CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept Verslag commissie Stad en Ruimte, 2021-02-11.pdf

Commissie Stad en Ruimte (2008-2021) 4 maart 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Verslagen10.793 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verslag openbare vergadering commissie Stad & Ruimte 5

Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag

10

Aanwezigen

15

11 februari 2021 Digitaal, via Zoom mw. I.B. Koren (Notuleerservice Nederland) 4 maart 2021

De voorzitter, mw. C. van Dun, mw. A-M. Podt, de wethouders, mw. L. van Hooijdonk, dhr. K. Verschuure, de leden, mw. A. Sasbrink (PvdD), dhr. E. van der Marel (VVD), dhr. E. Virginia (GroenLinks), dhr. B. Işik (PvdA), dhr. T. Schipper (SP), mw. T. Sturkenboom (Student&Starter), mw. S. Schilderman (D66), dhr. R. van der Graaf (ChristenUnie), mw. J. Zwinkels (CDA), dhr. J. Koppelaar (Student&Starter), dhr. B. Sahraoui (DENK), dhr. C. Bos (Stadsbelang Utrecht), dhr. D. Bosch (PVV), dhr. M. Koning (D66), dhr. G. te Hoonte (VVD), dhr. M. van Heuven (PvdD), mw. F. de Koning (GroenLinks), mw. M. Leenders (commissiegriffier).

Afwezigen Er zijn geen afwezigen gemeld. 20

Verslag openbare vergadering commissie Stad & Ruimte

25

1. Opening en mededelingen ..................................................................................................... 1 2. Vaststellen agenda en inventarisatie te bespreken agendapunten ........................................ 1 3. Raadsvoorstel Reactie op memo Toekomst samenwerking van Recreatieschappen ............ 2 4. Quickscan Rijnenburg .......................................................................................................... 10 LIJST VAN TOEZEGGINGEN ........................................................................................................ 19

1.

Opening en mededelingen

De voorzitter opent de vergadering om 10.00 uur en heet iedereen die meekijkt van harte welkom. 30

2. Vaststellen agenda en inventarisatie te bespreken agendapunten De voorzitter constateert dat vandaag alleen digitaal wordt vergaderd in verband met corona. Zij loopt de gehele agenda door en concludeert dat deze is vastgesteld.

Pagina 1 van 19

3. Raadsvoorstel Reactie op memo Toekomst samenwerking van Recreatieschappen 5

10

15

20

25

30

35

40

De voorzitter constateert dat de gemeente Utrecht samenwerkt met twee recreatieschappen. Deze twee recreatieschappen zijn samen opdrachtgever van de uitvoeringsorganisatie Recreatie Midden Nederland. Uit onderzoek blijkt dat de organisatie van Recreatie Midden Nederland niet op orde is. Dit is aanleiding voor de besturen van de recreatieschappen om verandervoorstellen te doen. Er wordt voorgesteld om de recreatieschappen om te vormen en taken onder te brengen bij andere uitvoerders. Recreatie Midden Nederland wordt daarmee opgeheven. De besturen vragen de gemeente Utrecht om een reactie. Het college heeft een conceptbrief aan de recreatieschappen opgesteld en hierover wordt nu gesproken. De heer Virginia (GroenLinks) merkt op dat de veranderingen rond Recreatie Midden Nederland ingrijpend zijn. GroenLinks vindt de plannen ambitieus maar vindt ook dat verandering noodzakelijk is. Kan de wethouder aangeven of de planning realistisch is en wat zijn de gevolgen als de deadline niet wordt gehaald? Hoewel reorganisatie nodig is, wil dit niet zeggen dat er niet ook veel goeds gebeurt rond Recreatie Midden Nederland. Kan de wethouder bevestigen dat tijdens de reorganisatie het nuttige en noodzakelijke werk wel gewoon doorgaat? Eerder heeft de fractie aandacht gevraagd voor een afvloeiingsregeling voor het personeel in relatie tot de gelijkblijvende bijdrage van de gemeente.

Is er geld voor de afvloeiingsregeling? Vervolgens een aantal aandachtspunten voor het nieuwe beleid rond recreatie. Door de ontstane onduidelijkheid en de grote druk op het veranderproces, bestaat het risico voor de recreërende bewoners dat na afloop van de reorganisatie er minder aandacht is voor onderhoud van terreinen, wegen en paden. Kan de wethouder toezeggen dat de reorganisatie niet zal leiden tot minder toegankelijkheid van de recreatiegebieden? En welke mogelijkheden ziet de wethouder om natuurbeheerders, zoals natuurmonumenten, te betrekken bij het toekomstige beheer van de natuur? Recreatie Midden Nederland voert taken uit voor het nationaal park Utrechtse Heuvelrug en het routebureau Utrecht. Verdwijnen er met de reorganisatie ook taken en zo ja, om welke taken gaat het dan? GroenLinks vraagt ook hoe in de nieuwe situatie wordt omgegaan met de ontwikkeling van nieuwe recreatiegebieden. Wie gaat bepaalde activiteiten hieromtrent in de toekomst oppakken? Naast het belang van recreatie in het groen, is er ook een groot belang rondom het behoud en vergroting van de biodiversiteit. Er wordt gesproken over het vergroten van de exploitatiemogelijkheden voor zover dit niet ten koste gaat van de toegankelijkheid maar dit mag ook niet ten koste gaan van de biodiversiteit.

Kan de wethouder toezeggen dat bij het nieuwe recreatiebeleid veel aandacht uit zal gaan naar het behoud en het vergroten van de biodiversiteit? Om te kunnen recreëren moeten gebruikers op bepaalde plekken kunnen komen. De gebieden dienen goed bereikbaar te zijn. Wat GroenLinks betreft dienen deze te voet, per fiets en met het openbaar vervoer bereikbaar te zijn. Kan de wethouder toezeggen dat de bereikbaarheid ook in de nieuwe situatie goed is of wordt zonder onnodig extra asfalt? Verder zijn er zorgen over de financiële situatie. Kan de wethouder aangeven of de financiële bijdrage van Utrecht aan recreatie gelijk blijft na de reorganisatie en is er ook iets te zeggen over de te verwachten bijdrage van de diverse partners? Wat zegt de bijdrage van de gemeente Utrecht over de zeggenschap in de nieuwe samenwerking? Tot slot de rol en zeggenschap van de raad. Kan de wethouder aangeven hoe de raad voldoende informatie krijgt om goede afwegingen te maken tussen de meerwaarde van deelname aan een nieuwe samenwerking en de bijdrage.

45

50

Mevrouw Sasbrink (PvdD) geeft aan dat de PvdD graag ziet dat in de reactiebrief drie zaken worden meegenomen. Allereerst met betrekking tot de bescherming van natuur en landschap. De PvdD constateert al langere tijd dat de balans tussen de belangen van recreanten en natuur en landschap steeds schever wordt. Ziet de wethouder dit ook en wil zij dit benadrukken in de reactiebrief? Ten tweede dient biodiversiteit voorop te staan in het beheer. De brief heeft het nu over het continueren van het beheer maar de PvdD wil het beheer en onderhoud juist meer biodiversiteit vriendelijk maken. In aanbestedingen wordt dan niet alleen de prijs maar ook de Pagina 2 van 19

5

10

kwaliteit een criterium. Is de wethouder bereid om dit nu alvast mee te geven zodat hier in de begroting van de toekomstige organisatie rekening mee gehouden kan worden? Ten derde verdienen het huidige plassenschap en recreatieschap geld met het uitgeven van vergunningen voor jagen en hengelen. Dit moet stoppen. Er dient een verbod te komen en er dient niet meer aan te worden verdiend. Wil de wethouder in de brief waar nu zeven kopjes staan, een kopje toevoegen om de adviezen voor bio divers beheer en jagen en hengelen op te nemen? Tot slot de handhaving en toezicht. Dit wordt mogelijk ondergebracht bij de RUD. De heer Virginia (GroenLinks) vraagt hoe de PvdD een en ander ziet qua begroting. Als er minder inkomsten komen, dan dient een en ander van de partners te komen. De gemeente Utrecht moet dan misschien weer bijdragen. Is dat het uitgangspunt voor de PvdD?

15

Mevrouw Sasbrink (PvdD) zegt dat de PvdD vindt, dat de gemeente beter kan meebetalen aan het beheer dan dat zij toestaat dat gejaagd en gehengeld wordt met alle gevolgen voor het dierenwelzijn.

20

De heer Van der Marel (VVD) merkt op dat als geen vergunningen meer mogen worden uitgegeven dat dit een gat in de begroting veroorzaakt. Verder is het hengelen voor veel mensen een hobby waar zij veel rust en plezier uit halen. Daarnaast wordt de jacht ook gebruikt om wild te reguleren.

25

Mevrouw Sasbrink (PvdD) merkt op dat veel onderzoek is gedaan naar hengelen. Het veroorzaakt veel stress bij vissen. Daarnaast is in de gemeentelijke dierenwelzijnsnota het streven naar een hengelverbod opgenomen. Verder is over jacht als beheer in de dierenwelzijnsnota afgesproken, dat het een uiterste optie is vanwege het dierenleed. Mevrouw Sturkenboom (Student&Starter) merkt op dat het niet zo is dat de financiën afhankelijk zijn van de hengelsport. Misschien kan de hengelsport afgeschaft worden door het aangaan van een lichtere constructie?

30 De heer Virginia (GroenLinks) merkt op dat GroenLinks niet de voorkeur heeft om de jacht en hengelsport te vergroten om zo meer inkomsten te krijgen. In de stukken staat dat mogelijk de horeca of andere vormen van verdienmodellen uitgebreid kunnen worden. Als dit niet wordt toegestaan, dan rijst wel de vraag hoe een en ander wordt gefinancierd. 35

40

45

50

Mevrouw Sasbrink (PvdD) denkt dat als biodiversiteit en klimaat belangrijk is, geaccepteerd moet worden dat dit wat meer kost. Daarnaast is hetgeen mevrouw Sturkenboom heeft gezegd interessant: juist door de reorganisatie zou wat op het organisatieonderdeel bespaard kunnen worden. Zij vervolgt met de onderwerpen handhaving en toezicht. Dit wordt mogelijk ondergebracht bij de RUD. Het afgelopen seizoen waren er veel meldingen van overlast en was er een gebrek aan handhavingscapaciteit. Gaat het onderbrengen van de handhaving bij de RUD hier een verschil in maken? En is de wethouder bereid om dit als aandachtspunt op te nemen in de reactiebrief? Ten slotte de regionale solidariteit. Tijdens de informatiebijeenkomst werd gesproken over de ‘free riders’. Deze zijn niet gewenst. In dit verband deelt de PvdD de vraag van het college over hoeveel Utrechters recreëren in gebieden van het Plassenschap Loosdrecht en welke gemeentelijke bijdrage daar tegenover zou moeten staan. In het verlengde hiervan noemt de PvdD ook het Nationaal park Utrechtse heuvelrug omdat hierover de indruk bestaat dat hier wel veel Utrechters recreëren. Wellicht is Utrecht hier wel de ‘free rider’. Mevrouw Schilderman (D66) merkt op dat voor D66 de focus zou moeten liggen op het meer ontwikkelen van groen en recreatiegebieden. De fractie vraagt of de wethouder bereid is om een aanpassing te doen in de brief.

Er dient aangegeven te worden dat de samenwerkingsvorm die Pagina 3 van 19

gekozen wordt, uiteindelijk dient te passen bij de situatie waarbij meer wordt ingezet op het ontwikkelen van extra recreatiemogelijkheden in de natuur en de omgeving. 5

Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt of mevrouw Schilderman op zoek is naar nieuwe locaties om te ontwikkelen of dat zij in bestaande natuurgebieden recreatie wil toevoegen. Mevrouw Schilderman (D66) denkt dat beide mogelijk is.

10

15

20

25

De heer Işik (PvdA) merkt op dat als gebieden worden toegevoegd, dat meer geld nodig is voor onderhoud. Mevrouw Schilderman (D66) denkt dat te weinig geld wordt uitgegeven aan het ontwikkelen van nieuwe natuur en recreatiegebieden met name in gebieden die dicht rondom stedelijk gebied liggen. Als een en ander nu anders georganiseerd gaat worden, dan zou het beheer bij grotere partijen als Staatsbosbeheer neergelegd kunnen worden. Zij zijn wellicht beter in staat om fondsen te werven of lobbywerk te verrichten. Vervolgens vraagt D66 een volgende aanpassing: een inzet die het mogelijk maakt om financieel te differentiëren. Zo zou er een vaste bijdrage kunnen zijn voor het onderhoud en extra impulsen voor het toevoegen van aanvullende recreatiemogelijkheden. Dan de democratische controle. Deze dient op de boekhouding te zitten maar ook op de visie en het beleid. Is de wethouder bereid om een aanpassing in de brief te doen waarbij aangegeven wordt dat niet alleen de toetsing aan de nota Verbonden partijen belangrijk is maar dat ook de democratische vertegenwoordiging van belang is. D66 hoort graag van de wethouder op welke wijze zij acht dat het verstandig is om juist de democratische verantwoording te hebben op de visie en de ontwikkeling van de groengebieden. De U10 zou hierin een rol kunnen spelen maar de samenwerking is soms wat onwennig. Ten slotte nog twee andere punten.

D66 is niet per definitie gehecht aan de uitvoering bij een bepaalde organisatie of overheid. Het gaat erom dat het werk gebeurt. Deelt de wethouder dit en overweegt zij een tender? Vervolgens vraagt de partij of de wethouder bereid is om te spreken met bijvoorbeeld andere gemeenteraden en hier een overleg voor te initiëren.

30 Mevrouw Sturkenboom (Student&Starter) vraagt welke impact een tender en het betrekken van de organisatie kan hebben op de reorganisatieduur. 35

40

45

Mevrouw Schilderman (D66) merkt op dat het doel voorop moet staan. Als er dan een ander tijdspad gevoerd moet worden voor de liquidatie van de organisatie, dan heeft D66 daar geen probleem mee. De heer Işik (PvdA) sluit aan bij de fracties die vragen hebben gesteld over personeel. Het personeel dient zo snel mogelijk duidelijkheid te hebben over waar het aan toe is. Verder is de PvdA positief over de ingezette stappen in deze kwestie. Het is fijn dat een goede samenwerking wordt georganiseerd. De bevoegdheden, taken en verantwoordelijkheden dienen wel van te voren helder te zijn. Vervolgens dient in het nieuwe samenwerkingsmodel de handhaving beter te worden georganiseerd. Dan de vraag hoe realistisch het is dat het college de deadline van 1 juli 2022 gaat halen. Als nieuwe gebieden worden toegevoegd, dan hoort de PvdA graag wat dit qua beheer en onderhoud gaat kosten. Tot slot vraagt de fractie hoe U-pas houders op een goedkope manier gebruik kunnen maken van recreatiegebieden. Graag een reactie. De heer Schipper (SP) vraagt of er niet beter naar gestreefd kan worden dat recreatieterreinen gratis toegankelijk zijn.

50 De heer Işik (PvdA) antwoordt dat het wat de PvdA betreft ook gratis mag zijn. Pagina 4 van 19

5

10

15

20

Mevrouw Zwinkels (CDA) merkt op dat de basis op orde moet komen. Het is mooi dat in de reactie van het college punten terugkomen die het CDA heeft ingebracht. Dank daarvoor. Het CDA vindt dat de gemeente samen met de partners verantwoordelijk is voor de gebieden. Kan de wethouder in de brief aangeven waar de recreatieschappen op kunnen rekenen qua hulp en inzet vanuit de gemeente Utrecht? Graag een reactie. Verder is een aanpassing van de gemeenschappelijke regeling nodig. Het Rijk voert in dit kader evaluaties uit en doet aanbevelingen. Worden die betrokken in het verdere proces? Dan de inhoud van bijlage 2, de brief over de toekomstige samenwerking. Hierin wordt het dagelijks bestuur verzocht om in te stemmen met allerlei fundamentele punten. Zoals de samenwerking met andere beheergebieden en -organisaties en het overdragen van toezicht en handhaving aan de RUD. Ontstaat met betrekking tot dit laatste punt niet een tekort? Graag een reactie. Verder wordt in de brief ook gesproken over het mogelijk opheffen van het recreatieschap en plassenschap. Hoe heeft de gemeente Utrecht hierop gereageerd? Tot slot de samenwerking met andere organisaties. Communicatie is een taak van RMN.

In hoeverre is het verstandig om deze taak de komende tijd bij hen te laten liggen? Moet op dit punt niet meer aansluiting worden gezocht bij gemeenten en andere instanties die bekender zijn bij inwoners zoals Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten? De heer Van der Marel (VVD) vraagt hoe het nu zit met het recreatieschap en het plassenschap zelf. Zijn zij niet nog in beraad over hun eigen toekomst? De bestuurlijke discussie dient eerst te worden afgerond. Recreatie Midden Nederland (RMN) wordt opgeheven maar hoe wordt er vervolgens inhoud gegeven aan de feitelijke werkzaamheden na 1 januari? Misschien werken er mensen die concreet in de gebieden aan de slag kunnen gaan? De VVD hoort ook graag wat de rol van de provincie is. Zou de provincie geen coördinerende rol kunnen spelen? Hier wil de partij eerst meer over weten.

25

30

35

40

45

50

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) deelt de mening van het bestuur van RMN. De situatie is onhoudbaar geworden, er dient iets te veranderen. De stad Utrecht heeft baat bij een solide organisatie. Er kan dan gesproken worden over de inhoud in plaats van over de overhead en het geld kan dan uitgegeven worden aan het verhogen van de kwaliteit en het toevoegen van nieuwe locaties. De ChristenUnie onderschrijft de vraag van D66 hierover. Vervolgens een aantal opmerkingen over de brief. Op dit moment wordt gezocht naar een geschikte organisatievorm. Welke rol ziet de wethouder voor de gemeente Utrecht? Dan de zoektocht naar een passende organisatievorm. Deze dient eind van dit jaar gevonden te zijn in een proces dat onder druk staat. Is dit een haalbare planning en is er ergens dit jaar een ‘go-no go moment’? Verder is continuïteit van beheer en onderhoud van groot belang. Is het niet verstandig om een ‘go, no-go moment’ in te bouwen en zo ja, wanneer zou dat dan moeten zijn? Een inhoudelijke conclusie uit het rapport van Berenschot was, dat er geen duidelijke keuzes zijn gemaakt met betrekking tot het opdrachtgeverschap. Welke visie heeft de wethouder op de toekomst van het opdrachtgeverschap van de recreatieschappen? Er wordt ook nog een gemeente gezocht die als centrumgemeente wil optreden voor het recreatieschap.

Ziet het college hier een rol voor zichzelf? En hoe kijkt de wethouder naar de rol van de provincie? Tot slot vraagt de ChristenUnie wat er gebeurt als er met de partners niet wordt uitgekomen. Is er dan een alternatief, een plan B en welke visie heeft het college hier op? De heer Schipper (SP) zegt dat de SP eerder speerpunten heeft benoemd zoals toegankelijkheid voor iedereen en een goed sociaal plan voor werknemers van RMN die niet mee kunnen naar de nieuwe organisatie. Verder wil de SP het beheer niet in commerciële handen hebben. Mevrouw Zwinkels (CDA) merkt op dat de SP geen commerciële modellen wil. Tegelijkertijd wil die partij wel samenwerken met Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten. Staat de SP die partijen toe om te zoeken naar eigen verdienmodellen? Pagina 5 van 19

De heer Schipper (SP) vraagt zich af wat hij zich moet voorstellen bij verdienmodellen. Verdienmodellen in combinatie met recreatie wringt. Lichte horeca of pleisterplaatsen kan de fractie zich voorstellen. Verder dient er een lichte bestuursstructuur te komen. Het geld dient vooral te gaan naar de uitvoering en het beheer. 5 Mevrouw Zwinkels (CDA) bedoelt geen feestende menigten. Natuurmonumenten verhuren bijvoorbeeld stukken grond om zo inkomsten te genereren. Een lichte vorm van horeca zou ook kunnen. 10

De heer Schipper (SP) zegt dat een en ander ten goede dient te komen aan vergroening en recreatie. Mevrouw Sturkenboom (Student&Starter) merkt op dat exploitatie gescheiden kan worden. Hoe ziet de wethouder dit?

15 De heer Schipper (SP) geeft aan dat de SP uitkijkt naar het vervolg. De fractie is ook benieuwd naar wat het initiatiefvoorstel van de VVD en de provincie gaat doen. 20

25

30

35

40

45

Mevrouw Sturkenboom (Student&Starter) sluit aan bij de financiële differentiatie waar D66 het over had en bij de bijdrage van de PvdD over het hengelen. Verder is zij benieuwd hoe realistisch het tijdspad is. Een ‘go en no-go moment’ zou handig zijn. Voor Student&Starter is het meest belangrijk dat de aandacht en focus ligt op het nieuw ontwikkelen en verbeteren van recreatiegebieden. Daarbij mag creatief worden omgegaan met exploitatie. Vervolgens hoeft biodiversiteit niet tegenover recreatie te worden geplaatst. Het kan prima naast elkaar. Tot slot vraagt de partij hoe nieuwe fietssnelwegen en regionale fietsverbindingen beter gecombineerd kunnen worden met recreatiegebieden. Wethouder Van Hooijdonk gaat allereerst in op het proces. Meerdere partijen hebben aandacht gevraagd voor de planning. Afgelopen week is er een team gecontracteerd die een en ander gaat begeleiden bij de schappen. Dit team zegt dat de planning kan maar dat deze ambitieus is. GroenLinks vroeg wat er gebeurt als de planning niet wordt gehaald. Nu het team op orde is kan een preciezere planning worden gemaakt. In de planning dient helder te zijn via welke mijlpalen naar 1 januari wordt gegaan. Dit zijn een soort ‘go-no go momenten’ in de vorm van tussenstations. Mocht blijken dat 1 januari niet realistisch is, dan moet men zich daartoe verhouden.

Belangrijk in het proces is, hoe snel men het eens kan worden. Mevrouw Schilderman stelde hieromtrent een goede vraag. Zij vroeg of een dialoog tot stand gebracht kan worden tussen de raden. Dit is zeker iets wat meegenomen kan worden richting de schappen. Het CDA vroeg wat de bijdrage van de gemeente Utrecht is in het proces. De gemeente Utrecht zit stevig in het proces. Ambtelijk gezien zit de gemeente in het kernteam en de wethouder zit bestuurlijk gezien in de begeleidingsgroep. De gemeente Utrecht kan samen met de provincie beschouwd worden als trekkende krachten. De VVD vroeg hoe het zit met de rol van de provincie. De provincie is nog iets meer een trekkende kracht dan de gemeente Utrecht. Dit komt doordat recreatie, groen en landschap in de kerntaken van de provincie zitten. Verder zit de provincie ook in beide schappen en draagt daar fors aan bij. Zo neemt zij ook een deel van de transitiekosten voor haar rekening. De provincie heeft ook de bereidheid om in een soort centrumtaak een rol te nemen. De heer Van der Marel (VVD) merkt op dat de rol van de provincie naar de schappen toe, niet helder is. Deze is niet uitgekristalliseerd.

50 Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat dit klopt. Een en ander is nog niet uitgekristalliseerd. Er wordt nog getrechterd. Tegelijkertijd zijn er ook al wat dingen hardop gezegd en de commissieleden hebben die kunnen lezen. Pagina 6 van 19

De heer Van der Marel (VVD) vraagt of de wethouder iets meer kan vertellen over het team en hun opdracht. 5

10

15

20

Wethouder Van Hooijdonk vindt het prima om de opdracht te delen. Verder heeft het team verstand van juridische, financiële en contractuele zaken. Ook is het in staat om het proces te begeleiden en heeft het eerder te maken gehad met organisatieverandering en liquidaties. De ChristenUnie vroeg wat er gebeurt als er niet uit wordt gekomen. De wethouder merkt op, dat de organisaties eigenlijk tot elkaar zijn veroordeeld. Verder bestaat er weinig twijfel over het willen opheffen van RMN. Men dient het verder wel eens te worden over het alternatief en de condities. Het met elkaar eens worden is eigenlijk de enige optie om door de verandering te gaan. Met betrekking tot de schappen merkt zij op, dat de discussie hier een wat meer ambivalente is. Er is collectief gezegd dat een lichte organisatie wordt geprefereerd. In de komende maanden moet worden bepaald hoe licht de organisatie kan zijn. Verder is geconstateerd dat wat er nu is bij de schappen, een gevolg is van de geschiedenis. Soms zit er geen logica in. Als nu toch verbouwd wordt, kunnen de kaarten wellicht zo worden geschud dat er een en ander meer logisch wordt. Dit zou bijvoorbeeld kunnen door natte en droge taken van elkaar te onderscheiden. De voorzitter vraagt of de wethouder de opdracht van het team aan de commissie zal verstrekken.

45

Wethouder Van Hooijdonk zegt dat zij dit even moet bespreken met collega’s. Zij verwacht dat de opdracht in de loop van het eerste kwartaal gedeeld kan worden. Vervolgens vertelt de wethouder dat een specialist is aangetrokken die veel weet over de gemeenschappelijke regelingen en dat binnen de gemeente Utrecht juristen paraat staan. Vervolgens gaat zij in op de financiën. De huidige bijdrage is voldoende. Hier zijn twee kanttekeningen bij te plaatsen. De eerste is, dat de transitie betaald wordt uit de huidige bijdrage. Dit betekent waarschijnlijk een verschraling van hetgeen het schap verder nog kan doen dit jaar. Een en ander gaat niet zozeer ten koste van beheer en onderhoud maar wel ten koste van beleidsmatige en ontwikkelachtige taken. Verder kan nu nog niet helemaal overzien worden wat de transitie gaat kosten. Als deze toch niet binnen de begroting gerealiseerd kan worden, dan leidt dit tot een tegenvaller. Het sociaal plan moet overigens altijd en de inzet is ‘mens volgt taak’. De tweede kanttekening is, dat er serieuze vraagtekens zijn bij hoe goed de staat van onderhoud en beheer in de peiling is. Deze staat moet goed in beeld worden gebracht en dit kan ertoe leiden dat er negatieve verrassingen tevoorschijn komen. D66 vroeg naar een financieel onderscheid tussen beheer en ontwikkeling.

De nota Verbonden partijen zegt dat zoveel mogelijk beleidsarme taken overgedragen moeten worden naar gemeenschappelijke regelingen. Dit was hier ook de conclusie. De opvolger van RMN dient echt een beheerorganisatie te worden en een organisatie voor communicatie en handhaving. Ontwikkeling dient op een andere plek te gebeuren. Bij het Plassenschap is dit nu al geen onderdeel van de taken. Er is daar een soort bestuursakkoord gesloten en dat wordt vervolgens omgezet in opdrachten richting RMN. De raad kan dan vanuit haar budgetrecht een programma beoordelen en vaststellen. Dit zou primair moeten gebeuren bij wat nu Groen groeit mee wordt genoemd: de combinatie van regio, U10 en U16 in gesprek met de provincie. Er dient op gelet te worden dat de nieuwe organisatiestructuur die nu voor ogen is, in staat is om de groei van de recreatie te accommoderen.

50

Mevrouw Schilderman (D66) constateert dat de wethouder zegt dat een en ander primair zou moeten gebeuren in Groen groeit mee. Dit hoeft wat D66 betreft niet per se in deze regeling. De commissie moet alleen wel richting kunnen geven aan recreatie en groen rondom de stad. Is de wethouder bereid toe te zeggen dat hier binnenkort iets over wordt voorgelegd?

25

30

35

40

Wethouder Van Hooijdonk merkt op dat vanuit de regio een brief in aantocht is die de stand van zaken op een rij zet. De wethouder gaat kijken waar die brief is en zal ook kijken wat de Utrechtse Pagina 7 van 19

5

10

15

20

25

30

35

dimensie daarbij is. Verder is gevraagd wie een en ander kan doen. Met betrekking tot beheer heeft GroenLinks gevraagd of er dan ook ruimte is voor terreinbeheerders of natuurbeheerders. D66 vroeg specifiek naar Staatsbosbeheer en SP noemde die ook en Natuurmonumenten en Landschap Erfgoed Utrecht. De ChristenUnie en de VVD noemden de provincie en de ChristenUnie noemde ook de gemeente Utrecht. Alle organisaties zijn in beeld. De wethouder vindt zelf de formule van de terrein beherende organisaties charmant omdat dan door de kolommen van recreatie en natuur heen wordt gebroken. Een en ander dient alleen wel te passen bij hun taken. Verder heeft de provincie zich bereid verklaard om een centrumrol te spelen en vindt intern beraad plaats op de eigen rol. GroenLinks vroeg vervolgens of straks nog wel voldoende aandacht is voor onderhoud en toegankelijkheid. Het is de bedoeling dat de kerntaken worden ondergebracht bij een organisatie die daar goed in is. GroenLinks vroeg of er taken gaan verdwijnen. Over de volle breedte is dit niet zo. Ze worden alleen wel herschikt. GroenLinks en Student&Starter hadden het over de bereikbaarheid van terreinen. Dit is geen onderdeel van dit proces. Het zal onderdeel worden van Groen groeit mee. De VVD vroeg naar het beheer na 1 januari. Dit moet goed geregeld zijn.

Als die deadline niet haalbaar is, dan dienen hier conclusies uit getrokken te worden. Het CDA vroeg of de communicatie ergens anders belegd kan worden. Dat is het idee en er wordt gedacht aan organisaties als Marketing Utrecht. De SP begon over toegankelijkheid. Het doel is, dat de terreinen zoveel mogelijk gratis toegankelijk zijn. Als er sprake is van exploitatie dan dient dit bij functies te zijn waar mensen zelf wel of niet voor kunnen kiezen, zoals horeca. Een U-Pas constructie is dan niet nodig. Dan de ecologische kant. Bij RMN is men bezig met ecologisch maaibeheer. De PvdD wil biodiversiteit voorop in beheer. De wethouder zou biodiversiteit vooral mee willen koppelen in beheer. Soms staat namelijk de recreatietaak voorop. Zij deelt overigens de observatie van de PvdD dat het een steeds schevere verhouding wordt, niet. Met betrekking tot jagen en hengelen stelt zij voor, aan te sluiten bij hetgeen in de nota Dierenwelzijn staat. De PvdD vroeg naar de betrokkenheid bij de Utrechtse heuvelrug. Er zijn zeker Utrechters die recreëren aldaar en dit vormt ook een richtsnoer om de betrokkenheid op de stoelen. Vervolgens de zeggenschap en democratie. Wat de visie- en beleidsontwikkeling betreft is de raad aan zet en ook bij Groen groeit mee hoort dit zo te zijn.

Op de vraag hoe de raad betrokken wordt in de loop van dit jaar, antwoordt de wethouder dat dit binnenkort zal uitkristalliseren als het stappenplan helderder wordt. Het is in ieder geval de bedoeling dat de raad de eindbeslissing neemt maar het is ook de bedoeling dat de raad tussentijds wordt bevraagd en geïnformeerd. Verder vroeg GroenLinks hoe het zit met de zeggenschap van de gemeente Utrecht. Binnen een gemeenschappelijke regeling betreft het een bepaald evenwicht. Tot slot heeft zij drie aanpassingen geconstateerd voor in de brief. De eerste is, het aandringen op dialoogachtige sessies tussen de raden. De tweede gaat erover dat de nieuwe organisatiestructuur in staat moet zijn om de uitbreiding van recreatie te accommoderen en de derde gaat over de ecologische kant. De biodiversiteit en het jagen en vissen. Voor de raadsbehandeling komt er een strekt ter vervanging. Tot slot geeft de wethouder aan dat de opdracht gedeeld zal worden.

40 De heer Virginia (GroenLinks) vraagt of er iets te zeggen is over de bijdragen van de diverse partners. 45

Mevrouw Sasbrink (PvdD) vraagt hoe het verder gaat met betrekking tot Utrechters die recreëren op de Utrechtse heuvelrug. Ze wil bepalen of zij met een motie gaat komen of niet. Mevrouw Zwinkels (CDA) constateert dat de wethouder positief heeft gereageerd op een aantal punten die zij heeft ingebracht. Kan hierop worden ingegaan in de nieuwe versie?

50

Mevrouw Schilderman (D66) vraagt of de wethouder in de brief aan wil geven dat democratische legitimiteit van belang is. Pagina 8 van 19

5

Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat de democratische legitimiteit staat in de nota Verbonden partijen. Verder leiden zaken die mevrouw Zwinkels heeft gezegd op dit moment niet tot aanpassingen in de brief. Ten aanzien van de financiële bijdrage van andere deelnemers merkt zij op, dat zij daar nu geen zicht op heeft. Tegen de PvdD zegt zij niet meer te kunnen zeggen dan dat zij heeft gedaan. Zij gaat zich nu nergens op vastleggen, er dient een gezamenlijke beweging te worden gemaakt. Er zijn wel twee parameters waarmee het gesprek wordt ingegaan. De eerste is, dat in principe wordt uitgegaan van het bestaande bedrag en de tweede is, dat wordt geredeneerd langs de lijnen waar onze mensen recreëren.

10

Mevrouw Zwinkels (CDA) zegt dat het haar gaat om drie punten. Het eerste punt gaat over waar de recreatieschappen op mogen rekenen qua inzet van de gemeente Utrecht. Het tweede punt gaat over het overdragen van het toezicht en de handhaving aan de RUD en het derde punt gaat over de communicatie. Deze zou dichter bij Utrecht Marketing kunnen komen te liggen.

15

Wethouder Van Hooijdonk antwoordt het met betrekking tot het eerste punt onnodig te vinden hier iets over op te nemen. Zij zit zelf in de bestuurlijke begeleidingsgroep en Utrecht is onderdeel van het ambtelijk kernteam. Het is niet nuttig om op te schrijven wat de situatie is. Het laatste zou overwogen kunnen worden. Er wordt dan bevestigd dat dit een goed idee is. Tot slot kan ook bevestigd worden dat de gemeente Utrecht het overdragen van het toezicht en de handhaving aan de RUD een goed idee vindt.

20

De voorzitter constateert dat de tweede termijn ingaat. 25

De heer Van der Marel (VVD) merkt op dat de VVD-fractie het op voorhand eens was met de brief. De VVD is wel blij met de eerste toevoeging. De andere twee punten die de wethouder noemde hoeven eigenlijk niet in de brief maar het kan ook geen kwaad. Mevrouw Schilderman (D66) dankt de wethouder voor de toezegging. Tot slot vraagt zij of de wethouder de stukken zou kunnen delen over waar Utrechters recreëren.

30 Wethouder Van Hooijdonk zegt dit toe. De voorzitter inventariseert hoe het agendapunt richting de raad kan. 35

40

De heer Virginia (GroenLinks) begrijpt dat er een strekt ter vervanging komt. Hierdoor wordt dit agendapunt een B-punt. Voor de GroenLinks-fractie zou het een A-punt kunnen zijn. Verder dient een half uur uitgetrokken te worden voor de bespreking. Mevrouw Sasbrink (PvdD) geeft aan dat zij al vier amendementen en een motie op haar lijstje heeft. Er dient een uur bespreektijd te worden uitgetrokken. Mevrouw Schilderman (D66) vindt een half uur bespreektijd voldoende. D66 vindt dat het een Apunt kan worden.

45

Mevrouw Zwinkels (CDA) zegt dat dit agendapunt een B-punt moet worden. De fractie wacht de strekt ter vervanging af. Verder is een half uur of driekwartier bespreektijd voldoende. De heer Işik (PvdA) zegt dat dit agendapunt een A-punt mag worden.

50

De voorzitter concludeert dat dit agendapunt voorlopig als B-punt naar de raad van 18 februari gaat en dat een half uur bespreektijd uitgetrokken zal worden. Zij herhaalt de toezeggingen. Wethouder Van Hooijdonk stuurt aan het eind van het eerste kwartaal van 2021 de opdracht aan het team naar de commissie. Pagina 9 van 19

Wethouder Van Hooijdonk stuurt een regionale brief over Groen groeit mee naar de commissie en voegt daar een brief aan toe met de Utrechtse dimensie en de inzet op de ontwikkeling van groen en recreatie om de stad plus cijfers met betrekking tot het gebruik door Utrechters van de Utrechtse heuvelrug. 5 Wethouder Van Hooijdonk zegt dat de opdracht aan het team en de cijfers over de recreatie in het eerste kwartaal geleverd kunnen worden. De brief over Groen groeit mee komt dan apart. Verder is de regionale brief is aantocht. Er zal ook een brief gemaakt worden over hoe een en ander in Utrecht wordt gedaan. 10

15

20

25

De voorzitter concludeert dat er een strekt ter vervanging komt. Zij herhaalt opnieuw de toezeggingen. Wethouder Van Hooijdonk stuurt aan het eind van het eerste kwartaal van 2021 de opdracht aan het team naar de commissie en de cijfers met betrekking tot het gebruik door Utrechters van de Utrechtse heuvelrug. Wethouder Van Hooijdonk stuurt een regionale brief over Groen groeit mee en voegt daar een brief aan toe met de Utrechtse dimensie en de inzet op de ontwikkeling van groen en recreatie om de stad. Mevrouw Schilderman (D66) mist de termijn voor de brief. Verder zou het handig zijn als de informatie over het gebruik van Utrechters van de Utrechtse heuvelrug voor de raadsbehandeling komt. Wethouder Van Hooijdonk geeft aan dat de informatie over het gebruik van Utrechters van de Utrechtse heuvelrug voor de raadsbehandeling komt. De brief over Groen groeit mee zal zo vroeg mogelijk in het tweede kwartaal van dit jaar naar de commissie komen. De voorzitter schorst de vergadering voor vijf minuten.

4. 30

35

40

Quickscan Rijnenburg

De voorzitter constateert dat een quickscan is uitgevoerd naar de verstedelijking in de polders Rijnenburg en Reijerscop. Tijdens een raadsinformatiebijeenkomst hebben onderzoekers een nadere toelichting gegeven op de gemaakte keuzes, de gepresenteerde scenario’s en de financiële onderbouwing. De gemeenteraad heeft bij de programmabegroting het college de opdracht gegeven een ontwerpstudie voor Rijnenburg te laten uitvoeren met een aantal groeiscenario’s. Het doel van de agendering is, het meegeven van aanvullende onderzoeksvragen voor deze ontwerpstudie. De heer Bosch (PVV) geeft aan dat tijdens de raadsinformatiebijeenkomst vragen zijn gesteld onder andere over de kosten van Leidsche Rijn ten opzichte van Rijnenburg maar dat deze nog niet zijn beantwoord. De antwoorden heeft hij dus niet mee kunnen nemen in zijn bijdrage. De voorzitter concludeert dat dit genoteerd staat.

45

50

De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat de gemeentelijke studie naar woningbouw in Rijnenburg aantoont, dat er prima gebouwd kan worden en dat de kosten in relatie tot andere plekken relatief beperkt zijn en grotendeels overlappen. De VVD ziet een grote overlap met het eigen initiatiefvoorstel. De partij constateert wel dat het college zijn best heeft gedaan om de kosten zo hoog mogelijk in te schatten en daarmee aantoont dat bouwen in Rijnenburg tot 2035 niet verstandig is. Het college goochelt met bedragen en bagatelliseert en overdrijft deze, net hoe het uitkomt. Dit rekent de VVD de wethouder aan. De wethouder dient daarom een aantal dingen te verhelderen en zo nodig terug te nemen. Wat zit er bijvoorbeeld in de 3 miljard euro? En wat is Pagina 10 van 19

sowieso noodzakelijk voor de groei van de stad en welk deel daarvan overlapt niet met al lopende investeringsvoorstellen? 5

Mevrouw De Koning (GroenLinks) hoort dat de VVD vindt dat de financiering te hoog is ingeschat. GroenLinks heeft juist gelezen dat veel zaken nog niet zijn meegenomen. De financiering is juist onderschat.

10

De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat in andere voorstellen bepaalde zaken ook niet zijn meegenomen. Op dat moment wordt dan het laagste bedrag in de brief gezet. De VVD is ervan overtuigd dat er meer kosten zijn opgevoerd dan strikt noodzakelijk. De fractie wil een transparante lijst met betrekking tot de communicatie van het college richting de raad en de lobbypartners. Hierin dienen gelijke bedragen op een gelijke wijze te worden gehanteerd.

15

20

25

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) deelt de beschouwing van de heer Te Hoonte. Tegelijkertijd is het noodzakelijk dat het plan van aanpak komt en de uitwerking in het eerste kwartaal van 2022. Er dient een duidelijk beeld te zijn van de totale kosten inclusief btw et cetera zodat een richtinggevende uitspraak kan worden gedaan. In het plan van aanpak dient een goede financiële onderlegger te zitten. De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat dit ook de wens van de VVD is. De financiële onderbouwing van het stuk is veel te matig om naar de raad te sturen. Er dient meer aandacht aan gegeven te worden. Verder wil de VVD weten hoe eerder gestart kan worden met Rijnenburg. Rijnenburg en hetgeen in de RSU staat dient namelijk gelijktijdig te worden ontwikkeld. De partij wil ook weten welke tramlijn naar Rijnenburg het snelst te ontwikkelen is en wat het snelste scenario is om een tramlijn in Rijnenburg te krijgen. Hoe afhankelijk is deze dan van het ‘wiel met spaken’ en hoe wordt werk met werk gemaakt? Vervolgens mist de fractie de fasering van de infrastructuur. Zij vraagt zich ook af welke voordelen een tram naar Rijnenburg heeft als aan het eindpunt een P+R wordt opgenomen. Tot slot vraagt de VVD of in de ontwerpstudie ook gekeken kan worden naar het economische effect van Rijnenburg op de gehele westflank van de stad.

30

35

40

Mevrouw De Koning (GroenLinks) merkt op dat de heer Te Hoont een mooi filmpje heeft opgenomen met de heer Kurhaus waarin gezegd wordt, dat het gebied goed ontsloten is en dat er woningen kunnen worden gebouwd. In de brief van de minister en de quickscan staat echter dat de huidige snelwegen al tegen hun maximale capaciteit aanlopen en dat als er veel woningen worden toegevoegd, de ‘draaischijf’ van ondernemend Nederland compleet vastloopt. Hoe reflecteert de VVD hierop? De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat aan beide kanten van Rijnenburg een snelweg ligt. Het gaat er uiteraard wel om hoe wordt aangesloten op deze snelwegen. Verder is bij de Koningsweg niet eens gekeken naar auto ontsluiting. Mevrouw De Koning (GroenLinks) constateert dat mensen in de file staan als ze bij Rijnenburg zouden willen komen. Er is geen capaciteit op de snelweg.

45

50

De heer Te Hoonte (VVD) hoopt dat veel mensen per tram kunnen komen. Er kan een ander alternatief dan de auto worden geboden. Daarnaast zijn erop verschillende plekken mogelijkheden om Rijnenburg op een efficiënte manier aan te sluiten op het snelwegennet. De heer Van Heuven (PvdD) merkt op dat de heer Te Hoonte nog niets heeft gezegd over hoe de polder nu is. Hij wijst erop dat de minister zegt dat Reijerscop een cultuurlandschap is. In hoeverre wil de VVD rekening houden met het cultuurlandschap en de ecologie zoals die er nu is? Pagina 11 van 19

De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat dit de reden is waarom het initiatiefvoorstel van de VVD 25.000 woningen kent en er niet gebouwd zou worden in Reijerscop. Verder dienen groen en bestaande linten goed te worden ingepast in een nieuwe wijk. 5

De heer Koning (D66) vraagt of de VVD het ermee eens is dat naar Den Haag moet worden gegaan om ervoor te zorgen dat de ontsluiting mogelijk wordt. De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat de VVD het daarmee eens is.

10

15

Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt dat lokaal in Utrecht gekeken moet worden naar wat gedaan kan worden om Rijnenburg te ontwikkelen. Wat landelijk speelt, speelt landelijk. De heer Işik (PvdA) merkt op dat het goed is als landelijke fracties lobbywerk gaan organiseren in de Tweede Kamer. Tegelijkertijd dienen ook middelen beschikbaar te worden gesteld voor de ontsluiting. De heer Koning (D66) merkt op dat uit de quickscan blijkt, dat het belangrijk is dat in de zuidwest as en de lightrailverbinding wordt geïnvesteerd.

20

De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat daar inderdaad wellicht een versterking nodig is. Een en ander had misschien ook in de groeifondsaanvragen moeten zitten. Op dit moment beogen de groeifondsaanvragen twee tramlijnen die niet bij Rijnenburg komen. Verder is in de quickscan ook gekeken hoe mensen zo snel mogelijk naar het centraal station kunnen komen terwijl het centraal station ontlast dient te worden.

25 De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) heeft ook geconstateerd dat alles via het centraal station gaat. Er dient verder gekeken te worden. Er zou bijvoorbeeld een treinrails aangelegd kunnen worden van Rotterdam en Woerden richting het zuiden van Utrecht. 30

35

40

45

De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat het aanleggen van ‘heavy rail’ niet valt onder de bevoegdheid van de gemeenteraad. Verder denkt hij dat het tot veel discussies zou leiden. De heer Bosch (PVV) geeft aan dat de quickscan Rijnenburg meer een verkenning is in plaats van een ontwerp en dat de PVV-fractie een voorkeur heeft voor het derde scenario. De PVV wil de polder maximaal inzetten om het woningtekort in te lopen. De invulling van het scenario 3 roept nog wel vragen op. De autoluwe wijk die wordt geschetst is erg rooskleurig. Daarnaast zijn de kosten niet inzichtelijk of controleerbaar. Het college heeft zorgen over de ontsluiting. De PVV denkt dat het een uitdagende maar niet onmogelijke klus is. Scenario 1 lijkt wat overdreven voorzichtig. Verder zal het energielandschap er moeten komen tegen beter weten in. De fractie wijst erop dat er geen draagvlak is voor windmolens. Alle daken van de nieuwe gebouwen in Rijnenburg kunnen worden gevuld met zonnepanelen en er kan een kleine kerncentrale worden geplaatst. De heer Koning (D66) vraagt of niet aan het college gevraagd moet worden wat het kost om openbaar vervoer aan te leggen. De heer Bosch (PVV) antwoordt dat de PVV graag onderzocht zou zien wat dat kost.

50

De heer Koppelaar (Student&Starter) zegt dat voor de fractie vaststaat, dat gebouwd dient te worden in Rijnenburg. Verder is Student&Starter blij dat de roeibaan eindelijk wordt genoemd in de Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU). Tegelijkertijd is nog niet zeker dat deze er ook echt gaat komen. De fractie ziet graag dat vanaf nu de roeibaan expliciet wordt meegenomen in alle onderzoeken en plannen. De roeibaan kan helpen bij het opwaarderen van Rijnenburg omdat Pagina 12 van 19

5

deze ruimte biedt voor recreatie, sport, waterberging en energieopslag. Wil de wethouder vanaf nu de roeibaan verankeren in de planvorming en de onderzoeken met betrekking tot Rijnenburg? Dan de dichtheid en de bebouwing van Rijnenburg. De uitgangspunten die worden genoemd in de RSU zijn goed. Er dient te worden ingezet op een compacte stadswijk met een hoog voorzieningenniveau en een goede openbaar vervoer bereikbaarheid. Mevrouw De Koning (GroenLinks) vraagt of Student&Starter ook vindt dat eerst de wijken rondom de stad die aansluiten op Rijnenburg moeten worden ontwikkeld. Rijnenburg zal hierdoor logisch aansluiten op de stad.

10

15

20

25

30

De heer Koppelaar (Student&Starter) zegt dat gelijktijdige ontwikkeling voor Student&Starter zou kunnen. Er dient alleen niet gewacht te worden met de ontwikkeling van Rijnenburg totdat 60.000 woningen op andere plekken in de stad zijn gebouwd. Hij vervolgt met de fasering van de bouw. De quickscan laat zien dat fasering van de ontwikkeling van Rijnenburg goed mogelijk is. Dit dient dan ook het uitgangspunt te zijn bij de verdere onderzoeken en ontwikkelingen. Het biedt ook kansen om eerder dan 2035 te gaan beginnen met bouwen. Wil de wethouder dit expliciet meenemen in het onderzoek? Tot slot de mobiliteit en de financiering daarvan. Er wordt gegoocheld met cijfers en het wordt niet duidelijk wat er nu precies nodig is om Rijnenburg goed te ontsluiten en ontwikkelen. De fractie vraagt het college openheid te geven over de werkelijke kosten voor het ontsluiten van Rijnenburg. Tot slot vraagt Student&Starter of het college vaart wil maken met concrete plannen voor Rijnenburg. De heer Van Heuven (PvdD) merkt op dat de PvdD vandaag is gekomen met een aanvullende agendering. De quickscan moest inzicht geven in mogelijkheden en randvoorwaarden voor verstedelijking maar gaat alleen in op bebouwing en mobiliteit. Er wordt voorbijgegaan aan hoe de polder Rijnenburg nu is. Het stoort de PvdD dat menigeen de polder als een leeg canvas ziet.

Rijnenburg is de rand van het Groene Hart en dit was ooit een heilig middengebied in een heftig ontwikkelende randstad. De quickscan geeft aan dat de polder een beperkte gebruikswaarde heeft maar dit gaat over een puur mensgerichte gebruikswaarde. Als breder gekeken wordt, dan heeft de polder een enorme, ecologische waarde. De heer Bosch (PVV) vraagt waar de kinderen van Utrechters moeten gaan wonen.

35

40

45

50

De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat de PvdD voor binnenstedelijk bouwen is. Als daarnaast de veestapel met driekwart wordt teruggebracht dan ontstaat er veel plek voor huizen. Verder blijft dit college sturen op de groei van Utrecht. Als hiermee wordt gestopt zijn niet zoveel huizen nodig. Hij vervolgt zijn bijdrage. Waarom gaat de quickscan voorbij aan de ecologie van de polder? En is de wethouder het ermee eens dat flora en fauna gaan leiden onder de verstedelijking? De aanleg van een tijdelijk energielandschap heeft ook impact op de polder maar de intrinsieke waarde verdwijnt met een woonwijk. De PvdD wil dat vanaf nu bestaande ecologische en natuurwaarden van Rijnenburg en ook de cultuurlandschappelijke landwaarde worden meegenomen als essentiële randvoorwaarden voor plannenmakerij. Kan er daarom minstens een onderzoeksvraag komen over bestaande ecologie? Cultuurlandschap dient een randvoorwaarde te zijn voor een vervolgstudie zoals verwoord op pagina 8. Tot slot vindt de PvdD dat doordat ecologie en cultuurlandschap ontbreken, dat het document niet aanvaardbaar is. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat de drie scenario’s uit de quickscan wat Stadsbelang Utrecht betreft niet werken. Hij deelt de beschouwing hieromtrent van de heer Te Hoonte. Er dient eerst een keuze te worden gemaakt voor woningen of windmolens.

De fractie kiest voor woningen en wil graag dat er een plan van aanpak komt met een uitwerking met scenario’s waarin 20.000 tot 25.000 woningen komen, voorzieningen, zonnevelden, veel oppervlaktewater voor de waterberging en de inpassing van een deel van de huidige natuurwaarden en archeologie. In de uitwerking heeft de fractie ook de behoefte aan een Pagina 13 van 19

5

cafetariamodel van maatregelen. Dit betekent dat erop het vlak van automobiliteit wordt aangegeven welke maatregel welke mobiliteitsbewegingen met zich meebrengt en welke oplossing dit biedt voor de ontsluiting. Daarnaast wil de fractie een financiële paragraaf met betrekking tot deze ontsluitingen. Ten aanzien van maatregelen voor openbaar vervoer heeft Stadsbelang Utrecht behoefte aan hetzelfde cafetariamodel. Welke verbindingen leveren welke vervoersbewegingen op en tegen welke prijs? Vervolgens lijkt het erop dat tegen het faillissement wordt aangelopen van de in 2012 gedecentraliseerde regie op de ruimtelijke ordening. Hierdoor wordt tegen enorme vertragingen aangelopen en dat is niet wenselijk. Er dient meer regie te gaan naar de Rijksoverheid.

10

15

De heer Işik (PvdA) zegt dat de PvdA van Rijnenburg een nieuwe woonwijk wil maken. De quickscan bevestigt dat de opwekking van duurzame energie hand-in-hand kan gaan met een woonwijk. In scenario’s 2 en 3 bestaat de mogelijkheid dat pas over vijftien jaar gebouwd gaat worden. Dit is onacceptabel. Qua ontsluiting dient deze het eerst geregeld te worden voor het openbaar vervoer, de fiets en daarna de auto. De fractie roept het college op om een keuze te maken over wel of niet bouwen in Rijnenburg. Verder dient de financiering voor de ontsluiting van het openbaar vervoer inzichtelijk te worden gemaakt. Welke stappen gaat het college nu zetten voor de uitvoering? Verder sluit de PvdA aan bij hetgeen Student&Starter heeft gezegd over het roeiwater. Tot slot hoort de partij graag hoe de gesprekken met het Rijk gaan.

20

25

30

Mevrouw Zwinkels (CDA) zegt dat het CDA blij is dat de quickscan is uitgevoerd. De conclusie is helder. Rijnenburg kan onder de juiste condities worden ontwikkeld tot een ruimtelijk, efficiënte wijk die past bij de stad en complementair is. De fasering is voor de fractie een belangrijk punt. Hoe kan de bouw worden versneld? Waar kan mee worden gestart en welk tijdspad hoort daarbij? Verder zijn er inzendingen binnengekomen op het uitnodigingskader voor het energielandschap. Zijn er door de inzendingen nieuwe inzichten ontstaan? Wat de fractie betreft wordt het optimum gezocht tussen scenario 2 en 3. Hierdoor ontstaat een prettige woonwijk met een combinatie tussen grondgebonden woningen, gebieden met hogere dichtheden en de roeibaan. Vervolgens is een wenselijke fietsverbinding aangegeven. Waarom is deze alleen wenselijk en niet ook haalbaar? Graag een reactie van het college. Tot slot worden in het stuk twee vervolgaanbevelingen gedaan. De eerste is, dat een stedenbouwkundige hoofdvisie, een routekaart uitgewerkt dient te worden en de tweede is, dat een hoogwaardig groenblauw raamwerk moet worden uitgewerkt. Kan het college toezeggen dat deze twee zaken worden opgepakt?

35

40

45

50

Mevrouw De Koning (GroenLinks) dankt het college voor de quickscan. GroenLinks ziet dat het belangrijk is om eerst de prioriteit te leggen bij het bouwen in de stad, dat bouwen in Rijnenburg duur en complex is en dat het niet duurzaam is. Rijnenburg zou zorgen voor 20% tot 30% meer autoritten dan een binnenstedelijke locatie. Verder heeft de fractie een aantal vragen over de quickscan. Het openbaar vervoergebruik wordt relatief laag geschat in de quickscan, ongeveer 16% en het autogebruik kan niet omdat dit niet via de snelwegen kan. Er lijkt geschat te worden dat 44% van de mensen in Rijnenburg zich met de fiets verplaatsen. Hoe reëel is die 44%? Zou erin de praktijk niet meer autogebruik zijn en zo ja, past dit dan binnen de ontsluiting? Een tweede vraag gaat over de financiën. Veel kosten zijn niet meegenomen. Wat zijn de echte kosten als alle kosten zijn meegenomen inclusief btw en inpassingskosten? Dan de lobby voor het totale bedrag. Veel fracties hebben aangegeven dat meteen voor het hele wiel met spaken inclusief Rijnenburg moet worden gepleit. Graag een reactie. Hoe realistisch is dat? Graag meer inzicht. Tot slot de tijdsduur. Veel partijen pleiten voor zo snel mogelijk bouwen. Voor GroenLinks is dit dichtbij het openbaar vervoer dat er al is.

Mocht in Rijnenburg worden gebouwd, dan vraagt de partij wanneer er hoogwaardig openbaar vervoer zou kunnen zijn in Rijnenburg? Daarna zou dan gebouwd kunnen worden. Waarom is hier niets over opgenomen in de quickscan? Pagina 14 van 19

De heer Van Heuven (PvdD) mist het aspect groen. In hoeverre zijn de feiten dat er ecologie is en dat het een cultuurlandschap is, reden voor het niet willen bouwen in Rijnenburg? 5

10

15

20

25

30

Mevrouw De Koning (GroenLinks) merkt op dat GroenLinks denkt dat de woningnood opgelost kan worden binnen de bestaande stad. Het groen wat nu groen is, blijft dan behouden. De ecologie van Rijnenburg zou zelfs versterkt kunnen worden. De heer Koning (D66) constateert dat de quickscan onderschrijft dat erin de toekomst een stadswijk kan komen in Rijnenburg in combinatie met grootschalige energieontwikkeling. Hiervoor zijn veel Rijksmiddelen nodig en D66 is daarom tevreden dat samen met het Rijk en de provincie wordt gewerkt aan een ontwerpstudie voor een integrale ontwikkeling. De fractie vindt het belangrijk dat hoogwaardig openbaar vervoer en mogelijkheden om de barrières met de bestaande stedelijke gebieden te slechten worden uitgewerkt in deze ontwerpstudie. Het is een ‘no-go’ als er een stadswijk zou kunnen komen die net zo zwaar leunt op automobiliteit als Leidsche Rijn. De aansluiting op omliggende wijken en dorpen is een belangrijk punt. Kunnen verschillende scenario’s worden uitgewerkt waaronder ook het overkappen van snelwegen? Bij deze verschillende scenario’s ziet de fractie ook graag hoe de modelsplit uitpakt.

Kan toegezegd worden dat de modelsplit in verschillende scenario’s wordt weergegeven en dat een scenario wordt uitgewerkt met overkapte snelwegen en een scenario met hoogwaardig openbaar vervoer waaronder railverbindingen? In de motie die in december is ingediend bij de begrotingsbehandeling staat, dat in het noorden van het gebied begonnen moet worden met naast energie, functies zoals werken, recreatie en sport. Kan hier al aan begonnen worden in de vorm van tijdelijke functies? D66 benadrukt dat de mogelijke faseringen voor de ontwikkeling van Rijnenburg duidelijk maken hoe een tijdelijk energielandschap een rol speelt. Kan het college ook inzichtelijk maken wat voor modelsplit er ontstaat bij de verschillende faseringen? Verder heeft D66 zich ervoor ingezet dat erin de gebiedsontwikkeling van Rijnenburg plaats dient te zijn voor recreatiewater. Dit staat ook in de aangenomen motie. Hoe staat het met de vorderingen omtrent die motie? Zijn er bijvoorbeeld al gesprekken geweest met de roeiverenigingen? Vervolgens vindt D66 het van belang dat de creativiteit van toonaangevende nationale en internationale stedenbouwkundigen wordt aangesproken. Hoe wil het college dit gaan doen? Tot slot dient de studie zoveel mogelijk samen met grondeigenaren te worden gemaakt. Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt met betrekking tot de roeibaan, waar de heer Koning nu precies voor pleit.

Verder is van samenwerking met grondeigenaren tot nu toe nog geen sprake geweest.

35 De heer Koning (D66) zegt dat D66 ook wil dat er recreatiewater komt. De fractie hoort graag of een en ander daaromtrent goed wordt uitgewerkt. Verder heeft de partij erop gehamerd dat er gesprekken met grondeigenaren gevoerd moeten worden. Eerder is ook inzichtelijk gemaakt dat deze er ook zijn geweest. De studie dient nu samen gemaakt te worden met de grondeigenaren. 40 De heer Işik (PvdA) merkt op dat in de scenario’s staat, dat pas over vijftien jaar gestart wordt met de bouw van de woningen. Is het een optie voor D66 om de bouw te vervroegen? 45

50

De heer Koning (D66) zegt dat er een enorme opgave ligt om de zuidwestelijke zijde van de stad te ontwikkelen met goede openbaar vervoerverbindingen. Dit is een belangrijke voorwaarde om goed aan te kunnen sluiten op Rijnenburg. Het is duidelijk dat er jaren overheen zullen gaan voordat de ontwikkeling kan worden opgepakt. Mevrouw Zwinkels (CDA) merkt op dat er lokaal veel ondernemers, deskundigen, kunstenaars en andere partijen zijn die de tijdelijke functies en stedenbouwkundige ontwerpen kunnen maken. Waarom kiest D66 voor een internationale invalshoek? Pagina 15 van 19

De heer Koning (D66) antwoordt dat dit te maken heeft met de aard van het project. Het is goed en relevant om te kijken wat erin Duitsland en Denemarken gebeurt. 5

De heer Sahraoui (DENK) zegt in grote lijnen aan te kunnen sluiten bij de bijdrage van de fractie van Student&Starter. Verder geeft de DENK-fractie de voorkeur aan scenario 3. De coalitie heeft het voornemen uitgesproken om meer sociale woningen te bouwen. Rijnenburg is hiervoor de uitgelezen mogelijkheid. De voorzitter schorst de vergadering voor tien minuten.

10

15

20

25

Wethouder Van Hooijdonk benadrukt dat het gaat om een quickscan en dat van grof naar fijn wordt gewerkt. De ramingen zijn in de beginfase dus meer grofmazig en onnauwkeurig dan tegen het eind. De wethouder geeft aan dat men niet veel minder precies kan zijn dan in deze quickscan maar dat dit hoort bij deze fase. De heer Te Hoonte vroeg wat erin de 3 miljard zit. Hier zit onder andere 1,5 miljard euro in voor het openbaar vervoer en mogelijke tracés. Deze tracés zitten overigens ook grotendeels in de RSU, de groeifondsenaanvraag en de MIRT-verkenning. Er zit ook 1,5 miljard euro in om problematiek op te lossen die door automobiliteit wordt gegenereerd. De totale 7,1 miljard euro voor de RSU bestaat uit kwaliteitsinvesteringen en een deel van de bereikbaarheidsinvesteringen is een vorm van achterstallig onderhoud. Voor een deel bestaat het uit ambities die sowieso gewild worden zoals een tweede hub bij het Sciencepark. Vervolgens merkt de wethouder op, dat een integer rapport is afgeleverd. De PvdA vroeg hoe de gesprekken met het Rijk verlopen. De wethouder geeft aan dat de regio, de provincie en het Rijk op een lijn zitten. Dit is een grote winst. Daarnaast is de pot met geld bij het Ministerie van I&W leeg en daarom wordt voor de korte termijn de kaarten gezet op het groeifonds. De concurrentie hieromtrent is wel groot. Dan de meer inhoudelijke keuzes over mobiliteit.

Voor het zuiden van de stad is men bezig met het ‘wiel met spaken’. De varianten worden bekeken. Als verder onderzoek wordt gedaan naar Rijnenburg dan zal de provincie de verschillende tracés afgewogen willen hebben. Verder kan een P+R op het eindpunt een optie zijn. Deze moet dan wel op een plek liggen waar auto’s makkelijk heen kunnen.

30 De heer Sahraoui (DENK) vraagt in het vervolg meer aandacht te geven aan de presentatie van de cijfers. 35

Wethouder Van Hooijdonk kan zich voorstellen dat een en ander met betrekking tot de cijfers duizelt. Men zal zijn best doen. De heer Koning vroeg aandacht voor de modelsplit in de verschillende mogelijke faseringen. Hier valt wel iets over te zeggen maar niet op een hoog precisieniveau. Mevrouw De Koning vroeg wanneer er voldoende robuust openbaar vervoer is. Op hoofdlijnen laten de verschillende scenario’s zien wat er minimaal nodig is. Tot slot is de fietsverbinding wenselijk. Het is alleen nog niet helder of deze ook haalbaar is.

40 De heer Te Hoonte (VVD) vraagt wat de grondslag is van de studie.

45

50

Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat de studie helder is. Deze kijkt steeds naar wat er past. Verder vroeg de PvdD naar de flora en fauna. Als er verstedelijkt gaat worden, dan gaat er wat verloren. Tegelijkertijd kan door een bepaalde manier van verstedelijking, een en ander worden behouden. De PvdD vroeg ook of de landschappelijke randvoorwaarden goed zijn meegenomen. In het concept RSU staan die als uitgangspunt genoemd. De heer Van Heuven (PvdD) wil graag dat een vervolgvraag wordt gesteld over ecologische en cultuurlandschappelijke waarden. Wethouder Van Hooijdonk zegt dat wethouder Verschuure in zal gaan op hoe de volgende stap eruit ziet. Als zij het heeft over de RSU dan heeft zij het over het hoofdstuk Rijnenburg. Het zou Pagina 16 van 19

5

onlogisch zijn als dit hoofdstuk niet wordt meegenomen naar de volgende fasen. Tot slot de motie over het roeiwater en het gesprek met de verenigingen. Dit laatste heeft plaatsgevonden en de verenigingen hebben aangegeven dat hetgeen op tafel ligt, werkbaar is voor hen. Zij verwacht de commissie binnenkort te kunnen informeren over hoe wordt gevaren met het energielandschap en hoe de motie daar een plek in kan vinden. Mevrouw Zwinkels (CDA) heeft gevraagd naar de inzendingen bij het energielandschap en de effecten daarvan op de quickscan.

10

15

Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat die niet veel effect hebben. Een initiatiefnemer die geselecteerd wordt, dient zijn plan verder uit te werken. Dit loopt gelijk op met de studies die gaan volgen. De heer Te Hoonte (VVD) heeft verschillende vragen gesteld over de fasering van de infrastructuur. Hij heeft gevraagd de onderzoeksvragen toe te voegen aan de ontwerpstudie. De heer Işik (PvdA) wil dat de wethouders kiezen voor bouwen in Rijnenburg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=6d1454ea-017f-4c0e-9170-00a0d5da6f12