CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Cultuurnota

Adviescommissie Controle en Financiën 21 maart 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Hoe werkt het nieuwe beleidskader rondom sturen en verantwoorden in de praktijk?14.216 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

City Canvas Columbuslaan: Samira Charroud © Juri Hiensch

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen utrecht.nl/ cultuurnota 2025 – 2028

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

Aan het begin van de nieuwe beleidsperiode cultuur wil ik graag benadrukken hoe trots de gemeente is op de Utrechtse culturele sector. De veerkracht die de sector in de afgelopen periode heeft getoond, is enorm. Ik zie op verschillende plekken in de stad enthousiaste, creatieve makers en organisaties die hun steentje willen bijdragen, zodat onze stad ook echt voor iedereen een fijne stad is. Waar je in je eigen buurt een gratis festival kunt bezoeken. Samen met anderen kunt genieten van een mooi concert of een voorstelling. Tot diep in de nacht kunt dansen. Of als liefhebber of beginnende maker de kans krijgt om te experimenteren. In Utrecht bestaat het allemaal: comedy en koormuziek, oldschooljazz en street culture, buurttheater en videokunst enzovoorts.

Voorwoord Eva Oosters

De komende tijd krijgen de Utrechtse makers en organisaties alle kans om hun unieke zelf te zijn. We bouwen in deze Cultuurnota door op de uitgangspunten en pijlers van de Cultuurvisie 2030. Inhoudelijk bieden we continuïteit, maar we slaan met de Cultuurnota 2025 – 2028 wel een nieuwe weg in. De vernieuwing zit om te beginnen in de aanvraagprocedure: die hebben we toegankelijker gemaakt, zodat bijvoorbeeld ook nieuwe aanvragers ermee uit de voeten kunnen. We hebben oog voor de spreiding in de stad en voldoende ruimte voor de rafelranden. In de beoordeling van de aanvragen gaat het dus niet om de beste score op alle criteria per aanvraag, maar om het totale aanbod verspreid over de stad. Daarnaast focussen we op de betekenis voor de stad en de directe omgeving: de sociale impact én voldoende voorzieningen in de buurt. Op die manier bouwen we aan een solidaire, eigenzinnige en uitnodigende sector waarin ruimte is voor nieuwe makers en organisaties vanuit hun kracht elkaar aanvullen en versterken. We vinden fair pay belangrijk: dat mensen die werkzaam zijn in de cultuur een passend salaris ontvangen. Net zo belangrijk is het dat er aanbod is voor alle Utrechters. Ook voor de mensen die weinig te besteden hebben, minder mobiel zijn of om andere redenen iets moeten overwinnen voor cultuurbezoek. Cultuur is emancipatie en draagt bij aan gelijke kansen in onze stad.

Ik hoop heel graag dat we daar samen aan kunnen werken in de beleidsperiode cultuur 2025 – 2028. Eva Oosters, Wethouder Cultuur

© Twan Adriaan

2

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

Inhoud Voorwoord Eva Oosters

2

1. Cultuur in context

4

3. Budgettair kader

1.1 Kunst en cultuur in Utrecht 1.2 Cultuur en de bewoners van Utrecht 1.3 Beleidsnota’s cultuur 1.4 Doelstellingen en indicatoren cultuur 1.5 Cultuurverkenning Utrecht

7 8 9 10 10

3.1 Vierjarige subsidie 3.2 Langjarige subsidie-afspraken 3.3 Tweejarige subsidie 3.4 Beheerinstellingen 3.5 Toelichting Berlijnplein 3.6 Overige regelingen 3.7 Nog op te leveren wijkcultuurhuizen

2. Uitgangs­punten 2025 – 2028

11

4. Beoordelings­criteria 2025 – 2028

2.1 De vier pijlers van het Utrechtse cultuurbeleid 2.1.1 Een pluriform aanbod 2.1.2 Een inclusieve cultuursector 2.1.3 Stimuleren van creatief vermogen 2.1.4 Ontwikkelruimte 

12 12 15 17 18

4.1 De culturele codes 4.2 Criterium 1: Artistiek-inhoudelijke kwaliteit 4.3 Criterium 2: Betekenis voor de stad 4.4 Criterium 3: Uitvoerbaarheid

21 22 22 23 23 24 25 25

5. Procedure, besluitvorming en adviescommissie31 5.1 Aanvraagprocedure en besluitvorming 5.2 Samenstelling, opdracht en werkwijze commissie

31 33

26 26 27 27 28

3

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

We staan aan het begin van een nieuwe vierjarige beleidsperiode voor cultuur. De komende periode staat in het teken van een gezondere sector die zowel inclusief als pluriform is. We kijken vooruit en maken een nieuwe start, terwijl de coronapandemie – die voor de cultuursector zulke ingrijpende gevolgen had – nog vers in het geheugen ligt. De ervaringen en lessen uit de afgelopen jaren willen we zo goed mogelijk gebruiken voor de periode 2025 – 2028.

Cultuur in context

We willen focussen op de veerkracht van de cultuursector en het vermogen om tegen de verdrukking in met creatieve oplossingen en inventieve alternatieven te komen. We hebben gezien hoe wendbaar culturele organisaties en makers zijn en hoe creatief ze inspelen op de omstandigheden. TivoliVredenburg bedacht Walk The Line en nam bezoekers mee langs miniconcerten in de verschillende zalen van het gebouw. Het Nederlands Film Festival organiseerde een Nederlandse Filmroute (met app) langs decors van in Utrecht opgenomen filmklassiekers. En BOKS jongerencultuurhuis wist in korte tijd een multidisciplinair lockdownprogramma voor jongeren op te zetten. De pandemie gaf ook gelegenheid, rust en tijd om de krachten en de kwetsbaarheden van de sector onder ogen te zien. Meer dan ooit is duidelijk geworden hoe essentieel kunst en cultuur zijn voor mensen afzonderlijk en voor de samenleving als geheel. Tegenover het gemis van samen naar een voorstelling of een festival stond de troost van muziek, een goed boek of een indrukwekkende film of serie. De komende periode bouwen we door op al die bevindingen. Omdat een solidaire, eigenzinnige en uitnodigende cultuursector van levensbelang is voor iedereen in de stad. Bibliotheek Neude - Carlos Amorales i.s.m. ZIMIHC | I Speak No Dutch © Anna van Kooi

4

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

Utrecht groeit en verandert snel. Er komen nieuwe stadswijken bij. Zo kunnen Utrechters in de stad blijven wonen en krijgen mensen die hier graag willen wonen de kans om zich in Utrecht te vestigen. In een groeiende stad is het zoeken naar balans. Om de stad gezond te houden, zijn naast voldoende woningen ook groen, goede voorzieningen en recreatiemogelijkheden nodig. We willen dat Utrechters in hun eigen buurt kunnen beschikken over verschillende voorzieningen. Die sporen aan tot contact en verbinding, ook tussen nieuwkomers en oude bewoners. Voor kunst en cultuur, in alle mogelijke soorten en stijlen, is een rol van betekenis weggelegd in de groeiende stad. Ze brengen kleur, inspiratie en vrolijkheid in het dagelijkse bestaan. Ze diepen de diverse verhalen op van de mensen in de stad en geven er vorm aan. Zo roepen ze op tot ontmoeting, gemeenschapszin, kritisch denken en emancipatie. Ze prikkelen de fantasie en nodigen uit tot verbazing en verwondering. Dankzij een kleurrijk cultuuraanbod in de stad kunnen de Utrechters die dat willen zich ontplooien: als maker, deelnemer, liefhebber, toeschouwer of dat allemaal tegelijk. Utrecht heeft een fantastisch cultuuraanbod. De veelzijdigheid is enorm. Kunst en cultuur wekken onze stad tot leven. Dat is ook gebleken tijdens de afgelopen periode.

We zijn er trots op dat de Utrechtse cultuursector niet bij de pakken is gaan neerzitten en zichzelf kritisch en wendbaar heeft opgesteld. Maar we zien ook dat dit veel energie heeft gekost en ten koste is gegaan van de slagkracht. We zien dat de sector tijd en ruimte nodig heeft om op adem te komen en opnieuw de focus te vinden.

Utrecht 900 - Optreden Duimalot voor leerlingen van de DaCostaschool in Hoograven © Robert Oosterbroek

5

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

We bouwen met de Cultuurnota 2025 – 2028 voort op de pijlers van Kunst kleurt de stad, Cultuurvisie 2030. Die pijlers zijn: • een pluriform aanbod; • een inclusieve cultuursector; • het stimuleren van creatief vermogen; • ontwikkelruimte. We kleuren de pijlers opnieuw in, op een manier die past bij deze tijd. Een belangrijke bron vormt de Cultuurverkenning 2023; aan de basis daarvan liggen rondetafelgesprekken met de sector. Daarnaast koppelen we de Cultuurnota 2025 – 2028 aan de bredere doelstellingen van de gemeente en de beleidsnota’s die in het verlengde van de Cultuurvisie 2030 zijn vastgesteld. Dat doen we door intensief samen te werken met andere organisatieonderdelen van de gemeente: voor cultuurparticipatie met Maatschappelijke Ontwikkeling, Volksgezondheid, Onderwijs en Wijken; voor kunst in de openbare ruimte met Ruimte, Maatschappelijke Ontwikkeling en Stadsbedrijven; voor cultureel vastgoed met Vastgoed en Ruimte; voor nachtcultuur met Ruimte, Volksgezondheid en Openbare Orde en Veiligheid. We doen ons best om de groei van de stad in goede banen te leiden: gecontroleerd en evenwichtig, met voldoende ruimte voor de sociale kracht van kunst. Zo geven we vorm aan een compleet en integraal ruimtelijk én sociaal cultuurbeleid voor de stad Utrecht.

Met dit beleid willen we makers, podia, presentatieinstellingen en organisaties uitnodigen om op onderzoek uit te gaan, te doen waar ze goed in zijn en hun kracht en eigenheid te bewaren.

ILFU (International Literature Festival Utrecht) - ‘Boekenrivier’ in de Minrebroederstraat © Luzinterruptus

om nuchter realisme: de kosten zijn over de hele linie flink gestegen. Dat betekent dat er scherpe keuzes gemaakt moeten worden. In eerste instantie door de sector zelf, maar ook door de Advies­ commissie. We vragen organisaties en makers om te kiezen, om hun visie en beleid voor de komende periode aan te scherpen en te verdiepen, en ook om dingen níet meer te doen. Laat activiteiten die niet tot de focus van de organisatie horen achterwege, kwantiteit is geen maatstaf in de aanvraagprocedure. We roepen aanvragers op vanuit hun kracht en eigenheid te werk te gaan met de pijlers uit de cultuurvisie in het achterhoofd. Ook hechten we grote waarde aan solidariteit: we zijn met zijn allen verantwoordelijk voor een inclusieve en pluriforme cultuursector. Daarin moet ook aandacht zijn voor de nieuwe generatie en de niches die zich ophouden aan de rafelranden van de stad. Wisseling van de wacht en – in goed overleg – plaatsmaken voor (jongere of andere) collega’s horen bij een gezonde bedrijfsvoering. Dit geldt binnen organisaties, maar ook daarbuiten, in de afstemming tussen verschillende organisaties over de rol in het ecosysteem.

De cultuursector verdient ruimte en vertrouwen. We maken de aanvraagprocedure eenvoudiger zodat de vierjarige subsidieregeling beter toegankelijk is voor nieuwe aanvragers. Tegelijkertijd kunnen we er niet omheen dat de middelen beperkt zijn. Deze tijd vraagt

6

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

Het Rijk werkt aan een herziening van het cultuurstelsel vanaf 2029. Wanneer we nu een heldere en scherpe koers kiezen, als cultuursector en als gemeente, hebben we daar straks profijt van. Zo bereiden we ons samen voor op een optimaal startpunt voor de periode vanaf 2029.

1.1 Kunst en cultuur in Utrecht

We willen erop wijzen dat er naast de vierjarige regeling in de Cultuurnota ook verschillende andere regelingen zijn: van kleine opstartbedragen met de impulssubsidie tot de projectsubsidie en de tweejarige regeling. Voor sommige beleidsterreinen, zoals cultuurparticipatie, gelden daarnaast ook andere specifieke regelingen.1

We vinden het belangrijk dat er voor iedereen passend aanbod is in de stad. Niet alles hoeft voor iedereen te zijn, maar er moet wel voor iedereen iets te kiezen zijn. Dat geldt voor cultuurbezoek, voor zelf meedoen en voor ontplooiingsmogelijkheden. In deze Cultuurnota hebben we het over kunst en cultuur in de breedste zin van het woord. Alle genres vallen eronder: van opera en theater tot nachtcultuur, van street art en digitale cultuur tot moderne dans, van film tot beeldende kunst en van klassieke muziek tot popcultuur. Maar ook crossovers en multidisciplinaire kunstvormen.

Het is de taak van de gemeente om eventuele obstakels voor de aanvraagprocedure zoveel mogelijk weg te nemen. Zo regelen we een eerlijker speelveld met kansen voor iedereen. Voor de periode 2025 – 2028 formuleren we de criteria en de voorwaarden op zo’n manier dat makers, collectieven en organisaties van verschillende aard er hun weg in kunnen vinden (zie hoofdstuk 4). Tegelijk is een waarschuwing op zijn plaats: de middelen zijn schaars, alle aanvragers krijgen hiermee te maken. Een nieuwe aanvraagronde betekent dat er nieuwe keuzes gemaakt moeten worden.

Zowel het gesubsidieerde als het niet gesubsidieerde cultuuraanbod, zoals De Kargadoor, Moving Gallery, Club BASIS en het Beatrix Theater, zijn essentieel voor het culturele ecosysteem in de stad. Niet alle culturele initiatieven hebben een plek in de meerjarenregeling van de Cultuurnota, maar dat maakt ze niet minder waardevol voor de sector. We bekijken de Utrechtse cultuursector als geheel. Sommige makers, collectieven en organisaties kiezen er bewust voor om geen beroep te doen op gemeentesubsidie, ze werken vanuit het Do-It-Yourself-principe. Voor anderen is het aanvraagproces te complex of sluiten de voorwaarden niet aan.

Lange tijd was het nodig dat een organisatie de taal van de gemeente sprak om aanspraak te kunnen maken op subsidie. En dat niet alleen: organisaties probeerden zichzelf zo veel mogelijk te kneden naar de beleidsdoelstellingen van de gemeente. Dat willen we veranderen. Een solidaire, eigenzinnige en uitnodigende cultuursector is er een waarin organisaties, makers, podia en festivals hun eigen creatieve koers bepalen en varen. We verwachten van de aanvragers dat zij het meerjarenplan schrijven vanuit hun eigen waarden en visie. De adviescommissie kijkt vervolgens welke plannen samen optellen tot een pluriform, divers en inclusief cultuuraanbod met ruimte voor ontwikkeling en creatief vermogen voor de hele stad. Utrecht keurt de inzet van dieren bij culturele activiteiten nadrukkelijk af.

1  Zie bijlage I voor een overzicht van alle subsidieregelingen voor cultuur van de gemeente Utrecht.

TivoliVredenburg - Gaudeamus Festival: Patrizia Ruthensteiner & Dewi de Vree | Magnetoceptia © Juri Hiensch

7

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

De gemeente schept de kaders voor het te verdelen cultuurbudget, maar de sector is zelf verantwoordelijk voor de inhoud en de invulling van de eigen doelstellingen. Door dit expliciet te benadrukken hopen we organisaties en makers te motiveren met lef, passie, creativiteit en eigenzinnigheid aan de slag te gaan met hun meerjarenplannen 2025 – 2028.

1.2 Cultuur en de bewoners van Utrecht Kunst en cultuur bestaan niet in het luchtledige. Ze geven duiding en kleur aan de manier waarop we samenleven met elkaar. Zonder de menselijke factor zijn kunst en cultuur onbestaanbaar. Makers en culturele organisaties wijzen de weg in het aanbod of nodigen uit om mee te doen, plezier te maken of na te denken over actuele onderwerpen, stil te staan bij ontwikkelingen in de wereld en in de directe omgeving. We kunnen niet anders dan de Utrechtse culturele organisaties en makers zien in relatie tot de bewoners van de stad. Op 1 januari 2023 telde Utrecht 367.984 inwoners. Naar verwachting passeert het aantal in 2028 de grens van 400.000. Er wonen relatief veel twintigers en dertigers in de stad. Ook het aantal jonge kinderen is hoog ten opzichte van andere grote steden; starters en jonge gezinnen kiezen relatief vaak voor Utrecht. Het aantal 65-plussers is met 11% relatief laag vergeleken met de rest van het land. Ruim de helft van de Utrechtse huishoudens is alleenstaand. En een op de drie Utrechters heeft een migratieachtergrond: het merendeel heeft een Marokkaanse, Turkse, Antilliaanse of Surinaamse achtergrond. In totaal kent Utrecht 167 nationaliteiten:2 onze stad beschikt over een rijk palet aan culturen. 2 Utrecht Monitor 2022 Bevolkingssamenstelling | Utrecht Monitor (utrecht-monitor.nl)

SPRING Festival - Dries Verhoeven | The NarcoSexuals © Juri Hiensch

8

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

Uit de Utrecht Monitor blijkt dat in onze stad meer mensen naar cultuur gaan dan in andere steden. 74% van de Utrechters bezocht in 2021 een concert of een museum of maakte op een andere manier gebruik van het cultuuraanbod (let wel: dit cijfer is beïnvloed door de pandemie; in 2019 lag het cultuurbezoek op 89%). Gevraagd naar de verscheidenheid van het aanbod aan culturele voorzieningen, zegt 85% van de inwoners tevreden te zijn. We zien wel duidelijke verschillen tussen mensen met verschillende soorten opleidingen. Mensen met een praktische opleiding maken minder vaak gebruik van het aanbod en zijn ook minder tevreden over de verscheidenheid van het aanbod dan mensen met een theoretische opleiding. Hetzelfde geldt voor inwoners met een beperking, inwoners met een migratieachtergrond en inwoners ouder dan 65 jaar.3 Er wordt regelmatig een kloof tussen verschillende bevolkingsgroepen in Utrecht ervaren. Kunst en cultuur kunnen helpen verschillende bewoners uit de stad dichter bij elkaar te brengen. We blijven ons de komende periode met hart en ziel inspannen voor een cultuursector voor iedereen. Dat doen we door ontmoeting en samenwerking te stimuleren en ruimte te geven aan verschillende mensen en verschillende perspectieven, die met elkaar of naast elkaar bestaan.

De cultuursector vormt als het goed is een afspiegeling van de bevolking van de stad en geeft inzicht in wie de inwoners zijn en wat hen bezighoudt. De stad Utrecht is het referentiekader en speelveld van de aanvragers voor de meerjarenregeling van de Cultuurnota 2025 – 2028. Wat dit betekent voor de aanvragers komt aan bod in hoofdstuk 4 Beoordelingscriteria 2025 – 2028

1.3 Beleidsnota’s cultuur Cultuurvisie 2030 ‘Kunst Kleurt de Stad’ (2019) vormt de basis van het cultuurbeleid van de gemeente Utrecht. De Cultuurnota is de vierjaarlijkse uitwerking hiervan. Hieronder valt in de eerste plaats de vierjarige- en de tweejarige subsidieregeling. Daarnaast zijn de projectsubsidie en de impulssubsidie onderdeel van de Cultuurnota. Omdat het in beide gevallen om eenmalige subsidies gaat, zijn ze niet meegenomen in het budgettair kader in hoofdstuk 3. Beide regelingen kennen eigen subsidie-eisen4. In het kader van de Cultuurvisie 2030 zijn de laatste jaren specifieke cultuurbeleidsterreinen verkend en gedetailleerd uitgewerkt in afzonderlijke beleidsnota’s. De volgende beleidsnota’s zijn in de periode 2025 – 2028 relevant voor kunst en cultuur: • Uitvoeringsnota Huisvesting Creatieve en Culturele Sector. ‘Kleur geven aan ruimte voor de Creatieve en Culturele Sector’ (looptijd tot 2040) • Kadernota Cultuurparticipatie 2022 – 2030. ‘De kracht van cultuur en Uitvoeringsprogramma Cultuurparticipatie’ (verschijnt eind 2023) • De Utrechtse Nachtvisie 2030 & Beleidsnota Nachtcultuur • Uitvoeringsnota Kunst in de Openbare Ruimte 2040 Deze beleidsnota’s komen aan bod in hoofdstuk 2. Het overzicht in bijlage I maakt duidelijk hoe de verschillende nota’s en de Cultuurvisie 2030 zich tot elkaar verhouden.

3  Utrecht Monitor 2021 Cultuurdeelname | Utrecht Monitor (utrecht-monitor.nl) 4  Zie Subsidies kunst en cultuur | gemeente Utrecht voor meer informatie over deze regelingen.

RAUM - Conferentie ‘Onze stad ons canvas’ © Juri Hiensch

9

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

1.4 Doelstellingen en indicatoren cultuur Jaarlijks stelt de gemeenteraad de programmabegroting op voor het opvolgende jaar. Voor het programma ‘levendige en gezonde stad’ hanteren we voor cultuur twee doelstellingen: 1. Gelijk aan de groei van de stad is er in alle wijken passend aanbod van diverse creatieve makers en culturele instellingen. 2. Een breed publiek uit Utrecht en daarbuiten neemt actief deel aan en bezoekt het culturele aanbod in de stad. De resultaten van de twee doelstellingen worden in onze jaarstukken aan de hand van een toelichting beschreven. Hieruit blijkt hoe het in de stad staat met de vier pijlers uit de Cultuurvisie 2030, te weten een pluriform aanbod, inclusieve cultuursector, stimuleren van creatief vermogen en ontwikkelruimte. Context voor deze kwalitatieve beschrijving wordt gegeven aan de hand van kwantitatieve indicatoren. Op het moment van de Programmabegroting 2024 zijn dat: • Landelijke positie als aantrekkelijke stad op grond van cultureel aanbod; • % Utrechters dat cultureel aanbod waardeert op stedelijk niveau; • % Utrechters dat cultureel aanbod waardeert op buurtniveau; • % Utrechters dat minstens 1x per jaar een culturele activiteit bezoekt; • Aantal bezoekers aan gesubsidieerde instellingen; • Aantal actieve deelnemers aan culturele activiteiten van gesubsidieerde organisaties in Utrecht.

Halverwege de cultuurnotaperiode 2025 – 2028 wordt een verkenningscommissie aangesteld. Deze onderzoekt hoe het staat met de Utrechtse culturele sector.

Enerzijds om te bepalen in hoeverre de beoogde doelstellingen behaald worden, anderzijds als input voor de volgende beleidsperiode. Periodiek wordt geëvalueerd of het nodig is om de bestaande indicatoren aan te passen.

1.5 Cultuurverkenning Utrecht In maart 2023 heeft de Adviescommissie Cultuurverkenning onder leiding van Mei Li Vos het rapport ‘Ruim Baan. Cultuur als aanjager in een veranderende stad’ gepresenteerd. Het verkenningsrapport behandelt de nieuwe, experimentele aanpak van de gemeente in voorbereiding op de Cultuurnota 2025 – 2028. De aanpak heeft als doel te komen tot een gelijkwaardiger gesprek tussen de cultuursector en de gemeentelijke organisatie. Onderwerp van gesprek zijn de uitdagingen en kansen binnen de sector en die binnen de gemeentelijke organisatie.

• Fysieke ontwikkelruimte en ruimte voor onderzoek en experiment: zet vaart achter het realiseren van creatieve werk- en maakplekken in de stad; blijf alert op doorgroeimogelijkheden voor makers. • Diversiteit en inclusie: het streven naar diversiteit en inclusie is een doorlopend proces; blijf druk uitoefenen en vasthouden aan succesvolle strategieën, ook als verandering langzaam gaat. Dat geldt zowel voor de sector als voor de gemeente. • Cultuuronderwijs: participatie begint bij educatie; bestrijd de ongelijkheid in regie en expertise tussen scholen. • Positioneer cultuur als belangrijke waarde in en voor de stad: in de groeiende stad moet de cultuur blijven meegroeien om de gezonde stad mee vorm te kunnen geven. Het volledige rapport is hier te lezen.

De commissie heeft zeven rondetafelgesprekken gehouden over verschillende thema’s met zeventig vertegenwoordigers uit de sector; onder hen waren zowel gesubsidieerde als onafhankelijke spelers. Ook hebben medewerkers van de afdeling Culturele Zaken van de gemeente Utrecht individuele monitorgesprekken gevoerd met alle organisaties die onderdeel uitmaken van de meerjarenregeling van de Cultuurnota 2021 – 2024 over de stand van zaken halverwege de huidige periode. Aanbevelingen De commissie heeft op basis van een analyse van de gesprekken aanbevelingen geformuleerd voor de cultuursector en voor de gemeente.

TivoliVredenburg - Sencity Festival: optreden van rapper Joël Domingos en doventolk/signdancer Theo Stoop © Jessie Kamp

10

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

We willen als gemeente de aanvragers meer vrijheid en speelruimte geven bij de invulling van de meerjarenplannen. De eigenheid en het unieke van de aanvrager staan centraal. Daarnaast verlichten we de administratieve lasten en formuleren we de criteria anders zodat de procedure toegankelijker wordt. In dat opzicht laten we met deze Cultuurnota een nieuw geluid horen.

opgesteld6. De gemeenten Utrecht en Amersfoort voeren samen met de provincie Utrecht de regie binnen de Stedelijke Regio Utrecht en werken we regelmatig samen rondom thema’s als innovatie, vastgoed en erfgoed en talentontwikkeling.

De gemeente gebruikt voor de jaren 2025 – 2028 de Cultuurvisie 2030 als vertrekpunt en kompas. Dit komt overeen met het advies van de Raad voor Cultuur over het advies-, aanvraag en beoordelingsproces voor de culturele basisinfrastructuur (BIS) 2025 – 2028 dat in april 2023 verscheen. Staatssecretaris Gunay Uslu heeft in de uitgangspunten cultuursubsidies 2025 – 20285 aangegeven niet met grote beleidsveranderingen te komen, maar de voorkeur te geven aan stabiliteit en waar mogelijk procedures eenvoudiger te maken. Het Rijk werkt aan een nieuw cultuurbestel met ingang van 2029. De gemeente Utrecht bereidt zich daarop voor door nu alvast scherpe keuzes te maken en zich in te spannen voor een stabiele cultuursector in de stad, zodat er straks een meer solide basis ligt om op door te bouwen.

Uitgangs­punten 2025 – 2028

Het cultuurbeleid van de gemeente Utrecht richt zich op de eerste plaats op de stad en haar inwoners. Maar het Utrechtse cultuuraanbod trekt ook bezoekers van buiten de stad: de regio, de rest van het land en ver buiten de landsgrenzen. De stad Utrecht is onderdeel van de Cultuurregio Utrecht Eeuwig Jong waarvoor de gemeentes binnen de provincie Utrecht het regioprofiel hebben 5 Uitgangspunten cultuursubsidies 2025 – 2028 Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Gunay Uslu, 16 juni 2023 6  Cultureel Regioprofiel ‘Eeuwig Jong’ (2018)

ZIMIHC Stefanus - Zuilens Fanfare Corps i.s.m. Jasper Albinus | Waar Zijn © Sebastiaan Koning

11

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

2.1 De vier pijlers van het Utrechtse cultuurbeleid

• Kunst en cultuur zijn optimaal in staat mede vorm te geven aan de toekomst van de veranderende stad. Bestaande schotten verdwijnen zodat op kruispunten een meerwaarde kan ontstaan.

De vier pijlers van de Cultuurvisie 2030 vormen de basis van het cultuurbeleid van de gemeente Utrecht. We verwachten niet dat elke organisatie op elke pijler beleid vormt. Liever zien we dat culturele organisaties en individuele makers uitgesproken keuzes maken en verdieping zoeken, passend bij de eigen praktijk en doelstellingen. We nodigen de sector uit om uniek te durven zijn, in verbinding met elkaar en met de stad. Op die manier werken we samen aan een solidaire, eigenzinnige en uitnodigende cultuursector in de stad.

Doelen pluriform aanbod Cultuurnota 2025 – 2028 We vinden het belangrijk dat nieuwe stijlen, nieuwe makers en nieuwe samenwerkingsvormen de ruimte krijgen en kunnen floreren. Tegelijkertijd koesteren we het bestaande, dat wil zeggen: de kracht en de eigenheid van de Utrechtse makers en organisaties. Utrecht is een stad in transitie; de stad verandert snel en maakt de komende jaren een grote groei door. Kunst en kunstenaars hebben daarbij een rol van betekenis. De culturele sector is als een ecosysteem dat gedijt bij biodiversiteit. Als gemeente hebben we de verantwoordelijkheid om voorwaarden te scheppen zodat het ecosysteem kan groeien en bloeien. Alle onderdelen – klein en groot, jong en oud, gevestigd en nieuw – voeden elkaar en zijn essentieel voor het voortbestaan van het systeem. We zien de sector als een geheel van organisaties, makers, platforms en collectieven die met elkaar verstrengeld zijn. Ze werken samen: lokaal en regionaal, maar ook (inter)internationaal. Ze versterken elkaar en vullen elkaar aan. Zo ontstaat een kleurrijk aanbod waarin verschil als rijkdom geldt en eigenheid tot zijn recht kan komen. Organisaties en makers leren van elkaar, inspireren elkaar en trekken samen op.

In dit hoofdstuk gaan we in op de ambities die we onder de vier pijlers in de Cultuurvisie 2030 hebben geformuleerd. We maken duidelijk welke doelen we stellen voor de periode 2025 – 2028 op basis van de pijlers. Hoe we dit gaan toetsen, is te vinden in hoofdstuk 4, beoordelingscriteria 2025 – 2028.

2.1.1 Een pluriform aanbod Ambities cultuurvisie 2030 In de Cultuurvisie 2030 hebben we de volgende ambities opgenomen voor een pluriform aanbod. We hebben gezegd dat we deze stapsgewijs over de periode tot 2030 willen verwezenlijken. • De pluriformiteit van het culturele leven versterken en borgen door bestaande kwaliteit te koesteren en nieuwe kunstvormen ruimte te geven. • Ruimte geven aan grensverleggende kunstenaars en uitingen. De culturele sector in staat stellen te agenderen, risico’s te nemen en het publiek uit te dagen.

Ruimte voor nieuwe stijlen

Centraal Museum - Regenboogzebrapad © Ernst Moritz

We willen dat elke Utrechter zich kan herkennen in het aanbod in de stad. We zien al een veelheid aan stijlen, cultuurvormen, genres en crossovers in het palet van de organisaties en makers die onderdeel zijn van de huidige meerjarige regeling. Daar zijn we blij mee. Maar we zijn er nog niet. Er is ruimte voor meer veelzijdigheid en nieuwe stijlen, zodat uiteindelijk alle Utrechters iets kunnen vinden in

12

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

het cultuuraanbod wat ze enthousiasmeert. Door de criteria voor de meerjarige aanvragen te herzien, maken we de meerjarige regeling van de Cultuurnota beter toegankelijk voor verschillende soorten aanvragers. Zo versterken we de pluriformiteit en kan hopelijk een nog breder publiek zich aangesproken en thuis voelen bij het cultuuraanbod. Een solidaire stad

Solidariteit vinden we belangrijk, de samenleving en het culturele ecosysteem kunnen niet zonder. Daarom richten we ons in de komende periode op de solidaire stad. Wij doen dat als gemeente door op verschillende beleidsterreinen ongelijk te investeren voor gelijke kansen. Bij Cultuur komt dit bijvoorbeeld tot uiting in de adviesprocedure voor de meerjarenregeling van deze Cultuurnota 2025 – 2028. De bijdrage van een aanvrager aan de stad als geheel is doorslaggevend. Zo maken ook minder ervaren aanvragers kans om mee te doen in de meerjarenregeling van de gemeente Utrecht. Aan de grote organisaties binnen de cultuursector vragen we verantwoordelijkheid te nemen voor kleinere organisaties of nieuwe makers. Andersom is het aan jonge organisaties om grote instellingen te prikkelen en te bevragen. Wederzijds vertrouwen is de basis. De ervaring van de een kan de ander voorthelpen of inspireren. Zowel niches als (inter)nationale publiekstrekkers – en alles daartussenin – hebben hierin een rol te vervullen. Solidariteit betekent ook: openstaan voor andere geluiden, meningen en werkwijzen. Zo vindt voortdurend wisselwerking plaats.

Beton-T – EKKO i.s.m. TivoliVredenburg: – John Coffey | The Homecoming © Lisanne Lentink

13

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

enerzijds en zorg, onderwijs, welzijn of gebiedsontwikkeling anderzijds. Maar in de praktijk blijkt het lastig om hier handen en voeten aan te geven. Dat blijkt ook uit de Cultuurverkenning 2023. Een praktisch obstakel vormen de verschillende geldstromen die afzonderlijk zijn ondergebracht bij de domeinen zoals cultuur, onderwijs en welzijn. Op een enkele subsidie na zijn er nog nauwelijks domeinoverstijgende regelingen. Toch blijven we toekomst zien in projecten en werkwijzen die bijvoorbeeld cultuur en zorg of cultuur en sport met elkaar combineren. Kunst kan helpen bij de emancipatie van jongeren, of eenzaamheid bij ouderen tegengaan. Voor zulke initiatieven is er ruimte in de meerjarenregeling van de Cultuurnota. Hoe deze nota zich verhoudt tot de Kadernota Cultuurparticipatie wordt in paragraaf 2.1.3 toegelicht. Artistieke kwaliteit staat centraal in de beoordeling van de meerjaren-aanvragen binnen de Cultuurnota. Initiatieven die verder reiken dan kunst en cultuur alleen willen we ook een kans geven. Voorwaarde is wel dat het zwaartepunt van de werkpraktijk van de aanvrager zich bevindt in het cultuurdomein en dat artistieke professionaliteit hier een belangrijk onderdeel van is. In hoofdstuk 4 Beoordelingscriteria 2025 – 2028 wordt uitgelegd wat de criteria zijn.

TivoliVredenburg - Scottish Ensemble & Andersson Dance © Juri Hiensch

We verwachten van de grotere organisaties dat zij hun verantwoordelijk­heid nemen als smaakmaker in de stad. Dat doen ze niet alleen door jonge makers en nieuwe geluiden een podium of een presentatieplek te geven. Ze staan ook op andere manieren klaar voor de collega’s en de professionals van morgen, voor en achter de schermen. We zien in het bijzonder een rol in onderzoek en experiment weggelegd. De grotere organisaties hebben tenslotte de ervaring, expertise en slagkracht om dit mogelijk te maken, waar de mogelijkheden bij kleinere organisaties ontbreken of beperkt zijn. We stimuleren aansluiting van kleinere organisaties bij grotere

organisaties en tussen de verschillende organisaties en makers. Dat geldt net zo goed voor underground-initiatieven en alternatieve netwerken van makers, organisaties en kunstenaars die zich (nog) niet thuis voelen in de bestaande infrastructuur van podia en maakplekken. Domein overstijgend werken

De gemeente en de culturele sector in Utrecht zien allebei het belang en de meerwaarde van een domeinoverstijgende aanpak en werkwijze. Denk bijvoorbeeld aan samenwerking tussen cultuur

Ruimte voor experiment en radicaliteit

Een snel veranderende wereld gaat gepaard met onzekerheid en zorgen over de toekomst. Dan is de neiging groot om vast te houden aan wat vertrouwd is en zijn bestaansrecht al heeft bewezen. Dat geldt voor de cultuursector en voor de samenleving als geheel. Juist in de cultuursector zijn experiment en lef van wezenlijk belang. Daarom blijven we het experimentele en het dwarse van kunst en cultuur de komende periode omarmen en stimuleren. Voor de duidelijkheid: de oproep aan aanvragers om scherpe keuzes te maken, is géén oproep tot veiligheid of behoudendheid. Ook hier

14

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

zoeken we de balans: tussen toegankelijkheid voor een breed publiek en het avontuur dat mag schuren en verbazen of ronduit tot ongemak leidt. We beperken ons daarom bij de beoordelingscriteria 2025 – 2028 niet tot de ‘output’ van makers, podia en uitstellingen (voorstellingen, tentoonstellingen, concerten). We nodigen ook uit tot onderzoek en experimenten en het vastleggen daarvan, zodat die niet verloren gaan. Zo’n verslag, op welke manier dan ook, geldt net zo goed als een waardevolle bijdrage aan het pluriforme cultuuraanbod. We steunen makers en organisaties die een tegengeluid laten horen. Ook kunst- en cultuurvormen die scherp, rauw, onvoorspelbaar en kritisch zijn, moeten de ruimte krijgen. Ze kunnen een essentiële bijdrage leveren aan actuele maatschappelijk kwesties, zoals kansenongelijkheid, racisme en klimaatverandering. Of ontwikkelingen zoals de opkomst van artificiële intelligentie en de toenemende verwarring over wat echt en fake is. Kunst en cultuur reageren hierop en houden ons scherp. Zo verstevigt cultuur de democratische rechtstaat.

2.1.2 Een inclusieve cultuursector In de Cultuurvisie 2030 hebben we de volgende ambities opgenomen voor een inclusieve cultuursector. We hebben gezegd dat we deze stapsgewijs over de periode tot 2030 willen verwezenlijken.

Camerata Trajectina | Belle, vertel! © Foppe Schut

Ambities Cultuurvisie 2030 • De diversiteit van de stad wordt gerepresenteerd in het culturele aanbod, Utrecht heeft een inclusief cultureel klimaat. Iedereen kan zich herkennen in het aanbod en voelt zich welkom deel te nemen. • Inclusie stimuleert verrijking. Kwaliteit, impact en relevantie van de sector worden dankzij verschillen juist vergroot.

• In de inclusieve metropool ontstaat verbinding doordat verspreid over de stad alle disciplines, kunstvormen en soorten publiek worden gemixt. Doelen Cultuurnota 2025 – 2028 We blijven ons onverminderd inzetten voor een inclusieve en diverse cultuursector, voor en door alle Utrechters. We zien dat de sector al de nodige stappen heeft gezet en zijn trots op de vele best practices in de stad. Zo zien we groeiende ruimte voor meerstemmigheid binnen organisaties, waardoor festivals als SOUK op het Berlijnplein kunnen ontstaan. Verschillende hiphop-initiatieven pakken hun plek in het theater, zoals Freedom City in Theater Kikker en UC Crew in Het Wilde Westen. Met Centraal Laat programmeert Centraal Museum samen met lokale partijen als 030netwerk en De Voorkamer inhoudelijk programma, gebaseerd op de lopende tentoonstellingen in het museum. Ook zijn we blij met de doorontwikkeling van het netwerk PACT Utrecht, dat een Critical Friends-netwerk in het leven heeft geroepen en werkt aan uitbreiding in samenwerking met de provincie Utrecht en de gemeente Amersfoort. Maar het blijft werk in uitvoering en ook werk van de lange adem: een doorlopend proces dat voortdurend aandacht, bijsturing en toetsing nodig heeft. De Code Diversiteit en Inclusie – een initiatief van de sector zelf – geeft hiervoor tools en handvatten.

Toch is het voor velen nog zoeken, zo bleek ook uit de Cultuurverkenning 2023. Veel organisaties, zeker de kleinere, vinden het moeilijk om de vertaalslag te maken naar concrete acties en echte verandering op het gebied van programma, publiek, personeel en partners (de vier P’s uit de Code). Voor hen biedt de Code in beperkte mate houvast.

15

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

Diversiteit in de cultuursector kent een grote gelaagdheid. Die heeft niet alleen te maken met het bereik van verschillende publieksgroepen, maar ook met de samenstelling van organisaties, de dynamiek van bestaande structuren en de mogelijkheden voor nieuwe makers en organisaties om het aanbod in de stad te verbreden en te versterken. De komende periode stimuleren we aanvragers om een helder profiel te schetsen van de organisatie en doelstellingen te formuleren op het gebied van diversiteit en inclusie die passen bij het profiel, de aard en omvang van de organisatie.

Ook gebrek aan informatie, kennis of bereikbaarheid kan een hindernis vormen. Toegankelijkheid heeft tenslotte ook te maken met je thuis voelen en welkom zijn, als bezoeker en als werknemer. We vragen de sector kritisch te kijken naar de eigen toegankelijkheid in de breedste zin van het woord. Dat doen we zelf ook. We beseffen dat we door wollig en ambtelijk taalgebruik of uitsluitende subsidievoorwaarden moeilijk toegankelijk zijn voor sommige organisaties en makers. Daarom besteden we voor de komende periode meer aandacht aan helder taalgebruik en begrijpelijke subsidievoorwaarden. Hierbij besteden we aandacht aan alle verschillende stadia waarin een maker of organisatie een financieringsbehoefte heeft.

Een breder kwaliteitsbegrip

Zoals over smaak valt te twisten, zo is kwaliteit geen absoluut, onwrikbaar gegeven. In de Cultuurnota 2021 – 2024 staat kwaliteit beschreven als een ‘dynamisch begrip’. Die vrije, ruimhartige benadering willen we opnieuw benadrukken, omdat we merken dat het ‘oude’ kwaliteitsbegrip, op basis van een eurocentrisch perspectief, diepgeworteld zit. Een breed en divers kwaliteitsbegrip zien we als een voorwaarde voor een inclusieve cultuursector. Het is een essentieel uitgangspunt bij het formuleren van beoordelingscriteria, het opstellen van een werkinstructie en de samenstelling van de adviescommissie. Er kan geen misverstand over bestaan: iedereen heeft ‘iets’ met kunst en cultuur.

De organisatie kiest zelf op welke manier ze bijdraagt aan een diverse en inclusieve stad. De scan op de website van de Code Diversiteit & Inclusie (www.codedi.nl) kan behulpzaam zijn bij het in kaart brengen van de interne stand van zaken (de geactualiseerde scan komt in het najaar van 2023 beschikbaar). Culturele diversiteit is één aspect, maar er is ook aandacht voor diversiteit op het gebied van gender, seksuele oriëntatie, beperking, religie, neurodiversiteit en sociaaleconomische status. Ook aandacht voor een veilige werkomgeving hoort erbij. Toegankelijkheid

Iedereen moet toegang hebben tot kunst en cultuur. Waar mogelijk moeten drempels, letterlijk en figuurlijk, worden weggenomen. Zo mag een smalle beurs geen reden zijn om geen kunst en cultuur te bezoeken of te beoefenen. Gebouwen en voorzieningen moeten toegankelijk zijn voor minder validen. Niemand mag op grond van uiterlijke kenmerken en/of geaardheid de toegang geweigerd worden bij de deur. Casco - Travelling Farm Museum of Forgotten Skills © Merel Zwarts

16

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

Films en dancefestivals vallen eronder, boeken en graffiti art, muziek en grafisch design, enzovoorts. Bepalend voor kwaliteit is dus ook de betekenis voor de ontvanger(s): het is afhankelijk van wie het beleeft, er naar kijkt of er naar luistert. Daarom vinden we het belangrijk dat aanvragers zich voortdurend bewust zijn van hun omgeving.

op het gebied van publiekswerking, educatie en talentontwikkeling. Die organisaties experimenteren met formats waarin het publiek een belangrijk aandeel heeft of op de een of andere manier betrokken is bij de voorbereiding en totstandkoming van een productie of kunstwerk.

2.1.3 Stimuleren van creatief vermogen

Dit soort ontwikkelingen willen we blijven stimuleren. We zijn ervan overtuigd dat een wederkerige band tussen cultuur en publiek essentieel is voor een toekomstbestendige cultuursector. Alle organisaties die onderdeel zijn van onze meerjarenregeling dragen zo op hun eigen manier bij aan het stimuleren van het creatieve vermogen.

Iedereen in Utrecht moet de kans krijgen om zich artistiek te ontplooien. Dat noemen wij het stimuleren van creatief vermogen. In de Cultuurvisie 2030 hebben we de volgende ambities opgenomen. Ambities Cultuurvisie 2030 • Alle basisscholen hebben een visie en bieden een doorlopende leerlijn cultuuronderwijs. Binnen het (v)mbo breidt het aantal scholen dat hieraan doet zich uit. • De relatie tussen culturele instellingen en (potentieel) publiek wordt via publiekswerking verstevigd. • Iedereen kan dicht bij huis creatief vermogen ontwikkelen. • Er zijn volop verbindingen met het professionele veld waardoor het niveau van amateurkunst stijgt. • Lokaal talent kan begeleid doorgroeien naar de professionele kunstpraktijk.

Beton-T – La Cassette Summerre: DJ Assault © Lariza Zaldy

Doelen Cultuurnota 2025 – 2028 Een deel van de organisaties die onderdeel zijn van de meerjarige regeling Cultuurnota 2021 – 2024 heeft actieve cultuurparticipatie als kerntaak (Utrechters gaan zelf aan de slag met kunst en cultuur; ze bespelen bijvoorbeeld een instrument of maken een voorstelling). Een groter deel is vooral gericht op het presenteren van programma voor publiek, maar ontplooit in het verlengde daarvan ook activiteiten

Verschillende van deze organisaties nemen deel aan de Utrechtse versie van het landelijke beleidsprogramma Cultuureducatie met Kwaliteit: Creatief Vermogen Utrecht. In het lokale netwerk werken professionele cultuurinstellingen en scholen intensief samen op het gebied van het stimuleren van creatief vermogen bij scholieren. Op het gebied van cultuurparticipatie zijn er buiten de regelingen die onder de Cultuurnota vallen nog andere (subsidie)mogelijkheden. De gemeente kent onder meer subsidieregelingen voor binnen­ schoolse cultuureducatie, voor combinatiefuncties cultuur, voor amateurkunst en voor amateurkunsteducatie. In de Kadernota Cultuurparticipatie en het bijbehorende uitvoeringsprogramma is hier meer over te lezen. Kadernota Cultuurparticipatie

In 2022 is de Kadernota Cultuurparticipatie van de gemeente Utrecht gepubliceerd; het bijbehorende uitvoeringsprogramma verschijnt in het najaar van 2023. Hierin beschrijven we de beleidsambities

17

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

op het gebied van actieve cultuurparticipatie aan de hand van drie programmalijnen: cultuur op school, cultuur in de vrije tijd en cultuur in de buurt. Cultuureducatie in het onderwijs en daarbuiten, de actuele ontwikkelingen in de amateurkunst en het belang van wijkvoorzieningen dicht bij huis zijn de belangrijkste thema’s. Het belang van cultuureducatie wordt nog eens onderstreept in de Cultuurverkenning 2023. Op de concrete ambities en uitdagingen op het vlak van cultuureducatie op school gaat het Uitvoeringsprogramma Cultuurparticipatie uitgebreid in. Hierin komt een breed palet aan stemmen en perspectieven aan bod.

ZIMIHC - Leading Voices © Eric Kampherbeek

Wat valt er buiten de Cultuurnota?

Voor de activiteiten die binnen onderstaande subsidieregelingen subsidiabel zijn, kan in binnen de meerjarenregeling van de Cultuurnota niet worden aangevraagd: • de regeling Amateurkunsteducatie vanaf 2025, gericht op de educatie (cursusaanbod) voor amateurkunstenaars, die kunstactiviteiten niet beroepsmatig en in de vrije tijd beoefenen; • de regeling Basissubsidies Amateurkunst, voor de betaling van artistieke leiding en huurkosten door amateurkunststichtingen en -verenigingen; • activiteiten die onderdeel zijn van het landelijke matchingsprogramma Cultuureducatie met Kwaliteit vanaf 2025,

gericht op binnenschoolse cultuureducatie in het primair onderwijs en zo mogelijk het voortgezet onderwijs; • de regeling Stimuleringssubsidie Combinatiefuncties Cultuur vanaf 2025, waarbij de focus verschuift naar een meer wijkgerichte benadering en het ondersteunen van cultuurprofessionals die in een aantal specifieke wijken de brug slaan tussen cultuurparticipatie en andere domeinen.

2.1.4 Ontwikkelruimte In de Cultuurvisie 2030 hebben we verschillende ambities voor ontwikkelruimte in de stad benoemd. Voor de specifieke doelen op het gebied van huisvesting van de culturele en creatieve sector is een losse beleidsnota opgesteld: Uitvoeringsnota Huisvesting Culturele en Creatieve sector (2021). In de investeringsagenda wordt vastgelegd waarin we investeren en op welke locaties (zie bijlage II). Ambities Cultuurvisie 2030 • Duurzaam investeren in plekken voor artistiek onderzoek en verdieping. • Meer differentiatie in subsidiemogelijkheden om jonge, innovatieve en talentvolle makers duurzaam verbinden aan onze stad. Een eerlijke beloning voor iedereen in de sector. • Blijvend investeren in ruimte voor kunstenaars om te werken en presenteren. Bij gebiedsontwikkeling ruimte voor kunst en cultuur reserveren en bewaken. • We willen dat Utrecht een uitdagende positie inneemt in het internationale speelveld. We ondersteunen instellingen die zich internationaal presenteren en hebben een stevig internationaal cultureel profiel.

18

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

Ontwikkelingen Uitvoeringsnota Huisvesting Culturele en Creatieve Sector

WAS. - FLUID © 36Framez / Robin Keur

Doelen Cultuurnota 2025 – 2028 De pijler ‘ontwikkelruimte’ heeft een grote reikwijdte. We bedoelen met ontwikkelruimte meer dan plekken in de stad waar creatieven terecht kunnen om te werken: studio’s, ateliers, broedplaatsen, enzovoorts. We hebben het ook over publieksvoorzieningen en presentatieplekken in de wijken, de stad en de regio. En over figuurlijke ruimte: mogelijkheden en kansen voor makers om te experimenteren en te onderzoeken, bijvoorbeeld ook binnen ons kunstopdrachtenbeleid. Eerlijke beloning en autonomie in de uitvoer zijn daarvoor basisvoorwaarden.

De ambities op het gebied van ontwikkelruimte voor de culturele en creatieve sector zijn vastgelegd in de Uitvoeringsnota Huisvesting Culturele en Creatieve Sector. Uit het onderzoek ‘Mooi maken’ van Bureau Buiten blijkt onder meer dat er in Utrecht tot en met 2040 80.000 vierkante meter aan nieuwe werkruimte voor makers nodig is7. Om dit doel te bereiken werken we aan beleidsinstrumenten zoals een subsidieregeling voor betaalbare werkruimte voor creatieve makers en een nieuwe bestemming voor culturele broedplaatsen. Daarnaast realiseerde DePlaatsmaker nieuwe ruimte op Lage Weide en bedrijventerrein Nieuw Overvecht. LOU Oudenoord heeft helaas de deuren moeten sluiten, maar er is ook weer tijdelijke ruimte bijgekomen, bijvoorbeeld in het voormalig kantoor van de Belastingdienst aan de Kanaalweg. De Nijverheid en Havenloods gebruiken buitenruimte om uit te breiden en dankzij de regeling Muziekstudio’s groeit het aantal plekken waar muziek geproduceerd kan worden gestaag. Utrecht is een aantrekkelijke stad die hard groeit. We willen de stad verdichten en tegelijk leefbaar en gezond houden. Culturele voorzieningen en creatieve werkplekken zijn daarbij een onmisbaar onderdeel.

Te vaak komen we in de knel bij de realisatie van deze plekken, omdat de druk op de ruimte in de stad groot is: voor elke vierkante meter zijn wensen en ambities, zowel grond als gebouwen zijn duur, zo niet onbetaalbaar. Daarom hebben we in de Uitvoeringsnota beschreven hoe we invulling geven aan ruimte voor de culturele en creatieve sector. Hierin staan concrete doelen en afwegingskaders op basis waarvan we – samen met de stad – werken aan meer ruimte op de juiste plek. We stimuleren

zoveel mogelijk gebruik te maken van de beschikbare ruimte voor maatschappelijke voorzieningen. Een ruimte kan dan op verschillende dagen of dagdelen door verschillende partijen worden gebruikt. Dit kan ertoe leiden dat bij diverse locaties een beheerorganisatie nodig is om dit in goede banen te leiden. In paragraaf 3.4 gaan we hier verder op in. Een sterke infrastructuur

De sectoranalyses die in 2017/2018 zijn uitgevoerd, gelden nog steeds, maar ook nieuwe ontwikkelingen spelen een rol. De behoefte aan nieuwe locaties voor nachtprogramma, vastgelegd in de Nachtvisie 2030, was bijvoorbeeld nog niet meegenomen in de analyses. We werken aan een goed netwerk van laagdrempelige voorzieningen in de wijken verspreid over de hele stad. Van belang is dat die voorzieningen flexibel zijn en kunnen meeveranderen met de ontwikkelingen in de cultuursector. Utrecht beschikt over een sterke culturele infrastructuur. De stad kent een groot aantal creatieve opleidingen van hoge kwaliteit. We hebben podia, musea en festivals met een internationaal bereik en aanzien. Artiesten en gezelschappen van wereldfaam zijn hier gevestigd. Voor veel culturele organisaties en makers in de stad is die internationale oriëntatie heel vanzelfsprekend en passend bij hun profiel. We waarderen dit en koesteren het.

7  Mooi Maken: Erfgoed en de kansen voor huisvesting van creatieve makers in de stedelijke regio Utrecht. Door Bureau Buiten en BOEi (2020)

19

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

Waardering voor het proces

Kunst ontstaat meestal niet van vandaag op morgen. Er is tijd en aandacht nodig om ideeën te laten rijpen en uitkristalliseren. Makers moeten kunnen experimenteren, onderzoek kunnen doen. Dat geldt voor beginnende makers die vlieguren moeten maken en voor professionals die hun mogelijkheden willen verdiepen en uitbreiden. Tijdens de coronaperiode kwam de sector abrupt tot stilstand. Voor de dagelijkse hectiek van producties, presentaties en evenementen kwamen rust en reflectie in de plaats. We hebben gezien dat dit de sector veel heeft opgeleverd. Daarom kijken we in de periode 2025 – 2028 niet alleen naar concrete resultaten: de output die op een podium of in de tentoonstellingsruimte voor publiek is te zien. Het maakproces krijgt extra gewicht. Makers en podia mogen zelf bepalen in welke vorm ze verslag doen van het creatieve proces en dat naar buiten brengen. (Zie hoofdstuk 4 Beoordelingscriteria 2025 – 2028.) Ontwikkelmogelijkheden

In de periode 2021 – 2024 hebben nieuwe makers en startende organisaties voor het eerst gebruik kunnen maken van de tweejarige subsidieregeling. Deze regeling is in het leven geroepen om het gat tussen projectsubsidies en de vierjarige regeling te verkleinen. Organisaties die maximaal zeven jaar bestaan, konden hier een bedrag tot €55.000,- per jaar aanvragen. Die kans is door veel getalenteerde nieuwe makers, collectieven en organisaties met beide handen aangegrepen. Daar zijn we trots op. De drempel voor

deze regeling is lager dan voor de vierjarige regeling. Zo sluiten beide mooi op elkaar aan. We vinden het belangrijk dat de aanvrager zelf kan kiezen welke regeling het best bij de werkwijze en behoefte past. Daarom wordt, anders dan in de eerste jaren van de regeling, de maximale bestaansduur van zeven jaar van een aanvrager losgelaten. Ook mag de regeling vaker dan twee keer worden aangevraagd. Een gezonde sector

De culturele sector vraagt om meer vertrouwen en keuze- en bewegingsvrijheid, blijkt ook uit de Cultuurverkenning 2023. Wij willen daar graag gehoor aan geven, omdat we geloven in de gezondheid van een sector die uit autonome, zelfbewuste organisaties bestaat. Die autonomie is ook in het belang van de weerbaarheid en de wendbaarheid van de sector. Aanpassingsvermogen en veerkracht zijn de lessen die we meenemen uit de coronaperiode. Culturele organisaties moeten in turbulente tijden kunnen terugvallen op een stevige basis en kunnen meebewegen met de omstandigheden. Aan de basis van een gezonde organisatie staat een passende beloning voor de mensen die er werken: personeel en makers c.q. artiesten. Dat de personele lasten van de aanvrager zullen stijgen, is evident en onvermijdelijk. De 0,7 miljoen euro die in het Coalitieakkoord 2022 – 2026 zijn gereserveerd voor fair pay, komen aan de stijging tegemoet. We weten op basis van onderzoek8 naar de meerkosten van de invoering van de Fair Practice Code in Utrecht dat er 2,8 miljoen

euro nodig is om bij ongewijzigd aanbod de stijgende lasten te compenseren. Dit bedrag is gebaseerd op de vierjarig gesubsidieerde organisaties in de periode 2021 – 2024. Het Rijk stelt per 2025 34,1 miljoen euro beschikbaar voor fair pay. Hoe deze middelen worden verdeeld, maakt OCW in het najaar van 2023 bekend9. De staatssecretaris heeft op voorhand duidelijk gemaakt dat de lastenstijging geen verantwoordelijkheid is van het Rijk alleen. Gemeenten, andere subsidiënten en de cultuursector zelf delen mee in de lasten. Daarom vragen wij aanvragers om duidelijke keuzes te maken, om te focussen op hun eigenheid. We geven de voorkeur aan een gezondere en weerbare sector boven kwantiteit van output. Het spreekt vanzelf dat we effectief ruimtegebruik en het delen van expertise aanmoedigen en toejuichen. Niet iedereen hoeft zelf het wiel uit te vinden.

8  Meerkosten van de invoering van de Fair Practice Code in Utrecht, Goudriaan, R (SiRM), Geukema, R (PPMC), Everdingen, E van (SiRM) (2022) 9 Kamerbrief over voortgang arbeidsmarktbeleid culturele en creatieve sector, Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Gunay Uslu, 8 juni 2023

20

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

In de Voorjaarsnota 2023 is er voorgesteld dat er in beperkte mate middelen beschikbaar worden gesteld om het budget van het programma Cultuur mee te laten groeien met de stad.

vier- en tweejarige regeling. Dit is een uitwerking van de middelen die in het Coalitieakkoord 2022 – 2026 beschikbaar zijn gesteld, naast die voor fair pay en nieuwe makers.

In de Voorjaarsnota 2023 heeft de gemeente middelen in het vooruitzicht gesteld zodat het budget van het programma Cultuur kan meegroeien met de groei van de stad, per saldo voor een bedrag van 0,414 miljoen euro. Deze extra middelen worden verdeeld over de

In totaal is jaarlijks een budget van 50,2 miljoen euro beschikbaar voor de beleidsperiode cultuur 2025 – 2028 (prijsniveau 2023), onder voorbehoud van het beschikbaar stellen van deze middelen door de gemeenteraad bij de jaarlijkse Programmabegroting. Dit budget bestaat uit de volgende posten:

Budgettair kader Cultuurnota 2025 – 2028

0,145 miljoen 3,804 miljoen Berlijnplein programmabudget:

Sonnenborgh 17,224 miljoen Vierjarig

0,493 miljoen Beheerinstellingen

7,362 miljoen Stadsschouwburg 0,714 miljoen Tweejarig

Budgettair kader

11,889 miljoen TivoliVredenburg* 8,509 miljoen Centraal Museum

*Het hier opgenomen bedrag betreft de subsidie aan TivoliVredenburg inclusief de huidige bijdrage voor gebouw gebonden kosten van 2,098 miljoen.

21

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

3.1 Vierjarige subsidie Het budget van 17,224 miljoen euro voor vierjarige subsidie is opgebouwd uit het bestaande budget aangevuld met groeimiddelen van 0,230 miljoen euro, 0,600 miljoen euro voor fair pay. Dit is het deel dat via de tenderprocedure horend bij de meerjaren-aanvraag verdeeld wordt over diverse culturele organisaties, inclusief de wijkcultuurhuizen. Aanvragen voor de vierjarige subsidie worden beoordeeld door de Adviescommissie 2025 – 2028 zoals beschreven in hoofdstuk 5 Procedure, besluitvorming en adviescommissie. De vierjarige subsidie voor de invulling van verschillende nieuwe functies in het cultuurcluster Berlijnplein komt uit het Berlijnplein budget, dat via de investeringsbeslissing Berlijnplein beschikbaar is gesteld. In de Kaders Berlijnplein is onder meer vastgelegd dat meer dan 50% van het budget beschikbaar blijft voor programma (en niet in stenen gaat zitten). Bij onderbesteding van dit budget, blijft het bedrag gealloceerd voor deze functie. Bij overbesteding wordt in eerste instantie gezocht naar een oplossing binnen de vastgestelde financiële kaders. De ontwikkelingen en de adviesprocedure op het Berlijnplein worden verder toegelicht in paragraaf 3.5. Sonnenborgh krijgt sinds 2021 subsidie via de afdeling Culturele Zaken. Eerder werd het museum beheerd vanuit Economische Zaken.

Met deze overheveling is een budget van 0,145 miljoen euro per jaar voor de periode tot en met 2028 meegekomen. De aanvraag van Sonnenborgh wordt pro forma door de Adviescommissie 2025 – 2028 beoordeeld, maar wordt niet opgenomen in de ranglijst, omdat het bedrag al vaststaat. Per 2029 doet Sonnenborgh volledig mee in de reguliere procedure.

KABOOM Festival – Projection mapping Motomichi Nakamura op Bibliotheek Neude © Jaimee Korbee

3.2 Langjarige subsidie-afspraken De budgettaire kaders voor TivoliVredenburg, Centraal Museum en de Stadsschouwburg zijn gebaseerd op de bestaande budgetten op het prijspeil 2023. De budgettaire kaders bepalen de maximale hoogte van het bedrag per organisatie. Voor TivoliVredenburg gaat het om zowel activiteiten als gebouwgebonden kosten. De verzelfstandiging

van deze organisaties is afgerond. Dit betekent dat de aanvragen worden beoordeeld door de Adviescommissie 2025 – 2028, zoals beschreven in het hoofdstuk 5 Procedure, besluitvorming en adviescommissie. Ook in deze periode nemen we deze organisaties niet mee in de ranglijst vanwege hun rol, omvang en uitzonderingspositie. De adviescommissie adviseert wel over de

22

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

hoogte van de subsidie. Bij een eventuele onderbesteding komen de beschikbare middelen ten goede aan het budget voor de vierjarige regeling binnen deze Cultuurnota.

3.3 Tweejarige subsidie Met de tweejarige subsidieregeling bieden we makers en kleinere organisaties op een laagdrempelige manier gelegenheid subsidie aan te vragen voor een langere periode. De afgelopen jaren hebben we deze regeling steeds incidenteel weten aan te vullen. Om te voorkomen dat het budget voor de tweejarige regeling achteruit gaat, voegen we een deel van de groeimiddelen en de middelen voor nieuwe makers uit het coalitieakkoord toe aan dit budget volgens het principe ongelijk investeren in gelijke kansen. Daar komt 0,100 miljoen euro bovenop vanuit de middelen voor fair pay, zodat de aanvragers ruimte krijgen om te kunnen voldoen aan de eisen voor fair pay. Zo komt in de komende periode voor de tweejarige regeling het totaalbudget uit op 0,714 miljoen euro.

3.4 Beheerinstellingen De gemeente Utrecht vindt het belangrijk dat er voldoende betaalbare ruimte is voor de culturele en creatieve sector. Wij ondersteunen om die reden organisaties die voor­waarden­scheppend zijn voor het betaalbaar produceren en presenteren van kunst en cultuur. We maken onderscheid tussen organisaties die op meerdere plekken in de stad actief zijn en organisaties die ruimtes op een specifieke plek in de stad beheren. Het totale budgettair kader voor de beheerfuncties is 0,493 miljoen euro. Dit bedrag is gebaseerd op het bestaande budget voor de beheerinstellingen op het prijspeil 2023. Daarnaast zijn voor beheerinstellingen op het Berlijnplein middelen beschikbaar vanuit het budget Berlijnplein.

Met beheerfunctie bedoelen we specifiek de conciërgefunctie en de planning voor optimaal gebruik van de ruimte. Onder de conciërgefunctie vallen bijvoorbeeld sleutelbeheer en de verantwoordelijkheid voor wifi, gas/water/licht en onderhoud van het pand. Onder planning voor optimaal gebruik van de ruimte verstaan we inspanningen die erop gericht zijn dat de ruimte niet alleen door de vaste gebruiker(s) wordt gebruikt. Hieronder valt bijvoorbeeld de verhuur van oefenruimtes aan (amateur) gezelschappen. We onderscheiden verschillende soorten beheerinstellingen. Beheerinstelling die actief is op meerdere locaties in de stad We zien de stedelijke beheeractiviteit als onmisbare functie en zullen daarvoor een aparte nadere regeling opstellen. Op dit moment vervult DePlaatsmaker deze functie. Beheerinstelling op een specifieke plek Wij geven aan een aantal organisaties op specifieke plekken in de stad de opdracht om ruimtes te beheren op deze plek. Op dit moment zijn dat Theaterhuis de Berenkuil en Muziekhuis. Beheerinstelling op het Berlijnplein Op het Berlijnplein in Leidsche Rijn komen gebouwen te staan die beschikken over ruimtes die beheerd moeten worden. Het gaat op dit moment om het Danshuis en Theaterhuis de NU. Het budget voor deze beheerinstellingen is afkomstig uit het programmabudget Berlijnplein.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=6765c9b2-5fd9-455d-909e-86747cb30da7