Conceptverslag Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken 16 november 2023
Tekst van het document
30
35
40
Dhr. te Hoonte (VVD): constateert dat de PvdA geen antwoord geeft. De gemeente maakt heel veel winst op grond en dan worden er als gemeente woekerwinsten gemaakt, dit moet de PvdA zich beseffen. Dhr. Stam (PvdA): geeft het voorbeeld van Leidsche Rijn waarbij grote winsten zijn gemaakt bij ontwikkelaars ondanks concessies van de gemeente dat er te weinig betaalbare woningen werden gebouwd. Ten tweede, de gelden die de gemeente gebruikt worden ingezet voor sociale voorzieningen. Het feit dat er te weinig betaalbare woningen zijn raakt iedereen en daar moeten we kijken naar voldoende sociale woningbouw. Wat de PvdA betreft wordt en nooit minder sociaal gebouwd. Een belangrijke stap om een bouw gaande te houden is wanneer het tegenzit de corporatie in positie te brengen en anticyclisch te anticiperen, maar nooit mogen wij de winsten van ontwikkelaars financieren. Vraag aan de wethouder is of er is nagedacht over hoe we om moeten gaan met private winsten die per abuis toch gemaakt worden met behulp van publiek geld. generieke eisen laten vallen is het spekken van ontwikkelaars, verder zou die sowieso averechts werken en de kosten afwentelen op de samenleving en het sociaal domein. Als laatste kan de PvdA aansluiten bij minder Engelse marketing.
45 De voorzitter: geeft aan de volgende keer mee te agenderen omdat de inbreng erg lang is.
50
Dhr. Usta (DENK): geeft aan dat DENK blij is met de laatste brief. DENK geeft prioriteit aan betaalbare grotere woningen met voldoende parkeergelegenheid en DENK is bereid om concessies te doen ten behoeve van snelheid, daarom zullen er per project afwegingen gemaakt worden. Snelheid weegt zwaar maar als het eindproduct niet goed aansluit bij de wensen dan is er een kans dat tijd en middelen worden verspild, dit moet worden voorkomen. Pagina 20 van 29
De vergadering wordt geschorst voor 5 minuten
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
Wethouder Eerenberg: geeft aan eerst de strategie van de gemeente te bespreken en daarna naar de individuele vragen over te gaan. Het is een probleem waar hij veel mee bezig is. Dat het niet lukt om snel genoeg te bouwen, daar kun je op twee manieren naar kijken, je kunt bij de pakken neer gaan zitten, maar er is juist nu werk te doen en dat kan inderdaad pijnlijk zijn. Het voelt persoonlijk ook als een grote missie. Er moet kritisch gekeken worden naar eigen handelen wat betreft snelheid, er is gevraagd of dit de helft sneller kan. Direct na het kerstreces wordt er een raadsvoorstel gedaan hoe eigen processen kunnen worden versneld. De reden dat dit langer op zich heeft laten wachten is omdat dit samen is gegaan met allerlei andere discussie over participatie in die snelheid. Er ontstaat altijd spanning bij vaak met elkaar het gesprek voeren en tempo maken en die spanning wordt na het kerstreces met elkaar gewogen. De Utrechtse aanpak betekent dat projecten individueel worden bekeken en die zijn verdeeld in verschillende tranches. De eerste tranche is tijdens de voorjaarsnota besproken en de tweede tranche is bijna klaar en dit komt als een raadsvoorstel en die volgt hopelijk nog eind dit jaar. Daar kan dan aan het begin van het jaar volgende jaar over gesproken worden zodat plannen gestart kunnen worden zodat er weer vele woningen gerealiseerd kunnen worden.
Die aanpak heeft ervoor gezorgd dat er toch 2400 woningen gerealiseerd zijn afgelopen jaar. Een andere manier om tempo te maken is bestaande bebouwing te benutten, dit geeft ook snel resultaat. Er zijn al stappen gezet door collega de Vries door meer mensen zonder vergunning in een gebouw te laten wonen, dit is opgehoogd naar 3 personen. Er komen ook meer plannen aan het begin van het jaar om bestaande gebouwen uit te buiken en op te toppen. Dus tempo versnellen door snel de tweede tranche aan te bieden en binnen de trance moet er gekozen worden voor projecten die snel realiseerbaar zijn. Het gaat ook om de eisen die we met elkaar gemaakt hebben en iedereen noemt verschillende eisen. De wethouder staat zelf voor 2 zaken die ze aan het uitzoeken zijn. Het eerste is om binnen de G4 gemeenten technische eisen te uniformeren zoals bijvoorbeeld de norm van bergingen zodat die gekopieerd kunnen worden en je dus sneller plattegronden kunt maken en dus weer sneller kunt gaan bouwen. Dhr. te Hoonte (VVD): geeft aan dat het ook zou helpen dat de wethouder aangeeft dat als dat kan dit dan ook het bouwbesluit kan zijn, dus dat we niet iets ergens bovenop moeten zetten waar dat eigenlijk niet nodig is. Wethouder Eerenberg: geeft aan dat dit uit het onderzoek gaat volgen.
Wat betreft middenhuur weten ze nog niet wat het landelijk kader gaat worden maar als het landelijk kader geschikt is om te volgen dan wil het college voorstellen dit te volgen. Wat ook een denklijn is, is dat wanneer het landelijk middenhuur kader net niet goed genoeg is voor bijvoorbeeld gezinnen, dan moet bekeken worden of je dit dan uniform over de stad wilt zetten of dat je op een aantal plekken een impuls wilt geven voor gezinnen, dit sluit aan op een werkwijze in Rotterdam daar gebruiken ze een spinnenweb model om een gemiddelde te behalen. Je kunt niet overal een 10 halen maar het gemiddelde moet goed zijn, ook dit volgt in het eerste kwartaal. Een ander punt van de strategie gaat over lobbyen want op een groot aantal punten is geen invloed op maar wordt wel hinder ondervonden. Op dit moment wacht de gemeente heel lang op gerechtelijke procedures. Er moet worden nagedacht of het acceptabel is dat we zo lang moeten wachten op gerechtelijke procedures. De vraag aan de Raad van State is of procedures kunnen worden versneld ondanks de crisis en herstelwet terwijl daar niet altijd projecten met veel woningen onder vallen. Het zou mooi zijn om grote projecten voorrang te geven. Een andere vraag was corporaties in het middensegment, zij mogen in het middensegment, maar moeten vanwege allerlei regelgeving zich gedragen als een marktpartij, dit is heel onhandig.
Juist omdat zij een corporatie zijn, kunnen zij desinvesteringen dragen en goedkoper kunnen lenen, als marktpartij hebben zij geen meerwaarde. Tegenwoordig is middenhuur ook al bijna sociaal te noemen want je komt al snel in het middenhuursegment terecht en dat zijn wel de mensen die we heel hard nodig hebben om de stad draaiende te houden. Een andere lobby gaat over pensioenfondsen, heel vaak zit aan de Pagina 21 van 29
5
10
achterkant van projecten een pensioenfonds met rendementseisen. Die hebben veel geld om te investeren maar veel regels over rendement. Zij kiezen er vaker voor om in het buitenland te investeren vanwege rendement. Het laatste punt zijn de randvoorwaarden in de strategie, is ook de inkijk in de boeken. Je kunt als projectontwikkelaars niet aankloppen bij de gemeente voor steun om meer rendement te halen, het gaat om projecten die onder water staan en laten we dan afspraken maken over een keurig rendement, wat ook extern getoetst wordt. Een andere randvoorwaarde is dat we Utrecht bouwen met elkaar. Het moet wel iets blijven waar we trots op zijn en een fatsoenlijke stad bouwen. Duurzaamheid staat samen met het woonprogramma onderaan de lijst om naar te kijken, daar moeten we nu niet naar kijken. We willen niet dat tempo maken ten koste gaat van de planeet. In de tweede tranche worden er weer dappere besluiten voorgelegd met als doel de woningbouw op peil te houden onder de randvoorwaarden, geen gekkigheid maar wel Utrecht bouwen. Dit is de strategie die het college voorstaat en waarmee er al een aantal vragen beantwoordt zijn. De voorzitter: stelt voor na de schorsing de individuele vragen te laten beantwoorden.
15 De vergadering wordt geschorst voor de lunch.
20
25
30
35
40
45
50
Pagina 22 van 29
5
Verslag openbare middagvergadering commissie Ruimtelijke Orde en Grondzaken Datum Locatie Verslag door
16 november 2023 Stadhuisbrug 1, Utrecht Judith Dubero (Notuleerservice Nederland)
10
Aanwezigen 15
De voorzitter, de heer J. Vasters, de wethouder, de heer E. Eerenberg, de leden, mevrouw L. Bode (Volt), de heer G. te Hoonte (VVD), de heer A. Breunesse (Utrecht Solidair), de heer H. Dijkstra (CDA), de heer T. Stam (PvdA), de heer M. Koning (D66), de heer R. Snijder (Student & Starter), de heer A. Ait Daoua (D66), de heer M. van Heuven (PvdD), de heer L. van Straalen (ChristenUnie), de commissiegriffier, de heer F. de Kok
20 9. Raadsbrief Bovenwettelijke eisen bij gebieds- en projectontwikkeling……………………….23 10. Advies Raadswerkgroep Bindend advies……………………………………………………….27 25 De voorzitter opent de vergadering om 14.00 uur
9. Raadsbrief Bovenwettelijke eisen bij gebieds- en projectontwikkeling 30
Vervolg Wethouder Eerenberg reageert op de gestelde vragen en gemaakte opmerkingen.
35
De prijs in de gemeente Utrecht is hoger dan in andere gemeenten vanwege de eisen die in de raadsbrief staan en vanwege de markt. Mensen willen graag in Utrecht wonen. Woningbouw moet op een zo duurzaam mogelijke manier gebeuren. Per project wordt bekeken hoe dit gebeurt. Dit geldt ook voor stadsverwarming. Bij bestaande bouw is het vaak efficiënt om aan te sluiten op stadsverwarming, bij nieuwbouw kan een andere keuze gemaakt worden. Daarbij geldt dat als de kosten hiervoor voor de investeerder zijn, dit wordt doorberekend aan de gebruiker. Pagina 23 van 29
De heer Te Hoonte (VVD) leest in de raadsbrief een voorsortering op stadsverwarming. Wethouder Eerenberg meldt dat per project wordt bekeken wat het meest duurzaam is. 5
Wethouder Eerenberg vervolgt zijn reactie.
10
De VVD vroeg naar het schrappen van parkeerplaatsen en de kosten die verlegd worden naar de maatschappij. Dit is de reden waarom het Fonds Bovenwijks er is. Er moet een casco van de stad zijn. Het Fonds Bovenwijks moet zorgen voor financiële ruimte voor corporaties en ontwikkelaars. Het zou mooi zijn als er vanuit het Rijk voor studenten een financiële prikkel komt om een kamer te huren. De parkeernorm moet omlaag, maar dit moet juridisch haalbaar zijn. Er is beleid waaraan voldaan moet worden. Hier kan alleen gefundeerd van afgeweken worden. Als de parkeer norm naar beneden kan, dan gebeurt dat.
15
Mevrouw Bode (Volt) vraagt of de wethouder bereid is het beleid aan te passen.
20
Wethouder Eerenberg is daartoe bereid. In de parkeermodules zit al een behoorlijke aanscherping. Maatwerk wordt redelijk vaak toegepast. Sommige doelgroepen hebben geen behoefte aan een parkeerplaats, maar wel aan een tuin. Op die manier wordt gefundeerd afgeweken van het beleid. Wethouder Eerenberg vervolgt zijn reactie.
25
De geldigheid van onderzoeken kan verlengd worden, mits er wordt voldaan aan de wettelijke kaders. Mevrouw Bode (Volt) vraagt of parkeren een kleinere knop om aan te draaien is dan in de raadsbrief wordt gesteld.
30
35
Wethouder Eerenberg antwoordt dat het er vanaf hangt of het gaat om toekomstige plannen die nu ontworpen worden of plannen die nu nog niet worden uitgevoerd, maar waar wel al een parkeergarage in zit. Dan kan de parkeergarage er niet worden uitgehaald. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of de prijs van de woning daalt als de parkeerplaats eruit gehaald wordt. Wethouder Eerenberg geeft aan dat dat niet zo is. Als de parkeerplaats eruit gehaald wordt, draagt dat bij aan de haalbaarheid van het plan, dus aan het maatschappelijke doel van woningen realiseren. Als er een korting op de woning wordt gegeven, is er netto niets gedaan.
40 De heer Te Hoonte (VVD) vraagt hoe het dan kan dat de gemiddelde vierkante meterprijs in Utrecht hoger is dan in de rest van Nederland.
45
Wethouder Eerenberg antwoordt dat dit komt door de markt en de optelsom van de ambities. Het is niet per se het ontbreken van de parkeerplaats die Utrecht duurder maakt. Pagina 24 van 29
Wethouder Eerenberg vervolgt zijn reactie.
5
10
15
De vraag waar de grens ligt tussen innovatie en snelheid is moeilijk te beantwoorden. Het is nu niet de tijd van pionieren en proberen. De financiële kracht om dat te doen is er nauwelijks. Aan de andere kant zijn er innovaties die zaken goedkoper maken. Ook zijn er beleggers die eerder bereid zijn te investeren als er innovaties zijn. Bij projecten is het belangrijk dat er niet over de grens van een tender wordt heengegaan. Het knelpunt dat het eerste opgelost moet worden is het woonprogramma. Het middensegment is op dit moment heel spannend om te bouwen. Het zou goed zijn als de gemeente daaraan bij kan dragen of corporaties in te laten stappen. Hier is het snelst het meeste resultaat te behalen en de middengroep is hiermee geholpen. De tranchegerichte aanpak per project is geen tijdsintensieve aanpak. Er moet inderdaad per project gekeken worden wat er aan de hand is, maar als regels in één keer voor de hele stad versoepeld moeten worden, is dit ook niet snel geregeld. Bovendien vallen de 2.400 woningen die in 2023 worden opgeleverd onder de door de gemeente gestelde kaders. Als daar iets versoepeld wordt, is dat onnodig gedaan. Dit is onwenselijk. Utrecht Solidair stelde voor om een aantal zaken in paraplubestemmingen te doen en wat meer te uniformeren. Dit komt in het eerste kwartaal van 2024 terug.
Overigens kunnen duurzaamheidsambities niet allemaal inhoudelijk in een bestemmingsplan vastgelegd worden. Dan moet gedacht worden aan een anterieure overeenkomst met partijen.
20 De heer Breunesse (Utrecht Solidair) vraagt of de wethouder dat dan ook gaat doen.
25
Wethouder Eerenberg antwoordt bevestigend. Er kan meer standaard gebracht worden in de anterieure overeenkomsten, evenals in de stedenbouwkundigen uitgangspunten. Dit gaat voor versnelling en helderheid zorgen. In de brief die in het eerste kwartaal van 2024 verschijnt wordt hierop ingegaan. Wethouder Eerenberg vervolgt zijn reactie.
30
35
Over vergunningsvrij met meerdere personen in een woning wonen is hij eerder al ingegaan. Ook bij nieuwbouw wordt gekeken naar coöperaties. Dit helpt kleinere huishoudens. De woning is dan misschien wat kleiner, maar er zijn gedeelde ruimtes. Dit zijn mooie concepten. Er worden geen excessieve winsten gefaciliteerd. De wethouder wijst erop dat de meeste ontwikkelaars goede bedoelingen hebben en woningen willen bouwen. Zij willen natuurlijk rendement hebben, maar zij steken dat rendement ofwel in pensioenen ofwel in groei van het bedrijf. Bij Wisselspoor is de ontwikkelaar bijvoorbeeld bereid om alle koopwoningen op eigen risico te bouwen. De heer Dijkstra (CDA) mist het antwoord op zijn vraag over warmtesystemen en de kosten voor het contractmanagement daarvan.
40 Wethouder Eerenberg antwoordt dat dit een knop is om aan te draaien, maar als de kosten bij de ontwikkelaar worden gelegd wordt dit doorberekend aan de gebruiker. Een tussenvorm voor de toekomst kan zijn dat de gemeente een meer publieke rol in de warmtesystemen neemt. Dan kan er gestuurd worden op de kosten. 45 Pagina 25 van 29
De heer Stam (PvdA) vraagt de wethouder hoe hij denkt over sociale huur en dat dat nooit minder moet zijn.
5
Wethouder Eerenberg is het daarmee in beginsel eens. Woningen moeten zo betaalbaar mogelijk zijn. Het is wel een optie iets kleinere woningen te bouwen zodat er meer woningen gebouwd kunnen worden. De heer Te Hoonte (VVD) wijst erop dat de woonvisie wettelijk geldt. Alles wat daarboven komt is de ambitie van het college.
10
15
20
25
Wethouder Eerenberg meldt dat als partijen overeenkomen dat er in een project meer sociale huurwoningen worden gebouwd dan in de woonvisie bepaald is, dat heel mooi is. De afspraken zijn vastgelegd en daarin is een ondergrens bepaald. Die ondergrens staat in de woonvisie en in het coalitieakkoord. Als het college nieuwe plannen maakt die niet voldoen aan het coalitieakkoord dan betekent dat een lastig debat in de gemeenteraad. Er zijn projecten die nog gebouwd moeten worden en waar hele oude afspraken over gemaakt zijn. Hier gelden geen taboes mits dit goed uitlegbaar is. De heer Te Hoonte (VVD) blijft er moeite mee houden dat het college coalitieakkoord een planologische status geeft. Dit is niet hoe het hoort. Het gaat om planologie en dat gebeurt op basis van door de raad vastgesteld beleid dat is verankerd in de omgevingsvisie. Het coalitieakkoord is ambitie van het college en van de coalitie. Dat is geen beleid waar plannen in juridische zin aan getoetst kunnen worden. Wethouder Eerenberg onderschrijft dit. Daarom gaf hij ook aan dat er een lastig debat zal volgen met de meerderheid van de raad. Een coalitieakkoord is een akkoord van partijen in de raad en niet iets dat het college als beleidskader hanteert. Het is er echter wel. De voorzitter vraagt of er fracties zijn die moties overwegen.
30 De heer Te Hoonte (VVD) overweegt een motie over de verankering van het grondbeleid, de prijsstelling van de woningen en het breed verankeren van het totaal.
35
De heer Dijkstra (CDA) kan zich voorstellen dat er een motie wordt ingediend over het vasthouden aan het huidige sociaal, midden en hoog segment. Mevrouw Bode (Volt) overweegt een motie over de parkeernormen. De heer Stam (PvdA) wijst erop dat er in Q4 van 2023 een raadsbrief komt over het grondbeleid.
40
45
De heer Koning (D66) beraadt zich op een motie om het college op te dragen de koers die nu wordt ingezet van het per project een afweging te maken in een opdracht van de raad te bestendigen, een motie om te onderzoeken of het middenhuurkader moet worden geüniformeerd met het landelijk kader en de voor- en nadelen daarvan in kaart te brengen en een motie over de grondprijzen. Pagina 26 van 29
De heer Snijder (Student & Starter) overweegt een motie om de werkwijze officieel vast te leggen en een motie over de parkeernorm. De commissie wenst dit agendapunt te agenderen voor de raad voor 45 minuten. 5 De voorzitter schorst de vergadering voor 2 minuten
10. Advies Raadswerkgroep Bindend advies 10
15
20
25
Naar aanleiding van het raadsvoorstel Bevoegdheden Omgevingswet is een raadswerkgroep gevormd om te kijken welke werkwijze kan worden gehanteerd wanneer de raad straks toepassing gaat geven aan de mogelijkheid een Bindend Advies uit te brengen bij afwijkvergunningen. Voorgesteld wordt het advies van de raadswerkgroep te bespreken, zodat vastgesteld kan worden of de voorgestelde werkwijze voldoende draagvlak heeft binnen de commissie en welke eventuele vervolgacties hiervoor noodzakelijk zijn. De werkgroep bestaat uit de heren Claasen, Stellinga en Te Hoonte. De heer Ait Daoua (D66) dankt de werkgroep voor het gedegen werk. Inspanningen voor het onderzoeken voor de beste werkwijze voor de toepassing van het bindend advies onder de Omgevingswet zijn van groot belang voor de stad. De voorgestelde inzet van dit instrument vanaf 1 januari 2024 is een belangrijke verandering van het besluitvormingsproces. Het advies van de werkgroep om het bindend advies flexibel in te passen binnen het reguliere vergaderschema, rekening houdend met de termijn van acht weken lijkt een praktische en efficiënte benadering. Dit vermijdt de noodzaak van een bestuurscommissie, een constructie die onder andere door D66 als ingewikkeld en kwetsbaar wordt beschouwd.
D66 vraagt of het college rekening gaat houden met de stukken wanneer meerdere aanvragen tegelijkertijd binnenkomen en of dat gedoseerd doorgestuurd wordt naar de commissie. Nu is de verwachting dat het tussen de tien en vijftien gevallen betreft, maar dat kan oplopen. Verder vraagt D66 of het college zich wil inspannen om de informatievoorziening in nauwe afstemming met de commissiegriffier te coördineren en wat de criteria voor de evaluatie zijn.
30
35
40
De heer Breunesse (Utrecht Solidair) vindt dat de positie van de burger in de notitie ontbreekt. De inspreekpositie van de burger moet meegenomen worden als afwegingkader. Als de burger niet het idee heeft dat hij hier onderdeel van is, ontstaat het beeld van achterkamertjespolitiek. Participatie is een groot goed, de Omgevingswet gaat hier stappen in zetten. Dat betekent dat de vraag van macht en zeggenschap een andere balans krijgt dan het nu heeft. De beschrijving van de machtsbalans en de zeggenschap daarvan zou onderdeel van de notitie moeten zijn. De heer Van Heuven (PvdD) complimenteert de werkgroep. Er moet in een periode van acht weken veel gebeuren. Hij vraagt hoe het advies wordt vastgesteld als in week zes of zeven een commissie- of raadsvergadering plaatsvindt waarin een bindend advies wordt gemaakt dat geamendeerd kan worden. Verder vraagt hij of er in een raads- of commissievergadering gestemd wordt en op welke manier.
Pagina 27 van 29
De heer Van Straalen (ChristenUnie) vraagt of dit schema ook kan worden gebruikt voor het sneller doorlopen van andere ruimtelijke plannen. Het lijkt hem verder goed het proces te blijven monitoren. 5
De heer Te Hoonte (VVD) vindt dat deze werkwijze in een verordening moet worden vastgelegd. De heer Stam (PvdA) vindt het belangrijk dat er blijvend gemonitord wordt in afwachting van jurisprudentie. Ook moet gekeken worden of de planning goed lukt binnen de acht werken.
10
Mevrouw Bode (Volt) complimenteert de werkgroep voor deze uitwerking. Als de aanvraag en de adviesperiode in een recesperiode valt kan overgegaan worden tot verlenging van de periode. Mevrouw Bode vraagt of dit standaard gedaan wordt of dat dit nog ter bespreking is. Volt kan zich vinden in de niet-procedurele behandeling om te versnellen. Mogelijk kan worden overgegaan op een standaardslot bij elke vergadering zodat er altijd ruimte is voor aanvragen.
15 De voorzitter schorst de vergadering voor vijf minuten De heren Claasen, Stellinga en Te Hoonte beantwoorden de vragen namens de werkgroep. 20
25
De heer Claasen geeft aan dat de Omgevingswet nog strikter regelt dan eerder het geval was dat het verlenen van de vergunning de bevoegdheid is van het college. Voor een klein aantal gevallen moet het college verplicht advies vragen van de raad. De opgave is nu een praktische procedure maken voor het advies van de raad binnen de wettelijke periode van acht werken. De raad adviseert in dit geval dus het college. Dat maakt dat er een aantal ongebruikelijke oplossingen in het voorstel zitten. Gevraagd is of de aanvragen gedoseerd naar de raad kunnen komen. De opgave is binnen acht werken na binnenkomst van de aanvraag een beslissing te nemen. De aanvrager beslist wanneer het proces begint. De ambtenaren kunnen hierin mogelijk sturen. De werkwijze moet zeker een keer in een verordening worden opgenomen, maar het is beter hiermee te wachten als meer ervaring is opgedaan met de procedure.
30 De heer Stellinga geeft aan dat participatie een groot goed is, maar wat deze ruimtelijke trajecten betreft heeft de participatie al plaatsgevonden. De participatie heeft plaatsgevonden voordat het bindend advies aan de raad of de commissie wordt voorgelegd. In die deel van het traject is de raad aan het woord niet te burgers. 35 De heer Te Hoonte meldt dat het idee is dat er een standaardamendement komt. Er kan met een gemeenschappelijk amendement worden gekomen, of er kunnen verschillende amendementen worden ingediend. Een alternatief is om het advies middels een gezamenlijke motie vast te leggen. 40 De heer Van Heuven (PvdD) denkt dat dit met amendementen kan werken. Hij vraagt hoe hierover gestemd wordt.
45
De heer Te Hoonte antwoordt dat het raadsstemmen is. Dus 45 raadsleden moeten zich uitspreken. Het is een raadsaangelegenheid. Pagina 28 van 29
De heer Van Heuven (PvdD) ziet dit graag terug in een verordening. De heer Stam (PvdA) wijst erop dat de P&C-cyclus van de commissies en de raden uit elkaar lopen. Hij vraagt hoe de werkgroep erop heeft voorzien dit uit te werken. 5 De heer Te Hoonte antwoordt dat er in de werkgroep veel scenario’s zijn besproken, maar de praktijk moet dit oplossen. Het is tenslotte een wet waaraan gehouden moet worden. De heer Te Hoonte vervolgt zijn reactie. 10 Het is aan de raad of het DB om deze procedure ook op andere plannen wordt toegepast. Ten slotte meldt hij dat de griffier rekening houdt met de behandeling van de adviezen tijdens de vergaderingen. 15
Wethouder Eerenberg complimenteert de werkgroep. Hij onderschrijft het feit dat er rekening gehouden moet worden met de werkdruk. Mevrouw Bode (Volt) vraagt of de verlening tijdens een recesperiode aan de voorkant gedaan wordt.
20 De heer Te Hoonte antwoordt dat het college de verlening formeel aanvraagt. Het staat niet vast dat dit altijd kan en hierover komt nog jurisprudentie.
25
De heer Stellinga geeft aan dat het niet toegestaan is om standaard te verdagen. Er mag hiervoor ook geen beleid gemaakt worden. Over incidentele gevallen moet incidenteel besloten worden. De heer Ait Daoua (D66) vraagt welke criteria er zijn voor de evaluatie.
30
De heer Te Hoonte antwoordt dat de commissiegriffier hierover samen met de werkgroep gaat nadenken. Het is beter na een aantal aanvragen te evalueren. De voorzitter sluit de vergadering om 15.10 uur.
35
40
TOEZEGGINGEN Wethouder Eerenberg Naar aanleiding van agendapunt 9: Raadsbrief Bovenwettelijke eisen bij gebieds- en projectontwikkeling zegt de wethouder toe dat de raad per raadsbrief in Q1 van 2024 wordt geïnformeerd over een onderzoek uniformering lokale technische eisen woningbouw en een reflectie op de toepassing van de Rotterdamse werkwijze in Utrecht.
Pagina 29 van 29