Commissie Ruimtelijke Ontwikkeling Grondzaken en Vastgoed 23-6-2022.doc
Tekst van het document
VERSLAG OPENBARE VERGADERING COMMISSIE RUIMTELIJKE ONTWIKKELING, GRONDZAKEN EN VASTGOED (onderdeel van de doorlopende commissievergadering over de Voorjaarsnota en bijbehorende stukken en het coalitieakkoord) Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag
23 juni 2022, 16.45 uur Stadhuis, Raadzaal Stenografisch Bureau De Jong
Aanwezigen: De voorzitter, mw. M. Al-Saquaff; de wethouders dhr. E. Eerenberg, mw. L. van Hooijdonk, mw. L. Voortman, dhr. D. de Vries; de leden dhr. I. El Abassi (DENK) dhr. H. Bakker (D66), mw. L. Bode (Volt), dhr. F. Claasen (GroenLinks), dhr. G. Dijkstra (EenUtrecht), dhr. H. Essabiri (DENK), dhr. R. van der Graaf (ChristenUnie), mw. K. de Haan (Bij1), dhr. D. Harris (SP), mw. M. Hellevoort (GroenLinks), dhr. G. te Hoonte (VVD), mw. A. Oudejans (Student & Starter), mw. L. Snippe (PvdD), dhr. H. Stellinga (CDA), dhr. D-J. van Vliet (D66), dhr. R. van der Zweth (PvdA); de commissiegriffier, dhr. F. de Kok. Afwezigen: Er zijn geen afwezigen gemeld.
Agenda commissie Ruimtelijke Ontwikkeling, Grondzaken en Vastgoed 1. Opening en mededelingen …………..………………………………………………………............ - 1 2. Raadsvoorstel Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2022 ………………………......... - 1 3. Raadsvoorstel Meerjarenperspectief Ruimte 2022 ……………………………………………….. - 1 4. Raadsvoorstel Meerjarenperspectief Utrechts Vastgoed (MPUV) 2022 ……………………….. - 1 5. Raadsvoorstel Programma Water en Riolering Utrecht 2023-2027 …………………………..… - 1 6. Raadsbrief Voortgang Nota Beheer Openbare Ruimte en MJIP 2023-2027 …………………... - 1 -
1. Opening en mededelingen De voorzitter, mevrouw Al-Saquaff, opent de vergadering en heet iedereen welkom, ook degenen die de vergadering online volgen. Ze meldt dat de leden tijdens de beraadslagingen ook hun mening over het coalitieakkoord kunnen inbrengen en dat er geen verzoek is binnengekomen om de geheime bijlagen bij de stukken te bespreken. Technische en informatieve vragen zijn voorafgaand aan deze vergadering gesteld. Tijdens de raadsvergadering van 7 juli a.s. besluit de raad over de voorjaarsnota en de bijbehorende raadsvoorstellen. De voorzitter stelt hierna gelijktijdig aan de orde:
2. Raadsvoorstel Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2022 3. Raadsvoorstel Meerjarenperspectief Ruimte 2022 4. Raadsvoorstel Meerjarenperspectief Utrechts Vastgoed (MPUV) 2022 5. Raadsvoorstel Programma Water en Riolering Utrecht 2023-2027 6. Raadsbrief Voortgang Nota Beheer Openbare Ruimte en MJIP 2023-2027 De heer Te Hoonte (VVD) meldt dat de VVD-fractie het goed vindt dat er een tenzij staat bij het
Pagina 1 van 17
verkopen van maatschappelijk vastgoed, maar dat ze liever de huidige regeling had behouden, ook in het kader van duurzaamheid, omdat het goed kan zijn daarvoor afscheid te nemen van een pand. Spreker herinnert eraan dat een tijdje terug in een raadsbrief stond dat het investeringsvoorstel voor het voormalige Broesepand (Magazijn De Zon) in het voorjaar 2022 gereed zou zijn, zodat dit kan worden betrokken bij een integrale afweging ten aanzien van de voorbereidingsfase. Hij is daarom verbaasd dat in het huidige voorstel voor het MPUV staat dat er geld wordt vrijgemaakt voor de voorbereidingsfase. Hij kan de (geheime) bedragen niet helemaal duiden, voelt zich onvoldoende geïnformeerd en wil eerst weten hoe hoog de investeringskosten worden ingeschat, om daarna een besluit te kunnen nemen over het voorbereidingskrediet. Daarom vraagt hij de toezegging dat anders te doen. Hij vervolgt dat hij zijn initiatiefvoorstel herkent in de voorstellen voor Rijnenburg, zoals de plek voor de roeibaan, en dat wordt onderkend dat het lastig is om aan de bovenkant een roeibaan te plannen en daar een brug overheen te leggen. Hij betreurt het dat er nog een paar windmolens staan. Volgens het college kan er pas in 2035 worden gebouwd, omdat voor de woningen infrastructuur nodig is. De VVD-fractie vindt 2035 veel te laat.
Ze verwacht dat er direct en proactief wordt gestart met de planvorming voor de infrastructuur en vraagt hierop een toezegging. De heer Bakker (D66) vindt ook dat er nu plannen moeten worden gemaakt. Hij vraagt of de VVDfractie bereid is om de lobby voor hoogwaardig openbaar vervoer aan de zuidkant van Utrecht, dus ook voor de Merwedekanaalzone, in Den Haag te voeren. De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat zijn partij al jaren een lobby voert voor goed openbaar vervoer naar Rijnenburg. Bovendien staat er een tramlijn in zijn initiatiefvoorstel. Kamerleden hebben samen met D66 moties ingediend om meer druk op de gemeente Utrecht te zetten om daadwerkelijk te starten en ook woningen te leveren. Dus als de VVD-fractie ervan op aankan dat dit betekent dat er woningen worden geleverd, zal ze zeker lobbyen. Ze lobbyt niet voor een polder met windmolens. De heer Bakker (D66) vindt dat de hele zuidkant van de stad met de A12-zone als één beweging moet worden gezien waarvoor hoogwaardig openbaar vervoer belangrijk is. Hij is blij dat de VVDfractie samen met de D66-fractie een vuist wil maken richting Den Haag om dit geluid te laten horen. De heer Te Hoonte (VVD) vindt dat de heer Bakker iets te snel gaat. Spreker heeft het over Rijnenburg. Daarvoor is het niet strikt noodzakelijk om de Merwedelijn onder de grond aan te leggen.
Bovendien is die lijn voorwaardelijk voor de Merwedekanaalzone en niet voor Rijnenburg. Voor Rijnenburg kan aantakking op een bestaand sneltramnet ook voldoen. Hij vervolgt met de vraag toe te zeggen dat de raad voor de Voorjaarsnota 2023 de aanpassing van de RSU 2040 krijgt. Hij wijst erop dat de kaart niet klopt en vraagt die aan te passen en dit zo snel mogelijk met de regio op te pakken. De VVD-fractie vindt het een goed idee om het UPP te versnellen, maar ook vreemd. Immers, voor een groot deel zijn projecten groter dan 200 woningen vertraagd en komen er nog meer vertragingen aan. Spreker vindt dat hier goed naar moet worden gekeken en dat het tempo dat is toegezegd moet worden gehaald. Hij wil dat de raad hieromtrent duidelijker in positie komt en helder is waar de raad beslist en sturend kan zijn wat de besluitvormingsmomenten zijn. Dit kan de doorlooptijd van de commissies ten goede komen. Hij schrikt van de extra eisen: 40/35/25, middenhuur moet middenhuur blijven et cetera. Deze eisen hebben een drukkend effect op de resultaten van projecten en de bereidheid van ontwikkelaars om te investeren. Daarbij komt een actief grondbeleid. Hij vraagt hoe mogelijke vertragingen financieel zijn ingecalculeerd en welk geld hiertegenover staat voor de voortgang van de projecten.
Het project in Leidsche Rijn krijgt geen projectwethouder, terwijl Papendorp Noord/Leeuwensteyn Zuid nog wordt gebouwd. Dit gaat over duizenden woningen. Hij vraagt hierop de focus te houden en stelt voor een apart hoofdstuk op te nemen in het Meerjarenperspectief Ruimte totdat de GREX is afgelopen, zodat de informatie beschikbaar blijft. Hij vraagt daartoe een toezegging over een digitaal web-archief met het eerste bestemmingsplan, masterplan et cetera. Spreker maakt zich zorgen over de vertraging bij de ontwikkeling van de Jaarbeurs en hoort graag wat dit betekent voor de woningbouwplannen en de economische betekenis van de Jaarbeurs.
Pagina 2 van 17
Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) merkt op dat er druk staat op de woningmarkt, omdat mensen graag in Utrecht wonen en niet meer weg willen. In de vrije sector stijgen de prijzen flink en er is onvoldoende aanbod van sociale huurwoningen. Zonder bij te bouwen wordt de stad onbereikbaar, ook voor de mensen die er nu al wonen. Maar groei is geen doel op zich. Ze is blij met de keuzes in het coalitieakkoord voor de Merwedekanaalzone, Papendorp, Koningsweg en A12-zone en het toevoegen van woningen in Overvecht en Utrecht Sciencepark. De uitdaging is de stad leefbaar en niet te druk te maken en niet te bouwen zonder te denken aan voorzieningen, bereikbaarheid en veel groen. De GroenLinks-fractie is blij dat ervoor gekozen is het groeikader door te zetten en de inkomsten die uit de groei voortkomen in te zetten voor de leefbaarheid van de stad. De ontwikkelaars zullen hieraan ook bijdragen. In het coalitieakkoord wordt gekozen voor kwaliteit met verschillende woonvormen, en duurzaam en niet te klein bouwen. Er wordt een stedenbouwvisie ontwikkeld met een hoogbouwvisie als onderdeel. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of middenklasgezinnen met een huis en tuintje bij die diversiteit horen. Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) antwoordt dat Utrecht een stad moet zijn voor iedereen, dus ook voor hen. De grootste behoefte ligt volgens haar bij kleinere woningen. Er moet meer doorstroom komen.
De heer Te Hoonte (VVD) ziet de behoefte aan kleinere woningen niet terug in de stijgende huizenprijzen voor koopwoningen. Waarop wordt die behoefte gebaseerd? Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) antwoordt dat onderzoek dit onderbouwt. Ze kan dit nu niet reproduceren. De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of mevrouw Hellevoort het met hem eens is dat er met een gemiddelde van 65 m² kleinere en grotere woningen kunnen worden gebouwd, dus ook voor een gezin. Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) is het daarmee helemaal eens. Ze vervolgt dat een stadsbouwmeester iconische projecten kan aanjagen, inspireren en als onafhankelijk adviseur een belangrijke rol kan spelen om de stad mooi te houden. Ze vraagt of de wethouder bereid is dit idee een nieuwe kans te geven. Ze vraagt de toezegging er snel een meer richtinggevend voorstel over het actieve grondbeleid komt. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de GroenLinks-fractie zich ervan bewust is dat bij hoogbouw met een hoogte van meer dan 35 meter het risico is dat die niet energiezuinig en leefbaar is. Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) vindt dat dit heel goed bij de hoogbouwvisie kan worden besproken. De heer Te Hoonte (VVD) herinnert eraan dat de hoogbouwvisie was toegezegd.
Hecht de GroenLinks-fractie er ook aan dat die snel naar de raad komt en niet wordt vertraagd, zoals nu lijkt te gebeuren? Hij heeft begrepen dat die visie klaar is en on hold is gezet omdat de coalitie er iets aan toevoegt. Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) meent dat men daar snel mee aan de slag kan. Zij is ervoor dat naar de stedenbouw wordt gekeken, waarvan hoogbouw een onderdeel is. In die zin vindt ze het goed de hoogbouwvisie in breder perspectief te plaatsen. De heer Claasen (GroenLinks) vindt dat het coalitieakkoord de goede keuze maakt om gemeentelijke gebouwen als maatschappelijk vastgoed in te zetten en te gebruiken om in bestaande wijken de barcode te realiseren. Waar nodig worden hiervoor panden aangekocht. Wanneer er onverhoopt wordt verkocht, kijkt de gemeente naar de hoogste maatschappelijke Pagina 3 van 17
opbrengst en niet naar de hoogste prijs. Het vastgoed moet en kan worden ingezet voor de energietransitie. In 2019 ging de gemeente met Buurtstroom aan de slag. In 2021 zou de wethouder proberen belemmeringen weg te nemen, maar inmiddels lijkt dit dramatisch te zijn mislukt op de aangewezen acht daken. Daar liggen geen zonnepanelen en Buurtstroom haakt af. Spreker zal hierover schriftelijk vragen stellen. De heer Te Hoonte (VVD) hoopt op een kritische houding van de GroenLinks-fractie ten opzichte van haar college. Ze zou hier boos over moeten zijn in plaats van schriftelijke vragen stellen. De heer Claasen (GroenLinks) reageert dat hij het college eerst de gelegenheid biedt te reageren op wat de feiten zouden zijn, om daarna conclusies te trekken. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt welke feiten de heer Claasen nog meer nodig heeft. De heer Claasen (GroenLinks) antwoordt dat het naast aantallen ook om de aanleiding gaat. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt wat met de barcode in de RSU wordt bedoeld en wat erin staat. Hij vraagt hoe hij daaruit concreet de leefbaarheid kan lezen De heer Claasen (GroenLinks) antwoordt dat men met de barcode kan zien welke voorzieningen er in een wijk moeten zijn. Voorzieningen betekenen een begin van leefbaarheid. Daarna moeten mensen die leefbaarheid zelf invullen.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) kondigt aan over de barcode schriftelijke vragen te stellen. De heer Stellinga (CDA) is minder positief gestemd over het coalitieakkoord dan de VVD-fractie. Volgens de CDA-fractie doorbreekt het niet de impasse in de woningbouw in Rijnenburg, want die zal niet voor 2035 starten. De volgende gemeenteraden kunnen dit besluit bovendien weer terugdraaien, terwijl de polder Rijnenburg een substantiële bijdrage kan leveren aan de woningcrisis. Het gaat om 25.000 tot 40.000 woningen. De heer Bakker (D66) vindt dat onzin. Er worden in Rijnenburg 25.000 huizen gebouwd. De D66fractie gaat vol voor een duurzame, goede bereikbaarheid met een lightrail-verbinding. Daarvoor moet de gemeente nu beginnen met plannen maken. Waarom ontkent de CDA-fractie dat? De heer Stellinga (CDA) ontkent dat omdat in het akkoord staat: "vanwege de vele uitdagingen, onder andere het goed bereikbaar maken van deze stadswijk, zal de bouw in ieder geval niet voor 2035 starten." Dit roept vragen op. Is dit een afspraak of een prognose? De heer Bakker (D66) antwoordt dat de coalitie voorwaarden stelt aan deze stadswijk. Men is begonnen met plannen maken, er is een wethouder Rijnenburg en er zijn duidelijke afspraken gemaakt. Het is belangrijk dat deze wijk goed bereikbaarheid wordt. Hij hoopt dat ook de CDAfractie haar lobby hiervoor zal gebruiken in de Tweede Kamer.
Bovendien heeft de stad meer bouwopgaven, zoals de A12-zone, Papendorp en Koningsweg en kan niet alles tegelijkertijd. Als nu wordt begonnen met plannen maken voor Rijnenburg, wordt het ongeveer 2035 voordat de bouw start. De heer Stellinga (CDA) reageert dat dit 13 jaar uitstel betekent. De CDA-fractie ziet de voorwaarden, maar vraagt waarom de coalitie niet eerder concreet wordt. Is de D66-fractie bereid om eerder dan in 2035 de eerste schop de grond in te steken, als de dilemma's eerder kunnen worden opgelost? De heer Bakker (D66) is blij dat de CDA-fractie de voorwaarden ook ziet. Hij ziet 2035 als een realistische planning, ook omdat er binnen de ruimtelijke strategie nog tienduizenden goede, betaalbare woningen worden toegevoegd. De heer Te Hoonte (VVD) reageert op de heer Stellinga dat de VVD-fractie heel teleurgesteld is dat Pagina 4 van 17
het 2035 wordt. Als dit tempo gelopen moet worden om in 2035 te kunnen bouwen, wil ze garanties dat wordt begonnen met de planvorming. Daarover heeft spreker een toezegging gevraagd. Hij neemt aan dat de heer Stellinga die vraag steunt. De heer Stellinga (CDA) bevestigt dat. Hij vervolgt dat in het coalitieakkoord als afspraak staat dat er vanaf 2035 wordt gebouwd in Rijnenburg. Hij vraagt waarom dit is vastgelegd, terwijl het wellicht mogelijk is eerder te starten. Hij herinnert eraan dat het antwoord van het college op een vraag van de CDA-fractie is dat het als opdrachtgever geen rol ziet om zich actief met de mondiale problematiek rond de materiaaltekorten in de bouw bezig te houden. De CDA-fractie betreurt dit, omdat helemaal niets doen zeker niets oplevert. Volgens de MPR 2022 loopt het Project Wisselspoorvertraging op en mogelijk ook het Project Merwedefase1 als gevolg van markt- en leveringsonzekerheden. De CDA-fractie vreest dat meer projecten vertraagd zullen worden door de schaarste aan bouwmaterialen en personeel, en de daarmee gepaard gaande prijsstijgingen, en de externe effecten van de oorlog in Oekraïne, en dat het niet zal lukken de komende jaren 3000 woningen per jaar te realiseren. Spreker vraagt of het college de ambities zal aanpassen als de nieuwe analyse met de peildatum 1juli 2022 bekend is en hoe het de productie van woningen weer op peil wil krijgen.
Ook vraagt hij hoe het college de ambities op het vlak van midden- en sociale huur zal blijven realiseren. De heer Bakker (D66) zegt dat de D66-fractie blij en trots is op de afspraak om de productie van woningen te versnellen, te investeren in voorzieningen voor huidige en toekomstige bewoners, en te gaan bouwen in Rijnenburg en de A12-zone tussen Utrecht en Nieuwegein. Hij vraagt of de wethouder over het laatste een eerste schets kan geven van zijn aanpak voor het komende jaar. Voor het versnellen van de woningbouw is het verbeteren van het Utrechts planproces cruciaal. De raad is hierin een belangrijke speler. Daarom vraagt spreker of de wethouder bereid is om na de zomer een soort UPP-werkconferentie te organiseren waarin hij met de raad hiermee aan de slag gaat. De D66-fractie ziet ruimte voor verbetering van de samenwerking met woningcorporaties en ontwikkelaars. Spreker vraagt welke stappen de wethouder hierin wil zetten, ook met het oog op de ontwikkeling in de A12-zone en Rijnenburg, zodat er langjarig kan worden gepland. In het coalitieakkoord is afgesproken, de uitvoeringskracht binnen het Programma Ruimte te vergroten met meer ambtelijke capaciteit. Hij vraagt of de wethouder na de zomer de raad kan informeren hoe hij dit denkt aan te pakken.
Spreker wil graag dat de middelen worden ingezet om het UPP te verkorten en de verstedelijkingsopgave beter en sneller uit te voeren. De heer Te Hoonte (VVD) herinnert eraan dat D66-wethouders de afgelopen vier jaar steeds hebben gezegd dat Utrecht de bouwkampioen van Nederland is. Maar volgens het coalitieakkoord moet het UPP worden aangepast en volgens de heer Bakker is dit om sneller te kunnen verstedelijken. De heer Bakker (D66) herinnert eraan dat er 13.000 woningen zijn toegevoegd, maar er behoefte is aan meer woningen; daarom moet het sneller. Daartoe dienen raad en college elkaar niet in een onnodige houtgreep te houden, maar moeten ze dit beter en slimmer doen. De heer Te Hoonte (VVD) herinnert eraan dat de vorige coalitieperiode is gestart met 18.000 nieuwe woningen. Dat zijn er 13.000 geworden. Hij vraagt wat er concreet anders zal worden gedaan. Hij vindt dat men snel met het planproces aan de slag moet om het ingecalculeerde tempo te kunnen halen. De heer Bakker (D66) meent dat Utrecht ondanks de coronacrisis goed heeft gepresteerd. Nu is de afspraak om te kijken of de woningbouwproductie kan worden versneld, onder andere door ook naar het UPP te kijken. Hij constateert dat voor de VVD-fractie het glas half leeg is en voor de D66-fractie half vol of voller. Het kan voller, daartoe zijn in het coalitieakkoord zinvolle voorstellen gedaan.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) wil het UPP aanpassen om de participatie daarin te verbeteren. Hij denkt dat er vertraging zal optreden door de combinatie van woningbouw met het plaatsen van Pagina 5 van 17
windmolens. Hij vraagt of de heer Bakker ook vindt dat het veel slimmer is om die windmolens niet in Rijnenburg te plaatsen, zodat er veel sneller en eenvoudiger kan worden gebouwd. De heer Bakker (D66) is het daar niet mee eens, omdat ook Utrecht een bijdrage moet leveren aan de energiecrisis om het doel van maximaal 1,5 ºC opwarming te bereiken. Volgens hem kunnen wonen en energieopwekking heel goed samengaan in de polder Rijnenburg. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt in deze raad dit soort drogredenen niet meer te gebruiken. Op duizenden plaatsen in het land kunnen immers windmolens worden geplaatst, niet dichtbij woningen. De voorzitter wijst erop dat collega's niet van drogredeneringen moeten worden beticht in de raad. De heer Bakker (D66) vindt het bezopen om problemen rondom klimaat weg te zetten als een drogredenering of spielerei en vindt het ongelooflijk dat EenUtrecht die niet serieus neemt. De heer Dijkstra (EenUtrecht) reageert dat zijn partij de klimaatcrisis ongelooflijk serieus neemt, maar dat dit niet betekent dat er windmolens kunnen worden geplaatst dicht bij de stad Utrecht. De heer Bakker (D66) meent dat de kern van het probleem is dat er heel veel gemeenten zijn en raadsleden die zo redeneren: zet ze maar ergens anders neer. Dat kan men zich niet meer permitteren en daarom combineert zijn partij energieopwekking en woningbouw.
Mevrouw Snippe (PvdD) pleit ervoor de interrupties korter en concreter te houden, aansluitend bij het onderwerp van deze commissie. De voorzitter onderschrijft deze oproep. De heer Van Vliet (D66) vult de heer Bakker aan dat de D66-fractie blij is dat in het coalitieakkoord geld wordt vrijgemaakt voor de RSU. In het Meerjarenperspectief Ruimte wordt nog niet geanticipeerd op het coalitieakkoord. De integrale afweging volgt bij de programmabegroting. Spreker vraagt of het college zich wendbaar genoeg acht om de verschillende crises het hoofd te bieden, en zo nee, wat er moet gebeuren om dit voor elkaar te krijgen. In het coalitieakkoord is afgesproken meer actief grondbeleid te voeren. De D66-fractie weet dat hieraan ook gevaren kleven en gemeenten failliet kunnen gaan, en vraagt het college wanneer het denkt dat het verstandig is meer actief grondbeleid te voeren en wanneer niet. De D66-fractie maakt zich zorgen of het digitale stelsel solide genoeg is voor de Omgevingswet, of de gemeente niet in jarenlange procedures terecht dreigt te komen bij de Raad van State en of de positie van maatschappelijke initiatiefnemers of bewoners niet verzwakt dreigt te worden door private partijen. Ze hoort graag of Utrecht samen met andere gemeenten harder aan de bel moet trekken bij het Rijk, omdat met het aangekondigde uitstel het anticiperen op de Omgevingswet ondoenlijk is.
De D66-fractie is blij dat het gemeentelijk vastgoed niet langer als melkkoe wordt gezien, maar actief wordt ingezet op andere gemeentelijke doelstellingen. Ze vraagt wat de eerste stap zal zijn op dit punt. Mevrouw Snippe (PvdD) vindt "groei in balans" mooi klinken, maar ze betreurt het dat het college vasthoudt aan de RSU die groei centraal stelt. Dat nieuwbouw "natuurinclusief" wordt, klinkt ook goed, maar ze wijst erop dat met de groei van de stad dieren en natuur al gauw in de knel komen. Immers, niet alleen menselijke dieren hebben te maken met een wooncrisis, zoals in Leeuwensteyn is gebleken. "Balans" wordt gebruikt als sleutelwoord bij groei. Ze vraagt of de wethouder het met de PvdDfractie eens is dat de balans ver te zoeken is wanneer hazen, konijnen en fazanten platgereden worden omdat hun leefgebied wordt gereduceerd, zoals in Leeuwensteyn gebeurde. De heer Te Hoonte (VVD) wijst erop dat mevrouw Snippe afdwaalt van het onderwerp door te spreken over dieren die verjaagd zijn. Dit kan bij Openbare Ruimte en Groen. Pagina 6 van 17
Mevrouw Snippe (PvdD) reageert dat de reductie van het leefgebied van dieren met ruimtelijke ontwikkelingen te maken heeft. Ze vervolgt dat bij ruimtelijke plannen vanaf het prille begin rekening moet worden gehouden met de aanwezige flora en fauna. De aanwezige ecologie dient zo veel mogelijk versterkt te worden. Ze vraagt hoe het college ervoor zal zorgen dat wilde dieren niet verder in het nauw worden gedreven door fikse groeiplannen en of de wethouder bereid is in het ontwerpproces van ruimtelijke plannen expliciet ruimte op te nemen voor de kansen en risico's voor de plaatselijk natuurkwaliteit. Er zal een vervolg worden gegeven aan het vogelhuisakkoord en groen in de wijk zal worden gestimuleerd. De PvdD-fractie vraagt hiermee bij nieuwbouw direct goed te beginnen en die natuurvriendelijk op te leveren. Immers, veel mensen staan open voor een groene en natuurinclusieve tuin, maar weten niet altijd hoe ze dit moeten aanpakken. Ze noemt voorbeelden hoe dit mogelijk is. Ze hoort graag een reactie op deze suggestie en op de overkoepelende gedachte over het opleveren van natuur-inclusieve tuinen. De heer Van der Zweth (PvdA) is blij met de afspraak dat groei geen doel op zich is, voorzieningen gelijke tred moeten houden, er een inhaalslag wordt gemaakt bij de voorzieningen, de barcode leidend is en de coalitie zich richt op leefbare wijken.
Dit is nodig om Utrecht betaalbaar en leefbaar te houden. De heer Dijkstra (EenUtrecht) interrumpeert dat de tekst van de RSU nog recht overeind staat en daarin een enorme groei wordt geprognosticeerd. De heer Van der Zweth (PvdA) reageert dat het coalitieakkoord van recentere datum is. De heer Te Hoonte (VVD) wijst erop dat de RSU een vastgesteld onderdeel is van de Omgevingsvisie en het coalitieakkoord niet. In de Omgevingsvisie komt niet het hele coalitieakkoord. De heer Van der Zweth (PvdA) zegt dat daarover een aantal van zijn vragen en punten gaat. Het coalitieakkoord is van recentere datum en gaat over meer dan Rijnenburg alleen. De heer Te Hoonte (VVD) benadrukt dat het coalitieakkoord in het ruimtelijk beleid geen status heeft, de RSU wel. Dat wordt aangepast op het onderwerp Rijnenburg, maar niet op de punten die de heer Van der Zweth zojuist heeft genoemd. Als dit wel zo is, heeft dat een grotere dekking nodig. Hij vraagt waar die gevonden wordt in het coalitieakkoord. De heer Van der Zweth (PvdA) wijst erop dat de coalitie net anderhalve week aan het werk is. Hij antwoordt dat in het coalitieakkoord staat dat er een oplegger op de RSU komt. Daar heeft spreker het over. Hij komt er later op terug.
Hij vervolgt dat het voor de PvdA-fractie belangrijk is dat snel duidelijk wordt op welke manier en wat er landt in de RSU als het gaat om de zaken die over de ruimtelijke ontwikkeling in het coalitieakkoord zijn opgenomen naast Rijnenburg, zoals een betaalbare en leefbare stad. Wat is het tijdspad daarvoor? Hij vraagt toe te zeggen in de uitwerking te expliciteren wat die nieuwe waarden betekenen voor het aantal woningen in welk gebied, ook de nieuwe gebieden. Dit mag in bandbreedtes. De Koningsweg heeft in het akkoord een centrale plek gekregen. Wanneer kan de raad de eerste ontwerpstudies voor dit terrein verwachten? De coalitie stuurt op gemiddelde woninggroottes. Dit is kaderstellend voor de ruimtelijke inrichting van de stad. Deelt de wethouder dit en kan hij dit terug laten komen in de opleggers van de RSU? Er komt actief grondbeleg. Daarvoor is het nodig het grondbeleid en wellicht de grondprijzenbrief te herijken. De strategische notitie die in de vorige coalitieperiode naar de raad is gekomen moet snel een vervolg krijgen. Kan de wethouder toezeggen hier snel een vervolg aan te geven? Het is cruciaal voor de PvdA-fractie dat het vastgoed op de best mogelijke manier wordt benut. De indruk is dat dit nu niet het geval is, onder andere door tijdelijke verhuur. Ze zoekt naar mogelijkheden daar actief op te sturen.
Welk comfort kan de wethouder hierin geven en kan hij een overzicht maken van het huidige bezit van de Vastgoedorganisatie, de bestemming en de duur van Pagina 7 van 17
die bestemming? Mevrouw Bode (Volt) merkt op dat haar fractie zich kan vinden in de drie doelstellingen van het coalitieakkoord: gelijke kansen, betaalbaar wonen en klimaat. Maar klimaat had een ambitie mogen hebben. Ook kan zij zich goed inleven in de punten over gebiedsontwikkeling en is ze verheugd met de actieve rol die de gemeente wil spelen bij het grondbeleid. Maar spreekster heeft geen idee hoe Utrecht er over vier jaar uitziet. Ze vraagt dit te schetsen. Ze vraagt wat wordt bedoeld met "minimaal gemiddelde oppervlakten van 65 m²". Welke ruimte geeft het college zichzelf om hiervan af te wijken? Geldt dit ook om projecten die al in de pijplijn zitten? Hoe kijkt de wethouder naar nieuwbouw waarvoor dit niet geldt? De Volt-fractie is voor bouwen in Rijnenburg en is blij dat het scenario klein-Rijnenburg is opgenomen in het coalitieakkoord. Ze begrijpt dat pas over 13 jaar kan worden begonnen met het dichtbebouwde centrum aldaar, omdat het gebied eerst met OV moet worden ontsloten. Ze vraagt waarom niet wordt begonnen met bouwen in lage dichtheden aan de rand, waar geen infrastructurele ingrepen nodig zijn. De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of de Volt-fractie deelt dat als wordt begonnen met lagere dichtheden aan de randen, daarvan het signaal uitgaat dat er een autowijk met grote huizen zal worden gebouwd.
Is dit niet tegenstrijdig met de klimaatambitie? En deelt de Volt-fractie dat er een volwaardige stadswijk moet komen met een hoog aantal woningen? Mevrouw Bode (Volt) antwoordt dat nooit is gezegd dat er in Rijnenburg geen autobezitters mogen wonen. Aan de randen is er ruimte voor auto's met lagere dichtheden en mogelijk losse eengezinswoningen. Ze wijst erop dat het scenario van klein-Rijnenburg betekent: hoge dichtheden in het centrum en lagere aan de randen. Waarom kan niet met het laatste worden gestart? Ze vervolgt dat in de voorjaarsnota staat dat er sprake is van een haperende aanvoer in de bouw, naast de PFAS- en stikstofmaatregelen die de bouw beperken. In dit kader vraagt ze waar en hoe zo spoedig mogelijk nieuwe woningen worden gebouwd en wat wordt versneld. Nieuwe panden worden energie- en klimaatneutraal gebouwd. Gaat dit over de bouw en/of het pand? Volt ziet graag beide. Er is een achterstand bij het verduurzamen van bestaande panden, maar ze moeten versneld worden verduurzaamd. Volgens het rekenkamerrapport is hiervoor € 100 miljoen nodig en is dat geld er niet. Ze vraagt wat er veranderd is aan deze situatie en hoe dit wordt betaald. Mevrouw Oudejans (Student & Starter) meldt dat haar fractie het belangrijk vindt dat de stad groeit in balans, met bijbehorende voorzieningen in de wijken.
Ze vertrouwt erop dat in de diverse behoeften van de stad op het gebied van horeca, evenementen en nachtleven wordt voorzien. Ze benadrukt het belang van een efficiënt ruimtegebruik en is blij met de ontwikkeling van de hoogbouwvisie. Dit levert mooie kansen voor het ontwikkelen van groen in de wijk. Ze vraagt de wethouder ook te kijken naar de mogelijkheden van verticaal bestemmen, omdat dit bijdraagt aan optimaal ruimtegebruik en verbinding. Ze is blij met het actief grondbeleid met duidelijke verordeningen en strengere afspraken. Ze vindt de combinatie met culturele en maatschappelijke voorzieningen mooi en vraagt de wethouder naar diverse opties te kijken, zoals het beschikbaar stellen van gemeentelijk vastgoed voor studieruimten of flexwerkplekken. Ze moedigt de wethouder aan om actief te zoeken naar de mogelijkheid van het realiseren van tijdelijke woningen in leegstaande gebouwen. Ze benadrukt de wijkgerichte aanpak en is blij dat er meer aandacht komt voor het USP als volwaardige wijk. Ze zal kritisch zijn op de omgevingsvisie. Student & Starter is trots dat klein-Rijnenburg, een combinatie van wonen en energieopwekking, wordt gerealiseerd. Voor een autovrije wijk is een goede OV-verbinding cruciaal. Ze sluit zich aan bij de wens van de D66-fractie: een schets van de aanpak van dit onderwerp de komende jaren.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vindt het goed dat in de raad en het coalitieakkoord breed aandacht is voor participatie. Dit betekent, niet praten, maar met zijn allen doen. De overheid moet voortdurende benaderbaar zijn. Bij ruimtelijke projecten kunnen mensen vaak gedurende het proces participeren. Recent is met een voortdurend aanspreekpunt geëxperimenteerd in Kanaleneiland. Dit is te realiseren in een wijkbureau, maar ook in de bibliotheek. Hoe kijkt de wethouder naar een Pagina 8 van 17
inloop voor ruimtelijke projecten die in de wijk spelen? In het akkoord zijn middelen vrijgemaakt voor het investeringspakket "groei in balans", voor groen, openbare ruimte en maatschappelijke voorzieningen. Spreker vraagt hoe de raad hierin kan sturen en bepalen op welke manier deze middelen besteed zullen worden. Het baart zijn fractie zorgen dat de Vastgoedorganisatie hierin een centrale rol krijgt, omdat er al veel uitdagingen op haar bordje liggen. Hoe kijkt de wethouder naar de invulling van deze centrale rol? De wethouder heeft in de commissie toegezegd eerder met de componenten van de hoogbouwvisie naar de raad te komen en niet pas bij de stedenbouwkundige visie. Het is belangrijk dat de raad hierover snel kan spreken en dit geen vertraging oploopt. Kan de wethouder toezeggen dat dit niet gebeurt? De componenten van de hoogbouwvisie mogen van zijn fractie in een raadsvoorstel worden neergelegd, zodat de raad daarover een besluit kan nemen en later de stedenbouwkundige visie daarbij kan betrekken. In 2020 is motie 169 aangenomen over het toegankelijk maken van de forten in Lunetten. In het IPvE ziet zijn fractie goede dingen staan voor het Lunettenpark.
Kan de wethouder zeggen hoe het staat met de uitvoering van deze motie en de verwerking van de uitgangspunten daarvan in het IPvE? Mevrouw De Haan (Bij1) zegt dat haar fractie zich grote zorgen maakt over wonen in Utrecht, met name over de vraag voor wie de stad wel is en voor wie niet. Immers, de stad is nog steeds verdeeld door harde lijnen van klasse en kleur als gevolg van het beleid. Voor veel mensen is het vinden van een huis in Utrecht onmogelijk en onbetaalbaar. De wachtlijst voor sociale huurwoningen loopt op tot 16 jaar. De gentrificatie zorgt ervoor dat Utrecht steeds meer een stad wordt voor de witte, kapitaalkrachtige, hogere klasse die diversiteit verder de stad uitdrijft. De manier waarop de coalitie de wooncrisis wil oplossen had wat Bij1 betreft radicaler gemogen. Ze had als norm voor nieuwbouw niet gekozen voor 40% sociale huur, maar 50%. Als de gemeente wil investeren in gemengde wijken, moet deze norm niet alleen naar beneden worden bijgesteld in Overvecht, zoals in het akkoord staat, maar ook flink omhoog in een wijk als Oog in Al. Is de wethouder daartoe bereid? De heer Te Hoonte (VVD) hoort de suggestie dat er in Utrecht nooit een gebouw wordt neergezet met 100% sociale huurwoningen, terwijl er -tig complexen worden gebouwd met alleen maar sociale huurwoningen en zelden een complex zonder sociale huurwoningen. Het is dus net andersom.
Mevrouw De Haan (BijI1) reageert dat er nog steeds een groot tekort is aan sociale huurwoningen en mensen nog steeds 12-16 jaar op een wachtlijst staan. De heer Te Hoonte (VVD) wijst erop dat de huizenprijzen de laatste jaren uit de pan zijn gerezen vanwege het grote tekort aan koopwoningen. Is Bij1 ook voor het verhogen van het percentage koopwoningen? Mevrouw De Haan (BijI1) is over het algemeen voor het verhogen van het percentage van veel woningen, maar ze behartigt vooral de belangen van mensen die het hardst worden geraakt, die geen kans hebben op een sociale huurwoning of betaalbare woning. Ze vervolgt dat de toegankelijkheid van een bouwwerken vaak wordt vergeten en mensen in een rolstoel geen toegang hebben, omdat een lift ontbreekt. Ze noemt hierbij de Moreelsebrug. Dit is voor Bij1 ondenkbaar. Het is pijnlijk duidelijk, dat bij belangrijke beslismomenten niemand aan tafel zit als ervaringsdeskundige. Solgu kent schrijnende verhalen over ontoegankelijkheid in Utrecht. Gehandicapte mensen worden vrijwel niet betrokken terwijl zij "de kanaries in de kolenmijn zijn". De gemeente zegt het VN-verdrag voor gehandicapten als leidraad te nemen, maar daarvoor is het nodig dat toegankelijkheid en ervaringsdeskundigheid veel beter verankerd zijn. Toegankelijkheid is immers een recht en geen gunst.
De heer Te Hoonte (VVD) herinnert eraan dat de VVD-fractie een plan heeft ingediend voor de toegankelijkheid van bouwwerken. Hij vindt het niet alleen aan ervaringsdeskundigen om daarvoor te staan, omdat raadsleden zijn benoemd om daarop te toetsen. Dat doen alle fracties. Mevrouw De Haan (BijI1) hoort andere dingen. Ze heeft veel contact met Disability en Solgu. Deze Pagina 9 van 17
zeggen dat ze aan het begin van het traject meestal niet worden meegenomen en dat gebouwen vaak met de juiste bedoelingen toegankelijk zijn gemaakt, maar toch niet toegankelijk zijn. De heer Te Hoonte (VVD) is het met Bij1 eens dat er vanuit de organisatie te weinig mee wordt gedaan. Mevrouw De Haan (BijI1) vervolgt dat Bij1 blij is dat in het akkoord staat dat in 2023 geld wordt vrijgemaakt voor de uitvoering van de motie "Utrecht standaard toegankelijk" uit 2017. Ze vraagt hoe hieraan binnen de ruimtelijke ontwikkeling uitvoering wordt gegeven en vraagt de toezegging dat toegankelijkheid bij bouwplannen in het intentiedocument wordt meegenomen, omdat een plan anders geen doorgang kan vinden. Ook vraagt ze of de wethouder het met haar eens is dat ervaringsdeskundigheid en betrokkenheid van gehandicapte mensen leidend moeten zijn, bijvoorbeeld door een organisatie als Solgu mee te laten kijken bij de plannen. Bij1 zal met een kritische blik kijken hoe en voor wie er ruimte wordt gemaakt in de stad. De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt vooraf dat EenUtrecht voor een groeiende stad staat, maar op een leefbare manier, met groen. Hij vindt het vasthouden aan de RSU 2040, inclusief een extreem hoge groeidoelstelling en extreme aanpak voor het verdichten van de stad, funest voor de leefbaarheid en onbegrijpelijk dat dit nog in het coalitieakkoord staat.
Immers, extra woningen en extra groen gaan niet samen. De RSU 2040 heeft al enorme gevolgen, omdat menig project erop gebaseerd is, terwijl deze niet is onderbouwd. Nergens wordt door de gemeente aangetoond dat deze manier van verdichten leefbaar en groen kan. Vorig jaar hebben duizenden Utrechters in een petitie gepleit voor een nader onderzoek hiernaar. De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat de heer Dijkstra dit blijft zeggen, terwijl in het akkoord staat dat groei geen doel op zich is. Alle waardes, zoals sturen op voorzieningen en de achterstand inlopen, een leefbare stad en de gemiddelde woninggrootte zullen worden vertaald in een oplegger die aan de gemeenteraad zal worden voorgesteld. Ziet de heer Dijkstra een kans om hierop bij te sturen? De heer Dijkstra (EenUtrecht) reageert dat in de RSU 2040 een duidelijke groeidoelstelling staat die blijft staan. Bovendien ziet hij dat al die groen- en leefbaarheidscijfers zich niet verhouden tot verdichting en groei. Hij vraagt hem te helpen het anders te zien. De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat het college er net zit en in het akkoord voornemens staan hoe hiermee verder te gaan. Dat biedt kansen, ook voor de agenda van EenUtrecht. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt het erop lijken dat in de oplegger komt te staan dat er in de RSU teksten zullen worden geschrapt.
Kan de heer Van der Zweth dit beamen? De heer Van der Zweth (PvdA) reageert dat hij deze vragen aan de wethouder heeft gesteld. Dat in het coalitieakkoord staat dat groei geen doel op zich is, betekent dat er iets gaat veranderen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of het college kan toezeggen dat de RSU 2040 voorlopig niet als uitgangspunt wordt gebruikt totdat, aantoonbaar onderbouwd wordt dat deze plannen ook groen en leefbaar zijn. Ook vraagt hij de toe te zeggen alsnog na te gaan of de RSU-plannen draagvlak hebben in de Utrechtse samenleving, bijvoorbeeld met een referendum. In een motie komt hij hierop terug. De heer Bakker (D66) wijst erop dat Utrecht niet zo'n dichtbebouwde stad is en er veel ruimte is om te verdichten, te vergroenen en de kwaliteit van de openbare ruimte te verbeteren. Hij vraagt hoe er een referendum kan worden uitgeschreven als dit volgens de gemeentelijke verordening niet mogelijk is. De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat de gemeenteraad de baas van de stad is en als die een referendum wil, dat kan besluiten. Pagina 10 van 17
De heer Bakker (D66) wijst erop dat een substantiële groep een referendum wilde, maar dat de drempel van de referendumverordening waarmee dat had gekund, niet gehaald is. Hij vindt het verwarrend dat EenUtrecht toch weer om een referendum vraagt. De heer Dijkstra (EenUtrecht) blijft zich verbazen, omdat zijn partij in 6 weken in de zomervakantie 7500 handtekeningen wist op te halen en dit niet als signaal is opgepikt. Hij vervolgt dat EenUtrecht ervoor pleit geen enkele windmolen in de gemeente te plaatsen, totdat wetenschappelijk is aangetoond dat windmolens geen schadelijke gevolgen hebben voor omwonenden. Dat is nog niet gebleken binnen tien keer de tiphoogte. Is het college het hiermee eens? De heer Van Vliet (D66) wijst erop dat veel dingen niet bewezen zijn, maar dit geen grond is om dingen niet te doen. Dat zou een omgekeerde bewijslast betekenen. Hoe kijkt EenUtrecht daarnaar? De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat in Duitsland en Denemarken deze onderzoeken reden zijn om niet binnen tien keer de tiphoogte een woning te bouwen of andersom. Hoe kan de heer Van Vliet anders beweren? De heer Van Vliet (D66) antwoordt dat hij dat niet doet. Zijn vraag is of dit al bewezen is. In Nederland is dit niet het geval. De hoogleraar heeft aangeraden nog even te wachten. Hij is benieuwd naar de onderzoeken in Denemarken. De heer Dijkstra (EenUtrecht) kan die verstrekken.
Hij schrikt ervan dat D66 hierover niet beschikt en wel voor windmolens pleit. De heer Van Vliet (D66) merkt op dat de overheid met twee opgaven zit, het oplossen van een enorme klimaatcrisis, waarbij snelheid is geboden voor het opwekken van duurzame energie, en een wooncrisis. De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt vast dat de heer Van Vliet van zijn opmerkingen verlegen wordt. Hij zal hem de onderzoeken toesturen. Spreker vervolgt dat EenUtrecht voor het bebouwen van de polder Rijnenburg is, onder voorwaarde dat er geen windmolens komen. Is het college het daarmee eens? Hij vraagt een toezegging om de hoogbouwvisie urgent naar voren te halen, in Q3 2022. De heer Harris (SP) sluit zich aan bij mevrouw De Haan. Hij vraagt of het college een duidelijk plan B heeft als de stad minder groeit dan in de voorjaarsnota wordt verwacht. In het meerjarenperspectief staat het realiseren van 3000 arbeidsplaatsen door te werken aan het bedrijventerrein Nieuw Overvecht. In 2009 lag er een vergelijkbare visie "Investeren in een duurzame toekomst voor het bedrijventerrein Overvecht". Is de nieuwe visie hiervan een herhaling? In het meerjarenperspectief worden verschillende beelden geschetst hoe haalbaar het is in het bedrijventerrein Lage Weide te verdichten. Is het de bedoeling dat daar wordt verdicht? Spreker heeft namelijk geen plannen gezien voor het verbeteren van de Demkabrug.
Als dit een randvoorwaarde is, waarom is er dan nog geen plan? Mevrouw Voortman (wethouder) antwoordt dat voor de uitvoering van het actieve grondbeleid gebruik zal worden gemaakt van de gereedschapskist zoals beschreven in het Utrechts grondbeleid. Het college zal voorstellen maken over de inzet van die instrumenten. De eerste heeft de raad die ochtend gekregen "Vestiging voorkeursrecht Merwedekanaalzone deelgebied 6". Bij de actualisatie van het grondbeleid zal ook aandacht worden besteed aan de inzet van deze instrumenten. Die wordt voorzien in de eerste helft van 2023, uitgaande van de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2023. De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of de wethouder kan toezeggen dat het grondbeleid wordt herijkt in 2023, als de invoering van de Omgevingswet wordt vertraagd.
Pagina 11 van 17
Mevrouw Voortman (wethouder) antwoordt dat het grondbeleid samenhangt met de Omgevingswet. Daarom doet ze dit het liefst samen. Mocht de invoering uitgesteld worden, komt ze hierop terug. Overigens zou ze het grondbeleid ook herijken zonder Omgevingswet. Ze erkent dat met actief grondbeleid grotere risico's worden genomen dan met faciliterend grondbeleid. Maar met actief grondbeleid kan het college beter sturen op zijn ambities voor "groei in balans" en het oppakken van ontwikkelingen die de markt niet zou oppakken, zoals op het gebied van groen, energie en recreatie. Bij de actualisatie van het grondbeleid zal ze hierop ingaan. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of er ook balans kan worden verwacht op de onteigeningen in Rijnenburg en dat instrument niet zal worden ingezet. Mevrouw Voortman (wethouder) antwoordt dat wat in het collegeprogramma staat, wordt uitgevoerd. Iedere keer als een instrument wordt ingezet wordt er een afweging gemaakt. De heer De Vries (wethouder) antwoordt dat het bij vastgoed in het coalitieakkoord gaat om het kernvastgoed van de organisatie; vastgoed met een beleidsdoelstelling. Er komt een herijking van de Nota kapitaalgoederen in Q1 2023. Die gaat over het tempo van de uitvoering, de verduurzaming en de vervangingsinvestering met daaraan gekoppeld de middelen.
Het afgelopen jaar is het participatieproces over het Broesepand doorlopen en is een programma gemaakt. Op basis daarvan wordt het voorbereidingskrediet aangevraagd en vervolgens het ontwerp gemaakt en toekomstige huurders gezocht. Volgend jaar zal het college met een definitief investeringsvoorstel komen. Het krediet wordt een jaar later aangevraagd dan in de brief van april 2021 stond. Maar de planning is nog niet vertraagd en staat nog steeds op 1 januari 2025. De heer Te Hoonte (VVD) wijst erop dat is toegezegd dat de raad een investeringskostenraming zou krijgen en op basis daarvan de raad een krediet zou vrijgeven. Volgens de tekst bij het kredietvoorstel zou er een investeringskostenraming zijn, maar die heeft de raad niet. Het proces klopt dus niet. Hij zal geen krediet vrijgeven zonder te weten waar het college op aanstuurt en of dit klopt met de investeringskosten die geraamd zijn bij de planvisie. Hij vraagt hoe de wethouder dit proces gaat herstellen. Hij vraagt de juiste informatie om op de juiste manier te kunnen beslissen. De heer De Vries (wethouder) zegt toe met een toelichtende brief te komen met de informatie waarom de heer Te Hoonte vraagt, voor de vaststelling van de voorjaarsnota. Hij vervolgt dat 40% sociale en 35% middenhuur en betaalbare koop gaat over nieuwe projecten.
Na het reces komt hij met een brief met een nadere duiding, waarin ook naar lopende projecten wordt gekeken. De heer Stellinga (CDA) heeft zijn vraag gesteld tegen de achtergrond van mogelijke materiaaltekorten. De heer De Vries (wethouder) speelt deze vraag door naar zijn collega. Hij vervolgt dat er al stappen zijn gezet om vastgoed te transformeren van melkkoe naar maatschappelijk nut. In de vorige periode is gevraagd het gemeentelijk vastgoed te laten bijdragen aan de begroting. Dat was € 32 miljoen over 8 jaar. Dit is gestopt in 2018. In juli 2021 heeft de raad een ambitiedocument "maatschappelijke waarde" vastgesteld waarin instrumenten worden genoemd waarmee het maatschappelijk nut van het gemeentelijk vastgoed wordt bevorderd, zoals het makelpunt, activistisch leegstandbeheer, pandvisies, waarde deal en verkoop van vastgoed als allerlaatste optie. Tegelijkertijd speelt het vraagstuk over knellende financiële kaders. Daardoor heeft de Vastgoedorganisatie niet de handen vrij bij het streven naar maatschappelijke meerwaarde. Hierover zal volgende week worden gesproken. Er is een overzicht van het huidige bezit, de bestemming en de duur. Dat staat in de geheime bijlage van het Utrechts Perspectief Vastgoed. De raad moet dit reeds hebben. Voor het tijdelijk beheer geldt het ambitiedocument "Maatschappelijke waarde".
Er wordt actief beheerd en voor een maatschappelijke invulling gezorgd. In principe staan panden nooit doelloos leeg. De vraag van Volt komt volgende week in de commissie aan bod; dan is er meer tijd voor. Spreker vervolgt dat de Vastgoedorganisatie al een centrale rol heeft en die wil versterken. Dit doet ze met alle onderdelen van de organisatie. Tegelijkertijd ligt er druk op deze organisatie door de verschillende rollen en taken en wat van haar gevraagd wordt. Het is goed dit te benoemen. Pagina 12 van 17
De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat onderwerpen worden doorgeschoven naar volgende week. Moeten de vragen dan opnieuw worden gesteld, gezien de spreektijden? De heer De Vries (wethouder) zal de vragen van vandaag meenemen naar volgende week. De heer Van Vliet (D66) vraagt of het klopt dat de actualisatie van het vastgoedbeleidskader na de zomer komt. De heer De Vries (wethouder) antwoordt dat er een evaluatieonderzoek komt in Q2. Daarnaast komt er een herijking van kapitaalgoederen in Q1 2023. Hij vervolgt dat er bij gemeentelijk vastgoed wordt gezocht naar een sociaalmaatschappelijke bestemming. Als er behoefte aan is, kan er zeker naar studieruimten of flexwerkplekken worden gekeken. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt dat er meerdere gebiedsonderzoeken lopen onder de vlag U Ned over de gebiedsontwikkeling van Lunetten en Koningsweg. Ze liggen in het najaar op tafel bij het Bestuurlijk Overleg. Ze zal de raad in Q4 informeren over de inhoud hiervan en het een en ander zeggen over het vervolgproces voor Lunetten en Koningsweg. In bredere zin zijn er dingen gezegd over de Maarschalkerweerd. Destijds is een plek wit gehouden bij het Lunettenpark. Raad en college moeten met elkaar in gesprek over de scope van die gebiedsontwikkelingen en de wisselwerking met plannen in de omgeving. Ze kan nu geen klip en klaar antwoord geven op de vraag over het IPvE Lunettenpark.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) meent dat er een uitwerking ligt van het IPvE voor het Lunettenpark. Hij heeft niet gezien dat de moties daarin zijn verwerkt. Wellicht kan de wethouder hier schriftelijk op terugkomen. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) zal er schriftelijk op terugkomen in Q3. Ze vervolgt dat de gebiedsontwikkeling Overvecht groter is dan alleen het bedrijventerrein, dus met de woonwijk. In ieder geval wordt ervoor gezorgd dat er een goede groenstructuur komt, en dat er een goed concept en visie komen om die woonwijk te ontsluiten met verschillende modaliteiten. Dit heeft raakvlakken met het bedrijventerrein. In Q1 van dit jaar is de raad geïnformeerd over de eerste quick scan van de Demkabrug. De vraag is of er een nieuwe brug moet komen of dat de bestaande brug uitgebreid kan worden voor het fietsverkeer. Op basis van de quick scan wordt een variantstudie gedaan. Ze verwacht de resultaten in Q1 2023 te kunnen presenteren. Op de begroting staat nog geen budget, maar dit onderwerp is vast onderdeel van de lobby en van de Dom tot Dam fietsroute waarover met provincie, Rijkswaterstaat en de buurgemeenten wordt gesproken. Ze kan niet garanderen dat dit succes heeft bij de tweede tranche van de BO Leefomgeving in het najaar. Ze stelt voor de vragen over de windmolens in de commissie over energie te bespreken.
De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat er goed en uitgebreid is nagedacht over de strategie achter de ruimtelijke ordening, namelijk verdichten bij de knooppunten van de stad en knooppunten ontwikkelen, omdat dit voordelen heeft bij het betaalbaar houden van voorzieningen en er dan minder reisbewegingen nodig zijn. Vandaaruit wordt gekeken wat nog aan de stad kan worden toegevoegd. Onderaan staat het uitdijen van de stad in het groene gebied. De raad heeft in de vorige periode in meerderheid over deze strategie een besluit genomen. Deze raadskaders zijn leidend voor het college. Deze strategie kan alleen worden gevolgd als de balans op orde is. De gemeente kan niet alleen focussen op de nieuwe stad, maar moet ervoor zorgen dat ook mensen in de bestaande stad van de voorzieningen kunnen genieten. Daarbij is de barcode een handzaam instrument. Uit de barcode blijkt dat de gemeente op veel plekken in de bestaande stad niet aan haar norm voldoet. Gelukkig is er geld beschikbaar gesteld om daar waar nodig, een been bij te trekken. Overigens gaat dit ook over draagvlak, want er wordt iets van de huidige inwoners gevraagd met het realiseren van nieuwe wijken (verdichten). Hij noemt hierbij de Merwedekanaalzone. Daartegenover staat dat er wordt geïnvesteerd in voorzieningen, leefbaarheid en sport. Pagina 13 van 17
De heer Te Hoonte (VVD) is blij dat de wethouder inziet dat het gaat om buiten-stedelijk bouwen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat de vorige wethouder ontkende dat de verdichtingsgraad die wordt nagestreefd extreem zou zijn. Deelt deze wethouder die mening? Volgens spreker is deze verdichting extreem en nog nergens in Nederland vertoond. Hij kan dit onderbouwen. De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat er voorbeelden zijn van deze verdichting in het land; hij deelt die graag. Verdichting is mogelijk en de plannen zien er goed uit. Er ligt een onderbouwing onder de RSU en spreker is benieuwd naar de onderbouwing van EenUtrecht. Hij zegt dit in de context van een aangenomen verstedelijkingsstrategie waar het coalitieakkoord niet wezenlijk van afwijkt. Mits de raad dit wil, gaat hij graag met de leden naar plekken om te kijken wat dit betekent. Hij vervolgt dat het college nu gaat beginnen met plannen voor Rijnenburg. De raad krijgt uiterlijk in oktober 2022 een brief waarin wordt geschetst wat hier allemaal voor nodig is. Dit wordt gedaan in de context van de formulering in het coalitieakkoord. Immers, er moeten zo snel mogelijk woningen in de stad worden gebouwd en dat kan sneller op plekken waar dit mogelijk is. Bovendien moet er een logisch stedelijk weefsel zijn dat eindigt bij de toekomstige wijk Rijnenburg.
Bij Leidsche Rijn bleek dat de wijk er bij de eerste opleveringen desolaat uitzag en er geen bus reed. Hiervan wil het college leren. Overigens heeft het bij Leidsche Rijn ook 13 jaar geduurd voordat de eerste sleutel werd overhandigd. Rijnenburg moet een wijk van de toekomst worden. Als wordt begonnen met bouwen van woningen aan de randen, wordt een type woningen gebouwd die men eigenlijk niet wil, gezien de Utrechtse strategie, en kan er aan de bewoners niet veel worden geboden. Bovendien is dit niet efficiënt, omdat de grondposities complex zijn en er geen infrastructuur ligt. Er zijn voldoende plekken in de bestaande stad om met de tijd en het geld die daarvoor nodig zijn snel woningen te bouwen. Mevrouw Bode (Volt) vraagt of dit betekent dat Rijnenburg autovrij wordt. De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat een wijk van de toekomst betekent heel weinig automobiliteit, veel deelautomobiliteit en een goede OV-aansluiting. De 10-minutenstad is onderdeel van die strategie. Dit betekent recreëren, werken, winkelen en horeca binnen 10 minuten bereikbaar. Spreker vervolgt dat er bij de RSU een oplegger wordt gemaakt die ziet op de punten die in de RSU staan. Het aantal vierkante meters woonoppervlak staat in de woonvisie, daarnaar verwijst de RSU.
De RSU wordt aangepast op de volgorde van verstedelijking, Rijnenburg komt erbij en er wordt bekeken hoe de onderwerpen "barcode" en "groeien in balans" uit het coalitieakkoord in de RSU terugkomen. Hij vermoedt dat de RSU redelijk intact kan blijven, met de constatering dat er nu middelen zijn om het wel goed te doen op heel veel plekken. In Q4 2022 krijgt de raad de oplegger voor de RSU ter besluitvorming toegestuurd. De heer Van der Zweth (PvdA) wijst erop dat de gemiddelde grootte van de woningen impact heeft op de aantallen die kunnen worden gerealiseerd. Komt dit helder terug in de oplegger? De heer Eerenberg (wethouder) bevestigt dat de gemiddelde grootte iets betekent voor de aantallen. Hij wijst erop dat hiermee in grotere plannen nog steeds veel woningen kunnen worden toegevoegd. Op macroniveau, de groei van Utrecht, zal dat gemiddelde niet heel wezenlijke verschuiven, maar daaraan wordt nog gerekend. Dit is het eerste beeld. De heer Te Hoonte (VVD) dankt voor de toezeggingen. Hij vraagt of het de bedoeling is om de harde plancapaciteit aan te passen aan de gemiddelde grootte van de woningen. De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat de raad daarover een brief van het college tegemoet kan zien. Daaraan wordt momenteel gewerkt. Er wordt sowieso bekeken welke plannen die op de rol staan kunnen worden aangepast aan de afspraken in het coalitieakkoord.
Maar veel plannen zijn het punt gepasseerd waarop ze nog aangepast kunnen worden. De heer Te Hoonte (VVD) heeft in de ambtelijke presentatie van het coalitieakkoord gezien dat Pagina 14 van 17
bestaande plannen niet meer kunnen worden aangepast. Ziet hij dat verkeerd? De heer Eerenberg (wethouder) weet dat nog niet. Het gaat volgens hem ook om welke definitie wordt gehanteerd voor een bestaand plan. Immers, het is moeilijk uit te leggen dat een plan dat nog op de tekentafel ligt niet meer kan worden aangepast. Hij vervolgt dat de kaart in het IRP wordt aangepast. Dit vloeit voort uit alles wat hij eerder heeft gezegd. Hij kijkt uit naar de werkconferentie over het versnellen van het UPP. Dit vindt zo snel mogelijk na de zomer plaats. Die versnelling zal een grote bijdrage leveren aan het op peil houden van het aantal te realiseren woningen van 3000. Om allerlei redenen is en wordt dat complex. Spreker is het er zeer mee eens dat dit iets vraagt van het onderlinge verkeer tussen raad en college. De heer Te Hoonte heeft terecht gezegd dat de raad vaker wil spreken over dilemma's en vaker in positie wil zijn. Maar volgens spreker kan de enorme werkdruk van de raadsleden daarbij een belemmerde rol spelen. De heer Te Hoonte (VVD) reageert dat de raad vaak een bouwenveloppe krijgt. Dat is bijna een bestemmingsplan en krijgt de raad laat. Hij is soms liever aan het begin en aan het eind aan bod en iets minder in het midden. Het gaat niet om vaker, maar om het juiste en effectiefste moment. De heer Eerenberg (wethouder) wil hierover graag het gesprek met de raad voeren.
Het voorbeeld Gansstraat laat zien dat de heer Te Hoonte vaker een aantal onderwerpen wil bespreken. Daarvoor zijn goede redenen. Zo'n gesprek moet passen in de agenda van de raad en de ambitie van het versnellen van het proces. Hij vervolgt dat Leidsche Rijn een apart hoofdstuk blijft, maar hij niet kan toezeggen dat er een website komt met een superarchief voor Leidsche Rijn. Daar zijn geen geld en mensen voor. Als de raad dit wil prioriteren, moet deze met een motie komen. De allergrootste reden voor de vertraging bij de Jaarbeurs is de coronacrisis. Door die crisis is ook de financiële positie van de Jaarbeurs spannender geworden. En die is weer nodig om de plannen te financieren. Hierover praat de gemeente met de Jaarbeurs: kan de gemeente het Beurskwartier in haar tempo bouwen, als de Jaarbeurs meer tijd nodig heeft voor zijn plannen? Daar is men nog niet uit. In Q3 krijgt de raad daarover de reguliere informatie. Er is een concepthoogbouwvisie. Daarin komt verticaal bestemmen te staan. Dit staat niet in bestemmingsplannen, maar wordt geregeld in anterieure overeenkomsten. In de stedenbouwkundige visie zit ook de hoogbouwvisie. Spreker zal de concepthoogbouwvisie naar de raad sturen, maar niet ter besluitvorming. Immers de stedenbouwkundige visie gaat ook om de menselijke maat bij hoogbouw en architectuur. Hij vindt dat men dit in samenhang met elkaar moet zien.
Hij heeft al toegezegd dat hij op basis van de hoogbouwvisie een sessie zal organiseren. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) reageert dat al heel lang op de hoogbouwvisie wordt gewacht. Hij vindt het goed opgelost als die naar de raad wordt gestuurd en in een RIB kan worden gesproken. De heer Eerenberg (wethouder) vervolgt dat hij zich aan het raadsbesluit van 10 maart jl. houdt om een Commissie omgevingskwaliteit in het leven te roepen en geen stadsbouwmeester aan te stellen. Het bouwmaterialentekort speelt op wereldschaal. Daarbij spelen corona en de oorlog in Oekraïne ook een rol. Hij ziet niet zo goed hoe het college het materiaaltekort kan oplossen. De heer Stellinga (CDA) vraagt of het college bereid is na te denken over oplossingsrichtingen en een actievere rol wil pakken. De heer Eerenberg (wethouder) doet dat graag, als de raad hem hierbij wil helpen. De heer Stellinga (CDA) vraagt door te gaan met nadenken en ook out of the box te denken. Immers, bij veel onderwerpen pakt het college een actieve rol, maar bij dit onderwerp niet. De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat er al meer circulair wordt gebouwd. Dit draagt bij aan het voorkomen van een tekort. Ook kan nog iets worden gedaan op het gebied van Pagina 15 van 17
houtconstructies. Het college zal blijven nadenken. Volgens hem ligt de lat hoog met 3000 woningen per jaar en wordt het ingewikkeld, maar is het een goede ambitie. Spreker gaat graag, samen met collega De Vries, in gesprek met allerlei ontwikkelaars en woningbouwcorporaties om te kijken wat men voor elkaar kan betekenen, ook voor de grote gebiedsontwikkelingen. Het lijkt hem goed als de raad ook met de ontwikkelende partijen spreekt. Het doel van de middelen die bij de programmabegroting worden verwerkt voor het Programma Ruimte is de uitvoeringskracht te versterken met vrij serieuze bedragen. De zorgen over de Omgevingswet hebben vooral met de ICT te maken. Daarover lopen op dit moment gesprekken met de G6 en de VNG. Het college is kritisch en de basishouding is: bij twijfel niet inhalen. Het college probeert oprecht de plannen groener en meer diervriendelijk te maken. Daartoe worden bij de start van een plan allerlei onderzoeken gedaan. In het coalitieakkoord staat dat men meer natuurinclusief wil bouwen. Hij spreekt zich omwille van de tijd niet uit over tuinen van particulieren. Mevrouw Snippe (PvdD) kondigt aan dat haar fractie hieromtrent met voorstellen zal komen. De heer Eerenberg (wethouder) vervolgt dat klimaatneutraal bouwen in beginsel op het object ziet. De ambitie is om ook het proces klimaatneutraal te maken.