Coördinatieverordening wijziging omgevingsplan en omgevingsvergunning Utrecht
Tekst van het document
Verordening over het coördineren van de voorbereiding en besluitvorming over een wijziging van het omgevingsplan en een omgevingsvergunning gemeente Utrecht
De raad van de gemeente Utrecht; -
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 februari 2025 met kenmerk ; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 3:20 sub a van de Algemene wet bestuursrecht;
Overwegende: • dat de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking is getreden, waardoor de coördinatieverordening op grond van de Wet ruimtelijke ordening geen wettelijke grondslag meer biedt voor coördinatie en dat per 1 januari 2024 de vernieuwde coördinatieregeling van afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht in werking is getreden; • dat er regelmatig gebruik wordt gemaakt van coördinatie; • dat dit ook onder de Omgevingswet mogelijk moet blijven; • dat een coördinatieverordening als voordeel heeft dat er niet voor elke ontwikkeling waarvoor een wijziging omgevingsplan nodig is apart een coördinatiebesluit door de gemeenteraad genomen hoeft te worden; • dat op basis van een coördinatieverordening snellere en samenhangende voorbereiding en besluitvorming kan plaatsvinden. Besluit de volgende verordening vast te stellen:
Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: -
aanvrager: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die een aanvraag om een omgevingsvergunning heeft ingediend; coördinatiebesluit: coördinatiebesluit als bedoeld in artikel 3:20 onder b van de Algemene wet bestuursrecht; coördineren: het gelijktijdig en in samenhang voorbereiden van besluiten in één gezamenlijke procedure volgens de coördinatieregeling van afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 16.14a van de Omgevingswet; verkeersbesluit: een verkeersbesluit als bedoeld in de artikelen 15 en 8 lid 1 van de Wegenverkeerswet en artikel 12 van de Administratieve Bepalingen voor het Wegverkeer.
Artikel 2 Reikwijdte van de verordening 1. Deze verordening is alleen van toepassing op het coördineren van een wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Utrecht en een daarmee samenhangende omgevingsvergunning voor in ieder geval een omgevingsplanactiviteit bouwwerken (‘het ruimtelijk bouwen’), al dan niet samen met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, een omgevingsvergunning voor een activiteit en/of besluit zoals genoemd in artikel 3 van deze verordening. 2. Besluiten waarvoor instemming nodig is van Gedeputeerde Staten en/of de Minister vallen buiten de reikwijdte van deze verordening.
Artikel 3 Omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, activiteit of besluit die deel kunnen uitmaken van de coördinatie 1. De voorbereiding van (een) besluit(en) over onderstaande omgevingsvergunning(en) kan gecoördineerd worden met de in artikel 2 genoemde besluiten, die de basis vormen voor de toepassing van de coördinatieregeling op grond van deze verordening: a. een omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit; b. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit grondwerk; a. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit beheer natuur, flora en fauna; c. een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit; e. een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit; f. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument; g. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geluidgevoelige gebouwen; h. een verkeersbesluit.
Artikel 4 Gevallen waarin besluiten worden gecoördineerd 1. In de volgende gevallen en onder de volgende condities bevordert het college van burgemeester en wethouders een gecoördineerde voorbereiding van besluiten als bedoeld in artikel 2 en 3: a. een wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Utrecht en een daarmee samenhangende omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken (‘het ruimtelijk bouwen’), maken tenminste deel uit van de te coördineren besluiten en; b. een ander besluit kan bij de coördinatie worden betrokken, als dit besluit genoemd is in artikel 3 en verband houdt met de aanvraag voor de wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Utrecht en de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken (‘het ruimtelijk bouwen’) zoals genoemd onder a en; c. er is vastgesteld dat het besluit als bedoeld onder b gecoördineerd kan worden voorbereid en; d. er is vastgesteld dat zich geen belemmering als bedoeld in artikel 5 voordoet en; e. de aanvrager heeft schriftelijk een verzoek ingediend voor een gecoördineerde voorbereiding en besluitvorming.
Artikel 5 Gevallen waarin geen coördinatie op grond van deze verordening plaatsvindt 1. In de volgende gevallen is een gecoördineerde voorbereiding en besluitvorming op grond van deze verordening niet mogelijk: a. er moet op grond van artikel 16.36 of artikel 16.43 van de Omgevingswet een milieueffectrapport worden opgesteld bij de wijziging van het omgevingsplan voor het project. b. de op grond van paragraaf 13.6.3 ´Kostenverhaal langs publiekrechtelijke weg´ van de Omgevingswet verschuldigde geldsom moet bij beschikking worden vastgesteld; c. uit een risicoanalyse nadeelcompensatie blijkt dat de ontwikkeling schade kan veroorzaken als bedoeld in artikel 15.1 van de Omgevingswet en de aanvrager is niet bereid deze schade voor zijn rekening te nemen.
Artikel 6 Aangewezen coördinerend orgaan en indienen laatste aanvraag 1. Het college van burgemeester en wethouders is het aangewezen coördinerend orgaan als bedoeld in artikel 3:21 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht.
2. In afwijking van artikel 3:23 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht mag de laatste aanvraag niet later dan 12 weken na ontvangst van de eerste aanvraag worden ingediend. 3. Het college van burgemeester en wethouders kan van lid 2 afwijken en bepalen dat voor het indienen van de laatste aanvraag een andere termijn geldt.
Artikel 7 Intrekking De Verordening over het coördineren van besluiten 2009 (Gemeenteblad van Utrecht 2010, nr.99) wordt ingetrokken per datum van de inwerkingtreding van deze verordening.
Artikel 8 Overgangsbepaling Procedures die gestart zijn onder de Verordening over het coördineren van besluiten 2009 (Gemeenteblad van Utrecht 2010, nr. 99) worden afgerond op grond van de Verordening over het coördineren van besluiten (Gemeenteblad van Utrecht 2010, nr. 99).
Artikel 9 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking 5 weken na bekendmaking in het Gemeenteblad.
Artikel 10 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Coördinatieverordening wijziging omgevingsplan en omgevingsvergunning gemeente Utrecht.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 2025.
De burgemeester, Sharon A.M. Dijksma
De griffier, Miguel Israel