CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag Commissie Volksgezondheid Onderwijs Werk en Economie 20 maart 2025

Commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie (2022-2026) 10 april 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Verslagen7.446 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag openbare avondvergadering commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie 5

10

Datum Locatie Verslag door

donderdag 20 maart 2025 Stadhuisbrug 1, Utrecht Robert Vernooy (Notuleerservice Nederland)

Aanwezigen

De voorzitter, dhr. R. van der Zweth, de wethouder, dhr. E. Eerenberg, de commissiegriffier, mw. J. Dorst 15

Mw. M. Ramaker (VVD), mw. V. Dada.-Anthonij (D66), dhr. B. Van Steeg (CDA), mw. H. Assen (PvdA), mw. M. Vermeulen (GroenLinks), dhr. J. Otto (EenUtrecht), mw. A. Sasbrink (PvdD), dhr. A. Stam (Volt), mw. J. van Meerveld (Student & Starter)

Inhoudsopgave Verslag openbare avondvergadering commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie 20 1. Opening .........................................................................................................................................1 2. Vaststellen van de agenda ............................................................................................................1 3. Debat Raadsvoorstel Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 ............................................1 25

1. Opening

De voorzitter opent het avonddeel van de vergadering om 20.00 uur en heet alle aanwezigen welkom. De commissieleden en de wethouder hebben geen mededelingen. Er zal geen procedureel deel zijn. 30

2. Vaststellen van de agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

3. Debat Raadsvoorstel Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 De voorzitter geeft als eerste het woord aan de fractie van GroenLinks. Pagina 1 van 15

5

10

15

Mw. Vermeulen (GroenLinks) zegt dat onderwijshuisvesting voor GroenLinks een belangrijk thema is. Zij ziet in het plan de motie van GroenLinks ‘Meer samenwerking, minder concurrentie’ terugkomen. GroenLinks investeert liever in bestaande gebouwen dan in nieuwbouw. Kleine scholen worden vaak als een prettige plek ervaren maar zijn ook kwetsbaar. Daarom pleit de fractie voor meer samenwerking tussen scholen. Zij kan zich ook vinden in herschikken en maximeren. Dat laatste is nog niet zo duidelijk beschreven. Kan de wethouder toezeggen dat er met schoolbesturen concrete afspraken gemaakt zullen worden? Mw. Assen (PvdA) vraagt of GroenLinks zelf een idee heeft op basis waarvan er gemaximeerd gaat worden. Mw. Vermeulen (GroenLinks) antwoordt dat men op dit moment de schoolgrootte wil maximeren. GroenLinks zou dat graag meer expliciet willen hebben. Mw. Assen (PvdA) merkt op dat je ook op basis van andere factoren kunt maximeren.

20

Mw. Vermeulen (GroenLinks) wil dat in eerste instantie op basis van het gebouw. Je zou ook kunnen kijken naar een maximaal aantal kinderen per school. Mw. Assen (PvdA) heeft zorgen over de nieuwbouw van Cartesius. Zou GroenLinks Cartesius ook willen maximeren?

25

30

35

Mw. Vermeulen (GroenLinks) maakt zich hier ook zorgen over. GroenLinks vindt dat er niet genoeg is gekeken naar de grootte van scholen in de omliggende wijken en buurt. De partij zou ook de omgeving willen maximeren. Mevrouw Vermeulen vervolgt haar inbreng. GroenLinks denkt dat er maatwerk nodig is. Kan de wethouder toezeggen dat bij de herschikkingsgesprekken ook wordt gekeken naar de loopafstand, de voorschool en een kindcentrum? De fractie zou graag meer kindcentra in Utrecht willen. Zij vraagt ook hoe een zorgvuldig proces geborgd kan worden. GroenLinks zou multifunctioneel gebruik willen prioriteren. Onderwijsgerelateerde functies moeten daarbij voorrang krijgen, onder andere voorschool, Samen naar schoolklassen, kindcentra, bibliotheken en zorgvoorzieningen. Kan de wethouder toezeggen dat die een duidelijke prioriteit krijgen? En kan hij bevestigen dat de Samen naar schoolklassen hun plek behouden en aangeven hoe dit verder gestimuleerd kan worden? Mw. Ramaker (VVD) vraagt hoe GroenLinks dit allemaal wil betalen.

40

Mw. Vermeulen (GroenLinks) zegt dat je juist door gebouwen multifunctioneel te gebruiken koppelkansen creëert. Mw. Ramaker (VVD) vraagt of GroenLinks ook heeft nagedacht over de vraag hoe de leegstand gefinancierd moet worden.

45

50

Mw. Vermeulen (GroenLinks) zegt dat kindcentra een gefinancierd model zijn en dat Samen naar schoolklassen vanuit de zorg gefinancierd worden. Mw. Ramaker (VVD) erkent dat kinderopvang vanuit private middelen gefinancierd kan worden maar bibliotheken en buurthuizen moeten uit de gemeentelijke pot komen. Waar gaat GroenLinks die uit financieren? Mw. Vermeulen (GroenLinks) zegt dat het GroenLinks gaat om het prioriteren van onderwijsgerelateerde functies.

55

Dhr. Van Steeg (CDA) zegt dat er wel geld moet zijn om een schoolgebouw daarop in te richten. Mw. Vermeulen (GroenLinks) zegt dat het hierbij vooral gaat om prioriteren bij multifunctioneel gebruik van het gebouw. Daarbij staat het kind centraal.

60

Dhr. Van Steeg (CDA) vraagt hoe je dat gaat doen als er geen middelen zijn. Pagina 2 van 15

5

10

15

20

Mw. Vermeulen (GroenLinks) vraagt zich af of het prioriteren extra geld kost. Zij vervolgt haar inbreng. Zij vindt dat inclusieve en toegankelijke scholen in de beleidsnota onvoldoende terugkomen en vraagt wat hier concreet op gedaan gaat worden. De fractie is niet blij dat haar motie ‘Adaptief en Inclusief’ niet wordt uitgevoerd en vraagt wat dat betekent. Dhr. Van Steeg (CDA) zegt dat daarvoor weinig financiële ruimte is en dat er wordt gekozen voor het minimum dat nodig is om onderwijshuisvesting overeind te houden. Hij vraagt welke andere keuze GroenLinks hierin zou maken. Mw. Vermeulen (GroenLinks) ziet onderdelen van de motie wel terugkomen en wil weten wanneer er wat gedaan gaat worden. Zij vervolgt haar inbreng. Toekomstbestendige huisvesting betekent ook sturen en verantwoorden. GroenLinks kiest voor kwaliteit boven kwantiteit. Moet hier niet meer tijd voor worden genomen? Zij wijst op de vertraging in de nieuwbouw. Kan de wethouder toezeggen dat het scholenaanbod in de omliggende buurten wordt meegenomen in de afweging rond de nieuwbouw en ook wordt opgenomen in de verordening? Dhr. Stam (Volt) begrijpt uit het stuk dat er dingen naar voren geschoven zijn omdat het gaat om scholen in armere wijken. Een vertraging zou betekenen dat die langzamer worden aangepakt. Staat GroenLinks daar achter? Mw.

Vermeulen (GroenLinks) ziet dat grote projecten achterstand hebben opgelopen en best opgeschort kunnen worden.

25

Dhr. Stam (Volt) zegt dat in de stukken staat dat er geprobeerd is om te vertragen, maar dat er vanuit Ongelijk investeren voor gelijke kansen toch weer scholen naar voren zijn gehaald. Wil GroenLinks niettemin meer tijd en ruimte zoeken om meer budget te creëren? Hoe verhoudt dat zich tot elkaar?

30

Mw. Vermeulen (GroenLinks) vindt dat je naar het hele plaatje moet kijken en denkt dat er meer mogelijk is. Ongelijk investeren voor gelijke kansen moet zeker gehandhaafd worden. Zij vervolgt haar inbreng. GroenLinks mist in het plan aandacht voor de groene buitenruimte, zoals schoolpleinen en moestuinen. Kan de wethouder toezeggen hierop te sturen in het integrale huisvestingsplan?

35

40

45

Mw. Dada-Anthonij (D66) vraagt welke van alle genoemde wensen voor GroenLinks het belangrijkst is. Mw. Vermeulen (GroenLinks) vindt het belangrijk dat de kwaliteit van de gebouwen op orde is. Mw. Dada-Anthonij (D66) denkt dat het voorliggende plan wel doorgevoerd moet worden. Is GroenLinks het daarmee eens? Mw. Vermeulen (GroenLinks) zegt dat de leerlingenprognoses achter lopen en dat de groei minder snel gaat dan verwacht. Daarom wil zij er nog een keer kritisch naar kijken. Mw. Dada-Anthonij (D66) denkt dat je het risico loopt dat je in het onderwijs ook achter gaat lopen als de gemeente te veel gaat vertragen.

50

55

Mw. Vermeulen (GroenLinks) zegt dat je meer met de gebouwen kunt als de kwaliteit op orde is. Daarbij gaat het om inclusief onderwijs maar ook om de vraag hoe je een gebouw op langere termijn anders kunt inrichten. Dhr. Stam (Volt) vraagt hoe GroenLinks naar de overschot aan lesruimte in Utrecht kijkt. Waarvoor zou ze die willen gebruiken? Mw. Vermeulen (GroenLinks) ziet hier heel veel mogelijkheden.

60

De voorzitter vraagt om herhalingen te voorkomen en de interrupties beknopt te houden. Hij geeft het woord aan D66. Pagina 3 van 15

5

10

15

Mw. Dada-Anthonij (D66) zegt dat D66 de wijkgerichte aanpak en de focus op multifunctionele schoolgebouwen toejuicht. De fractie is voorstander van het combineren van scholen met maatschappelijke functies als kinderopvang, sportvoorzieningen en culturele instellingen. Leegstaande ruimtes worden echter nog niet altijd benut voor multifunctioneel gebruik. Hoe gaat het College waarborgen dat de motie ‘Mixen maar’ uitgevoerd gaat worden? D66 steunt de inzet op duurzaamheid en energieneutrale schoolgebouwen. De fractie begrijpt dat er keuzes gemaakt moeten worden om de onderwijshuisvesting efficiënter te benutten. Het sluiten van kleinere scholen is een moeilijke maar soms onvermijdelijke beslissing. Het herschikken moet zorgvuldig en met oog voor leerlingen, ouders en medewerkers verlopen. Kan de wethouder tijdige communicatie en een zorgvuldig participatieproces toezeggen? Hoe ver van tevoren gaan de betrokkenen benaderd worden met informatie over een sluiting of een samenvoeging? Mw. Assen (PvdA) vraagt wat D66 met ‘participatieproces’ bedoelt. Mw. Dada-Anthonij (D66) wil vooral dat de zorgen en meningen gehoord worden en dat daar ook iets mee gedaan wordt.

20

Mw. Assen (PvdA) vraagt of D66 deelt dat bij ouders niet de indruk moet worden gewekt dat zij via participatie kunnen voorkomen dat die herschikking plaatsvindt als daartoe is besloten.

25

Mw. Dada-Anthonij (D66) zegt dat dat helder moet zijn. Zij vervolgt haar inbreng. Toekomstige samenvoegingen of sluitingen moeten zo soepel mogelijk verlopen. Er zijn grote onzekerheden omtrent de financiering van de plannen. Kan de wethouder aangeven wat dit concreet betekent voor de uitvoering van het plan? Mw. Assen (PvdA) vraagt of D66 niet ook denkt dat er bij uitvoering van de motie ‘Mixen maar’ een kans ligt qua financiën.

30

Mw. Dada-Anthonij (D66) beaamt dit maar zegt dat ook hier maatwerk is geboden. Mw. Ramaker (VVD) vraagt of D66 het met de VVD eens is dat bij leegstand een schoolgebouw hergebruikt moet worden.

35

40

Mw. Dada-Anthonij (D66) vindt deze vraag lastig te beantwoorden en denkt dat dit per situatie bekeken moet worden. Zij vervolgt haar inbreng. Hoe zorgt de gemeente ervoor dat scholen in kantelwijken ook voldoende aandacht krijgen? Hoe worden deze ontwikkelingen gemonitord en hoe flexibel is de programmering om in te spelen op verschuivende behoeften? De fractie maakt zich er zorgen over dat circulair bouwen en klimaatadaptatie niet als prioriteit is benoemd. Hoe verhoudt dit zich tot de duurzame principes van Utrecht en is er ruimte om alsnog circulaire bouwprincipes toe te passen? De voorzitter geeft het woord aan de PvdD.

45

50

55

Mw. Sasbrink (PvdD) zegt dat bij dit beleid rekening wordt gehouden met frisse scholen klasse B. Zij vraagt waarom er op sommige onderdelen niet wordt gekozen voor klasse A. Schone lucht is immers belangrijk voor een gezonde leer- en werkomgeving. Op het punt van energieprestaties wordt zelfs de norm van klasse B losgelaten. De PvdD vraagt de wethouder waarom er niet ook een norm voor de energieprestatie wordt vastgelegd. Dhr. Van Steeg (CDA) denkt dat daar domweg geen geld voor is. Bij de kinderopvang is er sprake van voorfinanciering. Zouden dat soort opties in dit plan ook niet onderzocht moeten worden? Mw. Sasbrink (PvdD) beaamt dit en zegt dat je de investering in duurzaam bouwen ook via de energierekening terug kunt verdienen. Mw. Ramaker (VVD) zegt dat het de VVD ook is opgevallen dat het energieverbruik niet de hoogste prioriteit heeft. Wat vindt de PvdD ervan dat de nadruk op de CO2 ligt?

Pagina 4 van 15

Mw. Sasbrink (PvdD) zou de nadruk breder willen leggen. Zij vervolgt haar inbreng. Niet ieder schoolgebouw leent zich voor genoeg luchtverversing en genoeg daglicht. Zij vraagt of het College kan toezeggen om op elk schoolplein voorzieningen voor buitenlessen aan te leggen. 5

Mw. Vermeulen (GroenLinks) vraagt of de PvdD deelt dat hier koppelkansen liggen. Mw. Sasbrink (PvdD) vindt dat die koppelkans bij groene schoolpleinen zeker benut moet worden maar zag hiervoor niet direct een haakje.

10

Dhr. Otto (EenUtrecht) vraagt aan wat voor buitenvoorzieningen de PvdD dan denkt. Mw. Sasbrink (PvdD) denkt bijvoorbeeld aan een plek waar je met meerdere kinderen kunt zitten, een startplek om de les te beginnen.

15

20

Mw. Van Meerveld (Student & Starter) vraagt of het verplicht stellen van buiten les geven geen aantasting van de vrijheid van onderwijs is. Mw. Sasbrink (PvdD) wil dat niet verplichten, maar wil wel dat de drempel zo laag mogelijk wordt gemaakt. Mw. Van Meerveld (Student & Starter) vraagt of het aanvragen van subsidie dan niet passender zou zijn.

25

Mw. Sasbrink (PvdD) denkt dat deze voorziening bij elke school aangeboden zou moeten worden. Zij vervolgt haar inbreng met het probleem van de netcongestie. Valt er niet op andere punten te investeren in duurzaamheid? Zij vraagt de wethouder om te reageren op het idee om meer te investeren in het terugdringen van het energieverbruik.

30

Mw. Assen (PvdA) mist in het betoog van de PvdD dat er ook andere doelen dan duurzaamheid en energie gediend moeten worden en vraagt hoe de PvdD daarnaar kijkt. Mw. Sasbrink (PvdD) denkt dat aan die andere doelen in de nota voldoende tegemoet wordt komen en wil zich daarom hierop focussen.

35

40

45

50

55

De voorzitter geeft het woord aan Student & Starter. Mw. Van Meerveld (Student & Starter) zegt dat haar fractie blij is dat er in deze nota wordt gewerkt met een wijkgerichte aanpak en dat er aandacht wordt besteed aan duurzaamheid en inclusief onderwijs. Daar zit echter ook haar zorg. Zij vraagt aan de wethouder hoe hij de in de nota genoemde uitgangspunten blijft monitoren en of de Raad vroegtijdig geïnformeerd kan worden als die in het geding komen Dhr. Van Steeg (CDA) merkt op dat er een gat van 139 miljoen is. Zijn die uitgangspunten dan niet per definitie in het geding? Mw. Van Meerveld (Student & Starter) erkent dit. Maar zij vindt deze uitgangspunten wel zo belangrijk dat daarop de focus moet blijven liggen. Dhr. Van Steeg (CDA) merkt op dat de uitvoering van die uitgangspunten op het bord van het volgende College wordt gelegd als er nu geen geld voor is. Mw. Van Meerveld (Student & Starter) zegt dat het uiteindelijk een nota voor zestien jaar is en vindt dat het huidige College toekomstgericht moet denken. Uiteindelijk is dat nodig om deze doelstellingen te kunnen halen. Dhr. Van Steeg (CDA) zegt dat de genoemde doelstellingen met deze nota niet gehaald kunnen worden. Dan ligt de verantwoordelijkheid daarvoor bij het volgende College.

Pagina 5 van 15

Mw. Van Meerveld (Student & Starter) denkt dat het er inderdaad om gaat dat de doelstellingen op lange termijn gehaald moeten worden. Maar dan moeten die doelstellingen nu wel vastgesteld worden. 5

10

15

20

De voorzitter geeft het woord aan Volt. Dhr. Stam (Volt) steunt de herschikkingsgesprekken voor de kleine scholen en de ambities die in het programma zijn gekozen. Toch is hij niet tevreden met het huisvestingsprogramma. Ten eerste is niet duidelijk wat de uitdaging in de stad is. En ten tweede heeft hij bedenkingen bij de wijkvisies. Er zijn wijken met een tekort aan lesruimte en de groei van de stad vormt een uitdaging. Aan de andere kant staat in Bijlage 3 dat elke wijk een ruim overschot aan lesruimte heeft. Dan gaat het niet om een bouwopgave maar om de vraag hoe de beschikbare ruimte zo effectief mogelijk gebruikt kan worden. Volt vraagt aan de wethouder waarom de beleidsnota niet duidelijker is over de uitdaging en welke kansen er ontstaan door het overschot aan lesruimte. Mw. Assen (PvdA) merkt op dat kinderen meestal niet in de wijk maar in de buurt naar school gaan. Een overschot op wijkniveau betekent niet dat ieder kind in de buurt naar school kan. Dhr. Stam (Volt) is het hiermee eens en zegt dat het in deze nota ontbreekt aan lokale uitdagingen. Mw. Assen (PvdA) snapt niet helemaal waarnaar de heer Stam op zoek is. Zij heeft nog nooit zoveel informatie over overschot op wijkniveau gehad.

25

Dhr. Stam (Volt) erkent dit, maar zegt dat de nota niet duidelijk maakt waar dat is. Hij kan de genoemde groei en het overschot niet met elkaar rijmen. Mw. Assen (PvdA) vraagt of die twee zaken niet naast elkaar kunnen bestaan.

30

35

40

45

50

Dhr. Stam (Volt) zegt dat dit natuurlijk kan, maar dat de uitdaging duidelijker gesteld had moeten worden. Mw. Vermeulen (GroenLinks) merkt op dat de koppeling van herschikken en renovatie in Nederland nog vrijwel nergens is gedaan. Dhr. Stam (Volt) zegt dat je herschikking juist zou kunnen zien als ruimte creëren omdat er een tekort aan ruimte is, maar dat is niet het geval. Hij vervolgt zijn betoog. In de nota staat dat er op wijkniveau gesprekken zijn gevoerd met de schoolbesturen en worden er percentages per wijk aangegeven. Er wordt echter niet gezegd om welke wijken of scholen het gaat. Mw. Ramaker (VVD) sluit zich in dit opzicht bij Volt aan. In het uitvoeringsprogramma worden wel drie wijken genoemd. Dhr. Stam (Volt) is zich hiervan bewust. Hij zegt dat het niveau van inzicht dat geboden wordt en het niveau dat hij zou willen hebben ver uit elkaar liggen en vervolgt zijn inbreng. Vergeleken met andere G5 gemeenten heeft Utrecht nog lang geen goede wijkvisie. Hij vraagt de wethouder waarom Utrecht dat niet heeft en of hij kan toezeggen dat die informatie wel komt als het huisvestingsprogramma wordt geactualiseerd. Mw. Assen (PvdA) vindt dat Volt goede vragen stelt, maar wil hij namen van scholen zien die openbaar zijn en kan hij zich voorstellen wat de consequenties daarvan zijn? Dhr. Stam (Volt) zegt dat dat niet veel stof zal doen opwaaien.

55

Mw. Assen (PvdA) vraagt of hij denkt dat het geen stof zal doen opwaaien als school A en school B samengevoegd worden. Dhr. Stam (Volt) vindt dit een goede verduidelijking.

60

Mw. Vermeulen (GroenLinks) vond de wijkportretten juist heel uitgebreid. Pagina 6 van 15

5

10

15

Dhr. Stam (Volt) is heel benieuwd welke stukken mevrouw Vermeulen heeft gezien. In Den Haag is de informatie veel uitgebreider dan in Utrecht. Hij vervolgt zijn inbreng met een drietal korte vragen voor de wethouder: 1) Waarom kiest de gemeente voor een indicator voor toegankelijkheid waarbij alle projecten aan de standaard voor toegankelijkheid moeten voldoen? 2) Wat doen we als we moeten kiezen tussen verschillende ambities, bijvoorbeeld tussen toegankelijkheid en duurzaamheid? 3) Hoe zorgt dit College dat de piek in de planning effectief wordt opgepakt? Mw. Vermeulen (GroenLinks) merkt op dat toegankelijkheid een basisvoorwaarde is. Dhr. Stam (Volt) zegt dat de ambitie en de beschikbare financiële middelen met elkaar in verhouding moeten zijn. Mw. Vermeulen (GroenLinks) zegt dat toegankelijkheid helemaal geen extra geld hoeft te kosten, dat het bij de nieuwbouw kan worden meegenomen. Dhr. Stam (Volt) erkent dat maar zegt dat dit bij het renoveren van bestaande bouw niet gaat lukken zonder extra investeringen. En wie gaat dat dan betalen?

20

25

30

35

40

45

50

55

60

Mw. Dada-Anthonij (D66) vraagt wat Volt het onderwijs en de leerlingen van de toekomst gunt. Dhr. Stam (Volt) zegt dat realisme niet betekent dat je geen grote dromen hebt, want ook hij gunt de leerlingen in Utrecht de allermooiste scholen. De ambities in deze beleidsnota hebben de volle steun van Volt. Mw. Dada-Anthonij (D66) zou het fijn vinden als de heer Stam aan zou geven aangeeft waar voor Volt de prioriteit zou liggen. Dhr. Stam (Volt) zou voor duurzaamheid kiezen. Mw. Dada-Anthonij (D66) denkt dat de commissieleden helder moeten zijn in het uitspreken van hun wensen als ze goede kaders mee willen geven. De voorzitter geeft het woord aan de PvdA. Mw. Assen (PvdA) ziet de enorme ongelijkheid en segregatie in het onderwijs als grote uitdagingen. De PvdA diende eerder een motie in om ook via de huisvesting bij te dragen aan de kansengelijkheid. De fractie is blij met de inzet op een maximaal aantal leerlingen per school.

Hoe gaan we zorgen dat die maximering de praktijk wordt? Is de wethouder het ermee eens dat dit niet alleen op basis van de grootte van een schoolgebouw moet? En hoe verhoudt dit zich tot nieuwbouw bij nieuwe ruimtelijke ontwikkeling? Kan de wethouder toezeggen niet meer standaard een nieuwe school te realiseren bij een nieuwe buurt? De PvdA vindt het noodzakelijk om meer integraal te werken wat betreft de invulling van lokalen en scholen die niet vol zitten. De school is een plek waar alles samenkomt. De fractie steunt de inzet om tot minder kleine scholen te komen. Kan de wethouder toezeggen dat er bij herschikking maatwerk wordt geleverd bij kleine scholen die al heel gemengd zijn en kwalitatief goed onderwijs bieden? Wat is de route voor scholen in het uitvoeringsprogramma en daarbuiten? De PvdA wil de toezegging dat zoiets altijd samengaat met een projectleider en dat er meerdere jaren de tijd voor wordt genomen. De overcapaciteit moet benut worden en mag niet verloederen in afwachting van herschikking en nieuwbouw. Hoe borgt de wethouder dit? Wat betreft het bevorderen van de kansengelijkheid vraagt de fractie hoe het naar voren halen van scholen in bepaalde buurten zich verhoudt tot doelen zoals de kindcentra. En vallen die scholen uit als ze in de herschikkingsopgave komen? Oudere schoolgebouwen staan pas in 2037 op de lijst. Dat is geen voorbeeld van naar voren halen.

Wordt het met dit plan mogelijk om tot scholen te komen die niet alleen een buurtschool zijn maar meerdere faciliteiten bieden en zo ja, wat is daarvoor nodig? In de wijkprofielen ziet de PvdA veel buurten met overcapaciteit die wat haar betreft benut zou moeten worden, bijvoorbeeld voor een gezondheidscentrum. De fractie vraagt de wethouder toe te zeggen dat de Raad in de positie wordt gesteld om bij te sturen in de uitvoeringsprogramma’s. De PvdA wil voorkomen dat het feitelijk al beklonken is. Pagina 7 van 15

De voorzitter geeft het woord aan het CDA.

5

Dhr. Van Steeg (CDA) herkent twee punten uit andere raadsvoorstellen. Ten eerste, het probleem van de netcongestie. En ten tweede worden de doelstellingen niet gematcht met het bedrag dat daarvoor nodig is. Hij vraagt of de doelstellingen in dit raadsvoorstel gehaald gaan worden. Hoe kijkt de wethouder daar tegenaan? Als de doelstellingen niet gehaald worden, wordt de volgende coalitie er feitelijk mee opgezadeld. Dat vindt het CDA geen geloofwaardig beleid.

10

Mw. Van Meerveld (Student & Starter) zegt dat het niet over de heg wordt gegooid omdat dit soort doelstellingen nu eenmaal heel veel tijd kosten. Is het CDA het daar niet mee eens?

15

Dhr. Van Steeg (CDA) erkent dat het lang duurt maar zegt dat er normaal gesproken financiële middelen zijn om het daadwerkelijk te realiseren, ook over langere tijd. Hij vervolgt zijn betoog en vraagt wat de netcongestie betekent voor de bouwopgave, met name op kortere termijn. Graag een reactie van de wethouder. Mw. Vermeulen (GroenLinks) vraagt of het CDA deelt dat veel van die nieuwbouwontwikkelingen juist in die eerste fase zitten en dat je dan moet kijken wat reëel en haalbaar is.

20

25

Dhr. Van Steeg (CDA) antwoordt dat dit precies is wat hij de wethouder wil vragen, zeker omdat de netcongestie in een black box zit. Hij vervolgt zijn inbreng. In elke wijk is overcapaciteit. Het CDA vindt dat je integraal moet kijken wat je daarmee kunt doen. Bij vastgoed zou een andere maatschappelijke functie gezocht moeten worden, maar dat gebeurt niet. Financiering is vaak een probleem terwijl het op langere termijn juist geld oplevert. Kan de gemeente niet iets doen om herschikking te faciliteren? Graag een reactie van de wethouder. Wat betreft het maximeren vraagt het CDA hoe dat wordt vastgelegd en wat de rol van de ouders is. Mw. Assen (PvdA) vraagt of het CDA zelf een mening heeft hoe dat vastgelegd moet worden.

30

35

Dhr. Van Steeg (CDA) vindt dat je een aantal duidelijke criteria op moet stellen. Hij vervolgt zijn inbreng. Het CDA vindt ook dat je duurzaamheid niet bij de scholen moet leggen, maar dat de gemeente moet proberen om dat te faciliteren. Bij de voorfinanciering van kinderopvang wordt ervan uitgegaan dat dat zich op langere termijn terug zal betalen. Dat zou dan bij duurzaamheid ook moeten kunnen. Welke opties ziet de wethouder om daarin toch te investeren? De nota is ook niet duidelijk over de toegankelijkheid van bestaande en nieuwe scholen. De voorzitter geeft het woord aan de VVD.

40

45

50

Mw. Ramaker (VVD) zegt dat de VVD het beste onderwijs voor ieder kind in Utrecht wil. Ieder kind moet in zijn eigen wijk naar school kunnen. Als Vleuten-De Meern harder groeit in leerlingenaantal, is het voorstel om dit op te vangen in nog te bouwen scholen in Rijnenburg. Waar kunnen de leerlingen dan in de tussentijd naar toe? En is Rijnenburg niet te ver voor kinderen uit Vleuten-De Meern? De komende vijftien jaar staan er 99 projecten op de rol voor renovatie en nieuwbouw. Hoe realistisch is dit? De VVD vindt dat er meer in praktische haalbaarheid dan in beleid moet worden gedacht. Voor de VVD ligt de prioriteit bij toegankelijkheid en frisse scholen. Is de wethouder het ermee eens dat hier de nadruk moet liggen? Deze criteria zijn makkelijker te meten dan ongelijk investeren in gelijke kansen. De fractie vindt het veel te ver gaan da het College na vijftien jaar over haar graf wil regeren. Voor haar is het leidende principe zuinig en zorgvuldig omgaan met publieke middelen. Dit zou de VVD aan het raadsvoorstel willen toevoegen. Kan de wethouder dit toezeggen? Mw. Assen (PvdA) vraagt hoe dit zich verhoudt met ‘het beste onderwijs voor ieder kind in Utrecht’.

55

60

Mw. Ramaker (VVD) zegt dat daar geld voor beschikbaar wordt gesteld, ook vanuit het rijk. Maar extra eisen brengen ook extra kosten met zich mee. Daarom moet er goed moet worden gekeken naar de inzet van de publieke middelen. Mw. Assen (PvdA) vraagt of de VVD daarin ook een prioritering ziet of dat zuinig en efficiënt inzetten haar hoogste doel is. Pagina 8 van 15

Mw. Ramaker (VVD) antwoordt dat dit een uitgangspunt is, dat de VVD nu in het raadsvoorstel mist. 5

Mw. Assen (PvdA) concludeert dat het dus niet gaat om een prioritering naar binnen. Mw. Ramaker (PvdA) zegt dat de VVD het beste onderwijs in de beste school wil, maar dat je niettemin goed met je geld moet omgaan.

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

Dhr. Van Steeg (CDA) vindt dit een open deur of een motie van wantrouwen richting het College als daar geen verdere duiding aan wordt gegeven. Mw. Ramaker (PvdA) vindt dat een boude bewering. Er moet een financieel kader worden meegegeven, waarin staat wat er wettelijk moet gebeuren en wat er extra is. Dhr. Van Steeg (CDA) zegt dat het hem meer ging om de politieke duiding van wat ‘zuinig en efficiënt’ betekent. Mw. Ramaker (PvdA) zegt dat optimistisch plannen betekent dat je met de middelen moet schuiven. Bij het maken van bepaalde keuzes moet je kijken hoe je dat zo efficiënt mogelijk kunt doen. Dhr. Van Steeg (CDA) vraagt of je dan in het raadsvoorstel zo’n zin moet toevoegen of dat je op een later moment over die keuzes moet discussiëren. Mw. Ramaker (PvdA) vindt prioriteren in strijd met de extra dingen die sommige fracties willen doen. Je kunt het geld maar één keer uitgeven. Zij vervolgt haar inbreng. Wat de kinderopvang betreft heeft de VVD moeite met de bereidheid van de gemeente tot voorfinanciering aan private organisaties. Voorfinanciering moet met mate en wellicht ook bij de Raad gemeld worden. Kan de wethouder zich daarin vinden? Scholen met minder dan tweehonderd leerlingen zijn kwetsbaar en relatief duur per leerling. De VVD vindt het belangrijk dat bij het opheffen van kleine scholen het buurtaspect behouden blijft.

In hoeverre wordt hier rekening mee gehouden? De voorzitter geeft het woord aan EenUtrecht. Dhr. Otto (EenUtrecht) is benieuwd hoe de wethouder reflecteert op de punten die door diverse andere fracties zijn aangedragen. Na een korte schorsing heropent de voorzitter de vergadering om 21.20 u. Hij geeft het woord aan de wethouder. Wethouder Eerenberg zegt dat met de keuze voor herschikking in de onderwijshuisvesting een nieuwe weg wordt ingeslagen. Daarbij moet zuinig worden omgesprongen met de middelen, de gebouwen en de leerkrachten. Het is ook voor het eerst dat hierin wordt gekozen voor Ongelijk investeren voor gelijke kansen. Omdat de gemeente het nu vaker met minder moet doen, moeten er bepaalde keuzes gemaakt worden. Wat betreft de eisen met betrekking tot energie die aan scholen worden gesteld zegt de wethouder dat alle nieuw te bouwen scholen energieneutraal worden. Dat geldt ook voor renovatie tenzij dat fysiek onmogelijk is. In dat geval wordt er gekozen voor bijna energieneutraal. Als het binnen het budget past, wordt er gekozen voor circulair bouwen, anders niet. De gemeente heeft een eigen subsidieregeling voor groene schoolpleinen. Die kunnen niet standaard worden meegenomen. Dhr. Otto (EenUtrecht) begrijpt dat niet kiezen voor vergroening dus financieel en niet inhoudelijk gemotiveerd is. Wethouder Eerenberg beaamt dit. Er moeten nu eenmaal keuzes gemaakt worden.

Mw. Vermeulen (GroenLinks) vraagt of de wethouder hier ruimte ziet voor koppelkansen.

Pagina 9 van 15

5

Wethouder Eerenberg erkent dat kansen natuurlijk aangegrepen worden maar dat niet ieder schoolplein groen kan worden. De ambities zijn groter dan de middelen. De wethouder vervolgt zijn beantwoording. Buiten spelen en les krijgen kan niet bij elke school. Het College kiest voor toegankelijkheid en financiert dat ook. In de praktijk kan niet ieder gebouw voor elke beperking toegankelijk worden gemaakt. Eventueel moet daarvoor maatwerk geleverd worden. Mw. Ramaker (VVD) vraagt in hoeverre de gemeente bij de bouw of renovatie invloed heeft op de toegankelijkheid van een school. Is de gemeente zelf bouwheer?

10

Wethouder Eerenberg zegt dat dit per schoolgebouw verschilt. Mw. Ramaker (VVD) geeft het voorbeeld van een enge lift en vraagt of de gemeente er ook meer toezicht op gaat houden welke keuzes scholen maken met betrekking tot de toegankelijkheid.

15

20

25

30

Wethouder Eerenberg zegt dat de gemeente dit probeert te stimuleren maar zegt dat het in de praktijk soms ook ingewikkeld is. Hij vervolgt zijn beantwoording. Herschikken is een grote lijn in deze nota. Er is teveel ruimte in Utrecht. Het herschikken is nu nog in de beleidsfase. Daarbij wordt rekening gehouden met de tien minutenstad en de UKC’s waarnaar GroenLinks vroeg. UKC’s. Mw. Assen (PvdA) vraagt hoe die UKC’s ingevuld gaan worden. Wethouder Eerenberg antwoordt dat dit nog nader uitgewerkt moet worden. Voor de nabijheid van een peuterspeelzaal zouden dezelfde regels kunnen gelden als voor de nabijheid van een school. Hij vervolgt zijn beantwoording en zegt dat de lessen van Hart van Noord ook meegenomen zullen worden. Op de vraag naar de zorgvuldigheid antwoordt de wethouder dat er met ouders, schoolbesturen en schoolleiders gecommuniceerd gaat worden. Maatwerk zal zeker ook mogelijk zijn. Het maximum gaat bepaald worden op basis van wat de gemeente een goede school vindt en dat wordt vastgelegd in het aanmeldbeleid. Het maximum is dan het maximale aantal leerlingen op die school. Mw. Ramaker (VVD) vraagt wat de wethouder onder een ‘goede school’ verstaat.

35

Wethouder Eerenberg zegt dat een school een minimum aantal leerlingen heeft maar dat zij boven het maximale aantal onpraktisch wordt. Dat gaat ten koste van de kwaliteit. Mw. Vermeulen (GroenLinks) vraagt wanneer de Raad terugkoppeling krijgt over het maximeren en waarin en wanneer zij de afspraken daarover terug ziet.

40

45

Wethouder Eerenberg zegt dat de Raad geïnformeerd zal worden met een kwartaalbrief en mogelijk ook weer met een jaarlijkse update. Dhr. Van Steeg (CDA) vraagt of het nog zin heeft als de wethouder met de scholen in gesprek gaat over de maximering als die op basis van de capaciteit van een school wordt bepaald. Dat is dan toch een harde grens? Wethouder Eerenberg zegt dat het niet alleen moet passen bij het gebouw maar ook en vooral bij het onderwijsconcept. Volgens hem is dit echt het werk van schoolbesturen en schoolleiders.

50

Mw. Assen (PvdA) vraagt of de buurt en de omringende scholen daar ook bij betrokken worden.

55

Wethouder Eerenberg beaamt dit en vervolgt zijn beantwoording. De wethouder zegt dat er scholen zijn aangewezen die de gemeente op basis van Ongelijk investeren voor gelijke kansen extra zou willen ondersteunen. Het grootste gedeelte van die scholen kan in de fasen 1 en 2 worden aangepakt. Dat is ook een politieke keuze die hier wordt gemaakt. Mw. Ramaker (VVD) vraagt of dit inclusief of exclusief de 24 doorgeschoven projecten is.

Pagina 10 van 15

Wethouder Eerenberg zegt dat het exclusief is. Dat was het oude programma, het NPOHV. De wethouder vervolgt zijn beantwoording. Hij zou het een onverantwoorde keuze vinden om alle geïdentificeerde scholen in de eerste fase te doen. 5

10

Mw. Assen (PvdA) merkt op dat er toch ook geïdentificeerde scholen in die 26 zitten. Wethouder Eerenberg zegt dat scholen uit het oude kader met de oude spelregels nu naar de eerste fase zijn overgezet. Hij vervolgt zijn beantwoording. Bij samenwerking scholen gaat het ook over de duur van het traject. De wethouder vindt Samen naar schoolklassen een heel goed initiatief maar hij moet hier ook rekening houden met Den Haag, want formeel geldt dit niet als onderwijs. Het mooiste zou zijn als dat via de reguliere bekostiging van het onderwijs zou kunnen. Dhr. Otto (EenUtrecht) vraagt of Utrecht dan een actieve lobby in Den Haag gaat voeren.

15

Wethouder Eerenberg bevestigt dit. Mw. Vermeulen (GroenLinks) vraagt of er bij multifunctioneel gebruik een prioritering wordt gemaakt.

20

25

30

Wethouder Eerenberg antwoordt dat bij een UKC-locatie de kinderopvang een onderdeel van de school is. Dan heeft dat dus een hogere prioritering. Maar hierin is geen algemene rangorde. Het is ook afhankelijk van de behoeftes in de buurt. De wethouder vervolgt zijn beantwoording. Met betrekking tot inclusief onderwijs zegt hij dat toekomstige speciaal onderwijsscholen niet meer standalone gaan, maar altijd worden gecombineerd met regulier onderwijs. Mw. Vermeulen (GroenLinks) is blij met deze samenvoeging. Inclusief en adaptief staat ook bij de uitgangspunten. Dan zou het logisch zijn om daar ook een indicator aan te koppelen. GroenLinks zou graag wat meer zekerheid hebben dat dit echt een uitgangspunt is. Wethouder Eerenberg bevestigt dat dit absoluut een uitgangspunt is. Mw. Vermeulen (GroenLinks) vraagt of er dan ook een indicator op gaat komen.

35

40

45

50

55

60

Wethouder Eerenberg vraagt hoe zo’n indicator er dan uit zou zien. Hoe kan hij meten of een school volledig inclusief is? De wethouder vervolgt zijn beantwoording. In antwoord op de vraag of er meer tijd voor de uitvoering kan worden genomen zegt hij dat hij het IHP zelf niet kan vertragen. Het College probeert wel rekening te houden met planningsoptimisme. De wethouder kan toezeggen dat scholen in de omliggende buurten worden meegenomen. Mw. Vermeulen (GroenLinks) had gevraagd of dit ook meegenomen kan worden in de verordening. Wethouder Eerenberg zegt dat een verordening een juridisch instrument is en dat hij niet weet of je ook juridisch regels kunt opstellen waarbij je de nabijheid van scholen meeweegt voor investeringen in scholen. Hij gaat het wel regelen. De wethouder vervolgt zijn beantwoording. Wat betreft de vraag van D66 naar de motie ‘Mixen maar’ zegt hij dat er bij nieuwbouw gestapeld gaat worden en dat er bij herschikking een soort ladder is van maatschappelijke kinderopvang, private kinderopvang, bibliotheek, buurtfunctie en welzijn. Daarbij moet steeds gekeken worden wat financieel haalbaar is. Mw. Assen (PvdA) merkt op dat de Raad wel wat kan vinden van die werkwijze. Wethouder Eerenberg beaamt dit en zegt dat die dan maar een mooie motie moet maken. Hij vervolgt zijn beantwoording.

Wat betreft de financiering is het gelukt om het plan voor de eerste tien jaar te dekken. Om de vier jaar moet de stand van zaken geëvalueerd en zo nodig bijgestuurd worden. Dhr. Van Steeg (CDA) zegt dat de wethouder tegelijk de Raad vraagt om in te stemmen met een investering van 900 miljoen waarvoor dus geen dekking is. Dat vindt hij ingewikkeld. Pagina 11 van 15

Wethouder Eerenberg herhaalt dat de eerste tien jaar gedekt zijn. Daarna is er geld voor een deel van de ambities. 5

10

Dhr. Van Steeg (CDA) weet niet of die eerste tien jaar gehaald gaan worden. Volgens hem is het voor een Raad ongemakkelijk om een keuze te maken zonder dat de financiering daarvoor geregeld is. Wethouder Eerenberg zegt dat het College een plan voor zestien jaar moet maken. Hij maakt liever in tien jaar mooie en goede scholen dan dat hij vanwege de onzekerheid van de zes jaar daarna nu op de rem gaat trappen. Mw. Dada-Anthonij (D66) vraagt op welke termijn de Raad geïnformeerd wordt als er onverwacht iets mis gaat. In Den Haag is immers heel veel onzeker.

15

20

Wethouder Eerenberg denkt dat het College weer jaarlijks gaat rapporteren. En als er in Den Haag iets verandert, is de wethouder verplicht om de Raad meteen te informeren. Mw. Ramaker (VVD) vraagt in hoeverre dit programma wordt gekoppeld aan het investeringsprogramma, want dat heeft niet zo’n langlopend financieel perspectief. Wethouder Eerenberg erkent dat de gemeente nooit over zestien jaar investeringen doet. Mw. Ramaker (VVD) vraagt of het echt verplicht is.

25

30

35

40

45

50

De voorzitter stuurt op de tijd. Wethouder Eerenberg vervolgt zijn beantwoording. In het tweede kwartaal komt er een brief over de grote effecten van netcongestie op maatschappelijk vastgoed, onder andere qua prioritering, geld of het accepteren van maatregelen zoals aggregaten of lokale opwekking. De wethouder denkt dat dit vanuit een centrale aanpak gecoördineerd moet worden. Op de vraag van Student & Starter met betrekking tot de monitoring zegt hij dat de beleidsnota elke vier jaar wordt herzien en opnieuw aan de Raad wordt voorgelegd. Daarnaast komt er een nog nader vorm te geven jaarlijkse rapportage. Volt vroeg wat je gaat doen als je moet kiezen tussen een zonnepaneel en een traplift. Volgens de huidige raming kan dat allebei. Dhr. Stam (Volt) zegt dat zijn vraag niet zozeer betrekking had op de ambities, maar op het proces. Wie bepaalt? Wethouder Eerenberg antwoordt dat je hierin samen tot overeenstemming probeert te komen maar dat het schoolbestuur voorop gaat bij de bouw van een school. Hij vervolgt zijn beantwoording. Het vervelende van planningsoptimisme is dat je zeker weet dat iets niet gebeurt als je de lat niet hoog legt. De gemeente gaat in het kader van de herschikking geen scholen laten verkrotten. De wethouder denkt dat acht tot achtscholen bouwtechnisch wel mogelijk zijn, maar dat er wel andere belemmeringen zijn.

Wat betreft duurzaamheid zegt hij dat schoolbesturen er belang bij hebben om zuinig met energie om te gaan. Er is gevraagd of verkoop van vrijkomende schoolgebouwen gebruikt zou kunnen worden om de ambities in dit programma te vergroten. De wethouder denkt dat de Raad geen hek om dit budget wil zetten. De wethouder zegt dat er volgens de prognoses in Vleuten-De Meern geen nieuwe scholen nodig zijn. Mw. Ramaker (VVD) zegt dat in de wijkprofielen staat dat er bij groei in Vleuten-De Meern naar Rijnenburg kan worden uitgeweken. Wethouder Eerenberg zegt dat dit theoretisch een mogelijkheid zou kunnen zijn.

55

Mw. Ramaker (VVD) zegt dat van alle wijken alleen Vleuten-De Meern dan naar Rijnenburg zou moeten, wat echt ver weg is. Wethouder Eerenberg ontkent dit en zegt dat de tien minutenstad ook een leidend principe is.

60

Mw. Ramaker (VVD) vraagt waarom dit in het wijkprofiel bij Vleuten-De Meern staat. Pagina 12 van 15

5

Wethouder Eerenberg zegt dat er omstandigheden zouden kunnen zijn waarbij je geen nieuwe school gaat bouwen maar gaat vragen om het iets verderop te zoeken. Hij vervolgt zijn beantwoording. Bij private partijen die maatschappelijke doelen, zoals kinderopvang, nastreven wordt voorgefinancieerd om een duurzame keuze te faciliteren. Dat is ook om te voorkomen dat het allemaal in de huurprijs belandt. Mw. Ramaker (VVD) vraagt hoe de gemeente grenzen stelt bij voorfinanciering.

10

15

Wethouder Eerenberg zegt dat de betreffende partij dan kredietwaardig moet zijn, een langdurig commitment aan moet gaan en moet investeren in de maatschappelijke doelen van de gemeente, met name duurzaamheid. Zonder voorfinanciering komt dat allemaal in de huurprijs. Mw. Ramaker (VVD) vraagt waarom een private partij bij de gemeente zou lenen en niet gewoon bij een bank. Wethouder Eerenberg antwoordt dat het om investeringen gaat en dat de gemeente dan soms iets goedkoper is.

20

25

Mw. Ramaker (VVD) vraagt hoe je het risico borgt. Wethouder Eerenberg antwoordt dat hij net heeft aangegeven hoe daar zorgvuldig mee wordt omgegaan. Hij besluit zijn beantwoording. De 24 projecten uit het oude NPOHV die nu in het nieuwe uitvoeringsprogramma zijn opgenomen zijn nog op basis van de oude spelregels. Daarbij gaat het om projecten waarmee al een begin is gemaakt. Voor nieuwe projecten gelden de nieuwe spelregels. De voorzitter vraagt of er nog gemiste vragen zijn.

30

35

40

45

Mw. Dada-Anthonij (D66) vraagt of er aandacht is voor de scholen in de zogenaamde ‘kantelwijken’. Mw. Sasbrink (PvdD) vraagt waarom er niet op schone lucht en fijnstof wordt geselecteerd voor klasse A in frisse scholen. Dhr. Stam (Volt) vraagt waarom de beleidsnota niet duidelijker is over wat de centrale uitdaging is en waarom de wijkvisies ontbreken in de bijsluiter. De voorzitter zegt dat beide vragen beantwoord zijn. Mw. Assen (PvdA) vraagt of nieuwbouw bij RO niet meer standaard is. En hoe zit het met de toezegging van een projectleider bij herschikking en de toezegging dat bepaalde scholen bij herschikking worden uitgezonderd als ze gemengd zijn en kwalitatief goed onderwijs geven. En wat blijft er over van het principe van kansengelijkheid als de 26 scholen in de herschikking komen? Wethouder Eerenberg zegt dat de kantelwijken wel in het programma zitten maar dat die niet apart geprioriteerd zijn.

50

55

60

Mw. Dada-Anthonij (D66) vraagt of daar vanuit Onderwijs wel op gemonitord wordt. Wethouder Eerenberg bevestigt dit. Hij weet niet of de kantelwijkscholen ook naar voren gehaald kunnen worden. Wat betreft de vraag naar klasse A voor schone lucht zegt de wethouder dat klasse B ook al echt goed is. Klasse A zou heel duur zijn. De wethouder heeft gezegd dat er jaarlijks over de wijkvisies gerapporteerd gaat worden en dat daar nog een behapbare vorm voor moet worden gevonden. Dhr. Stam (Volt) zegt dat het niet gaat om een toezegging voor de toekomst, maar om een reflectie op waarom het niet nu in dit programma staat. Pagina 13 van 15

Volgens de voorzitter was hier geen verwarring over. Wethouder Eerenberg zegt dat nieuwbouw geen wetmatigheid is. 5

10

15

20

25

30

35

40

45

Mw. Assen (PvdA) gaat terugzoeken waarom zij die motie eerder nodig vond. Zij hoort de wethouder nu toezeggen dat dat niet standaard is. En waar hangt het dan wel van af? Wethouder Eerenberg antwoordt dat het hierbij gaat om het principe van de tien minutenstad. Hij woont zelf in een relatief nieuwe wijk waar geen basisschool is. Mw. Assen (PvdA) merkt op dat het in Cartesius juist wel gerealiseerd is terwijl er wel scholen binnen tien minuten daarvandaan zijn. Wethouder Eerenberg zegt dat er in Cartesius veel mensen komen wonen die kinderen gaan krijgen. Destijds was er nog niet het nu voorgestelde herschikkingsbeleid. De wethouder vervolgt zijn beantwoording. Hij zegt dat er bij herschikkingen uiteraard een projectleider komt. Scholen worden niet op basis van Ongelijk investeren voor gelijke kansen naar voren gehaald en gerenoveerd om ze vervolgens, in het ergste geval, bij een herschikking te slopen. Mw. Assen (PvdA) noemt dit als een van de meest wezenlijke punten: dat een school niet naar voren wordt gehaald die daar recht op zou hebben maar dan pas veel later in de herschikking komt. Wethouder Eerenberg zegt dat de gemeente geen scholen zal laten verkrotten. De voorzitter vraagt of er behoefte is aan een tweede termijn. Mw. Ramaker (VVD) zegt dat de VVD net focus op de haalbaarheid in de uitvoering heeft ingebracht.

49 projecten in de eerste fase, in de komende vier jaar. De VVD ziet liever reëel plannen dan het renoveren van scholen waar dat niet direct noodzakelijk is. De fractie heeft ook moeite met voorfinanciering. Het gaat hier om belastinggeld. Hoe krijgt de gemeente haar geld terug als een partij voortijdig failliet gaat? Wethouder Eerenberg noemt als beheersmaatregelen met betrekking tot het voorfinancieren een goed gesprek voeren, een heldere overeenkomst opstellen en actief in gesprek blijven. Wie een contract tekent, is ook gehouden aan een betaalverplichting. Wat betreft het planningsoptimisme zegt de wethouder dat het College een oprechte poging heeft gedaan om te kijken wat er in de eerste fase moet gebeuren, wat reëel is, wat wel en niet past. De voorzitter stelt vast dat er geen nieuwe toezeggingen zijn gedaan. Hij denkt dat dit als B-punt naar de Raad wordt doorgeleid. Hij vraagt de fracties om kort hun voorstellen aan te geven. Mw. Dada-Anthonij (D66) zegt dat het vooral zal gaan om de motie ‘Mixen maar’ en de kantelwijkscholen. Dhr. Stam (Volt) overweegt een motie over de wijkvisies. Dhr. Van Steeg (CDA) wil even kijken naar de maatschappelijke voorzieningen

50

Mw. Sasbrink (PvdD) zou de mogelijkheden voor buitenlessen willen stimuleren Mw. Ramaker (VVD) denkt in de richting van reëel plannen en voorfinanciering.

55

Mw. Assen (PvdA) wil iets doen met het benutten van leegstand en hoe dat te wegen en de mix tot herschikking. Zij wil ook verduidelijking over de 26 scholen in relatie tot het naar voren halen. Mw. Vermeulen (GroenLinks) wil komen met een voorstel over de prioritering bij multifunctionele ruimtes. GroenLinks wil ook meer zekerheid over inclusief en toegankelijk.

60

De voorzitter sluit de vergadering om 22.20 u. Pagina 14 van 15

Pagina 15 van 15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=aacc5d47-9ea9-4b6d-8598-557057fdc949