Collegebrief reactie ontwerp wijzigingsbesluit GR GGDrU
Tekst van het document
Burgemeester en Wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl/
GGDrU M. Sprenger Dreef 5 3700 AA ZEIST
Behandeld door
E. van den Berg
Datum
1 april 2024
Ons zaaknummer
12069822
ellen.van.den.berg1@utrecht.nl
Onderwerp
Zienswijze gemeente Utrecht ontwerp wijziging Wgr
Uw kenmerk
Uit-2022/11298/IA/IvdH
Verzonden
Uw brief van
11 december 2023
Bij antwoord datum, zaaknummer en onderwerp vermelden
Doorkiesnummer E-mail Bijlage(n)
Beste heer Sprenger, Op 11 december ontving het college van b&w een brief van de GGDrU waarin verzocht werd in te stemmen met het ontwerp wijzigingsbesluit en de raad te vragen om zienswijze op de het ontwerp wijzigingsbesluit van de gemeenschappelijke regeling (GR). In deze brief geven wij de terugkoppeling hierop. We waarderen uw gedeelde inzet om samen met de andere gemeenschappelijke regelingen te komen tot gezamenlijke uitgangspunten. Wij hebben kennis genomen van het ontwerp wijzigingsbesluit en geconstateerd dat wij in deze vorm niet kunnen instemmen met het ontwerp wijzigingsbesluit. In deze brief lichten wij toe waarom wij nu niet instemmen en delen wij de zienswijze van onze raad met u. Wij hebben uw voorgestelde wijzigingen doorgelopen en naar aanleiding daarvan nog een aantal open aanmerkingen. Daarnaast zijn wij van mening dat het ontwerp wijzigingsbesluit niet voldoet aan de eisen van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. Dit maakt dat wij nu niet instemmen met het ontwerp wijzigingsbesluit van de gemeenschappelijke regeling GGDrU. Allereerst beginnen wij met wat de gemeenteraad ons heeft meegegeven: Evaluatie U heeft een nieuw artikel 52A opgenomen in uw gemeenschappelijke regeling over de evaluatie. In de conclusie op de enquêtevraag motiveert u waarom u kiest voor de termijn van ten minste één keer in de zes jaar.
Daarbij geeft u aan dat de voorgestelde formulering in de gewijzigde GR het algemeen bestuur voldoende ruimte biedt om indien gewenst een extra evaluatiemoment in te voeren. U kiest daarin dezelfde lijn als de VRU. De wettelijke taak van de GGD’en en de financiële situatie van gemeenten staat echter onder druk. Wij willen u meegeven dat als er in de toekomst grote inhoudelijke, wettelijke of financiële wijzigingen worden doorgevoerd een kortere periode dan 6 jaar tussen evaluaties wenselijk kan zijn. Mogelijkheid tot zienswijze en inhoudelijke betrokkenheid Wij kunnen uw lijn uit de enquête volgen waarin staat dat u op voorhand geen extra mogelijkheden voor zienswijze toevoegt, los van wat nu al bij wet of in de huidige gemeenschappelijke regeling is vastgelegd, om zo een hoge(re) werkdruk bij de raden te voorkomen. Het AB kan daarnaast altijd nog
Datum 1 april 2024 Ons zaaknummer 12069822
besluiten om extra onderwerpen aan ons voor te leggen. Daarmee kiest u voor een uniforme lijn met de andere GR’en in onze regio. U schrijft ook dat het uw permanente aandacht heeft voor de inhoudelijke betrokkenheid van de raden. Dit zien wij (nu ook al) terug in het feit dat u naast de wettelijke verplichte zienswijze op de begroting, ook vrijwillig vraagt om zienswijze op de kaderbrief. Burgerparticipatie U schrijft dat de GGDrU een wettelijke opdracht heeft en wettelijke taken uitvoert. Daarmee ligt een groot deel van de werkzaamheden van uw organisatie vast. Voor de overige onderdelen vragen wij u om zo veel mogelijk per onderwerp te bekijken of en in hoeverre burgerparticipatie een meerwaarde kan hebben voor uw dienstverlening. Om dat dit niet op voorhand vastligt, vragen wij u hierin dezelfde lijn te hanteren als de VRU en een passage op te nemen met minimaal de strekking dat inwoners van de deelnemende gemeenten en of belanghebbenden betrokken worden als dat wettelijk verplicht is of het bestuur hier voor kiest. Dit ontbreekt nu nog terwijl artikel 10 lid 7 en 8 (Wgr) dit wel vraagt. Wij verzoeken u dit alsnog op te nemen in het wijzigingsbesluit GR GGDrU.
Aanvullend op de zienswijze van de raad hebben wij als college van b&w ook nog een aantal inhoudelijke opmerkingen en juridische Wijzigingsbesluit en intitulé De GGDrU geeft aan een wijzigingsbesluit te hebben opgesteld en geel gearceerd de wijzigingen aan te geven. Als deze tekst straks op overheid.nl gepubliceerd is, is niet meer zichtbaar wat er gewijzigd is. Daarom vragen wij de GGDrU gebruik te maken van een los wijzigingsbesluit en niet om de volledige huidige regeling te vervangen door een nieuwe aangepaste tekst zoals zij nu voorstellen. Ook veranderen intitulé en ondertekening niet als gevolg van een wijzigingsbesluit, dat is nu wel het geval. Informatiepositie Om de kaderstellende en controlerende rol van de raad te versterken is het nodig dat hun informatiepositie voldoende gewaarborgd is. Op grond van artikel 17, derde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen moet de gemeenschappelijke regeling bepalingen inhouden over de wijze waarop het bestuur van de gemeenschappelijke regeling vorm geeft aan de actieve informatieplicht van artikel 17, tweede lid. In artikel 14 van de voorgestelde wijziging GR GGDrU staat alleen iets over de verantwoordingsplicht van de individuele AB-leden en het verstrekken van gevraagde informatie geregeld.
Er is nog geen passage opgenomen over het ongevraagd verstrekken van informatie die de raad nodig heeft voor de uitoefening van hun taak en hóe zij die ongevraagde inlichtingen dan ontvangen. Die actieve informatieplicht betreft overigens niet alleen het AB: Artikel 17 uit de Wgr gaat over ‘het bestuur’ en daarmee gaat het om elk orgaan dat een besluit neemt. Dit kan ook het DB zijn of de voorzitter hiervan. Uittreding Door de wijziging van artikel 9, eerste lid van de Wgr moet de gemeenschappelijke regeling bepalingen bevatten over wijziging, opheffing, toetreding, de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van uittreding, waaronder bepalingen over de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, en de deelnemende gemeenten, met inachtneming van artikel 1. Het huidige artikel 50 van de GR GGDrU geeft naar onze mening te weinig invulling aan deze dwingendrechtelijke bepaling. Zoals het nu geformuleerd is, is bij uittreding de (financiële) positie van de GGDrU en de overblijvende gemeenten kwetsbaar. U zou bij de gemeenschappelijke regeling van de VRU kunnen kijken welke bepalingen zij hierover opgenomen hebben. Wij verzoeken u bovenstaande alsnog op te nemen in het definitieve wijzigingsbesluit GR GGDrU. De overige door de GGDrU voorgestelde wijzigingen zijn conform de gewijzigde Wgr.
Als deze brief nog vragen oproept, kunt u contact opnemen met de behandelend ambtenaar.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
2/3
Datum 1 april 2024 Ons zaaknummer 12069822
de secretaris,
de burgemeester,
3/3