Conceptverslag openbare vergadering Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 20 januari 2022.doc
Tekst van het document
Griffie Gemeenteraad Utrecht Secretariaat raadscommissie Mens & Samenleving Postadres Postbus 16200 3500 CE Utrecht Telefoon 030 - 286 10 69 Fax 030 - 286 15 18 www.utrecht.nl/gemeenteraad
VERSLAG OPENBARE VERGADERING COMMISSIE VEILIGHEID, BESTUUR EN FINANCIËN D.D. 20 JANUARI 2022 [Typ hier]
Datum verslag Locatie Verslag door Vaststelling verslag
21 januari 2022 Stadhuis, de hal Geertjan Benus (Notutekst) februari 2022
Verslag openbare vergadering Commissie Veiligheid, bestuur en financiën 10
20
Aanwezigen: Middagvergadering De voorzitter, de heer D. Gilissen, en voorts de leden: mevrouw J. Kleinrensink (GroenLinks), mevrouw J. Ferket (D66), de heer J. Wijmenga (ChristenUnie), de heer R. van der Zweth (PvdA), de heer Wiegant (SP), mevrouw J. Zwinkels (CDA), de heer J. Koppelaar (Student & Starter), de heer M. van der Heuven (Partij voor de Dieren), de heer R. Wiegant (SP), de heer M. Sungur (DENK), de heer C. Bos (Stadsbelang Utrecht), de heer D. Bosch (PVV), en van de griffie de commissiegriffier de heer J. Schueler en de (commissiesecretaris). Verslag openbare vergadering commissie Veiligheid, Bestuur (en Financiën) d.d 20 januari 2022 Aanwezigen:..........................................................................................................................................................- 1 1. Opening en mededelingen............................................................................................................................- 1 2. Vaststellen van de agenda en agenderingen ...............................................................................................- 1 3. Debat over de invulling van de ontstane wethoudersvacature .....................................................................- 1 -
Middagvergadering 20 januari 2022
1. Opening De voorzitter, de heer Gilissen, opent de vergadering van deze commissie om 14.00 uur en heet iedereen welkom. Hij attendeert op de corona-richtlijnen. Er staat één punt op de agenda: punt 3. 30
Mededelingen Geen. 2. Vaststellen van de Agenda en agenderingen Zie het voorgestelde agendapunt. De agenda van vandaag wordt conform vastgesteld. De heer Sungur (DENK) stelt voor de behandeltijd uit te breiden tot maximaal één uur. Aldus besloten na inventarisatie van de steun voor dit voorstel. 40
3. Debat over de invulling van de ontstane wethoudersvacature De fracties van DENK, StadsBelang Utrecht en de VVD gaan graag met de coalitiepartijen in debat over de keuze om voor minder dan twee maanden een nieuwe wethouder voor te dragen, waarbij zij in ieder geval de korte periode tot aan de verkiezingen (en vorming van het nieuwe college) en de druk op de gemeentelijke financiën willen bespreken. Verder zijn zij benieuwd waarom het volgens de coalitie niet mogelijk is om de openstaande Pagina 1 van 12
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 20 januari 2022
portefeuilles te verdelen over de zittende wethouders in relatie tot de korte tijd tot aan de verkiezingen (en het nieuwe college).
De voorzitter leidt de bespreking in en refereert daarbij aan de annotatie bij de agenda. (zie boven) 50
60
70
80
90
De commissie De heer Sungur (DENK) stelt voor op dat zijn inbreng zich niet richt op de persoon Streefland en haar geschiktheid voor de functie. Zijn fractie betreurt het gemak waarmee de coalitiepartijen van vlak voor de verkiezingen besluiten een nieuwe wethouder te installeren. Hij vraagt zich af waarom de openstaande vacature niet kon worden waargenomen door de zittende wethouders die straks demissionair zullen zijn. Hij vraagt uitleg van GroenLinks en D66. Daarnaast vraagt hij of een wethouder die straks demissionair is en alleen op de winkel hoeft te passen, aanspraak kan maken op meer dan 200.000 euro aan wachtgeld. Zijn fractie vindt dat onbegrijpelijk. Hij vraagt de GroenLinks fractie om uitleg. Mevrouw Ferket (D66) gaat ervan uit dat DENK eenmaal in de positie van collegepartij, ook vertegenwoordigd zou willen blijven met de levering van een wethouder. De heer Sungur (DENK) weet niet of zijn partij in een dergelijke situatie zou aandringen op de aanstelling van een in zijn ogen symbolische persoon in het college, anderhalve maand voor de verkiezingen, waarvan bekend is dat de samenstelling van de raad zal gaan verschillen en dat de huidige coalitie geen meerderheid gaat krijgen.
Mevrouw Ferket (D66) is van mening dat wanneer in het college wordt samengewerkt met drie partijen, het wethouderschap geen symbolische functie is, wanneer die drie partijen vertegenwoordigd zijn door een wethouder. Zij schetst de ontwikkelingen in corona. In die situatie is het super belangrijk adequate bestuurders te leveren en ook politieke besluiten te kunnen nemen. Een minderheidscoalitie vindt zij in deze periode niet verantwoord. Zij stelt zich voor dat het college de samenwerking wil afmaken met drie partijen zoals het die samenwerking is begonnen. De heer Sungur (DENK) merkt op dat de uitdagingen die mevrouw Ferket noemt, uitdagingen zijn waarin dit de gemeente iets kan betekenen met het bedrag dat te besparen is. Veel ondernemers wachten op steun. Zijn fractie zou dat geld anders benutten. Over anderhalve maand vinden de verkiezingen plaats. De meerderheid nu, zal straks geen meerderheid meer zijn wanneer hij de peilingen mag geloven. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) benadrukt dat de gemaakte afspraken tot het einde na te willen leven in deze coalitie wat ook haar betreft nageleefd moet worden. Zij vraagt hoeveel waarde de heer Sungur hecht aan samen de rit uitzitten. De heer Sungur (DENK) vindt het aan de ChristenUnie zelf een afweging te maken uit de coalitie te stappen of een nieuwe functie te aanvaarden. Hij begrijpt de persoonlijke afweging.
Hij gunt iedereen de beoogde functie. Hij stelt dat het hun eigen verantwoordelijkheid is. Hij herhaalt de mogelijke van een besparing op de gemeentelijke begroting. Die keuze zou op dit moment gemaakt kunnen worden. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) werpt het idee verre van zich dat de gemeente nu aan het bezuinigen is, óf extra geld gaat uitgeven. Dit is al begroot. Er is wel geld voor geregeld, er is een regeling. Dit is geen extra geld; het zou haars inziens zelfs minder geld kunnen kosten. Ordevoorstel De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) ziet dat GroenLinks en D66 hun inbreng leveren in de tijd waarin ze vragen zouden kunnen stellen. Hij vraagt dat op de tijdsregistratie te corrigeren. Pagina 2 van 12
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 20 januari 2022
De voorzitter roept de fracties op hun interrupties zo kort mogelijk te houden en niet vooruit te lopen op een mogelijke bijdrage in het debat.
100
110
120
130
140
Voortzetting van het debat De heer Sungur (DENK) zet uiteen niet te hebben gesproken over extra kosten. Hij sprak over een besparing. Daarvan is wel degelijk sprake. De heer De Pagter (VVD) hoort de fracties van GroenLinks en D66 zeggen dat het vanzelfsprekend is dat de ChristenUnie in het college vertegenwoordigd moet zijn. Hij merkt op dat er een coalitieakkoord is waaraan de fracties gebonden zijn, niet per se de wethouders. Er is volgens hem een keuzemoment geweest. Hij vraagt van D66 en GroenLinks meer toelichting dan het automatisme dan zou volgen uit het wegvallen van een wethouder en dat er dan een nieuwe wethouder bij moet. De heer Bosch (PVV) gaat in op de inbreng van de heer Sungur. Hij kan diens betoog over het wachtgeld volgen. De beoogd wethouder zou kunnen afzien van de wachtgeldregeling en hij vraagt of de heer Sungur daarover dan anders zou denken. Die 200.000 euro hoeft niet per se te worden uitgekeerd. De heer Sungur (DENK) licht toe dat zijn kritiek zich vooral richt op de tijd die deze coalitie is gegeven tot aan de verkiezingen. Hij voorziet dat de nieuwe wethouder” ongeveer anderhalve maand zal hebben voordat ze “demissionair” is. Daarvan leidt hij af dat die nieuwe wethouder op de winkel gaat passen. Wat hem betreft kunnen die zes wethouder dat ook goed; die wethouders doen dat op dit moment al.
Waarom zou dat in de komende anderhalve maand niet kunnen en daarna ook niet? Ten tweede is op de gemeentelijke begroting te besparen. Dat zou voor zijn fractie de situatie niet veranderen. Die besparing is dan op een andere manier in te zetten voor bijvoorbeeld de uitdagingen te lijf gaan waarover mevrouw Ferket zojuist sprak. Mevrouw Ferket (D66) vraagt wat maakt dat de heer Sungur denkt dat de nieuwe wethouder alleen op de winkel gaat passen. Hij had dat kunnen vragen bij de kennismaking waarbij hij niet aanwezig was. De heer Sungur (DENK) spreekt al drie jaar over de werkdruk van de raadsleden en de prioriteiten die ze moeten stellen. Hij wil zoveel mogelijk bijeenkomsten bezoeken. Hij ziet dat in deze gemeenteraad onvoldoende ruimte wordt geboden vooral door grote partijen. Hij refereert aan het presidiumoverleg. Daardoor lukt het de kleine fracties niet om overal altijd aanwezig te zijn, ook bij bijeenkomsten waarbij ze graag aanwezig zouden willen zijn. Zijn fractie neemt zich voor vanavond een motie in te dienen waarin hij de raad zal verzoeken om uit te spreken dat wethouders die minder dan drie maanden voor de verkiezingen worden benoemd, met uitzondering van de eerste zes maanden, horen af te zien van hun wachtgeld. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) vindt dat ongemakkelijk. Hij merkt op dat een wethouder wordt vervangen. Dan gaat het over het wachtgeld.
Daaraan wordt een bedrag van 200.000 euro gekoppeld. Hij vindt dat populistisch. De wethouder die wegging had ook recht op wachtgeld. Hoe denkt de heer Sungur daarover? De heer Sungur (DENK) maakt om die reden expliciet dat het niet gaat om extra kosten maar om een besparing. De raad zal in deze tijden genoeg andere keuzes kunnen maken, en ook als coalitie. Dit is wat hem betreft het moment om na te gaan of de raad die besparing wil maken of niet. Mevrouw Ferket (D66) vindt het onoorbaar om te spreken over afzien van wachtgeld. Hier wordt van bestuurders gevraagd hun hele leven om op te zetten, hun Pagina 3 van 12
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 20 januari 2022
150
160
170
180
190
baan op te zeggen, hun gezin te zeggen er de komende tijd niet te zijn met de avond eten. Dan vraagt de raad hen af te zien van hun wettelijk recht. Het gaat om keihard werken. Bovendien maken politici bedreiging mee en staan er elke dag voor de stad Utrecht, ook voor alle partijen in de raad. Dit staat voor de democratie en de waarborgen, het sociale vangnet waarover DENK normaal gesproken spreekt. De heer Sungur (DENK) merkt op dat wanneer gesproken wordt over intimidatie, over bedreigingen, ondervindt zijn fractie dat best vaak. Hij heeft in dat licht geen behoefte aan een pleidooi in die zin. Zijn motie richt zich niet alleen op de situatie van vandaag. Hij stelt voorop dat die motie voor de komende tijden/jaren is aan te houden, namelijk in het geval wanneer zo op het laatste moment van het aanblijven van de coalitie, de benoeming van de wethouder, er rekening mee te houden dat het tijdelijk is en daarmee ook de uitkering. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vraagt of de heer Sungur met haar deelt dat wanneer iemand tijdelijk is aangesteld, iets tegenover het risico gesteld moet worden met in ieder geval een vangnet. De heer Sungur (DENK) hoorde zojuist een vraag die ook in het dictum van de motie verwerkt is: wanneer het gaat om een korte aanstelling, aanspraak is te maken op zes maanden aan uitkering. Hij denkt dat dat voldoende is.
Degene die wordt geinstalleerd kan voor zichzelf de afweging maken of die zes maanden voor zichzelf voldoende is. Dat hoeft wat hem betreft geen twee jaar te zijn voor anderhalve maand wethouderschap. De heer Bosch (PVV) legt de vraag voor als suggestie voor DENK: wat wanneer een wethouderschap stopt in het licht van samen uit samen thuis en er een ChristenUnie-wethouder kan instromen. Hij zou dan de suggestie willen doen dat de wethouder voor mobiliteit, energie en groen zou stoppen. De heer Sungur (DENK) vindt dat idee heel sympathiek. Hij zou die afweging aan de beide coalitiepartijen willen laten. De heer Wijmenga (ChristenUnie) merkt op dat de wet een staffel toekent. Wanneer iemand wethouder wordt, krijgt die niet automatisch twee jaar wachtgeld wanneer die daarvan überhaupt al gebruik zou willen maken. Hij vraagt waarom de heer Sungur het nodig vindt om in het wettelijk onderscheid dat bestaat, iets te zeggen dat de wet al regelt: dat je voor drie maanden of korter er een andere wachtgeldregeling is. De heer Sungur (DENK) merkt op dat de wet een duur van drie maanden aangeeft waarbij er geen onderscheid wordt gemaakt tussen voor- en na de verkiezingen, tussen wel of niet demissionair zijn.
Hij vindt dat het moet worden beperkt tot drie maanden voor de verkiezingen wanneer ook echt gesproken kan worden over het dragen van een politieke verantwoordelijkheid en niet over het demissionair zijn, zeker in relatie tot het huidig aantal bestaande wethouders. Mevrouw Zwinkels (CDA) heeft de staffel erbij gepakt: tot drie maanden geldt de zes maanden. Dit is voor haar fractie geen reden om af te wijken van wettelijke waarborgen. Zij benadrukt dat de wethouders niet demissionair zijn na de verkiezingen. Bij de vorige verkiezingen bleef een aantal wethouders nog even aan; zij vraagt naar de reden om deze knip te maken. De heer Sungur (DENK) vindt het geen probleem wanneer ze aanblijven. Het zou goed kunnen zijn dat de meerderheid die er nu is, er straks niet meer is waardoor de samenstelling van de coalitie en het college gaan veranderen. Zijn motie richt zich ook niet per se op de situatie van vandaag. Het gaat wat hem betreft ook om de komende jaren. Pagina 4 van 12
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 20 januari 2022
200
210
220
230
240
Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt of zij het met zoveel woorden begrijpt dat de heer Sungur voorstelt zodra de verkiezingen zijn gehouden het college direct naar huis te sturen en niet eens de periode van onderhandeling en een nieuwe coalitievorming af te wachten. Dat mag wat haar betreft niet zo zijn. De heer Sungur (DENK) merkt op dat mevrouw Zwinkels dit niet juist begrijpt. Hij heeft dat ook niet gezegd. Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt wat de heer Sungur dan voorstelt; hoe lang mag de niet-demissionaire periode duren?De raad zal de wethouders niet naar huis sturen; dan zouden ze pas demissionair worden. Hoe lang mag die periode duren na de verkiezingen wanneer de wethouders niet demissionair zijn. De heer Sungur (DENK) licht toe dat wat hem betreft die periode zo lang mag duren totdat er een nieuwe coalitie is gevormd. Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt of de heer Sungur het met haar eens is dat zij in die periode aanspraak kunnen en mogen maken op de wettelijke waarborgen zoals mevrouw Ferket eerder betoogde. De heer Sungur (DENK) merkt op dat tijdens de coalitie-onderhandelingen de wethouders nog in dienst zijn. Op dat moment maken ze geen aanspraak op wachtgeld. Dat wachtgeld gaat pas in nadat de coalitieonderhandelingen voorbij zijn en de nieuwe wethouders geïnstalleerd zijn.
De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat in juridisch opzicht het niet bestaat dat een wethouder (de)missionair is. De wethouder is wethouder of wethouder-af. Dat is de praktijk. Hij vraagt waarom DENK de knip nodig vindt voor en na de verkiezingen als het gaat om doorlopende verantwoordelijkheden en in juridisch opzicht. Dan moeten wat hem betreft alle maanden geteld worden totdat de nieuwe wethouders geïnstalleerd worden. De heer Sungur (DENK) licht toe dat na de verkiezingen in de periode waarin wordt onderhandeld voor de vorming van een nieuwe coalitie, er geen grote besluiten genomen zullen worden. Dan zal er geen meerderheid zijn in de raad omdat de samenstelling van de raad zal zijn veranderd. De raad zal steeds geraadpleegd worden wanneer het gaat om grote besluiten. Dan is de wethouder voornamelijk op de winkel aan het passen. De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat de raad in ieder geval geraadpleegd wordt bij grote besluiten – zo is dat in het bestuur afgesproken. De functie of verantwoordelijkheden veranderen niet. Dat is wel het geval bij een demissionair Kabinet; er worden dan onderwerpen afgesproken die niet meer behandeld mogen worden. Een dergelijke situatie bestaat niet in de Gemeentewet rondom het lokaal bestuur.
Er is geen onderscheid tussen de periode ervoor en de periode erna al zal de praktijk zijn dat het college iets terughoudender is met nieuwe voorstellen. Wanneer dat het geval is, vindt hij het vreemd om daaraan eisen te verbinden. De heer Sungur (DENK) gaat het juist om de praktijk, namelijk dat de coalitie die zijn meerderheid heeft verloren in de raad, zomaar allerlei beleid besluiten kan nemen vanuit het idee dat het college het toch wel haalt in de raad. Dat betekent dat de zittende coalitie tijdens de coalitie onderhandelingen moet gaan zoeken naar een meerderheid in de raad. Dat is waarom hij spreekt over “op de winkel passen”. De heer Van der Zweth (PvdA) stelt afsluitend dat niet gesproken wordt over het nemen van besluiten. Gesproken wordt over wat dan met het wachtgeld te doen. Om die reden vindt hij het onnavolgbaar er iets bij te halen dat in juridisch opzicht geen verschil maakt. Dan zou de raad waar het past een knip aanbrengen om daar
Pagina 5 van 12
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 20 januari 2022
vervolgens een besluit aan te hangen dat juridisch en wettelijk is geregeld. Dat is volgens hem niet juist en moet ook niet worden gedaan. De heer Sungur (DENK) neemt kennis van het standpunt van de PvdA.
250
260
270
280
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat de ChristenUnie voor een paar maanden een nieuwe wethouder wil aanstellen. Hij bevestigt dat die op de winkel gaat passen. Wanneer dat langer duurt dan drie maanden, is de gemeente voor de hele periode ongeveer 230 – 240.000 euro lichter. Hij legt de vraag voor of dat wellicht beter is uit te geven aan andere zaken. Hij doet de suggestie de wethouder te vragen af te zien van het wachtgeld. Zijn fractie kan op zich een leven met het voorstel van de aanstelling van de wethouder, maar niet tegen die prijs. Mevrouw Ferket (D66) merkt op dat de heer Bos denkt dat Utrecht even kan afwijken van wettelijke kaders die zorgvuldig democratisch bepaald zijn in Den Haag. Een wethouder verdient niet zomaar even twee ton. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat dit geen vraag is. Daartegen maakt hij bezwaar. De voorzitter vraagt de heer Bos zijn betoog voort te zetten. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat het in zijn ogen heel simpel is: eerste jaar 80%, tweede jaar 70% en nog niet gesproken over pensioenpremie. Dat alles profiterend komt hij uit op 230 – 240.000 euro. Dat bedrag is de gemeente Utrecht kwijt wanneer daarvan gebruik gemaakt wordt. Hij bevestigt dat in wettelijke zin daarop een beroep te doen is.
Wanneer deze wethouder afziet van haar recht op wachtgeld, vindt hij het prima dat ze wordt aangesteld voor de komende periode. Ziet zij daarvan niet af, heeft hij zijn mening uitgesproken. Punt van orde De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op richting de heer Bos dat de agendering zich focust op een discussie met de coalitiepartijen zonder aanwezigheid van de wethouder. In die zin vindt hij het niet vreemd dat de voorzitter de ruimte geeft die de heer Bos bekritiseert. Hij vindt het niet chique hoe de voorzitter bij het debat wordt betrokken. De voorzitter roept wederom op het kort en bondig te houden. Voortzetting van het debat Mevrouw Ferket (D66) vraagt of de heer Bos bestuurders die heel voorzichtig zijn bij het nemen van alle politieke besluitvorming, en die niet overgeleverd willen worden aan de eventuele willekeur van de raad, wil ontdoen van hun sociale vangnet. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) merkt op en benadrukt dat niet gezegd te hebben. Hij doet een appel op deze wethouder. Hij vindt het prima wanneer de wethouder afziet van haar wettelijk recht op wachtgeld. Dat heeft wat hem betreft niets te maken met (de)missionair. De heer De Pagter (VVD) vindt het goed dat de commissie dit debat voert vandaag over de noodzaak van de benoeming van de nieuwe wethouder. Zijn fractie is niet per se tegen de benoeming.
Zijn fractie is wel benieuwd naar de overwegingen van de coalitiepartijen en in het bijzonder die van de ChristenUnie om op dit moment een nieuwe wethouder voor te dragen. Een andere overweging is er een keuzemoment was inplaats van het automatisme (er vertrekt een wethouder, dus we dragen een nieuwe voor). Daarover wil hij graag spreken. Met het vaststellen van de begroting is het college eigenlijk uitgeregeerd. Pagina 6 van 12
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 20 januari 2022
290
300
310
320
330
Afgelopen november is de begroting vastgesteld. Het beleid is vastgesteld. Er zijn over twee maanden verkiezingen. Het college voert dat beleid in de komende maanden uit. Dat roept bij zijn fractie de vraag op of het op dit moment nodig is om een zevende wethouder te benoemen. Zijn fractie begrijpt de behoefte van de ChristenUnie om ook aan de collegetafel te zitten. De vraag is of dat alleen de keuze rechtvaardigt om een wethouder naar voren te schuiven. Dat is de voornaamste vraag van de VVD. Hij verneemt graag de overwegingen om dit te doen en welke afspraken de coalitiepartijen daarover hebben gemaakt. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vindt dat een terechte afweging en wil daarop ingaan in haar eigen bijdrage. Zij legt de vraag voor of de VVD landelijk dit ook van mening is. Daar was ook een demissionair kabinet waar ook nieuwe mensen zijn benoemd. Het gaat om een zelfde soort situatie. De heer De Pagter (VVD) vindt het goed om in een individuele situatie naar alle omstandigheden te kijken. Op dat moment is die afweging landelijk gemaakt. Dat was ook in een situatie waarbij meerdere ministers of staatssecretarissen vertrokken en de werkdruk te hoog werd. Hij heeft niet de indruk dat het in dit geval hier aan de orde is. Hij refereert aan de eerder gevoerde discussie over de zevende wethouder. Met dit op de achtergrond stelt hij deze vragen.
Hij weet niet of zijn fractie dezelfde afweging zou hebben gemaakt wanneer hij deel had uitgemaakt van de coalitie. Hij herhaalt zijn vraag. De heer Wiegant (SP) is niet gecharmeerd van het plotselinge vertrek van wethouder Van Ooijen. Dat is niet omdat zijn fractie hem dit niet gunt, maar vooral omdat hij in zijn ogen een troep achterlaat bij Hulp bij het Huishouden met schrijnende situaties tot gevolg. Daarbij is haast geboden. Dat kan niet weken, laat staan maanden blijven liggen zonder dat ermee iets gebeurt. De voornaamste reden waarom zijn fractie akkoord kan gaan met een vervangende wethouder zo vlak voor verkiezingen is dan wanneer die vervangende wethouder dat dossier als speerpunt neemt. Daartoe roept hij haar op. Anders twijfelt ook zijn fractie om het nut van die wethouder, des te meer omdat het college voor een volgende periode al een wethouder minder ingeboekt heeft. Dat kan dus blijkbaar op zich prima. De heer Bosch (PVV) heeft moeite met het benoemen van de wethouder op een dergelijk korte termijn. Die zevende wethouder is er zijns inziens erbij betrokken om de getallen van het college goed te kunnen invullen. Hij sluit zich aan bij de vraag van de heer De Pagter over de overwegingen daarin. In reactie op de inbreng van mevrouw Ferket zet de heer Bosch uiteen dat de regelingen er niet voor niets zijn.
Het is altijd mogelijk iemand te vragen daarvan vrijwillig af te zien. Dat zou een soort gentleman’s agreement kunnen opleveren. Hij beseft dat dit juridisch gezien geen basis heeft. Daartoe roept hij de aan te stellen wethouder op. De heer Wijmenga (ChristenUnie) zet uiteen dat de vragen die nu gesteld worden, op drie punten terugkomen: de eerste is politiek – In het coalitieakkoord in 2018 is afgesproken dat elke partij met met een aantal wethouders vertegenwoordigd zou zijn. Voor zijn partij is dat slechts één wethouder. Die is weg. Door deze benoeming zal hersteld worden dat de ChristenUnie weer een wethouder in het college heeft. Dat is zoals partijen in politiek opzicht met elkaar werken. Pagina 7 van 12
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 20 januari 2022
340
350
360
370
380
Ten tweede, ook in reactie op de inbreng van de heer Wiegant, ligt voor het college veel werk in de dossiers van de portefeuille van de vertrokken wethouder. Niet voor niets is gekozen voor een zevende wethouder aan het begin van deze periode. De werkdruk voor zes wethouders was te hoog. Bovendien is er nu een nieuw kabinet aangetreden. Dat betekent dat het college vol aan de bak moet om de standpunten van het gemeentebestuur goed over te brengen. Wanneer een wethouder uitvalt, valt direct ook een debat uit: de wethouders zitten niet op hun handen. Hij schaart zich achter de opmerking van de heer Van der Zweth dat de gemeentewet niet een demissionaire wethouder kent. De wethouders krijgen het vertrouwen van de raad totdat de nieuwe wethouders benoemd zijn. De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt waarom het niet is ingeboekt voor de volgende periode wanneer het met zes wethouders niet uitkomt. De heer Wijmenga (ChristenUnie) brengt voor het voetlicht dat aan het begin van deze periode coalitieafspraken zijn gemaakt. Het staat een volgend bestuur vrij zich daarover uit te spreken. Het kunnen er best weer zeven worden. Dat lijkt hem ook verstandig. De heer Van der Zweth (PvdA) begrijpt heel goed dat de ChristenUnie dit inbrengt in dit debat ook gezien de werkdruk en de vraagstukken die voorliggen.
Hij vindt het niet passen wanneer deze coalitie een bedrag van 200.000 euro inboekt die door een volgende coalitie dan weer tegemoet moet worden. De heer Wijmenga (ChristenUnie) vindt dat een kip-ei-discussie. Uiteindelijk bepaalt de raad het aantal wethouders. Deze coalitieperiode zijn afspraken gemaakt. Het is dan sjiek om dat niet meteen voor de opvolgers te bepalen. Het lijkt hem persoonlijk wenselijk dat ook in de volgende coalitieperiode een college zou zijn met zeven wethouders. De heer De Pagter (VVD) waardeert het dat de ChristenUnie zich meer uitspreekt over zijn afwegingen. Hij gaat in op de eerste afweging: “we hebben het afgesproken, dus we doen het”. Hij vraagt of de ChristenUnie bij die afweging de verkiezingen heeft betrokken. Met welke termijn zou de ChristenUnie daarin een andere afweging maken. De heer Wijmenga (ChristenUnie) vindt als dan vragen lastige. Zijn fractie was al eerder op de hoogte dan de raad van het komende vertrek van de wethouder. Het denken was eerder gestart. Voor zijn fractie komt het erop neer dat de wethouders hun taken houden ook na de verkiezingen. Het feit dat er verkiezingen zijn, is dan niet relevant voor deze overwegingen. Het werk stopt niet na de verkiezingen. De benoeming is ook voor na de verkiezingen. Landelijk is aangetoond dat een coalitievorming lang kan duren. De aanstelling zou ook voor een langere periode kunnen zijn.
Zijn fractie is in de afgelopen vier coalitieperioden, twee keer vertegenwoordigd geweest. Het zou zo maar kunnen dat zijn fractie voor de volgende periode iets kan betekenen voor de stad. De heer De Pagter (VVD) bevestigt dat er niet zoiets bestaat als een demissionair college. Hij bevestigt dat er dan nog wel een college is. Het college van zes leden kan nog steeds zorgdragen voor de uitvoering van het beleid dat is vastgesteld. Zijns inziens komt er niet heel veel meer nieuw beleid naar de raad toe. Dat is ook groot deel van het werk van de wethouder. Hoe heeft de ChristenUnie dat afgewogen? De heer Wijmenga (ChristenUnie) begrijpt dat heer De Pagter deze in zijn ogen voor dit debat relevante vraag stelt. Tegelijkertijd is bekend dat in de lange termijnagenda die de raad regelmatig ontvangt, een behoorlijk aantal voorstellen zit die ook Pagina 8 van 12
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 20 januari 2022
390
400
410
420
430
nog na dit kwartaal of die ieder geval nog vóór de zomer ontvangen zal worden; het werk gaat gewoon door. Zijn derde punt was waarom zijn fractie een nieuwe wethouder voordraagt; er was voor zijn partij geen alternatief. Er is niemand anders die het ChristenUnie geluid in het college kan laten horen. Dat was anders geweest wanneer de ChristenUnie twee of drie wethouders had gehad. Bij een ander aantal wethouders had zijn fractie wellicht een andere keuze gemaakt. De heer Wijmenga (ChristenUnie) zet uiteen dat de voordracht van mevrouw Streefland ook is ingegeven omdat het iemand is die direct kan beginnen. Die hoeft niet op de winkel te gaan passen. Er liggen urgente dossiers in de portefeuille van deze wethouder. Hij refereert aan de inbreng van de heer Wiegant zonder daarop een toezegging te kunnen doen. Ook dat weegt mee in de voordracht. De heer Bosch (PVV) gaat ervan uit dat het ChristenUnie geluid in het hele beleid is. Het ChristenUnie geluid kan deze fractie luidkeels laat horen via de raad. De heer Wijmenga (ChristenUnie) is blij dat heer Bosch in veel van het beleid het geluid van zijn fractie herkent. Tegelijkertijd zijn er verschillende beleidsvormende gremia en het college heeft een eigenstandige besluitvormende taak; niet alles loopt via de raad.
Om die reden vindt zijn fractie het ook prettig wanneer iemand in het college zit die door de fractie van de ChristenUnie is voorgedragen. De heer Bosch (PVV) oppert dat de ChristenUnie een nieuwe wethouder kan presenteren na de verkiezingen, wanneer de fractie zoveel vertrouwen heeft in het resultaat van de verkiezingen. De heer Wijmenga (ChristenUnie) ziet dat niet in waarom hij moet wachten op de verkiezingen. Het college is bevoegd door te gaan na de verkiezingen totdat een nieuw college is samengesteld. De Gemeentewet maakt geen onderscheid tussen missionair en demissionair. De heer Bosch (PVV) vraagt of de heer Wijmenga erkent dat de verhoudingen in de samenstelling van het college dermate kunnen veranderen dat het college in ieder geval veel meer via de raad zou moeten doen, inplaats van via de coalitie. De heer Wijmenga (ChristenUnie) bevestigt dat die mogelijkheid zich altijd voordoet. De verkiezingen hoeven niet als consequentie te hebben dat alle wethouders iets anders moeten gaan doen. De heer Sungur (DENK) begrijpt dat de heer Wijmenga het een goed idee vindt wanneer het komende college ook bestaat uit zeven wethouders vanwege de werkdruk. Hij vraagt of hij er vanuit kan gaan dat de werkdruk zich ook vertaalt naar de gemeenteraad en dat de raadsfracties daarin ook evenredig ondersteund moeten worden volgens de ChristenUnie.
De heer Wijmenga (ChristenUnie) ervaart die werkdruk persoonlijk niet zo. Het verbaast zich wel eens over de discussie. In de afgelopen tijd is extra geld uitgetrokken door een raadsmeerderheid voor extra fractiebudget. Hij vindt het fijn dat dat bij sommige fracties voor verlichting heeft gezorgd. Zijn fractie maakt keuzes waarop zich in te zetten. De heer Sungur (DENK) houdt het voor mogelijk dat de mindere werkdruk die de heer Wijmenga niet ervaart te maken heeft met dat zijn fractie in het college zit omdat een deel van de plannen van de ChristenUnie verwerkt is in het coalitieakkoord waardoor de ChristenUnie ook minder oppositie hoeft te voeren. De heer Wijmenga (ChristenUnie) heeft integendeel die idee in deze periode het veel drukker te hebben dan in de periodes waarin hij louter oppositie voerde.
Pagina 9 van 12
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 20 januari 2022
440
450
460
De heer De Pagter (VVD) merkt op dat het coalitieakkoord de fracties bindt. Het college voert het akkoord uit. De ChristenUnie is nog steeds onderdeel van de coalitie. Hij herhaalt de vraag waarom het dan nodig is iemand in het college te hebben. Hij vraagt of de heer Wijmenga zijn andere. Ondermijnt de wethouder de noodzaak van de zevende wethouder met te stellen dat hij een andere afweging zou maken wanneer het aantal ChristenUnie-wethouders anders was geweest. De heer Wijmenga (ChristenUnie) zou het heel fijn vinden wanneer in het coalitieakkoord exact was uitgeschreven wat het college op welk onderwerp moet gaan doen. Tot zijn vreugde is het coalitieakkoord niet zo dik geworden. Dat betekent dat de uitwerkingsvragen op de tafel van het college liggen, waarbij het relevant is dat een vertegenwoordiger van de fractie aanwezig is die weet hoe de fractie daarover denkt. Dit speelt ook mee. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt de heer Wijmenga over het wachtgeld of de fractie van de ChristenUnie dan wel de wethouder zich heeft uitgelaten over wachtgeld daar zo mogelijk van af te zien. De heer Wijmenga (ChristenUnie) zet uiteen dat een tijdelijke uitkering die de wethouder kan krijgen na het verlaten van het ambt, een wettelijk recht is. Hij kan niet toezeggen of namens iemand spreken om te zeggen dat daarvan geen gebruik gemaakt zal worden.
Het gaat hierbij om een persoonlijke keuze. Tegelijkertijd weet hij van mevrouw Streefland dat zij altijd haar eigen broek heeft kunnen ophouden: economisch zelfstandig, altijd meer werk dan zij aankon, en in de fractie van de ChristenUnie is het zo is dat niet per se gebruik gemaakt hoeft te worden van rechten die er zijn. Hij gaat er 100% van uit dat mevrouw Streefland dat ook zo interpreteert. Het blijft aan haar om daarvan al of niet gebruik te maken. Hij weet zeker dat zij deze visie deelt. De heer Koppelaar (Student & Starter) heeft moeite met de vanzelfsprekendheid waarmee ervan uitgegaan wordt dat wanneer iemand recht heeft op wachtgeld diegene er ook maximaal gebruik van zal maken. Dat hoeft niet zo te zijn. Het is in de ogen van zijn fractie logisch dat de wethouders terughoudend omgaan met wachtgeld. Dat geldt voor een wethouder die voor een korte periode zitting heeft maar net zo goed voor wethouders die de termijn van vier jaar volmaken. Zijn fractie heeft geen bezwaar tegen het installeren van de beoogde nieuwe wethouder.
470
480
Mevrouw Ferket (D66) gaat er vanuit dat het college volle bak aan de slag is en gaat, ook met de komst van de nieuwe wethouder. De keuze van de installatie van kort voor de verkiezingen heeft daar het inzicht van haar fractie te maken met de situatie. In deze situatie vormen drie partijen een coalitie. Zij vindt het dan ook gepast met drie fracties vertegenwoordigd te zijn. De werkdruk speelt wel een rol. Zij heeft daarover al inbreng geleverd in relatie tot corona en alle problematiek waarmee de stad te maken heeft. Daarom kan D66 zich goed vinden in deze keuze. Wanneer D66 een staatssecretaris Jeugd had geleverd, had zij zich een andere keus kunnen voorstellen. Het gaat om een optelsom van samen met ChristenUnie, en corona en de problematiek en de verwachte duur. Uiteraard is haar hoop op gevestigd na de verkiezingen direct weer een coalitie te kunnen samenstellen. Dat kan in haar ogen een illusie zijn.
Pagina 10 van 12
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 20 januari 2022
490
500
510
520
530
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) merkt op dat gezegd is wat gezegd moest worden. Aan het begin van de periode is uitvoerig gesproken over het aantal wethouders. Destijds is die keuze gemaakt van zeven wethouders. Op dit moment zijn er voldoende uitdagingen om dit nog steeds nodig te vinden. Zij refereert aan de inbreng van de heer Wiegant. Volgens haar vindt iedereen in de raad dat besturen op een onderwerp als dakloosheid, of de Zorg weinig tijd nodig zou hebben. Bovendien gaat het om een afspiegeling van de grootte van partijen en het aantal partijen in de coalitie. Die combinatie maakt dat haar fractie het heel logisch vindt om door te gaan met deze samenstelling. De heer Sungur (DENK) merkt op dat ook GroenLinks spreekt over werkdruk die het aantal wethouders nodig maakt. Hij vraagt of mevrouw Kleinrensink denkt dat zich die werkdruk niet zou vertalen naar de raadsleden die de raadsvoorstellen op hun bord krijgen. Waarom is GroenLinks heel erg terughoudend wanneer het gaat om de ondersteuning van de fracties. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vindt dat een hele andere discussie. Zij ziet andere oplossingen voor de werkdruk van de raad. Zij wil daarop niet verder ingaan. Daarnaast merkt zij op dat het wethouderschap meer is dan alleen raadsvoorstellen naar de raad sturen. Er kan nog werk zijn waarop de raad geen zicht heeft.
De heer Sungur (DENK) vergist zich niet in het werk van de wethouders. Hij sprak over de vertaling van het werk naar de raadsleden. De raadsleden moeten ook naar al die voorstellen kijken, dat brengt ook een bepaalde werkdruk met zich mee waarover de raad al drie jaar spreekt en waarin geen stappen zijn gemaakt. Waarom draagt GroenLinks daaraan niet concreets bij. Hij ervaart die partij als werkt die dat alleen tegen. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) herhaalt dat een hele andere discussie te vinden. Zij herhaalt haar inbreng. De heer Bosch (PVV) vraagt of overwogen is in het licht van de werkdruk om bepaalde zaken te laten zoals de organisatie van een VUELTA en de belangrijke onderwerpen er uithalen. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) brengt in dat heel goed is nagedacht over of dit nodig is of niet. Zij noemt in haar ogen belangrijke onderwerpen. Zij houdt het voor mogelijk dat de verschillende fracties in de raad hierop ook verschillende prioriteiten stellen. Hiermee rondt zij haar bijdrage af. De heer Van der Zweth (PvdA) heeft er begrip voor dat de wethouder wordt vervangen. Het zou vreemd zijn wanneer de ChristenUnie uit het college vertrok. Hij refereert aan de politieke realiteit die is afgesproken. Zijn fractie had er anders over gedacht wanneer het om de twee andere partijen zou gaan. Dan zou zijn fractie de nadruk leggen op onderlinge vervanging.
De opgave die er liggen zijn groot genoeg. Met betrekking tot het wachtgeld benadrukt hij dat het gaat om een recht. Daarover bestaan in de samenleving ook uiteenlopende opvattingen. Hij begrijpt dat de commissie deze discussie voert, ook wanneer de wethouder slechts korte tijd zitting neemt in het college. Het zou de wethouder sieren wanneer zij hierover iets zegt. Daartoe roept de PvdA de wethouder op.
Pagina 11 van 12
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 20 januari 2022
De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) refereert aan de inbreng van de heer Van der Zweth voor zijn bijdrage. Hij begrijpt goed dat de ChristenUnie aan tafel van het college wil blijven. Daarvoor is de partij onderdeel van de coalitie. Ook hij zou een andere opvatting hebben wanneer het ging om meerdere wethouders uit een partij. Hij wenst mevrouw Streefland veel plezier en succes in haar nieuwe functie. 540
550
560
570
Mevrouw Zwinkels (CDA) kan zich van harte aansluiten bij de inbreng van de Partij voor de Dieren. Haar fractie steunt komst van mevrouw Streefland als wethouder. Veel is nog te doen. De voorzitter concludeert dat hiermee de aanwezige fracties hebben gesproken en dat het debat hiermee beëindigd is. Hij neemt aan dat het doel van het debat hiermee bevestigd is met het gevoerde gesprek. Er is een motie aangekondigd. Die zal in de raadsvergadering vanavond aan de orde komen. De raad vergadert vanavond vanaf 19:00 uur over de benoeming van de nieuwe wethouder. Punt van orde Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) had begrepen dat alleen gestemd zal worden over de motie die vanavond ingediend zal worden. Alles wat in de raad besproken zou moeten worden, is hier besproken. Zij vraagt of vanavond inderdaad alleen ceremonieel zal zijn. De voorzitter antwoordt bevestigend na afstemming met de commissiegriffier. De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of hij de tekst van de motie vóór 17.00 uur kan ontvangen. De heer Sungur (DENK) zal zich daarvoor inspannen. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) zal een appel doen op de wethouder [in spé] op het afzien van wachtgeld. Hij voelt zich niet thuis in de motie die de heer Sungur heeft aangekondigd. Het kan zijn dat zijn fractie nog een motie zal indienen.
Hij zal de motie van DENK niet steunen Mevrouw Ferket (D66) vraagt of het ontbreken van een inhoudelijke behandeling over stadsbelang akkoord is. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat iedereen op zijn inbreng heeft kunnen reageren. Hij hoeft geen beraadslaging. De voorzitter merkt op dat inbreng geleverd kan worden op het gegeven van de benoeming. Dat is te vergelijken met een korte stemverklaring. De voorzitter sluit de vergadering om 14.56 uur.
Pagina 12 van 12