CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag commissie VOWE 11 juni 2024

Commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie (2022-2026) 12 september 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Verslagen7.496 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag openbare avondvergadering commissie Volksgezondheid, 5 Onderwijs, Werk en Economie 10

Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag

11 juni 2024, 20:45 uur Raadszaal, stadhuis mw. N. de Graaf-Schouwenaar (Notuleerservice Nederland)

Aanwezigen 15

De voorzitter - dhr. F. Dekkers, de wethouder - de heer Eerenberg, de leden - mw. M. Beekmans (Bij1), dhr. D. van Bergen (CU), mw. M. Fattal (GL), mw. R. Leever (PvdA), dhr. R. Maas (VOLT), mw. T. Meerding (VVD), dhr. C. Nyqvist (Stadsbelang Utrecht), dhr. J. Otto (EenUtrecht), dhr. I. Simsek (DENK), dhr. R. Snijder (Student&Starter), dhr. D. van Vliet (D66), mw. L. de Vries (PvdD)

Afwezigen 20

25

Verslag vergadering commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie ............................................................................................................1 Verslag openbare avondvergadering commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie ..........................................................................................................................................................1 Aanwezigen .......................................................................................................................................1 Afwezigen ..........................................................................................................................................1 12. Stand van zaken modernisering Sekswerkbeleid .......................................................................1 LIJST VAN TOEZEGGINGEN.........................................................................................................12 Wethouder Eerenberg .................................................................................................................12

30

12. Stand van zaken modernisering Sekswerkbeleid 35

De voorzitter opent de vergadering om 20:45 uur en heet alle aanwezigen, zowel in de zaal als thuis, van harte welkom. De vergadering van vanavond is de afronding van het debat over de modernisering van het Sekswerkbeleid waar 23 mei jl. een start mee is gemaakt. Pagina 1 van 12

Er is toen, na beantwoording van de burgemeester, besloten om de commissie vanavond voort te zetten. De voorzitter geeft het woord aan de wethouder. 5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

Wethouder Eerenberg start met de mededeling dat in de commissie een voortgangsbrief is besproken en geen voorstel van het college. Er is een keerzijde aan sommige takken van sekswerk waar men niet naïef over moet zijn. De balans hierover kwam goed naar voren in de voortgangsbrief. Hij is zich ervan bewust dat hij vanavond mensen zal gaan teleurstellen. Hij zal de beantwoording van de gestelde vragen ordenen aan de hand van de aanbevelingen van commissie Sorgdrager. De eerste conclusie van Sorgdrager is ‘Vertrouwen op een nulpunt’. Het vertrouwen van sekswerkers en de aan sekswerkers gelieerde instellingen in de gemeente was op een nulpunt. Hij stelt dat er veel werk is gestoken in het herstellen van dit vertrouwen, door met elkaar in gesprek te komen, te luisteren, begrip te tonen en te onderkennen dat men elkaar kwijtgeraakt is de afgelopen periode. Van belang is om niet alleen met de sekswerkers maar ook met de buurten te spreken, onder welke condities zij sekswerkers in de buurt aanvaardbaar zouden vinden. Een aanbeveling van Sorgdrager is sekswerkers in verbinding brengen met politie en hulpverleners zodat zij elkaar beter gaan begrijpen. Een andere aanbeveling van Sorgdrager gaat over toegankelijke hulp en dienstverlening, hoe mensen die uit het sekswerk willen stappen bereikt kunnen worden.

Het overweeghuis zou een goede toevoeging zijn in het hele palet van ondersteuning van sekswerkers. Eén van de dilemma’s hierin gaat om alle spelregels rondom opkoopbescherming in de stad. Wanneer een sekswerker een woning zou willen gebruiken voor dit doel zou dit onttrekking van deze woning uit de woningvoorraad zijn. Hoewel het college hier niet blij mee zou zijn, is zij in beginsel bereid om te het gesprek over een uitzondering aan te gaan. Dit moet dan wel zorgvuldig binnen de spelregels zijn en uitlegbaar te zijn. Dit zou een belangrijk signaal zijn richting het overweeghuis. Op de vraag hoe veiligheid en zorg in de proeftuinen werkt, legt hij uit dat een proeftuin niet kan ontstaan zonder dat hulpverlening geïntegreerd is en de veiligheid te regelen is. Kleinschalige locaties helpen want dit is beheersbaarder, maar ook daar gaat het om het investeren in de relatie met elkaar. Dat er niets gezegd is over de financiën inzake de zorg en hulpverlening is een redactionele keuze geweest omdat het echt gaat over de aanpak. Uit de brief die het college gestuurd heeft blijkt dat er een aantal subsidies gaat naar allerlei vormen van ondersteuning van de sekswerkers, waaronder uitstapprogramma’s maar ook sociaal medische zorg. Het is op een andere manier georganiseerd dan in de organisatiekosten van de aanpak van Sorgdrager die in deze brief staat.

Op de vraag van de heer Van Bergen (ChristenUnie) of het kopje Platform Sekswerk hiermee is afgerond en hoe de belangen van de mensen die illegaal zijn en uitgebuit worden gehoord worden in de klankbordgroep en wie hierin zitten, antwoordt wethouder Eerenberg dat het gaat om het sekswerkplatform en de klankbordgroep voor sekswerkers. Bij het sekswerkplatform spreken sekswerkers met andere partijen als politie en OM. Bij de klankbordgroep sekswerkers zit een diverse groep sekswerkers die zeer goed namens onderdrukte sekswerkers spreken omdat ze het in de nabijheid hebben gezien. ‘Onderdrukt’ moet genuanceerd gezien worden want het kan ook gaan om sekswerkers die zeer vrijwillig en geëmancipeerd in het werk zaten maar handelingen hebben moeten verrichten die zij niet hebben willen doen. Ook het onderwerp ‘tussenpersonen’ is in de klankbordgroep aan de orde gekomen. Inzake de participatie stelt hij dat hij geen objectieve ondergrens kan aangeven als het gaat om ‘als er zoveel mensen bezwaar hebben, dan garandeert men dat het er niet komt’. Dit is zijns inziens niet fair omdat er veel voorzieningen in de stad zijn waar men gebruik van maakt, maar waar bij de start geen unaniem draagvlak voor was, zoals schoolpleinen, brandweerkazernes et cetera.

De heer Maas (VOLT) waardeert het dat de wethouder niet op applaus zit te wachten, terecht, maar is benieuwd wat de wethouder wel kan geven als een objectieve ondergrens niet tot de mogelijkheden behoort. Wethouder Eerenberg geeft aan dat een goed en eerlijk gesprek, openheid en transparantie gegeven kunnen worden. Hij merkt op dat, hoewel er geen concrete locatie gesprekken zijn geweest, er wel al gesproken is over spelregels als openingstijden, omvang en benaderbaarheid wat helpt bij een deugdelijk proces. De heer Otto (EenUtrecht) vraagt de wethouder of er iets te zeggen valt over randvoorwaardelijkheid, afspraken met de buurt op voorhand over het moment dat er iets gebeurt op het vlak van veiligheid of andere zaken. Pagina 2 van 12

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

Wethouder Eerenberg antwoordt dat het participatieproces moet deugen en dat zowel goede spelregels en ruimtelijke ordening hierbij van belang zijn. Bij het normaliseren van sekswerk is een goede ruimtelijke ordening van toepassing op de inpassing van een voorziening als deze. Daar zitten ook veel waarborgen in. Hij laat zich niet verleiden tot het geven van een ondergrens en daarbij behorende garanties. Het gaat om een belangenafweging waarbij soms, hoe vervelend ook, gesteld moet worden dat iets er moet komen. Daarbij is het zijn taak om het inzichtelijk te maken voor de raad zodat zij dit mee kan nemen in de overweging. De heer Simsek (DENK) vraagt de wethouder welk breed algemeen belang hij ziet voor de stad in specifiek dit soort proeftuinen of thuisprostitutie, hierbij verwijzend naar de opmerking van de wethouder over brandweerkazernes. Hieruit blijkt zijns inziens dat de bezwaren van buurtbewoners niet heel relevant worden geacht. Wethouder Eerenberg stelt de bezwaren van buurtbewoners zeer relevant te vinden maar dat de vraag was of objectiveren nu al, zonder een concrete casus, mogelijk is en of daar nu reeds afspraken voor gemaakt kunnen worden. Zijns inziens is elke individuele casus anders en dient dit niet nu al in een keurslijf gedrukt te worden. De brandweerkazerne is aangehaald als voorbeeld over hoe participatieprocessen en de democratie werkt.

Het belang waar hij over spreekt is schoon, veilig en verantwoord sekswerk. Daar dit nu onvoldoende gefaciliteerd en geregeld wordt, is hier nu geen sprake van. Sekswerkers in een kwetsbare positie zijn hier nu het slachtoffer van, alsmede klanten van sekswerkers omdat er onvoldoende toezicht is op de hygiëne. De heer Simsek (DENK) stelt dat zijn partij van mening zal blijven verschillen over het algemene belang van de aanwezigheid van prostitutie in de stad en dat de gemeente daarin bijspringt. De vraag aan de wethouder is wat het college dan gaat doen met de bezwaren van de buurtbewoners, zeker ook omdat er vanuit politie en OM is aangegeven dat dit kan leiden tot meer criminaliteit en onveiligheid in de buurt. Wethouder Eerenberg herhaalt dat elk bezwaar, op welk initiatief dan ook, serieus genomen dient te worden met elkaar. Een bezwaar betekent echter niet automatisch dat een voorstel er niet komt want dat is niet de belangafweging die gemaakt dient te worden. Dit is ook niet zijn opvatting van goede participatie en is naar zijn mening het organiseren van een vetocratie.

Op de vraag van de heer Simsek (DENK) of de wethouder vindt dat er sprake is van goede participatie op het moment dat een heel klein deelbelang van één specifieke sector en één specifieke groep gediend wordt en deze boven de belangen van buurtbewoners geplaatst wordt, stelt de wethouder het in de democratie en in het lokale bestuur van essentieel belang te vinden dat ook minderheden of functies waar niet iedereen gebruikt van maakt een ook serieuze kans moeten krijgen om onderdeel te zijn van de stad. De heer Van Bergen (ChristenUnie) merkt op dat er zorgen zijn over het draagvlak en vraagt de wethouder hoe hij de raad in positie gaat brengen en houden in het voortgaande proces over dit draagvlak en het plaatsen van proeftuinen. Wethouder Eerenberg specificeert dat voor ‘proeftuinen’ de zoektocht naar een locatie wordt bedoeld en dat het niet zinvol is om daarover een hypothetisch debat te gaan voeren daar er (nog) geen locatie is. De waarborg zit in het feit dat het proces zorgvuldig moet, de locaties moeten kloppen, de ruimtelijke ordening in orde moet zijn, er openheid van het stadsbestuur met de buurt moet zijn en dan het gesprek voeren zonder daar druk op te zetten. De raad komt hierin zeker aan zet, een goede participatie zit ook in een goed participatieverslag om het vervolgens met elkaar te wegen.

De heer Van Bergen (ChristenUnie) is benieuwd of dit betekent dat, op het moment dat men een locatie in gedachte heeft, dit in de raad in positie gebracht wordt of dat dit al daarvoor plaatsvindt. Wethouder Eerenberg stelt dat hij deze vraag voor zichzelf ook nog niet beantwoord heeft. Hij merkt op dat wanneer een locatie overwogen wordt, de inwoners daar in eerste instantie het volste recht hebben om hierover te horen en op te reageren, niet via een raadsdebat maar in een gesprek met elkaar. Hij kan zich voorstellen dat het college dan een uiterste poging zal doen om dit gelijktijdig te doen. De heer Nyqvist (Stadsbelang) merkt op dat er een toetsing moet plaatsvinden of een locatie wel of niet in aanmerking komt voor een proeftuin. Hij is benieuwd hoe het college danwel de wethouder dit van plan is te doen omdat zijns inziens deze mogelijkheid van toetsing er niet is, naast het feit dat hij niets ziet in de proeftuinen. Hoe kan er in alle kaders van redelijkheid, billijkheid en zorgvuldigheid een zuivere afweging gemaakt worden tussen eventuele locaties omdat er dan een soort willekeur zou optreden? Wethouder Eerenberg verwijst kortheidshalve naar de brief waar een aantal geschiktheidsnormen in vermeld staan. Pagina 3 van 12

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

De mate van zichtbaarheid van de sekswerkactiviteiten bepaalt de opvatting over goede ruimtelijke ordening. Om deze reden is het zeer complex om er een algoritme van te maken. Hij daagt de raad uit om een andere ruimtelijke ontwikkeling in deze stad aan te wijzen waar hier wel sprake van is. De heer Nyqvist (Stadsbelang) is nieuwsgierig naar het moment waarop de gemeenteraad van Utrecht deze procesmatige aanpak onder ogen krijgt en ter discussie kan stellen zodat de democratie in alle opzichten tot zijn recht komt. Op dit moment is de wethouder danwel het college de enige die kiest en pas als er gekozen is wordt de raad geconfronteerd met een proeftuin en alle eventueel afgeleide ellende. Wethouder Eerenberg antwoordt dat het college voorstelt en de raad kiest. De heer Otto (EenUtrecht) vraagt de wethouder of de mogelijkheid bestaat dat een open gesprek met de buurbewoners zou kunnen leiden tot het niet doorgaan van de proeftuin. Wethouder Eerenberg stelt dat dit nog altijd een zeer hypothetisch debat is, maar dat dit zijns inziens theoretisch zou kunnen. Hij verwijst naar de tippelzone, waar een alternatieve locatie voor was, waarbij uiteindelijk door de raad aangegeven is hier niet voor te kiezen. Hij zou zo een ongemakkelijk moment echter wel willen voorkomen door de selectie van wat voorgesteld wordt en de kwaliteit van het proces.

De heer Otto (EenUtrecht) kan zich voorstellen dat bij het verkennen en vaststellen van eventuele locaties al met omwonenden in gesprek gegaan dient te worden. Wethouder Eerenberg stelt dat dit één van de elementen van het kwalitatieve, open proces is dat van het stadsbestuur verwacht mag worden. Wethouder Eerenberg vervolgt met het onderwerp ‘rolneming’ daar de vraag gerezen is of de gemeente niet een actievere rol zou moeten nemen in de exploitatie van een dergelijke locatie en of de zoektocht niet omgedraaid zou moeten worden. Hij is van mening dat het zou moeten starten met een ondernemer of collectief van sekswerkers die zelf een additionele plek wil vinden. De contacten zijn er, men kent de grofmazige indeling in geschiktheid in de stad maar het moet echt beginnen bij de ondernemer zelf daar dit iets zegt over de mate van succes. Als de zoektocht omgedraaid zou worden doen zich andere dilemma’s voor. Als het college een sekswerklocatie zou aanwijzen maar hier nog geen ondernemer voor heeft zou dit heel veel debat, tijd, geld en energie gaan kosten zonder de garantie dat er een ondernemer instapt. De heer Nyqvist (Stadsbelang) vraagt of de wethouder erover nagedacht heeft dat als er geen sekswerker zou instappen op zo een moment, de locatie wellicht niet juist zou zijn.

Wethouder Eerenberg stelt dat, juist door deze vraag, voorkomen moet worden dat men in de omgekeerde variant komt en daarom het collectief van sekswerkers aan zet moet zijn. De heer Maas (VOLT) verwijst naar motie 161 waarin de wethouder gevraagd wordt locaties te zoeken maar dat er nu gesteld wordt dat de ondernemers dit zelf moeten doen. Daarnaast wordt er ook gezegd dat dit niet op industrieterreinen gedaan kan worden terwijl de collectieven van sekswerkers hier juist heel tevreden over zijn. Het zou dan fijn zijn als de gemeente helpt in het ter beschikking stellen van een locatie. Wethouder Eerenberg antwoordt dat er sekswerkers zijn die van mening zijn dat dit collectief gedaan zou kunnen worden vanwege de lage kosten. Er zijn echter ook sekswerkers die zich zorgen maken over hun veiligheid op een dergelijke plek. Om deze reden is het zijns inziens ingewikkeld om als gemeente te gaan kiezen voor een locatie. Dit mede omdat het plan hierdoor weer niet van de grond lijkt te komen wat een volgende teleurstelling voor sekswerkers zou zijn, hij wil proberen dit te voorkomen. De afspraak is gemaakt om het komende halfjaar te gebruiken om de sekswerker aan de hand van de gebiedsindeling uit te nodigen aan te geven of zij een gebied zien waar zij zich zouden willen vestigen waarbij de gemeente kan helpen.

Als dit niets zou opleveren, dan is hij bereid het paradigma om te draaien en komt men dichterbij motie 161. Deze volgorde is bewust omdat hij verwacht en hoopt, naar aanleiding van de mensen die door Sorgdrager geïnterviewd zijn, dat zij aan zullen geven hier klaar voor te zijn. Het zou vreemd zijn als het nu stil zou blijven omdat zij de gemeente gevraagd hebben dit te faciliteren. De tweede stap zou zijn om als gemeente gerichter te kijken of er locaties gevonden zouden kunnen worden. Het college wil hiervoor niet naar het eigen vastgoed kijken omdat de gemeente geen onderdeel zou moeten worden van de exploitatie van het sekswerk noch als verhuurder van het pand. Dit gebeurt in andere sectoren ook niet en heeft ook betrekking op het normaliseren. Pagina 4 van 12

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

Kan de gemeente dan ook nog de rol nemen als het gaat om veiligheid en zorgverlening als men zelf belanghebbende wordt? Dit maakt kwetsbaar en daarbij zit er ook spanning op bijvoorbeeld Wet Markt & Overheid. Hij spreekt de hoop uit niet bij deze laatste stap te komen maar geeft aan dat als dit alles niet zou lukken, men een jaar verder is en het college dan wellicht bij de raad terugkomt met het resterende dilemma. De heer Maas (VOLT) deelt de mening dat men met veel praten ergens komt, maar had gehoopt dat het na al die jaren sneller zou gaan als nu. Hij stelt dat er in Antwerpen gekeken gaat worden waar de gemeente wel een duidelijke rol speelt, niet als exploitant maar in faciliterende zin welke gemeente Utrecht goed zou passen. Hij vraagt de wethouder hoe hij voor zich ziet dat het zorgen voor veiligheid en gezondheid samengaat met de rol van de gemeente. Wethouder Eerenberg antwoordt dat als de heer Maas met het Belgisch model bedoelt dat de gemeente beheerder van de locatie wordt, hij hier geen voorstander van is. Als bedoeld wordt dat de gemeente ruimhartig gaat faciliteren, ondersteunen en zoeken maar zuiver in rolneming blijft dan zou dit zijns inziens de tweede stap zijn als het komende halfjaar zich niemand meldt.

Als het gaat om het inzetten van eigen vastgoed, blijft in zijn ogen het dilemma hoe men dan met elkaar ervoor kan zorgen dat de sekswerker het vertrouwen heeft dat, ook als de huurpenningen ervan afhangen, de gemeente en de zorgverlener klaar staan voor hulp. Hij is benieuwd wat het bezoek aan Antwerpen hierover duidelijk zal maken. De heer Maas (VOLT) nodigt de wethouder uit om mee te gaan en stelt dat aldaar een ambtenaar speciaal is aangesteld voor sekswerk met een openbaar telefoonnummer en die altijd bereikbaar is voor vragen. Deze ambtenaar wordt zowel door sekswerkers als door ondernemers in de stad goed gevonden. Dit zou een tip van zijn fractie zijn. Wethouder Eerenberg merkt op dat gemeente Utrecht deze ambtenaren ook heeft maar stelt dat er voorzichtig omgegaan zou moeten worden met het openbaar maken van het telefoonnummer. Deze twee personen voeren op dit moment debat en begeleiden het proces van Sorgdrager. Voor de hulpverlening is een heel team beschikbaar. De heer Maas (VOLT) geeft volledigheidshalve aan dat het niet zijn bedoeling was om enige ambtenaren te diskwalificeren in deze. Wethouder Eerenberg stelt dat er vragen zijn over thuissekswerk wat in het APV-voorstel naar voren kwam en op een later moment besproken zou worden. De voorzitter geeft aan dat de vragen beantwoord mogen worden maar dat er inderdaad nog een debat over gevoerd zal gaan worden.

Mevrouw De Vries (Partij voor de Dieren) merkt op beantwoording nu prettig te vinden. Wethouder Eerenberg antwoordt dat sekswerk beperkt moet worden naar het eigen huis omdat men de oprechte thuiswerker wil faciliteren. Als dit ook in andermans huis gefaciliteerd zou worden, en ook met meer dan één sekswerker wellicht, dan rijst de vraag of het nog om thuissekswerk gaat of dat iemand in zijn huis een seksinrichting is begonnen. Dit laatste zou niet vanuit een huis in een woonomgeving mogen plaatsvinden. Er zijn uitzonderingen zoals wellicht een echtpaar die vanuit huis deze dienstverlening zou willen aanbieden. Dit debat zal in september 2024 vervolgd worden. Mevrouw Meerdink (VVD) herhaalt de vraag hoe bijgehouden zal gaan worden wie er meedoen aan de proeftuin van thuissekswerk? Wethouder Eerenberg geeft aan dat het antwoord op deze vraag verderop zal komen. Mevrouw Beekmans (Bij1) komt terug op haar vraag hoe er omgegaan zou moeten worden als het thuissekswerk niet geregistreerd zou zijn op de bewoner van het huis. Wethouder Eerenberg stelt dat in het kader van normaliseren het echt om de eigen woning moet gaan, nog los van het feit dat het niet de bedoeling is dat iemand woont in een huis waar hij niet ingeschreven staat.

Mevrouw Beekmans (Bij1) vindt het niet geregistreerd zijn een interessant onderwerp in verband met sekswerkers in een kwetsbare positie die vaker niet dan wel geregistreerd staan in hun huis en hoe zij opgenomen zullen worden in deze regelgeving. Wethouder Eerenberg antwoordt dat zijn beeld van de manier waarop het college het thuissekswerk zou willen faciliteren, overigens met relatief weinig beperkingen landelijk vergeleken, inhoudt dat ongeregistreerd vanuit de eigen woning legaal thuissekswerk verrichten, niet mogelijk zou zijn. Deze manier van het faciliteren van thuissekswerk is bedoeld voor de geëmancipeerde, zelfverzekerde sekswerker die er echt voor kiest om dit vanuit eigen woning te doen en met open vizier. De groep sekswerkers die kwetsbaar is en waar veel zorgen om zijn, zouden op een andere plek gefaciliteerd moeten worden.

Pagina 5 van 12

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

Wethouder Eerenberg geeft inzake het onderwerp ‘veiligheid’ aan dat, in de beantwoording door de burgemeester in de voorgaande vergadering, het punt van registreren niet aan de orde is gekomen. De situatie nu is dat de Autoriteit Persoonsgegevens heeft gezegd dat deze persoonsgegevens niet voor registratie gebruikt mogen worden. Daarnaast geldt dat er een groep sekswerkers is waar een groot risico van bestaat dat, wanneer er drempels opgeworpen gaan worden, zij onder de radar gaan werken terwijl het doel schoon, veilig en transparant is. Om deze reden is hij terughoudend in de mate van registratie. Er komt wellicht wetgeving aan en zijn voorstel is om, zeker nu er een nieuw kabinet is, af te wachten wat dit gaat brengen. Registratie is, gezien het doel van schoon, transparant en veilig, in zijn ogen geen hulp voor deze groep. Wat wel helpt is vindbaar en benaderbaar zijn, de hulpverlening op orde hebben zodat ze uitgenodigd worden daar naartoe te gaan. De heer Van Bergen (ChristenUnie) stelt dat er middels de proeftuin wel een onderzoeksvraag ligt en dat de wethouder hierop terug zou komen. Wethouder Eerenberg vervolgt dat het advies van Sorgdrager was dat een externe partij lerend zou moeten evalueren. Hij is van mening dat het helpt als een externe partij, ook in het kader van veiligheid, evalueert hoe hij als wethouder en het college het doen.

Dit zou ook onafhankelijk aan de sekswerker gevraagd kunnen worden. Kan er geleerd en geëvalueerd worden zonder registratie? Wettelijk gezien mag dit niet maar vraagt creativiteit van het externe onderzoeksbureau. Zijns inziens zouden steekproeven en goede kwalitatieve diepte-interviews kunnen helpen bij het schetsen van een goed beeld hoe de proeftuinen in de praktijk werken, zonder dat elke individuele sekswerker die deelneemt zich moet registreren. De heer Nyqvist (Stadsbelang) merkt op dat het betoog van de wethouder staat of valt met het begrip van veiligheid, daargelaten dat op een gegeven moment de kosten voor rekening van de gemeente komen. Hoe kun men iets beveiligen als met niet weet waar het onveilig is? Met andere woorden, als er geregistreerd is, dan is bekend waar de onveiligheid te vinden is. Andersom kan er niets gedaan worden en blijft de onveiligheid in stand. Hij vraagt de wethouder of hij een pleidooi voert voor in feite het volledig doorvoeren van de registratie. Wethouder Eerenberg stelt zich niet bewust te zijn van het feit dat hij een pleidooi had gehouden voor registratie. De heer Nyqvist (Stadsbelang) legt uit dat het pleidooi ging over het zoveel mogelijk intact laten van het begrip veiligheid, wat alleen maar mogelijk is als men weet wat men moet beveiligen. Als dit niet bekend is, is men bezig met iets loos zonder enige onderbouwing.

Met andere woorden, als de wethouder serieus is met betrekking tot de zorgen over onder andere de gezondheid en veiligheid, dan moet er op een gegeven moment, eventueel in overleg met de burgemeester, tot een uitspraak gekomen worden dat dat alleen maar mogelijk is als alle mensen die in dit vakgebied treden op de juiste manier worden geregistreerd en dat dan ook de controle mogelijk is. Wethouder Eerenberg snapt de vraagt maar is van mening, net als de sekswerkers, dat de heer Nyqvist een andere taxatie maakt. Op het moment dat van sekswerkers verlangd wordt dat zij zich gaan registreren gaan er twee zaken plaatsvinden. Ten eerste is er een groep sekswerkers die dat niet gaat doen maar wel door blijft gaan met dit werk waardoor men het zicht erop kwijtraakt, ook richting de hulpverlening. De heer Nyqvist (Stadsbelang) vraagt de wethouder of hij ervan uitgaat dat dit impliciet inhoudt dat deze sekswerkers afstand doen van de veiligheid die hen geboden kan worden. Wethouder Eerenberg haalt de woorden van een sekswerker aan aangaande het legaliseren van sekswerk zonder registratie. Er is een bepaald type klant die van sekswerkers handelingen verlangt waarvan deze sekswerker niet van plan was ze aan te bieden, dus dwang gebruikt, en het feit dat thuissekswerk niet is toegestaan gebruikt om deze handelingen toch voor elkaar te krijgen.

Deze klant stelt dat wanneer hij meldt dat deze persoon een sekswerker is, deze uit huis gezet wordt of de gemeente langs zal komen. Door te legaliseren wordt dit type klant deze prikkel ontnomen. Legaliseren, zelfs zonder registratie, kan bijdragen aan veiligheid. Mevrouw Meerding (VVD) merkt op dat haar fractie wil laten zien dat bij de proeftuin locaties het inzichtelijk is wie er meedoen, dit is bij thuiswerk echter niet zo. Het kan niet zo zijn dat per 1 januari 2025 iedereen thuissekswerk kan gaan doen zonder dat de gemeente weet waar het gebeurt. Een soort van deelnemerslijst zou haars inziens nodig zijn om te kunnen evalueren. Wethouder Eerenberg stelt dat deze deelnemerslijst niet toegestaan is. Thuissekswerk vindt nu al plaats maar het doel is om de onveilige, illegale en verborgen prikkel weg te halen. Een evaluatie kan plaatsvinden aan de hand van meldingen die gedaan worden, zoals bijvoorbeeld voor overlast, en er zouden diepte-interviews met sekswerkers gedaan kunnen worden. Hij is van mening dat er wel degelijk iets zinnigs gezegd kan worden over deze proeftuin zonder dat de gemeente hoeft te weten waar de thuissekswerkers zich bevinden. Pagina 6 van 12

Mevrouw Meerding (VVD) merkt op dat het in de ogen van haar fractie heel vreemd is dat de gemeente geen idee heeft waar het thuissekswerk plaatsvindt en is het niet eens met de wethouder in deze. 5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

De heer Simsek (DENK) vraagt de wethouder of dit ook de lijn is die het college op andere onderwerpen zal gaan voeren; het legaliseren omdat het toch al plaatsvindt of omdat er chantage plaatsvindt. Wethouder Eerenberg stelt de wedervraag of het verbieden van middelengebruik zou bijdragen aan veiliger middelengebruik. Hij stelt dat het gegeven dat het toch al gebeurt inhoudt dat men er beter voor kan zorgen dat het fatsoenlijk gebeurt of de minst schadelijke variant daarvan kiezen. Het is geen aanmoediging om het te doen maar stelt dat de suggestie van de heer Simsek wellicht een goede basishouding is. De heer Simsek (DENK) is benieuwd of de brede lijn van het college is dat, ook als er allerlei bezwaren van omwonenden zijn, het gelegaliseerd moet worden op het moment dat het anders als chantagemiddel ingezet zou kunnen worden. Wethouder Eerenberg legt uit dat legaal thuissekswerk geen vrijbrief is om overlast te veroorzaken, dit geldt voor alle activiteiten. Wethouder Eerenberg vat de voorgaande uitgelegde punten samen. In het vierde kwartaal 2024 krijgt de raad een brief met de stand van zaken waarin gemeld wordt welke externe partij de evaluatie gaat doen en op welke wijze. De heer Van Bergen (ChristenUnie) vraagt of de APV vlak na de zomer behandeld zal gaan worden en de onderzoeksvraag pas in Q4 2024.

Wethouder Eerenberg antwoordt niet te weten wanneer de APV-wijziging geagendeerd is maar dit zal zeker na de zomer zijn, vermoedelijk september 2024. De raad dient twee besluiten te nemen om de thuissekswerk proeftuin mogelijk te maken, waarvan één de APV is en de tweede het planologische, de eerste wijziging omgevingsplan. De voorzitter merkt op dat het debat over de APV plaatsvindt op 12 september 2024. Wethouder Eerenberg komt terug op de vraag van de heer Van Bergen (ChristenUnie) of het zeker is dat een proeftuin altijd een alternatieve locatie zal hebben, zodanig dat het type werk niet zichtbaar is. Hij vindt dit een goed uitgangspunt maar geeft aan dat dit locatieafhankelijk is, niet elke vorm van sekswerk is zichtbaar. Als het gaat om raamsekswerk dient dit zeker onderdeel te zijn van een goede ruimtelijke ordening. Een afstandsnorm tot scholen is niet mogelijk daar ook dit afhankelijk is voor welk type sekswerk de locatie is. De heer Van Bergen (ChristenUnie) concludeert dat de wethouder zich er in beginsel voor wil inspannen dat het niet in de buurt of zichtbaar is voor scholen en religieuze instellingen. Wethouder Eerenberg legt uit dat deze afweging bij een goede ruimtelijke ordening hoort.

Daarnaast benadrukt hij dat aangeven wat het betekent als het niet zichtbaar is voor omwonenden, scholen en religieuze instellingen zonder een casus op tafel te hebben, ingewikkeld is. De heer Van Bergen (ChristenUnie) stelt dat hij daarom het woord ‘in beginsel’ gebruikte in zijn vraag en gaat het om de inspanning van de wethouder waar om gevraagd wordt. Wethouder Eerenberg stelt dat deze inspanning er zal zijn omdat dit bij een goede ruimtelijke ordening hoort. Bekeken moet worden, afhankelijk van het type sekswerk, dat dit zo goed mogelijk bij in de ruimtelijke ordening past. Belangen van omwonenden horen hierin afgewogen te worden, niet alleen of iets zichtbaar is maar ook over bijvoorbeeld aantrekkende werking van het verkeer. De heer Van Vliet (D66) vraagt de wethouder om een bevestiging dat in de zoektocht hoe één en ander uiteindelijk gerealiseerd gaat worden, de veiligheid en autonomie van de sekswerker vooropgesteld gaat worden. Wethouder Eerenberg herhaalt de doelstelling van het college, te weten veilig, schoon en transparant sekswerk. De heer Simsek (DENK) vraagt of het beschermen van kinderen van eventuele onveilige situaties door prostitutie een rol voor de wethouder speelt, zoals dit ook bij coffeeshops het geval is. Wethouder Eerenberg merkt op dat dit, voor zover het waar zou zijn, een rol speelt.

Hij herhaalt het genuanceerde antwoord dat de ene situatie de andere niet is en dat het om goede ruimtelijke ordening gaat. Zijns inziens is het wezenlijke verschil met coffeeshops dat men daar ook het gebruik zelf wil ontmoedigen. Hij denkt dat zijn uitleg zeker aangeeft dat alles zeer serieus afgewogen zal gaan worden maar er kan vanavond geen belofte gedaan worden. Pagina 7 van 12

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

Wethouder Eerenberg stelt inzake de vraag hoe de collectieven van sekswerkers ondersteund gaan worden, dat dit vooralsnog zal gaan over de opstartfase, advies, hoe te organiseren et cetera. Hier zijn middelen voor maar ook hier geldt dat het collectief hier het initiatief in zal moeten nemen. Hulpverlening kan hier een rol bij spelen maar het begint bij intrinsieke motivatie. Over de locatie van het Zandpad stelt hij dat de randvoorwaarde hier is dat het sekswerk niet onmogelijk maakt. Sorgdrager heeft hier echter wel geadviseerd, zeker voor het vertrouwen in sekswerkers en in buurten, dit niet Overvecht te starten en dit advies wordt ter harte genomen. De enige aanbeveling van Sorgdrager die door het college nu niet wordt overgenomen gaat over de tippelzone omdat hier geen goed trackrecord voor is. Er is getracht om de tippelzone te verplaatsen maar dit is niet gelukt, mede dankzij veel steun van de raad. Als het gaat om locaties van sekswerk die veel weerstand oproepen in de buurt, dan zijn dit de tippelzones. Hij begrijpt dat, vanuit de positie van de kwetsbare sekswerker, dit een toevoeging aan het aanbod is en dat er voor veiligheid zaken goed georganiseerd kunnen worden. Toch is hij van mening dat dit niet als eerste gedaan moet gaan worden omdat het draagvlak dan wegzakt en het de andere proeftuinen ‘kaapt’.

Hij spreekt de oprechte hoop uit de komende twee jaar succes te kunnen boeken met de proeftuinen die nu wel gedaan worden en met het herstel van vertrouwen. De heer Maas (VOLT) begrijpt de mening van de wethouder om hier niet direct mee te starten maar wil graag wel een perspectief zien voor de groep van kwetsbare sekswerkers. Wethouder Eerenberg is van mening dat, op het moment dat er meer bereikt zal kunnen worden op het gebied van vertrouwen, thuissekswerk en de proeftuinen met zicht op een locatie, er voor de huidige periode en gezien de historie een grote stap gezet is. Er is dan een fundament gelegd waarop voortgebouwd kan worden en hij wil dit fundament niet wankel maken door er complexe vormen van sekswerk in te stoppen. Hij wil de komende twee jaar vol voor dit fundament gaan in de hoop dat dit genoeg perspectief zal bieden voor doorontwikkeling. De heer Maas (VOLT) ziet niet in waarom het bieden van een richting tot onstabiliteit in de eerste twee stappen zou leiden en vraagt nogmaals of de wethouder een perspectief kan bieden. Wethouder Eerenberg blijft bij zijn antwoord dat de polsstok maar zo lang is als deze is als het gaat om tijd, capaciteit, middelen en een oprechte inschatting van het draagvlak. Daar wil hij op sturen zodat men vanuit daar, op basis van ieders eigen politieke ideologie, verder op kan bouwen.

Hij is van mening dat, wanneer de volgorde omgedraaid zou worden, het risico bestaat dat na deze twee jaar minder bereikt is dan wat hij nu voor ogen heeft. De heer Maas (VOLT) verzucht dat men de laatste tijd te maken heeft met het oppakken van illegaal sekswerk waar het thuissekswerk geen eind aan zal maken. Het zijn met name de kwetsbare sekswerkers die hier in de knel zitten. Vanuit dit perspectief gezien zal zijn fractie bekijken of men daar iets mee moet gaan doen. Wethouder Eerenberg neemt dit ter kennisgeving aan. Wethouder Eerenberg antwoordt op de vraag van GroenLinks of een corporatie voor commercie gaat. Dit is, waar het hem betreft, in formele zin niet het geval. Als er een commerciële partij voor goede exploitanten is, zijn ze welkom. Als het gaat over de meer morele kant stelt hij het fantastisch te vinden als er een groep geëmancipeerde sekswerkers zou zijn die dit zelf willen gaan regelen. Hij hoopt dat dit gehoord wordt en zij zich aan zullen melden. Mevrouw Fattal (GroenLinks) vraagt de wethouder of hier meer op ingezet kan gaan worden. Het is minder toegankelijk voor sekswerkers die niet goed weten hoe het werkt om jezelf te verenigen in een coöperatie. Het zou handig zijn als de gemeente daarbij wel bepaalde tools geeft om dat te ontwikkelen.

Wethouder Eerenberg legt uit dat de hulpverlening, die een goed contact met de sekswerkers hebben, hen op de hoogte te stellen van het feit dat de gemeente wil helpen als het gaat om advies en organisatie. Op de vraag van D66 of auto’s uitgesloten zijn op het moment dat een proeftuin een locatie met ramen wordt, stelt Wethouder Eerenberg dat dit niet het per se geval is. Ook hier geldt integrale afweging et cetera. In het geval er geen alternatieve route bij een locatie is, is dit dan de garantie dat het er ook niet komt? Hij stelt dat deze garantie niet bestaat, er zijn ook geen criteria waarbij geldt dat er een garantie is dat het er wel komt. Op de opmerking dat in elke wijk raamsekswerk zou moeten komen op korte termijn, geeft hij aan dat het aan de commissie is om daarop te reageren en hij hier geen antwoord op heeft. Inzake de financiën geeft hij aan dat er zo realistisch mogelijk begroot is. Niet alles is te voorzien dus het is mogelijk dat er volgend jaar een andere begroting voorligt. Deze projectbegroting past binnen de P&C-cyclus mits alle besluiten ook conform worden genomen in de voorjaarsnota en begrotingen die voorliggen. Pagina 8 van 12

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

Mevrouw Meerdink (VVD) merkt op dat de constatering van de VVD was dat in die projectbegroting steeds meer overblijft en vervolgens afvloeit naar onvoorzien. De stelling van VVD is dat de begroting te ruim genomen is en vraagt de wethouder om zijn mening. Wethouder Eerenberg stelt dat de post onvoorzien uitloopt op iets minder dan 100.000€ wat voor een project als dit een realistisch bedrag is. Er gaan onvoorziene zaken gebeuren en hij wil voorkomen dat dit zodanig uitloopt dat de raad zich hier weer over dient te buigen. Mevrouw Meerdink (VVD) geeft aan dat de post onvoorzien vooral in het laatste jaar groot wordt daar waar het in voorgaande jaren veel lager was. Wethouder Eerenberg legt uit dat dit niet de bedoeling is, zijns inziens is het cumulatief. Hij stelt voor dit later met elkaar te controleren. Het is zijn verantwoordelijkheid dat er zinnige zaken met dit bedrag gedaan worden en daar is de raad scherp genoeg voor. Wethouder Eerenberg geeft aan dat, inzake de vraag van Partij voor de Dieren of de nota niet te laat komt, dit niet het geval is. Het doel van de nota is om een aantal van de genomen besluiten, wat men aan het doen is en wat men gaat doen, te bundelen. Er is geprobeerd om zaken parallel te laten lopen. Op de vraag wanneer de omgevingsplan wijziging komt, stelt hij dat dit nog voor de zomer aan de raad aangeboden zal worden.

Vervolgens komt dit in de ROG-commissie en dan kan de raad het in de herfst agenderen. Mevrouw De Vries (Partij voor de Dieren) vraagt of dit niet in de raadsvoorstellen samengevoegd kan worden, het vaststellen van de APV-wijziging waarbij in het raadsvoorstel aangegeven kan worden dat dit automatisch doorgevoerd wordt in de andere wijziging. Wethouder Eerenberg legt uit dat dit niet mogelijk is omdat de omgevingsplan wijziging een collectie van wijzigingen betreft. Het is wel mogelijk om bij het debat aan te geven dat dit al besproken is. Op de vraag van Student & Starter wat er in het hoofdlijnenakkoord staat, stelt hij dat hier niets in staat maar dat er deze zomer een regeerakkoord komt. De heer Snijder (Student & Starter) vraagt de wethouder om meer uit uitleg en beeldvorming bij wat voor problematiek er mogelijk komt als het nieuwe regeerakkoord er is. Zijn fractie maakt zich zorgen om de ontwikkelingen. Wethouder Eerenberg antwoordt dat enkel in het hoofdlijnenakkoord vermeld staat dat de minimumleeftijd naar 21 gaat wat overeenkomt met de spelregels van het thuissekswerk. Dit betekent dat er nu met een bewindspersoon gesproken kan gaan worden over een regeerakkoord in wording waardoor er ook lobby boodschappen gegeven kunnen worden.

Op de vraag wanneer men naar de raad moet gaan als er meer geld nodig blijkt te zijn voor sekswerk, antwoordt hij dat dit via de reguliere P&C-cyclus gaat. Als het gaat om de vragen over het benzinestation en de rioolwaterzuivering van het Zandpad, meldt hij dat dit onderdeel is van het ruimtelijk onderzoek dat gevoerd dient te worden. Voor de functie ‘wonen’ zal alles op alles gezet worden. Mevrouw Leever (PvdA Utrecht) uit de zorg over hoe verstandig het is om de huidige situatie, waarbij sekswerkers nog in de illegaliteit verkeren wat onveiligheid veroorzaakt, voort te laten duren. Zij vraagt de wethouder om geruststelling daarin. Wethouder Eerenberg geeft aan dat men met de harde realiteit te maken heeft en met het doorlopen van langdurige processen in het stadsbestuur. In zijn beleving is men keihard bezig met dit onderwerp maar kan men de realiteit niet wegnemen. Om deze reden wil hij de proeftuin thuissekswerk naar voren halen omdat dit relatief eenvoudig gedaan kan worden. Mevrouw Leever (PvdA Utrecht) stelt dat de bal volledig bij de markt heeft gelegen en de aankomende zes maanden ook nog, dit heeft echter nog tot niets geleid. Ze vraagt de wethouder waarom hij het vertrouwen heeft dat dit gaat veranderen in de komende zes maanden.

Wethouder Eerenberg legt uit dat het steeds om grote locaties ging terwijl sekswerkers nu aangegeven hebben bij commissie Sorgdrager dat op het moment dat het kleinschaliger is, er wel mogelijkheden zijn. Om deze reden gaat hij ervan uit dat zij nu wel hun vinger zullen gaan opsteken. Hij zou teleurgesteld zijn als dit niet het geval zou zijn. Mocht dit wel het geval zijn, dan wordt rond de jaarwisseling het paradigma omgedraaid met alle mogelijke dilemma’s van dien. De heer Simsek (DENK) wil van de wethouder weten hoe hij ervoor gaat zorgen dat, als het gaat om participatie en het gesprek in de buurt, dit ook daadwerkelijk gaat gebeuren met een groep mensen die representatief is voor de wijk en de stad. Daarnaast is hij benieuwd in hoeverre participatie heeft plaatsgevonden als het gaat over de APV-wijziging om thuissekswerk toe te staan. In hoeverre weet de wethouder of daar draagvlak voor is onder bewoners?

Pagina 9 van 12

De heer Van Bergen (ChristenUnie) herhaalt de twee vragen over het onderzoek en wil weten of het correct is dat de antwoorden hierop in een brief in Q4 gegeven zullen worden. Dit wordt door wethouder Eerenberg bevestigd. 5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

Mevrouw De Vries (Partij voor de Dieren) komt terug op de vraag aan de wethouder wat zijn boodschap is aan de sekswerkers die nu buiten de boot vallen met deze plannen, wat hij hierin als oplossing ziet en wat zij men van het college kan verwachten. Wethouder Eerenberg antwoordt dat voor representatie bij participatie er gehandeld zal worden zoals altijd gedaan wordt. Er is participatie over de APV-wijziging geweest middels de brief, dit is hand in hand gegaan met de eerste wijziging omgevingsplan die formeel ter inzage heeft gelegen. Mensen hebben hier in formele zin op kunnen reageren. De heer Simsek (DENK) geeft aan niet gerust te zijn op deze uitspraken van de wethouder. Zijns inziens is de participatie vanuit dit college en deze raad dramatisch op vele onderwerpen. Hij vraagt de wethouder of de raad bepaalde zeggenschap krijgt over de criteria als het gaat om participatie of dat het volledig in handen van het college ligt. Wethouder Eerenberg geeft aan benieuwd te zijn welk criterium de heer Simsek aan het college mee zou willen geven en houdt zich hiervoor aanbevolen. Hij distantieert zich van de stelling van de heer Simsek over de participatie. Hij staat voor vele projecten in goed persoonlijk contact met de bewoners, ook al zijn de meningen verdeeld. Zijns inziens is dit de sleutel voor participatie.

De uitkomst van een participatieproces kan niet altijd voor iedereen bevredigend zijn maar het proces moet goed geweest zijn. Wethouder Eerenberg vat kort samen dat hij blij is dat het gesprek gaande is en dat, hoewel er geen garanties gegeven kunnen worden, men zich er maximaal voor moet inspannen dat op een dergelijke locatie ook plek zal zijn voor de kwetsbaren, wetende dat niet alle kwetsbare sekswerkers op elke plek willen werken en huurprijzen ingewikkeld zouden kunnen zijn. De voorzitter stelt de vraag hoe deze discussie afgerond zal worden en of het naar de raad wordt gebracht, al dan niet gecombineerd met de APV-bespreking. De heer Van Bergen (ChristenUnie) stelt dat een aantal zorgen middels deze bespreking zijn weggenomen. Desalniettemin wil hij het naar de raad brengen en eventueel een motie indienen over de volgordelijkheid. De heer Maas (VOLT) stelt voor om het over de zomer heen te tillen en het samen met de APV te behandelen zodat alle afrondingen in één raad gedaan kunnen worden. Mevrouw Meerdink (VVD) geeft aan dat de fractie meedoet als het naar de raad zal gaan. Zij zullen dan ook met een motie komen over de deelnemerslijsten en het inzichtelijk maken van wie er meedoen aan de proeftuinen. De heer Simsek (DENK) stelt ook mee te doen met de raad. Ook zijn fractie zal met een aantal moties komen die zullen gaan over de locaties en de participatie.

Hij staat ervoor open om het na het zomerreces te tillen en één prostitutie debat te houden met de APV-wijziging. De heer Van Bergen (ChristenUnie) is het eens met het voorstel om het debat na de zomer te doen. De heer Van Steeg (CDA) brengt het ook in de raad in en wil goed naar de financiën kijken omdat dit voor hem nog niet duidelijk is. Hij wil bekijken of dat nu moet of dat dit bij de APV-wijziging gevoegd kan worden. Mevrouw De Vries (Partij voor de Dieren) stelt mee te willen agenderen voor een raadsvergadering en dan vooral na het zomerreces. De heer Simsek (DENK) geeft aan te bezien of de fractie in de raadsvergadering het onderwerp financiën zal aankaarten of dat dit bij de voorjaarsnota ingebracht zal gaan worden.

Pagina 10 van 12

De voorzitter gaat ervan uit dat men met elkaar afstemt of de raadsvergadering nog vóór de vakantie geagendeerd moet worden of erna. Vervolgens zal bepaald worden hoeveel tijd er voor deze vergadering gereserveerd dient te worden. 5

Hij bedankt de aanwezigen voor de inbreng en sluit de vergadering om 22:45 uur.

Pagina 11 van 12

LIJST VAN TOEZEGGINGEN Wethouder Eerenberg zegt m.b.t. agendapunt 12 toe: 5

•

Dat in Q4 er een brief komt met de stand van zaken waar in ieder geval in vermeld zal worden welke partij het onderzoek gaat doen en op welke wijze.

Pagina 12 van 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=a26c3237-02f3-44f5-8253-add05edb334d