CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept Verslag commissie Mens en Samenleving, 2021-06-22.pdf

Commissie Mens en Samenleving (2008-2021) 2 september 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Verslagen8.253 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag vergadering Commissie Mens & Samenleving 5

Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag

22 juni 2021, 20.00-23.30 uur Stadhuis, Raadszaal Rosenbaum Select, notulisten & verslaggevers

Aanwezigen 10

15

De heer M. de Pagter (voorzitter eerste termijn), mevrouw T. Sturkenboom (voorzitter na eerste termijn), wethouder mevrouw A. Klein en de leden de heer H. Bakker (D66), de heer C. Bos (Stadsbelang Utrecht), de heer D. Gilissen (VVD), de heer M. van Heuven (PvdD), mevrouw F. de Koning (GroenLinks), mevrouw J. van Ophem (Student & Starter), de heer I. Şimşek (DENK), de heer B. van Steeg (CDA), mevrouw R. Streefland (ChristenUnie), de heer R. Wiegant (SP) en de heer R. van der Zweth (PvdA). Van de griffie is aanwezig mevrouw D. Rijnders.

Verslag vergadering Commissie Mens & Samenleving 20

25

1. Opening en mededelingen ........................................................................................................... 1 2. Vaststellen agenda en inventarisatie te bespreken agendapunten ............. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. TOEZEGGINGEN ..............................................................................................................................

1.

Opening en mededelingen

De voorzitter opent de vergadering. Voor de goede orde wijst hij erop dat er wél een spreekvolgorde is afgesproken, maar geen spreektijden. Er is niet gevraagd om een besloten vergadering. 30

35

2.

Voorjaarsnota 2021 en Eerste Bestuursrapportage 2021

Volgens de VVD maakt het college in de Voorjaarsnota geen keuzes, en legt het de rekening bij bewoners en ondernemers; het plan is immers om de ozb vanaf 2022 tot ongeveer 15% te verhogen, terwijl ondernemers in het bijzonder door zwaar weer gaan vanwege de coronacrisis. Heeft het college dat in beeld en is daar rekening mee gehouden? Een incidentele tegemoetkoming compenseert de structurele verhoging niet, vindt de heer Gilissen (VVD); zijn fractie is tegen de voorgestelde verhoging. Hij vraagt de wethouder om de uitgangspunten voor Pagina 1 van 15

40

45

50

55

60

65

70

die tegemoetkoming te delen met de raad vóór het slotdebat. Zal er, als de verhoging doorgaat, ook ingezet worden op matiging van de lokale lasten in de komende jaren? Daarnaast vraagt de heer Gilissen om besparingen op de uitgaven van de gemeente; zijn de opties over de gehele breedte van de gemeentelijke begroting in beeld gebracht? Bij interruptie wijst mevrouw De Koning erop dat er een structureel tekort van zo'n € 13 miljoen ontstaat als de verhoging van de ozb wordt afgewezen. Moet er dan bezuinigd worden, en zo ja, waarop dan? Hierop stelt de heer Gilissen dat voorliggende begroting enkele naar zijn mening discutabele extra's bevat, waarvoor de last nu te eenzijdig bij ondernemers en bewoners wordt neergelegd. Het college zou kunnen overwegen om minder te doen, en zou ook kritisch moeten kijken naar de samenstelling van het gemeentelijk personeelsbestand. GroenLinks wil het anders oplossen, zegt mevrouw De Koning, namelijk door huiseigenaren € 4 per maand te vragen – wat dan stevig wordt geïnvesteerd in meer betaalbare woningen in de stad. De heer Gilissen geeft aan dat hij verwacht dat de gemeente met de beschikbare middelen kan uitkomen door 'scherper aan de wind te zeilen,' dus zonder de lasten voor Utrechters te verhogen. Het is de heer Gilissen opgevallen dat verwachte inkomsten, waaronder het gemeentelijk accres, al zijn ingeboekt.

Daarover is echter nog geen enkele zekerheid; wat te doen als dat geld niet komt? Vorig jaar heeft de VVD gevraagd om een herstelplan voor het weerstandsvermogen. Goed dat er nu een plan ligt, stelt de heer Gilissen, en dat er bij de behandeling van de Voorjaarsnota 2022 een keuze kan worden gemaakt. Al een paar jaar houdt de gemeente veel geld over; preciezer begroten is wenselijk. Is de gemeente voldoende in staat om de groeispurt van de stad te faciliteren? Is de oorzaak van de onderbesteding duidelijk? Mevrouw Streefland is benieuwd hoe de heer Gilissen het probleem van de onderbesteding zélf zou oplossen. De heer Gilissen veronderstelt dat er eerst een analyse gemaakt moet worden. Los daarvan laat de onderbesteding zien dat de gemeente een deel van haar ambities niet heeft gerealiseerd. Als er grote posten zoals de verhoging van de ozb en het gemeentelijk accres worden geschrapt of teruggedraaid ontstaat er een groot tekort, merkt de heer Van der Zweth op; hoe moet dat worden gedekt? Volgens de heer Gilissen betekent dat: besparen op gemeentelijke uitgaven. Denk hierbij aan loon- en prijsbijstellingen (nullijn), een goede analyse van de jaarlijkse onderbesteding en bescheidener omvang van het gemeentelijk personeelsbestand. Dit vraagt wel een offer, maar de rekening wordt er niet eenzijdig mee bij de stad neergelegd.

De heer Wiegant constateert dat de VVD wil bezuinigen in plaats van investeren, en vraagt zich af of dat wel verstandig is in crisistijd. Volgens de heer Gilissen stond de landelijke economie er vóór het uitbreken van de coronacrisis goed voor. Nu is de situatie veranderd, en moeten zijns inziens andere maatregelen in elk geval bespreekbaar zijn. Er zou op zijn minst serieus nagedacht moeten worden over bezuinigen zonder de economische groei van de stad te verstoren, maar uit de Voorjaarsnota blijkt niet dat dit is gebeurd.

75

80

Nu de samenleving weer op gang komt na de lockdowns, wordt er de komende jaren groei verwacht, zo veronderstelt mevrouw De Koning (GroenLinks), al is er ook een groep waarmee het minder dan gemiddeld ging en waarschijnlijk zal blijven gaan. Haar fractie wil de ontstane ongelijkheid aanpakken en de positieve effecten, zoals meer saamhorigheid en schonere lucht, behouden – een uitdaging. Investeren is nodig om herstel voor iedereen te bespoedigen.

Pagina 2 van 15

85

90

95

100

105

110

115

120

125

Op de vraag van de heer Gilissen, wat GroenLinks ondernemers te bieden heeft, legt mevrouw De Koning uit dat zij een investeringspakket in gedachten heeft en structurele verhoging van de budgetten voor armoederegelingen en verbetering van de winkelgebieden. Het budget moet hoog genoeg zijn om ondernemers te kunnen compenseren als zij de verhoogde ozb niet kunnen betalen. Met de investeringen wordt herstel aangejaagd, bijvoorbeeld door voor betaalbare woningen in de stad te zorgen, zodat werknemers dicht bij hun werk kunnen wonen. Ondernemers zijn gebaat bij een goed functionerende stad – niet bij een subsidie-infuus, vindt mevrouw De Koning. Maar, zo vraagt de heer Gilissen zich af, hoe kun je structurele verhoging van de ozb nu compenseren met een incidentele bijdrage? Mevrouw De Koning licht toe dat goed gerichte, tijdelijke investeringen in de aanpak van enkele grote problemen een goede oplossingsrichting is: aanpak leegstand winkelgebieden, bijvoorbeeld. Een beter functionerende economie leidt simpelweg tot meer verdienpotentieel. De heer Van Steeg kan zich vinden in investeringen in winkelgebieden, maar vraagt zich af hoe dit valt te rijmen met de verhoging van de ozb; dit raakt immers vooral detailhandelaren met een vaste winkel, die moeten concurreren met webshops.

Volgens mevrouw De Koning is de verhoging van de ozb te verdedigen, want het gaat om niet zo'n uitzonderlijke verhoging. Bovendien wordt er een budget klaargezet om ondernemers te compenseren, indien nodig. Met een verzorgd winkelgebied met aantrekkelijke winkels zijn ondernemers met vaste winkels het beste geholpen. Blijven investeren en niet bezuinigen is haalbaar, stelt mevrouw De Koning, want Utrecht staat er goed voor en mag wat interen op de reserves. Bovendien is de ozb lange tijd niet verhoogd en zijn er vooruitzichten op economisch herstel. De heer Bos wijst erop dat 'grondslag' en 'tarief' – parameters waarmee de hoogte van belasting wordt berekend – niet hetzelfde zijn. Het tarief is dan wel enige tijd niet aangepast, de grondslag is wel degelijk gestegen: het afgelopen jaar met 11% (van € 327.000 naar € 362.000). Volgens mevrouw De Koning is het tarief gestaag gedaald; er is de afgelopen jaren alleen gecompenseerd voor inflatie. Zij vindt het acceptabel om de ozb nu te verhogen, gezien de te verwachten uitdagingen. Bovendien verwacht de rijksoverheid dat de gemeente de tarieven verhoogt in lijn met de stijgende WOZ-waarde. De heer Bos stelt dat het ozb-eigenaarsgedeelte de afgelopen jaren gemiddeld € 171,10 was voor een gemiddelde koopwoning à € 236.000 (2018). De WOZ-waarde van diezelfde woning is nu € 362.970.

Het gevolg van de verhoging van de ozb is dat het eigenaarsdeel vanaf 2022 € 371,08 zal zijn – ruim 117% meer, een aanzienlijke verhoging. Mevrouw De Koning vraagt de wethouder hierop een reactie te geven. Vervolgens geeft mevrouw De Koning aan dat haar fractie zich kan vinden in de financiële strategie die het college voorstelt, maar ook een redelijke bijdrage van de rijksoverheid verwacht. Zie de Meicirculaire en de extra BUIG-gelden: die zijn nog niet in de Voorjaarsnota verwerkt. Blijven investeren dus, vindt mevrouw De Koning, met goede aandacht voor bestaanszekerheid. Zij is blij met de extra aandacht voor schuldhulp. Andere grote uitdagingen zijn de woningnood, de klimaatverandering en biodiversiteit; ook die horen bij het bieden van bestaanszekerheid op lange termijn. Op de vraag van de heer Van der Zweth naar mogelijke investeringen in bestaanszekerheid antwoordt mevrouw De Koning dat er structureel extra geld is bijgekomen voor het Pagina 3 van 15

130

135

140

145

150

155

beschermingsbewind; dit heeft de instemming van haar fractie. Daarnaast zijn er de tijdelijke investeringen vanuit de coronapakketten. Er is incidenteel budget voor aanpak van onderwijsachterstanden en voor armoederegelingen van goede kwaliteit. Het klopt, zegt de heer Van der Zweth, de Voorjaarsnota bevat wel enige incidentele middelen, maar niets op lange termijn. Niet voor schulden, noch voor armoederegelingen en onderwijsachterstanden. Mevrouw De Koning brengt hier tegenin dat de komende jaren wordt geïnvesteerd in de aanpak van die achterstanden. Als daarna blijkt dat het niet voldoende was, moeten die budgetten worden verlengd; daarover is wat haar betreft geen verschil van mening. Bestaanszekerheid is een pijler die goed gezekerd moet worden in de Utrechtse begroting. De heer Van Heuven merkt op dat er geen extra geld naar het programma Duurzaamheid gaat. Hoe moeten we de klimaatcrisis dan bestrijden? Mevrouw De Koning wijst erop dat er wel inzet is, al kon dat wat haar betreft wel meer zijn. Er is in elk geval geld om mensen te stimuleren om meer te wandelen en te fietsen, en voor het isoleren van woningen. In de Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU) zijn extra zoekgebieden aangewezen voor het opwekken van duurzame energie. Er komen twee grote voorzieningen voor warmte-koudeopslag (WKO).

In 2050 moet Utrecht klimaatneutraal zijn – maar liever eerder, stelt mevrouw De Koning. Aan het einde van het jaar hield de gemeente – in lijn met eerdere jaren – € 57 miljoen 'over.' Mevrouw De Koning dringt aan op realistischer ramen, bijvoorbeeld zoals de provincie ZuidHolland doet. Zij vraagt om bij investeringsvoorstellen voortaan een implementatieplan te leveren, zodat duidelijk is dat het gevraagde geld werkelijk kan worden uitgegeven en niet hoeft te worden doorgeschoven naar een volgend jaar. Met de suggestie die de heer Gilissen deed, om te snijden in de ambtelijke capaciteit, is mevrouw De Koning het niet eens. De heer Van Steeg vraagt of dit dan betekent dat er duidelijker keuzes gemaakt zullen worden in het mobiliteitsbeleid. Volgens mevrouw De Koning moet in het mobiliteitsbeleid niet alleen rekening worden gehouden met voldoende ambtelijke capaciteit, maar ook met participatie van de stad. Dat laatste zorgt vaak voor vertraging, want mobiliteitsbeleid is bij uitstek een onderwerp om samen met de stad vorm te geven. Om die reden wordt er iets meer gepland, zodat er bij vertraging in het ene project kan worden doorgewerkt aan het andere. De heer Bos stelt voor om naast een investeringsagenda ook een activeringsagenda te gaan maken. Een interessante suggestie, vindt mevrouw De Koning; zij is benieuwd wat de wethouder ervan vindt.

160

Volgens de heer Van der Zweth dreigt er verhoging van de werkdruk en van het ziekteverzuim door projecten te 'stapelen,' zoals mevrouw De Koning uitlegde. Mevrouw De Koning stelt dat dit wel logisch klinkt, maar dat niet bekend is of dit ook werkelijk zo is. 165

170

Naast een implementatieplan en voldoende capaciteit zou een analyse van de risicoreserveringen kunnen bijdragen aan realistisch begroten, verwacht mevrouw De Koning; bij de provincie ZuidHolland heeft dat veel opgeleverd. Wat vindt de wethouder hiervan? Het zou fijn zijn als er begin 2022 een lijstje zou zijn met aanpak die voortaan anders zal gaan; de Adviescommissie Controle en Financiën zou zo'n lijstje kunnen maken met ondersteuning van de accountant, maar het college kan het ook zelf doen. De heer Gilissen pleit voor betrokkenheid van een externe partij.

Pagina 4 van 15

175

180

185

De afgelopen jaren is het toezicht van de raad op de begroting beter geworden, dankzij goede samenwerking met de ambtelijke organisatie, de griffie en de accountant. Mevrouw De Koning hoopt komend najaar al een goede en leesbare begroting voorgelegd te krijgen. De heer Gilissen vraagt of zij dan ook van plan is om kritisch te kijken naar de gemeentelijke uitgaven. Niet in crisistijd, antwoordt mevrouw De Koning; haar fractie wil investeren, mensen die het financieel zwaar hebben extra ondersteunen en aanpak van de woningnood en de klimaatcrisis. In tegenstelling tot wat enkele leden van de oppositie opmerkten, maakt GroenLinks wel degelijk keuzes, namelijk: investeren in de stad. 'Groei' is geen doel op zichzelf – met groei van de woningvoorraad wil men de vele Utrechters helpen die geen betaalbaar huis kunnen vinden, groei van het groen in de stad zoals bijvoorbeeld het nieuwe landschapspark in Zuilen past goed bij de uitgangspunten van GroenLinks. De heer Van Heuven merkt op dat groei mogelijk geen doel op zichzelf is, maar dat het college heeft gesteld 'dat het jammer is dat de stad niet zo hard groeit als we dachten.' Hierop stelt mevrouw De Koning dat het inderdaad jammer is als de groei achterblijft op de raming, want de inkomsten zijn in de begroting opgenomen – met als gevolg dat er (dus) een financieel probleem moet worden opgelost.

Zij heeft er geen bezwaar tegen om de stelling dat groei geen doel op zichzelf is, te schrappen.

190

195

200

205

210

215

Wat voor 'n stad wil Utrecht ná de coronacrisis zijn? Dit is een goed moment om te kiezen, vindt de heer Van der Zweth (PvdA), bij voorkeur om de komende jaren te investeren in bestaanszekerheid van inwoners – in brede zin. Voorliggende Voorjaarsnota vermeldt echter alleen maar incidentele pakketten, terwijl het college zelf heeft gezegd dat er langetermijninvesteringen nodig zijn om de grote verschillen in de stad aan te pakken. Er worden weliswaar miljoenen geïnvesteerd in de fysieke ruimte, maar niet in de mensen in de stad. Bij interruptie wijst mevrouw De Koning erop dat er € 14 miljoen wordt gereserveerd voor aanpak van de woningnood, een investering in stenen, voor mensen. Volgens de heer Van der Zweth gaan de miljoenen naar de RSU en het Mobiliteitsplan, naast de miljoenen die eerder al zijn besteed aan fietspaden en dergelijke. Belangrijk, maar niet net na een crisis die tot grote bestaansonzekerheid voor velen heeft geleid. Hij ziet liever investeringen in schuldenaanpak en het wegwerken van gezondheidsverschillen en leerachterstanden. Daar had wat zijn fractie betreft extra geld voor gereserveerd mogen worden. De heer Van Steeg merkt op dat de coronacrisis snel afneemt; mensen die nu in de bijstand zitten, zullen naar verwachting snel weer een baan kunnen vinden.

Daar staat tegenover, zegt de heer Van der Zweth, dat er óók een ontslaggolf wordt verwacht, vooral in de private sector. De grote werkgevers in de stad hebben reorganisaties aangekondigd. Een gemeentelijke taskforce heeft aangegeven dat deze crisis heel anders gaat aflopen dan vorige crises; denk alleen al aan de vele problemen achter voordeuren. Volgens mevrouw Streefland biedt dat ook kansen: ook in Utrecht zijn er sectoren waar men zit te springen om personeel. Sterke schouders moeten de zwaarste lasten dragen, vindt de heer Van der Zweth. Zijn fractie is het er dan ook mee eens dat er niet wordt bezuinigd op essentiële voorzieningen en dat de lasten worden verhoogd voor mensen die dit kunnen dragen. Het is begrijpelijk dat er wordt vooruitgelopen op de rijkscompensatie om bezuinigingen te voorkomen – al is het niet zonder Pagina 5 van 15

220

225

230

235

240

245

250

255

260

risico. Evenals eerdere sprekers vraagt de heer Van der Zweth aandacht voor de forse onderbesteding in 2020 (€ 28 miljoen) en de vrijval van ongeveer € 33 miljoen uit grondexploitaties. Dat geld zou geïnvesteerd moeten worden in bestaanszekerheid van de Utrechters; zijn fractie twijfelt eraan of de hoge ambities in het ruimtelijk domein wel waargemaakt kunnen worden. Zie programmapakket 4: daar zijn zelfs nog plannen bij gekomen. Wat gaat het college doen om te voorkomen dat er geld onbesteed blijft, ook gedurende dit boekjaar (2021)? Kan de raad in de loop van dit jaar een overzicht krijgen van de stand van zaken? Waarom worden de kosten wél en de baten uit grondexploitaties niet geraamd? Waarom wordt er geen geld toegevoegd aan de reserve Betaalbaar wonen (blz. 37)? Zijn er niet al voldoende reserves en voorzieningen, bijvoorbeeld de reserve grondexploitaties en de reserve RO en wonen? De heer Van der Zweth stelt voor om de baten te gaan ramen, en deze in de reserve Betaalbaar wonen te laten vloeien, wellicht zelfs op korte termijn. Utrecht is overprudent, vindt hij. De heer Gilissen concludeert dat de heer Van der Zweth voorstelt om jaarlijks winst te nemen op de grondexploitaties Leidsche Rijn, waardoor er geen geld meer zal zijn voor iets extra's.

De heer Van der Zweth weerlegt dat; volgens hem wordt het budget dan hooguit wat lager, maar altijd nog ruim genoeg om nog te verwachten kosten te kunnen betalen. Uit recente nieuwsberichten kan worden afgeleid dat gemeenten vinden dat het rijk moet gaan meebetalen aan gemeentelijke taken, meldt de heer Bakker (D66); hij pleit ervoor om daar vanuit Utrecht bij aan te sluiten. Een goed begin is in elk geval de uitspraak in de arbitragezaak over de jeugdzorg en de beschikbaarheid van de BUIG-gelden. De heer Bakker is benieuwd of Utrecht lobbyt bij de rijksoverheid, al dan niet in G4- of VNG-verband. Wat betreft economische groei heeft het Centraal Planbureau een groei van 3,2% becijferd; dit zal zo goed als zeker leiden tot meer banen en minder werkloosheid. De heer Bakker ziet in voorliggende Voorjaarsnota een duidelijke keuze voor de toekomst; zijn fractie wil daarin blijven investeren, onder andere in bestaanszekerheid en werkgelegenheid, maar ook in voorzieningen op het gebied van sport en cultuur. Met de verhoging van de ozb wordt de sterkste schouders een bijdrage aan de toekomst van de stad gevraagd, wat niet de voorkeur van de fractie heeft, maar bezuinigen is wat de heer Bakker betreft nu niet aan de orde.

Dat er keuzes moeten worden gemaakt, is de heer Van Steeg met de heer Bakker eens, maar waaruit blijken die dan in de Voorjaarsnota? Hierop wijst de heer Bakker op de belangrijke keuze om niet te bezuinigen op mooie projecten of op de groei van de stad. Daarnaast wordt er extra geïnvesteerd in de toekomst van de stad, zie bijvoorbeeld de ontwikkelingen rond buurtbudgetten, de Kanaalstraat, de Amsterdamsestraatweg en meer. Er hadden ook andere keuzes gemaakt kunnen worden, bijvoorbeeld de bibliotheek sluiten of bezuinigen op jeugdzorg. De heer Bakker stelt dat er heel duidelijk wordt gekozen voor 'het sociale cement van de stad.' De heer Gilissen brengt daar tegenin dat de rekening desalniettemin eenzijdig bij de ondernemers en bewoners wordt neergelegd, hoe valt dat dan te verklaren? Als er kritisch naar een paar procent aan inefficiënties wordt gezocht, is verhoging van de ozb niet nodig. Naar de mening van de heer Gilissen is die slag niet gemaakt. Bezuinigen is geen doel op zich, stelt de heer Bakker, de coalitiepartijen maken keuzes die de toekomst van de stad ten goede komen. Dit laat onverlet dat er heus wel ergens inefficiënties aan te wijzen zijn, maar daar gaat het nu niet om. De keuze is: investeren in de toekomst van de stad. De heer Bakker vindt toepassing van de kaasschaaf hier Pagina 6 van 15

en daar niet realistisch. Volgens de heer Gilissen is besparen echt wel mogelijk zonder dat er onverantwoord gesneden gaat worden in armoederegelingen of in de groei van de stedelijke economie. 265

270

275

280

285

290

De heer Bakker geeft aan tevreden te zijn over de instelling van een compensatiefonds voor kwetsbare ondernemers, mits het laagdrempelig is en aanvragen goed gemonitord worden. Het moet geen juridisch doolhof worden voor aanvragers. Hij vraagt de wethouder om toe te zeggen dat ondernemers worden betrokken bij de opzet van het fonds. Wat betreft het plannen en realistisch begroten vraagt de heer Bakker aan de wethouder om aan te geven wat er op dat gebied al in gang is gezet. De coronacrisis heeft zwakke plekken in het systeem aan het licht gebracht, vervolgt de heer Bakker, en heeft duidelijk laten zien wie kwetsbaar is en beter beschermd moet worden. De crisis heeft ook laten zien wat er in zeer korte tijd allemaal mogelijk bleek te zijn. Hij vraagt het college om op korte termijn te beginnen met een eerste, algemene evaluatie van de afgelopen periode, en de uitkomst vóór het einde van dit kalenderjaar aan de raad voor te leggen. Als de coronacrisis echt voorbij is, kan een wat uitvoeriger onderzoek worden gedaan, eventueel door een externe partij. De heer Bakker is blij met de inspanningen voor het beter leesbaar maken van de begroting, en vraagt het college ook om deze een stukje dunner te maken.

Vervolgens herinnert hij het college aan de motie, bij de behandeling van de programmabegroting ingediend door SP, Student & Starter en D66, over een meer leefvormneutrale woonheffing. Wanneer kan de raad een voorstel verwachten? D66 zou graag zien dat bewoners meer worden betrokken bij het opstellen van de begroting, zoals ook in andere steden al gebeurt. De heer Van der Zweth vraagt zich af of de gemeentelijke begroting wel het juiste project is voor burgerparticipatie. Is het niet beter om te beginnen met bewoners uit te nodigen om plannen in te dienen, en daar dan serieus mee om te gaan? Het kan allebei, vindt de heer Bakker: ruimte bieden voor initiatief én werken aan een 'burgerbegroting.' De heer Van der Zweth dringt erop aan om als eerste in te zetten op Ruimte Voor Initiatief. [De vergadering wordt een ogenblik geschorst]

295

300

305

Ook de heer Van Steeg (CDA) hoopt dat de rijksoverheid zal bijspringen bij het dekken van tekorten; dit is nog niet voor alle domeinen zeker. Hoe groot acht de wethouder de kans dat er rijksgeld komt? Intussen wordt de ozb fors verhoogd – maar waarom eigenlijk? Waarom worden woningbezitters, maar ook detailhandelaren op deze manier op kosten gejaagd? Wat staat er met name voor de laatstgenoemden tegenover? Snijdt de gemeente ook in eigen taken en kosten? De heer Van Steeg zou liever zien dat er meer wordt geïnvesteerd in de samenleving, in wijken en in veiligheid in de wijken. Zijn fractie denkt dat er financiële ruimte te vinden is door bijvoorbeeld andere keuzes te maken op het gebied van mobiliteit, RSU, re-integratie en btw. De heer Van Steeg vraagt de wethouder om aan te geven wat het herstel van de economische groei betekent voor de gemeentelijke investeringen. Er worden nu geen heldere keuzes gemaakt, vindt de heer Van Steeg; vervolgstappen worden pas bij de volgende Voorjaarsnota gezet, maar dan is er al een nieuwe coalitie aangetreden. De Pagina 7 van 15

310

heer Van Steeg is het eens met het pleidooi van de heer Gilissen om het weerstandsvermogen weer op peil te brengen. Maar, merkt de heer Bakker op, het weerstandsvermogen is er toch voor om in te zetten in tijden van crisis? Dat klopt, zegt de heer Van Steeg, herstel zal pas in de volgende raadsperiode plaatsvinden en heeft dus voor de huidige coalitie geen consequenties. Het is de heer Van Steeg opgevallen dat er wordt geschoven met btw, onder andere door de btw in sportkantines te verlagen. Waarom wordt dat gedaan? In het re-integratiebudget wordt een btwmeevaller deels naar het budget zelf geschoven. Welk probleem wordt daarmee opgelost?

315

320

325

Niet bezuinigen, wel investeren – dat is echt iets anders dan 'de kaasschaaf' hanteren, zoals eerder wel werd gedaan, vindt mevrouw Streefland (ChristenUnie). Haar fractie is er blij mee dat het college niet voorstelt om in het sociaal domein te bezuinigen. Verhoging van de ozb is een pijnlijke maatregel, maar wel de eerlijkste; in de achterban van de fractie wordt dit niet toegejuicht, maar wel begrepen. Wat betreft het compensatiefonds voor ondernemers adviseert mevrouw Streefland om in het bijzonder kleine ondernemers er gebruik van te laten maken, en de inzet specifiek te koppelen aan hulpvragen. De grote toename van het online winkelen door consumenten hangt wellicht samen met de lockdowns, maar er moet worden bekeken of ondernemers die daar last van hebben, wat extra kunnen worden gesteund, bijvoorbeeld door mensen aan te moedigen hun inkopen zo lokaal mogelijk te doen. Hierop merkt de heer Bos op dat ondernemers die veel concurrentie ondervinden van online winkelen daar zelf mogelijk niet voldoende in hebben geïnvesteerd. Moet de gemeente hen dan helpen om hun positie te handhaven? Mevrouw Streefland verduidelijkt dat zij zich realiseert dat dat niet kan – al zou haar fractie het wel graag willen oplossen.

330

335

340

345

350

Met het plan om het weerstandsvermogen weer op gezond niveau te brengen is mevrouw Streefland het eens. Over realistisch begroten hebben andere sprekers al het een en ander gezegd; mevrouw Streefland deelt het standpunt dat er een goede analyse nodig is vóór er verbeteringsvoorstellen worden gedaan. Zij is benieuwd hoe de wethouder dit ziet. Wat betreft de gemeentelijke kosten (overhead) veronderstelt mevrouw Streefland dat het nu niet het goede moment is om daarop in te grijpen. Overigens heeft Utrecht geen extreem hoge overhead; bij ons zijn deze kosten lager dan in de G4, en lager dan het G10-gemiddelde. De coronacrisis heeft veel geld gekost, stelt de heer Van Heuven (Partij voor de Dieren); het college kiest ervoor om niet te bezuinigen, maar om de middelen anders in te zetten. Daar kan zijn fractie zich in vinden. Mensen staan terecht centraal in voorliggende Voorjaarsnota, maar er zijn ook andere, in omvang toenemende crises op het gebied van milieu, klimaat en biodiversiteit. Er gaat echter geen extra geld naar het programma Duurzaamheid of naar de energietransitie. Is deze begroting klimaatbestendig, en zo nee, wanneer wordt zij dat? Hoeveel ruimte is er om de begroting meer in te richten op de klimaatcrisis? Nu de stad minder hard groeit dan werd aangenomen, zoekt het college elders mogelijkheden om het financieel tekort op te vangen.

Met het verhogen van de ozb heeft de heer Van Heuven niet zoveel moeite; wél valt het hem tegen dat alle woningeigenaren evenveel moeten betalen. Zijn fractie zou het ozb-tarief afhankelijk willen maken van de mate van verduurzaming. De rijksoverheid heeft de 'groene heffingskorting' ingevoerd, die gemeenten de mogelijkheid biedt om binnen de ozb te sturen op verduurzaming. Is

Pagina 8 van 15

het college bereid om die groene heffingskorting te gaan inzetten? Wat is de stand van zaken van de aangenomen motie M400 (betreft vergroening van leges)?

355

360

365

370

375

380

385

390

395

De Voorjaarsnota vermeldt een paar meevallers die naar de algemene reserve zullen vloeien, bijvoorbeeld de € 100.000 die niet nodig is voor Oud-Amelisweerd. De heer Van Heuven pleit ervoor om dat bedrag toch in het gebied in te zetten, bijvoorbeeld voor het opruimen van afval, herstel van biodiversiteit en handhaving op overlast. Ten aanzien van dit punt overweegt de heer Van Heuven een amendement. Vervolgens vraagt hij aandacht voor de hondenbelasting: op dieren zou geen belasting moeten worden geheven, maar nu dat toch gebeurt zouden de inkomsten besteed moeten worden aan dierenwelzijn (dierenambulance, dierenvoedselbank, vogelopvang). Is het college bereid om de gevolgen van het afschaffen van de hondenbelasting voor particulieren te onderzoeken (zie ook de in de Tweede Kamer aangenomen motie van de VVD, nr. 35569)? Bij interruptie vraagt de heer Bakker hoe het afschaffen van hondenbelasting betaald zou moeten worden. Hoe wordt het tekort van ongeveer € 780.000 gedekt? Daar ziet de heer Van Heuven veel kansen voor, maar hij is benieuwd hoe de wethouder dit ziet. De heer Şimşek (DENK) constateert dat de begroting sluitend wordt gemaakt met een aanzienlijke verhoging van de ozb. Echter, dat de waarde van vastgoed gestegen is, betekent niet dat mensen meer te besteden hebben. Voor zijn fractie is dit een punt van zorg.

Daarnaast vraagt de heer Şimşek aandacht voor de leges voor ID-kaarten en paspoorten: verplichtingen die de overheid oplegt, zouden geen kostenpost mogen zijn voor mensen die niet gemakkelijk kunnen rondkomen. Inwoners die het met een minimuminkomen (of minder) moeten doen, zouden gratis een ID-kaart of paspoort moeten krijgen. Wat vindt de wethouder ervan als de gemeente een deel van die kosten voor haar rekening neemt? Eerder werd ervoor gekozen om het weerstandsvermogen naar 0,8 te brengen, memoreert mevrouw Van Ophem (Student & Starter), en het voorstel is om dit al in 2024 weer op 1 te hebben – dat is snel; mevrouw Van Ophem pleit ervoor om daarvoor meer tijd te nemen, in het bijzonder omdat er kosten te verwachten zijn bij de invoering van de Omgevingswet en het uitvoeren van het klimaatakkoord. Het idee is nu om het weerstandsvermogen aan te vullen met vrijgevallen geld uit het Stationsgebied en met incidentele baten, maar mevrouw Van Ophem ziet liever dat daarmee op ambities ingezet blijft worden.

Wat betekent het voor nieuwe kansen als alle incidentele baten terugvloeien naar het weerstandsvermogen? Is het mogelijk om het weerstandsvermogen enigszins te laten schommelen tussen 0,95 en 1,05, om minder afhankelijk te worden van tegenvallers als gevolg van het 'trap-op-trap-af' systeem van het Gemeentefonds? Er wordt nu gerekend op een bijdrage van € 8 miljoen uit het Gemeentefonds en het college hoopt ook dat het rijk komt met compensatie voor gederfde inkomsten en extra kosten als gevolg van de coronacrisis – maar hoe moet het verder als deze bedragen niet of slechts gedeeltelijk binnenkomen? Is er een prioriteitenlijstje voor investeringen? Welke kunnen eventueel worden uitgesteld? De kosten voor het uitvoeren van het klimaatakkoord worden ten dele vergoed; mevrouw Van Ophem vraagt de wethouder om met een overzicht ('menukaart') van mogelijke bezuinigingen te komen en de raad inzicht te geven in de afwegingen. De Voorjaarsnota vermeldt dat de gemeente terughoudend is met nieuwe activiteiten en intensivering van beleid, met het oog Pagina 9 van 15

op de financiële situatie; er ontbreekt echter een afweging. Waarom worden de genoemde activiteiten gecontinueerd (voorbeeld: schonestadcoaches)? Vervolgens verwijst mevrouw Van Ophem naar de tegenbegroting van haar fractie (bij behandeling programmabegroting 2021), waarin het voorstel om leges op ligplaatsen van bootjes te verhogen en een dagpas in te stellen. 400

405

410

415

420

425

De heer Wiegant (SP) geeft aan dat zijn fractie tevreden is met de grote lijnen van de Voorjaarsnota: investeren in plaats van bezuinigen. Verhoging van de ozb kan eveneens op instemming rekenen, want dit komt het dichtst bij een inkomensafhankelijke belasting die een gemeente mag heffen. Echter, eerder was verhoging niet bespreekbaar; waarom kan het nu wél? Is de wethouder van plan om het ozb-tarief te differentiëren voor eigenaren van woningen en eigenaren van niet-woningen, en zo ja, hoe? Op een schriftelijke (technische) vraag van de heer Wiegant is als antwoord gegeven dat de afvalstoffenheffing slechts geïndexeerd is, maar de tekst in de Voorjaarsnota wekt een andere indruk. Kan de wethouder dit toelichten? De heer Wiegant is tegen verhoging met meer dan inflatie. Via vernieuwing in het sociaal domein wordt geprobeerd om ruimte van € 800.000 te creëren, bijvoorbeeld door te bezuinigen op enkele regelingen. Welke consequenties heeft dit voor de kwetsbare groepen voor wie die regelingen er zijn? Het lijkt erop dat het college in voorliggende Voorjaarsnota aan wensdenken doet, wat enkele vorige sprekers ook al signaleerden. Eerder is al gebleken dat de rijksoverheid de 'hand op de knip' heeft gehouden (jeugdzorg, Omgevingswet, klimaat en zo meer).

Wat te doen als de rijksbijdrage tegenvalt? Bij het voorstel van de PvdD om de hondenbelasting af te schaffen sluit de heer Wiegant zich aan. Al eerder vanavond heeft de heer Bos (Stadsbelang Utrecht) laten merken dat hij vindt dat de gemeente Utrecht niet in control is, want er moet voortdurend worden bijgestuurd. Kosten worden niet juist geïndexeerd en voorzienbare risico's worden niet verwerkt in projectbegrotingen. Wél heeft het college enkele verbeteringen doorgevoerd, naar initiatieven van de heer Bos: verbeterde indexering en rolling forecasting. Dit vindt hij echter nog niet genoeg, en adviseert de wethouder om door hem ingediende moties van de afgelopen jaren nog eens in te zien. De heer Bos memoreert dat de wethouder bij de presentatie van de Voorjaarsnota aangaf dat huiseigenaren in 2022 ongeveer € 40 meer aan ozb zouden gaan betalen (ca. € 3,40 per maand extra), maar een eigen berekening laat zien dat het ongeveer het dubbele is. Oorzaak: het college heeft met een onjuiste grondslag gerekend. Als met de juiste gegevens was gerekend, was verhoging van de ozb niet nodig geweest. De fractie van de heer Bos vindt de verhoging onnodig en onwenselijk. Hij vraagt het college om een en ander te corrigeren.

430

Er is geen inbreng van de fractie van de PVV. [De vergadering wordt geschorst] 435

Mevrouw Sturkenboom vervangt de heer De Pagter; zij heropent de vergadering.

440

De wethouder Het college wil de crisis zo snel mogelijk achter zich laten, stelt mevrouw Klein, en doet dat door te investeren in leefbaarheid, ondanks de financiële krapte. Wat betreft de compensatie van ozb voor ondernemers memoreert de wethouder dat tijdens de technische bijeenkomst de Pagina 10 van 15

445

450

455

460

465

470

consequenties voor eigenaren van niet-woningvastgoed in beeld werden gebracht en dat ervoor is gekozen om ondernemers voor wie de ozb-verhoging vanwege de coronacrisis teveel van het goede is, in 2022 tegemoet te komen. De raad kan bij de behandeling van de programmabegroting een precieze uitwerking hiervan verwachten. Uitgangspunt is dat de administratieve lasten acceptabel blijven, zowel voor de gemeente als voor de ondernemers, en dat de tegemoetkoming juridisch haalbaar is; voor de ozb geldt immers het gelijkheidsbeginsel. De wethouder verduidelijkt dat de regeling echt bedoeld is voor kwetsbare MKB-ondernemers. Zij zullen bij de vormgeving van de regeling betrokken worden. Vanzelfsprekend wordt gezorgd voor goede aansluiting op de behoeften; dit zal bij de uitwerking duidelijk worden. Volgens de wethouder geldt dit voor alle maatregelen in het kader van corona. Het blijft merkwaardig, vindt de heer Gilissen, dat er wordt gekozen voor incidentele tegemoetkoming bij een structurele verhoging. Is de € 750.000 voor het compensatiefonds het nettobedrag? De wethouder merkt op dat het college ervan uitgaat dat de crisis ook niet structureel is. Of het om € 750.000 netto gaat, is ter vergadering niet paraat. Hierover zal wethouder Verschuure uitsluitsel geven op 23 juni a.s. Ten aanzien van de ozb-verhoging werd gevraagd of het college alternatieven in kaart heeft gebracht.

Hierop licht de wethouder toe dat bezuinigen het herstel zou afremmen; daar is dus niet voor gekozen. Naar meer efficiëntie in de gemeentelijke organisatie is al eerder gekeken, en ook nu weer; daar ziet het college geen ruimte, want de druk op de organisatie is al hoog vanwege de groei van de stad. Versoberen van taken zou in het bijzonder kwetsbare groepen raken, en dat vindt het college niet verstandig. De heer Gilissen merkt op dat de keus om medewerkers meer vanuit huis te laten werken financiële impact zal hebben, is daaraan gedacht? En is ook gedacht aan het matigen van loon- en prijsbijstelling? Hierop wijst de wethouder erop dat de gemeentelijke organisatie ook vóór de coronacrisis al moest woekeren met ruimte. Wellicht wordt dit beter met Het Nieuwe Werken 3.0 (thuiswerken), maar hoe dat uitpakt, is nu nog niet te zeggen. Er blijft behoefte aan ruimte waarin medewerkers elkaar kunnen ontmoeten en kunnen samenwerken. Er kan niet zonder meer worden gesteld dat driekwart van de medewerkers voortaan structureel vanuit huis werkt. De inzet is dat de gemeentelijke dienstverlening zo goed en efficiënt mogelijk blijft. Voor matigen van loon- en prijsbijstelling is nadrukkelijk niet gekozen. De wethouder benadrukt dat de lasten niet eenzijdig bij ondernemers worden neergelegd; er is in crisistijd veel voor hen gedaan.

480

Het is de heer Van Steeg opgevallen dat medewerkers een extra vergoeding krijgen omdat zij thuis werken – terwijl het Stadskantoor goeddeels leeg staat. Wat is daar de reden van? De wethouder legt uit dat mensen hun werk op een verantwoorde manier vanuit huis moeten kunnen doen (arbo) en dat de voorzieningen op het gebied van informatieveiligheid in orde moeten zijn. Zij adviseert om de vraag bij gelegenheid aan wethouder Voortman (portefeuille personeel & organisatie) voor te leggen.

485

Dat het accres 'bevroren' is, is een uitzonderlijke situatie. Er wordt verwacht dat een nieuw kabinet niet zal willen bezuinigen, maar investeren; ook het Centraal Planbureau heeft deze verwachting uitgesproken. Vóór de coronacrisis nam het accres met gemiddeld 1,2% per jaar toe, dat is € 8 miljoen, en dat heeft het college als uitgangspunt genomen. Als er met uitsluitend zekerheden

475

Pagina 11 van 15

490

495

was gerekend, had er meer bezuinigd moeten worden en hadden de lasten sterker moeten stijgen – waarvan dan achteraf misschien zou blijken dat dit niet nodig was geweest. Wat nu nog onzeker is, zal in de loop van de tijd duidelijk worden. Er is dan nog tijd om maatregelen te nemen. Hierop stelt de heer Gilissen dat hij ervan uitgaat dat er – gezien de trage kabinetsformatie – vóór het einde van het jaar geen oplossing zal zijn. Komt het college bij de behandeling van de programmabegroting dan met een correctie als blijkt dat de zaken niet gaan lopen zoals gehoopt? De wethouder licht toe dat het college de zaken die in de komende maanden helder worden op de gebruikelijke manier zal verwerken. Het volgende afwegingsmoment is bij de behandeling van de volgende Voorjaarsnota; als er aanleiding is om het anders te doen zal zij dit de raad zeker laten weten.

510

Voor het maken van een realistische begroting wil het college graag samen met de raad optrekken. De accountant heeft geadviseerd om een analyse te maken en heeft enkele suggesties gedaan ter vergroting van de voorspellende waarde van de begroting. Het college is daar wel mee aan het werk gegaan, maar het vraagt tijd – ook gezien de ontwikkelingen rond de virusuitbraken. De wethouder zegt toe dat zij de raad in het derde kwartaal 2021 een analyse zal sturen waaruit zal blijken welke stappen er moeten worden gezet om begroting en realisatie dichter bij elkaar te brengen. Ook de oorzaken van het uiteenlopen zullen worden geanalyseerd. De raad kan dan ook nadere informatie verwachten over leefvormneutrale woonlasten (conform motie D66 bij behandeling programmabegroting). Er is intussen niet niets gedaan: in de projectenportefeuille van het MPR wordt al met een bepaald afslagpercentage gerekend, om te kijken hoe dat uitpakt. De wethouder neemt graag de uitnodiging aan om dit samen met de Adviescommissie Controle en Financiën en de accountant nader uit te werken, waarbij wat haar betreft dan ook de ambtelijke organisatie nauw betrokken wordt. De heer Gilissen bedankt de wethouder voor haar toezegging en adviseert om ook te kijken hoe andere gemeenten dit doen.

515

Dubbele risicoreserveringen zijn er volgens de wethouder niet. Er wordt bekeken hoe de geprognotiseerde winsten van grondexploitaties kunnen worden opgenomen in de begroting. Mevrouw De Koning vraagt om in de hiervoor toegezegde analyse aan te geven of er sprake is van stapeling van risicoreserveringen. Als dat niet zo is, ziet zij dat graag nader onderbouwd.

500

505

520

525

Vervolgens licht de wethouder toe dat in grondexploitaties zowel lasten als baten worden geraamd, maar winsten niet, vanwege het 'voorzichtigheidsbeginsel.' Tijdens de vorige crisis zijn er namelijk grondprijzen gedaald, wat tot forse afboekingen leidde. Voor winstnemingen hanteert de gemeente het principe percentage of completion (zie het besluit Begroten en verantwoorden); de accountant toetst dit. Het college wil de winsten graag gaan ramen, en bestudeert daar nu de mogelijkheden voor. Het idee is om opbrengsten uit grondexploitaties in te zetten als dekking voor realisatie van de RSU. De wethouder wijst er nadrukkelijk op dat het daarin niet alleen gaat om betaalbaar wonen, maar ook om groen, maatschappelijke voorzieningen en mobiliteit. De heer Van der Zweth hoopt dat de analyse laat zien of Utrecht inderdaad overprudent is, en vraagt de wethouder om ook aan te geven hoe hoog de grondexploitatie Leidsche Rijn nu is en hoe dit zich verhoudt tot de risico's in dat gebied. De wethouder heeft er geen moeite mee om dit toe te zeggen, maar adviseert om dit onderwerp niet alleen met haar, maar ook met wethouder Verschuure te bespreken.

530

Pagina 12 van 15

535

De PvdA heeft in zijn inbreng opgemerkt dat de coronapakketten maar zo kort gelden, namelijk dit jaar en volgend jaar. In een reactie hierop stelt de wethouder dat dit dan ook maatregelen zijn die niet meer nodig zijn als de crisis voorbij is; het in stand houden van essentiële voorzieningen hangt sterk samen met (tijdelijk) gesloten deuren. In scenario C wordt rekening gehouden met de na-ijlende effecten van corona, naast de reguliere programma's. Als er dan nog meer nodig is, is dat een punt van aandacht bij de volgende Voorjaarsnota. De wethouder vindt het niet verstandig om daarop nu al vooruit te lopen. Hierop volstaat de heer Van der Zweth met erop te wijzen dat zijn fractie dat standpunt niet deelt.

540

Hoewel het economisch herstel sneller inzet dan verwacht, houdt de gemeente toch graag de vinger aan de pols, vervolgt de wethouder. De coronacrisis had namelijk geen economische oorzaak, maar was het gevolg van de lockdowns. Met het opheffen daarvan zijn niet direct de maatschappelijke effecten óók weg, dus daarvoor moet de lokale overheid er zijn.

545

Gemeenten willen dat het rijk meebetaalt aan gemeentelijke taken, en Utrecht wil dat ook. De gemeente trekt wat dat betreft met de G4 op en doet dit in VNG-verband, zowel ambtelijk als bestuurlijk. De hoogte van het Gemeentefonds heeft prioriteit, met als goede tweede de eerlijke verdeling daarvan. De gemeente Utrecht laat actief van zich horen over de herijking van het Gemeentefonds – wat ook een belangrijk onderwerp is bij de kabinetsformatie. De gemeente Utrecht heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen nieuwe taken worden opgepakt als daar niet óók nieuw geld bij komt. Dit komt tot uitdrukking in de begroting.

550

555

560

565

570

575

De fractie van D66 heeft gevraagd om een eerste, korte evaluatie van de coronatijd; de wethouder wil daarmee liever wachten tot de crisis goeddeels voorbij is, want de crisisorganisatie is nog volop in bedrijf. Bovendien zijn essentiële coronamaatregelen nog niet opgeheven. Voor een evaluatie is nog geen tijd beschikbaar, en de wethouder verwacht niet dat dit vóór het einde van dit jaar het geval zal zijn. Schuiven met btw-voordelen, waar de heer Van Steeg een vraag over stelde, is het gevolg van een uitspraak van de Hoge Raad. Daarmee ontstaat een meevaller, en de afspraak is dat meevallers gedurende het jaar terugvloeien naar de algemene middelen. Sportaccommodaties ondervinden daar geen nadeel van, want zij blijven hetzelfde betalen. Maar waarom, vraagt de heer Van Steeg, wordt bij re-integratie dan wél een deel structureel geïnvesteerd? Mevrouw Klein zal deze vraag voorleggen aan wethouder Voortman, in wiens portefeuille dit onderwerp hoort. De fractie van de Partij voor de Dieren heeft gevraagd naar de klimaatbestendigheid van de begroting. Hierop wijst de wethouder erop dat de gemeente, ook al zet zij aanzienlijk in op klimaatadaptatie, niet in staat is om alles te doen wat nodig is om tot 100% klimaatbestendigheid te komen. De rijksoverheid moet bijspringen, en daar wordt aan gewerkt. Groene heffingskorting is nieuw.

Daar moet goed over worden nagedacht, stelt de wethouder, want de consequentie is een lastenverschuiving. Ten aanzien van groene leges heeft de wethouder bij de behandeling van de programmabegroting al toegezegd dat de raad hierover in het derde kwartaal 2021 meer informatie krijgt. Ten aanzien van de openstelling voor publiek van het landhuis Oud-Amelisweerd heeft Stadsherstel aangegeven dat dit mogelijk is zonder inzet van de € 100.000. Een meevaller Pagina 13 van 15

dus, die conform afspraak terugvloeit naar de algemene middelen. De wethouder geeft aan dat zij de ontwikkelingen rond de hondenbelasting met belangstelling volgt; zij wil een besluit van de Tweede Kamer afwachten. Voor de goede orde wijst zij erop dat afschaffing leidt tot een tekort van € 750.000. 580

Op interrupties van mevrouw De Koning en de heer Van Heuven geeft de wethouder aan dat zij zich zal houden aan de toezegging over groene leges, en dat zij haar best zal doen om daaraan iets toe te voegen over de groene heffingskorting. Als dat niet lukt, zal zij in het derde kwartaal aangeven wanneer de raad die informatie wél kan verwachten. 585

590

595

600

Toen de fractie van DENK vorig jaar de leges op ID-kaarten en paspoorten aankaartte werd aangegeven dat er geen financiële ruimte is om deze in voorkomend geval gratis te verstrekken. Het kan alleen maar als leges voor andere diensten worden verhoogd. Die keuze is niet gemaakt. De heer Şimşek dringt erop aan om dit in heroverweging te nemen; het gaat om € 250.000 per jaar. Is er geen dekking te vinden in de algemene reserve of bij de extra inkomsten uit de ozb-verhoging? De wethouder laat het bij haar eerdere antwoord, dat daarvoor niet gekozen is. De wethouder is geen voorstander van het idee van de fractie Student & Starter om schommelingen op te vangen met het weerstandsvermogen, want daar is het niet voor bedoeld. Het weerstandsvermogen is een buffer om in zware tijden in te zetten, zoals nu wordt gedaan. Om het weer op peil (niveau 1) te brengen zullen niet alle incidentele baten worden toegevoegd, maar wel een vastgesteld deel daarvan. In 2020 heeft het rijk zich een betrouwbare partner getoond, en heeft de gemeenten ruimhartig de onvermijdelijke kosten ten gevolge van de virusuitbraak toegekend. Ook voor 2021 zijn er toezeggingen gedaan; in de Septembercirculaire wordt aangegeven hoe de gelden zullen worden verdeeld.

De wethouder gaat ervan uit dat het rijk volgens toezegging zal handelen, en wil – om geen onnodige onrust te veroorzaken – nu nog niet vooruitlopen op het mogelijke tegendeel. Het is volgens haar niet nodig om nu al te anticiperen op zaken die waarschijnlijk niet gaan gebeuren. Bovendien zou dit het rijk maar op het idee kunnen brengen om niet volgens toezegging te handelen.

605

De schonestadcoaches werden uit incidentele middelen betaald, maar de grotere afvalstroom vraagt om langere inzet. De suggesties die Student & Starter deed ten aanzien van eventuele verhoging van leges zal de wethouder in overweging nemen, indien nodig. 610

De fractie van de SP vroeg naar de mogelijkheden om de ozb te differentiëren. Volgens de wethouder is dat wel mogelijk, maar is daar niet voor gekozen. De kosten voor afval en riolen zijn kostendekkend: de kosten worden omgeslagen over alle gebruikers. De afvalstoffenheffing wordt voor iedereen met € 8,64 verhoogd, de kosten voor de riolen blijven gelijk.

615

Als reactie op de inbreng van de fractie van Stadsbelang Utrecht licht de wethouder toe dat de ozb-tarieven jaarlijks worden gecorrigeerd naar de soms aanzienlijke waardeontwikkeling. De aanslag per object stijgt dus met de gemiddelde waardeontwikkeling, maar dat is de afgelopen jaren niet meer geweest dan de inflatie. Jaarlijks, in december, bepaalt de raad de belastingtarieven voor het opvolgende boekjaar. Daarin is dan de laatste stand van de waarde van het vastgoed meegenomen. Daar komt bij dat het rijk aan de gemeente vraagt om de eigen

620

Pagina 14 van 15

625

630

635

640

645

belastingcapaciteit te benutten. Gemeenten die dat niet doen, worden gekort op de bijdrage uit het Gemeentefonds. De heer Bos wijst erop dat de heffingsgrondslag in 2021 is gebaseerd op de WOZ-waarde van 1 januari 2020. Voor het belastingjaar 2022 is de WOZ-waarde op 1 januari 2021 de basis. De tariefverhoging is bekend, dat is 0,1022%, echter de grondslag stijgt met ongeveer 11%. Het bedrag wordt dus ongeveer tweemaal zo hoog, wat niet nodig is om de begroting 2022 sluitend te krijgen. De wethouder legt uit: jaarlijks, in december, stelt de raad de tarieven vast voor de ozb van het volgende jaar. Daarnaast geldt dat de tarieven jaarlijks worden gecorrigeerd voor de waardeontwikkeling. Zo doen alle grote steden het. Als je de ozb uitsluitend met inflatie zou verhogen, zit daarin niet de volledige waardeontwikkeling van de WOZ. De wethouder geeft aan bereid te zijn om hier buiten de vergadering nogmaals met de heer Bos over door te praten. Na enige gedachtewisseling wordt afgesproken dat de wethouder de commissie vóór het slotdebat een schriftelijke toelichting stuurt. Tweede termijn Een korte rondvraag wijst uit dat geen van de commissieleden behoefte heeft aan een tweede termijn. Gemiste vragen Mevrouw Van Ophem geeft aan dat zij naast haar vraag over de schonestadcoaches ook had gevraagd om een breder afwegingskader.

Zij vraagt de wethouder om ook nog in te gaan op haar suggestie om het weerstandsvermogen te laten schommelen tussen 0,95 en 1,05. Wat dat laatste betreft merkt de wethouder op dat zij zich gebonden voelt aan het coalitieakkoord; hier zijn simpelweg afspraken over gemaakt. Daarnaast wekt een 'schommelend weerstandsvermogen' de suggestie dat er onvoorziene uitgaven mee kunnen worden opgevangen, maar dat is niet zo; daar zijn dekkingsreserves voor. De Voorjaarsnota bevat het gevraagde brede afwegingskader al.

3. 650

655

Toezegging

De wethouder heeft toegezegd • dat zij de raad in het derde kwartaal 2021 zal informeren over de analyse om begroting en realisatie bij elkaar te brengen,( zoals ook de accountant heeft opgemerkt), inclusief de analyse hiervan en de stappen die kunnen worden gezet; • dat zij in de analyse aandacht zal besteden aan de methoden die andere gemeenten toepassen, de optelling van risico's, de mate van prudentie en de hoogte van de grondexploitaties Leidsche Rijn.

4.

Sluiting

De voorzitter bedankt de aanwezigen voor hun aanwezigheid en inbreng, en sluit de vergadering. 660

Pagina 15 van 15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=5650bb78-8d6c-4fab-b253-7a15efb82475