CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Cultuurnota 2025-2028 'Kleur Bekennen' (na verwerking amendementen)

Gemeenteraad 21 september 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Beleidsnota Cultuur en verordening subsidie Beleidsnota Cultuur 2025-202814.216 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dat geldt ook voor DePlaatsmaker, hoofdhuurder van een aantal vierkante meters op het Berlijnplein. Op het Berlijnplein worden de verschillende beheerfuncties dus gedragen door verschillende organisaties.

Krijn de Koning | Enigma’s © Jannes Linders

23

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

opgericht of nog opgericht moeten worden. Deze organisaties worden hieronder beschreven. Ook de beheerinstellingen die specifieke gebouwen op het Berlijnplein gaan beheren worden uit dit budget bekostigd. Deze komen in paragraaf 3.4 aan bod. De organisaties die zich op het Berlijnplein vestigen en op dit moment al onderdeel zijn van de meerjarenregeling van de Cultuurnota 2021 – 2024, kunnen via de reguliere weg een aanvraag indienen voor de periode 2025 – 2028. RAUM RAUM is in 2017 gestart als organisatie met een opdracht voor creative placemaking op het Berlijnplein. RAUM wordt een van de hoofdhuurders van het cultuurcluster op het Berlijnplein. De organisatie heeft zich de afgelopen jaren kunnen ontwikkelen tot een professionele culturele organisatie volgens de criteria van de meerjarenregeling Cultuurnota. De aanvraag van RAUM wordt beoordeeld door de Adviescommissie 2025 – 2028. De commissie kan het oordeel ‘subsidiabel’ of ‘niet-subsidiabel’ geven en kan adviseren over het te honoreren bedrag. Maar RAUM gaat niet mee in de algehele ranglijst. Als de commissie de aanvraag ‘niet-subsidiabel’ acht, blijft het budget gealloceerd voor inhoudelijk programma op het cultuurcluster Berlijnplein.

RAUM - SOUK Utrecht © Mariska Kerpel

3.5 Toelichting Berlijnplein We realiseren op het Berlijnplein het culturele hart voor Leidsche Rijn Centrum, Utrecht en daarbuiten. We vervangen de tijdelijke gebouwen die er staan door nieuwbouw. In 2026 is deze plek een levendig cultureel plein, met nieuw gerealiseerde, circulaire gebouwen. Hier zal zich een brede variatie aan organisaties en makers vestigen. Een deel van deze organisaties is nieuw of in oprichting, sommigen

vallen onder de categorie ‘beheerinstellingen’, andere maken deel uit van de huidige meerjarenregeling Cultuurnota 2021 – 2024. Voor de realisatie van cultuurcluster Berlijnplein is een maximaal jaarlijks budget beschikbaar van 3,804 miljoen euro. Een deel van dit budget wordt gebruikt om de onrendabele top af te dekken op kostprijs dekkende huur. Een ander deel wordt voor de periode 2025 – 2028 gereserveerd voor drie organisaties die nieuw zijn

OP& OP& is in 2022 opgericht en gaat open na oplevering van het Berlijnplein (2026). De periode 2025 – 2028 wordt daarom als opstartperiode beschouwd. OP& krijgt voor de periode 2025 – 2028 Een opstartbudget vanuit het programmabudget Berlijnplein. OP& hoeft dus geen meerjaren-aanvraag binnen de Beleidsnota Cultuur te doen voor de komende periode.

24

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

Coöperatie De Coöperatie is opgericht om de samenhang en gezamenlijke doelen op het Berlijnplein te bewaken en uit te dragen. Voor de periode 2025 – 2028 ontvangt de Coöperatie een budget vanuit het Berlijnplein programmabudget. Voor deze taak ontvangt de organisatie een opdracht van de gemeente.

3.6 Overige regelingen Project- en impulssubsidie We willen dat er een passende subsidie is voor nieuwe en ervaren makers en voor organisaties in verschillende ontwikkelfases. Op deze manier versterken we de keten in het ecosysteem vanuit het principe ongelijk investeren in gelijke kansen. Daarom voegen we vanaf 2025 een substantieel deel (0,132 miljoen euro) van het groeibudget toe aan project- en impulssubsidies. Hoewel het budget hiervoor buiten het budgettair kader van deze beleidsnotitie valt, zien we organisaties die van deze subsidie gebruik maken als vast onderdeel van het cultureel ecosysteem.

3.7 Nog op te leveren wijkcultuurhuizen Jongerencultuurhuis(functie) Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern Jongerencultuurhuis(functie) Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern is in ontwikkeling. Voor de exploitatie ervan vanaf 2025 komt een aparte subsidieregeling, waarvoor budget beschikbaar is vanuit de Voorjaarsnota 2023. Activiteiten die hierbinnen vallen zijn niet subsidiabel vanuit de meerjarenregeling van de Cultuurnota. Dit geldt ook voor de opvolging van de activiteiten die in de periode 2022 – 2024 gerealiseerd worden met subsidie vanuit de nadere regel subsidie cultuurprogramma jongeren Leidsche Rijn/ Vleuten-De Meern 2022 – 2024.

Wijkcultuurhuis Merwedekanaalzone Ook het Wijkcultuurhuis Merwedekanaalzone is in ontwikkeling. Via de nadere regel Subsidie wijkcultuurhuis Merwedekanaalzone is een beoogd exploitant geselecteerd, die subsidie krijgt voor zowel de voorbereiding als de programmering, exploitatie en het beheer van het wijkcultuurhuis. De exploitatiesubsidie loopt gedurende de periode vanaf de oplevering en start van de programmering van het wijkcultuurhuis tot en met het laatste jaar van de eerstvolgende volledige Cultuurnota.

Kleine organisaties Voor een aantal organisaties blijken de criteria en de verantwoordingseisen voor de vierjarige regeling om verschillende redenen te zwaar om aan te voldoen. Voor de aanvragen binnen de vierjarige regeling van de Cultuurnota geldt een ondergrens van 0,02 miljoen euro. Dit achten wij minimaal nodig om als professionele organisatie te functioneren. Aanvragen tot dit bedrag zijn mogelijk binnen de tweejarige regeling en binnen de projectsubsidie cultuur.

Le Guess Who? - City signing © Juri Hiensch

25

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

Aanvragen worden beoordeeld op drie criteria: artistiekinhoudelijke kwaliteit, betekenis voor de stad en uitvoerbaarheid. De vier pijlers uit de Cultuurvisie 2030 willen we terugzien over de hele linie van de cultuursector. Ze gelden dus niet meer als criteria voor afzonderlijke aanvragen, wat in de periode 2021 – 2024 wel het geval was. We verwachten van organisaties en makers dat ze zich duidelijk profileren en op hun eigen manier bijdragen aan het ecosysteem. Zo kan de een het creatief vermogen in de stad versterken en de ander door zijn unieke programma juist een boost geven aan de pluriformiteit. We willen aanvragers de ruimte geven om te kiezen en hun eigenheid aan te scherpen in plaats van dat ze moeten voldoen aan álle beleidsdoelstellingen van de gemeente.

Beoordelings­ criteria 2025 – 2028

Voor alle makers en organisaties geldt dat de inspanningen om te beantwoorden aan de drie criteria moeten kloppen met de aard en de omvang van de organisatie. We verwachten dus meer van grote organisaties met een stevige verantwoordelijkheid voor de sector dan van kleine, die nu eenmaal over minder ruimte, middelen en financiële armslag beschikken. De aanvrager bepaalt zelf wat realistische doelstellingen zijn. De adviescommissie wordt geïnstrueerd om elke aanvrager op zijn merites te beoordelen.

4.1 De culturele codes De drie culturele codes – Code Cultural Governance, de Code Diversiteit & Inclusie en de Fair Practice Code – zijn in de periode 2025 – 2028 integraal onderdeel van de aanvraag. Dit houdt in dat de codes in de missie, visie en doelstellingen voor de periode 2025 – 2028 een aandeel moeten hebben en dat ze moeten doorklinken in alle plannen. Voor alle drie de codes geldt een basiseis; ze worden hieronder beschreven. Hoe de aanvrager de codes verder wil invullen en uitwerken, kan de aanvrager zelf bepalen. We verwachten wel een goede onderbouwing van de keuze om ergens al dan niet mee aan de slag te gaan. Aanvragers moeten als basiseis voor de Fair Practice Code per 2025 een salariëringsbeleid voorleggen. Salarissen en tarieven moeten bepaald worden op een manier die inzichtelijk en transparant is. Aansluiten bij een bestaande cao heeft de voorkeur. Van kleinere organisaties voor wie dit (nog) niet altijd haalbaar is, vragen we een helder en rechtlijnig beleid waarin ze bijvoorbeeld uitleggen op basis waarvan tariefafspraken met nieuwe werknemers en zzp’ers tot stand komen (denk aan de Richtlijn Functie- en Loongebouw voor presentatie-instellingen). Kleinere organisaties kunnen ook samen met andere partijen optrekken in het opstellen van beleid en regels voor salariëring.

Voor de Code Cultural Governance moeten aanvragers een onafhankelijk bestuur en/of raad van toezicht aanstellen, de organisatiestructuur helder maken, taken en verantwoordelijkheden van bestuur, directie en medewerkers vastleggen en beleid maken voor een veilige werkomgeving. Deze komen aan bod onder het criterium ‘uitvoerbaarheid’ in paragraaf 4.4.

26

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

Voor de Code Diversiteit & Inclusie moeten aanvragers bij de beschrijving van personeel, programma, publiek en partners helder benoemen waar ze staan op het gebied van diversiteit en inclusie en waar ze zich de komende periode op richten. We vragen de organisaties daarnaast minstens drie doelstellingen te formuleren voor de periode 2025 – 2028, passend bij de aard en omvang van de organisatie. Hoe specifieker en realistischer de doelen, des beter; er is ruimte om te leren en bij te stellen. We vernemen graag welke maatregelen nodig zijn om de doelen te bereiken, zodat we hier jaarlijks in de monitorgesprekken op terug kunnen komen. Zo willen we voorkomen dat plannen gaandeweg verzanden. Voorbeelden van mogelijke maatregelen zijn: duurzame wijkgerichte programma’s, (stage)mogelijkheden voor mensen zonder vakopleiding, aanpassingen van het gebouw voor de toegankelijkheid voor mindervaliden, samenwerkingsvormen met organisaties die zich richten op cultuurparticipatie van specifieke doelgroepen zoals mensen met een smalle beurs.

4.2 Criterium 1: Artistiek-inhoudelijke kwaliteit Kwaliteit meten we af aan de artistiek-inhoudelijke eigenheid van de organisatie of de maker. Missie en visie van de aanvrager staan hier centraal in relatie tot de voorgenomen activiteiten en werkwijze voor de komende beleidsplanperiode. In de beoordeling wordt uiteraard ook de rol van het publiek en/of de beoogde deelnemers meegewogen. Uit de Cultuurvisie 2030: ‘Kwaliteit is een dynamisch begrip (is): wat ‘goed’ is hangt af van de context en het perspectief. Kunst kennen we waarde toe om haar schoonheid, complexiteit of verfijning. Maar ook bepalend voor de kwaliteit zijn de mate van betekenis voor specifieke groepen, de maatschappelijke rol in het

bevragen van ontwikkelingen, het duiden van de tijdsgeest, het experiment en het bieden van tegenkracht.’ Concreet: we verwachten van aanvragers dat ze een helder profiel schetsen van hun organisatie. Ze leggen uit welke keuzes ze maken en waarom, en op welke manier deze keuzes van betekenis zijn voor publiek en/of deelnemers. Ook besteden ze aandacht aan de manier waarop hun missie en visie worden vertaald naar de voorgenomen activiteiten en de werkwijze. Hierin zien we graag onderbouwd terug op welke P’s de aanvragers focussen in het kader van diversiteit & inclusie en op welke manier dit vorm krijgt in de uitvoeringsperiode.

Belangrijker is de impact die de aanvrager maakt op de doelgroep die de aanvrager zelf heeft gespecificeerd. Bij de beoordeling van de aanvraag gaat het vooral om de betekenis voor publiek en deelnemers, in de breedste zin van het woord. Dat publiek kan afkomstig zijn uit de stad, de regio, het land of uit de hele wereld. Voor het duiden en inzichtelijk maken van het bereik kan het Culturele Doelgroepenmodel een handige tool zijn.

4.3 Criterium 2: Betekenis voor de stad Voor alle organisaties en makers die deel uitmaken van de meerjarenregeling van de Beleidsnota Cultuur geldt als voorwaarde dat ze van betekenis zijn voor onze stad. Die betekenis kan verschillende vormen aannemen. Grofweg maken we onderscheid tussen betekenis voor bewoners en bezoekers van Utrecht en betekenis voor het culturele (maak)klimaat. Organisaties en makers kunnen op allerlei verschillende manieren van betekenis zijn voor de Utrechtse bevolking en voor bezoekers van de stad. Dit doen ze bijvoorbeeld door toonaangevend internationaal programma te presenteren, de leefbaarheid van de stad ter discussie te stellen, jongeren in contact te brengen met kunst en cultuur, of via kunst en cultuur bij te dragen aan de sociale cohesie in de wijk. We verwachten van aanvragers dat ze rekening houden met de demografische kenmerken van Utrecht en stilstaan bij verschillen in leeftijd, woonwijk, gender, opleidingsniveau, culturele herkomst, samenstelling huishouden, inkomen en beroep. Niet elke aanvrager hoeft elke Utrechter of elke bezoeker van de stad te bereiken.

Annabel Schouten | Verbindingsboom Veemarkt © Eric Kampherbeek

27

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

We vinden het belangrijk dat organisaties en makers die subsidie aanvragen ook bijdragen aan het makersklimaat in Utrecht. Zij spelen een belangrijke rol in het ecosysteem en de culturele infrastructuur. Ze geven (andere) makers een podium, repetitieruimte, begeleiding of budget. Ze spelen een rol in talentontwikkeling, zowel voor als achter de schermen, bijvoorbeeld in de vorm van traineeships en stage- en opleidingsmogelijkheden. Ze beschikken over een grote vrijwilligerspool of stimuleren Utrechters zelf aan de slag te gaan met kunst en cultuur. Utrecht kent bovendien een groot aantal creatieve opleidingen, we vinden het belangrijk dat er plek is voor de studenten en afgestudeerden om zich te kunnen presenteren in de stad. Ook organisaties en makers die uitblinken in een nicheprogramma, zich bezighouden met experimentele stromingen of artiesten van (inter)nationale allure naar Utrecht weten te halen, hebben een positieve invloed op het makersklimaat en het culturele imago van de stad. Evenals makers die vragen oproepen over stedelijke ontwikkeling of kunst in de openbare ruimte produceren. Dit zijn slechts voorbeelden. De gemeente wil een goed beeld krijgen van de rol die een aanvrager speelt in de Utrechtse cultuurwereld en hoe de wisselwerking en het contact met andere spelers eruitziet.

Ook hier is het principe van solidariteit van toepassing: op welke manier draagt de organisatie of de maker bij aan het culturele ecosysteem? Het is aan de aanvrager zelf om invulling te geven aan de betekenis voor de stad, passend bij de aard en omvang van de organisatie.

4.4 Criterium 3: Uitvoerbaarheid De plannen worden beoordeeld op uitvoerbaarheid: in hoeverre is de organisatie of maker in staat de toekomstplannen op een professionele en gezonde manier ten uitvoer te brengen? Aan de orde is hier of de aanvrager beschikt over de benodigde randvoorwaarden, gelet op de aard en omvang van de organisatie. De adviescommissie

Marin Kasimir | Aan de ene kant, de ander © Gert Jan van Rooij

28

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

kan adviseren bepaalde voorgenomen activiteiten niet te honoreren als die randvoorwaarden ontbreken. We verwachten van aanvragers dat ze realisme en haalbaarheid van hun plannen afmeten aan verwachtingen, doelen en ambities op het gebied van personeelsbeleid, samenwerking en organisatie-inrichting. De drie culturele codes zijn onlosmakelijk verbonden met het criterium uitvoerbaarheid. Bij de Code Cultural Governance staat een transparante bedrijfsvoering centraal. Hiervoor is het belangrijk dat de organisatiestructuur helder is en dat de taken en verantwoordelijkheden van bestuur, directie en medewerkers zijn vastgelegd, evenals de manier waarop zij verantwoording afleggen en de regelmaat daarvan. Het moet voor iedereen in de organisatie duidelijk zijn wat wordt bedoeld met sociale veiligheid. Organisaties werken bijvoorbeeld met een gedragscode of hebben minimaal één onafhankelijke vertrouwenspersoon. Kleine organisaties kunnen dit op een andere manier opvangen, bijvoorbeeld door een werkgroep in het leven te roepen of door zich te verenigen in een collectief waaraan een of meerdere vertrouwenspersonen zijn verbonden. Het personeelsbeleid is een belangrijke sleutel tot een veilige en inclusieve werkomgeving. Vanuit de Code Diversiteit & Inclusie is dit dan ook één van de P’s waarbinnen maatregelen nodig zijn op weg naar een inclusievere sector.

Er moet in het personeelsbeleid ruimte zijn voor evaluatie; opleidings-en doorgroeimogelijkheden staan garant voor een gezonde werkmentaliteit. Dit komt aan de orde in de Fair Practice Code, die bijzondere aandacht schenkt aan fair pay. Ook moet de aanvraag ingaan op zaken als eigenaarschap, bronvermelding en rechtenafdracht (in het kader van auteursrecht). Le Guess Who? - Mazaher © Juri Hiensch

29

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

Een gezonde en weerbare cultuursector toont een realistische samenhang tussen de bedrijfsvoering en het soort en aantal activiteiten dat op stapel staat. Die samenhang heeft niet alleen betrekking op de omvang van de begroting, maar ook op de balans tussen zzp’ers, vrijwilligers, stagiairs en mensen met een vast contract binnen de organisatie. Minstens zo belangrijk is een evenwichtige financieringsmix in de meerjarenbegroting: het gevraagde subsidiebedrag moet in verhouding staan tot de activiteiten en tot andere financieringsbronnen. Voorheen werd een norm voor het eigen vermogen gehanteerd van maximaal 15% van de totale omzet. Die norm is er niet meer: een realistische hoogte van het eigen vermogen dient onderbouwd te worden. We verwachten dat de organisatie daarvoor gebruikmaakt van een risico- en beheerstrategie die het mogelijk maakt in te spelen op tegenvallers gedurende de subsidieperiode. Ook hiervoor geldt: passend bij de aard en omvang van de organisatie. Weerbaarheid betekent immers ook: ‘ken je waarde’. Aanvragers geven aan op basis waarvan de organisatie inhoudelijk verantwoording af zal leggen. Duurzaamheid In lijn met het gemeentelijke beleid en de maatschappelijke noodzaak, wordt van culturele instellingen een duurzame bedrijfsvoering verwacht. De culturele sector kan een voorbeeldrol spelen en duurzame keuzes maken.

In een visie op duurzaamheid geven instellingen aan welke concrete en meetbare ambities zij hebben aangaande medewerkers, bezoekers en makers. Te denken valt aan keuzes op het gebied van transport (afbouwen van het aantal autoritten en vliegreizen), inkoop (biologische koffie, schoonmaakmiddelen, bedrijfskleding), catering (vegetarisch en plantaardig), energiegebruik (besparen, hernieuwbaar), afval (geen single use plastics, wel zero waste). We verwachten

kortom dat instellingen actief maatregelen nemen om de eigen ecologische voetafdruk te beperken en dat zij inzichtelijk maken hoe ze hier gedurende de subsidieperiode stappen in zetten. De visitatiecommissie kijkt naar de voortgang van de instellingen en brengt hiermee behoeftes en knelpunten in kaart. De noodzaak om maatregelen te nemen in de klimaatcrisis, neemt alleen maar toe. Als stad willen we ons steentje bijdragen zodat de aarde ook leefbaar is voor de generaties na ons. In het gemeentebeleid ligt de focus op energietransitie en mobiliteit. We doen wat binnen onze mogelijkheden ligt en vragen dat ook van de cultuursector. De sector kan met duurzame keuzes een verschil maken en een voorbeeldfunctie hebben voor medewerkers, bezoekers en makers. We zien om ons heen dat het niet ontbreekt aan ambities om duurzamer te werken. Maar velen missen de handvatten om de daad bij het woord te voegen. Het Rijk heeft een vragenlijst opgesteld voor aanvragers voor de BIS, die net zo goed van toepassing is voor aanvragers voor de meerjarenregeling binnen de Cultuurnota 2025 – 2028. Deze lijst helpt inzichtelijk maken waar de organisatie staat op gebied van duurzaamheid en ook wat de organisatie kan doen om tot verandering te komen. We verwachten van de aanvragers dat zij ambities en concrete acties verwerken in hun plannen.

En ook hiervoor geldt dat kwaliteit boven kwantiteit gaat: minder output komt in de meeste gevallen ten goede aan duurzaamheid. Ook voor de gemeente is een rol weggelegd in de verduurzaming van de culturele sector. Zo zijn er subsidies beschikbaar voor het verduurzamen van evenementen en voor energiemaatregelen voor maatschappelijk vastgoed. Organisaties die een pand huren van de gemeentelijke vastgoedorganisatie VGU kunnen in overleg aanspraak maken op een tegemoetkoming voor verduurzaming van het pand.

30

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

5.1 Aanvraagprocedure en besluitvorming

Procedure, besluitvorming en adviescommissie

Afstemming Rijk, fondsen, provincies en andere gemeenten Over de aanvraagprocedure is uitgebreid afstemming geweest tussen het ministerie van OCW, de verschillende fondsen en een groot aantal gemeenten. De tijdspaden die het Rijk, de rijkscultuurfondsen en de gemeenten volgen zijn op elkaar afgestemd, wat het proces overzichtelijker maakt voor aanvragers. Subsidievoorwaarden, definities en uitvraag van kwantitatieve gegevens zijn waar mogelijk op één lijn gebracht. Volgens afspraak gaan alle subsidiegevers uit van: • eenzelfde hoofdstructuur voor het invullen van financiële gegevens (balans en exploitatierekening) • eensluidende definities • eenzelfde aantal pagina’s voor het activiteitenplan • idem voor de toelichting bij de begroting • hanteren van de term ‘kwantitatief (activiteiten)overzicht’ in plaats van de term ‘prestatiemodel/-overzicht’, die leidde tot misverstanden over de afrekenbare aard van dit overzicht • beperking van de uitgevraagde kwantitatieve gegevens • het bijvoegen van de jaarrekening 2022 bij de aanvraag Op deze manier hopen we de administratieve lasten rondom het aanvraagproces voor de aanvragers te verminderen. Vereenvoudigen procedure De gemeente Utrecht kent traditiegetrouw al een relatief eenvoudige aanvraagprocedure.

We vragen van de aanvragers niet meer gegevens en papierwerk dan nodig zijn om de procedure zorgvuldig in te richten en transparant te laten verlopen. Centraal Museum - Centraal Laat: La Cassette x De Gezonde Stad © Gracia Nolten

31

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

Voor de verschillende fases van de subsidiecyclus hebben we verschillende soorten informatie nodig: voor het proces van aanvragen en beoordelen, gedurende de looptijd van de beleidsperiode en bij de verantwoording van de subsidie. Vanzelfsprekend kan de adviescommissie alleen op basis van gedegen informatie tot een afgewogen advies komen. We vragen om een artistiek-inhoudelijke meerjarenvisie, een meerjarenbegroting en een toelichting op de begroting. Alleen voor het eerste jaar van de beleidsperiode verwachten we van de aanvragers een gedetailleerd plan waarin de specifieke activiteiten zijn uitgewerkt naast de totalen. We verwachten dat de adviescommissie hiermee voldoende informatie heeft voor de beoordeling van de aanvraag. Looptijd en verantwoording Gedurende de looptijd van de beleidsperiode vragen we jaarlijks om een korte reflectie op de plannen van maximaal twee pagina’s waaruit blijkt wat goed ging, wat beter kan en hoe de lessen worden vertaald naar de activiteiten van het daaropvolgende jaar. We vragen organisaties in hun aanvraag zelf doelen te formuleren en te bepalen op basis waarvan de organisatie jaarlijks verantwoordt; de realiteitszin wordt door de commissie niet alleen beoordeeld bij het criterium uitvoerbaarheid, maar is ook tegelijk het uitgangspunt voor de verantwoording van de subsidie.

We onderzoeken mogelijkheden om nog meer maatwerk te leveren als het gaat om de vereisten aan de financiële verantwoording zodat deze meer aansluiten bij de werkwijze van de subsidieontvanger.

Utrecht 900 - Stranded FM x Hoogt on Tour: Omit Iwik en Marlon Penn | Scene 1: Cinema Concerts © Juri Hiensch

32

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

Vertrouwen en flexibiliteit als basis We werken op basis van vertrouwen. Dit houdt bijvoorbeeld in dat de gemeente zich flexibel opstelt, wanneer organisaties hun plannen in de loop van de tijd willen aanpassen of veranderen. Elk jaar vinden er monitorgesprekken plaats tussen de organisaties die onderdeel zijn van de meerjarenregeling en hun accounthouders bij de gemeente. Onderwerp van gesprek zijn de stand van zaken in relatie tot de meerjarenplannen van de aanvragers, de reflectie die wordt meegeleverd met het jaarverslag en de jaarrekening en de voortgang van de doelstellingen op het gebied van diversiteit en inclusie. In deze gesprekken kunnen de organisaties ook wijzigingen in de plannen en de begroting aankondigen als dat nodig is. We gaan in gesprek over de inhoud die de aanvrager zelf heeft bepaald. We willen als gemeente geen dwingend keurslijf opwerpen voor de cultuursector, maar juist uitnodigen tot eigenzinnigheid en solidariteit.

één discipline. In de beoordeling wordt dan ook niet gewerkt met schotten tussen de disciplines. Wel vinden we het belangrijk dat de aanvragen worden beoordeeld door een commissie die stevige

vakkennis in huis heeft. We werken met verschillende subcommissies, samengesteld op basis van een goede mix van vakkennis en kennis van overstijgende thema’s. In de Nota subsidieverdeling

5.2 Samenstelling, opdracht en werkwijze commissie Samenstelling De Adviescommissie 2025 – 2028 bestaat uit ongeveer 25 personen. De commissie is volgens het Basisreglement voor adviescommissies in de sector cultuur met vaststelling van deze beleidsnota ingesteld en met zorg en aandacht samengesteld, waarbij is gelet op diversiteit in leeftijd, gender en culturele identiteit. Naast kennis van verschillende kunstdisciplines is in de commissie ook specialistische kennis over onder meer diversiteit en inclusie, marketing en bedrijfsvoering aanwezig. We werken met subcommissies en een kerncommissie. Als gemeente juichen we het toe dat organisaties en makers experimenteren met hybride vormen en genre overstijgend werk maken. We verwachten dus niet dat de aanvragers focussen op

Cultuur19 - Zingende Beelden: Uri Eugenio en Pieter de Koe | Suite B © Rick van Woudenberg

33

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

2025 – 2028 die in juni 2024 verschijnt, is na te lezen welke subcommissie welke aanvraag heeft beoordeeld. Alle aanvragen die in een subcommissie voldoende punten scoren, worden in samenhang met elkaar beoordeeld door de kerncommissie. De kerncommissie, die uit zeven personen bestaat, is verantwoordelijk voor de integrale afweging tussen de aanvragen. We vinden het belangrijk dat we de expertise van de adviescommissie aanvullen met de zienswijze van Utrechters, met specifieke aandacht voor jongeren. Zij zijn zowel in de adviescommissie als onder de aanvragers vaak ondervertegenwoordigd, terwijl zij net zo goed (toekomstige) bezoekers en deelnemers van kunst en cultuur in de stad zijn. We onderzoeken op welke manier we de blik van jongeren het best kunnen meenemen in het proces van adviesvorming. Werkwijze Aanvragers mogen zelf kiezen aan welke beleidsdoelstellingen van de gemeente ze hun meerjarenplan koppelen. Ook in de uitwerking van de culturele codes ligt de verantwoordelijkheid bij de aanvrager zelf. Dat betekent dat de aanvragen inhoudelijk flink uit elkaar kunnen lopen. Voor een zorgvuldige en transparante adviesprocedure zijn daarom heldere handvatten en een goede briefing van de adviescommissie van groot belang. De subcommissie beoordeelt de aanvragen op basis van drie criteria: 1. Artistiek- inhoudelijke kwaliteit 2. Betekenis voor de stad 3. Uitvoerbaarheid

Kanaal030 - Productiehuis Meer Opslag | educatieproject bij de voorstelling ‘Ik ben Vincent en ik ben niet bang’ voor leerlingen van OBS De Kleine Dichter © Petra van der Werff

Elke aanvraag wordt afzonderlijk op deze drie criteria getoetst. Dit geldt zowel voor de vierjarige aanvragen als voor de aanvragen van de organisaties waarvoor een gealloceerd budget is gereserveerd

34

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

(Zie hoofdstuk 3 voor een overzicht van deze organisaties). In dit stadium worden de aanvragen dus niet onderling met elkaar vergeleken. Voor de verschillende criteria worden punten uitgedeeld. We hanteren de volgende puntentelling per criterium: 0 = voldoet niet aan het criterium 10 = voldoet in beperkte mate aan het criterium 20 = voldoet aan het criterium 30 = voldoet in grote mate aan het criterium

een rangschikking opgesteld. Uit deze rangschikking blijkt welke aanvragen er binnen het budgettair kader subsidie kunnen krijgen. We verwachten dat de hoeveelheid aanvragen en de daaraan gekoppelde subsidiebedragen het beschikbare budget zullen overschrijden. Daarom vragen we de commissie kritisch te werk

te gaan bij het toekennen van de scores. Op basis van de scores brengt de commissie een advies uit over de te verdelen subsidie. De commissie kan adviseren een lager bedrag toe te kennen. Dit kan de commissie alleen doen als zij inzichtelijk maakt voor welk deel van de aanvraag het negatieve advies van toepassing is. Een lager bedrag mag niet ten koste gaan van de fair practice-praktijk van de aanvrager.

Op elk van de drie criteria moet in ieder geval 10 punten gescoord worden. Als een aanvrager 0 punten scoort op een van de drie criteria, wordt de aanvraag niet subsidiabel bevonden. De aanvraag gaat in dat geval niet door naar de integrale afweging door de kerncommissie. De aanvragen die doorgaan naar de kerncommissie hebben dus minimaal 30 punten en maximaal 90 punten in totaal. De kerncommissie is verantwoordelijk voor de integrale afweging; de aanvragen die door de subcommissies subsidiabel zijn bevonden, worden in samenhang bekeken. De kerncommissie bekijkt vooral in welke mate de aanvrager een bijdrage levert aan het culturele ecosysteem. De vier pijlers uit de Cultuurvisie 2030 vormen samen het referentiekader voor de afweging. Een aanvrager kan minimaal 0 punten en maximaal 60 punten krijgen. De punten worden in stappen van 10 toegekend; een aanvrager kan dus bijvoorbeeld 20, 30 of 40 punten krijgen voor de bijdrage aan het culturele ecosysteem. 0 punten betekent geen bijdrage, 60 punten betekent een grote bijdrage. Het totaal aantal punten van subcommissie en kerncommissie samen geeft de eindscore per aanvraag. Op basis van de eindscores wordt Creative Coding Utrecht - International Conference on Live Coding © Paulus van Dorsten

35

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

5.3 Planning Planning aanvraagprocedure

2023 juni

augustus

september

november

1 december

Raadsvoorstel college m.b.t. Cultuurnota 2025 – 2028

Raadscommissie Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport over Cultuurnota 2025 – 2028

Raadsvergadering en besluit over Cultuurnota 2025 – 2028

Speeddates aanvragers

Aanvraagloket geopend

Publicatie beleidsregel vierjarige regeling

2024 31 januari

juni

juli

november

17.00 uur deadline indienen subsidieaanvragen

Advies en algemene beschouwingen van de Adviescommissie 2025 – 2028

Collegebesluit Nota Subsidieverdeling

Raadsbesluit Programma – begroting 2025

Verzenden subsidiebeschikkingen (onder voorbehoud van goedkeuring van de Programmabegroting 2025)

36

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

Planning monitoring & verantwoording

2025 jan t/m jun

2026 jul t/m dec

jan t/m jun

2027 jul t/m dec

Verantwoording 2025 + kengetallen-format 31 mei Voortgangsformulier 31 mei 2025

Voortgangsformulier 31 oktober 2025

Voortgangsformulier 31 mei 2026

jan t/m jun

2028 jul t/m dec

Verantwoording 2026 + kengetallen-format 31 mei Voortgangsformulier 31 oktober 2026

Voortgangsformulier 31 mei 2027

jan t/m jun

2029 jul t/m dec

Verantwoording 2027 + kengetallen-format 31 mei Voortgangsformulier 31 oktober 2027

Monitorgesprek september/ oktober 2025

Monitorgesprek september/ oktober 2026

Monitorgesprek september/ oktober 2027

Geactualiseerd plan 31 oktober 2025

Geactualiseerd plan 31 oktober 2026

Geactualiseerd plan 31 oktober 2027

Voortgangsformulier 31 mei 2028

jan t/m jun

jul t/m dec

Verantwoording 2028 + kengetallen-format 31 mei Voortgangsformulier 31 oktober 2028 Monitorgesprek september/ oktober 2028

37

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

Bijlage I Overzicht beleidsnota’s en regelingen gemeente Utrecht

Cultuurvisie 2030 Ontwikkelruimte

Stimuleren creatief vermogen

Inclusieve cultuursector

Pluriform aanbod

Nota’s

Nachtvisie 2030 & Beleidsnota Nachtcultuur

Uitvoeringsnota Kunst in de Openbare Ruimte

CULTUURNOTA Beleidsnota Cultuur

Uitvoeringsnota Huisvesting Culturele en Creatieve Sector

Kadernota Cultuurparticipatie

Uitvoeringsnota Cultuurparticipatie *opgeleverd in najaar 2023

Regelingen/projecten

Planvorming nieuwe locatie

1,5% procent regeling

Vierjarige subsidieregeling

Amateurkunsteducatie

Fonds Stadsverfraaiing

Tweejarige subsidieregeling

Basissubsidie Amateurkunst

Gemene grond

Langjarige subsidieafspraken

Stimuleringssubsidie Combinatiefuncties Cultuur

Beheerinstellingen Project- & Impulssubsidies

Cultuureducatie met Kwaliteit

38

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

Bijlage II Investeringsagenda culturele voorzieningen 2020 – 2025 In de Uitvoeringsnota Huisvesting Culturele en Creatieve Sector hebben we onze doelen voor het realiseren van nieuwe voorzieningen en 80.000m2 werkruimte voor creatieven vastgelegd. We hebben in beeld gebracht welk instrumentarium ons ter beschikking staat en hoe we dit willen gebruiken om de doelstellingen te behalen. Schaarste betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden: wat realiseren we wel en ten koste waarvan? Op het gebied van culturele voorzieningen en creatieve werkplekken betekent dit dat we tot 2040 werken aan een pluriform aanbod dat past bij de stad en inclusief en toegankelijk is. Hieronder staan de concrete doelen op een rij. • Het Berlijnplein groeit uit tot de plek waar de toekomst van de stad via co-creatie en cultuur vorm krijgt. • We op gaan zoek naar een locatie voor een nieuwe culturele voorziening waarin toonaangevende beeldende kunst en een vernieuwende presentatieplek voor theater en dans samenkomen. • Er komt meer ruimte om op incidentele, nieuwe en verrassende plekken te programmeren: in de openbare ruimte, op scholen, in tijdelijke locaties en leegstaand erfgoed. • We werken aan versteviging van de keten: van opleidingen, werkruimtes, presentatieplekken voor startende makers tot presentatieplekken met een internationale uitstraling.

• Voor elke inwoner is een culturele wijkvoorziening op loopafstand bereikbaar, bij voorkeur in combinatie met andere maatschappelijke voorzieningen. Actieve cultuurparticipatie staat daar centraal. Dit geeft wijken kleur, sociale cohesie en een eigen identiteit. We geven slim ruimtegebruik concreet handen en voeten en iedereen krijgt de kans het creatieve vermogen aan te spreken

en te ontwikkelen. Een wijkcultuurhuis in Merwede en een jongerencultuurhuis in Leidsche Rijn staan al op stapel. Op basis van analyses van groei en aanbod zoeken we op verschillende plekken in de stad naar nieuwe locaties en aantrekkelijke combinaties met andere maatschappelijke voorzieningen. • Voor makers in de stad moet er voldoende ontwikkelruimte in de stad zijn. Dit betekent dat er de komende jaren 80.000 vierkante meter aan creatieve werkplekken bijkomt. Binnen deze ontwikkelruimte brengen we een differentiatie aan in prijs en uitstraling. Als gemeente investeren we vooral in ruimte voor autonome kunstenaars: beeldend kunstenaars, theatermakers, dansers en muzikanten. We werken aan een nadere regel voor muziekstudio’s: een impuls om ruimtes geschikt te kunnen maken voor het maken en opnemen van muziek.

39

Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen

Bijlage III Leden Adviescommissie 2025 – 2028 Farid Tabarki (voorzitter) Fabian Pikula Suzy Blok Claar Schouwenaar Marijn Cornelis Ekim Tan Dave Damen Aafke Romeijn Aiman Hassani Anneke Jansen Ralf Lambie Irfan Er Bert Palinckx Shay Raviv Pauline Post Bernadette Kuiper Nico Schaafsma Jessy Koeiman Angelique Spaninks Lisa Gritter Jaap Jan Steensma Yara Cavalcanti Araujo Talitha Stijnman Emjay Rechsteiner Tim Terpstra Sandra Trienekens Nathanja van Dijk Sènami Awunou

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=03182a6c-b6da-43e2-a13d-cd9bdea70fe8