontbrekende gegevens mee te schatten. In deze fase is het belangrijk dat een nog beter beeld wordt verkregen van de verschillende energiestromen per bedrijf. Zo is het belangrijk om te weten wat de warmtevraag, maar ook het warmteaanbod is van een bedrijf. Dit geldt ook voor de koudevraag. Daarnaast is het belangrijk om in kaart te brengen welke bedrijven aardgas of andere fossiele brandstoffen nodig hebben, als procesgas of voor het maken van producten. Een methode om deze gegevens beter in beeld te krijgen is de uitvraag van deze informatie in een enquête aan alle bedrijven. Bij deze enquête kunnen de bedrijven dan ook direct geïnformeerd worden over het traject dat het bedrijventerrein gestart is naar CO2-vrij toe. Er kan tevens gevraagd worden wie er input wil leveren voor het plan. Hiermee komt direct in beeld welke bedrijven wat intensiever betrokken willen worden bij het opstellen van het verduurzamingsplan.
Besparingspotentieel De gemeente zet sterk in op verduurzaming van bedrijventerreinen, waarvan energiebesparing bij bedrijven een belangrijk onderdeel is. Daartoe heeft zij al een stappenplan uitgewerkt, op basis van de trias energetica. De start is het in kaart brengen van het eigen energiegebruik en daarna aan de slag gaan met besparende maatregelen. Daarbij verwijzen zij ook naar de Wet milieubeheer, waarin maatregelen worden genoemd met een terugverdientijd van minder dan vijf jaar. De gemeente adviseert om natuurlijke vervangingsmomenten te benutten en plannen te maken voor het verduurzamen van het vastgoed op de langere termijn.
35
200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021
In deze stap zal de werkgroep aan de slag moeten met het inventariseren van de plannen van bedrijven. Middels de enquête kan zij inventariseren wat het besparingspotentieel is bij de bedrijven op het bedrijventerrein. Wanneer de bedrijven zelf nog niet aan de slag zijn gegaan met het verkennen van hun besparingsopties, zal de werkgroep op basis van de functie en warmtevraag van bedrijven, zelf een inschatting moeten maken van de kosten van isolerende maatregelen en het besparingspotentieel. Dit kan zij doen op basis van kengetallen ontwikkeld door EIB en ECN (2016). Voor het verwarmen van gebouwen met lagetemperatuurwarmte is een bepaalde minimale schilisolatie nodig om de gebouwen voldoende warm te kunnen krijgen. Is het mogelijk om alle gebouwen hiervoor voldoende te isoleren? Ook moeten de kosten goed in beeld worden gebracht van verschillende besparingsopties. Zijn de te nemen maatregelen rendabel? En is er voldoende investeringsruimte bij de bedrijven om de maatregelen te nemen? Zijn er mogelijkheden voor externe financiering?
Stap 4: Onderzoek de haalbaarheid van verschillende warmteopties In dit onderzoek van CE Delft is op basis van de analyse van Greenvis (2019) gekeken naar de technisch mogelijke warmteopties per bedrijventerrein. In deze fase moeten de opties nader worden onderzocht. In hoeverre zijn ze daadwerkelijk beschikbaar voor dit bedrijventerrein? Binnen deze stap wordt ook gekeken of bedrijven onderling warmte kunnen uitwisselen. Voor warmtenetten is het van belang dat er wordt onderzocht of er voldoende warmtebronnen zijn. En is de aanleg van een warmtenet mogelijk op dit bedrijventerrein? Hiervoor is het onder andere belangrijk dat er voldoende ruimte is in de ondergrond. Bij het toepassen van een Wko, is er nog meer ruimte nodig dan wanneer enkel een warmtenet wordt aangelegd. Ook wordt de mogelijkheid om over te stappen op een all electric-oplossing onderzocht. Met behulp van bodem- of luchtwarmtepompen kan de warmtevraag worden opgewekt. Het voordeel van warmtepompen is dat ze ook op een efficiënte manier koude kunnen opwekken. Het nadeel van warmtepompen is dat de elektriciteitsvraag wordt verhoogd alsmede de piekbelasting op het net. Wanneer een heel bedrijventerrein overschakelt op een warmtepomp, is de kans groot dat het elektriciteitsnet moet worden verzwaard.
In deze fase moet dan ook met de netbeheerder worden gekeken wat de huidige netcapaciteit is, of eventuele verzwaring mogelijk is en wat de kosten hiervan zijn. Stedin werkt momenteel kansenkaarten uit, waarin de kansen voor netverzwaring per bedrijventerrein in kaart worden gebracht. Deze kansenkaarten zijn belangrijk om mee te nemen in het verdere proces voor de keuze voor een bepaalde warmtevoorziening en voor de inzet van zonnepanelen voor opwek van duurzame stroom. Meer informatie over de verschillende warmtetechnieken is te vinden op www.warmtetechnieken.nl. Daarnaast wordt per bedrijf voor het vereiste procesgas gekeken of elektrificatie van het proces mogelijk is en wat de kosten hiervan zijn. Indien elektrificatie niet mogelijk is, wordt gekeken of het huidige gasnet bijvoorbeeld beschikbaar kan blijven voor dit bedrijf, om hier op termijn groengas of waterstof in te vervoeren. Voor het eventueel toepassen van een duurzaam gas, zal moeten worden bekeken wat de mogelijkheden hiervan zijn. Is het realistisch dat er binnen tien jaar voldoende groengas of waterstof beschikbaar is voor het bedrijventerrein?
36
200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021
In deze fase kan worden onderzocht voor welk deel van de bedrijven welke warmteoptie het meest geschikt is. Dit hangt bijvoorbeeld af van de bouwjaarklasse en van de functie van het gebouw. Wanneer er een duidelijke geografische splitsing te maken is op het bedrijventerrein van bedrijven met een verschillende voorkeursoptie, dan kan het logisch zijn om voor meerdere warmteopties naast elkaar te kiezen. De aanleg van een warmtenet is wel kostenintensief. Het zal eerder rendabel zijn als er meer afnemers zijn. Bij de keuze voor een warmtenet is het wel belangrijk om een zo groot mogelijk aandeel bedrijven hierop aan te sluiten. Binnen deze stap moet ook nog worden gekeken naar specifieke wet- en regelgeving die voor het desbetreffende bedrijventerrein van kracht is.
Stap 5: Werk de kosten per warmteoptie uit Nu meer inzicht is in de beschikbaarheid van de verschillende warmteopties en de energiestromen op het bedrijventerrein, kan een goede inschatting worden gemaakt van de kosten van het overstappen op de verschillende duurzame warmteopties. Hiervoor zijn verschillende modellen beschikbaar, die met de informatie ingewonnen in de eerste stappen, een berekening kunnen maken van de maatschappelijke- en de eindgebruikskosten. Voor bedrijven is het heel belangrijk wat hun investeringskosten zijn en hun jaarlijkse energierekening wordt. Voor andere stakeholders, zoals de netbeheerder en het warmtebedrijf, zijn de investeringskosten in het net van belang. Deze moeten zich uiteindelijk terugverdienen, waardoor dit ook voor de bedrijven een belangrijke factor is. Een volgende vraag is wie de kosten betaalt. Wanneer de kosten hoger uitvallen dan de huidige kosten van de warmtevoorziening, wie neemt de kosten van de onrendabele top dan op zich? In deze stap moet worden uitgezocht of er subsidies mogelijk zijn en/of andere financieringsmogelijkheden.
Stap 6: Maak met elkaar een keuze voor één of meerdere warmtetechnieken Nadat de vorige vijf stappen doorlopen zijn, is het tijd om met elkaar een keuze te maken voor een bepaalde warmtevoorziening. Het is belangrijk dat in deze fase iedereen gehoord wordt en rekening wordt gehouden met verschillende meningen en belangen. Het is vast niet mogelijk om iedereen helemaal tevreden te stellen, maar er kan wel meegedacht worden mee bedrijven die het lastig vinden om mee te gaan met de overschakeling op een CO2-vrij bedrijventerrein. Wellicht is het mogelijk dat deze bedrijven een andere warmteoptie kiezen of dat ze extra worden ondersteund, financieel of procesmatig. Ook kan worden gekeken of het mogelijk is bedrijven te verplichten om de overschakeling te maken, bijvoorbeeld via het Warmteplan of Omgevingsplan. In deze stap is het ook goed om te kijken naar ontwikkelingen in omliggende buurten. Zijn er al plannen gemaakt in het kader van de transitievisie warmte? Wellicht is het mogelijk om procesmatig een koppeling te maken met andere buurten die de overstap maken naar CO2-vrij.
37
200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021
In deze stap kan een afwegingskader worden gemaakt om verschillende opties af te wegen. De stakeholders kunnen input geven over wat zij belangrijk vinden. Dit zal dan meewegen in het maken van de uiteindelijke keuze. Deze fase resulteert uiteindelijk in een korte rapportage met resultaten van het onderzoek en toelichting op de keuze die wordt gemaakt voor één of meerdere warmteopties.
Stap 7: Stel een plan op voor realisatie met tijdspad In deze stap moet aan de hand van de rapportage gemaakt in de vorige stap, een plan worden gemaakt voor de realisatie, inclusief een tijdspad. Bij de aanpak voor realisatie hangt het voor een groot deel af van of de gekozen warmteoplossing een collectieve of individuele oplossing is. Bij een collectieve aanpak moet de sturing veel meer vanuit de overheid komen. Alle bedrijven schakelen op eenzelfde moment over op deze collectieve oplossing, wat veel coördinatie en communicatie vergt. Bij een individuele oplossing, kunnen bedrijven veel meer zelf de regie houden. Er kan bijvoorbeeld een bepaald jaar worden afgesproken wanneer een bedrijf moet zijn overgeschakeld. Het bedrijf kan dan zelf een natuurlijk moment kiezen om de benodigde aanpassingen aan het pand en het aanschaffen van de benodigde installatie te doen. Het gezamenlijk inkopen van isolerende maatregelen en installaties, kan financieel wel voordeliger zijn dan wanneer dit individueel wordt gedaan.
Bij het opstellen van het plan, moet onder andere gedacht worden aan: — In hoeveel tijd kunnen bedrijven overschakelen op een andere warmtevoorziening? — Kan er op korte termijn al worden gestart? — In hoeveel tijd kunnen panden worden geïsoleerd? — Hoeveel jaar kost het om productieprocessen aan te passen? — Hoeveel tijd kost de aanleg van nieuwe infrastructuur? Het is belangrijk dat in deze fase het warmtebedrijf en/of de netbeheerders worden betrokken om mee te denken over de termijn van realisatie. Ook andere partijen die zich bezig houden met de openbare ruimte moeten worden betrokken. Door goede afstemming, kunnen natuurlijke vervangmomenten worden gebruikt voor de benodigde aanpassing van de infrastructuur.
38
200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021
7 Conclusies In deze studie is op basis van de kenmerken van negen bedrijventerrein in de gemeente Utrecht, gekeken naar mogelijke oplossingsrichtingen naar CO 2-vrij. In dit hoofdstuk presenteren we de belangrijkste ondervindingen.
7.1
Kansrijke routes voor CO2-vrije terreinen — Isolatie kan tot forse besparing van de warmtevraag leiden op de bedrijventerreinen. Het is afhankelijk van de leeftijd van de panden hoeveel bespaard kan worden. Panden op nieuwe terreinen zijn al beter geïsoleerd, dus hier levert extra isolatie minder op. — De maatschappelijke kosten van duurzame warmteopties liggen over het algemeen dicht bij elkaar. Op basis van deze kosten kan daarom nog geen keuze worden gemaakt voor een techniek. — De goedkoopste CO2-vrije opties per bedrijventerrein in 2030 zijn qua maatschappelijke kosten vergelijkbaar met de kosten van hr-ketels op aardgas in 2030. Uit kostenperspectief zou het daarom voor de maatschappij geen belemmering moeten zijn om over te stappen. Wél zijn er vaak hoge initiële investeringen nodig. — In het algemeen zijn HT/MT-warmtenetten het goedkoopste voor eindgebruikers, maar de beschikbaarheid van restwarmte is beperkt. Het technisch potentieel van geothermie is wel hoog, maar deze warmte is niet op korte termijn beschikbaar. — Op sommige terreinen kan aangesloten worden op bestaande warmtenetten. Dit kan leiden tot lagere investeringskosten. — Wko-systemen komen bij veel terreinen naar voren als interessante optie voor eindgebruikers, maar zijn minder interessant vanuit het oogpunt van maatschappelijke kosten. Op veel terreinen zijn al individuele wko-systemen actief.
— LT-oplossingen zijn voornamelijk interessant op terreinen met gebouwen die na 1995 zijn gebouwd, aangezien hier minder/geen isolatie nodig is. Maar ook op terreinen met oude gebouwen is een LT-warmtenet een interessante optie. In die gevallen is deze optie voor eindgebruikers echter wel een stuk duurder dan een HT/MT-warmtenet of een wko-systeem. LT-warmtenetten zijn in het algemeen goedkoper voor eindgebruikers dan warmtepompen vanwege de hoge energiebelasting op elektriciteit. Vanuit maatschappelijke kosten scoren warmtepompen beter. — De terreinen waarbij LT-warmtenetten interessant zijn, liggen aan grote kanalen. Hier zijn LT-warmtenetten met TEO een optie. Er zijn soms ook nog andere LT-warmtebronnen beschikbaar. — Groengasopties kunnen een alternatief zijn voor warmtenetten op terreinen met veel oude panden. Deze optie is een stuk duurder dan warmtenetten of wko-systemen door de hoge energiekosten, maar is in de meeste gevallen nog wel goedkoper dan een hybride of all electric-warmtepomp vanwege de hoge energiebelasting op elektriciteit. Er is voor deze optie wel meer groengas nodig, terwijl de beschikbaarheid hiervan voor de gebouwde omgeving nog erg onzeker is.
7.2
Verduurzamen van processen — De hoeveelheid procesgas die wordt gebruikt is op drie bedrijventerreinen significant (Oudenrijn, Nieuwerijn, Haarrijn).
39
200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021
— Er zijn weinig HT-industriële processen op de bedrijventerreinen. Dit betekent dat elektrificatie de meest voor de hand liggende optie is voor het grootste deel van de processen waarbij aardgas gebruikt wordt. — Het gebruik van duurzame gassen (groengas, waterstof) is ook een optie voor deze lageretemperatuurprocessen, maar dit is naar verwachting duurder voor de eindgebruiker en de beschikbaarheid hiervan is onzeker. — Het is technisch mogelijk voor de bedrijven om te elektrificeren. De benodigde technieken zijn volwassen en beschikbaar op de markt. De juiste financiële prikkels zijn nodig om elektrificatie te stimuleren. — Alleen bij chemiebedrijf BASF ligt elektrificatie van de processen niet direct voor de hand. Hier is het gebruik van duurzame gassen de meest logische route voor verduurzaming.
40
200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021
8 Referenties ECN, 2014. Verbetering referentiebeeld utiliteitssector : - voorraadgegevens, energieverbruik, - besparingspotentieel, -investeringskosten, - arbeidsinzet. Petten, ECN. EIB & ECN, 2016. Ontwikkeling energiekentallen utiliteitsbouw : Een analyse van 24 gebouwtypen in de dienstensector en 12 industriële sectoren. Petten, ECN. Gemeente Utrecht, 2020. Data-analyses ten behoeve van het afwegingsproces voor de Transitievisie Warmte in Utrecht. Utrecht, Gemeente Utrecht. Greenvis, 2019. Hernieuwbare warmtebronnen in de gemeente Utrecht. Utrecht, Greenvis. Klimaatmonitor, 2019. Gemiddeld energieverbruik alle woningen (gemeente Utrecht) [Online]. Available: https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/woningen [Accessed]. Koolen, 2020. Beleidsadviseur/Projectleider gemeente Utrecht. Ministerie van BZK, 2020. Ontwikkelingen verduurzaming bestaande utiliteitsbouw. Den Haag, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Nationale Energieatlas, 2014. Huidig energieverbruik [Online]. Available: https://www.nationaleenergieatlas.nl/onderwerpen/huidig-energieverbruik [Accessed]. Overmorgen, 2020. Potentie opwek duurzame elektriciteit Gemeente Utrecht, Web Map [Online]. Available: https://www.arcgis.com/home/item.html?id=ca82248e06294081977154b4a7f9aa30 [Accessed]. RVO, 2020a.
Rapportage investeringskosten energiebesparende maatregelen bestaande utiliteitsbouw 2020 [Online]. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Available: https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaamondernemen/gebouwen/technieken-beheer-en-innovatie/investeringskostenenergiebesparende-maatregelen [Accessed]. RVO, 2020b. Warmteatlas. Wanders, 2020. Senior beleidsadviseur ruimtelijke economie.
41
200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021
A Methode bepalen energieverbruik A.1
Methode voor inschatting van het energiegebruik De gebiedsafbakening en de gewenste uitsplitsing in verschillende energiedragers voor de bedrijventerreinen (elektriciteit, gas, procesgas, warmte en koude), vraagt om een bottomupaanpak per bedrijf en bedrijventerrein. Cijfers over energiegebruik bij bedrijven zijn veelal vertrouwelijk en niet openbaar beschikbaar. Voor een deel van de bedrijven hebben we gegevens ontvangen omtrent het energieverbruik vanuit de vergunningverlening, toezicht en handhaving gemeente Utrecht (VTH). Voor de overige bedrijven maken we inschattingen die gebaseerd zijn op kengetallen per bedrijfsgebruiksoppervlak. Om de methodiek duidelijk te kunnen toelichten beschrijven we eerst de bronnen die we gebruikt hebben.
Belangrijkste databronnen en kengetallen Onze analyse is hoofdzakelijk gebaseerd op de volgende databronnen: — Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG) De BAG bevat gemeentelijk basisgegevens van alle adressen en gebouwen in een gemeente17. In de BAG wordt onderscheid gemaakt tussen panden en verblijfsobjecten. Simpel gezegd zijn panden alle gebouwen en zijn verblijfsobjecten de adresseerbare verblijfsruimten binnen een pand18. Niet elk pand heeft een gebruiksruimte, zo is een vrijstaande schuur bij een woning wel een pand, maar als het geen adres heeft, bevat het geen verblijfsobject. Dat geldt ook voor vrijstaande bedrijfshallen bij een hoofdgebouw. Panden kunnen op basis van hun geometrie op een kaart worden weergegeven. Verblijfsobjecten kunnen op een kaart worden weergegeven als een adrespunt waarvan in de BAG daarnaast informatie geeft over het gebruiksoppervlak in vierkante meters en het gebruiksdoel. De BAG kent een beperkte set van gebruiksdoelen, waaronder de veelvoorkomende gebruiksdoelen woonfunctie, bijeenkomstfunctie, industriefunctie en kantoorfunctie. Soms worden ook meerdere gebruiksdoelen toegewezen, wat het moeilijk maakt om te duiden welke activiteit in de praktijk voornamelijk plaatsvindt. Omdat de industriefunctie niet nader is uitgewerkt, levert de BAG met name voor industriegebouwen geen informatie over de daadwerkelijke bedrijfsactiviteit.
— Provinciaal Arbeidsplaatsen Register (PAR) Dit is een database van de provincie Utrecht waarin bedrijven in de provincie staan geregistreerd19. Het bevat informatie over bedrijfsvestigingen en werkgelegenheid, waarbij van elk bedrijf het adres bekend is. Ook bevat het per bedrijf nauwkeurige informatie over de bedrijfsactiviteit volgens de SBI-indeling. — Database bedrijfsgegevens en energieverbruik vergunningverlening, toezicht en handhaving gemeente Utrecht (VTH) Een deel van deze database is vertrouwelijk door de gemeente Utrecht ter beschikking gesteld. Het bevat per bedrijfsinrichting gegevens over het elektriciteitsgebruik, ________________________________ 17 18
https://www.geobasisregistraties.nl/basisregistraties/adressen-en-gebouwen Zo kan in één bedrijfsgebouw (het pand) bestaan uit twee eenheden met ieder een eigen adres, bijvoorbeeld
nummer 1A en 1B, er zijn dan twee verblijfsobjecten in één pand. Er zijn ook wat meer ingewikkeldere situaties denkbaar. Zie voor meer informatie hierover en de formele definitie van panden en verblijfsobjecten de Praktijkhandleiding BAG: https://imbag.github.io/praktijkhandleiding/objecttypen. 19 https://www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/economie/provinciaal-arbeidsplaatsen-register-par
42
200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021
gasgebruik en/of warmtegebruik, voor zover deze gegevens beschikbaar zijn. Dit overzicht is niet compleet en bevat niet voor alle recente jaren het energiegebruik. — CBS-gegevens over energiegebruik bedrijven per buurt en postcode voor 2014 Het CBS heeft voor de Nationale Energieatlas een analyse gemaakt van het elektriciteitsverbruik en het gasverbruik van bedrijven in 2014 (Nationale Energieatlas, 2014). De gegevens die het CBS gebruikt in haar analyse zijn afkomstig van de netbeheerders. In elk postcodegebied (PC6) en elke buurt is van elk leveringsadres het verbruik bekend en na een analyse toegekend aan woningen of bedrijven. Wanneer er te weinig bedrijven aanwezig zijn in een postcodegebied of buurt om de privacy te garanderen, zijn de cijfers voor dat gebied niet bekend. De dataset bevat het gemiddelde verbruik per leveringsadres en het totale verbruik van het gebied voor aardgas in m 3 en elektriciteit in kWh. Deze dataset is gebruikt voor validatie van de uitkomsten van de bottom-upmethode. Tot slot hebben we voor verschillende energiedragers (elektriciteit, warmte en koude) kengetallen verzameld uit de literatuur. Het gaat om kengetallen over energieverbruik per m2 gebruiksoppervlak20. Voor de warmtevraag van utiliteiten gebruiken we een bewerking op de kengetallen uit de studie ‘Verbetering referentiebeeld utiliteitssector’ (ECN, 2014).
Voor de koudevraag gebruiken we kengetallen uit het Vesta MAIS-model, versie 4.0 (PBL, 2020), voor een aantal industriële sectoren (SBI) zijn kengetallen beschikbaar van (EIB & ECN, 2016)21.
Bottom-upinschatting energiegebruik per bedrijf Om een inschatting te maken van het energiegebruik per bedrijf zijn de verschillende databronnen gecombineerd. De basis hiervoor zijn de bedrijfsgebouwen op de bedrijventerreinen. In elk gebouw zal in meer of mindere mate energie verbruikt worden. Voor een deel is deze data bekend vanuit de VTH-database. Om het verbruik per gebouw in te schatten wanneer dit niet vanuit de VTH bekend is, maken we gebruik van kengetallen voor energiegebruik per vierkante meter en vermenigvuldigen dit met het gebruiksoppervlak van de bedrijfsgebouwen die we halen uit de BAG. Figuur 14 schetst globaal onze aanpak om te komen tot de energieverbruikscijfers per bedrijventerrein. Hierbij maken we dus de aanname dat de energie-intensiteit van bedrijven goed schaalt met het gebruiksoppervlak van gebouwen. Voor industriële bedrijfsactiviteiten die vrij divers zijn is deze aanname minder nauwkeurig dan voor utiliteitsgebouwen zoals kantoren die wat betreft bedrijfsactiviteiten en energiegebruik homogener zijn.
________________________________ 20
Dit is de definitie voor gebouwoppervlak die ook in de BAG wordt gebruikt. Een aantal bronnen gebruiken niet
gebruiksoppervlak maar bruto vloeroppervlak (BVO). Dit hebben we dan omgerekend naar gebruiksoppervlak (zie Bijlage A.4 voor omrekenfactoren). 21 Er is gebruikgemaakt van de gewogen intensiteit.
43
200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021
Figuur 14 – Globale schematische weergave van de gebruikte bepalingsmethode
Door verschillende databronnen te combineren kunnen we de belangrijkste karakteristieken van bedrijven bepalen, zoals bouwjaren, gebruiksoppervlak en bedrijfsactiviteiten. Het combineren van de verschillende databronnen is grotendeels gedaan met een bewerking op ‘Verbetering referentiebeeld utiliteitssector’ (ECN, 2014) en geografische analyse. De BAG geeft informatie over het gebruiksoppervlak van bedrijfsgebouwen, dit is op basis van locatie gecombineerd met de PAR om deze gebouwgegevens aan te vullen met informatie over de bedrijfsactiviteit (SBI). Deze data kan op zichtzelf gebruikt worden om kengetallen specifiek voor SBI-bedrijfsactiviteit of BAG-gebruiksdoel toe te passen. Een gedeelte van de panden kon niet gekoppeld worden aan de PAR, waardoor de SBI-categorie voor deze panden niet bekend is. Dit is alleen relevant voor panden met een industriefunctie, aangezien we voor utiliteitsgebouwen gebruik maken van het BAG-gebruiksdoel en het bouwjaar om het energieverbruik in te schatten en deze wel bekend zijn bij die panden. Sommige panden in de BAG hebben geen verblijfsfunctie, het gaat dan om (bij)gebouwen zonder eigenadres. Daardoor is er weinig bekend over deze gebouwen. Vaak zijn het loodsen of bedrijfshallen.
Voor de grotere panden waarbij de SBI-categorie of het BAG-gebruiksdoel niet bekend is hebben we in samenwerking met de VTH een additionele analyse uitgevoerd om dit te bepalen. Hierbij is gekeken naar individuele panden. Deze analyse heeft ertoe geleid dat voor meer panden het energieverbruik, het gebruiksdoel en/of de SBI-categorie geïdentificeerd is, waardoor een betere inschatting gemaakt kan worden. Uiteindelijk kan zodoende een complete inschatting worden gemaakt van het energiegebruik per bedrijventerrein: enerzijds via bekende VTH-gegevens en voor het overige deel via energiekengetallen uit de literatuur of gebaseerd op de VTH-cijfers. Bij de inschatting van het energieverbruik van de bedrijventerreinen maken we gebruik van een range. In de volgende paragraaf gaan we nader in op de gebruikte kengetallen.
Gebruikte kengetallen voor energie-intensiteit Voor het verbruik van elektriciteit, gas, warmte en koude zijn kengetallen voor energieverbruik per vierkante meter gebruiksoppervlak gebruikt. Voor procesgas is een aanvullende analyse gedaan, die in de volgende paragraaf wordt besproken.
44
200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021
In Figuur 15 staat in een beslisboom weergegeven op basis van welke beschikbare gegevens we gekozen hebben om bepaalde kengetallen toe te passen voor de warmtevraag en de elektriciteitsvraag. Grofweg wordt gebruikgemaakt van twee typen kengetallen, namelijk kengetallen uit literatuur en berekende kengetallen op basis van gegevens van de VTH. Indien voor een bedrijf meerdere kengetallen beschikbaar zijn, bijvoorbeeld bij utiliteitsgebouwen, gebruiken we een range voor de inschatting van het energieverbruik. Figuur 15 – Beslisboom voor het gebruik van de kengetallen voor energie-intensiteit warmte en elektriciteit
Figuurnoten:
1
Kantoor, logies, gezondheidszorg, bijeenkomst, onderwijs, sport, cel of overig EIB/ECN- Ontwikkeling energiekengetallen utiliteitsgebouwen (2016). 3 SBI categorieën zijn handmatig gekoppeld. 2
De kengetallen op basis van de gegevens van de VTH zijn als volgt bepaald. Voor een bepaalde BAG-gebruiksfunctie of SBI-categorie bepalen we de totale warmtevraag of het elektriciteitsverbruik van alle bedrijven waarbij dit bekend is bij de VTH. Dit delen we door het gebruiksoppervlak van deze bedrijven waarbij het energieverbruik bekend is bij de VTH. Zo krijgen we een gemiddeld energieverbruik per m 2 voor deze BAG-gebruiksfunctie of SBIcategorie. Dit wordt gebruikt als kengetal. Bij de panden met een industriefunctie en waarvoor de SBI-categorie onbekend is hebben we gebruikgemaakt van een gemiddeld kengetal voor alle panden met een industriefunctie. Dit is ook berekend op basis van de bedrijven waarvoor het energieverbruik bekend is bij de VTH, zoals beschreven in de voorgaande paragraaf.
45
200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021
Voor de panden zonder bekende verblijfsfunctie, de loodsen, is gebruikgemaakt van een algemeen kengetal. Hiervoor gebruiken we een kengetal voor ‘groothandel zonder koeling’ uit de literatuur(EIB & ECN, 2016). Panden in deze categorie die kleiner zijn dan 100 m2 laten we buiten beschouwing, dit zijn veelal schuurtjes bij woningen of andere kleine bijgebouwen (transformatorhuisjes) waar we nauwelijks energieverbruik verwachten. Voor gebouwen met de verblijfsfunctie wonen (woningen) gebruiken we de het gemiddelde energieverbruik van woningen in de desbetreffende buurt, dit zijn cijfers afkomstig van het CBS. Koude in de vorm van ruimtekoeling wordt toegepast bij utiliteitsgebouwen en industrie, het gaat dan voornamelijk om koeling van kantoren en bijeenkomstruimten op warmte dagen. We hebben dit bepaald aan de hand van de kengetallen die zijn weergegeven in Tabel 8. Deze kengetallen zijn afkomstig uit Vesta MAIS 3.5. Het gaat hier om de koelvraag. Het verschilt per bedrijf of deze koelvraag ook wordt ingevuld. Koeling wordt vaak al via elektrische installaties ingevuld. Dit zit al verwerkt in de cijfers van het elektriciteitsverbruik. Tabel 8 Vraag ruimtekoeling per utiliteitsfunctie Functie
GJ/m2/jaar
Bijeenkomst
0,176
Cel
0,086
Gezondheidszorg
0,032
Kantoren
0,086
Logies
0,156
Onderwijs
0,004
Overig
0,087
Sport
0,087
Winkels
0,035
Industrie
0,007
Invulling warmtevraag Per bedrijf en pand is de warmtevraag berekend. Per pand is het bekend of het pand aangesloten is op een warmtenet. Indien een pand aangesloten is op een warmtenet wordt de warmtevraag ingevuld met warmtelevering. Indien dit niet het geval is gaan we ervan uit dat de warmtevraag wordt ingevuld met een cv-ketel op aardgas.
A.2
Aardgas in processen Aardgas kan ook gebruikt worden voor andere doelen dan ruimteverwarming, dit noemen we procesgas. Voorbeelden hiervan zijn een gasgestookte bakkerijoven of een droogtunnel in een zeefdrukkerij. Het is niet eenduidig vast te stellen of een bedrijf aardgas gebruikt voor dergelijke toepassingen zonder gedetailleerd onderzoek per bedrijf. Om helemaal zeker te weten of een bedrijf procesgas gebruikt, zal het vaak nodig zijn om individuele bedrijven te contacteren en hen direct te vragen of zij procesgas gebruiken. Het is in het huidige onderzoek echter niet mogelijk of wenselijk om ieder bedrijf individueel te benaderen.
46
200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021
In dit onderzoek hebben we een inschatting gemaakt op sectorniveau van de kans dat er bedrijven zijn in de sector die procesgas gebruiken. Hierbij hebben we gekeken of er bedrijfsprocessen voorkomen in de sector die een temperatuur van circa 80°C of hoger vereisen. Voor de sectoren met een redelijke kans op procesgas zijn vervolgens voor alle bedrijven de activiteiten in kaart gebracht door een korte zoektocht op internet. Voor de bedrijven die gebruik maken van procesgas nemen we aan dat de warmtevraag voor ruimteverwarming gelijk is aan de ruimteverwarming van een loods/bedrijfshal. Hieruit berekenen we het gedeelte van het gasverbruik dat gebruikt wordt voor ruimteverwarming. We nemen aan dat het resterende deel van het gasverbruik gebruikt wordt als procesgas. Voor de sectoren in Tabel 9 is per bedrijf een inschatting gemaakt of er procesgas gebruikt wordt. Voor de overige sectoren nemen we aan dat er geen procesgas gebruikt wordt. Tabel 9 – Sectoren die in meer detail op procesgas onderzocht zijn SBI
Omschrijving categorie
Aantal bedrijven met procesgas
Geschat verbruik procesgas in m3/j
10 11
Vervaardiging van voedingsmiddelen
7
210.000-330.000
Vervaardiging van dranken
3
0-130.000
13
Vervaardiging van textiel
2
3.000
14
Vervaardiging van kleding
0
-
16
Primaire houtbewerking en vervaardiging van artik. van hout
0
-
17
Vervaardiging van papier, karton en papier- en kartonwaren
1
-
18
Drukkerijen, reproductie van opgenomen media
0
-
20
Vervaardiging van chemische producten
1
4.700.000
22
Vervaardiging van producten van rubber en kunststof
0
-
23
Vervaardiging van overige niet-metaalhoudende minerale prod.
2
11.000
24
Vervaardiging van metalen in primaire vorm
2
1.200.000
25
Vervaardiging van prod. van metaal (geen machines en app.)
5
1.100.000
31
Vervaardiging van meubels Wellness en overige dienstverlening22
0
-
1
1.600.000
96
A.3
Top-down validatie uitkomsten Voor het inschatten van het energieverbruik op de bedrijventerreinen hebben we gebruikgemaakt van een bottom-upmethode waarbij we voor elk bedrijf bepalen en dit optellen om het totale energieverbruik van het bedrijventerrein te krijgen. Er zitten verschillende onzekerheden in de uitgevoerde analyse. Daarom moeten de resultaten zien worden als de absolute waarheid, maar als een indicatie van het energieverbruik. We valideren onze resultaten door het door ons berekende energieverbruik te vergelijken met CBS-cijfers over het gasverbruik en elektriciteitsverbruik van bedrijven per buurt uit 2014 (Nationale Energieatlas, 2014)23. Uiteraard zijn deze cijfers verouderd, maar ze geven wel een goede indicatie of de berekende totalen in deze gebieden een goede inschatting zijn. ________________________________ 22 23
Het gaat hier om een industriële wasserij. Van latere jaren zijn alleen cijfers bekend over het gemiddelde verbruik per aansluiting. Deze zijn niet bruikbaar omdat het aantal aansluitingen niet bekend is.
47
200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021
Onzekerheden Hierna bespreken we de belangrijkste onzekerheden van de uitgevoerde analyse. — Sommige panden konden niet gekoppeld worden aan het Provinciaal Arbeidsplaatsen Register. Hierdoor was de SBI-code van deze panden niet bekend. Bij de panden met een industriefunctie is daarom gebruikgemaakt van een algemeen kengetal in plaats van een kengetal specifiek voor het bedrijfstype. Daarnaast zijn er panden zonder verblijfsobject. We hebben aangenomen dat dit loodsen/bedrijfshallen zijn. Maar het is onzeker of dit ook daadwerkelijk het geval is. Voor de grotere panden uit de voorgaande twee categorieën is een individuele check gedaan. Tabel 10 geeft een overzicht van voor hoeveel panden geïdentificeerd konden worden. Tabel 10 – Overzicht bepaling functie panden Opsplitsing type gebouw
PAR-bedrijven met verblijfsobject én panden
Aantal Oppervlakte (m2)
Panden zonder verblijfsobject
Panden met verblijfsobject, zonder PAR
3.396
330
1701
2.406.000
279.000
748.000
70%
8%
22%
Oppervlakte t.o.v. totaal
— Voor het bepalen van het energieverbruik is in veel gevallen gebruik van kengetallen, aangezien het energieverbruik niet bekend was bij de VTH. Deze kengetallen zijn gebaseerd op gemiddeldes. Maar individuele bedrijven, of zelfs bedrijventerreinen, kunnen afwijken van het gemiddelde. Voor panden waarvoor de functie niet gedefinieerd kon worden (zie vorig punt) wordt gebruikt gemaakt van een algemeen kengetal, wat aanzienlijke onzekerheid oplevert. Tabel 11 geeft weer hoe vaak de verschillende methodes gebruikt zijn voor het bepalen van het energieverbruik. Het energieverbruik was bekend voor ongeveer 30% van de bedrijven. Tabel 11 – Overzicht frequentie gebruikte methode bepaling energieverbruik Methode
Industrie
Utiliteiten
Woningen
Loodsen
Totaal
Energieverbruik bekend (aantal)
491
1.054
5
2
1.552
Berekening op basis specifiek kengetal type bedrijf (aantal)
534
1.319
940
-
2.793
Berekening op basis algemeen kengetal (aantal)
837
-
-
245
1.082
— In sommige gevallen is het energieverbruik voor slechts een paar bedrijven met een bepaalde BAG-gebruiksfunctie of SBI-categorie bekend. In deze gevallen zit er veel onzekerheid in het gebruikte kengetal. Figuur 16 geeft een overzicht van hoeveel bedrijven gebruikt zijn voor het bepalen van de kengetallen.
48
200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021
Figuur 16 – Bepaling kengetallen op basis van gegevens VTH
— Van de panden die niet gekoppeld konden worden aan het PAR (circa 30%) is niet bekend of deze een warmte-aansluiting hebben. Van deze panden is aangenomen dat ze gebruik maken van aardgas. Dit leidt naar verwachting tot een overschatting van het gasverbruik en een onderschatting van de warmtelevering.
Validatie Voor de validatie gebruiken we cijfers van het CBS over het gas- en elektriciteitsverbruik per buurt uit 2014 (Nationale Energieatlas, 2014). Deze vergelijken we met het energieverbruik uit de berekeningen. Voor een zo eerlijk mogelijke vergelijking nemen we geen bedrijven mee die na 2014 zijn opgericht.
Gasverbruik Tabel 12 geeft voor elk terrein een vergelijking van het berekende gasverbruik (ondergrens en bovengrens range) met de validatiewaarde. In het algemeen liggen de berekende waardes iets hoger dan de validatiewaarde, zelfs bij de ondergrens van de range. Dit geeft een indicatie dat onze inschattingen een lichte overschatting zijn, maar het is ook mogelijk dat het gasverbruik gegroeid is sinds 2014. Tabel 12 – Validatie gasverbruik per bedrijventerrein Bedrijventerrein
49
Gasverbruik berekeningenondergrens (m3)
Gasverbruik berekeningenbovengrens (m3)
Gasverbruik validatie (m3)
Cartesiuswegterrein
1.800.000
2.108.000
Onbekend
-
De Wetering
1.611.000
1.769.000
1.307.00
+23 - +25%
Demkade
273.000
349.000
541.000
-50% - -35%
Haarrijn
21.000
21.000
24.000
-14%
Kanaleneiland
1.582.000
2.115.000
1.028.000
+54% - +106%
Lage Weide
11.830.000
13.930.000
11.395.000
+4% - +22%
Nieuw Overvecht
3.120.000
3.790.000
2.543.000
+27% - +54%
200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021
Relatief verschil
Bedrijventerrein
Gasverbruik berekeningenondergrens (m3)
Gasverbruik berekeningenbovengrens (m3)
Gasverbruik validatie (m3)
Relatief verschil
Nieuwerijn Oudenrijn24
1.794.000
1.796.000
Onbekend
-
8.954.000
9.482.000
9.218.000
-3% - +3%
Totaal25
27.390.000
31.456.000
27.164.000
+18% - +34%
Alleen bij bedrijventerrein Demkade ligt het ingeschatte gasverbruik een stuk lager dan de validatiewaarde. Bij bedrijventerrein Kanaleneiland is juist een uitschieter de andere kant op. Hier ligt het ingeschatte gasverbruik 1,5 tot 2 keer hoger dan de validatiewaarde. Het is niet duidelijk te verklaren waar dit door komt. Mogelijk komt dit door de panden waarbij niet bekend is of ze een warmteaansluiting hebben. Bij deze panden is nu aangenomen dat ze gas verbruiken, terwijl in de praktijk waarschijnlijk een deel aangesloten is op een warmtenet. Demkade heeft relatief veel groothandels en maakindustrie, terwijl Kanaleneiland veel utiliteiten heeft.
Elektriciteitsverbruik Tabel 13 geeft de vergelijking tussen de berekening en de validatiewaarde voor het elektriciteitsverbruik. In tegenstelling tot bij het gasverbruik ligt hier de inschatting juist lager dan de validatiewaarde. Dit impliceert dat een onderschatting van het elektriciteitsverbruik, al kan dit ook komen doordat het elektriciteitsverbruik gedaald is sinds 2014. Tabel 13 – Validatie elektriciteitsverbruik per bedrijventerrein Bedrijventerrein
Elektriciteitsverbruik berekeningen ondergrens (kWh)
Elektriciteitsverbruik berekeningen bovengrens (kWh)
Elektriciteitsverbruik validatie (kWh)
Relatief verschil
Cartesiuswegterrein
10.598.000
15.714.000
28.183.000
-62% - 34%
De Wetering
26.741.000
29.175.000
29.928.000
-11% - -3%
Demkade
3.157.000
4.159.000
4.268.000
-26% - -3%
Haarrijn
183.000
183.000
387.000
-53%
Kanaleneiland
38.019.000
46.328.000
50.087.000
-24% - -8%
Lage Weide
96.688.000
110.641.000
126.503.000
-24% - 13%
Nieuw Overvecht
27.579.000
34.062.000
20.932.000
+32% - +63%
Nieuwerijn Oudenrijn26
12.305.000
12.260.000
49.101.000
-75%
43.604.000
48.764.000
46.184.000
-4% - + 4%
Totaal27
258.874.000
301.286.000
406.842.000
-36% - -26%
________________________________ 24
Bij Oudenrijn was het energieverbruik van een groot chemiebedrijf (BASF) niet bekend en hiervoor waren ook
geen kengetallen beschikbaar. Daarom is het energieverbruik van dit bedrijf ingeschat op basis van het verschil tussen het berekende gasverbruik en het gasverbruik van de validatie. Daarom komt het gasverbruik van het terrein (gemiddeld) precies overeen met de validatiewaarde. 25 Bij de totalen van de berekeningen is het energieverbruik van Cartesiuswegterrein en Nieuwerijn niet 26
meegenomen omdat daar het gasverbruik van de validatie niet bekend is. Bij Oudenrijn was het energieverbruik van een groot chemiebedrijf (BASF) niet bekend en hiervoor waren ook
geen kengetallen beschikbaar. Daarom is het energieverbruik van dit bedrijf ingeschat op basis van het verschil tussen het berekende gasverbruik en het gasverbruik van de validatie. Daarom komt het gasverbruik van het terrein (gemiddeld) precies overeen met de validatiewaarde. 27 Bij de totalen van de berekeningen is het energieverbruik van Cartesiuswegterrein en Nieuwerijn niet meegenomen omdat daar het gasverbruik van de validatie niet bekend is.
50
200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021
Alleen bij bedrijventerrein Nieuw Overvecht ligt de inschatting van het elektriciteitsverbruik hoger dan de validatiewaarde. Bij bedrijventerrein Nieuwerijn is de afwijking ten opzichte van de validatiewaarde het grootst. Bij Nieuw Overvecht is er relatief veel onbekende industrie. Mogelijk is het elektriciteitsverbruik van deze categorie overschat. Bij Nieuwerijn komt het overgrote gedeelte van het elektriciteitsverbruik van 1 bedrijf (Nedal aluminium). Het energieverbruik van dit bedrijf is bekend bij de VTH, dus we verwachten dat dit een goede inschatting is. Het verschil met de validatiewaarde kan komen doordat het elektriciteitsverbruik van dit bedrijf sterk gedaald is of doordat enkele grote elektriciteitsverbruikers uit bedrijf zijn gegaan.
A.4
Overzicht kengetallen De volgende tabellen geven de kengetallen weer die gebruikt zijn voor de warmtevraag, de elektriciteitsvraag en de koudevraag. Indien twee kengetallen beschikbaar zijn is de hoogste waarde gebruikt voor de bovengrens van de range en de kleinste waarde voor de ondergrens van de range. De kengetallen voor utiliteitsfuncties zijn gegeven per m2 bruto vloeroppervlak (BVO). Deze zijn omgerekend naar m 2 gebruiksoppervlak (GO), aangezien deze oppervlakte bekend is vanuit de BAG. De omrekenfactoren hiervoor staan in Tabel 15. Tabel 14 – Overzicht kengetallen warmtevraag utiliteitsfuncties
BAG-functie
Bron kengetal
0-1919
1920-1974
1975-1989
1990-1994
1995-2017
Winkelfunctie
Vesta-MAIS
0,49
0,39
0,20
0,19
0,15
GJ/m2 BVO
Gemiddelde VTH
Ontbreekt
0,09
0,80
0,00
0,28
GJ/m2 BVO
Vesta-MAIS
0,72
0,58
0,32
0,30
0,26
GJ/m2 BVO
Gemiddelde VTH
Ontbreekt
0,08
0,29
0,91
0,21
GJ/m2 BVO
Gezondheidszorgfunctie
Vesta-MAIS
1,12
0,82
0,46
0,45
0,38
GJ/m2 BVO
Gemiddelde VTH
Ontbreekt
0,30
0,28
0,28
0,22
GJ/m2 BVO
Kantoorfunctie
Vesta-MAIS
0,98
0,77
0,39
0,36
0,30
GJ/m2 BVO
Gemiddelde VTH
Ontbreekt
0,21
0,15
0,52
0,26
GJ/m2 BVO
Vesta-MAIS
0,56
0,81
0,61
0,62
0,44
GJ/m2 BVO
Gemiddelde VTH
Ontbreekt
0,16
0,21
0,15
0,03
GJ/m2 BVO
Vesta-MAIS
0,52
0,39
0,21
0,20
0,16
GJ/m2 BVO
Gemiddelde VTH
Ontbreekt
0,02
0,10
1,07
0,18
GJ/m2 BVO
Vesta-MAIS
0,72
0,54
0,33
0,33
0,28
GJ/m2 BVO
Gemiddelde VTH
Ontbreekt
0,05
0,05
0,09
0,08
GJ/m2 BVO
Vesta-MAIS
1,17
0,80
0,47
0,47
0,38
GJ/m2 BVO
Gemiddelde VTH
Ontbreekt
Ontbreekt
Ontbreekt
Ontbreekt
Ontbreekt
GJ/m2 BVO
Vesta-MAIS
0,23
0,17
0,09
0,09
0,07
GJ/m2 BVO
Gemiddelde VTH
Ontbreekt
0,17
Ontbreekt
Ontbreekt
0,25
GJ/m2 BVO
Logiesfunctie
Bijeenkomstfunctie
Onderwijsfunctie
Sportfunctie
Celfunctie
Overige gebruiksfunctie
51
200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021
Eenheid
Tabel 15 – Overzicht kengetallen koudevraag, elektriciteitsvraag en omrekenfactor bruto vloeroppervlak (BVO) naar gebruiksoppervlak (GO) BAG-functie
Bron kental
Elektriciteitsvraag (GJ/m2 BVO)
Koudevraag (GJ/m2 BVO)
Omrekenfactor BVO – GO (RVO, 2020a)
Winkelfunctie
Vesta-MAIS
0,581
0,04
106%
Gemiddelde VTH
0,343 0,16
114%
0,03
113%
0,09
113%
0,18
110%
0,00
110%
0,09
109%
0,09
113%
0,09
111%
0,01
111%
Logiesfunctie
Vesta-MAIS
0,57
Gemiddelde VTH
1,447
Gezondheidszorgfunctie
Vesta-MAIS
0,499
Gemiddelde VTH
0,607
Kantoorfunctie
Vesta-MAIS
0,358
Gemiddelde VTH
0,246
Bijeenkomstfunctie Onderwijsfunctie Sportfunctie Celfunctie
Vesta-MAIS
0,57
Gemiddelde VTH
0,149
Vesta-MAIS
0,1718
Gemiddelde VTH
0,207
Vesta-MAIS
0,3891
Gemiddelde VTH
0,139
Vesta-MAIS Gemiddelde VTH
0,57 Ontbreekt
Overige gebruiksfunctie
Vesta-MAIS
0,581
Gemiddelde VTH
0,343
Industriefunctie
Vesta-MAIS
Afhankelijk van SBI categorie
Gemiddelde VTH
Afhankelijk van SBI categorie
106%
Tabel 16 – Overzicht kengetallen gasverbruik en elektriciteitsverbruik industrie SBI-categorie
SBI-nr.
Kental gas Kental gas literatuur (m3/m2 VTH GO) (m3/m2 GO)
Kental elektriciteit literatuur (kWh/m2 GO)
Kental elektriciteit VTH (kWh/m2 GO)
Landbouw, jacht en dienstverlening voor de landbouw en jacht
1
Meegenomen als Kantoorfunctie
Onbekend
Meegenomen als Kantoorfunctie
Onbekend
Vervaardiging van voedingsmiddelen
10
267
15
642
832
Vervaardiging van dranken Vervaardiging van textiel
11
149
12
467
126
13
Onbekend
10
Onbekend
163
Vervaardiging van kleding
14
Onbekend
4
Onbekend
36
Primaire houtbewerking en vervaardiging van artikel van hout
16
Onbekend
14
Onbekend
56
Vervaardiging van papier, karton en papier- en kartonwaren
17
Onbekend
29
Onbekend
229
Drukkerijen, reproductie van opgenomen media
18
Onbekend
3
Onbekend
73
Vervaardiging van chemische producten
20
Los meegenomen
Onbekend
Los meegenomen
Onbekend
Vervaardiging van producten van rubber en kunststof
22
45
7
518
208
Vervaardiging van overige niet-metaalhoudende minerale prod.
23
Onbekend
21
Onbekend
107
52
200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021
SBI-categorie
SBI-nr.
Kental elektriciteit literatuur (kWh/m2 GO)
Kental elektriciteit VTH (kWh/m2 GO)
Vervaardiging van metalen in primaire vorm
24
77
47
581
356
Vervaardiging van prod. van metaal (geen machines en app.)
25
22
32
161
114
Vervaardiging van computers, elektronische en optische mach.
26
36
5
300
49
Vervaardiging van elektrische apparatuur
27
20
17
206
114
Vervaardiging van overige machines en apparaten
28
14
3
146
25
Vervaardiging van auto’s, aanhangwagens en opleggers
29
32
6
545
58
Vervaardiging van overige transportmiddelen
30
21
10
152
47
Vervaardiging van meubels
31
Onbekend
7
Onbekend
60
Vervaardiging van overige goederen
32
15
13
113
137
Reparatie en installatie van machines en apparaten
33
11
9
62
33
Productie, distributie, handel in elektriciteit, aardgas
35
Meegenomen als Kantoorfunctie
1
Meegenomen als Kantoorfunctie
79
Winning en distributie van water
36
Onbekend
9
Onbekend
121
Afvalwaterinzameling en -behandeling
37
Onbekend
3
Onbekend
1016
Afvalinzameling en -behandeling; voorbereiding tot recycling
38
Onbekend
8
Onbekend
30
Sanering en overig afvalbeheer
39
Onbekend
20
Onbekend
109
Algemene burgerlijke en utiliteitsbouw, projectontwikkeling
41
Onbekend
10
Onbekend
59
Grond-, water- en wegenbouw (geen grondverzet)
42
Onbekend
16
Onbekend
84
Gespecialiseerde werkzaamheden in de bouw
43
Onbekend
12
Onbekend
71
Handel in en reparatie van auto’s, motorfietsen, aanhangers
45
Onbekend
8
Onbekend
57
Groothandel en handelsbemiddeling (niet in auto’s e.d.)
46
Onbekend
11
Onbekend
75
Detailhandel (niet in auto’s e.d.)
47
Onbekend
6
Onbekend
112
Vervoer over land
49
Onbekend
6
Onbekend
60
Luchtvaart
51
Onbekend
7
Onbekend
62
Opslag en dienstverlening voor vervoer
52
Onbekend
11
Onbekend
64
Post en koeriers
53
Meegenomen als Winkelfunctie
6
Meegenomen als Winkelfunctie
62
Logiesverstrekking
55
Meegenomen als Logiesfunctie
14
Meegenomen als Logiesfunctie
115
Eet- en drinkgelegenheden
56
Meegenomen als Logiesfunctie
7
Meegenomen als Logiesfunctie
183
Uitgeverijen
58
Meegenomen als Kantoorfunctie
18
Meegenomen als Kantoorfunctie
118
Productie en distributie van films en televisieprogramma’s
59
Meegenomen als Kantoorfunctie
6
Meegenomen als Kantoorfunctie
57
53
Kental gas Kental gas literatuur (m3/m2 VTH GO) (m3/m2 GO)
200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021
SBI-categorie
SBI-nr.
Kental gas Kental gas literatuur (m3/m2 VTH GO) (m3/m2 GO)
Kental elektriciteit literatuur (kWh/m2 GO)
Kental elektriciteit VTH (kWh/m2 GO)
Telecommunicatie
61
Meegenomen als Kantoorfunctie
12
Meegenomen als Kantoorfunctie
21
Dienstverl. activiteiten op het gebied van informatietechn.
62
Meegenomen als Kantoorfunctie
6
Meegenomen als Kantoorfunctie
54
Dienstverlenende activiteiten op het gebied van informatie
63
Meegenomen als Kantoorfunctie
13
Meegenomen als Kantoorfunctie
130
Financiële instellingen (geen verzekeringen , pensioenfonds)
64
Meegenomen als Kantoorfunctie
14
Meegenomen als Kantoorfunctie
166
Overige financiële dienstverlening
66
Meegenomen als Kantoorfunctie
10
Meegenomen als Kantoorfunctie
69
Verhuur van en handel in onroerend goed
68
Meegenomen als Kantoorfunctie
8
Meegenomen als Kantoorfunctie
41
Rechtskundige dienstverlening, accountancy, belastingadvies
69
Meegenomen als Kantoorfunctie
8
Meegenomen als Kantoorfunctie
93
Holdings (geen financiële), interne concerndiensten
70
Meegenomen als Kantoorfunctie
5
Meegenomen als Kantoorfunctie
50
Architecten, ingenieurs en technisch ontwerp en advies
71
Meegenomen als Kantoorfunctie
3
Meegenomen als Kantoorfunctie
30
Speur- en ontwikkelingswerk
72
Meegenomen als Kantoorfunctie
7
Meegenomen als Kantoorfunctie
47
Reclame en marktonderzoek
73
Meegenomen als Kantoorfunctie
6
Meegenomen als Kantoorfunctie
78
Industrieel ontwerp en vormgeving, fotografie, vertaling
74
Meegenomen als Kantoorfunctie
7
Meegenomen als Kantoorfunctie
76
Veterinaire dienstverlening
75
Meegenomen als Kantoorfunctie
32
Meegenomen als Kantoorfunctie
136
Verhuur en lease van auto’s, consumentenartikelen, machines
77
Meegenomen als Kantoorfunctie
6
Meegenomen als Kantoorfunctie
55
Arbeidsbemiddeling, uitzendbureaus en personeelsbeheer
78
Meegenomen als Kantoorfunctie
5
Meegenomen als Kantoorfunctie
31
Reisbemiddeling, reisorganisatie, toeristische informatie
79
Meegenomen als Kantoorfunctie
9
Meegenomen als Kantoorfunctie
90
Beveiliging en opsporing
80
Meegenomen als Kantoorfunctie
18
Meegenomen als Kantoorfunctie
142
Facility management, reiniging en landschapsverzorging
81
Meegenomen als Kantoorfunctie
12
Meegenomen als Kantoorfunctie
84
Overige zakelijke dienstverlening
82
Meegenomen als Kantoorfunctie
8
Meegenomen als Kantoorfunctie
73
Openbaar bestuur, overheidsdiensten, sociale verzekeringen
84
Meegenomen als Bijeenkomstfunctie
5
Meegenomen als Bijeenkomst=fun ctie
96
Onderwijs
85
Meegenomen als Onderwijsfunctie
10
Meegenomen als Onderwijsfunctie
66
Gezondheidszorg
86
Meegenomen als Gezondheidszorgfunctie
6
Meegenomen als Gezondheidszorgfunctie
114
54
200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021
SBI-categorie
SBI-nr.
Kental gas Kental gas literatuur (m3/m2 VTH GO) (m3/m2 GO)
Kental elektriciteit literatuur (kWh/m2 GO)
Kental elektriciteit VTH (kWh/m2 GO)
Verpleging, verzorging en begeleiding met overnachting
87
Meegenomen als Gezondheidszorgfunctie
8
Meegenomen als Gezondheidszorgfunctie
170
Maatschappelijke dienstverlening zonder overnachting
88
Meegenomen als Bijeenkomstfunctie
5
Meegenomen als Bijeenkomstfunctie
86
Kunst
90
Meegenomen als Bijeenkomstfunctie
6
Meegenomen als Bijeenkomstfunctie
50
Culturele uitleencentra, archieven, musea, dierentuinen
91
Meegenomen als Bijeenkomstfunctie
3
Meegenomen als Bijeenkomstfunctie
61
Loterijen en kansspelen
92
Meegenomen als Winkelfunctie
Onbekend
Meegenomen als Winkelfunctie
Onbekend
Sport en recreatie
93
Meegenomen als Sportfunctie
4
Meegenomen als Sportfunctie
64
Levensbeschouwelijke en politieke organisaties
94
Meegenomen als Bijeenkomstfunctie
15
Meegenomen als Bijeenkomstfunctie
138
Reparatie van computers en consumentenartikelen
95
Meegenomen als Winkelfunctie
16
Meegenomen als Winkelfunctie
146
Wellness en overige dienstverlening; uitvaartbranche
96
Meegenomen als Kantoorfunctie
26
Meegenomen als Kantoorfunctie
144
Industrie algemeen
8
6
79
28
Loodsen
10 Bron: (EIB & ECN, 2016).
55
200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021
42
Tabel 17 – Overzicht kengetallen gasverbruik en elektriciteitsverbruik woningen28(Klimaatmonitor, 2019) Bedrijventerrein
Buurt
Gasgebruik (m3/woning/jaar)
Elektriciteitsgebruik (kWh/woning/jaar)
Cartesiuswegterrein
Schepenbuurt, Cartesiusweg en omgeving
1.250
2.690
De Wetering
Bedrijventerrein De Wetering
1.447
3.418
Demkade
Prins Bernhardplein en omgeving
1.020
2.080
Haarrijn
Haarrijn
2.740
4.880
165
1.410
120
1.410
Kanaleneiland Kanaleneiland (noord, deel Merwede meubelboulevard)
Transwijk-Zuid
Kanaleneiland (zuid)
Bedrijvengebied Kanaleneiland
Lage Weide
Bedrijventerrein Lageweide
1.240
4.460
Nieuw Overvecht
Bedrijventerrein en omgeving
2.940
4.590
Nieuwerijn
Bedrijvengebied Papendorp
2.590
3.418
1.180
3.615
470
3.750
1.890
3.480
Oudenrijn Oudenrijn (klein deel, NO)
Rijnvliet
Oudenrijn (merendeel)
Bedrijvengebied Oudenrijn
210
________________________________ 28
De bedrijventerreinen Kanaleneiland en Oudenrijn bestaan uit twee buurten. Voor het gehele bedrijventerrein is het gemiddelde van de twee buurten genomen.
56
200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021
B Overzicht energieverbruik Tabel 18 - Overzicht uitkomsten per bedrijventerrein (1/2) Oudenrijn
Nieuwerijn
Cartesiuswegterrein
De Wetering
Aantal panden
287
18
343
187
Aantal bedrijven
414
12
330
193
403.000
77.000
230.000
273.000
-
2
90
21
0%
17%
27%
11%
Warmtevraag rv laag
97.000
20.000
71.000
54.000
8.000 GJ
Warmtevraag rv hoog
113.000
20.000
98.000
62.000
10.000 GJ
Warmtevraag rv gemiddeld
105.000
20.000
84.000
58.000
9.000 GJ
Warmtevraag rv gemiddeldbesparing terugverdientijd <5 jaar
84.000
14.000
59.000
50.000
7.000 GJ
Warmtevraag rv gemiddeldbesparing Rc 3,5
63.000
8.000
39.000
41.000
6.000 GJ
Gemiddelde warmtevraag rv per m2 laag
0,24
0,26
0,31
0,20
0,23 GJ/m2
Gemiddelde warmtevraag rv per m2 hoog
0,28
0,26
0,42
0,23
0,29 GJ/m2
Gemiddelde warmtevraag rv per m2 gemiddeld
0,26
0,26
0,36
0,21
0,26 GJ/m2
3.400.000
631.000
1.891.000
1.685.000
273.000 m3/jaar
Gebruik aardgas rv hoog
3.947.000
642.000
2.249.000
1.954.000
349.000 m3/jaar
Gebruik aardgas rv gemiddeld
3.674.000
636.000
2.070.000
1.820.000
311.000 m3/jaar
Warmtelevering rv laag
400
2.000
17.000
6.000
- GJ/jaar
Warmtelevering rv hoog
400
2.000
33.000
6.000
- GJ/jaar
Warmtelevering rv gemiddeld
400
2.000
25.000
6.000
- GJ/jaar
18.000
1.000
18.000
11.000
1.000 GJ/jaar
6
1
2
3
Gebruik procesgas laag
5.802.000
1.178.000
33.000
8.000
- m3/jaar
Gebruik procesgas hoog
5.802.000
1.178.000
40.000
36.000
- m3/jaar
Gebruik procesgas gemiddeld
5.802.000
1.178.000
36.000
21.000
- m3/jaar
Oppervlakte gebouwen Aantal bedrijven met warmteaansluiting Aandeel warmteaansluiting
Demkade Eenheid 39 # 79 # 34.000 m2 GO - # 0%
Warmtevraag ruimteverwarming (rv)
Gemiddelde warmtevraag rv per m2
Gebruik aardgas voor ruimteverwarming (rv) Gebruik aardgas rv laag
Warmtelevering voor ruimteverwarming (rv)
Koudevraag Aantal bedrijven met procesgas
0 #
Gebruik procesgas
57
200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021
Oudenrijn
Nieuwerijn
Cartesiuswegterrein
De Wetering
Demkade Eenheid
165.000
34.000
1.000
600
- GJ/jaar
Elektriciteitsverbruik laag
45.315.000
12.390.000
11.362.000
27.783.000
3.157.000 kWh/jaar
Elektriciteitsverbruik hoog
50.902.000
12.405.000
17.218.000
31.475.000
4.159.000 kWh/jaar
Elektriciteitsverbruik gemiddeld
48.109.000
12.398.000
14.290.000
29.629.000
3.658.000 kWh/jaar
Elektriciteitsverbruik laag
163.000
45.000
41.000
100.000
11.000 GJ/jaar
Elektriciteitsverbruik hoog
183.000
45.000
62.000
113.000
15.000 GJ/jaar
Elektriciteitsverbruik gemiddeld
173.000
45.000
51.000
107.000
13.000 GJ/jaar
87
42
56
106
Gebruik procesgas gemiddeld Elektriciteitsverbruik in kWh/jaar
Elektriciteitsverbruik in GJ/jaar
Oppervlakte terrein
58
200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021
8 ha
Tabel 19 - Overzicht uitkomsten per bedrijventerrein (2/2) Nieuw Overvecht
Kanaleneiland
Haarrijn
Lage Weide
Totaal
Eenheid
Aantal panden
383
357
29
668
Aantal bedrijven
641
1.385
38
1.219
332.000
470.000
53.000
1.628.000
-
238
-
9
360 #
0%
17%
0%
1%
8%
86.000
129.000
11.000
395.000
761.000 GJ
105.00
170.000
15.000
454.000
893.000 GJ
96.000
149.000
13.000
424.000
827.000 GJ
71.000
116.000
11.000
343.000
755.000 GJ
47.000
84.000
9.000
253.000
550.000 GJ
0,26
0,27
0,22
0,24
0,22 GJ/m2
0,32